Hoofdstuk 7 – De wijzen van de Codex.

''Nou? Wat wordt het?'' Sacylia keek afwachtend met een dreigende blik naar het trio. ''Er zit maar een ding op, denk ik…'' Donna zette haar handen in haar zij, en wisselde een korte blik met Kaylee en Melina. Die hadden precies door waar Donna op doelde. ''O? Gaan we vechten?'' vroeg Derek amuserend. Niets was minder waar. ''…Rennen!'' brulde Donna, waarna alle drie de meiden een andere kant op rende. ''Erachteraan!'' brulde Mabel op haar beurt. ''Pak de langharige! De rest boeit niet!'' Sacylia en Derek renden er al vandoor, elk een andere kant op. ''Niet de blonde! Die andere, jij stomme idioot!'' schreeuwde Mabel naar Derek die achter Kaylee aan probeerde te gaan, maar het nog net op tijd kon horen en rennend tot stilstand kwam.

Donna en Kaylee waren veilig toen ze merkten dat niemand meer achter hen aan kwam en ze vonden elkaar snel terug. Melina had minder geluk. Vermoeid bleef ze door rennen en dook uiteindelijk een steegje in. Ze zou dit niet lang meer volhouden. Hijgend kwam ze in het steegje tot stilstand. Van achter haar hoorde ze de stemmen van de elven. Met moeite forceerde ze zichzelf het steegje door te lopen. Wat moesten ze toch van haar? Ze keek om zich heen. Ze kon geen kant op. De elven zouden haar zo hebben ingehaald, en aan het eind van het steegje was een open straat. Ze kon zich nergens verstoppen. Voor haar in de straat hoorde ze ineens het brommende geluid van een motor harder worden. Plots stond de jongen van eerder voor haar neus. Hij zat op zijn motor en stak zijn hand uit naar haar. ''Spring achterop. Ik help je hier weg te komen''. Melina bleef als verstijfd staan. ''Wie zegt dat ik je kan vertrouwen?'' De jongen haalde zijn schouders op. ''Je hebt niet veel keus denk ik''. Van de andere kant van het steegje klonk gekrijs. ''Daar is ze! Pak haar!'' Melina besefte dat de jongen gelijk had. Het was achterop bij hem en misschien in veiligheid komen, of gepakt worden door het groepje elven. Dan waagde ze het liever op dat eerste. Met behulp van de jongen sprong ze achterop zijn motor en hield hem stevig vast. De jongen kon zich niet inhouden om nog even sarcastisch naar de elven te zwaaien en ging er toen, met Melina achterop, vandoor. Mabel, Sacylia, en Derek bleven achter. ''Shit. Ze heeft hulp van buitenaf gekregen'' vloekte Sacylia. Derek gromde. ''Als wij Sean met zijn motor bij ons hadden gehad had hij die elf zo ingehaald. Het is zijn schuld dat we haar niet hebben kunnen pakken!'' Mabel staarde Melina en de jongen met een kwaad gezicht na. ''Niks aan te doen. Laten we teruggaan en een rapportage uitbrengen aan De Wolf''.

''Het is maar goed dat ik jullie in de gaten hield, anders was het misschien anders afgelopen'' zei de jongen, toen hij een eindje verderop zijn motor parkeerde en Melina eraf liet. Hij had wel eerst voor de zekerheid gekeken of het wel veilig was en de elven niet in de buurt waren. Hij keek naar Melina. ''Ik kan je terug naar je vriendinnen brengen als je dat wilt?'' Melina knikte. ''Graag''. Ze wilde alweer achterop de motor gaan zitten, maar de jongen hield haar tegen. ''Moet je me niet eerst bedanken?'' vroeg hij grijnzend. ''Eh… bedankt?'' Melina wist niet echt wat de jongen precies van haar wilde. ''Daar heb ik niets aan''. De jongen deed net alsof hij heel diep na moest denken. ''…Ik heb een beter idee. Waarom laat je me als bedankje niet bij je groep?'' stelde hij voor. Hier had hij al die tijd al op gedoeld moeten hebben. ''Ik weet alle plekken in de stad van de elven uit mijn hoofd, en zelfs buiten dat weet ik me op de meeste plekken wel te redden''. Melina twijfelde. ''Ik weet niet of…'' De jongen leek zich er niets van aan te trekken. ''Kom op, je bent het me verschuldigd'' ging hij door. Tenslotte knikte ze maar. ''Goed dan. Ik haal mijn vriendinnen wel over''. ''Yes!'' Er verscheen een glimlach op de jongen zijn gezicht. Hij ging weer op zijn motor zitten. ''Ik zal je terugbrengen naar je vriendinnen''.

Even later zette de jongen Melina weer veilig bij Kaylee en Donna af. Met armen over elkaar geslagen en een boos gezicht staarde Donna naar de jongen, maar ze kon hem niks verwijten aangezien hij haar juist veilig terug naar hun had gebracht. Melina sprong af de motor, en de jongen bleef haar afwachtend aan staren. ''En? Ga je het hun nog vertellen?'' drong hij aan. ''Wat vertellen?'' vroeg Kaylee. Donna vroeg zich hetzelfde af. Melina zuchtte. ''Nou, eh… Vanaf nu is hij ook deel van ons team. Leuk hè?'' zei ze met een geforceerde glimlach op haar gezicht. ''WAT?!'' riepen Kaylee en Donna in koor, beide op een andere manier. Kaylee was verbaasd, en Donna's reactie was uit ongeloof en ontzet. ''Waarom?!'' riep Donna uit. Ze schudde Melina door elkaar. ''Heeft hij je soms gehersenspoeld? Wat moet hij in ons team?'' Ze liet Melina los en keek de jongen met een waarschuwende blik aan. ''Ik waarschuw je, als je wat met haar hebt gedaan, dan—'' De jongen schudde zijn hoofd. ''Ik heb helemaal niets gedaan. Ik heb haar alleen gered van die elven, en als beloning hoor ik er nu ook bij. Maar zeg eens eerlijk, met mij erbij staan jullie veel sterker''. Donna opende haar mond alweer om iets onaangenaams terug te zeggen, maar Kaylee hield haar tegen. ''We kunnen ons er maar beter bij neerleggen'' zei die. Ze zag dat Donna haar met tegenzin aan keek, maar uiteindelijk bijna onverstaanbaar 'goed dan' mompelde. ''Mooi dat we het er allemaal mee eens zijn. Dus, mag ik je telefoonnummer hebben?'' vroeg de jongen aan Melina. Hij hield zijn mobieltje naar haar uit zodat ze het nummer zelf in kon toetsen. Verward staarde ze de jongen aan. Donna hief haar vuist op. ''Dit kan maar beter geen excuus zijn om haar nummer te krijgen'' gromde ze naar de jongen toe, die zuchtte. ''Ik moet jullie toch kunnen bereiken? Ik hoef niet alleen die van haar, geef me die van jullie ook maar meteen''. Melina knikte en toetste haar telefoonnummer in. Kaylee deed hetzelfde, maar Donna weigerde hem haar nummer te geven, met protest dat hij haar dan kon gaan 'stalken'. De jongen rolde met zijn ogen maar liet het maar gaan. Melina en Kaylee hadden intussen ook zijn nummer in hun telefoon gezet. ''Wacht, wat is je naam eigenlijk?'' vroeg Kaylee. ''Ik wil je niet als 'jongen met motor' in mijn telefoon zetten''. ''Sean. Sean McAllister'' antwoordde de jongen. ''Zelfs zijn naam is stom'' bromde Donna zuur. Melina gaf haar een duw. ''En wat is jouw naam dan?'' vroeg de jongen met opgetrokken wenkbrauw. Hij had alles gehoord. Donna sloeg haar armen over elkaar. ''Gaat je helemaal niks aan'' antwoordde ze. Sean keek naar Kaylee. ''Ze heet Donna von Kamelot'' zei die gelijk. ''Kaylee!'' ''Doe gewoon aardig, je kan er toch niks aan veranderen! Hij leert je naam vroeg of laat toch wel''. Boos mopperend staarde Donna naar de grond. ''Goed, ik heb nog wat dingen te doen'' zei Sean, terwijl hij op zijn motor stapte. ''Ik zie jullie later wel weer, Melina, Kaylee, en…'' Hij richtte zijn blik op Donna. ''…Donut''. Voordat Donna kwaad kon worden scheurde hij er al vandoor met zijn motor. ''Ik ben geen donut!'' schreeuwde Donna hem nog na. ''Ik haat die gast nu al'' klaagde ze hardop. Kaylee en Melina wisselden een blik met elkaar. Ergens vonden ze het wel grappig. ''Wat nu? Ik denk dat we wel klaar zijn met het elvengedeelte onderzoeken voor vandaag…'' zei Kaylee tenslotte. Ze hadden geen aanwijzingen naar Donna's vader gevonden. Toch waren ze wel degelijk iets op het spoor gekomen. De elven die hun achterna zaten, nog steeds om onbekende reden. ''Waarom gaan we niet kijken of Nymphea thuis is?'' stelde Melina voor. Dat was wat ze vanaf dag een al hadden willen doen. ''Goed idee''. Kaylee knikte instemmend. Afwachtend richtte ze zich op Donna, die nog steeds zuur keek, maar uiteindelijk ook maar van ja knikte.

Uiteindelijk waren ze in het Pixiestadse bos aangekomen bij het huis van Nymphea. Ze leefde in een soort van boomhut, maar dan enorm. Melina klopte op de deur. ''Hallo? Nymphea?'' Niet veel later ging de deur open. Een oude groenharige pixie in een lang geel gewaad stond in de deuropening. ''Ja? Wat kan ik voor jullie doen?'' vroeg ze vriendelijk toen ze de drie meiden zag staan. Ze leek zich er niks van aan te trekken dat Melina een elf was. ''We moeten met u praten'' begon Kaylee meteen. ''Ja! Het is een noodgeval!'' stemde Donna in. Nymphea leek even verbaasd maar toen verscheen er een lichte glimlach op haar gezicht. ''Kom binnen. Op de bank met een kop thee praat het een stuk makkelijker'' zei ze terwijl ze de deur voor hen open hield.

Nadat Nymphea voor ieder een kop thee had ingeschonken ging ze zelf ook op de bank zitten. Melina vertelde het hele verhaal: Alles wat er gebeurd was. Van de elven die haar huis overhoop hadden gehaald, tot aan de verdwijning van Donna's vader. Nymphea luisterde en knikte af en toe aandachtig. ''Juist, ja…'' mompelde ze tenslotte, diep in gedachten, toen Melina klaar was met het verhaal. Ze stond op en liep naar het raam toe. Ze staarde naar de verte buiten. ''Ik wist dat deze dag ooit zou komen'' sprak ze toen uit. Ze draaide zich weer terug naar de meiden toe. ''Er is een profetie. De elven denken dat ze de enigen zijn die er van gehoord hebben, maar ook ik heb in het geheim mijn eigen onderzoek uitgevoerd'' ging ze verder. ''Het rijk van de elven is er slecht aan toe. Hun leider is oud en ernstig ziek, daarom hebben ze een vervanger als leider nu. Ze zijn op zoek naar de nieuwe erfgenaam''. Ze vestigde haar blik op Melina. ''In de profetie gaat het over iemand, ook met het bloed van de erfgenaam in zijn aderen, die hen kan stoppen. Zo niet, zal het niet goed voor ons pixies aflopen… Voor hen ben jij hoe dan ook een doelwit: Of je bent de rechtmatige erfgenaam die de troon moet bestijgen, of je bent een verrader die hun ondergang kan worden''. ''Wat?!'' riep Melina geschrokken uit. ''Maar… maar ik begrijp het niet! Waarom ik? Ik ben niet bijzonder! Hoe kan ik een afstammeling zijn van deze elvenmeester?!'' Met een blik van medelijden keek Nymphea Melina aan. ''Het zit in je bloed. Jouw echte ouders zijn gekozen als derde in de lijn om afstammeling te zijn. Rex Gant is de eerste, maar omdat zijn kinderen geen volbloed elf zijn maken zij geen kans. De leider moet immers volledig elf zijn. De tweede in lijn is dood en heeft geen nakomelingen. Dat houdt jouw familie over. Hoe dan ook: Je moet de elven stoppen. Anders zal dit ons allemaal duur komen te staan''. Geschokt en verward staarde Melina voor zich uit. Waarom zij? Ze had hier nooit om gevraagd. Kaylee nam het woord. ''U moet ons helpen!'' riep ze uit, maar Nymphea schudde haar hoofd. ''Ik kan jullie helaas niet helpen'' zei ze. ''Maar… ik weet iemand die dat wel kan doen. Ik, en nog drie andere oude pixies, zijn de wijzen van de Codex en de meest krachtige pixies die er bestaan. Zij, zullen jullie helpen en kracht geven. Helaas zijn ze al lang niet meer gezien en weet ik ook niet waar ze zijn, maar ik weet zeker dat jullie hen kunnen vinden. Ga op zoek naar Athena. Zij zal jullie verder helpen''.

''Lekker dan'' bromde Donna toen ze even later weer buiten stonden. ''Ze had ons net zo goed niks kunnen geven. Hoe moeten wij die Athena nou weer vinden?'' ''Misschien kunnen we het aan tante Caramel vragen?'' opperde Kaylee als idee. ''Zij weet altijd alles''. Uiteindelijk kwamen ze dus maar weer terug bij de Molly Moo aan. Toen ze daar aankwamen was Caramel nergens te bekennen. Wel troffen ze daar Harvey, Anise, en een onbekende elvenjongen aan. ''Kom op, we hadden vanmiddag samen afgesproken'' zeurde de jongen tegen Anise. Anise zuchtte. ''Dat weet ik. Maar m'n moeder moest dringend boodschappen doen voor een veeleisende speciale gast die de hele Molly Moo gereserveerd heeft voor vanmiddag. Ze vroeg me of ik met Harvey samen de boel in de gaten kon houden''. Harvey leek zich niets aan te trekken van het gesprek, hij was te druk bezig met tafels boenen. ''We kunnen toch gewoon weggaan en hem alleen laten. Als er wat mis gaat geven we gewoon hem de schuld'' stookte de jongen verder op. Anise zuchtte nu alleen maar dieper. ''Het spijt me, Septimus, maar ik kan echt niet zomaar weggaan. Hoe graag ik het ook zou willen'' Met een balend gezicht staarde ze naar haar broertje. Mokkend ging Septimus maar op een van de tafels zitten. ''Je kunt me ook helpen?'' stelde ze voor, maar Septimus schudde met een vies gezicht zijn hoofd. ''Is tante Caramel er niet?'' vroeg Kaylee terwijl ze een stap naar voren deed. De rest leek hen nu pas op te merken. Harvey schudde zijn hoofd. ''Ze moest weg, maar ze zal straks vast wel terug zijn''. Kaylee draaide zich naar Melina en Donna toe. ''En nu?'' Donna haalde haar schouders op. Melina dacht na. ''O, we kunnen terug naar Jade gaan! Misschien weet zij iets?'' stelde ze voor. Donna trok een naar gezicht. ''Moet dat…?'' ''We hebben ook Sean als optie nog…'' ''Oké, we gaan naar Jade!'' besliste Donna meteen. Op dat moment kwam Rex de Molly Moo binnen lopen. ''Rex!'' Septimus sprong op van de tafel en rende naar Rex toe. ''O, hey, Septimus''. Rex glimlachte bij het zien van de jongen. Ondanks dat het niet zijn eigen kind was was hij erg op hem gesteld. ''Er is een nieuwe elvenfilm in de bioscoop uit maar ik mag hem van mijn moeder niet zien omdat hij te bloederig is en ik ben er te jong voor… bla bla bla'' kletste Septimus. ''Kunnen we er heen gaan?'' Smekend staarde hij naar Rex. ''Asjeblieft!'' Rex leek even na te denken, maar grijnsde toen. ''Oké, we gaan. Misschien steek je er nog wel iets slechts van op. Maar geen woord tegen je moeder, of tegen Caramel!'' Septimus knikte, dolblij. Hij keek naar Anise. ''Kom je ook?'' vroeg hij afwachtend. Anise keek met een twijfelende blik naar haar broertje maar gooide toen de bezem die ze vast had op de grond. ''Deal, ik kom! Dit wil ik echt niet missen!'' Ze rende naar haar vader en Septimus toe, Harvey achterlatend. Kaylee voelde zich een beetje schuldig voor hem. Nu was hij helemaal alleen. ''Zal ik…?'' begon ze, maar Donna riep gelijk al: ''Ik blijf al!'' Ze leek opgelucht te zijn om niet mee de stad van de elven in te hoeven. ''Weet je het zeker?'' vroeg Melina aan haar. Donna knikte. ''Ik blijf liever hier dan dat ik naar die nare, pixie-hatende plek terug ga''. Melina en Kaylee wisselden een blik met elkaar en Kaylee haalde maar haar schouders op. Ze konden het vast wel aan zonden haar.

''Hoe kunnen jullie zo dom zijn om haar te laten ontsnappen?!'' tierde de stem van De Wolf boven de zaal uit. Mabel, Sacylia en Derek waren voor de troon van De Wolf geknield. ''Het was Sean's schuld, meester!'' begon Derek. ''Hij had er bij moeten zijn!'' ''Dus omdat Sean er niet bij is zijn jullie nutteloos?'' klonk de boze stem van De Wolf. ''Sorry, meneer. Het zal niet meer gebeuren'' zei Mabel, maar De Wolf was nog steeds woedend. ''Dat is je geraden ook! Maar daar zal ik zeker van zijn. Wacht maar af. Jullie kunnen gaan. Laat haar de volgende keer niet ontsnappen!'' Met die woorden uitgesproken hebben stuurde hij hen de zaal uit.

Melina en Kaylee kwamen uiteindelijk terug op de plek waar ze Jade hadden ontmoet. Tot hun opluchting was ze nog steeds buiten met Yasmin aan het spelen. ''Jullie zijn terug!'' riep ze uit toen ze Melina en Kaylee zag. ''Waar is die andere?'' vroeg ze toen ze Donna niet bij hen zag. ''Die wilde niet mee'' antwoordde Kaylee. ''Maar we kwamen voor jou. We wilden je wat vragen''. Jade keek haar vragend aan. ''Heb je ooit gehoord van een wijze genaamd Athena?'' Jade dacht na, maar schudde toen haar hoofd. ''Nooit van gehoord'' antwoordde ze, maar voegde er toen ze de teleurgestelde blikken van Melina en Kaylee bij zag nog aan toe: ''Maar ik kan het aan mijn moeder vragen als het zo belangrijk voor jullie is? Misschien weet zij iets'' stelde ze voor. Melina knikte. ''Graag! Alle beetjes helpen''. Jade glimlachte. ''Mijn huis is niet ver van hier''. Ze pakte Yasmin bij haar hand. ''Kom Yas, we gaan even terug naar huis''.

Na ongeveer tien minuten gelopen te hebben kwamen ze bij een groot paarskleurig elvenhuis aan. ''Hier woon ik'' zei Jade vrolijk terwijl ze naar de voordeur liep. Ze toverde een sleutel tevoorschijn en maakte de voordeur open. ''Mam! Ik ben thuis!'' riep ze hard door het huis heen. Ze duwde Yasmin naar voren zodat die alvast naar binnen kon gaan om haar moeder te begroeten. ''Nu al? Je bent vroeg'' klonk het verbaasd vanuit de woonkamer. ''Ja, en ik heb iemand meegebracht'' riep ze, terwijl ze Melina en Kaylee door het huis begeleidde. Op de bank zat een vrouw met lang paarsblauw haar een boek te lezen. ''Mam, dit zijn Kaylee en Melina. Melina heeft ook een medium-ketting!'' stelde Jade hen voor. Kaylee's mond viel open toen ze de vrouw zag. ''Maar u bent…!'' Er verscheen een glimlach op de vrouw haar gezicht. ''Wauw, je herkent mijn moeder?'' Jade klonk onder de indruk. Kaylee knikte vurig. ''Ze is een van de beste idols van vroeger! Ik kan niet geloven dat dit je moeder is, wauw!'' De vrouw lachte. ''Zo goed was ik nou ook weer niet hoor'' wuifde ze het compliment weg. Melina keek Kaylee aan. ''Wie…?'' vroeg ze, niet-begrijpend. Ze wist niets over de idols waar Kaylee zo'n fan van was. ''Weet je dat ECHT niet?'' Kaylee staarde haar met grote ogen aan. De vrouw stond op en liep naar hen toe. ''Dus jij bent ook een medium?'' vroeg ze terwijl ze Melina vriendelijk aan keek. Melina schudde haar hoofd. ''Ze heeft die ketting van haar moeder gekregen, maar is zelf geen medium'' legde Jade uit. ''Toch geloof ik dat ze spirituele krachten bezit! Dat voel ik aan haar!'' riep ze uit. De vrouw staarde even naar Melina en knikte toen. Ze stak haar hand uit. ''Misschien kan ik je helpen. Mijn naam is Sapphire, ik ben ook een medium''.