Hoofdstuk 5 – De nieuwe erfgenaam.

Het was de volgende dag. De avond ervoor had Kaylee met Donna gepraat en haar een beetje gekalmeerd. Daarna waren ze, en even later ook Melina, gaan slapen. Ze hadden voor het slapen gaan geen woord met elkaar gewisseld. Toen Kaylee en Donna de volgende ochtend wakker werden was Melina al weg, waarschijnlijk naar Morfo toe. Zelf besloten Kaylee en Donna maar om naar het Pixiestadse bos te gaan, op zoek naar Nymphea. Helaas bleek er geen spoor van haar te bekennen. Moe en teleurgesteld besloten ze 's middags daarom maar terug te gaan naar de Molly Moo.

Zuchtend lieten Kaylee en Donna zich aan een tafeltje in de bakkerij neervallen. Aangezien het nog niet zo laat in de middag was was het nog redelijk rustig. ''Wat scheelt er aan?'' vroeg Caramel toen ze de twee meiden zo terneergeslagen zag zitten. Donna begon met praten. ''We zijn naar Nymphea's huis geweest maar ze was nergens te vinden. Wat als de elven haar al te pakken hebben genomen?'' Haar stem klonk angstig. ''Of misschien was ze wel gewoon niet thuis'' bracht Caramel er tegen in. ''Oude wijzen hebben ook een leven. Misschien minder spannend als dat van jullie, maar toch'' vertelde ze vriendelijk. Kaylee knikte langzaam. ''Tante Caramel heeft gelijk'' zei ze tegen Donna. ''We proberen het later gewoon nog eens! En er is nog veel wat we kunnen doen in de tussentijd! Het elvengedeelte verkennen om er achter te komen waar de elven zijn die je vader hebben ontvoerd, bijvoorbeeld!'' stelde ze voor. Donna leek wat meer hoop te krijgen na Kaylee's woorden. Ze leek het te geloven. Caramel fronste. ''Het elvengedeelte? Ik denk niet dat jullie daar makkelijk in komen...'' ''Hoezo niet?'' vroeg Donna. ''De naam zegt het al. Het is het stadsgedeelte van de elven. Ze hebben het niet zo op Pixies''. ''Maar jij bent er toch ook in geweest toen je uit ging met oom Rex?'' merkte Kaylee op. Caramel knikte. ''Ja, maar bij mij was het anders. Juist omdat ik de vriendin van Rex was mocht ik er komen. Rex is een van de erfgenamen van de machtigste elf die er ooit bestaan heeft. Hij was populair en andere elven durfden mij niks te doen omdat ze bang waren voor de wraak van Rex''. Donna stond op van tafel. ''Makkelijk in te komen of niet… ik ga het toch proberen'' zei ze dapper. Ze keek afwachtend van Kaylee, die nog niet opgestaan was. ''Het is het proberen waard''. Uiteindelijk stond Kaylee toch op. Ze wist niet of het zo'n goed idee was maar Donna had tenminste met een ding gelijk: Ze hadden het nog niet eens geprobeerd.

-Op datzelfde moment, bij de elven-
Mabel, Sacylia, en Derek stonden voor de deur van de troonkamer van De Wolf. Ze hadden Sean nog steeds niet gezien en ook via hun telefoons konden ze hem niet bereiken. Wel waren ze erachter gekomen dat zijn spullen er niet meer waren. Derek had luid geklaagd dat hij op zijn telefoon geblokkeerd was, maar Sacylia had hem erop gewezen dat Sean hem al veel eerder had geblokkeerd. Onder het lopen protesteerde Derek nog luidkeels dat het oneerlijk was en dat hij hem allang had moeten deblokkeren, maar niemand luisterde. ''Dus… wie van ons gaat hem vertellen dat Sean weg is?'' Sacylia keek onzeker van Mabel naar Derek. ''Niemand'' antwoordde Mabel met een toon van vastberadenheid in haar stem. ''Voor zover wij weten is hij helemaal niet weg. Hij is gewoon buiten een wandeling aan het maken of iets dergelijks''. Er verscheen een gevaarlijke glinstering in Derek's ogen. ''Bedoel je dat we gaan liegen tegen De Wolf?'' Hij grijnsde. Mabel haalde nonchalant haar schouders op. ''Het is niet liegen als wij geloven dat het de waarheid is''. Ze klopte op de deur. ''Binnen!'' klonk het van achter de deur. De drie elven traden de troonkamer binnen. Eenmaal binnen troffen ze daar De Wolf aan, en nog iemand… Het was een jonge elf, ongeveer veertien jaar oud, die ze niet herkenden. De blik van De Wolf gleed over de drie heen. ''Waar is Sean?'' vroeg hij na een korte pauze. ''We—'' begon Derek, maar Mabel schoof haar hand over zijn mond heen. Ze schonk Derek een geïrriteerde blik toe en richtte zich toen snel weer op De Wolf. ''Hij had geen zin om te komen en vond dat we het met zijn drieën wel aan konden'' verzon ze. De Wolf gromde. ''Zorg dat hij er volgende keer bij is, of hij wil of niet. Dit gaat jullie allemaal aan''. Hij wees op de jongen die naast hem stond. ''Zeg asjeblieft niet dat hij bij ons team komt. Ik heb geen zin om te babysitten op een kleuter'' bromde Derek, maar hield snel zijn mond toen hij de blik zag waarmee De Wolf hem terug aan keek. ''Ik zou maar wat meer respect tonen voor deze 'kleuter' als ik jou was. Hij is namelijk de wettelijke erfgenaam en zal spoedig, nadat hij zijn training bij mij heeft afgerond, jullie meester zijn''. De jongen grijnsde. ''Met de staf in mijn bezit heb ik meer macht dan jullie allemaal bij elkaar''. Hij richtte zijn blik op Derek. ''En ongehoorzame onderdanen zullen niet lang blijven…'' siste hij. Met een boos gezicht staarde Derek terug. Het allerliefst wilde hij de jongen op de grond smijten, maar het leek hem voor een keer beter om het verstandigste te doen en te zwijgen. ''Goed… Mabel, Sacylia, Derek, dit is Septimus'' stelde De Wolf de jongen eindelijk voor. ''Derderangs, maar wettelijke erfgenaam. Ik hoop dat jullie in de toekomst goed met elkaar overweg kunnen. Voor nu kunnen jullie gaan. Ga iets nuttigs doen en hou de stad in de gaten of zoiets. De laatste tijd zitten jullie alleen maar in jullie huis te niksen''. De Wolf draaide zich om naar Septimus. ''Ja, meester'' antwoordden de drie in koor terwijl ze, niet van harte, een buiging maakten uit respect. Eenmaal buiten stonden besloot Derek dat zijn mond dichthouden niet meer nodig was. ''Wie denkt dat kleine opdondertje wel dat hij is?'' snauwde hij tegen niemand in het bijzonder. ''Komt hier even aan als erfgenaam en denkt dat hij gelijk alle macht over ons heeft''. Sacylia haalde haar schouders op. ''Nou ja, in de toekomst heeft hij dat misschien wel''. Derek liet een grommend geluid horen. Mabel liet een diepe zucht van irritatie. ''Je hoorde de baas zijn bevel, laten we maar gewoon de stad in de gaten houden. Misschien gebeurd er dan nog iets spannends''.

Kaylee en Donna waren naar het stadsgedeelte van de elven gegaan om daar op onderzoek uit te gaan. Helaas hield hun onderzoek eerder op dan gehoopt. Ze waren nog niet ver de stad in of een groepje elven hield hen tegen. ''Kijk eens wat we hier hebben…'' siste een van de elven, een meisje, tegen de andere twee jongens die bij haar waren. ''Verdwaalde pixies, hmm? Wat doen jullie hier zo ver van waar jullie vandaan komen?'' merkte een van de jongens met een quasi-geïnteresseerde blik op. Kaylee deed snel uit angst voor de elven een stap naar achter zodat ze half achter Donna verscholen stond, maar Donna verroerde zich niet. ''Net zoals jullie welkom zijn in ons gedeelte van de stad, mogen wij hier ook gewoon komen'' antwoordde ze op bazige toon met haar armen over elkaar geslagen. Een van de elven spuugde op de grond. Hij balde zijn vuisten. ''Wie zegt dat jullie hier mogen komen?'' ''Waag het maar naar voren te komen, dan krijgen jullie een pak slaag. Pixies zijn hier niet welkom'' voegde het meisje er met samengeknepen ogen naar de twee aan toe. Donna deed een stap naar voren maar Kaylee hield haar tegen, waarna Donna zich naar haar toe draaide. ''Het is twee tegen drie. Ja, we zijn in het nadeel, maar als we samenwerken kunnen we makkelijk van ze winnen''. Kaylee schudde haar hoofd. ''Een tegen drie bedoel je. Ik ga echt niet met die elven vechten!'' ''Heb jij een beter idee dan?'' siste Donna terug. ''We kunnen beter wachten tot Melina terug is en aan haar vragen of ze met ons mee wil komen. Zij is een elf, zij komt er vast wel in''. Eerlijk gezegd was Kaylee al blij als ze van die elven weg waren, ze gaven haar de rillingen. Ze zouden hoe dan ook uiteindelijk vast wel een manier vinden om de stad in te komen. Met of zonder Melina. Donna zuchtte, maar moest toegeven dat Kaylee gelijk had. Het was een dom idee om in haar eentje tegen drie elven te vechten. ''Goed dan'' mokte ze. ''We gaan, al is dit niet het laatste wat jullie van ons zullen horen''. Ze stak haar tong uit naar de elven, die er alleen maar bozer van leken te worden. ''Waag het niet, of we gooien jullie er eigenhandig uit!'' riep een van hen terug. Met moeite moest Donna zichzelf tegen houden om niet terug ruzie te maken terwijl ze weg liepen, terug naar hun veilige plek zonder gemene elven: de Molly Moo.

Melina had de hele dag bij haar vader rondgehangen. Hij had haar meegenomen naar een aantal plekken van de stad waar hij bijzondere herinneringen met haar moeder had, en haar van alles verteld. Nu liepen ze richting het Pixiestadse park. ''En dit...'' begon Morfo. ''Is de plek waar je moeder en ik het liefst waren''. Hij stond stil voor een groot meer. ''Het was ook de plek waar we elkaar ontmoet hadden. En nu wil ik hem graag met jou delen''. Hij draaide zich naar Melina toe. Gezamenlijk gingen ze zitten bij het meer. ''Ik kan het me nog herinneren als de dag van gisteren… het was een warme, zomerse dag toen Gaby en ik elkaar ontmoet hadden. Ik had een gebroken hart vanwege een oude liefde die ging trouwen en zocht troost in het park bij dit schitterende meer. Op dat moment was ik zo droevig dat ik dacht dat ik nooit meer gelukkig zou zijn. Dat was het moment dat ik haar zag. Ze had de mooiste, stralende blauwe ogen die er bestonden. Ik was op slag verliefd''. Er verscheen een glimlach op Morfo's gezicht terwijl hij verder vertelde. ''Ze zag me alleen zitten en kwam naar me toe. We hebben heel lang zitten praten en elkaar van alles verteld, maar eigenlijk had ik het gevoel alsof ik haar al veel langer kende''. Morfo nam een pauze van zijn verhaal om te wijzen op een hotdog kraam die iets verderop stond. ''Ik heb met haar samen een hotdog gegeten. Met pindakaas erop. Een uitvinding van mij''. Hij lachtte. ''Sindsdien is dit mijn favoriete plek om te komen en haal ik er nog steeds zo nu en dan hotdogs om te delen met Gabriel. Later bleek dat zij exact hetzelfde voor mij voelde, en wilden we ons leven met elkaar delen''. Het was even stil. Melina wist niet zo goed wat ze op dit verhaal moest zeggen, al had ze de hele tijd aandachtig geluisterd. Het was Gabriel die de stilte verbrak. ''Kraa! Honger!'' riep Gabriel uit. De hele trip had hij op Morfo's schouder gezeten. Een beetje frisse lucht was goed voor hem, had Morfo gezegd, al leek hij daar nu een beetje spijt van te hebben. Morfo zuchtte. ''Ik heb geen eten voor je meegebracht. Je zult moeten wachten tot we weer thuis zijn. Straks''. ''Hotdogs! Hotdogs met pindakaas!'' kraaide de papegaai weer. Blijkbaar had hij ook het hele verhaal meegeluisterd en had hij nu trek gekregen in een hotdog. Melina schoot in de lach om de vogel. Met een diepe zucht stond Morfo op van zijn plek. Hij keek de vogel met een strenge blik in zijn ogen aan. ''Als ik een hotdog voor je haal, houd je dan op met zeuren?'' ''Kraa'' klonk het instemmend van Gabriels kant. ''Goed dan''. Morfo wendde zijn blik van Gabriel naar Melina. ''Wacht hier, ik ben zo terug. Ik haal hotdogs voor ons'' zei hij terwijl hij al weg liep richting het hotdogkraampje, Melina alleen achterlatend met de papegaai. Ze was nog steeds niet echt gewend aan hem, vandaar ook dat het maar stil bleef tussen de twee. Na een paar minuten kwam Morfo terug met drie hotdogs in zijn hand. Hij gaf er een aan Melina en hield de andere twee zelf vast. Gabriel kwam onder hem staan en keek afwachtend naar de hotdog in zijn handen. ''Hotdog!"' kraaide de papegaai terwijl hij probeerde te happen naar de hotdog in Morfo's hand. ''Geduld!'' zei Morfo streng. Hij ging zitten en legde de twee hotdogs op servetjes op het gras neer zodat hij zijn tas kon pakken. Uit zijn tas toverde hij een pot pindakaas en een mes tevoorschijn. Hij draaide de pot open en stak zijn mes erin. ''Jij ook?'' vroeg hij aan Melina, die wijs haar hoofd schudde voor deze rare combinatie. ''Ik lust geen pindakaas''. Morfo haalde zijn schouders op. ''Dat heb je dan in ieder geval niet van je ouders. Ach ja, meer voor ons, hè Gabriel?'' Hij smeerde een van de hotdogs in met een dikke laag pindakaas en wilde die voor Gabriel neer leggen, maar de papegaai was zo opgewonden dat hij in plaats van de hotdog in Morfo's hand beet. ''Au!'' schreeuwde hij uit. ''Stom rotbeest!'' Gabriel, die nu toch zijn hotdog had, liet een spottend soort van gelach als geluid horen. Morfo griste de hotdog voor Gabriels snavel weg en hield hem boven het water. ''Kop dicht of je mag je hotdog met slootwater drinken'' siste hij naar Gabriel. Gabriel hield zijn snavel open alsof hij wat wilde zeggen, maar besloot hem toen uit wijs besluit weer dicht te doen. ''En nu wil ik excuses horen''. ''Excuseer''. ''Wat zei je daar?'' ''Excuseer'' herhaalde de papegaai weer. ''Het spijt me heel erg, meneer Morfo''. Met een strenge blik in zijn ogen staarde Morfo de papegaai aan, alsof dit zijn manier was om de papegaai manieren aan te leren. ''Het spijt me heel erg, meneer Snorfo'' zei de papegaai. Ondanks dat hij inderdaad een snor had leek Morfo het niet te kunnen waarderen. ''Oké nu heb je erom gevraagd''. Hij liet de hotdog los boven het water. Met een luid geklepper van vleugels vloog Gabriel op de hotdog af. Net op tijd kon hij de hotdog redden. Helaas viel hij daardoor zelf in het water. ''Ha ha! Sukkel!'' lachtte Morfo hem uit terwijl hij naar hem wees. Met een boze blik staarde de vogel naar Morfo, maar bracht zijn inmiddels ook drijfnatte hotdog al zwemmend naar de kant en zei niks. Intussen smeerde Morfo zijn eigen hotdog in met pindakaas. Net toen hij de hotdog naar zijn mond toe bracht en er een hap van wilde nemen schoot er iets langs hem wat de hotdog met een snelle vaart uit zijn handen griste. Het was Gabriel, die zijn eigen verdronken hotdog achter had gelaten om zo de verse van Morfo te stelen. ''Wel alle…'' begon Morfo vloekend terwijl hij op stond, maar de papegaai vloog er al vandoor met de hotdog. ''Wacht maar tot je thuis bent!'' schreeuwde Morfo hem nog na. ''Je krijgt een straf van hier tot Tokyo! Nooit meer koekjes!'' Brommend ging hij weer op de grond zitten. Voor even ging zijn blik naar de natte hotdog die verderop op de grond lag, maar besloot het niet te doen. Melina schoof haar hotdog naar hem toe. ''Je mag die van mij wel hebben. Ik weet hoeveel de hotdogs je aan mam doen denken'' bood ze aan. Morfo glimlachtte. ''Lief van je. Dat heb je vast van je moeder, die deelde ook alles met anderen. Maar eet hem zelf maar op, ik wil dat het ook een herinnering voor jou wordt''. Melina glimlachte ook. In stilte nam ze een hap van haar hotdog. ''Weetje…'' begon Morfo uiteindelijk. ''Ik weet dat het wat vroeg is… we hebben pas een dag weer contact… Maar ik zou het geweldig vinden als er een dag komt dat je bij mij thuis intrekt''. Melina keek hem aan. ''Het hoeft nu nog niet!'' zei Morfo snel. Hij wilde niet dat ze zich oncomfortabel zou voelen. ''Maar, misschien… als je het zou willen… kan je vanavond bij mijn huis blijven slapen? Ik heb een logeerkamer. Dan kan je vast wennen aan hoe het is als je er eenmaal woont!'' Melina leek te twijfelen. Ze vond dit eigenlijk veel te snel gaan. Morfo, die zag dat ze twijfelde, voegde er snel aan toe: ''Ik voel me zo eenzaam sinds Gabriëlla weg is. En nu is Gabriel ook nog weg… Ik ben helemaal alleen''. Hij staarde droevig naar de grond. Melina knikte langzaam, meer uit schuldgevoel dan dat ze echt wou. ''Goed… ik blijf wel slapen vannacht''. ''Echt?!'' riep Morfo vol ongeloof uit. Melina knikte. Morfo vloog haar bijna om de hals. ''Je bent echt de meest geweldige dochter die een vader zich ooit kon wensen!'' riep hij blij uit.

Terug in de Molly Moo hingen Kaylee en Donna wat rond in de bakkerij. Ze hadden besloten Caramel en Harvey maar een handje te helpen en zich nuttig te maken. Het enige wat ze nu konden doen is wachten tot Melina terug was. ''O, ik heb een smsje!'' riep Kaylee uit toen ze haar mobieltje in haar broekzak voelde trillen. Haar gezicht betrok toen ze het las. ''Wat is er?'' vroeg Donna toen ze Kaylee's gezicht zag. ''Melina blijft vannacht daar slapen. Ze komt niet naar hierheen''. ''Wat? Ik snap dat het haar vader is, maar ze kent hem pas een dag!'' riep Donna uit. Caramel hoorde de ophef en kwam naar de twee meiden toelopen. ''Wat is er loos?'' ''Alles!'' Donna klonk geïrriteerd. ''Melina heeft het veel te druk met haar vader en heeft geen eens tijd meer voor ons! Ze vergeet wat er echt belangrijk is!'' ''Haar vader?'' Caramel klonk verbaasd. ''Ja, ze heeft haar vader gevonden'' bevestigde Kaylee. ''Gisteren. Hij is alleen een beetje… eh…'' Ze zocht naar het goede woord om hem te omschrijven. ''…Vreemd'' besloot ze uiteindelijk. ''Vreemd? Hij is een rare snijboon!'' riep Donna uit. Caramel schoot in de lach. ''Dat zal toch vast wel meevallen? Jullie moeten hem gewoon wat beter leren kennen''. ''Helemaal niet! Hij was een creep!'' bracht Donna er nogmaals tegen in. ''Hij heeft zijn papegaai vernoemd naar zijn dode verloofde en maakte er gister ruzie mee om de slagroombus!'' Caramel trok haar wenkbrauw op. ''Dood? Verloofde? Waar hebben jullie het over? Ik heb haar gisteravond nog aan de telefoon gehad''. Kaylee en Donna keken elkaar even aan. ''Wacht… weet jij wie Melina's ouders zijn?'' vroeg Kaylee langzaam. Caramel sloeg haar hand voor haar hoofd. ''Ik heb mijn mond voorbij gepraat…'' nam ze zichzelf kwalijk. ''Ik dacht dat jullie het al wisten toen jullie zeiden dat ze haar vader had ontmoet''. Kaylee knikte. ''Dat is ook zo. Tenminste, dat was wat hij zei. Wie zijn haar ouders dan?'' Caramel draaide zich om en schudde haar hoofd. ''Ik heb al veel te veel gezegd. Vergeet wat ik zei''. Kaylee en Donna gingen aan de andere kant voor haar staan. ''Kom op, tante!'' drong Kaylee aan. ''Dit is voor Melina's bestwil!'' Caramel leek te twijfelen, maar slaakte toen uiteindelijk een diepe zucht. ''Goed dan. Haar ouders zijn twee hele goede vrienden van me. Floxy, haar vader, is de beste vriend van mijn man, Rex, en Sapphire, haar moeder, is altijd al mijn hartsvriendin geweest''. ''Wacht eens even… ik dacht dat haar vader Morfo heette?'' merkte Donna op. ''Morfo?'' Caramel trok een wenkbrauw op maar schoot toen in de lach. ''Morfo Melina's vader? Dat mocht hij willen!'' Opnieuw wisselden Donna en Kaylee een blik met elkaar. Wat als Melina in gevaar was?