Hoofdstuk 2 – De opdracht van De Wolf.
Kaylee en Melina waren terug in het huis van Frederik von Kamelot. Inmiddels was er niemand meer te bekennen. ''Waar is dat meisje nou heen gegaan?'' vroeg Kaylee hardop terwijl zij en Melina in het huis rondkeken. ''Toch denk ik nog steeds dat ze niet op ons gezelschap zit te wachten'' voegde ze er nog aan toe. ''Als jij nou boven zoekt, begin ik beneden'' stelde Melina voor, haar opmerking negerend. ''Niet nodig'' klonk er plots een stem van boven hun hoofd af. Bovenaan de trap in de hal stond het meisje van eerder boos naar hen te staren. ''Ik zei toch dat jullie weg moesten wezen? Waarom zijn jullie nog hier?'' ''We waren ook weggegaan!'' antwoorde Kaylee met haar vinger hoog in de lucht. Ze duwde Melina naar voren. ''Maar Melina wou teruggaan! Ik zei haar al dat het een stom idee was, maar ze wilde niet luisteren'' voegde ze er nog aan toe terwijl ze haar schouders ophaalde. Melina deed een stap naar voren. ''Jij bent toch Donna…? De dochter van Frederik von Kamelot?'' Het meisje bevroor voor een seconde, maar herstelde zich al snel. ''Was ik niet duidelijk genoeg? GA WEG''. Donna bleef nog steeds, met armen over elkaar geslagen, boven aan de trap staan. ''We willen je alleen maar helpen! Misschien kunnen we je vader wel vinden!'' probeerde Melina, maar het leek haar alleen maar bozer te maken. ''Wat weet jij over mijn vader?! Heb jij hem soms ontvoerd?'' ''Natuurlijk niet!''''Leugenaar! Jullie elven zijn allemaal hetzelfde!'' Met die woorden rende Donna er opnieuw van door. ''Erachteraan!'' Melina zette het al op een rennen waardoor Kaylee zich er maar bij neer moest leggen en er ook maar achteraan moest gaan.
Donna rende tot slot een kamer aan het eind van de gang in en gooide de deur nog voor Melina en Kaylee de kamer konden bereiken met een harde klap dicht. Er was het geluid van een klik te horen in het slot. Al rennend kwamen Melina en Kaylee tot stilstand voor de dichte deur. Kaylee probeerde het handvat van de deur uit, maar de deur gaf geen kik. ''Ze heeft hem op slot gedaan'' bromde ze. ''Wat?'' klonk het van de andere kant van de deur. ''Dat is niet grappig!'' Van achter de deur kwam een geluid van iets of iemand, waarschijnlijk Donna, die naar de deur toe kwam schuifelen. Ook van de andere kant werd de deur geprobeerd open te maken. Er kwam geen beweging in. ''Jullie hebben me opgesloten! Laat me eruit!'' klonk het in paniek van achter de deur vandaan. Melina en Kaylee wisselden een blik met elkaar. ''Mooi niet! Dat is je verdiende loon'' antwoordde Kaylee. Ze wilde zich al omdraaien maar Melina trok haar aan haar arm terug. ''Dat kunnen we toch niet maken! We moeten haar gewoon helpen''. Kaylee zuchtte. ''Ja, maar hoe dan?'' ''Heb jij je haarspeld nog? Die 'goeie ouwe haarspeld truc' van je hielp toch altijd?'' ''Ja, maar ik denk niet dat het hier gaat helpen…'' Uit haar zak haalde Kaylee de haarspeld die ze eerder had gebruikt om de voordeur van het slot te krijgen opnieuw tevoorschijn. Ze stak de haarspeld in het gat van de deur en probeerde er wat mee te draaien in het slot. Niet veel later klonk er nogmaals een klik. De deur was open. Kaylee draaide zich verbaasd naar Melina. ''Nou, het hielp toch…'' Van de andere kant werd de deurklink omlaag gedaan. Donna verscheen in de deuropening. Langzaam stapte ze de kamer uit. Ze zei niks en staarde naar de grond, maar ging er ook niet opnieuw vandoor. ''Een bedankje is wel op zijn plaats, vind ik'' zei Kaylee maar Melina gaf haar een duw. ''Au! Het is toch zo?'' reageerde ze daarop terug. ''Waarom zou ik jullie bedanken? Jullie hebben me er ook in opgesloten!'' antwoordde Donna brutaal, maar wierp een blik op Melina en voegde er toen met tegenzin toch nog aan toe: ''Maar ik geloof dat ik jullie wel kan bedanken voor het eruit laten. Dus hierbij: bedankt. En ga nu maar weer weg''. ''We willen je alleen maar helpen…'' Donna wendde haar blik af. ''Jullie verdoen je tijd. Niemand kan me helpen''. ''Je kan ons toch op z'n minst vertellen wat er aan de hand is?'' probeerde Melina nog. ''Omdat we je gered hebben!'' voegde Kaylee er nog aan toe. Donna zuchtte met tegenzin. Ze hadden eigenlijk wel een punt. ''Oké, goed dan''.
De drie meiden liepen naar beneden, de woonkamer in om op de bank te gaan zitten. Donna begon te vertellen over de dag waarop het allemaal begon. ''Mijn moeder was die dag boodschappen aan het doen en ik was thuis gebleven met mijn vader en zijn assistent. Hij was eigenlijk meer mijn vaders leerling en we gingen veel met elkaar om, hij was namelijk maar een paar jaar ouder dan ik. Terwijl mijn vader boven bezig was waren hij en ik beneden in het laboratorium bezig. Hij vertelde me over een van de experimenten waar hij en mijn vader samen mee bezig waren, tot mijn vader ineens het laboratorium binnen kwam stormen. Zijn gezicht zag lijkbleek en hij was helemaal in paniek. Zonder ons uitleg te geven moesten we ons verstoppen in een van de metalen voorraadkasten van het laboratorium. Niet veel later stormde er een groep elven het laboratorium binnen. Ik kon alles door een kier van de kast zien gebeuren. Ze grepen mijn vader vast en schreeuwden iets van: 'Dit keer zal je ons niet ontkomen!'. Het laatste wat ik zag was dat mijn vader werd meegenomen door de elven die ons huis waren binnen gedrongen om wat voor reden dan ook. Hij is nooit meer teruggekomen, ik weet niet eens of hij überhaupt nog leeft''. Donna staarde naar de grond. ''Toen mijn moeder terug kwam kon ik niets anders dan huilen in haar armen terwijl ik snikkend vertelde wat er zojuist gebeurd was. Ook zij wist er niks vanaf. Niet veel later verhuisden we. Mijn moeder wilde niet in het huis blijven wonen na wat er gebeurd was, het gaf haar te veel slechte herinneringen en ze mistte mijn vader. Mijn vaders assistent is naar een ander laboratorium overgeplaatst en ik heb hem sindsdien niet meer gezien''. ''Maar als jullie verhuisd waren, waarom ben je dan hier, en niet bij je moeder?'' vroeg Melina aan haar. ''Mijn moeder is een tijdje geleden samen gaan wonen met haar nieuwe vriend, en hij is vreselijk. Ik kan gewoon niet geloven dat ze mijn vader zomaar vergeten is. Dat heb ik ook tegen haar gezegd… 'Hij is dood, Donna' is alles wat ze, met tranen in haar ogen, tegen me zei. Maar dat geloof ik gewoon niet, ik kan het niet geloven! Daarom ben ik weggelopen… Ik wilde daar niet meer blijven, en ik dacht dat ik hier misschien aanwijzingen zou kunnen vinden over de verdwijning van mijn vader. En ik had gelijk. Door brieven en papieren die achtergebleven zijn kwam ik erachter dat mijn vader is ontvoerd in naam van een man die 'De Wolf' wordt genoemd. Waarom weet ik niet precies, maar ik denk dat ze mijn vader ergens voor nodig hadden. Ik ben er ook achter gekomen dat de man genaamd De Wolf zich in Pixiestad bevind. Ik kan alleen niks beginnen in mijn eentje, daarom ben ik hier maar gebleven''. ''Kunnen wij je niet helpen?'' Melina had nu best medelijden met Donna en haar situatie. Bovendien leek het haar vreselijk om hier helemaal alleen te zijn. Maar Donna schudde haar hoofd daarop. ''De Wolf heeft misschien wel een heel leger van elven om zich heen''. ''Er moet toch iets zijn wat we kunnen proberen…?'' ''Misschien…'' sprak Kaylee uit. ''Ik heb van mijn familie wel eens iets gehoord van een wijze oude vrouw genaamd Nymphea. Ze schijnt heel machtig te zijn en het vaker opgenomen te hebben tegen de elven. Ik weet niet waar ze is, maar wel dat ze ook in Pixiestad woont. Misschien kan zij wel helpen'' stelde ze voor. Donna leek nog niet helemaal overtuigd, maar Melina legde vastberaden haar hand op Donna's schouder. ''Laten we samen gaan. Het is beter dan helemaal alleen hier blijven en niets doen, toch?'' Donna knikte dankbaar. ''Goed dan''. Ze zouden de volgende morgen met hun koffers bij het station afspreken en dan vertrekken naar Pixiestad. Kaylee zou regelen dat ze bij familie van haar konden slapen. Na alles doorgesproken te hebben, gingen Melina en Kaylee op weg terug naar huis.
-In het hoofdkwartier van de elven, bij De Wolf-.
''Hoe bedoel je 'we hebben het meisje niet hier kunnen brengen?!''' klonk een harde, boze stem boven alles uit. Mabel, Sean, Derek en Sacylia waren geknield voor de troon van de Wolf. ''Jullie hebben gefaald in jullie missie, en dat zal jullie duur komen te staan'' ging De Wolf verder. Niemand zei iets. Geen van allen durfde De Wolf tegen te spreken. ''Mabel en Sacylia, jullie mogen de cellen van de gevangenen schoonmaken. Sean, jij komt mij de komende paar dagen helpen, en Derek… voor jou heb ik een speciaal klusje…'' Mabel en Sacylia wisselden een gefrustreerde blik met elkaar bij het horen van hun straf en Derek keek de Wolf angstig aan. ''Toch niet de isoleercel…?'' ''Jazeker, de isoleercel'' Bij het horen van dat antwoord rolde Derek over de grond en deed hij alsof hij bijna dood ging bij het idee alleen al. ''Alstublieft meester! Heb medelijden! Niet de isoleercel!'' Het leek De Wolf niets te doen. ''Pardon meneer'' begon Mabel. ''Maar waarom heeft Sean een veel minder erge straf dan ons? Moeten we niet allemaal gelijk gestraft worden?'' Derek stond op en wees beschuldigend naar Sean. ''Inderdaad! Laat hem lekker de isoleercel doen!'' ''Ik heb jullie allemaal een straf gegeven. Sean's straf zal heus niet minder erg zijn dan die van jullie, dat kan ik jullie verzekeren'' antwoordde De Wolf daarop. ''Maar…'' ''Geen gemaar, Mabel. Ga weg en ga nadenken over wat jullie gedaan hebben en hoe jullie je fouten kunnen fixen''. De Wolf stond op uit zijn troon en keerde hen de rug toe. Mabel strompelde verslagen met de anderen achter zich aan de kamer uit. ''Dit is echt niet eerlijk'' mompelde ze binnensmonds maar hoorbaar toen Sacylia de deur achter hen dicht had gedaan. ''Waarom moet jij altijd een voorkeursbehandeling krijgen?'' spuugde Derek naar Sean. ''Meneer het lievelingetje van De Wolf'' voegde hij er spottend aan toe. Sean zei er niets op. Hij bleef vlak voor de deur staan terwijl Mabel en Derek verder liepen en hem geen blik meer waardig gunden. Sacylia draaide zich om toen ze zich realiseerde dat Sean niet mee kwam. Ze liep naar hem terug. ''Trek je er niks van aan. Jij kan er ook niets aan doen dat De Wolf jou een andere straf geeft, het is niet alsof je erom gevraagd hebt'' probeerde ze hem gerust te stellen. Sean knikte afwezig. ''Ja… ik moet eigenlijk nog wat doen'' zei hij terwijl hij schuin achterom keek naar de kamer van De Wolf. ''Oké, maar…'' Sacylia was er niet echt gerust op. Eigenlijk moest ze nog steeds terug denken aan wat er eerder die avond was gebeurd, maar was dit wel het juist moment om dat op te brengen? Ze besloot het er maar op te wagen. ''Ik heb gezien dat je die foto in je broekzak stopte'' zei ze snel, en sloeg haar ogen neer. Sean's gezicht betrok, maar hij zei niets. ''Waarom deed je dat?'' Sean keek weg. ''Ik heb die foto meegenomen zodat we haar kunnen herkennen als we haar zien. Volgende keer zal ze niet aan ons kunnen ontsnappen''. Sacylia leek te twijfelen. ''Is dat echt waarom je die foto hebt meegenomen…?'' ''Natuurlijk! Waarom zou ik anders? Ik ken haar niet eens!'' Er verscheen een glimlach op Sacylia's gezicht. Ze leek het te geloven. ''Goed, misschien heb je gelijk. Je bent een van ons, ik moet je gewoon vertrouwen. Ik zie je straks wel bij de anderen dan''. Sean knikte. Sacylia draaide zich om en liep Mabel en Derek achterna. Sean bleef alleen achter voor de deur van de kamer van De Wolf. Er was nu eerst iets wat hij hier nog moest afhandelen. Hij haalde diep adem en klopte op de deur. ''Binnen!'' klonk de stem van De Wolf van achter de deur vandaan. Sean legde zijn hand op de deurklink en opende de deur.
''Het is zo lang geleden dat ik in Pixiestad ben geweest'' zei Kaylee tegen Melina terwijl ze de trap op liepen die van buitenaf naar hun kantoortje leidde. ''Jij wel, ik ben er nog nooit geweest'' antwoordde Melina onder het lopen terug. Na heel wat traptreden stonden ze boven. Het licht in het kantoortje brandde. ''Hé, ben jij vergeten het licht uit te doen toen we weggingen?'' vroeg ze aan Kaylee, die daarop haar hoofd schudde. Ze legde haar hand op de deurklink. De deur was open. Die hadden ze toch op slot gedaan…? Voorzichtig stapten ze naar binnen. ''Wat is hier gebeurd?!'' riep Kaylee uit terwijl ze met open mond het kantoortje in staarde.
We hadden geen idee gehad dat ons nog veel meer stond te wachten dan alleen de puinhoop die van ons kantoor was gemaakt. Dit brengt ons naar het begin van het verhaal, waar we de trap af renden, hopeloos op zoek naar mijn ouders.
''Ik zie ze nergens!'' riep Melina wanhopig uit terwijl ze van de ene kamer naar de andere rende. ''Wacht!'' Kaylee probeerde Melina te kalmeren. ''Laten we rustig blijven. Ze kunnen niet ver weg zijn''. Melina knikte, al geloofde ze er weinig van. Haar ouders gingen nooit zomaar weg, en al zeker niet terwijl er een puinhoop in het huis was en de televisie nog aan stond. Ze waren hier niet lang geleden nog geweest. Plotseling hoorden ze een geluid. Het klonk als een soort gebonk. Melina en Kaylee keken beiden om zich heen, zoekend naar waar het geluid vandaan kwam. ''Daar!'' wees Kaylee. ''De voorraadkast!'' riep Melina uit. Beiden snelden ze erheen. Melina gooide de deur open. Daar waren haar ouders, vastgebonden en met dicht getapete mond. Snel haastten Melina en Kaylee zich om hen los te maken. ''Wat is er gebeurd?!'' ''Het was een groepje van vier elven. Ze kwamen ons huis binnen gedrongen en haalden alles overhoop'' bracht haar moeder met moeite uit. ''Elven? Wat moeten die nou weer van ons?! We wonen hier in een dorp met alleen maar pixies!'' reageerde Melina. ''Ze kwamen niet van hier'' antwoordde haar vader hoofdschuddend. Hij keek Melina aan. ''Ze waren op zoek naar jou. Ze hadden het over iemand die De Wolf heette'' vertelde haar vader tot slot. ''Ik denk dat ze in opdracht van hem werkten''. Melina en Kaylee wisselden een blik met elkaar. Alweer die naam. Dat was ook al de man die achter de ontvoering van Donna's vader zat. ''Maar waarom zaten ze achter mij aan?'' Dat was het enige wat Melina niet begreep. Melina's ouders keken elkaar aan. ''Er is iets wat we je moeten vertellen''.
Even later zaten ze met zijn allen op de bank. ''Het gaat over je echte ouders'' begon haar moeder. ''We weten niet veel over ze, maar ik denk dat het er iets mee te maken heeft''. ''Wacht, je bent geadopteerd?!'' riep Kaylee uit. ''Nieuwsflits!'' ''Uh, duh?'' Melina wees naar haar elvenoren. ''Hoe zou je dit anders verklaren? Ik ben een elf en mijn adoptieouders zijn pixies''. Kaylee haalde haar schouders op. ''Weet ik veel, ik dacht dat er gewoon iets genetisch mis was gegaan bij je geboorte ofzo, en je daarom een elf bent in plaats van een pixie''. Melina zuchtte diep. Soms snapte ze echt niet waar Kaylee's gedachten vandaan kwamen. ''We weten de namen van je ouders niet aangezien het een gesloten adoptie was, maar wat we wel weten is dat je echte moeder je heeft afgestaan omdat ze geen andere keuze had en het beste voor je wilde. Ze wilde dat je ergens zou opgroeien waar je geen gevaar zou leiden, waarschijnlijk zijn die elven een deel van het gevaar'' ging haar moeder verder. ''Ze heeft je zelf je naam gegeven, en de ketting die je hebt geërfd komt ook van haar''. ''Laat me raden, ze komen zeker uit Pixiestad?'' Aangezien De Wolf ter sprake was gekomen zou het niet anders kunnen. Haar vader schudde zijn hoofd. ''Ik weet niet waar ze vandaan komen, maar het zou goed kunnen. Misschien dat zij je antwoorden kunnen geven''.
Na nog even gepraat te hebben over de situatie en ook over die van Donna, waren Melina en Kaylee naar boven gegaan, terug naar hun kantoortje. Melina zat zuchtend onderuit in de bureaustoel en Kaylee zat op de bank. Het was nogal een groot ding om te verwerken. Uiteindelijk verbrak Kaylee de stilte. ''En…? Ben je van plan op zoek te gaan naar je echte ouders?'' vroeg ze. Ze keek op naar Melina, die zachtjes knikte. ''Ik wil weten waarom dit gebeurd'' antwoordde ze vastbesloten. Dat verbaasde Kaylee. ''Alleen daarom? Wil je je echte ouders dan niet graag ontmoeten?'' Melina schudde haar hoofd. ''Dat kan me gestolen worden. Ze hebben me afgestaan. Ik heb mijn pixie-ouders altijd als mijn echte ouders gezien, en dat zal niet veel anders worden''. ''Maar weet je zeker dat-'' Melina onderbrak haar. ''Ja, Ik weet het zeker''. Ze stond op en keek Kaylee aan. ''Laten we hier wat opruimen en dan naar bed gaan. Het zal morgen een drukke dag worden en we moeten onze koffers nog inpakken''. Ze ging al aan de slag met papieren van de grond af rapen. Kaylee staarde haar met een bezorgde blik aan, maar besloot toch maar mee te helpen. Ze had wel een punt, morgenvroeg zouden ze de trein naar Pixiestad pakken. Voor Donna én Melina.
