Waar haat, wraak, gestorven onschuld staat geschreven. Bruin levenloos bruin.

Als de putten van de onderwereld.

Waar geen vrijheid ooit heeft gereikt.

Waar de wezens iedere beweging in de gaten houden, klaar om toe te slaan.

Waar wanhoop en chaos heersen.

Bloed over de wanden loopt, vers.

Waar de duisternis zelf angst van heeft.

Eenzaamheid en onrecht de dagen tellen.

De wezens die er leven zijn te kwaadaardig om te kunnen leven, te bloeddorstig om dood te kunnen gaan.

Wraak gevoelens zo sterk. Gebaseerd op het onrecht dat door de gangen sluimert.

Haat, geschreeuw van angst en pijn.

Ze nemen je mee, je kunt geen kant op.

Jijeen zij met vele.

Duistere wezens.

En lege donkere kamer, met bebloede muren. Tapijt zo vuil, de geur van verderf bereikt je neus.

Je staat te trillen genageld aan de vloer.

Duisternis wat je ziet, angst maakt zich meester.

Twee witte klauwen pakken je beet. Ontsnappen onmogelijk, ze houden je beet in een ijzeren grip. Sluiten je op in een cel van duisternis. Wanhoop wordt te groot, angst onmeetbaar.

Je gezicht wordt wit, gebroken bruine diepten. Wit als het laken op de tafel waaronder…

De verbrande geur van de zeven hellen brand in je neus. Doods. Geen onschuld of licht meer over. Alleen de vuren van de zeven hellen, die om wraak vragen, haten.

Geen kleuren alleen bloed en zwarte duister. Een kerkhof, s'nachts, huilende wolven naar de volle maan. Vleermuizen vliegen laag over je hoofd, schijnen je te volgen.

Je rilt.

Het duister leek nog nooit zo sterk.

Je probeert te rennen, staat aan de grond genageld.

Je kunt geen kant meer op.

Je lot is bezegeld.

Je zal sterven.

Een schreeuw van angst

Maar dan in de verte een licht.

En figuur afgetekend tegen de schaduwen.

Een heilige, god, Jezus, Maria, RA? O God fluister je, de woorden nauwelijks hoorbaar.

Je voelt de duisternis uit je verdwijnen. Staat nog steeds te trillen op je benen. Probeert iets te zeggen, maar geen woord komt over je tong. Je vindt jezelf terug. Kijkt om je heen.

Op de zeppelin van kaiba, rillend van de koude wind. Die over het platform blaast.

Een hand zwaaiend voor je ogen. ' Hallo stupid wakker worden, het duel is al lang voorbij hoor!'

' Huh?' het schijnt je niet bereikt te hebben. Zijn ogen denk je. ' Bakura,' zucht je. Blij dat je wakker bent geworden uit die nachtmerrie. Je denkt terug aan het witte doek op de tafel en rilt. De duistere diepten zo...

' Heb je het koud?' vraagt een beleefde engelse stem.

Een rilling loopt over je rug.


Er moest een vervolg komen. En waarom zou ik dan niet de ogen die precies het tegenovergestelde vertellen kiezen. Deze gaat over Ryou's yami, Bakura. De situatie is dit. Je ogen ontmoeten dei van Bakura, je word je duisternis in gesleept. Maar dan gaat Bakura terug in de ring en zie je het licht, Ryou hij maakt he gelukkig wakker.

In de duisternis geschreven, en tot leven gekomen zoals dat altijd gebeurt met enge verhalen. Maar, lees het. En vertel me wat je vindt. Ik ga hier misschien nog mee verder.