"Wat is er aan de hand?" vroeg Daisy bezorgd. Hij stond daar nu al ruim vijf minuten naar de klif te staren, het leek haar nou niet echt dat daar nou zoiets boeiend aan de gang was.

Laaiend kwam hij binnen en ging met een chagrijnig gezicht en met z'n armen over elkaar op de bank zitten. "Mijn auto is gejat," bracht hij mokkend uit.

"Pardon? En hoe verwacht je nu dat wij ooit thuiskomen? Mijn mobiel lag nog in je auto, met m'n geld, pinpas en de rest van mijn tasinhoud. Als je me nu gaat vertellen dat je hier dus geen telefoon heb zwaait er wat." Maar nu verscheen er ook een speelse glimlach op haar gezicht.

"Zwaait er dan wat? Een zweepje?" ze hoopte eigenlijk niet echt daarop, SM was niet een woord dat in haar woordenboek voorkwam.

"Dat zou je wel willen hè?" plaagde ze terwijl ze langzaam op hem kroop.

Wat zou het ook, dacht David bij zichzelf. Hij heeft een bloedmooie blondine op hem liggen die maar naar één ding smacht; hem. Wat voor een man zou hij zijn als hij daar niet eens gebruik van nam.

Hij had ook behoeftes, want ehm; man? En vader had nooit gezegd dat hij niet wat voordeel uit het project mocht halen. Tenslotte haalde de oude man alle voordeel uit twee van de andere meisjes.

"Ik weet eigenlijk wel een veel betere manier om ons bezig te houden, die weinig tot niets te maken heeft met pijn."

Eigenlijk wist ze wel dat ze beter kon wachten, het een paar maanden, ok weken, aan zien. Rustig praten, knuffelen, beetje voelen. Maar de drang was gewoon te sterk en o mijn God wat ruikt hij lekker.

Mensen noemde haar soms wel een sletje, maar eigenlijk zou ze zoiets nooit doen. Nee, ze doet zoiets gewoon nooit. Hello, Daiz, je kent de jongen een dag, op z'n meest, waar ben je in hemelsnaam mee bezig?

Maar haar lichaam luisterde niet naar haar geweten en liet deze in de kou staan. Want zou ze ooit nog zo'n kans krijgen? Met zo'n leuke jongen?

Zou ze geen last moeten hebben van posttraumatische stress? Jaren van mannenfobie? Omdat hij haar eerder had gered van Alex. Alex die haar notabene probeerde aan te randen.

Maar David was geweldig, hij zou nooit iemand kwaad doen. Hij was haar held.

En zonder er verder veel over na te denken zakten ze zoenend en strelend de bank in.

"Hoe gaat het hier Siegfried." Peter gaf altijd commando's. Hij stelde nooit vragen.

"Ik krijg geen contact met uw zoon meneer. Het signaal geeft aan dat hij met hoge snelheid over de A31 raast, maar blijkbaar werkt zijn polstelefoon niet meer, ook vangt hij onze gedachtengolven niet op," Siegfried was duidelijk wanhopig en bang voor zijn eigen leven.

"Zo, dus meneer heeft besloten om er zelf op uit te trekken met onze nieuwe aanwinst. Misschien als hij zo de jongedame haar vertrouwen wint zou ik hem zijn gang laten gaan, maar ik neem geen risico's meer. Dit reisje heeft al lang genoeg geduurd," rustig deed hij zijn das recht.

"Ja, meneer. Ik heb eindelijk de satelliet op de juiste plek gemanoeuvreerd, we zullen binnen tien seconden beeld hebben," hij drukte snel op een aantal knopjes van de geavanceerde computer.

"Ik hoef niet specifiek te weten wat David allemaal uitvogelt, Siegfried." Peter draaide zich al om.

"Meneer, ik ben bang dat het niet David noch een van ons is die achter het stuur zit. En moet u eens zien wie er achter haar aan rijd."

"Haar? Je bedoelt dat hij die begeleidster van het Beheer nog niet uit de weg heeft geruimd," woedend was hij, maar hij sprak de zin het een ijskoude toon.

Maar toen hij op het scherm keek naar de achtervolger kwam er prompt een brok in zijn keel, deze man had hij nooit verwacht weer te zien. Tenslotte was het hier zijn terrein niet eens.

"Aborteer de missie Siegfried."

"Maar meneer…"

"Doe het nu!" schreeuwde hij woedend tegen het schriele mannetje.

"Ja meneer, tot uw dienst."

"Krijg nou de vinketering," plots begon vanonder de motorkap een flinke rookwolk op de waaien en hij werd gevolgd door een hard klap tegen de bumper van de auto.

Het is technisch onmogelijk dat iemand me zo snel heeft opgespoord, dacht ze bij zichzelf. Hij moest haar dus al vanaf het strandhuizencomplex zijn gevolgd. Nou is het mogelijk dat deze persoon haar niet moest hebben, maar daar waagde ze het maar niet op.

De zwarte Plymouth liet een mentaal belletje rinkelen, maar ze kon het even niet thuisbrengen. De coma waar ze een jaar in had gelegen had haar geheugen met herinneringen niet al te veel goed gedaan.

Ze schoot een stuk naar voren in haar stoel toen de zwarte auto haar weer ramde. "Ok lieverd, als je het hard wil spelen, kan je het hard krijgen." En meteen verhoogde ze haar snelheid met een flink aantal kilometers, waardoor ze nu auto's met 160 kilometer per uur inhaalde.

Haar achtervolger had haar echter na 200 meter al weer bij gebeend en was enorm aan het bumperkleven.

Met een aantal snelle beweging haalde Cordelia een paar auto's in die opvallend veel snelheid verminderde. Hijgend van de spanning keek ze in de achteruitkijk spiegel en schakelde blind naar een hogere versnelling.

Waarom rijd hij langzaam? Heb ik gewonnen? Een grijns verscheen op haar gezicht, maar toen ze haar hoofd weer terugdraaide en gewoon vooruit keek veranderde die grijns plots in een afspiegeling van afschuw en angst.

En voor ze het door had werd ze met auto en al de lucht in geslingerd door de botsing met de wegwerkwerkzaamheden-wagens.

TBC...