Hoofdstuk 15 – De volgende reis.

Het was de dag na het feest. Het was nog best laat geworden en nadat iedereen naar huis was gegaan had Melina haar ouders en Jade nog geholpen met opruimen. Daarna was ze doodmoe op bed neergevallen. De volgende dag had ze met de anderen afgesproken aan hun standaardtafeltje bij de Molly Moo. 'Misschien moeten we op zoek gaan naar andere wijzen'' bracht Melina ter idee toen iedereen bijeen was. ''Hoe dan? We weten niet eens waar we ze moeten zoeken'' bracht Donna daartegenin. Ze leunde op tafel, haar hoofd ondersteunend met haar handen. Niemand leek daar een idee op te hebben. Ze zaten vast zonder te weten waar ze naartoe moesten. ''Misschien moet ik contact leggen met Athena'' klonk het ineens van Kaylee. Iedereen keek haar aan. ''Echt niet! Dat is veel te gevaarlijk!'' Melina wilde niet dat haar vriendin onnodig gevaar liep. Sean was het met haar eens. ''Het is de enige optie''. Kaylee raapte al haar moed bijeen. ''Ik moet dit doen''. ''Kaylee, nee—''. Maar Kaylee was vastberaden. ''Ik kan niks zien en ben alleen maar een last voor jullie. Laat me dan tenminste iets nuttigs doen''.

Even later was de hele groep op Leo na, die zei dat hij nog plannen had, op de logeerkamer die Donna en Kaylee met elkaar deelden. Esteban sliep ook bij Caramel thuis, maar die had, tot teleurstelling van Donna, bij Harvey op de kamer moeten slapen. Kaylee lag op haar matras. De anderen zaten allemaal om Kaylee heen. Angstig had ze haar hand op haar buik gelegd, al hielp dat totaal niet om de zenuwen tegen te gaan. Nu was het alleen nog wachten tot Athena haar weer op zou roepen. De afgelopen paar dagen had Athena verscheidene keren contact geprobeerd te zoeken met Kaylee. Tot nu toe was het haar steeds gelukt om haar oproepen te blokkeren, maar nu zou ze het juist moeten toelaten. Iemands telefoon ging over. Het was die van Esteban. Hij haalde de telefoon uit de zak van zijn jas en keek op het beeldscherm. "Sorry, ik moet dit opnemen" excuseerde hij zich, waarna hij onder het opnemen de kamer verliet zodat hij op de gang kon telefoneren. Toen Esteban de kamer had verlaten richtte Kaylee zich tot Donna. "Oké, als ik dit ga doen moet jij ook de moed op je nemen". Donna trok een wenkbrauw op. "Waar heb je het over?" "Over Esteban natuurlijk!" Kaylee maakte met haar hoofd een snelle beweging richting de deur. "Dit is je kans om met hem alleen te zijn! Ga hem vertellen dat je hem leuk vind!" "Ben je gek geworden?!" siste Donna terug. Angstig keek ze richting de deur, bang dat Esteban haar gehoord had, maar hij was nog druk bezig met telefoneren. Ze keek daarna naar Sean, maar die haalde alleen maar zijn schouders op. ''Ik zei toch al dat ze het gezien had'' merkte hij op. Donna sloeg haar armen over elkaar. ''Nou, vergeet het maar''. Kaylee deed net alsof ze diep moest zuchten. ''Ik zei het toch, jongens''. Melina en Sean keken beiden op, geen idee waar Kaylee het over had. ''Ze durft niet'' ging Kaylee verder. ''Het lijkt erop dat ik de weddenschap verloren heb''. Melina trok haar wenkbrauw op, maar Sean had haar spelletje door. Hij hield zijn hand uit naar Kaylee. ''Dat wordt dan 50 pixiedollars. Contant graag. Ik had gelijk toen ik zei dat Donna niet zo stoer was''. ''Wie zegt dat ik niet stoer ben?!'' Donna zette haar handen in haar zij. ''Of niet durf?! Ik durf alles!'' Sean grijnsde. ''O ja? Ga dan, als je geen lafaard bent'' probeerde hij haar op te stoken. ''Best!'' Zonder dat ze doorhad dat Kaylee en Sean haar erin geluisd hadden stampte ze naar de deur toe, de gang op. ''Donna is zo makkelijk te beïnvloeden''. Kaylee lachte. Sean daarentegen hield nog steeds zijn hand uit naar Kaylee. ''Ik wacht''. ''Waarop?'' Kaylee leek niet te begrijpen waar hij op doelde. ''Vijftig pixiedollars omdat ik je met je plan geholpen heb. Zoals ik al eerder zei: Contant graag''. ''Wat?! Sinds wanneer?'' Sean leek niet van mening te veranderen. ''Dat is mijn tarief. Had je maar eerder moeten bedenken''. Kaylee dacht even na. Ze was echt niet van plan om Sean zomaar dat geld te geven. ''Kunnen we niet een deal sluiten? Wat dacht je van een kus?'' Sean fronste. ''Wat heb ik daar nou weer aan?'' ''Niet van mij!'' zei Kaylee snel. ''Nou ja, dat mag ook als je dat liever wilt. Maar ik bedoelde van Melina!'' ''Echt?'' klonk het van Sean, maar Melina schudde verwoed haar hoofd. ''Ik heb hier niets mee te maken!'' Sean keek nu van Melina weer terug naar Kaylee, maar hij kreeg de kans niet om iets te zeggen. ''Ik voel het! Athena probeert contact met me te zoeken!'' Kaylee ging achterover op het bed liggen. ''Dat zeg je alleen maar als excuus om hier onderuit te komen'' zei Melina ongelovig, maar Kaylee sprak de waarheid. Ze wenkte Melina met haar hand om dichter naar haar toe te komen. Die boog zich voorover naar Kaylee toe. ''Wat is er?'' ''Je bent hier zometeen helemaal alleen met Sean'' fluisterde ze naar Melina, zacht genoeg zodat Sean het niet kon horen. Melina zuchtte. Ze kon al zien waar dit naartoe ging. ''Grijp die kans en verover hem terug!'' Kaylee ging verder toen Melina niet reageerde. ''Je hoeft alleen maar toevallig naast hem te zitten en je hand op de zijne te leggen. De rest gaat vanzelf''. Melina rolde met haar ogen. Ze wilde alweer terug naar achter gaan, maar Kaylee was nog niet uitgesproken. ''Als ik terugkom kunnen jullie maar beter getrouwd zijn, of anders…!'' Voordat Melina wat terug kon zeggen sloot ze haar ogen al en probeerde ze zichzelf in diepe concentratie te dwingen om haar verbond met Athena aan te gaan. ''Getrouwd… Ik ken hem net. Waar gaan haar fantasieën heen…'' mompelde Melina, waarna ze even vlug naar Sean keek. "Wat was er met haar?" vroeg die, maar Melina wuifde het weg. "Kaylee praat weer onzin". "Helemaal niet!" klonk het vanaf het bed. "Zou jij je niet concentreren?" Meteen was het weer stil. In stilte keken Melina en Sean elkaar aan, beiden moesten hun best doen om niet in de lach te schieten.

"Klopt. Ik zal er zeker zijn! Bedankt, dag!" Opgetogen praatte Esteban in zijn telefoon terwijl Donna de gang op kwam lopen. Ze schoof nerveus haar armband heen en weer op haar arm. Nu ze eenmaal buiten de kamer stond was ze niet meer zo stoer. Waarom was ze er ook op ingegaan? Stom… Esteban draaide zich om toen hij klaar was met telefoneren. "Donna?" vroeg hij verrast. "Eh, ja…" Donna wist niet zo goed wat ze moest zeggen. Esteban wist dat wel. "Ik heb goed nieuws! Laten we naar binnen gaan en het de anderen vertellen!" zei hij met een glimlach terwijl hij langs haar heen liep richting de kamer. Donna bleef als verstijfd staan. ''Donna…?'' vroeg hij opnieuw, toen hij merkte dat ze niet mee kwam. Verlegen en op haar lip bijtend staarde Donna naar de grond. Als ze nu naar binnen zou gaan met hem samen zonder überhaupt met hem gepraat te hebben zou ze flink afgaan. "Ik moet met je praten". In afwachting keek Esteban haar aan. "Herinner je je dat in het Nihilum nog…? Wat ik riep, op het plein?" begon Donna. Het lukte haar niet direct te zeggen waar ze op doelde. "Ja?" Met rood gekleurde wangen staarde Donna naar de grond. "Ik meende wat ik zei…" Toen ze niet direct een reactie van Esteban kreeg ging ze wanhopig door met praten. "Al sinds vroeger, toen je als de assistent van mijn vader werkte en bij ons was. Je bracht altijd tijd met me door, en ik begon je vanzelf leuk te vinden… Ik weet dat we elkaar lang niet gezien hebben, maar ik ben—" Ze kwam niet verder. Esteban onderbrak haar. ''Rustig, het is oké'' antwoordde hij, half lachend. Veel tijd om verder wat te zeggen had hij echter niet, aangezien Harvey de overloop op kwam lopen. Hij bleef verbaasd staan toen hij Donna en Esteban zo zag staan. ''Verstoor ik iets…?'' vroeg hij twijfelend. Met lichte blosjes op zijn wangen schudde Esteban snel zijn hoofd. ''Nee hoor, we wilden net naar binnen gaan'' antwoordde hij snel, waarop hij Donna bij haar arm pakte en haar mee terug naar de kamer sleurde. Harvey staarde hen met een verbaasd gezicht na.

Het was Kaylee gelukt succesvol contact te leggen met Athena. Voor ze het wist was ze weer in de kamer van haar wijze in het Nihilum. Ze zat aan een bureau die midden in de kamer stond. Voor haar lag een brief. Eigenlijk wilde ze er geen waarde aan hechten, tot ze in een flits bovenaan haar naam zag staan. Misschien had Athena dit wel voor haar geschreven… Ze pakte de brief op en begon te lezen.

'Lieve Kaylee,

Ik schrijf je vanwege de recente gebeurtenissen die er in het Nihilum hebben plaatsgevonden. Op die manier ben ik er zeker van dat je dit bericht zal lezen, mits je het verbond met mij besluit aan te gaan en op mijn oproepen reageert. De ellende begon nadat jullie vertrokken waren. Een grote groep elven onder bevel van 'hun meester' kwam de stad binnenvallen. We probeerden terug te vechten, maar zelfs op het moment dat je dit leest, zullen er intussen verscheidene elven de stad proberen binnen te vallen. Het zal niet lang duren of we zullen overmeesterd worden. Ik begin nu pas in te zien dat wat ik deed fout was. Ik had naar de profetie moeten luisteren, en jullie moeten helpen. Ik hoop dat je het me, als je wijze zijnde, kan vergeven. Waarschijnlijk zijn jullie de enige hoop om onze stad, en misschien uiteindelijk ook de rest van de wereld, te redden.

Ik zal je vertellen waar je de tweede wijze van de Codex kan vinden. Haar naam is Concorda. Vroeger verbleef ze in Alfea, school voor feeën, maar tegenwoordig woont ze in afzondering vlakbij het dorp waar zij de leiding over heeft. Zoals ik het Nihilum heb, en Nymphea Pixiestad, heeft ook zij haar eigen stad om over te heersen. Om haar te bereiken moet je een moeilijke weg afleggen. In het hart van het bos der geheimen heeft zij haar huis gebouwd. Ga naar haar toe voordat het te laat is en de elven ook haar stad bereikt hebben. Ik zal mijn vertrouwen in jullie handen leggen. Red ons asjeblieft.

Je wijze, Athena'.

Kaylee schrok uit haar trans. Ze zat overeind op haar matras en keek recht in de gezichten van Sean, Melina, Donna en Esteban, die om haar heen zaten. ''Jongens, jullie zullen niet geloven wat ik gezien heb'' bracht ze haast buiten adem uit. ''Het Nihilum is…'' Pas toen had ze het door en onderbrak zichzelf midden in haar zin. ''Wacht…'' Ze keek de groep rond. ''IK KAN WEER ZIEN!'' riep ze, verrast en blij tegelijkertijd uit. Ze trok Melina, die naast haar matras op de vloer zat, naar haar toe en omhelsde haar vriendin uit blijdschap. ''Hoe heb je dat nou weer voor elkaar gekregen?'' merkte Sean op. Met lichte jaloezie keek hij naar Kaylee, die Melina niet meer los wou laten. Kaylee haalde haar schouders op. ''Geen idee. Ik werd wakker en ik kon gewoon weer zien''. ''Misschien komt het omdat je het verbond met Athena bent aangegaan'' antwoordde Esteban bedachtzaam. Ergens klonk dat best logisch. ''Hoe het ook kwam maakt niet uit, het gaat erom dat ik nu weer kan zien en niet voor de rest van mijn leven blind hoef te zijn'' klonk het opgetogen van Kaylee af. ''Hoe dan ook… wat wou je ons vertellen over het Nihilum?'' vroeg Donna. ''Oja…'' Kaylee's gezichtsuitdrukking werd serieuzer terwijl ze het hele verhaal over wat ze daarnet gezien had opnieuw begon te vertellen. ''Ik weet ook de locatie van de volgende wijze. We moeten op zoek naar Concorda in het bos der geheimen'' vertelde ze tenslotte. Ze keek de groep rond. ''Iemand enig idee waar dat ligt?'' Bijna iedereen om haar heen schudde zijn of haar hoofd, alleen Sean, de enige die al zijn hele leven in Pixiestad woonde, leek er vanaf te weten. ''Het zit aangesloten aan het Pixiestadse bos, maar het is een lange weg ernaartoe en het zal niet gemakkelijk zijn er te komen, laat staan dat we Concorda's woonplek direct vinden''. Bij het horen van de moeilijke weg die ze ervoor moesten afleggen zonk de moed al bij de meesten in de schoenen. Kaylee balde haar vuisten. ''We hebben geen keus, we moeten dit doen!'' zei ze vastberaden. Ze moest toegeven, zelf had ze ook weinig zin om naar dat bos te gaan…maar ze moest dit doen voor Athena. De stad van haar wijze was in gevaar, en het zal niet lang duren of de rest van de wereld kon mogelijk ook in gevaar zijn. Ze moesten iets doen. ''We hebben het Nihilum al overleefd, dan zal dit vast ook wel lukken''. Kaylee keek verrast op bij de steun die ze van Donna kreeg. Donna was de laatste van wie ze zoiets had verwacht te horen. Ook Sean en Melina knikten. ''Ik zal het wel aan Leo doorgeven, dan kunnen we ons klaarmaken voor de reis van morgen'' zei Melina. Kaylee glimlachte, blij dat haar vrienden haar begrepen en bijstonden. Iedereen besloot zich langzaam klaar te maken voor vertrek.

Intussen was Septimus op weg naar de geheime schuilplaats van de elven. ''Kan je niet iemand anders uitzoeken om me te trainen? Ik heb niets aan die stomme nietsnutten''. Al klagend gooide hij de deuren van de troonkamer van De Wolf open. De Wolf liet spontaan zijn leesboek die hij in zijn handen had op de grond vallen uit schrikreactie van de plotselinge binnenkomst van Septimus. Snel ging hij vanuit zijn liggende houding (benen languit op de leuning) recht zitten op zijn troon. ''Zeg heb jij nooit van kloppen gehoord? En een beetje meer respect naar je meester graag'' bromde hij. ''Ja hoor, natuurlijk, uwe majesteit'' antwoordde Septimus sarcastisch terwijl hij een vies gezicht trok alsof hij moest overgeven van de woorden alleen al. Zijn blik gleed naar het leesboek dat naast de troon op de grond lag. ''Leer er een eind aan te breien! Breien voor de echte bolleboos'' las Septimus woord voor woord voor. Haastig sprong De Wolf op van zijn troon en griste het boek van de grond af. ''Zoekt u soms een nieuwe hobby?'' grinnikte Septimus. ''Sta daar niet zo stom te grinniken en ga naar je training, waar je thuis hoort'' snauwde De Wolf terwijl hij het boek in de stoel probeerde te verstoppen. ''Maar ik wil niet trainen! Ik wil gewoon nu al heerser zijn!'' klaagde Septimus. ''Zeur niet en—'' De Wolf stopte midden in zijn zin. Vanachter Septimus kwam een klein elvenmeisje vandaan. Het was Yasmin. ''Waar komt dat kind vandaan?!'' Septimus draaide zich om. Hij leek haar nu pas op te merken. ''Yasmin!'' riep hij uit. ''Ze moet me gevolgd zijn toen ik weg ging…'' Hij richtte zich tot het meisje. ''Jij hoort bij Jade te blijven'' wees hij haar terecht, al leek ze zich er niet veel van aan te trekken en keek verwonderd om haar heen naar de grote troonzaal. ''Ja, daar is het nu mooi te laat voor'' mopperde De Wolf. ''Ga weg en neem dat kind mee''. Septimus haalde zijn schouders op. ''Kan niet, ik moet naar mijn training''. Hij liep al richting de deur. ''U past wel op haar zolang ik weg ben, hè?'' ''Zeg wie denk je wel niet dat ik ben?! Ik ben een meester, geen…'' Maar Septimus had de deur al dichtgegooid en De Wolf alleen achtergelaten met het meisje. ''…Geen kinderoppas'' maakte De Wolf zijn zin af. Een beetje ongemakkelijk keek hij naar het meisje voor hem, die hem met grote ogen terug aan keek. Wat moest hij met haar? Hij had nog nooit eerder met kleine kinderen gewerkt. Zijn oog viel op het boek dat hij had geprobeerd te verstoppen. ''Wil je soms een konijn breien?'' vroeg hij terwijl hij het boek met een vrolijke, gemaakte glimlach heen en weer zwaaide. Yasmin schudde haar hoofd. ''Echt niet?'' vroeg De Wolf met een verbaasde uitdrukking op zijn gezicht. ''Ze zijn roze hoor!'' Yasmin rende naar De Wolf toe. ''Ik ben de prinses! En jij moet paardje spelen!'' antwoordde ze brutaal. Ze wees op de vloer. Verstijfd van verbazing staarde De Wolf naar de vloer, maar herstelde zich snel. ''Goed…'' Hij stond op van de troon en ging op zijn handen en voeten zitten. ''Maar ik ben geen paard, ik ben de grote boze wolf! Grrrauw!'' Hij deed net alsof hij in het rond aan het grommen was. Blij juichend sprong Yasmin op zijn rug. ''Ik ben de wolvenprinses!'' juichte Yasmin terwijl De Wolf met Yasmin op zijn rug de kamer rondrende. Plots opende de deur van de troonzaal. Daar stond Eustace. Met open mond staarde hij naar het tafereel wat er voor hem afspeelde. Pas toen leek De Wolf hem op te merken. ''Ik eh…'' stamelde Eustace. ''Ik kom later wel terug''. Met een harde klap smeet hij de deur weer dicht. ''Wacht! Ik kan het uitleggen!'' De Wolf stak zijn hand in de lucht en gooide daarmee Yasmin van zijn rug af, maar Eustace hoorde hem al niet meer. Met een diepe zucht draaide hij zich weer naar het elvenmeisje toe, die vrolijk lachte. Er verscheen een glimlach op De Wolf zijn gezicht, zij had het tenminste naar haar zin, ook al maakte hij zichzelf belachelijk. Zijn blijdschap was van korte duur. Het begon te flitsen voor zijn gezicht en hij kreeg een enorme steek in zijn hoofd. Met beide handen greep De Wolf naar zijn hoofd. In een flits van een seconde zag hij het beeld van een elf voor zich die erg op Yasmin leek, maar dan ouder. Ze had haar haren opgestoken in twee staartjes en droeg gothic-achtige kleding. Ze glimlachte lief naar hem. Zo snel als het beeld was gekomen was het ook weer weg. Voor hem stond Yasmin weer die hem afwachtend aanstaarde. Wie was dat meisje dat op Yasmin had geleken en hoe kende hij haar? Hij had haar voor zover hij wist nog nooit eerder gezien…

Donna was bezig haar spullen voor de reis in te pakken op de logeerkamer die ze met Kaylee deelde. ''Donna… ik moet met je praten''. Ze keek op om Esteban in de deuropening te zien staan. ''Esteban!'' riep ze verrast. ''Moet jij niet ook je spullen gaan pakken voor morgen?'' Esteban schudde zijn hoofd. Hij liep de kamer binnen. ''Ben je nu al klaar dan? Dat is snel'' Donna lachte, maar Esteban wendde zijn blik een beetje af. ''Donna… over morgen… ik ga niet mee''. ''Huh… w-wat?'' Het voelde alsof iemand haar zojuist een klap in haar gezicht had gegeven. ''Waarom niet?!'' Esteban glimlachte zwakjes. ''Ik wilde je er nog over vertellen. Op het feest heb ik professor Maeve gesproken… hij heeft een lab hier in Pixiestad samen met zijn partner professor Reagan en was erg enthousiast over mijn onderzoek. Dokter Reagan heeft gevraagd of ik hier kon blijven. Dat telefoontje daarstraks was van hem''. ''Maar je kan niet blijven! Je hoort bij ons! We hebben je nodig!'' sputterde Donna tegen. Esteban pakte Donna bij haar handen vast. ''Donna, dit is mijn droom! Ik kan werken in het laboratorium van een beroemde professor en eindelijk meer leren. Ik kan jullie niet helpen met jullie reis, maar misschien dat ik hier wel iets kan doen''. Esteban klonk vastberaden. Teleurgesteld gaf Donna met tegenzin een knikje. Ze wist dat ze niet in de weg kon gaan staan van zijn droom. Ze zuchtte diep. ''Dan ben ik helemaal alleen…'' mompelde ze zacht. Het was niet de bedoeling dat Esteban dat had kunnen horen, maar hij had het toch gehoord. ''Helemaal niet!'' antwoordde hij meteen. Hij had haar handen nog steeds niet los gelaten. ''Je hebt je vriendinnen toch! En ik ben ook bij je…'' Hij liet haar handen even los en raakte de plek op haar borst aan waar haar hart zat. ''Hier. Ik zal altijd bij je zijn. En als dat niet genoeg is kunnen we altijd bellen of sms'en''. Hij schonk haar een lieve glimlach. Er verscheen een lichte blos op Donna's wangen. ''Echt…?'' vroeg ze ongelovig. ''Natuurlijk! Altijd!'' bevestigde Esteban. Donna staarde blozend naar de grond. Ze plukte wat verlegen aan het shirt dat ze aan had. ''Bijna vergeten… Ik moest je nog een antwoord geven''. Esteban begon nu ook wat verlegen te worden. Hij raapte al zijn moed bijeen en trok Donna met een hand naar zich toe. ''Dit is mijn antwoord…'' Hij had Donna dicht naar zich toe getrokken en duwde zachtjes zijn lippen op de hare.