Hoofdstuk 10 – Athena.

De volgende dag liep Sapphire bij Caramel de Molly Moo in. ''Waar is je moeder?'' vroeg ze toen ze alleen Harvey zag, die druk bezig bestellingen aan het opnemen was. Harvey wees met zijn duim naar achteren. ''In de keuken''. Sapphire bedankte hem en liep de keuken in. ''Caramel!'' riep ze uit toen ze haar zag, waardoor Caramel zich rot schrok en de mixer die ze in haar handen had in het beslag liet vallen. ''Sapph!'' Ze draaide zich verrast om. ''Wat doe jij hier? Ik had je helemaal niet verwacht''. Ze gaf haar vriendin een knuffel. ''Klopt, ik heb je hulp nodig voor iets'' antwoordde Sapphire. ''Waarmee?'' Ondertussen draaide Caramel zich weer om naar haar kom beslag, en probeerde met een vies gezicht de mixer uit het kleverige beslag te vissen. ''Ik wil een feest voor Melina organiseren! Omdat ze weer terug is bij ons'' legde Sapphire uit. Voor even draaide Caramel zich om om Sapphire aan te kunnen kijken. ''Een feest? Weet je zeker dat ze dat leuk vind? Volgens mij is ze helemaal niet het type daarvoor''. ''Onzin!'' reageerde Sapphire gelijk. ''Floxy en ik houden ook van feestjes, en ze is onze dochter, dus!'' Caramel zuchtte. Ze was er niet helemaal zeker van of die logica klopte. ''Goed, maar waar heb je mijn hulp bij nodig dan? Ik weet niets van feestjes'' zei ze. Ze hield er zelf al niet zoveel van, en Rex nog veel minder. Sapphire liep naar Caramel toe en leunde naast haar tegen het aanrecht aan. ''Ik heb je hulp ook niet nodig bij het organiseren… maar bij het eten. Er is niemand in Pixiestad die beter kan koken dan jij, al helemaal niet als het gaat om desserts en taarten''. Caramel lachte. ''Goed dan. Dat kan ik wel doen'' zei ze uiteindelijk. Ze wist nog steeds niet of het wel zo'n goed idee was, maar Sapphire bedoelde het goed. ''Wat wil je dat ik voor je maak?''

S' middags waren Melina en de anderen eindelijk bij de stad van Athena aangekomen. De stad was omringt door een grote muur. 'Nihilum' stond er in grote letters boven de poort van de stad. ''Wat betekent dat?'' vroeg Kaylee hardop. ''Iets met geen. Het zal er wel op duiden dat hier geen elven mogen komen. Het heet niets voor niets de elfloze stad'' legde Leo uit. Hij draaide zich naar Melina toe. ''Ik denk dat het voor het beste is als jij en elfboy hier buiten blijven wachten en wij met zijn drieën naar binnen gaan''. Hij wees toen hij het laatste zei op Donna en Kaylee. Melina schudde haar hoofd daarop. ''Ik moet meegaan. We zijn hier vanwege mij'' zei ze vastbesloten. Leo, die het niet helemaal begreep, keek haar met een raar gezicht aan. ''Dan hebben we een probleem…'' Hij zuchtte. ''…Maar misschien kan ik dat wel oplossen. Ik weet misschien wel een spreuk…'' Zonder verdere uitleg te geven richtte hij zijn twee handen op Melina en vuurde een straal van magie op haar af. Eerst leek het niet te werken, maar daarna begonnen Melina's oren langzaam te veranderen en groeiden er pixievleugels vanuit haar rug. ''Wauw!'' riep Donna uit bij het zien van haar transformatie. Er was haast niet meer te zien dat ze eigenlijk een elf hoorde te zijn. Kaylee staarde ook bewonderend naar Leo. Sean ging voor Leo staan, totaal niet onder de indruk. ''Verander mij nou ook maar in een pixie, dan kunnen we naar binnen''. ''Sorry, mijn transformatiemagie werkt maar een keer tegelijk''. Leo haalde zijn schouders op. ''Ik vrees dat je alsnog buiten moet wachten''. Hij legde zijn hand op Sean's schouder. ''Maar maak je geen zorgen, we zullen zo terug zijn'' zei hij met een vriendelijke glimlach. Dit zorgde ervoor dat Sean hem alleen maar bozer ging aankijken. Melina, blij dat ze nu naar binnen kon, knikte instemmend. ''Het zal echt niet langer duren dan nodig is'' zei ze tegen Sean. ''Bovendien, als jij hier blijft kan je de elven buiten houden mochten ze hierheen komen''. Sean knikte, ook al wist hij ook wel dat het zeer onwaarschijnlijk was dat de elven hen helemaal hierheen zouden volgen, en ze het vooral zei om hem beter te laten voelen. Hij keek de rest na terwijl ze onder de poort door de stad in liepen, maar had toch het gevoel dat er iets niet helemaal klopte, al had hij geen idee wat het zou moeten zijn.

''Wauw! Het is hier zo anders dan in Pixiestad!'' riep Donna uit terwijl ze verwonderd om zich heen keek. Ze waren na de hoofdstraten doorgelopen te hebben uitgekomen op een groot plein met een fontein in het midden. Alle pixies die ze tot nu toe waren tegengekomen waren aardig en hadden hen gegroet. Er leek een hele andere, veel rustigere, sfeer te heersen. Kaylee ging op de rand van de fontein zitten en hield haar telefoon hoog boven haar. ''Jongens kom eens hierheen'' riep ze terwijl ze de anderen naar zich toe wenkte. Donna en Melina kwamen naast haar zitten, maar Leo protesteerde dat hij niet van foto's hield. Haar schouders ophalend maakte Kaylee de foto maar zonder hem. Toen ze de foto terug keek veranderde haar gezichtsuitdrukking direct. Ze keek naar Melina en schoof de telefoon in haar handen. Op de foto waren Melina's elfenoren gewoon te zien. ''Wat? Maar hoe…?'' stamelde ze. ''Je ziet er gewoon nog uit als een pixie'' merkte Kaylee op. ''Mijn magie werkt niet op foto's, of op dingen zoals spiegels'' legde Leo uit. ''Daarin zal je echte reflectie worden weergeven. Het is beter als we dat soort dingen vermijden'' ging hij verder. Melina knikte, nog steeds een beetje verward over de foto. Zij en de anderen stonden op van de fontein om verder te gaan, tot er opeens een stem klonk. ''Donna? Donna, ben jij dat?'' Donna draaide zich als eerste om. Aan de zijkant bij een van de huizen stond een jongen met halflang, wat warrig haar en een laboratoriumjas aan. ''Niet te geloven! Je bent het echt!'' riep hij uit terwijl hij op haar af rende. ''Ik dacht dat ik je nooit meer zou zien!'' Hij trok haar in een omhelzing. Donna wist even niet wat haar overkwam. Pas toen de jongen haar los liet leek ze het zich te realiseren. ''Estaban…?'' fluisterde ze zacht. Was dit een droom, of…? Nee, hij stond echt voor haar. De jongen knikte enthousiast. ''Eh, Donna…?'' Melina tikte haar aan. ''Wie is dit?'' ''Oh ja…'' Donna leek zich pas nu weer bewust te worden dat haar vriendinnen bij haar stonden. ''Weten jullie nog, die assistent van mijn vader waar ik over verteld had? Dit is Estaban'' stelde ze hem voor. ''De assistent van je vader, hmm?'' Kaylee grijnsde. Ze herinnerde zich nog goed wat Donna toen in de trein gezegd had. Er verscheen een rode blos op Donna's wangen. ''Dus? We zijn gewoon vrienden en hebben elkaar lang niet gezien, meer niet''. ''Wat doe je eigenlijk hier? Ik dacht dat je bij je moeder was gaan wonen?'' vroeg Estaban. Donna zuchtte. ''Het is een lang verhaal. Ik vertel het je nog wel een keer. Voor nu moeten we bij Athena zien te komen''. ''Athena?'' Estaban klonk verbaasd. ''Dat is de leider van onze stad. Ik kan jullie wel naar haar toe brengen als jullie dat willen?'' Melina knikte meteen. ''Graag!'' zei ze. Hoe sneller ze bij Athena kwamen, hoe beter.

Onder leiding van Estaban liepen ze een aantal straten door. Ze stopten uiteindelijk voor een groot gebouw, precies in het midden van de stad. ''Hier is het'' bevestigde Estaban. Een voor een gingen ze de trappen op naar het gebouw. Estaban bleef beneden wachten, en 'zou ze wel weer terug brengen als dat nodig was'. Eenmaal boven klopte Melina op de deur. Niet lang daarna verscheen er een wat oudere vrouw met lang, vurig oranje haar dat vast zat in een knot van achter de deur vandaan. ''Aah… bezoekers. Wat kan ik voor jullie doen?'' vroeg ze toen ze het groepje zag staan. ''We zijn hier vanwege de profetie'' antwoordde Melina kalm. Athena leek verrast, maar herstelde zich al snel. ''Kom binnen'' zei ze, waarna ze de deur open hield.

Buiten de stad stond Sean nog steeds ongeduldig te wachten. Hij vond het nu wel erg lang duren. Moest hij naar binnen gaan…? Nee, hij moest op Melina vertrouwen, en op die Leo, al vertrouwde hij hem nog steeds niet. Nog steeds knaagde er iets aan zijn geweten, alsof er iets niet klopte bij die gast. Maar waarom? Peinzend dacht hij na. Het begon met de transformatiespreuk… Natuurlijk! Hoe kon hij zo stom geweest zijn? Een transformatiespreuk was niet iets wat pixies zomaar konden doen. Niemand kon dat zomaar. Tenzij… ''Zwarte magie'' mompelde hij hardop. Alleen elven die de meest duistere kracht bezaten konden dat soort spreuken beheersen. Hij keek op naar de poort die over de stad hing. Hij moest iets doen…

Athena keek uit het raam van haar huis over haar stad heen. ''Vinden jullie het niet geweldig hier?'' Er verscheen een glimlach over haar gezicht bij het zien van het uitzicht. ''Iedereen leeft hier in vrede. Het Nihilum is de ideale stad, zonder elven zijn er ook geen problemen'' sprak ze uit. Leo trok zijn wenkbrauw op. ''Er zijn toch vast ook wel pixies die zich misdragen? Ik kan me niet voorstellen dat—'' ''Natuurlijk niet!'' Athena doorbrak hem midden in zijn zin. ''Ze weten wat er gebeurd als er problemen zijn. Daarom durven hier ook geen elven te komen''. Ze wees met een vinger naar buiten. Melina liep naar het raam toe om te kijken wat er daar was. Vlak buiten de stadsmuren stond een gigantische vulkaan. Ze schrok toen ze zich realiseerde wat Athena ermee bedoelde. Langzaam deed ze een stapje achteruit. ''Ongehoorzamen zullen gestraft en geofferd worden aan de Griekse goden…'' Ze begon te glimlachen. ''Gelukkig is iedereen gehoorzaam en zijn dat soort praktijken al lange tijd niet meer nodig geweest''. Angstig keek Melina naar de anderen. Athena draaide zich van het raam weg. ''Maar goed, jullie zijn hier vanwege de profetie, nietwaar?'' Ze ging verder. ''Ik, en de drie andere wijzen, hebben er ongetwijfeld allemaal van gehoord. Er is me voorspelt dat ik op een dag een groep van vier bij me zou hebben en dat ik een van hen een kracht moest schenken''. Ze liep naar een ladekastje dat tegen de muur stond toe en haalde er een soort amulet uit. Toen ze het amulet vast had liep ze terug naar de vier. ''Dit amulet bezit die kracht. Het zal me vertellen wie van jullie de kracht waardig is''. Ze gaf het amulet als eerste aan Melina. Voor een paar seconden hield ze het in haar handen. Er gebeurde niks. Ook bij Donna gebeurde er niets. Pas toen het amulet Kaylee's handen aanraakte begon het een paarse gloed af te geven en te stralen. ''W…wat is dit…?'' stamelde Kaylee. ''Wees maar niet bang'' stelde Athena haar gerust. ''Het betekent dat het amulet jou gekozen heeft, en ons daarmee met elkaar verbonden heeft''. Ze pakte Kaylee's hand vast. ''Ik zal je de kracht van het amulet schenken''. Het werd volledig stil in de ruimte. Athena legde haar hand op het amulet zodat zij en Kaylee het nu gezamenlijk vasthielden. Ze begon een soort Latijns klinkende spreuk te mompelen. Er volgde een felle flits, en het amulet spatte uit elkaar. Iedereen in de kamer probeerde hun ogen te beschermen. Langzaam werd de kamer weer normaal… ''Ik… ik zie niets meer!'' riep Kaylee in paniek uit. Ze staarde om haar heen, maar alles wat ze zag was zwart. Athena wilde naar haar toelopen om haar gerust te stellen, maar tegelijkertijd klonk er een luid lawaai van buiten. Het waren de inwoners van de stad die iets aan het roepen waren. De deur van Athena's huis vloog open. ''Athena! We hebben deze indringer gevangen!'' Een van de inwoners hield samen met een andere een elf vast. Het was… ''Sean!'' riep Melina uit toen ze hem zag. Hij keek haar aan en schudde zijn hoofd als signaal dat ze haar mond moest houden. Maar het was al te laat. Ook haar eigen elvenoren begonnen nu terug te groeien en haar vleugels te verdwijnen. In schok staarde Athena naar Melina en de anderen. ''Jullie horen bij die elf!'' riep ze geschokt uit. Ze probeerde zich snel naar haar leidinggevende, vastberaden, zelf te herstellen. ''BEWAKERS!'' schreeuwde ze. Van alle kanten kwamen andere pixies aangesneld. Ze konden geen kant meer op. ''Sluit deze verraders op in de kerkers'' beval ze. De pixies grepen haar en de anderen vast. ''Wat gebeurd er?!'' klonk het angstig van Kaylee, die nog steeds niks kon zien. ''Wat heb je met haar gedaan?!'' riep Melina naar Athena terwijl ze met al haar kracht vocht tegen de pixie die haar weg probeerde te sleuren. ''Ik heb niks gedaan'' antwoordde Athena kalm. ''Ze heeft de kracht van het amulet gekregen. Nu zal ze die alleen nog moeten overwinnen. Dat is, als ze de kans heeft te overleven''. Nadat ze die woorden had uitgesproken trok de bewaker Melina weg van het gebouw.

Melina en de anderen werden met een harde duw in de cel gegooid. ''Wacht hier maar jullie beurt af. Het zal niet lang meer duren of jullie zullen geroosterd worden in de vulkaan'' lachte een van de bewakers gemeen terwijl hij weg liep. Hij was er zeker van dat ze er toch nooit uit zouden komen. Kaylee, die nog steeds niks kon zien, was gaan zitten in de hoek van de cel. Donna had bezorgd een arm om haar heen geslagen. ''En bedankt he'' snauwde Leo tegen Sean. ''Door jouw schuld zijn we binnenkort allemaal dood''. ''Mijn schuld? Nou wordt het helemaal mooi'' riep Sean boos terug. Hij wees op Leo. ''Ik wist dat deze gast niet deugde en met die transformatiespreuk bewees hij het. Dat is zwarte magie! Pixies kunnen dat niet!'' Leo sloeg zijn armen over elkaar heen. De beschuldiging van Sean leek hem helemaal niets te doen. ''Transformatie is mijn kracht'' antwoordde hij alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. ''Ik heb het alleen niet eerder gezegd omdat ik het nog niet grotendeels onder controle heb. De transformaties zijn maar tijdelijk, en het werkt niet op foto's en spiegels. Ik dacht dat het wel goed zou gaan voor een korte periode''. ''Dat geloof je toch zelf niet?'' reageerde Sean daarop. Hij keek naar Melina. ''Melina…?'' Maar Melina keek weg. ''We moeten gewoon zorgen dat we hieruit komen, anders is dit alles sowieso voor niks'' antwoordde ze zonder iemand aan te kijken. ''Geloof je hem?'' Er klonk een toon van boosheid in Sean's stem. ''Ja! Ja, ik geloof hem!'' riep Melina, nu ook geïrriteerd, uit. ''Hij heeft toch niks verkeerd gedaan? Hij heeft alleen maar geholpen! Stop met hem te beschuldigen alleen omdat je hem niet mag!'' Sean opende zijn mond alweer om iets terug te zeggen, maar besloot dat het het niet waard was. ''Als dat echt is wat je denkt dan denk je dat maar'' snauwde hij terwijl hij met zijn armen over elkaar tegen de muur van de cel aan leunde.

De tijd leek voorbij te strijken terwijl ze in de cel zaten. Niemand wisselde een woord met elkaar. De stilte werd verbroken door het geluid van haastige voetstappen die van veraf steeds dichterbij de cel leken te komen. Niet veel later verscheen er een gestalte voor de tralies. ''Donna!'' Het was Estaban. Met een treurige blik om Donna zo te zien zitten hield hij de tralies tussen zijn handen beet. Langzaam stond Donna, die al die tijd bij Kaylee had gezeten, op en liep naar hem toe. ''Estaban…? Wat kom je hier doen?'' ''Jou hieruit halen natuurlijk'' antwoordde hij alsof het vanzelfsprekend was. ''Toen ik hoorde dat je gearresteerd was heb ik met Athena gesproken. Ik heb haar uitgelegd hoeveel je voor me betekend en omdat ik als wetenschapper zijnde zoveel voor de stad heb gedaan zou je worden vrijgelaten. Onder voorwaarde dat je de stad verlaat en nooit meer terugkomt''. ''En mijn vrienden dan?'' 'Die zal je achter moeten laten''. ''Dan ga ik niet'' antwoordde Donna vastbesloten. Estaban zuchtte. ''Donna. Doe nou niet zo. Ik heb al zoveel moeite gedaan om je hieruit te krijgen''. ''Ik ga alleen mee als mijn vrienden mee mogen''. Donna's besluit stond vast en ze liet zich onder geen voorwaarde ompraten. Estaban dacht na. ''Met mijn stand hier kan ik proberen te regelen dat je pixievrienden vrijuit mogen… Maar voor deze twee…''. Hij wees op Melina en Sean. ''…is het einde verhaal''. Donna sloeg haar armen over elkaar. ''Nou, laat dan maar zitten, want ik ga nergens heen als zij niet mee mogen''. Ze keek even over haar schouder naar Melina, en toen naar Sean. ''En dan heb ik het over ze allebei''. Teleurgesteld liet Estaban de tralies van de cel los. ''Dan kan ik niks voor je doen, Donna. Het spijt me'' mompelde hij terwijl hij wegrende. Donna keek hem na. Melina kwam naast haar staan en legde haar hand op haar schouder. ''Je had mee mogen gaan en Kaylee en Leo in veiligheid mogen brengen'' zei ze zacht, maar Donna schudde haar hoofd. Met moeite probeerde ze de tranen die bij haar op kwamen te verbergen, en forceerde een glimlach op haar gezicht. ''Nee, het is goed zo. We zijn een team. Het is alles of niets''.