Hoofdstuk 9 – Leonard.

Diezelfde avond nog zaten Mabel, Sacylia en Derek in het huis van de elven. Mabel en Sacylia zaten languit op de bank naar een televisieprogramma te kijken, terwijl Derek een paar meter bij een dartbord dat op de deur hing vandaan stond. Op het dartbord had hij een slecht uitgeknipte foto van Sean gehangen. Met een oog dichtgeknepen gooide hij met zijn rechterhand een dartpijltje naar het bord. ''Mis'' gromde Derek. ''Wacht maar tot ik hem raak''. Sacylia draaide zich naar Derek toe en rolde met haar ogen. ''Je doet dit alleen maar omdat hij er beter uit ziet dan jij''. ''Hou je kop of ik gooi het volgende pijltje jouw kant op'' snauwde Derek terwijl hij dreigend het dartpijltje haar richting op hield. Sacylia wuifde het gewoon weg. ''Je mist toch wel'' zei ze verveeld. Derek gromde naar haar, maar ging toch gewoon weer verder met darten. Plots werd er op de voordeur geklopt. ''Sean?!'' Sacylia sprong meteen op van de bank. Mabel en Derek keken ook naar de deur. ''Waarom zou het Sean zijn? Die heeft toch gewoon een sleutel'' reageerde Mabel, maar Sacylia leek zich daar niets van aan te trekken. Ze liep naar de deur toe. ''Ik weet zeker dat het Sean is! Let maar op, alles zal snel weer normaal zijn—''. Ze trok de voordeur open. Voor haar stond een onbekende elf met lang, donkergroen haar en een zwarte, hoge hoed op. Mabel probeerde langs Sacylia heen te kijken. ''Wie is dat?'' vroeg ze. Derek keek ook en haalde zijn schouders op. ''De Wolf heeft me gestuurd'' zei de elf. ''Om hier orde te krijgen''. Hij stapte het huis binnen en keek de woonkamer rond. Een voor een nam hij de andere elven in zich op. ''…En zo te zien is dat wel nodig hier''. Mabel stond op van de bank. ''Wacht eens even. Ik heb hier de leiding'' zei ze toen ze voor hem stond. ''En dat laat ik niet van me afnemen door iemand die hier zomaar binnen komt wandelen''. De elf haalde onverschillig zijn schouders op. ''Kan mij niets schelen. Het zijn orders van De Wolf''. ''Maar we weten je naam niet eens'' bracht Sacylia er tegen in. De elf zuchtte. ''Is dat echt nodig? We zijn collega's, geen…'' Hij trok een vies gezicht bij het uitspreken van het woord. ''…vrienden''. Mabel, die vastbesloten was haar leiderschip niet zo makkelijk te laten afpakken, ging weer languit op de bank zitten. ''Wat maakt het uit? We noemen hem gewoon Bob als hij zijn naam niet wil zeggen'' zei ze verveeld. Dit leek irritaties op te wekken bij de elf. ''Als jullie me iets gaan noemen doe het dan tenminste goed. 'Leider', of 'Meester', was goed geweest, maar als dat echt teveel gevraagd is van jullie minuscule scharminkels noem me dan maar bij mijn naam: Eustace Hugo Wilfried Bernstein''. ''Euswat?'' herhaalde Derek. ''Eusta—'' Mabel rolde met haar ogen. ''Whatever. Noem hem gewoon Bob''. Derek knikte. ''Bob it is'' zei hij terwijl hij een dartpijltje omhoog tilde om te richten op het bord. ''IK HEET GEEN BOB!'' schreeuwde Eustace, maar niemand leek echt naar hem te luisteren. Zelfs Sacylia keek de andere kant op. Hij zuchtte geërgerd. ''Laat ook maar. Binnenkort zal dit allemaal over zijn. Ik heb namelijk een plan om het meisje te vangen''.

Het was de volgende dag. Melina, Kaylee, en Donna hadden allemaal hun spullen bij zich en stonden nu voor de Molly Moo op Sean te wachten. De avond ervoor hadden ze alles nog aan Caramel en Rex uitgelegd, en Melina had Sean een sms gestuurd met hun plannen. Hij had gezegd dat hij er de volgende ochtend zou zijn, maar tot nu toe was er nog geen spoor van hem te bekennen. ''Ok, hij is er niet, kunnen we dan nu gaan?'' vroeg Donna. Ze vond het helemaal niet erg om zonder Sean te vertrekken. Melina schudde haar hoofd. ''Hij had beloofd dat hij zou komen'' hield ze vol. ''Hey! Sorry dat ik zo laat ben!'' klonk het een paar minuten later. Sean kwam hijgend aanrennen. Donna versmalde haar ogen tot spleetjes. ''En, heb je een verklaring?'' Sean trok een wenkbrauw op. ''Sorry hoor, dat sommige mensen niet zo snel een excuus kunnen verzinnen om een paar dagen van huis weg te zijn''. Donna sloeg haar armen over elkaar en keek hem uitdagend aan. ''Woon jij niet eens op jezelf dan?'' Kaylee tikte haar aan. ''Eh, Melina en ik wonen ook nog thuis hoor'' bracht ze haar ter herinnering. ''Jij bent de enige die alleen woont''. Donna was even stil. ''Dus?'' Snel draaide ze zich om. Ze wist dat ze dit gevecht verloren had maar was absoluut niet van plan om dat toe te geven. ''We gaan!'' riep ze snel terwijl ze al begon te lopen. Het drietal achterblijvers wisselde een blik met elkaar maar achtervolgde haar al snel.

De rest van de dag verliep rustig. Ze waren een paar keer onderweg gestopt om uit te rusten of wat te eten, Sean en Donna hadden eindeloze discussies gevoerd, en inmiddels waren ze vlakbij een klein stadje dat omringt was door weilanden en vlaktes. Het begon al donker te worden. ''Kunnen we niet stoppen voor vandaag?'' zeurde Kaylee. Ze was het vele lopen niet gewend en was doodmoe. Melina knikte. ''Misschien is het beter als we inderdaad gaan uitrusten''. Ze wilden net aan de zijkant in het gras gaan zitten, toen Donna vanuit de verte gekleurde lichtjes en herrie opving. ''Wat is dat…?'' vroeg ze hardop terwijl ze het probeerde te zien. De rest keek op. ''Dat is…'' begon Melina. ''DOORREISKERMIS!'' brulde Kaylee enthousiast uit. Haar moeheid leek als sneeuw voor de zon verdwenen. ''Kunnen we gaan?! Asjeblieft?!'' Smekend keek ze haar vriendinnen aan. ''Ik dacht dat je moe was?'' merkte Melina op. Kaylee schudde wild haar hoofd. Melina keek Donna en Sean aan, die allebei hun schouders op haalden. Sean leek het idee ook wel leuk te vinden. ''Oké, we gaan'' gaf Melina uiteindelijk toe. ''Maar niet te lang, want we moeten ook nog onze rust voor morgen hebben. ''YES!'' schreeuwde Kaylee uit terwijl ze er al vandoor rende. De anderen renden achter haar aan.

Niet lang daarna bevonden ze zich op het kermisterrein. Het was nog best groot en had aardig wat attracties staan. ''Wie gaat er mee in de achtbaan?'' riep Kaylee enthousiast. Ze keek het groepje rond. Sean reageerde meteen enthousiast dat hij mee zou gaan, maar Melina en Donna leken er minder blij om. ''Gaan jullie maar, ik hou niet van achtbanen'' zei Melina snel. ''Uh… ja, ik blijf wel bij Melina, anders is ze alleen'' voegde Donna daar aan toe, blij dat ze een excuus had om niet de achtbaan in te hoeven. ''Saai hoor''. Kaylee haalde haar schouders op, maar pakte Sean toen bij zijn arm vast. ''Dan gaan wij wel!'' riep ze terwijl ze hem met haar mee trok en Melina met Donna achterliet. Melina draaide zich naar Donna. ''Wat zullen wij gaan doen?''

Het duurde nog geen seconde of Donna had Melina al naar het eerste de beste voedselkraampje gesleurd omdat ze 'honger had en de karamelappels uit wilde proberen'. Gezamenlijk zaten ze dus aan een tafeltje, Donna met twee karamelappels, een in elke hand. Ze stak er Melina een toe. ''Wil je echt niet?'' vroeg ze met volle mond, maar Melina schudde vriendelijk haar hoofd. ''Dan niet, meer voor mij''. Vanuit haar linkerkant kwam er een duif naar haar toelopen. Hij had waarschijnlijk de geur van de zoete karamelappels geroken en was nu op oorlogspad. Zenuwachtig liep de duif voor Donna's voeten heen en weer. ''Ksst'' siste Donna naar de duif, maar de duif leek het niets te kunnen schelen. ''Dit zijn mijn karamelappels, niet die van jou''. Ze schopte met haar voet richting de duif om hem weg te jagen. De duif vloog op, maar in plaats van weg te gaan landde hij op Donna's hoofd. Voor even leek Donna kalm te blijven. Het duurde niet lang voor ze alsnog in paniek raakte. ''Niet alweer! Haal dat ding van mijn hoofd af!'' gilde ze terwijl ze van tafel op sprong. Nog voordat Melina kon helpen rende ze er al vandoor, in een wanhopige poging de vogel van haar hoofd af te schudden. Melina rende achter Donna aan maar het was te laat. Ze was al verdwenen in de menigte. ''Donna…? Sean…? Kaylee…?'' Stuk voor stuk sprak ze de namen uit maar ze kreeg geen reactie. Angstig keek ze om zich heen. Wat moest ze doen? Ze was helemaal alleen, en… Iemand stootte haar aan. Een glas limonade vloeide over haar kleding heen. ''Shit, sorry, sorry!'' Melina keek op in het gezicht van een knappe pixie met donkergroen haar dat naar achter gebonden in een korte staart zat. ''Ik deed het niet expres!'' verschuldigde hij zich terwijl hij beteuterd met het glas limonade in zijn hand stond te kijken. Snel toverde hij een zakdoek tevoorschijn en stak het naar Melina uit. ''Ik weet dat het niet veel helpt, maar…'' ''Het is oke hoor'' zei Melina snel, al pakte ze toch dankbaar de zakdoek aan om haar kleding wat droog te deppen. ''Kan gebeuren toch?'' voegde ze er nog aan toe, wel met een geforceerde glimlach. Ze kon wel kwaad worden, maar dat had toch geen zin en het zou de jongen alleen maar slechter laten voelen terwijl ze kon zien dat hij er oprecht spijt van had. ''Ik weet het goed gemaakt'' begon de jongen. ''Ik trakteer je op een drankje. Als excuus''. Melina schudde haar hoofd. ''Dat hoeft echt niet hoor!'' zei ze snel. ''Ik moet op zoek naar mijn vrienden. Ze zullen zich vast zorgen maken als ik zo lang weg blijf''. De jongen leek een beetje teleurgesteld. ''Ah… Ik dacht dat je hier alleen was''. Al snel leek hij zich te herstellen. ''Ik help je wel te zoeken naar je vrienden'' zei hij. Nog voordat Melina kon protesteren had hij haar al bij haar arm gegrepen en haar de menigte uitgesleurd.

Iets verderop van alle mensen trok ze haar arm los. ''Wat doe je?! Ik ken je niet eens en je trekt me zomaar mee!'' Voor de jongen leek het de normaalste zaak van de wereld te zijn. Hij haalde zijn schouders op. ''Touché''. Hij stak zijn hand uit. ''Mijn naam is Leonard. Maar je mag me Leo noemen. En wat is de jouwe?'' Met een raar gezicht keek Melina hem aan. Alsof zijn naam zeggen hun ineens geen totale vreemden van elkaar maakten. Toen hij bleef afwachten schudde ze toch maar zijn hand. ''Melina'' antwoordde ze kortaf. Hij glimlachte naar haar. ''Waar kom je vandaan? Volgens mij kom je niet van hier, of wel soms?'' Melina schudde haar hoofd op zijn vraag, maar voordat ze een antwoord terug kon geven werd ze onderbroken door haar naam die geroepen werd. Het waren Kaylee, Sean, en Donna die naar haar toe kwamen lopen.

''Waar was je? We hebben echt overal naar je gezocht!'' riep Kaylee uit. Toen pas zag ze Leo naast haar staan. Voor een seconde staarde ze hem aan, daarna stootte ze Melina aan en fluisterde in haar oor: ''Wie is die knappe pixie en waar heb je hem vandaan gehaald?'' Leo, die het gewoon kon horen, schoot in de lach. Hij stak zijn hand nu ook naar haar uit. ''Leonard. Je mag me Leo noemen als je wilt''. Helemaal rood van schaamte dat hij haar gehoord had pakte Kaylee zijn hand aan. ''Ik heet Kaylee''. Ze wees naar de anderen. ''En dat zijn Donna en Sean''. Leo keek ze beiden aan en gaf een kort knikje. ''Waar komen jullie vandaan?'' vroeg hij. ''Dat hoef jij niet te—'' begon Sean, maar Donna riep meteen keihard 'Pixiestad!' door hem heen. Ook zij leek Leo wel leuk te vinden. ''Pixiestad?'' klonk het verbaasd van Leo af. ''Dat is best ver van hier. Waarom zijn jullie zo ver van jullie woonplaats vandaan?'' ''We zijn op weg naar de stad van Athena'' antwoordde Kaylee. ''De elfloze stad? Waarom willen jullie daarheen?'' Leo wees op Melina en Sean. ''Zeker met hun erbij''. Kaylee deed haar mond alweer open om terug te reageren maar Sean trok haar samen met Melina en Donna bijeen. ''Wat doe je? Je gaat hem toch niet over onze reis vertellen? Je kent hem niet eens!'' siste hij naar Kaylee. ''Waarom niet? Hij is aardig''. Donna knikte instemmend. ''En heel knap'' voegde ze daaraan toe, waarop zij en Kaylee begonnen te giechelen. ''Ik vind dat we hem niks moeten vertellen. Hij weet al te veel''. Sean sloeg een beetje geïrriteerd zijn armen over elkaar. Er verscheen een grijns op Kaylee's gezicht. Ze keek van Sean, naar Melina, en weer terug naar Sean. ''Ben je soms jaloers?'' ''Ik ben niet jaloers!'' riep Sean boos uit, maar Kaylee (en Donna inmiddels ook) gingen gewoon door. Het was Melina die er uiteindelijk een eind aan probeerde te maken. ''Ik vind ook dat hij gelijk heeft'' zei ze snel. ''We weten niet of hij te vertrouwen is. Het is beter als hij van niks weet''. Donna sloeg haar armen over elkaar. ''Best'' mokte ze. Kaylee leek er ook niet al te blij om te zijn. Ze draaiden zich weer terug naar Leo. Die stond er een beetje awkward bij te wachten. ''We moeten helaas onze mond dichthouden over waarom we hier zijn'' zei Donna uiteindelijk met tegenzin. Sean en Melina wisselden een blik met elkaar. Onsubtieler kon ze het niet maken. Met een vreemde blik keek Leo de rest aan, al besloot hij niet door te vragen en het er maar bij te laten. ''Goed, ik hoef niet te weten waarom jullie erheen gaan, maar… ik kan jullie er wel heen brengen?'' bood hij dan maar aan. ''Ik weet de weg er naar toe. Bovendien is het veel gezelliger met meerdere personen''. ''Deal!'' riep Kaylee meteen. ''Kaylee!'' siste Melina gefrustreerd. ''Wat? Hij mag toch wel gewoon mee? Dat kan toch geen kwaad?'' Donna was het er ook mee eens. ''Wacht eens even…'' Sean staarde naar Donna. ''Waarom mag hij wel meteen mee en ik niet?'' ''Jij bent een elf en hij niet'' antwoordde Donna direct, al was dat duidelijk niet de echte reden. Leo zag dat Melina nog steeds twijfelde. ''Kom op, ik wijs jullie alleen maar de weg. Ik ga jullie echt geen kwaad doen hoor'' zei hij, lief lachend, tegen haar. Melina sloeg haar ogen neer toen hij haar aan keek. ''Nou… oké dan'' gaf ze uiteindelijk toe, wat resulteerde op Kaylee en Donna die elkaar juichend een high-five gaven. ''Nu jullie hier toch zijn… laten we nog wat attracties af gaan'' stelde Leo voor. Kaylee's ogen begonnen te glimmen. ''ACHTBAAN!'' riep ze meteen uit, waarop Sean zijn wenkbrauw optrok. ''Heb je niet genoeg gehad? We zijn er al drie keer in geweest''. ''Je kan nooit genoeg van de achtbaan krijgen!'' bracht Kaylee er tegen in. ''Dan ga je maar alleen want ik ga niet meer'' reageerde hij terug. ''Maar misschien wil Leo wel mee?'' probeerde Kaylee terwijl ze hem met een smekende blik aankeek. Leo schudde lachend zijn hoofd. ''Ik zat eigenlijk meer aan het spookhuis te denken. Lekker griezelen'' zei hij. ''Nope. I'm out. Ik ga het spookhuis niet in''. Donna ging naast Kaylee staan. ''Ik ga wel bij jou aan de zijlijn bij de achtbaan kijken'' zei ze snel. Kaylee leek ook niet zo zeker. In haar hoofd voerde ze met zichzelf een gevecht of ze wel of niet mee zou gaan in het spookhuis. Pro's: Als ze bang was kon ze zich aan Leo vastklemmen. Con's: …Daar hoefde ze niet eens over na te denken. Dat het een spookhuis was was al genoeg. Dat laatste bleek toch zwaarder te wegen. Ze schudde haar hoofd. ''Ik hou niet van spookhuizen. Gaan jullie maar''. ''Ik heb ook niet zoveel zin'' zei Sean. Leo pakte Melina's arm vast. ''Dan gaan wij samen'' zei hij met een glimlach. ''Wat? Maar—'' sputterde Melina tegen. Eigenlijk wilde ze absoluut niet in het spookhuis, ze was er als de dood voor. ''Je laat me toch niet alleen gaan?'' vroeg Leo met een teleurgestelde blik. Het leek alsof een kleine, zielige puppy haar aanstaarde. Hoe kon ze daar nou nee tegen zeggen? ''Nou… ik… oké…'' mompelde ze. Waar had ze zichzelf nu weer in terecht laten komen? ''Yes!'' Leo glimlachte blij. Hij begon al, Melina's arm nog steeds vasthoudend, te lopen. ''Wacht!'' klonk het ineens van Sean. ''Ik… ik ga ook mee''. Hij liep achter hen aan. ''Je had toch geen zin?'' merkte Donna op met opgetrokken wenkbrauw. ''Ik heb me bedacht'' verzon Sean snel. Donna en Kaylee keken toe hoe Sean, Leo, en Melina richting het spookhuis liepen. ''Totaal niet jaloers, nee'' bevestigde Kaylee op een sarcastische toon. Ze wisselde een blik met Donna, waarna ze allebei in de lach schoten.

Met flinke spijt stond Melina met de twee jongens in de rij voor het spookhuis. ''Ga jij maar achter ons, dan ga ik wel met Melina in een wagentje'' zei Leo tegen Sean. ''Hoezo? Misschien wil Melina wel met MIJ in een wagentje'' reageerde Sean terug. Met een triomfantelijke grijns op zijn gezicht sloeg Leo zijn armen over elkaar. ''Waarom vragen we het haar zelf niet?'' De twee jongens draaiden zich allebei naar haar toe. ''Wie kies je?'' Met al die aandacht op haar gericht voelde Melina zich nogal oncomfortabel. ''Euh… Waarom gaan jullie niet gezellig samen? Dan ga ik terug naar Kaylee en Donna'' stelde ze met een neppe glimlach voor. ''Ja? Oké, nou doei dan—'' Ze probeerde langs de jongens heen te lopen maar die hielden haar tegen. ''Daar komt niks van in!'' riepen zij in koor uit. ''Het viel te proberen…'' Melina deed langzaam een stap achteruit. ''Volgende!'' riep de man van de kassa. Zonder dat ze er erg in had gehad waren ze al vooraan. ''Ik heb niet de hele dag de tijd'' mopperde hij toen Melina niet gelijk in het karretje stapte. Leo nam van het moment gebruik om haar vast te grijpen en het karretje in te springen. ''Volgende keer beter'' riep hij naar Sean. Het karretje begon al weg te rijden. ''Niet als het aan mij ligt…'' Sean nam een aanloop en sprong in het karretje erbij. ''Wat doe je?! Er is geen plek voor drie personen!'' riep Leo uit terwijl hij bijna uit het karretje geduwd werd. Sean haalde zijn schouders op. ''Moeten we maar dichter tegen elkaar aan gaan zitten''. Met die woorden trok hij Melina dicht tegen zich aan. Leo liet het daar niet bij zitten. Hij pakte Melina bij haar rechterarm beet en probeerde haar nu weer zijn kant op te trekken. Melina wist niet wat haar overkwam en liet het daarom maar gewoon gebeuren dat de jongens elkaar steeds heen en weer aan het trekken waren. ''Oké, STOPPEN!'' schreeuwde ze toen ze terug bij zinnen kwam en er genoeg van had. Abrupt lieten Sean en Leo haar tegelijkertijd los. ''Laten we gewoon de rit af maken''. Ze zuchtte diep. Beide jongens knikten. ''Maareh… je mag mijn hand wel vasthouden als je het eng vind hoor'' kon Leo het niet laten om te zeggen. ''Of de mijne!'' zei Sean snel. Dit liet Melina alleen nog maar dieper en geïrriteerder zuchten. Ze hield haar hoofd in haar handen en staarde naar de bodem van het karretje. ''Ik ga helemaal niemands hand vastpakken! Ik kijk gewoon naar de grond, en doe net alsof ik hier niet—'' Er klonk een eng, griezelig geluid vanuit de verte. ''…ben!'' maakte ze haar zin af met een gilletje. Angstig keek ze op, al had ze dat beter niet kunnen doen. Ze staarde recht in het gezicht van een witte, griezelige gedaante. ''HAAL ME HIERUIT! IK WIL HIER WEG!'' gilde ze hysterisch terwijl ze probeerde over Sean heen te klimmen om het wagentje uit te komen. Leo staarde haar alleen maar raar en verbaasd aan, terwijl Sean haar probeerde terug te trekken. Het lukte Sean uiteindelijk met moeite haar terug het karretje in te krijgen. Hij trok haar naar zich toe in een omhelzing en hield haar stevig vast. ''Rustig. Je bent veilig hier'' fluisterde hij naar haar toe terwijl hij haar zachtjes over haar haren aaide in een poging om haar te kalmeren. Het leek wel iets te helpen, al was ze nog steeds aan het hyperventileren van angst. Leo bleef alleen maar toekijken. Hij wist dat dit niet het juiste moment was om indruk te proberen te maken op haar en liet Sean het afhandelen.

Even later kwamen ze met zijn drieën terug naar Donna en Kaylee teruggelopen. Melina zag nog steeds lijkbleek, al had ze Sean inmiddels los gelaten en liep ze zelf voorop. Donna en Kaylee zaten samen aan een tafeltje bij een van de eetkraampjes te wachten. ''En? Hoe was het?'' vroeg Kaylee nieuwsgierig toen ze hen zag aankomen lopen. Niemand gaf antwoord op haar vraag. ''Ik denk dat het wel genoeg geweest is voor vandaag'' zei Leo. ''Misschien kunnen we beter gaan uitrusten''. Sean knikte. Kaylee en Donna keken elkaar aan. Wat was er in het spookhuis gebeurd dat hun plezier zo had weggenomen? Donna wilde Melina aanstoten om het te vragen, maar die was inmiddels al vooruit gelopen, met Sean en Leo achter haar aan. Ze konden niet veel anders doen dan hen maar volgen.

Op een stuk vlakte verderop, waar ze geen last zouden hebben van de kermis, maakten ze hun kamp. Met haar magie toverde Donna twee tenten tevoorschijn. ''Deze is voor de meiden'' zei ze terwijl ze op de ene wees. ''En die voor jullie'' zei ze tegen Sean en Leo terwijl ze op de andere wees. ''Nou, slaaplekker''. Zonder verder nog wat te zeggen dook ze de tent in. Kaylee en Melina volgden haar. Leo trok zijn wenkbrauw op en toverde er nog een extra tent naast. ''Ik ga echt niet met jou in een tent slapen'' verklaarde hij toen Sean hem vragend aan keek, waarna hij zelf ook zijn tent in dook, Sean alleen achterlatend. ''Moet er niet iemand de wacht houden?'' vroeg hij hardop terwijl hij de richting van de tent van de meiden op keek. ''Wat als de elven ons s 'nachts aanvallen?'' Donna stak haar hoofd uit de opening van de tent. ''Goed idee. En omdat jij het voorstelt, mag jij vannacht de wacht houden. Succes!'' Voordat Sean tegen kon sputteren dook ze snel de tent weer in. Eenmaal binnen ging ze in haar dekens liggen. Melina was inmiddels redelijk bijgekomen en had wel weer wat gezegd, al was ze nog niet heel erg spraakzaam. ''Dus…'' begon Kaylee. ''Wat was er nou gebeurd in het spookhuis?'' ''Moeten we het daar nu echt over hebben?'' Melina wou dit gespreksonderwerp liever vermijden. Het allerliefste vergat ze wat er gebeurd was. ''Volgens mij ziet Leo jou wel zitten'' merkte Donna op. Melina keek haar met een raar gezicht aan. ''Mij? Tuurlijk niet''. Kaylee knikte vurig. ''Echt wel! Hij wou helemaal alleen met je het spookhuis in… maar toen moest Sean het weer verpesten''. Ze rolde met haar ogen. ''Zeg eens…'' Enthousiast boog ze zich wat dichter naar Melina toe. ''Wie vind je leuker? Sean of Leo?'' Lichtelijk rood wordend keek Melina weg. ''Wat maakt dat nou weer uit? We zijn hier voor iets belangrijkers dan jongens hoor. Daar hebben we toch geen tijd voor?'' ''Ontwijk haar vraag niet!'' viel Donna haar bij, die nu ook wel een beetje nieuwsgierig was geworden. ''Leo, toch?'' ''Weet ik veel. Ik ken ze allebei nauwelijks. Laten we gewoon gaan slapen!'' Voordat ze haar met nog meer vragen konden bestoken dook Melina al weg in haar dekens, Kaylee en Donna achterlatend om hetzelfde te doen.

Niet lang daarna was iedereen in slaap gevallen. Iedereen behalve Melina. Klaarwakker lag ze voor zich uit te staren in bed. Zou Sean nog op zijn? Hij zou toch de wacht houden? Voorzichtig kroop ze over Donna heen, naar de opening van de tent. Buiten trof ze Sean aan, die op zijn telefoon wat spelletjes zat te spelen. Hij keek op toen hij Melina zag. Zonder lawaai te maken kwam ze naast hem zitten. ''Kan je niet slapen?'' vroeg hij zachtjes terwijl hij zijn telefoon weg legde. Melina schudde haar hoofd. Het bleef even stil. Ze wisten allebei niet zo goed wat ze tegen elkaar moesten zeggen. Uiteindelijk besloot Melina te spreken. ''Dank je nog…'' ''Voor wat?'' ''Voor dat in het spookhuis… Ik dacht…'' begon ze, maar viel toen stil. ''Nee, laat maar. Het is niet belangrijk''. ''Dat is het wel. Zeg'' drong Sean aan. Melina slaakte een diepe zucht. ''Je zult me wel gestoord vinden als ik het zeg. Ik denk dat ik… dat ik een geest zag''. Ze keek hem in zijn ogen aan terwijl ze dat zei. Sean dacht even na wat het juiste was om hierop te reageren. ''Ik vind je niet gestoord… Maar, heb je dat vaker? Dat je geesten kunt zien?'' vroeg hij uiteindelijk. ''Niet meer… Ik had het vroeger heel vaak. Ik was er doodsbang voor en op een gegeven moment waren ze gewoon verdwenen. Ik dacht dat ik er vanaf was, maar… blijkbaar zijn ze terug''. Toen ze onzeker naar de grond staarde pakte Sean haar hand vast. Hij keek haar aan. ''Geen zorgen! Ik zal je beschermen tegen de geesten!'' antwoordde hij stoer. Hij glimlachte. Pas toen hij zich daadwerkelijk realiseerde wat hij gezegd had liet hij haar hand los en voegde er nog aan toe: ''En je vriendinnen natuurlijk ook''. Melina knikte, maar ze kon het niet helpen om nog even te glimlachen. ''Dankje'' zei ze. Ze besloot nog even bij hem te blijven en vertelde hem over alles wat er de afgelopen dagen gebeurd was. Vooral over de ontmoeting met haar ouders. Uiteindelijk begonnen haar ogen dicht te vallen en was ze vermoeid naast hem in slaap gevallen, waarop Sean haar op tilde en terugbracht naar de tent. Als Donna haar die ochtend bij hem zou vinden zou de hel los breken, en daar zat hij niet echt op te wachten. Nadat hij haar in de tent had gelegd liep hij naar Leo's tent om hem wakker te maken om de wacht over te nemen, waarna hij zelf ook ging slapen.