Hoofdstuk 11 – Ontsnapping uit het Nihilum.

Het was inmiddels avond geworden. De bewakers hadden hen tussendoor in opdracht van Athena eten gebracht, al was het niet meer dan droog, oud brood en water. Het was ook nog eens weinig voedsel geweest dat ze met zijn vijven hadden moeten delen. Melina en Donna hadden de cel doorzocht om een manier te vinden om uit de cel te kunnen breken, maar helaas bleek dat onmogelijk te zijn. Teleurgesteld hadden ze zich er maar bij neergelegd.

Vanuit de verte klonk het geluid van naderende voetstappen en even later stonden er twee bewakers voor de cel. Met een zware sleutel maakten ze de celdeur open. ''Omdraaien'' beval een van de bewakers, waarna ze beiden te werk gingen om Melina en de anderen met een stevig touw vast te binden. ''Vooruit, lopen'' zei een van de bewakers toen iedereen vastgebonden was. ''En geen grapjes'' voegde hij er op strenge toon aan toe toen hij zag dat Sean en Leo met elkaar aan het fluisteren waren. Met langzame stappen begon iedereen te lopen in de richting waar de bewakers naar wezen. De bewakers sloten zelf achteraan zodat ze iedereen in de gaten konden houden. Melina en Donna liepen ieder aan Kaylee's zijde om haar zo goed mogelijk te helpen aangezien ze nog steeds niets kon zien. Uiteindelijk na de halve stad doorgelopen te hebben kwamen ze uit aan een groot plein dat niet ver van de vulkaan stond. Rondom het plein stonden de inwoners van de stad, luid joelend dat 'de verraders zouden krijgen wat ze verdienden'. Een voor een liepen ze het plein op. ''Hier blijven staan en niet bewegen'' snauwde een van de bewakers naar het groepje. ''Stelletje onruststokers!'' klonk het vanuit de menigte, gevolgd door een appel die tegen Donna's hoofd aan gesmeten werd en in duizend stukjes op de grond uiteen spatte. ''Au!'' riep Donna als reactie uit. ''Dat is voedselverspilling!'' Donna's reactie leek niemand wat te interesseren. Er volgde nog meer fruit vanuit het publiek. ''Pak die elven! Zij zijn de oorzaak van dit alles!'' schreeuwde iemand uit de menigte terwijl hij met zijn vinger op Sean en Melina wees. Sean ging voor Melina aan om haar te beschermen van het fruit wat nu hun kant op werd gegooid. ''Als je zo graag voor held wilt spelen, zorg dan gewoon dat we hieruit komen'' snauwde Leo, al tomaten ontwijkend, naar hem.

''STILTE IEDEREEN!'' klonk een luide stem. Iedereen keek op en de menigte maakte plaats voor Athena, die het plein op kwam lopen en voor de gevangenen stopte. Ze draaide zich naar de menigte toe. ''Vandaag zijn we bijeen gekomen voor het ritueel om deze overtreders te offeren aan de vulkaan van het Nihilum. Zij hebben misbruik gemaakt van onze gastvrijheid door als elven de stad binnen te dringen, en hier zullen zij met hun leven voor boeten''. De menigte juichte instemmend. Athena draaide zich naar de groep toe. ''Hebben jullie nog laatste woorden?'' Er was een korte stilte totdat Donna degene was die begon te spreken. ''J-ja… ik wil nog wat zeggen''. Ze wisselde een blik met de anderen voor ze het publiek in keek en al haar moed verzamelde. ''ESTEBAN! JE BENT EEN LAFAARD MAAR IK HOU VAN JE!'' schreeuwde ze uit. Ze voelde haar gezicht langzaam rood worden nadat ze haar gevoelens uitgesproken had, en wendde haar gezicht af van de rest. ''Als ik toch dood ga kan dat maar beter zijn zonder spijt te hebben'' probeerde ze zichzelf stoer voor te houden. Kaylee nam nu ook de moed om te spreken. ''Athena! Doe dit niet, je weet dat we niks verkeerd gedaan hebben!'' pleitte ze naar haar wijze, maar Athena draaide haar blik weg. Leo gromde. ''Ik had gehoopt dat het niet zo ver zou komen, maar ik heb geen keus. Ik ben niet van plan mezelf levend te laten verbranden'' mompelde hij haast onverstaanbaar in zichzelf. Van achter zijn rug probeerde hij een beweging te maken met zijn vastgebonden handen. Vanuit de verte klonk plots een luid gebrom van een auto. De menigte keek op van het geluid, en dit zorgde ervoor dat ook Leo pauzeerde met zijn ontsnappingspoging. Er verscheen een witte autobus, met daarachter aan het stuur… ''Esteban!'' riep Donna uit toen ze zag wie er achter het stuur zat. Hier en daar sprongen pixies aan de kant omdat ze bijna omver werden gereden door Esteban's busje die geen enkele moeite deed om uit te wijken. ''Esteban? Wat is hier de betekenis van?'' vroeg Athena op ernstige toon toen Esteban het busje midden op het plein parkeerde en het portier open deed om uit te stappen. ''Het spijt me, Athena'' mompelde hij. Hij tilde zijn arm op en stuurde een straal van magie op Athena en de menigte af. Voor even bleef iedereen behalve Esteban als verstijfd stilstaan. Die rende naar de gevangenen toe en en maakte hun touwen los. Hij had ervoor gezorgd dat de spreuk alleen op buitenstanders gericht was en niet op hem en de groep. ''Opschieten! We hebben niet veel tijd, mijn spreuk houd maar een halve minuut stand'' siste hij toen hij Donna had bevrijd, waarna die meehielp de anderen te bevrijden. Al snel was iedereen weer los, maar…

De tijd begon weer te tikken en langzaam aan kwam iedereen in beweging. Nog voordat iemand zich kon realiseren wat er gebeurd was riep Esteban: ''Snel! In de auto!'' Voor een tel bleef Athena als verstijfd staan, maar schreeuwde 'Grijp ze!' toen ze de gevangenen voor haar ogen zag ontsnappen. Donna, Melina en Leo zaten al snel in de auto maar Kaylee had door haar blindheid moeite om de auto in te komen. Achter haar keek Sean angstig om zich heen gezien de menigte al snel dichterbij kwam. ''Schiet op!'' riep hij, waarbij hij Kaylee een harde duw gaf die met luid protest daardoor de auto in tuimelde. Snel dook hij achter haar aan de auto in, maar het lukte hem niet om de deur dicht te doen aangezien er een grote, gespierde pixie tussen hem en de deuropening in stond. Hij moest snel reageren. Haastig wees hij naar een plek achter de pixie. ''Kijk daar, een elf!'' riep hij op geschokte toon uit in een poging de pixie te verwarren. De pixie lachte. ''Jij domme elf. Je bent er zelf een. Denk je nu echt dat ik daar in trap?'' ''Nee, maar het geeft me wel genoeg tijd om de deur dicht te krijgen'' antwoordde Sean, waarna hij de deur van de auto met een harde klap dichtsloeg en de hand van de pixie er tussen klem kwam te zitten. ''AU!'' brulde de pixie die zijn gewonde hand terug trok. Esteban trapte op het gaspedaal en de auto ging er met piepende banden vandoor.

Vanachter de auto kon het geluid van de menigte die achter hen aan kwam rennen nog gehoord worden, maar al gauw ze de stad uit waren gereden lieten ze de menigte achter zich en gaven de pixies het al snel op. De witte autobus ging veel te hard voor hun. ''Volgende halte: Pixiestad'' klonk het van Esteban vanachter het stuur vandaan. Donna zat in de stoel naast hem. Achter haar zaten Melina en Leo, met daarachter weer Sean en Kaylee op de achterbank. Ongemakkelijk schoof Donna met haar voeten heen en weer over de vloer van de auto. Esteban wierp een snelle blik op haar. ''Vind je me nu nog steeds een lafaard?'' vroeg hij plagend met een grijns op zijn gezicht. ''Wat? Nee! Natuurlijk nie—'' begon Donna, maar realiseerde zich toen waar hij dat gehoord zou moeten hebben en voelde haar gezicht knalrood worden. Voor even was ze stil en wendde haar blik af. ''Dank je'' mompelde ze beschaamd. ''Voor het redden bedoel ik. Ik moet toegeven dat je geen lafaard bent''. Ze durfde hem nog steeds niet aan te kijken. Esteban lachte. Daarna werd zijn blik wat serieuzer. Er verscheen een roze blos op zijn wangen. ''Dat op het plein, meende je dat echt?'' vroeg hij terwijl hij Donna aan staarde. Donna was ook nog steeds knalrood, en ondanks dat ze hem niet terug aan keek bleef hij naar haar staren. ''Dat 'Ik hou van je', bedoel—'' ''KIJK UIT, EEKHOORN OP DE WEG!'' brulde Donna uit terwijl ze het stuur vanaf de zijkant vast greep en er een flinke draai aan gaf. Met een schokkende beweging week de auto uit naar links. Melina viel tegen Leo's schouder aan en Kaylee werd over Sean heen gegooid, die net op zijn telefoon bezig was terwijl hij Kaylee over zijn schoot heen geworpen kreeg. ''Thanks. Dat had ik echt nodig'' antwoordde hij sarcastisch waarna hij een geïrriteerde blik richting Esteban en Donna wierp en Kaylee van hem weg duwde. ''En er was niet eens een eekhoorn!'' voegde hij er al mopperend aan toe terwijl hij over zijn schouder naar de weg achter hen keek. Kaylee richtte zich tot Sean. ''Ik kan je irritaties tot hier voelen'' merkte ze op, wat zorgde dat hij op keek naar haar. ''En ik hoef niet te kunnen zien om te weten waarom dat zo is'' vervolgde ze met een kort knikje richting Melina en Leo, die voor hen luid met elkaar aan het praten waren. Ze kon Melina zo nu en dan hard horen lachen om iets wat Leo vertelde, en andersom. Sean fronste. ''Hoe weet jij dat nou weer? Je kan niet eens zien!'' ''Blinden hebben hun eigen manier om dingen te kunnen zien'' antwoordde Kaylee wijs. Ze kon merken dat Sean toch wel een klein beetje onder de indruk was van haar waarnemingsvermogen. ''Je houd van Melina, toch?'' ging ze verder. Toen Sean haar vraag hoorde keek hij haastig of Melina voor hen het niet gehoord had. Tot zijn opluchting was dat haast onmogelijk omdat Leo overal luid overheen praatte. ''Houden van is een groot woord'' antwoordde hij tenslotte, toen hij zeker wist dat Melina het niet gehoord kon hebben. ''We kennen elkaar pas net. Maar ik vind haar…'' Hij had moeite met het woord uit te spreken. ''…Wel leuk'' besloot hij te zeggen. ''Echt?!'' riep Kaylee met een gilletje uit, wat ervoor zorgde dat Melina en Leo alsnog opkeken naar de achterbank om te zien wat er allemaal aan de hand was. Sean siste naar Kaylee dat ze haar mond dicht moest houden, waarna Leo en Melina hen al raar-aankijkend weer om draaiden. ''Ik wist het wel! Jullie zijn voorbestemd!'' ging Kaylee verder, nu op zachtere toon. ''Wat vind je leuk aan haar?'' vroeg ze enthousiast. Sean haalde wat ongemakkelijk zijn hand door zijn haar heen. ''Nou ze is mooi… en lief… en ze heeft mooie ogen… wacht''. Achterdochtig keek hij naar Kaylee. ''Waarom vertel ik je dit eigenlijk?'' ''Omdat je verliefd op haar bent!'' verklaarde Kaylee vrolijk. Zelfs haar blindheid kon haar humeur op dit moment niet naar beneden brengen. Sean leek het wat minder leuk te vinden. ''Wat maakt het uit? Ik maak toch geen kans''. Terwijl hij dat zei staarde hij naar Leo. ''Ik ben toch niet goed genoeg voor haar''. ''Waarom denk je dat? Ik weet zeker dat—'' Sean liet Kaylee niet uitpraten. ''Wat denk je zelf? Waarom zou ze een elf daten als ze een pixie die door iedereen om haar heen geaccepteerd zou worden kan krijgen?'' ''Maar tante Caramel-''Kaylee kon haar zin niet afmaken. Voor haar ogen verscheen een flits.

Ze stond in de kamer van haar wijze, Athena. Ze herkende het alleen maar omdat ze er eerder was geweest om haar krachten te ontvangen, maar alles voelde vertrouwd aan. Langzaam opende en sloot ze haar hand. Ze kon alles bewegen. Was dit een droom? Ze werd uit haar verwarring gebracht doordat er op de voordeur geklopt werd. Niet veel later verscheen een van de bewakers in de kamer. ''Sorry dat ik stoor. We hebben het huis van die Esteban doorzocht, maar het lijkt erop dat hij echt vertrokken is'' zei die. Kaylee reageerde niet. Als verstijfd bleef ze staan. Ze wist dat de bewaker haar elk moment kon grijpen en terug naar de cel zou sleuren. Ze telde de seconden af. Maar… dat deed hij niet. ''Athena? Is alles in orde?'' vroeg de bewaker toen Kaylee niet reageerde. Athena? Kaylee keek om haar heen. Er was niemand in de kamer. Dan kon het maar een ding betekenen… Snel rende ze naar de badkamer toe. Met een angstig gevoel ging ze voor de spiegel staan en staarde recht in het gezicht van Athena, haar verbonden wijze.

''Kaylee?'' Zo plots als haar visioen gekomen was, verdween hij ook weer. Ze werd teruggebracht naar de realiteit door Sean die haar door elkaar aan het schudden was omdat ze niet meer reageerde. Alle beelden die ze daarnet in de kamer van Athena had gezien waren als sneeuw voor de zon verdwenen en alles was opnieuw pikzwart voor haar ogen. Ze trok zich los van Sean, nog steeds verward om wat er gebeurd was. Was het een droom geweest? Maar alles had hartstikke echt aangevoeld… Nee, ze wist zeker dat dit geen droom was geweest. Maar wat was het dan? ''Wat was er aan de hand? Je reageerde niet meer''. Ze kon aan de toon van Sean's stem horen dat hij bezorgd om haar was. Melina en Leo hadden zich ook omgedraaid naar haar toe, en in de hele auto heerste een doodse stilte. ''Ik weet het niet…'' stamelde ze als reactie terug. Angstig keek ze op. ''Ik denk dat het mijn krachten zijn''.

Na de hele nacht doorgereden te hebben waren ze in Pixiestad aangekomen. Met aandringen van Donna, die toch nog bang was dat ze aangevallen zouden worden door een gemiste achtervolger, had Esteban de hele rit gemaakt zonder ook maar een enkele keer te stoppen. Inmiddels was het nu bijna middag en iedereen was doodmoe, ookal hadden sommigen kunnen slapen in de auto. Ze zaten nu met zijn allen aan een tafeltje in de Molly Moo. Donna en Melina hadden alles wat er gebeurd was ook al uitgelegd aan Caramel. ''Weet je zeker dat het je krachten zijn?'' vroeg Melina nu aan Kaylee met een bezorgde blik in haar ogen. Kaylee knikte, inmiddels weer wat gekalmeerd van de schok. ''Ik denk het wel. Ik weet niet precies wat het inhoud, maar ik stond in de kamer van Athena. Ik was in haar lichaam en kon alles gewoon bewegen. Ik kon ook weer zien''. ''Gedaanteverwisseling…'' mompelde Esteban. ''Ik denk dat we moeten oppassen. Als jij in haar lichaam zit kan zij misschien in het jouwe zitten, en wie weet wat ze van plan is''. Esteban's uitspraak wekte zorgen bij iedereen op. Hij richtte zich op Kaylee. ''Als ik mijn lab hier had gehad zou ik uit kunnen zoeken wat er precies met je aan de hand is… Ik denk dat het voorlopig het beste is als je je krachten niet gebruikt''. ''Hoe moet ik dat doen? Het is niet alsof ik ervoor kies om ze te gebruiken'' reageerde Kaylee terug. Het was zomaar gebeurd, uit het niets. Dacht hij soms dat ze het kon timen ofzo? ''Misschien kan je het proberen te onderdrukken'' opperde Leo als idee. Hij haalde zijn schouders op. ''Het valt in ieder geval te proberen, tot we meer weten''. Er was niemand die echt een beter idee had.

Esteban wendde zich tot Donna. ''Weetje, ik heb geen spijt dat ik jullie gered heb, maar…'' Hij klonk een beetje ongemakkelijk. ''Ik kan niet meer terug naar het Nihilum. Ze zullen me beschouwen als verrader. Ik zal dus hier moeten blijven''. Hij keek om zich heen. Pixiestad was opzich best vredig, maar dat was het probleem hier niet. ''Ik heb geen huis. Waar moet ik verblijven?'' Donna dacht na. Ze voelde zich een beetje schuldig. Hij had zijn hele leven in het Nihilum opgegeven zodat Donna en haar vrienden niet ter dood veroordeeld zouden worden, en nu had hij zelf geen plek meer om naartoe te gaan. ''Je kan voor nu bij ons blijven?'' stelde ze voor. ''Ik weet zeker dat Caramel dat geen probleem zou vinden!'' zei ze snel, al had ze het niet eens aan Caramel gevraagd. ''Vast niet, maar het probleem is wel dat ze maar drie slaapplekken heeft'' klonk het van Kaylee af. ''Oh, maar Melina kan toch thuis slapen nu ze haar ouders weer gevonden heeft?'' antwoordde Donna triomfantelijk. ''Wat?'' Melina schrok op uit haar gedachten. Ze had het hele gesprek niet meegekregen tot 'Melina kan thuis slapen'. Donna deed net alsof ze het niet gehoord had en sloeg haar arm om Esteban heen. ''Mooi, dat is dan geregeld, Melina slaapt thuis en Esteban slaapt bij ons''. Ze maakte een peace-teken met een van haar handen. Stiekem vond ze het best leuk dat Esteban zo dicht bij haar zou zijn. Misschien kon ze zelfs tegen hem aan liggen 's nachts… Ze voelde zich lichtelijk rood worden bij de gedachte. Melina fronste. ''En wie beslist dat?'' ''Ik'' klonk het op bazige toon van Donna, die zich niet van haar stuk liet brengen. ''Je mag ook bij mij blijven slapen hoor, als je wilt'' zei Sean tegen haar. Hij had er niet echt bij nagedacht toen hij het voorstelde, maar eigenlijk zou hij het toch wel leuk vinden… duidelijk voor dezelfde reden als dat Donna Esteban bij haar wou hebben. Maar Melina schudde haar hoofd. ''Nee, het is prima. Ik slaap wel bij mijn ouders'' zei ze snel. Eigenlijk wilde ze niet bij Donna en Kaylee weg, maar ze wist dat ze geen recht had om te protesteren. Als Esteban er niet geweest was had ze nu dood kunnen zijn. Ze kon hem moeilijk op straat laten slapen vanwege haar eigen egoïstische redenen. Teleurgesteld staarde Sean haar aan. Hij voelde een hand op zijn schouder en draaide zich om om te zien dat het Leo was. ''Ik neem je aanbod graag aan. Ik heb ook geen slaapplek'' zei die, met een duidelijk overdreven, vriendelijke glimlach. ''Ik had het niet tegen jou'' sputterde Sean tegen, maar Leo liet zich geen nee verkopen. Hij stond erop dat hij bij Sean zou verblijven, en niet 'aan zijn lot over gelaten zou moeten worden om op straat te slapen'. Uiteindelijk ging iedereen zijn eigen weg. Ze besloten dat het beter was voor Kaylee om wat rust te krijgen na de dag, en de rest kon ook wel wat rust gebruiken. Melina en Sean (op de voet gevolgd door Leo) gingen op weg naar het elvengedeelte van de stad, terwijl Donna, Kaylee en Esteban achterbleven in de Molly Moo.