Engel's waarschuwing had wel wat teweeggebracht bij de dames: nog diezelfde middag togen ze naar het verhuisbedrijf in het dorp om verhuisdozen.
"Zou drie dozen per persoon te weinig zijn?" vroeg Nora zich af. "Plus een aantal natuurlijk voor meer algemene dingen. Keukengerei en zo."
"Het lijkt me krap," dacht Steffie. "Vergeet niet dat we niets, maar dan ook helemaal niets meer kunnen kopen straks. Hoe meer we meenemen dus, hoe beter." Ze schoot ineens rechtop. "Laten we vooral niet vergeten een hoop tandpasta mee te nemen! En ook een flinke voorraad tandenborstels. Want als we straks kiespijn krijgen, is er geen tandarts meer om ons daar vanaf te helpen!"
Nora slaakte een zucht. "Ja, zo kunnen we wel bezig blijven. Maar het moet wel in die boot passen!"
"Die boot is groot genoeg," vond Steffie.
"Voor de dieren, ja. Maar ons verblijf daar is nauwelijks groter dan de benedenverdieping van ons huis. Waar laten we al die spullen?"
Steffie haalde haar schouders op. "Toch blijf ik erbij dat we beter teveel mee kunnen nemen dan te weinig. Zeker van dingen die we zelf niet zo makkelijk kunnen maken. Het leven zal al primitief genoeg worden."
Nora gaf toe, en zo kwamen ze dus thuis, beladen met een enorme verzameling dozen.
"Nou moeten we het wel een beetje systematisch aanpakken," vond Nora. "Keukengerei en zo hebben we voorlopig nog nodig, maar boeken kunnen we al wel vast inpakken."
"En winterkleren," knikte Steffie. "En we kunnen onze eigen spullen op z'n minst uitzoeken, zodat we weten wat we mee willen nemen en wat niet."
Zo gingen ze aan de slag, en toen de altijd hongerige Sem een uurtje later kwam informeren waar de volgende schaft bleef, vond hij het huis in chaos.
"Wat is hier aan de hand?" vroeg hij verbaasd terwijl hij met zijn lange stelten voorzichtig tussen de dozen een begaanbaar pad naar binnen zocht.
"Hier." Steffie greep een paar nog opgevouwen dozen van de stapel. "Voor jouw spullen."
Sem keek verdwaasd naar de grote kartonnen vierkanten die hem in de handen geduwd werden. "Nu al?! En die boot is nog lang niet klaar!"
Nora keek op. "Wou je dan op het laatste moment nog vlug-vlug uitzoeken wat je meeneemt en wat je achterlaat? We weten heel niet hoeveel tijd we hebben als de boot eenmaal klaar is."
"En misschien wil je nog een flinke voorraad papier of potloden of weet ik wat aanleggen," voegde Steffie eraan toe. "Vergeet niet dat we straks niets, maar dan ook helemaal niets meer kunnen kopen. En voordat jij geleerd hebt hoe je die dingen zelf kunt maken...?"
"Daar zeg je me wat..." Sem keek peinzend naar de dozen in zijn handen. "Denk je dat ik ook wat extra muziekinstrumenten mee zou kunnen nemen? Het zou eeuwig zonde zijn als het bestaande muzikale arsenaal geheel verloren ging."
"Voor mijn part," vond zijn moeder. "Maar laat me er nu even bij, want ik wil die kast achter je leeghalen."
Sem stapte gehoorzaam achteruit – maar aangezien daar net een doos stond, lag hij het volgende moment met zijn benen in de lucht tussen de verhuisdozen te spartelen...
Je kon zeggen wat je wilde van Sem, maar hij wist precies wat hij wou. Dat was weer eens gebleken in de muziekwinkel die ochtend, en nu in de kantoorboekhandel ging het niet anders.
Steffie glimlachte trots en toegeeflijk terwijl ze toekeek hoe haar echtgenoot zorgvuldig bij elkaar zocht wat hij in wilde slaan.
Alle voorradige schetsboeken en blanco schriften.
Tien dozen kopiëringspapier.
Dertig doosjes met elk twaalf potloden.
Drie grote dozen kleurpotloden.
Vijftig gummetjes.
Tien puntenslijpers.
Twintig dozen aquarelverf.
Drie complete sets aquarelpenselen.
Tien doosjes pastelkrijt.
Twee linealen.
Een geodriehoek.
Een grote pot oostindische inkt.
Drie kroonpennetjes.
En... Ze zag hem aarzelen bij de houtskoolstiften. "Wat is er, Sem?" Ze wist dat hij graag met houtskool tekende, dus...
Hij keek om, en zuchtte. "Houtskool kan ik zelf wel maken. Maar of daar op de boot gelegenheid voor zal zijn? Ik sta me af te vragen of ik een tijdje zonder kan."
Ze legde een arm om zijn middel. "Neem anders één doosje of zo. Dan heb je in elk geval wat."
Hij keek een beetje schuldig naar de stapel die hij had uitgezocht. "En jij dan?"
Ze gebaarde naar een stapeltje boeken. "Maak je over mij maar geen zorgen. Boeken kun je honderd keer lezen. Daar slijten ze misschien wel wat van, maar het is niet zoals met tekenmateriaal dat het op raakt als je het gebruikt. En met de hele familie samen hebben we een aardige bibliotheek." Ze kuste hem op zijn wang. "Maar tekenen is jouw leven, Sem. Je zou doodongelukkig zijn als je dat niet meer kon. Daarom. Koop wat je nodig denkt te hebben. Nu kan het nog, en van mij mag je."
Zijn gezicht trok ineens krampachtig, en hij trok haar ruw tegen zich aan. En huiverde. "Ben jij ook zo bang voor het volslagen onzekere dat ons te wachten staat?" fluisterde hij benepen in haar blonde krullen. "Hoe het zal zijn om met alleen onze eigen familie verder te leven? Nooit meer andere mensen te ontmoeten?"
Ze rilde onwillekeurig bij de gedachte, en hij streek troostend over haar rug.
"We moeten maar veel kinderen krijgen straks," stelde hij ernstig voor. "Ieder kind is tenslotte een nieuw mens om te leren kennen."
Dat bracht een glimlach op haar gezicht. "Daar houd ik je aan, Semmy!"
Hij beantwoordde haar glimlach met verve, en boog zich naar haar over voor een lange, warme kus.
De boekhandelaar achter zijn toonbank keek afkeurend toe. Die jeugd van tegenwoordig ook...
Maar hij zei niets. Zulke goeie klanten kreeg hij tenslotte niet elke dag in zijn zaak!
"Toe nou, Gomer," pleitte Jafeth. Hij had zijn vriend meegetrokken naar een stille hoek van de speelplaats. "Het wordt een prachtavontuur – zul je zien! En ik heb geen zin om alleen maar een meisje te hebben om mee te spelen."
Gomer snoof. "Dus ik mag alleen mee in die boot van jullie als ik voortaan braaf ben?"
"Ja! Is dat zo erg? Wat heb je nou aan zakkenrollen in zo'n kleine groep? Zodra er iets verdwijnt, weet iedereen meteen dat jij het gedaan hebt."
"Precies. Waarom zou ik dat willen?" Met een grijns hield Gomer Jafeth's zakmes op, en Jafeth (die dergelijke geintjes wel gewend was) deed er onmiddellijk een uitval naar.
Maar Gomer danste al buiten zijn bereik. "Pak het dan, als je kan!" Maar toen viel hem een ander liedje in:
"Wie gaat er mee in de berenboot,
De berenboot, de berenboot?
Wie gaat er mee in de berenboot?
Want anders ga je dood!
Met Jafeth z'n vader als kapitein
Dus zorg nu maar snel om erbij te zijn!
Wie gaat er mee in de berenboot?
Want anders ga je dood!"*
Ondanks zichzelf moest Jafeth lachen. "Die malle liedjes van jou altijd... Sem en jij zouden een fraai duo zijn. Maar dan moet je wel blijven leven! Kom op nou, joh. Ga mee in de boot straks. Je wilt toch niet verdrinken?"
"Natuurlijk niet." Gomer liet hem eindelijk zijn zakmes terugpakken. "Maar in die watersnoodramp van jullie gelooft geen mens. Dus waarom zou ik een brave Hendrik worden voor een redding die helemaal niet nodig is?"
Jafeth zuchtte eens diep. "Doe het dan voor het avontuur. Stel je eens voor, man: alle dieren van de hele wereld bij elkaar! Roofdieren en al! En wij wonen daar midden tussenin!"
Gomer grijnsde genoeglijk. "Dat klinkt alsof jullie harder redding nodig hebben dan ik. Ga maar lekker in die boot zitten met z'n allen, dan kom ik jullie wel redden van de leeuwen." Hij grinnikte. "Misschien."
Jafeth rolde met zijn ogen. "Doe nou niet zo stom, man. Ik geef je de kans om te overleven als de hele mensheid straks uitsterft – en jij kunt alleen maar lachen! Doe het anders voor de zekerheid – en om mij gezelschap te houden in het hele avontuur, want ik heb veel liever jou dan één of ander stom meisje. En het enige wat je hoeft te doen..."
"Het enige wat ik hoef te doen," papegaaide Gomer, "is ophouden met stelen en vechten en een brave Hendrik worden. Maar brave Hendrikken beleven geen avonturen, Jaaf, dat weet iedereen. Dus mijn antwoord is en blijft nee. Ga jij maar fijn spelevaren met je berenboot; ik zoek mijn eigen avontuur wel." En daarmee draaide hij zich om en liep weg.
En Jafeth keek hem mismoedig na – tot hij ineens bijna een hartverlamming kreeg van schrik toen een stem achter hem plotseling zei: "Ik wil wel mee."
Judith.
.
* Dit is een (natuurlijk aangepaste) versie van de TV tune van het kinderprogramma 'De Berenboot' uit de jaren '70.
