District 1

Luna Marme (17)

Het is donker buiten. Het is 6 uur op de klok. Ik sluip de trap af en neem wat brood. Dat steek ik in een rugzak met nog wat water samen. Dan loop ik naar buiten. Ik passeer bij de slager koop nog wat vlees. Daarna loop ik richting het bos. We mogen daar eigenlijk niet komen maar ik doe het toch. Ik loop langs het hek en vind het gat onder het hek. Ik kruip er onder door. Ik loop het bos verder in. Ik hou alles in de gaten of er een aanwijzing is dat er iets mis is. Dan kom ik aan de grote eik ik klim er in. Ik weet dat er langs boven een gat in de boom is gemaakt waar ik mijn boog in verstop. Eigenlijk heeft mijn vader het gemaakt. Mijn vader heeft me leren boog schieten. Hij leerde me ook de kunstje van het jagen zoals strikken opzetten, vuur maken en villen. Ik neem mijn boog en 1 van de 3 pijlenkokers. Ik hoor takken kraken aan mijn linker kant. Ik draai me geluidloos om en zie een prachtig hert staan. Ik leg een pijl aan en schiet. Ik raak het dier net boven zijn voorste poot hij is opslag dood. Daar ligt zijn hart namelijk. Ik leg het hert op mijn schouder en loop verder het bos in. Ik kom bij een klein dorpje. Daar leg ik het hert neer. Het kleine dorpje zijn eerder een paar huizen bij elkaar mijn vader heeft het gemaakt. Hij bouwde deze 7 huisjes voor hem en zijn vrienden. Hij heeft in district 1 zijn dood in seine gezet en is hier komen wonen samen met 9 anderen. Ik ga er af en toe heen om mijn vader te zien. Dit zal misschien de laatste keer zijn want ik ga mee doen aan de honger spelen. Dag Luna hoor ik mijn vader van ver roepen. Ik sprint naar hem toe. Hij vindt het maar niks dat ik mee ga doen aan de honger spelen. Maar ik ga heb ik besloten. Ik heb en hert mee gebracht. Mijn vader is altijd heel blij als ik kom. Laat maar eens zien dat hert. Zo een mooi prachtig hert heb ik nog niet vaak gezien daar zal veel vlees aan zitten. Ik hoor iemand fluiten achter mij en hij roept. Zo iets kan alleen de beste jager van het dorp vangen. Ik en mijn vader villen samen het dier en we gaan met tien aan tafel zitten. Een man maakt een vuur en begint het vlees te grillen en roosteren. Papa het is toch niet slim om hier een vuur te maken dan komen de vredesbewakers. Ja maar hier zit een bende goeie jagers er zijn er al die geprobeerd ons op te pakken. Maar die zijn nu dood we hebben de wapens van de vredesbewakers zelfs nog. Het coolste stuk is een tezer het is eigenlijk een ring maar als je het draagt gaat er elektriciteit en als iemand het dan aanraakt krijgt hij een schok. Mag ik hem hebben jazeker. Na het eten het is nu etenstijd brood met hert gebraad. Na het eten mag ik dan nu de ring hebben ja kom maar mee hij loopt naar het achterste gebouw en neemt een sleutel. We lopen naar een boom aan de zijkant van de weg maakt hem open en haalt er de ring uit. Ik wist niet dat er een geheime kluis was. Maar ik moet nu gaan pak mijn boog op en loop terug richting de holle boom ik hoor mijn vader me nog veel succes wensen. Ik zie de boom in de verte ik neem mijn boog al van mijn rug en mijn pijlenkoker ook. Ik steek ze vlug weg en sprint naar huis want de boete gaat bijna beginnen.

Oscar Joosens (16)

Het is ochtend ik ben een goed getrainde jongen. Ik ben vaardig met zwaard, bijl, knots, messen en speer. Ik train al vanaf mijn 6 jaar elke namiddag voor de honger spelen in de voor middag deed ik school en in de namiddag train ik. Van daag is het een les wiskunde. Ik moet vele oefeningen maken als ik ze af heb mag ik weg ik heb het niet zo moeilijk met wiskunde dus ik ben rap klaar. Het is nog maar elf uur dus ik ga maar naar de trainingszaal ik neem een speer en begin wat te gooien. Wanneer er plots een leraar naar me toe komt en vraagt of ik ga mee doen aan de loop wedstrijd deze namiddag. Ik zeg ja. Om 13 uur aan de loop piste. Kom niet te laat of je kan niet mee doen. Het is een jaarlijkse gewoonte hier om een loop wedstrijd te houden voor de spelen. Ik denk dat dat een goede gelegenheid is om te zien of ik snel genoeg ben om morgen kans te maken. Ik ga mijn speren oprapen en zet ze terug. Ik wandel naar huis om te eten. Mijn broer is ook al thuis mijn broer won 2 jaar geleden de honger spelen. Ik wil net als hem ook winnen. Ik vertel hem over de loopwedstrijd. Hij zegt dat het eens gevaarlijk kan zijn. Dat er wel mensen zullen zijn die je gaan proberen uit te schakelen. Om 13 uur ga ik naar de loop piste. Ik knoop mijn schoenen goed vast en zet me klaar voor de start de ander jongens beginnen ook al te drummen. En dan klinkt het start schot. Ik sprint vooruit ik kom als een van de eerste uit de massa. Ik heb maar 2 volgers ik loop zo hard ik kan. Als er nog maar een iemand achter me zit. Ga ik trager lopen. We lopen samen bijna heel het parcour. Maar dan versnelt hij ik loop hem achter na en haal hem in. Ik sprint door met hem op de hielen het laatste stuk is in het bos. De jongen kijkt rond om te zien of er niemand is. En plots uit het niets slide hij mij omver ik val keihard op mijn knie maar ik sta op en loop door. Daar door forceer ik mijn knie. Ik eindig uiteindelijk toch 2de. Maar mijn knie doet veel pijn ik besef dat mijn broer gelijk heeft. Het was om me uit te schakelen maar ik geef niet op. Ik wandel naar huis. Daar wacht mijn vader me op hij vraagt wat er gebeurt is. Ik vertel hem het verhaal terwijl hij mijn knie verzorgd.

Luna Marme (17)

Ik kijk op de klok en zie dat ik nog 12 minuten heb. Ik neem een snelle douche. Ik loop naar mijn zus haar kamer. Daar klop ik op de deur. Ze is helemaal mooi gemaakt het is haar laatste keer dat ze in de vakken gaat staan. Ik heb een mooie glimmende maar goeie broek om te lopen aangetrokken. Ik wil namelijk de snelste zijn. Voor de rest een wit topje onder mijn lievelingsblouse. Een mooie blauwe. Ik kijk nogmaals op de klok we hebben nog twee minuten om ons in te schrijven. Kom op zus we gaan. Aan de inschrijf balie kom ik een goeie vriendin tegen. Ik vraag of ze me wilt helpen om de mensen in het 16 jarige vak tegen houden. Ze stemt er mee in. Vraagt ze mij of ik er klaar voor ben. Nog voor ik kan antwoorden antwoord die oude zaag achter de balie met een schorre stem: iedereen die denkt dat hij er klaar voor is haalt het einde van de honger spelen niet. We draaien ons om om door te lopen. Die madam roept nog naar ons hoogmoed komt voor de val. We gaan in de vakken staan de speech van de begeleider is net voorbij. Hij loopt naar de bak met meisjes namen. Ik kijk naar mijn zus en mijn vriendin of ze klaar zijn. Want zodra de naam is voor gelezen mogen we lopen. De begeleider neemt een papiertje. Frutselt er volgen mij minsten 3 minuten mee alvorens het te openen. Dan komt de naam en gaat het heel snel. HELENA MARME zonder te weten dat het mijn zus haar naam was begin ik te sprinten. De begeleider neemt mijn hand vast en vraagt mijn naam. Nu ik hier sta krijg ik toch de kriebels. Ik antwoord snel Luna Marme. Plots antwoord hij aha de zus van de getrokkenen. Dan pas komt het bij mij binnen wie er getrokken was. Ik krijg plots echt een klap in mijn gezicht. Ik denk zo hard aan haar dat de begeleider al met de jongens bezig is.

Oscar Joosens (16)

s' Ochtends vroeg sta ik op ik weet dat het om 10 uur boete is. Ik loop naar de bakker om te zien hoe het met mijn been gaat. Ik zie hem onder weg naar de bakker in een steegje alleen zitten. Hij die mijn been zeer gedaan heeft. Hij ziet me op hem afkomen. Ik zie dat hij twijfelt of hij me aan kan. Een Joosens. Ik zie dat hij van plan is de benen te nemen. Zonder dat ik het door had zij ik luid op. Jammer he dat dit een doodlopen steegje is. Hij staat al op voor die laatste drie meter die ik nog van hem vandaan ben. Als truc doe ik plots een versnelling nog voor hij het door heeft heb ik hem te grazen. Ik duw hem met zijn knie tegen de grond. En trek zij been uit de kom. Om nog enig zins lief te zijn doe ik zijn been weer in de kom ik weet dat hij straks toch niet meer kan lopen. Ik zeg veel te luid pech had je mij gisteren niet moeten tackelen. Daarna roep ik super luid ga rot jog! Ik sprint verder naar de baker koop mijn pistolets. Onder weg terug zie ik Luna weer vertrekken. Ik weet dat haar vader in het bos woont. We zijn nog redelijk goed bevriend. Thuis aangekomen vertel ik wat er deze ochtend is gebeurt aan mijn vader. Samen met mijn vader bekijk ik nog eens de bloedbaden van de voorbije 3 jaar. Dan gaan we ons klaar maken ik trek een hemt aan. Een maat te grote short. Zodat ik voldoende beweegruimte heb. We zijn vroeg op tijd dus kan ik de beste plaats nemen er staat nog maar 1 iemand in ons het vak voor de 16 jarig. Ik ken hem het is een vriend van die stommerik. Een halfuur later word de meisjes naam afgeroepen. Ik schrik het is de zus van Luna. Ik zie Luna zonder verstand richting het podium sprinten. Ze is eerste zie ik. Ik zie het misschien niet goed maar volgen mij was ze geshockt. Dan loopt hij al naar de bak met jongens namen hij roept de naam af. Ik zie die vriend in de opening staan. Sprint er heen maar heb al een grote achter stand. Ik sla die jongen tegen zijn slaap hij zakt in een. Ik sprint naar het podium maar zie die stommerik al op de trap staan. Maar dan zakt hij plots door zijn been. Ik zie dat zijn been uit de kom is. Aangekomen bij de trappen duw ik hem van de trap en sprint naar boven. De begeleider vraagt mijn naam. Oscar Joosens antwoord ik. We worden al naar binnen begeleid. Als hij nog zegt laten de kansen immers in je voordeel zijn.

Luna Marme (17)

Deze kamer is vies en guur. Het is een vierkante kamer. Met daarin 1 stoel. Er is ook maar 1 deur en er zijn geen ramen. Mijn zus komt binnen ze is aan het wenen. Ze zegt: je kansen zijn bijna helemaal verpest door 1 briefje. Wat zal het capitool wel niet schrijven. ''Luna het meisje dat in de plaats kwam van haar oudere zus. Hoe schattig." Denk er toch niet aan. Misschien krijg ik daardoor wel meer sponsors. Trouwens ik heb nog een speciale ring mee. Het is de ring waarmee onze oma ooit zelf de honger spelen heeft gewonnen. Zo heb je ook een district aandenken zei mijn zus. Daarna moest haar zus vertrekken.

Oscar Joosens (16)

Ik weet dat mijn ouders niet gaan komen. Ze laten mij met rust zodat ik me kan concentreren op wat komen gaat. Mijn broer zie ik straks wel hij is monitor van district 1. Van het ander meisje van mijn district weet ik eigenlijk niet zoveel. Haar vader is een paar jaar geleden gestorven. Dat weet ik nog wel. En ik denk dat ze goed met een boog overweg kan. Ik zag haar soms trainen ze mist geen pijl. Ik hoop dat ze zich zou willen aansluiten bij de beroep. Ik schrik wanneer een vredesbewaker opeens de deur open doet. hij zegt dat het tijd is om te gaan.

bedankt voor het lezen van mijn 2de hoofdstuk ik hoop dat ik tenminste tegen volgende week woensdag het volgende deel kan publiceren hier nog even een overzicht van de tributen:

District 1

Luna Marme (17)

Oscar Joosens (16)