Hoofdstuk 3 – De reis naar Pixiestad.

De volgende dag stonden Melina, Kaylee, en Donna al vroeg op het station te wachten op de trein naar Pixiestad. Ze hadden alle drie een koffer meegenomen en Melina had Donna inmiddels al ingelicht over wat er de avond ervoor gebeurd was. Niet veel later reed de trein het station binnen. De drie meiden gingen een van de treincoupés binnen en namen plaats op de banken. Voor even was er een korte stilte tot Kaylee begon te praten. ''Oh ja… Mijn tante, waar we heen gaan, is misschien een beetje raar…'' waarschuwde ze. Donna leunde met haar arm tegen het raam aan en ondersteunde daarmee met een geamuseerde blik haar hoofd. ''Raarder dan onze 'geesten verdrijver' hier? Ik kan me daar niet veel bij voorstellen''. Er verscheen een grijns op haar gezicht. ''Hé!'' reageerde Kaylee beledigd, al ging ze er verder niet echt op in. Ze ging gewoon verder met haar verhaal. ''Wat ik eigenlijk bedoel… Mijn tante is een beetje het buitenbeentje van de familie. Ze wordt niet echt… geaccepteerd door iedereen''. ''Waarom niet?'' vroeg Donna met opgetrokken wenkbrauw. ''Nou… ze is getrouwd met een elf. Eerst werd er gedacht dat het gewoon een fase was toen ze met hem uit ging en dat het wel weer over zou gaan, maar inmiddels zijn ze getrouwd en hebben ze twee kinderen. Ze is ook niet echt mijn tante trouwens, maar de nicht van mijn moeder. Ik noem haar gewoon van jongs af aan al tante Caramel. Ik speelde vroeger best vaak met hun kinderen als we er op visite gingen, maar tegenwoordig komen we er niet meer zo vaak''. Ze pauzeerde even om op adem te komen. ''Oom Rex is best aardig hoor, maar je kan wel merken dat hij een echte elf is. Ik snap echt niet hoe iemand met een elf kan trouwen! Wie doet dat nou?'' Donna liet een instemmende 'aha' horen aangezien ze het er helemaal mee eens was. ''Uh, hallo, ik zit hier ook nog''. Melina zwaaide met haar hand voor de gezichten van Kaylee en Donna heen en weer. Zij was immers zelf een elf. Beiden hadden al snel door wat ze bedoelde. ''Oh… maar jou bedoel ik niet! Jij bent geen echte elf'' zei Kaylee snel. Melina keek haar daardoor alleen maar raarder aan. Ze sloeg haar armen over elkaar. ''Hoezo ben ik geen echte elf?'' ''Jij steelt niet en bent niet gemeen'' legde Kaylee uit. ''En je ontvoerd geen vaders!'' voegde Donna er overtuigd aan toe. Ze leken beiden erg overtuigd dat ze het juiste gezegd hadden. Melina slaakte een diepe zucht. Langzaam begon de trein te rijden.

''Dus… Donna…'' begon Kaylee grijnzend toen de trein eenmaal op weg was. Ze bracht haar gezicht wat dichter naar Donna toe, die naast haar zat. ''Wat?'' Donna keek haar raar aan, terwijl ze wat afstand probeerde te nemen. ''Hoe zit het eigenlijk met jouw liefdesleven? Vind jij eigenlijk iemand leuk?'' vervolgde Kaylee nieuwsgierig. ''W-wat?!'' stamelde Donna. Haar gezicht werd meteen knalrood. ''Ha! Ik wist wel dat je iemand in gedachten had!'' ''N-Niet waar!'' ''Welles! Anders werd je gezicht niet zo rood!'' antwoordde Kaylee met een grijns. Zelfs Melina keek geïnteresseerd naar Donna, die verlegen haar ogen neer sloeg. ''Oké. Het is waar. Ik vond de assistent van mijn vader leuk, nou goed? Ik heb het alleen nooit tegen hem gezegd''. Kaylee slaakte een enthousiast gilletje. ''Aa, ik wist het wel! Je moet ons ALLES vertellen! Hoe heet hij? Hoe ziet hij eruit?'' drong ze zich op aan Donna, die zich zichtbaar oncomfortabel begon te voelen. ''Dat is niet interessant'' probeerde ze van onderwerp te veranderen. Ze wees snel op Melina. ''Waarom praten we niet over haar liefdesleven?'' ''Melina's liefdesleven?'' Kaylee keek van Donna naar Melina. ''Die is saai. Ze heeft nog nooit een vriendje gehad omdat iedereen die ze uit vroeg haar af wees''. Melina rolde met haar ogen. ''Wauw. Subtiel'' antwoordde die sarcastisch. ''Wat? Waarom? Ik vind haar hartstikke aardig en ze is best mooi'' vroeg Donna verbaasd. Kaylee boog zich voorover naar Donna toe en fluisterde iets in haar oor. Melina kon Donna's blik van de tafel naar haar elvenoren zien gaan. ''Ah… nu snap ik waarom'' zei Donna tenslotte. ''Nogmaals, ik zit hier hoor'' zei Melina droog. Ze gaf Kaylee een geforceerde glimlach. ''Waarom hebben we het niet over jouw liefdesleven als we toch iedereen af gaan?'' Kaylee's antwoord was helaas niet zo leuk als ze verwacht had. ''Ik heb nu niemand en vind ook niemand leuk''. Kaylee haalde haar schouders op. ''Maar ik heb wel een aantal vriendjes gehad''. Melina wist niet echt goed wat ze daarop moest zeggen en Donna ook niet, waardoor ze beide hun mond maar hielden. De rest van de treinreis verliep rustig en na een paar uur kwamen ze eindelijk in Pixiestad aan.

''We zijn er! Wat heb ik het hier gemist!'' riep Kaylee uit toen het drietal uit de trein stapte. Ze draaide zich naar Melina en Donna toe die met hun koffers achter zich aan slepend naast haar kwamen staan. ''Tante Caramel woont boven haar eigen bakkerij. Het heet de Molly Moo. Het is niet ver hiervandaan''. Melina keek om zich heen. Het was hier veel groter dan in het pixiedorp waar ze vandaan kwamen. ''Hoe moet ik hier ooit mijn ouders terug vinden? Het is hier zo groot''. Ze pakte de ketting van haar moeder in haar handen vast en staarde er voor een korte tijd naar. Donna legde haar hand op Melina's schouder. ''Kom op, Melina. Het lukt ons vast wel. Proberen kan altijd'' zei ze vriendelijk. Ze gingen op weg naar de bakkerij van Kaylee's tante, al hadden ze niet door dat iemand hen vanaf het station in de gaten hield en alles van het gesprek had gehoord...

Na de halve stad te zijn doorgelopen kwamen ze eindelijk aan bij de Molly Moo. ''Ugh, ik dacht dat je zei dat het niet ver was, niet dat we de halve stad door moesten om er te komen vanaf het station'' klaagde Donna. Kaylee deed net alsof ze het niet hoorde. ''Dat wordt dan een cupcake en een glas water. Komt eraan'' klonk een stem. Een pixie jongen met roodbruin haar noteerde de bestelling van een klant op een klein notitieboekje wat hij bij zich had, en stopte het daarna in zijn broekzak. Hij wilde zich omdraaien om terug naar de keuken te lopen tot hij Kaylee, Donna, en Melina zag staan. ''Goedemiddag, kan ik jullie bestelling opneme—'' begon hij, maar stopte toen hij Kaylee zag. ''Kaylee!'' riep hij uit. Er verscheen een glimlach op Kaylee's gezicht. ''Harvey!'' Ze zwaaide vrolijk naar hem. ''Lang niet gezien! Je bent echt gegroeid zeg!'' De jongen genaamd Harvey knikte verlegen. ''De laatste keer dat ik je zag was ik 7 volgensmij'' zei hij. ''Klopt! Is je zus er niet?'' Kaylee keek de bakkerij rond. Harvey schudde als antwoord zijn hoofd. ''Nee, ze is denk ik bij Septimus of onze nicht Lillian''. ''En je moeder?'' ''Die is in de keuken bezig'' antwoordde hij terwijl hij schuin achterom keek naar de keuken. ''Harvey! Waar blijven de bestellingen?'' klonk de stem van Caramel. ''…En nu hier'' voegde Harvey er daarna nog aan toe. Caramel kwam gehaast de keuken uitlopen. ''Waarom duurt het zo lang?'' begon ze, maar stopte toen ze Kaylee en de anderen zag. ''Kaylee! Je bent er al!'' ze glimlachte en liep naar het groepje toe om Kaylee te omhelzen. ''Ik had je pas later verwacht''. Haar blik ging van Kaylee naar Melina en Donna. ''En wie zijn dit? Je vriendinnen?'' Kaylee knikte. ''Dit zijn Melina en Donna, de meiden waar ik aan de telefoon over verteld heb''. Melina en Donna glimlachten beleefd. ''Harvey, ga jij oom Martino eens helpen in de keuken terwijl ik wat te drinken in schenk voor de meiden. Ze zullen vast moe zijn na zo'n lange reis'' stelde Caramel voor. Harvey knikte en rende weg naar de keuken.

Nadat Caramel wat te drinken had ingeschonken zaten ze met zijn allen rond een tafeltje in de bakkerij. ''Dus, wat brengt jullie eigenlijk hier in Pixiestad?'' vroeg Caramel tenslotte. ''Twee dingen eigenlijk…'' begon Kaylee. ''Als eerste zijn we op zoek naar een wijze pixie genaamd Nymphea''. Caramel keek verbaasd op. ''Nymphea? Die ken ik wel ja. Waarom zijn jullie naar haar op zoek?'' Donna nam het woord over. ''Ik denk dat ze me misschien kan helpen mijn vader te vinden. Hij is jaren geleden ontvoerd door elven. Weet u waar ik Nymphea kan vinden?'' Caramel dacht na. ''Meestal is ze wel in de buurt te vinden van haar huis bij de boom des levens. Je kunt het daar proberen. O, en je mag wel 'jij' zeggen hoor. Dat beleefde gedoe hoeft echt niet''. Ze glimlachte naar Donna, die dankbaar knikte. ''Verder zijn we hier om Melina's echte ouders te vinden'' ging Kaylee verder. Melina legde het hele verhaal over wat er de avond ervoor gebeurd was aan Caramel uit. Ze legde haar ketting op tafel. ''Dit is het enige wat ik nog van mijn moeder over heb. Ze heeft het me meegegeven na mijn geboorte''. Caramel's gezicht betrok toen ze de ketting zag. Ze had deze al eens eerder gezien. Ze keek even van Melina naar de ketting, en toen weer terug naar Melina. ''Ik zal kijken of ik erachter kan komen waar die vandaan komt'' stamelde ze maar. Ze forceerde een glimlach op haar gezicht. ''Maken jullie je maar geen zorgen en focus je maar op het vinden van Nymphea''. Ze wist heel goed waar de ketting vandaan kwam. Maar ze kon het toch niet zomaar zeggen? Melina was afgestaan voor een reden, een heel gevaarlijke reden. Nee, ze moest het er eerst goed over hebben. Op hetzelfde moment kwam er een persoon de Molly Moo inlopen. De persoon bevroor even toen hij Caramel aan de tafel in de bakkerij zag zitten, maar liep snel door. Helaas voor hem had Kaylee hem al gezien. ''Hé, is dat niet oom Rex?'' riep ze uit terwijl ze naar hem wees. Rex, die het inderdaad was, stopte en keek naar het groepje. ''Ah… dag Kaylee'' zei hij snel terwijl hij deed alsof hij haar nu voor het eerst pas zag. Zijn blik gleed van Kaylee naar Caramel. ''Ha schat, dag schat'' zei hij snel terwijl hij de keuken in wilde lopen maar Caramel was al opgestaan en had hem bij zijn oor gegrepen. ''En waar denken wij heen te gaan?'' vroeg ze op strenge toon. ''Au! Boven?'' probeerde Rex nog, al werkte dat niet bij Caramel. Caramel sloeg haar armen over elkaar. ''Ik heb Sapphire aan de telefoon gehad''. ''Ja?'' ''Ja. Ze was niet blij''. Caramel's toon veranderde niet. ''Hoe haal je het in je hoofd om Septimus zomaar mee te nemen om een piercing te laten zetten?! Hoe vaak hebben we het hier niet over gehad, Rex?'' Harvey stak zijn hoofd om de hoek van de keuken om te kijken wat er allemaal aan de hand was. ''Maar het stond hem goed! En Floxy vond het prima!'' bracht Rex er tegen in. Caramel slaakte een geërgerde zucht. ''Maar Sapphire niet! Jij en Floxy ook altijd. Laat die arme jongen toch met rust, hij leeft zijn eigen leven''. ''Ik vond toch dat het een goed idee was. Lenny had het ook gedaan'' antwoordde Rex mokkend. ''Ja, net zoals dat je het een goed idee vond om Septimus te leren vechten om de pestkoppen terug te pakken''. ''Precies!'' ''Hij was twee weken geschorst van school omdat hij ze bont en blauw had geslagen'' ging Caramel verder. ''Oké, dat deel van het plan had ik niet voorzien'' gaf Rex toe. ''Maar het werkte wel!'' Caramel zuchtte opnieuw. ''Maak je liever zorgen om je eigen kinderen!'' Ze draaide zich naar de keuken toe, naar Harvey, die snel zijn hoofd terug de keuken in stak. ''Je weet dat Sapphire jouw 'elvenlessen' naar Septimus niet waardeert'' ging ze weer verder tegen Rex. Rex deed zijn mond open om iets te zeggen maar Caramel was hem voor. ''En het kan me niet schelen dat Floxy het er wel mee eens is''. Rex sloot zijn mond weer. ''Prima. Zal me wel niet meer bemoeien'' zei hij uiteindelijk met tegenzin, al wist Caramel heel goed dat hij toch niet ging luisteren. ''Ik meen het. Volgende keer blijft het niet bij alleen een waarschuwing'' waarschuwde ze. Er verscheen een lichte grijns op Rex zijn gezicht. ''Weet ik. Daarom houd ik ook van je'' zei hij terwijl hij haar snel een kus gaf. ''Je bent mooi als je boos bent''. Hij draaide zich om en liep de keuken in. Caramel rolde met haar ogen. ''Slijmbal'' zei ze, al vond ze het stiekem toch wel leuk. Alsof ze ooit boos op hem kon blijven. Ze draaide zich om en liep terug naar Melina en de anderen. ''Waarom gaan jullie je koffers niet uitpakken op de logeerkamer boven?'' stelde ze voor. ''Dan kunnen jullie daarna de stad gaan verkennen''. Kaylee knikte. ''Goed, tante. Doen we''. Caramel wachtte beneden tot het drietal boven was en liep toen naar de telefoon toe. Ze toetste een nummer in en wachtte tot hij over ging. Ze hoorde dat aan de andere kant van de lijn werd opgenomen. ''Hallo? Ja, met mij. Ik denk dat je dochter hier in Pixiestad is''.

-Op dat moment, in het huis van de elven-
Geïrriteerd gooide Mabel de deur van het huis waar zij en de anderen in woonden open. ''Ik ben helemaal kapot'' klaagde ze. Sacylia en Derek kwamen achter haar aan gesjokt. ''Zeg dat wel'' antwoordde Sacylia vermoeid. Derek liet zich languit op de bank vallen. ''Isoleercel… nooit meer…'' bazelde hij, maar Sacylia en Mabel gaven hem geen aandacht. Mabel balde haar vuisten. ''We hebben ons de hele dag kapot gewerkt alleen maar omdat dat stomme kind niet thuis was. Wacht maar tot ik haar te pakken krijg. Ik ga NOOIT meer schoonmaken''. Opgefokt ging ze op de andere bank zitten. ''Waar is Sean eigenlijk?'' Ze keek om zich heen. ''Hij had toch ook straf? Waarom is hij dan niet hier? Nu ik erbij nadenk, ik heb hem na gisteren helemaal niet meer gezien''. Sacylia liep achter de bank heen en weer. ''Ik heb hem gister wel zijn motor zien pakken en zien weggaan'' begon ze twijfelend. Misschien had ze het eerder moeten zeggen. Derek vloog overeind op de bank. ''Wat, dus hij heeft niet eens zijn straftaak uitgevoerd?! En komt er ook nog eens zomaar mee weg!'' riep hij kwaad uit. Mabel knikte instemmend, even woedend als Derek. Sacylia staarde naar Mabel en Derek. Moest ze het vertellen, over Sean's vreemde gedrag van gisteren en de foto die ze hem had zien meenemen…? Nee, ze wilde hem vertrouwen. Het was beter als ze het niet zou zeggen, voor nu in ieder geval. ''Hij is waarschijnlijk gewoon langs het huis van zijn moeder gegaan en komt wel weer terug. Dat doet hij vaker'' opperde Sacylia, al wist ze het eigenlijk niet meer zo zeker. ''Oh, hij zal het krijgen als hij terug komt'' gromde Derek. ''Dan gooi ik hem eigenhandig in de isoleercel''. Hij liet zich opnieuw achterover vallen op de bank en sloot geïrriteerd zijn ogen. ''Maar wat als hij niet meer terug komt…?'' vroeg Sacylia met een toon van twijfel in haar stem. Hoe vaker ze bleef terug denken aan de dag ervoor, hoe meer ze ging twijfelen en hoe vreemder ze zijn gedrag voor de deur van De Wolf vond. ''Onzin, Sacylia'' antwoordde Mabel gelijk. ''Sean verdwijnt vaker voor dagen en komt dan weer terug zonder dat iemand ook maar weet waar hij geweest is. Hij komt wel weer terug, en dan kan hij maar beter een goed excuus hebben. En een zware straf van De Wolf''.

Melina, Kaylee, en Donna hadden hun koffers boven gezet en uitgepakt. Nu liepen ze door de stad. ''Ik mag je tante wel, ze is aardig'' zei Donna tegen Kaylee onder het lopen. Melina liep achter hen aan. Ze was een beetje afwezig en in gedachten verzonken. Plots en met veel lawaai vloog er een geelgekleurde papegaai uit de bosjes vlakbij hen. Kaylee en Donna schrokken zich rot maar Melina leek het pas later door te hebben. De papegaai cirkelde even rondjes om het groepje en ging vervolgens op Donna's hoofd zitten. ''Aah!'' gilde ze uit, terwijl ze er met haar armen naar sloeg. ''Haal dat ding van mijn hoofd af!'' schreeuwde ze. Kaylee en Melina stonden even verbaasd te kijken maar probeerden toen ook met hun armen de papegaai weg te jagen. Deze verroerde zich niet. ''Gabriel, hierrrr'' klonk een stem alsof hij een hond aan het commanderen was. De meiden keken op en zagen een man met halflang blauw haar en een licht beginnende snor hun kant op komen lopen. Ze hadden niet gezien waar hij precies vandaan kwam. Hij hield zijn arm gestrekt waarop de vogel opvloog van Donna's hoofd en plaats nam op de man zijn arm. ''Excuses voor mijn vogel'' zei hij toen hij eenmaal voor hen stond. ''Hij is een beetje opstandig als hij geen koekjes heeft gehad'' voegde hij er nog aan toe. Donna wisselde een blik met Kaylee en Melina. ''Okeeee…. Weirdo alert. En dan heb ik het niet over de blondine naast mij''. ''Inderdaad'' antwoordde Kaylee instemmend, al leek ze zich daarna pas te realiseren wat Donna daarnet zei. ''Wacht, wat zei je over mij?! Ik ben niet raar! Ik ben uniek!'' Donna leek niet echt overtuigd. ''Kraa! Gaby wil koekjes!'' riep de papegaai genaamd Gabriel uit. '''Jaja, geduld, je krijgt zo koekjes. Thuis'' antwoordde de man daarop. ''Slagroom!'' ''Nee, je krijgt geen slagroom, dat is slecht voor je''. De man leek bereid te zijn een hele discussie met zijn vogel te willen voeren. Kaylee keek de anderen aan. ''Oké… laten we er gewoon heel langzaam vandoor gaan'' fluisterde ze. Melina en Donna knikten instemmend. Het drietal draaide zich tegelijkertijd om en wilde er vandoor sluipen, maar werd tegengehouden door de stem van de man. 'Wacht!'' riep de man uit. ''Shit'' vloekte Donna. ''Mislukt''. De man liep naar Melina toe, en deed net alsof hij heel diep moest nadenken en zich wat leek te herinneren. ''Jij… Jij bent Melina toch?'' vroeg hij op twijfeltoon. Melina draaide zich om naar de man. ''Ja…? Hoe weet u mijn naam?'' vroeg ze verbaasd. ''Je bent het echt! Ik dacht het al!'' De man kwam op Melina af en omhelsde haar uit het niets. Melina wist niet wat haar overkwam en stond er maar een beetje stom bij te staan terwijl de man haar omhelsde. Het was Donna die de man bij haar vandaan trok. ''Hey, creepo-slagroomman, afblijven!'' Ze staarde de man met een waarschuwende blik in haar ogen aan. ''Ja!'' Kaylee zette haar handen in haar zij. ''Wie denk je wel niet dat je bent?!'' Melina, nog steeds niet bewust van wat er daarnet gebeurd was, knikte trillend. De man leek zich niets aan te trekken van Kaylee en Donna en bleef Melina aan kijken. ''Ik ben je vader''.

A/N: Er werd me in de reviews gevraagd of ik een wattpad account had. Deze en mijn andere verhalen staan inderdaad ook op Wattpad en daar publish ik liever en eerder omdat het daar makkelijker gaat! Mijn wattpad username is xtunamayo!