Hoofdstuk 1 – De geest van Frederik von Kamelot.
''Wie doet nou zoiets?!'' Melina en Kaylee stonden in het kantoor van hun zaak als journalisten. Hun hele appartement was een puinhoop. Alle papieren lagen over de grond gestrooid. Het was duidelijk dat de persoon die dit op zijn geweten had naar iets op zoek was geweest. ''Ze hebben vast niks gevonden. Er is niks van waarde hier'' merkte Kaylee op, maar dat verontrustte Melina alleen maar meer. Als ze niets waardevols hadden, waar was de inbreker dan op zoek naar geweest? En niet alleen dat… ''Mijn ouders!'' Melina haastte zich het kantoor uit, de trap af, naar het gedeelte van het huis waar haar ouders woonden. Hun kantoor bevond zich op het dak van het huis van Melina's ouders. Aangezien ze te weinig geld hadden om een appartement te huren, en Melina's ouders het kleine kamertje op het dak van het huis toch niet gebruikten (ze gebruikten het daarvoor als zolderkamertje), mochten Melina en Kaylee het voor hun kantoor gebruiken. Om er te komen hadden ze twee opties: Door het huis van haar ouders, of via de lange trap die naast het huis was gebouwd. Maar wat als de inbreker na niks gevonden te hebben, naar Melina's ouders was gegaan? Kaylee rende zo snel ze kon Melina achterna naar beneden. ''Geen zorgen, het gaat vast prima met—'' probeerde ze Melina gerust te stellen, maar die had de deur van de woonkamer al open gegooid. Niemand. Nergens was een spoor van Melina's ouders te bekennen. Wel stond de televisie aan. Melina zuchtte. ''Hoe waren ze, van een normale dag, in deze ramp terecht gekomen?''
Laten we bij het begin beginnen. Ik zal mezelf even voorstellen. Mijn naam is Melina Parker. Samen met mijn beste vriendin Kaylee Sheinfeld heb ik mijn eigen 'detective' bureau opgericht. Geen zaak of crimineel is ons te slim af… is wat we altijd zeggen. We noemen het dan wel een detective bureau, maar eigenlijk zijn we gewoon journalisten die artikelen voor onze lokale krant schrijven (en Kaylee maakt de foto's), en tussendoor de spannendste zaken oplossen. Al hadden we nooit doorgehad dat dit alleen nog maar het begin was van een mysterie, dat ons in een nog veel groter avontuur mee zou slepen. Het begon allemaal toen we op een dag in ons kantoor zaten, op zoek naar een nieuwe zaak om over te schrijven.
Melina leunde zuchtend achterover in haar bureaustoel. ''We zitten nu al dagen zonder een nieuwe zaak!'' klaagde ze hardop. ''Het moet toch niet zo moeilijk zijn om nieuws te vinden?'' Kaylee zat na te denken op de bank van het kantoortje. ''Ik kan wel weer een artikel over de nieuwste idols schrijven?'' opperde ze als idee. ''Alweer?'' vroeg Melina met opgetrokken wenkbrauw. ''De mensen willen iets nieuws, geen—'' Ze hield haar mond toen ze Kaylee's gezicht zag. ''Ik bedoel, anderen zijn gewoon niet zo gefascineerd met idols als jij bent'' maakte ze er snel van. Kaylee stak haar vinger in de lucht als teken dat ze wat wilde zeggen. ''Ik heb een idee! Wat als—'' ''We gaan niet weer het paard van je buren dat je hebt geleerd te dansen op idolmuziek interviewen'' reageerde Melina, waardoor Kaylee al snel haar hand omlaag haalde en naar de grond staarde. ''Dan nog liever die gozer uit Pixiestad die zijn papegaai de vlooienmars heeft leren fluiten'' voegde Melina er nog aan toe. ''Al is dat ook oud nieuws. We moeten ECHT nieuws hebben. Iets waardoor iedereen onze artikelen zou lezen!'' ''Nou…'' begon Kaylee. ''Ik heb misschien wel iets…'' Ze liep naar een van de ladekastjes toe terwijl Melina haar nieuwsgierig aan staarde. Het duurde even voor ze een krantenartikel omhoog de lucht in stak. ''Hebbes! Heb je ooit gehoord van het verhaal van Frederik von Kamelot?'' ''Die geleerde die plotseling verdwenen was? Tuurlijk. Iedereen heeft daar van gehoord, het was op het nieuws'' verzekerde Melina haar. ''Geruchten gaan dat het in zijn oude huis spookt. Mensen horen vreemde geluiden, alsof er iemand aanwezig is, maar dat kan helemaal niet'' vertelde Kaylee verder. Melina haalde haar schouders op. ''Het kan toch gewoon een van zijn oude assistenten zijn die teruggekomen is om wat te halen wat hij had laten liggen of zoiets?'' ''Daarom moeten we het juist tot op de bodem uitzoeken!'' ''Maar…'' ''Wil je nou wel of niet een verhaal voor de krant hebben?''
Kaylee had Melina met haar woorden toch over kunnen halen. Ondanks dat Melina als de doods was voor geesten, waren ze in de avond met zijn tweeën op weg naar het huis en lab van Frederik von Kamelot. Niet veel later stonden ze voor het hek van het laboratorium. Met niet al te veel moeite probeerde Melina het hek open te krijgen. Er kwam geen beweging in. ''Op slot. Jammer, dan maar opgeven en weggaan, we vinden wel een andere scoop''. Melina wilde zich al opgelucht omdraaien, maar Kaylee had andere plannen. Uit haar broekzak viste ze een haarspeld tevoorschijn en probeerde het slot ermee open te peuteren. Melina rolde met haar ogen. Dat lukte toch alleen in films? ''Laten we gewoon naar huis gaan, dit heeft toch geen zi—'' ''Hebbes!'' riep Kaylee uit. Triomfantelijk maakte ze de poort open. ''Twijfel nooit aan de goede ouwe haarspeld truc''. Ze wilde al doorlopen, maar Melina greep haar bij haar arm vast. ''We kunnen toch niet zomaar gaan inbreken? Dat is illegaal!'' ''Tuurlijk wel! Er woont hier toch niemand''. Kaylee begreep niet waar ze nou zo'n probleem van maakte. Het huis was toch verlaten? Wat maakten een paar spoken het nou uit dat ze het huis binnen zouden komen. Ze haalde haar schouders op. ''Als jij niet meegaat ga ik wel alleen. Als ik een spook op de foto weet te zetten heb ik al bewijs genoeg, toch?'' Ze rukte zich los van Melina's grip en rende de tuin in. ''Kaylee, wacht nou…!'' Melina zuchtte. Wat nu? Achter haar aan gaan? Niet dat ze verder veel keus had…
-Intussen, in een elvenhuis in Pixiestad, ver hiervandaan-
In een huis in Pixiestad zaten drie elven op de bank, twee jongens en een meisje. ''Wanneer zou Mabel eindelijk terug komen, denken jullie?'' vroeg het meisje zenuwachtig aan de twee jongens terwijl ze heen en weer liep door de kamer. Ze had zwart haar en droeg gothic-achtige kleding, maar zag er op de een of andere manier toch nog wel meisjesachtig uit. Een van de jongens, een elf met kort lichtbruin haar, gaapte verveeld. ''Weet ik veel. Maak je niet zo druk, De Wolf riep haar vast niet bij zich voor iets ernstigs''. Het meisje zuchtte geïrriteerd. ''Jij weet ook nooit hoe je iemand gerust moet stellen, he, Derek?'' Ze richtte zich tot de andere jongen. ''Had je niet beter met haar mee kunnen gaan, Sean? De Wolf vroeg ook om jou''. De andere jongen, die blijkbaar Sean heette, een elf met tot op zijn schouders donkerbruin haar, was op zijn mobiel bezig. ''Waarom? Ik heb belangrijkere dingen om te doen'' antwoordde hij zonder op te kijken van zijn telefoon. Het meisje zuchtte diep. ''Ik heb belangrijkere dingen te doen'' aapte de jongen genaamd Derek hem na. ''Meneer voelt zich te goed voor ons'' spuugde hij er nog achteraan. ''Kappen, Derek'' snauwde het meisje tegen hem. Het leek Sean amper wat te kunnen schelen. Plotseling werd de voordeur open gegooid. In de deuropening stond een meisjes elf met een lang, geel kimonojasje aan en met halflang donkerbruin haar. ''Mabel! Eindelijk! Je bent terug!'' riep het andere meisje uit. ''Hoe was het bij De Wolf?'' Ook de twee jongens keken nu beiden op van waar ze mee bezig waren. ''Goed, De Wolf heeft een opdracht voor ons'' antwoordde Mabel. Ze zwaaide met een briefje door de lucht. ''We moeten dit adres een bezoekje brengen''. Derek's ogen begonnen te glinsteren. ''Mogen we iemand martelen? Dat heb ik al zo lang niet meer gedaan en dat zou eindelijk eens een spannende opdracht worden!'' ''Gadver! Dat ga ik echt niet doen!'' reageerde het zwartharige meisje daarop. ''Wat als mijn kleding vies wordt?!'' Sean keek Derek alleen maar aan met opgetrokken wenkbrauwen. Waar had hij het over? Hij had nog nooit iemand gemarteld. Mabel slaakte een diepe, geïrriteerde zucht. ''Sacylia, je kleding is wel het laatste waar je je als een van de rechterhanden van De Wolf zorgen om zou moeten maken''. ''Dus we mogen iemand martelen?'' riep Derek enthousiast uit. ''Nee! We gaan niemand martelen, tenzij het echt niet anders mogelijk is'' snauwde Mabel naar hem. Derek staarde teleurgesteld naar de grond, balend dat zijn voorstel was afgewezen. ''We moeten er alleen voor zorgen dat dat meisje van het adres, uit eigen wil of niet, met ons meegaat''. Ze draaide zich al om naar de deur. ''Nou? Komen jullie nog of hoe zit dat?''
Terug bij de villa van Von Kamelot waren Melina en Kaylee inmiddels al naar binnen geslopen. Ze waren aangekomen in een grote hal. ''Wat is het hier donker… Kunnen we niet gewoon het licht aan doen?'' Melina wilde al op het lichtknopje drukken, maar Kaylee sloeg haar hand weg. ''Nee! Als we het licht aan doen zullen de geesten niet komen! En het zal opvallen: een leeg verlaten huis dat ineens verlicht is? Straks gaan mensen ons idee nog stelen!'' Langzaam haalde Melina haar hand omlaag. ''Maar wat moeten we dan? We zien hier geen hand voor ogen!'' Kaylee haalde triomfantelijk een zaklamp uit haar broekzak. ''Maar goed dat ik me hierop had voorbereid! Wat moet je toch zonder mij?'' ''Zonder jou? Tja, geen idee! Zonder jou had ik nu misschien in mijn bed gelegen, warm, en tenminste niet illegaal'' antwoordde Melina sarcastisch. Kaylee deed net alsof ze het niet hoorde en liep al door, een andere gang in. Snel haastte Melina zich achter haar aan. Niet veel later bevonden ze zich in de woonkamer. Boven de open haard hing een groot portret van een gezin. Het was een man met een vrouw en een kind. Melina herkende alleen de man; dat was Frederik von Kamelot. ''Is dit zijn gezin?'' Melina keek Kaylee aan. Kaylee knikte als antwoord. ''Klopt, zijn vrouw en zijn dochter. Na zijn verdwijning zijn ze in een ander dorp gaan wonen. Zijn vrouw wilde niet meer in het huis blijven wonen, het gaf haar te veel verdrietige herinneringen''. Kaylee richtte haar zaklamp nog even op het portret voor ze weer door ging. Op hetzelfde moment hoorden ze ineens een harde klap uit een kamer op de tweede verdieping. ''De geesten hebben zich getoond!'' riep Kaylee gefascineerd uit en zette het op een rennen richting de trap naar boven. Onderweg trok ze Melina aan haar arm mee. Eigenlijk wilde die het liefst zo snel mogelijk hier weg, maar veel tijd om te protesteren had ze niet. ''Het kwam uit deze kamer…'' Met de zaklamp voor zich uit en Melina aan haar arm liep Kaylee eenmaal boven richting de kamer waar het geluid vandaan kwam. Het leek op een studeerkamer. Er was geen teken van leven. Er was alleen maar een bureau, en heel veel kasten met boeken. ''Zullen de geesten zich vertonen als ik idolmuziek op zet op mijn telefoon?'' vroeg Kaylee aan Melina, die geërgerd zuchtte. Ze liep naar het bureau dat midden in de kamer stond en bukte zich om iets van de grond te pakken. ''Dat heeft geen zin want er zijn hier helemaal geen geesten. Er is gewoon een boek op de grond gevallen, dat is alles''. Ze hield het boek hoog in de lucht. ''Eh… misschien wilde een van de geesten iets lezen?'' stelde Kaylee grijnzend voor. Melina rolde met haar ogen. Uit het niets begon ineens het licht aan en uit te flikkeren boven hun hoofd. ''Geest!'' riep Kaylee uit terwijl ze zich vliegensvlug richting de deur omdraaide. Melina sprong van schrik achter Kaylee en hield haar stevig vast. Nog steeds was er niks te zien, en nog geen minuut later bleef het licht gewoon weer uit. ''M-misschien… is er gewoon wat mis met de bedrading, ofzo. Ja, dat zal het zijn! Het spookt hier niet'' probeerde Melina hen hardop gerust te stellen, al was het meer voor haarzelf dan voor Kaylee. Kaylee versmalde haar ogen terwijl ze richting de deur keek. ''Vreemd…'' mompelde ze. ''Erg vreemd…'' Melina keek haar niet-begrijpend aan. ''Wat is er vreemd?'' ''Ik bedoel gewoon, er gebeuren hier allerlei vreemde dingen, maar ik heb nog steeds geen enkele geest gezien''. ''Dat is omdat ze niet bestaan'' reageerde Melina, maar het leek net alsof ze tegen een muur aan het praten was. Kaylee proberen te overtuigen had geen enkele zin. ''Deze geest hier vereist grote maatregelen!'' Uit haar andere broekzak haalde Kaylee iets tevoorschijn. Het was een bril. Ze droeg er normaal al een, maar dit was niet degene die ze vaker op had. Deze zag er vreemd uit, als een soort verrekijker, maar dan toch wat anders. ''Dit is mijn infrarood-geesten-bril!'' legde ze uit aan Melina terwijl ze de bril op haar hoofd zette. ''Speciaal gemaakt voor geesten die verstoppertje willen spelen!'' Melina zuchtte. Tuurlijk geloofde ze in geesten, ookal probeerde ze zichzelf te overtuigen van niet, maar alles was gewoon toeval geweest. Het spookte hier echt niet. ''Kaylee doe dat belachelijke ding af, je ziet er niet uit''. Ze was hier zo klaar mee. Kaylee negeerde haar gewoon. ''Stil! Ik moet me concentreren!'' Met haar handen voor zich uit gestoken zodat ze nergens tegen aan zou lopen liep ze richting de deuropening. ''Kom op, laten we gewoon naar huis—'' Melina kon haar zin niet af maken. Haar gezicht betrok terwijl ze naar Kaylee staarde, of eigenlijk, naar wat er voor haar stond. ''K…Kaylee…'' stamelde ze. Kaylee draaide zich schuin om, al zag ze nog steeds nauwelijks wat. ''Wat?'' Melina wees met trillende vinger naar haar. ''G…geest… GEEST!'' riep ze. Kaylee draaide zich vliegensvlug om en tilde de bril van haar neus. ''AAH!"' schreeuwde ze toen ze de geest zag, en deinsde achteruit. Voor hun stond de figuur van een man. Sterker nog; het was de man van het portret van beneden. ''Het is de geest van Frederik von Kamelot!'' riep Kaylee uit. De geestverschijning deed of zei niks en staarde alleen maar naar hun. Kaylee greep haar kans en trok haar camera tevoorschijn. Snel maakte ze een foto van de geest. Melina schudde haar door elkaar. ''Kaylee wat doe je?!'' ''Dit is ons bewijs dat het hier spookt! Beter dan dit kan niet!'' Beiden keken weer op naar de verschijning. Deze leek anders dan eerst. ''Uh… volgensmij heb je hem boos gemaakt'' stamelde Melina. ''Maar hij moet mijn vragen nog beantwoorden!'' Ze pakte Melina's journalistenmicrofoon af en wilde hem voor de geest houden, maar deze glipte uit haar handen, dwars door de geest heen. ''Oeps… Oké, dat ging niet helemaal lekker, maar we kunnen overnieuw beginnen?'' stamelde ze. Melina sloeg haar hand voor haar hoofd. De gezichtsuitdrukking van de geest leek alleen maar bozer te worden. Langzaam kwam hij dichterbij. ''Of niet…'' Kaylee en Melina schuifelden beiden, langzaam ook naar achter. Kaylee hield haar handen bij elkaar als een soort schietgebedje. Ze begon nu toch wel een beetje zenuwachtig te worden nu de geest zo dichterbij kwam. ''We bedoelden het niet zo! Eet ons astublieft niet op! Melina heeft nog niet eens haar eerste vriendje gehad!'' smeekte Kaylee naar de geest. ''Wat moet de geest daar nou weer mee?'' merkte Melina op. ''Hallo, ik probeer je leven te sparen, nu moet je ook iets aardigs over mij zeggen'' reageerde Kaylee terug naar Melina. Melina dacht na. ''Kaylee smaakt naar brood!'' riep ze naar de geest. ''Waar slaat dat nou weer op? Misschien vind die geest brood wel hartstikke lekker'' vroeg Kaylee geïrriteerd aan Melina. Melina haalde haar schouders op. ''Als ik een geest zou zijn zou ik wel iets lekkerder willen eten als ik al jaren niet gegeten heb''. Kaylee zuchtte. Het leek de geest hoe dan ook niets te doen, hij zag er nog net zo boos uit als eerst. Dan zat er nog maar een ding op… ''Rennen!'' schreeuwde Kaylee luid. Dat liet Melina zich geen twee keer zeggen. Zij en Kaylee zetten het op een lopen, ieder zijn eigen kant uit. Uit paniek struikelde Kaylee over iets. ''Au!'' riep ze uit terwijl ze op de grond viel. De geestverschijning begon te flikkeren, en niet veel later verdween hij gewoon. ''V…Volgensmij is hij weg'' stamelde Melina terwijl ze Kaylee's kant op kwam lopen. ''Ik had ook weg hier kunnen zijn als ik niet gestruikeld was over dat stomme ding'' snauwde Kaylee. ''Waar struikelde ik eigenlijk over?'' Met haar hand tastte ze naar het ding waar ze zojuist over gestruikeld was. ''Wat is dit?'' Melina bukte om het beter te kunnen zien. ''Volgensmij is het een soort van projector, ofzo''. Ze drukte op een knopje op het ding. Uit het niets verscheen de geest weer voor hun. Als Melina het knopje weer uit drukte verdween de geest weer. Melina en Kaylee keken elkaar aan. ''Er is helemaal geen geest! Het was al die tijd gewoon een projector! Een of andere stomme grap van iemand!'' ''En jij hebt tegen die persoon gezegd dat ik nog nooit een vriendje heb gehad. Die persoon denkt nu vast en zeker dat ik een loser ben, je wordt bedankt'' antwoordde Melina sarcastisch. ''Jij hebt gezegd dat ik naar brood smaak'' reageerde Kaylee daarop. ''Wat is daar nou zo erg aan?!'' ''Ik smaak naar snoepjes en appeltaart!'' Melina rolde met haar ogen. Dit gesprek ging nergens over. Melina trok Kaylee overeind van de grond. ''Laten we gewoon naar huis gaan. Straks zijn wij degenen die in de krant staan, omdat we erin zijn getrapt''. Kaylee knikte instemmend. Ook zij had er nu wel genoeg van. Er waren hier toch geen echte geesten. Samen liepen ze de studeerkamer uit, richting de trap. ''Een ding weet ik zeker: ik ga nooit meer met jou op 'geestenjacht''' zei Melina tegen Kaylee onder het lopen. ''Volgende keer blijf ik lekker in m'n warme bed liggen''. Toen Kaylee niet reageerde draaide ze zich schuin om naar achteren om te kijken wat er aan de hand was. Kaylee was een eindje terug stil blijven staan. Melina liep zuchtend terug. ''Wat is er?'' ''Ik...'' Kaylee schudde haar hoofd. ''Ik dacht dat ik iets zag, maar ik zal het me wel hebben ingebeeld''. Toch liet haar blik de hal waar ze op neer keken niet los. Melina haalde haar schouders op en wilde alweer verder lopen. ''Daar! Ik zag een schaduw!'' riep Kaylee ineens uit. ''Ik weet het zeker!'' Ze zette het op een rennen richting de trap.
Melina rende achter haar aan. ''Wat doe je?! We zouden toch naar huis gaan?'' ''Dat is vast die grappenmaker! Ik zal het diegene betaald zetten!'' riep Kaylee terug. Melina kon haar amper bijhouden. Kaylee rende de trap af, de hal in. ''Daar!'' Ze wees naar een donkere hoek. Er leek inderdaad iets van een schim te zijn. Zonder te aarzelen gooide ze zichzelf op de persoon, en samen vielen ze op de grond. ''Au!'' klonk het van de schim. Melina liep naar het lichtknopje toe en deed die aan. Ze sloeg haar armen over elkaar en keek naar Kaylee en de andere persoon. Het was een meisje, van ongeveer hun leeftijd, misschien iets ouder. ''Maar jij bent…!'' riep Kaylee uit toen ze haar zag. ''Dat meisje van het portret, toch?'' maakte Melina haar zin af. Ookal was het meisje dat voor hun stond veel ouder, ze was er vrij zeker van dat dit dezelfde persoon was als die op het portret''. Kaylee haalde de microfoon tevoorschijn en hield die vlak voor de mond van het meisje. ''Wat doe jij hier? Zeg op! Je was toch verhuisd met je moeder? En waarom deed je alsof er een geest was?'' Het meisje duwde de microfoon weg. ''Ik hoef jou niets te vertellen'' snauwde ze. Melina kwam ondertussen naar Kaylee en het meisje toelopen en knielde voor haar neer. ''Nee, maar we kunnen wel een artikel schrijven voor de krant en dan weet iedereen dat jij net doet alsof dat het hier spookt''. ''Dat doen jullie toch wel! Jullie stomme elven zijn allemaal hetzelfde'' antwoordde het meisje bot. || ''Ga gewoon weg en laat mij met rust!'' Ze duwde Kaylee aan de kant en stond op. ''Ik woon hier alleen maar en doe toch niemand kwaad? Die geesten zijn juist alleen maar om ongewenste gasten, zoals jullie, weg te houden! Als mensen geloven dat het hier spookt laten ze me tenminste met rust!'' Ze rende weg. Kaylee en Melina bleven verslagen achter. Zonder wat te zeggen strompelden ze naar de uitgang. Eenmaal buiten stonden ze stil. ''Ik wil haar helpen'' zei Melina vastbesloten. ''Wat? Ben je gek geworden? Je hoorde haar zelf, ze wilt met rust gelaten worden!'' sputterde Kaylee tegen. ''Ja maar ze is daar helemaal alleen en heeft niemand! En haar vader is verdwenen! Ze heeft vast ook geen vrienden, dat is toch hartstikke zielig?!'' Kaylee was nog steeds niet overtuigd. ''Als jij niet meegaat, ga ik wel alleen''. Melina draaide zich alweer terug om naar de deur. Kaylee zuchtte. ''Natuurlijk ga ik mee, ik laat je echt niet alleen gaan. Al denk ik niet dat dit zo'n goed idee is…'' Samen liepen ze weer terug naar binnen.
-Op dat moment, bij Mabel, Sacylia, Sean en Derek-.
Het groepje elven was aangekomen bij het adres op het briefje. ''Nummer 36, hier moet het zijn'' zei Mabel terwijl ze van het briefje naar het huis, en weer terug, keek. Het was het huis van Melina en haar ouders. Binnen was het licht aan, Melina's ouders zaten beneden tv te kijken. Derek wreef in zijn handen. ''Marteltijd!'' grijnsde hij. Mabel trok hem mee aan de ketting die hij om zijn nek had hangen. ''Niks marteltijd. We gaan gewoon via de zijtrap naar boven en nemen het meisje mee. Hun hoeven we niet lastig te vallen''. Het groepje liep via de zijtrap naar boven, naar het kantoor van Melina en Kaylee. Eenmaal boven trapte Sean de deur in. ''Oké, je kan rustig meekomen, of anders…'' dreigde Sacylia terwijl de elven naar binnen liepen, maar het had geen zin. Er was natuurlijk niemand. ''Er is niemand thuis'' zei Sean. ''Al dit gedoe voor niks. Kunnen we nu weer weg gaan?'' Mabel schudde haar hoofd en liep naar het bureau toe dat in het appartement stond. ''We gaan niet weg voor we alles doorzocht hebben. Iedereen neemt een eigen hoek van de kamer en we splitsen ons op''.
Het kostte de groep niet veel tijd om het hele appartement door te zoeken. Derek trok alle laden op en keerde alles ondersteboven. ''Oké, er is hier dus niks. Wat nu?'' Sacylia keek Mabel vragend aan. ''Het hoefde niet tot dit te komen, maar helaas. Dan zijn haar ouders aan de beurt''. Ze grijnsde. ''YES! Marteltijd!'' schreeuwde Derek uit en rende het appartement uit om als eerste beneden te zijn. Mabel zuchtte diep. Die dude wist ook niet van ophouden. De rest volgde hem naar beneden.
Beneden zaten Melina's ouders nog steeds nietsvermoedend televisie te kijken. ''Nu heb ik jullie! Het is tijd voor jullie ondergang!'' schreeuwde Derek terwijl hij de trap af rende. De ouders van Melina, twee pixies, wisten even niet wat ze zagen. Verstijfd van schrik staarden ze Derek aan. Hij haalde een stuk touw uit zijn broekzak en stak het naar Sacylia uit, die inmiddels ook beneden was. ''Hier. Help me ze vast te binden''. Sacylia pakte gehoorzaam het andere eind van het touw vast en hielp Derek de twee oudere pixies vast te binden. ''Zeg op! Waar is ze?'' dreigde Derek. ''En geen grapjes!'' Hij probeerde zo gemeen mogelijk te klinken. Mabel en Sacylia stonden achter hem met hun armen over elkaar geslagen. ''Ik weet niet waar je het over hebt'' antwoordde Melina's vader. Intussen was Sean door de woonkamer heen en weer gelopen, en stond stil bij een kast waar wat fotolijstjes op stonden. Hij staarde naar een foto van Melina. Ergens was ze best mooi, vond hij. Hij keek even snel om zich heen, en stopte toen hij dacht dat niemand keek de foto snel in zijn zak, niet wetende dat Sacylia alles gezien had. Snel liep hij weer terug naar de anderen. Hij greep de oudere man bij zijn shirt beet. ''Hij bedoeld waar het meisje is. Jullie dochter'' voegde hij er aan toe. Derek duwde Sean aan de kant. ''Oprotten! Het is mijn beurt om ze te martelen!'' siste hij. Sean haalde zijn schouders op. ''Als jouw manieren nou succes hadden…'' ''Wat zei je?'' reageerde Derek fel terug. ''Jongens, dit brengt ons echt nergens'' bracht Mabel er eindelijk tegenin. Ze staarde naar de twee pixies. ''Waar is het meisje?'' ''Wat jullie ook willen met haar, we zullen haar nooit verraden!'' siste de man boos terug. ''Oh nee? Wacht maar…'' Derek kwam dreigend dichterbij, maar Mabel hield hem tegen. ''Dit heeft geen zin. Ze zeggen toch niets. We komen er zelf wel achter''. Ze draaide zich om. ''Sean, Sacylia. Sluit ze op in de gangkast. We gaan''. Ze pauzeerde nog even om de oudere man aan te kijken. ''We vinden haar toch wel, wacht maar af''.
