Hoofdstuk 16 – Het bos der geheimen.
De volgende dag was iedereen klaar voor de reis. ''Gaat Esteban niet mee?'' vroeg Melina verbaasd aan Donna toen ze hem niet zag. Donna schudde haar hoofd. ''Hij heeft besloten om hier te blijven. Hij kon in het lab van een bekende professor aan de slag ofzo, en vond dat nuttiger dan met ons meegaan''. ''Kon jij ook niet gewoon hier blijven?'' klonk het gemeen van Leo af richting Sean, die hem boos aanstaarde. Hij wou een opmerking terug maken maar Melina sprong tussenbeide om de boel te sussen. ''Jongens laten we gewoon op weg gaan''. Zij en de anderen begonnen al te lopen terwijl Leo en Sean elkaar nog steeds kwaad aanstaarden, maar daarna toch maar volgden.
Om in het bos der geheimen te komen moesten ze eerst een heel stuk door het bos van Pixiestad heen. Het duurde de halve dag voor ze door het bos kwamen, en het was in de avond toen ze eindelijk door het bos der geheimen heen wandelden. ''Kunnen we stoppen? Ik ben moe'' klaagde Kaylee luid. ''Als we elke keer stoppen komen we er nooit'' antwoordde Leo zonder om te kijken. Hij liep op grote passen ver voor de anderen uit. ''Bovendien gaat het best lekker zo. Als dit alles is wat we van dit bos kunnen verwachten zijn we er zo doorheen''. Kaylee slaakte een diepe zucht en Melina keek haar met medelijden aan. Ook zij had moeite om Leo bij te houden aangezien ze de lange afstand lopen niet gewend was, en Kaylee vond Leo opeens een stuk minder leuk. ''Niet zeuren, we zullen er vast zo doorheen zijn'' ging Leo verder, al was aan zijn toon te horen dat hij nogal chagrijnig begon te worden van de anderen. ''Als we wat verder zijn kunnen we wel even—'' Hij stopte midden in zijn zin, wat ervoor zorgde dat de rest van de groep een voor een tegen hem aan botste. ''Waarom stop je?'' vroeg Donna geïrriteerd toen ze Sean tegen haar aan voelde vallen. Eustace was sprakeloos en stak alleen maar zijn arm uit om te wijzen, waardoor de anderen naast hem moesten komen staan om te kunnen zien wat er aan de hand was.
Voor hen uit strekte een enorm moeras. Om verder op weg te gaan zouden ze die ongetwijfeld moeten oversteken. Over het moeras heen hing een gevaarlijk hangende brug heen. De brug zag eruit alsof hij al een lange tijd niet gebruikt was, en aan de staat te zien was dat niet verrassend. ''Is er geen andere weg?'' Donna zag er overduidelijk tegenop om de brug over te moeten steken. ''Ik bedoel, kunnen we er niet omheen ofzo?'' Sean schudde zijn hoofd op haar vraag. ''We zullen toch echt het moeras over moeten steken om verder te komen''. Hij keek de groep rond. ''Wie wil er eerst?'' Er kwam geen reactie. Niemand zag het zitten om de brug als eerst over te steken. Iemand moest toch de eerste poging wagen. ''Dan ga ik wel'' antwoordde Sean stoer terwijl hij een snelle blik op Melina wierp. Hij haalde zijn schouders op alsof het hem niets kon schelen dat hij een gevaarlijke brug moest oversteken met eventueel gevaar voor zijn eigen leven, al voelde hij zich daar in werkelijkheid wel anders bij. 'Prima. Vaarwel, het was leuk je gekend te hebben'' reageerde Leo sarcastisch, maar Sean negeerde het gewoon en liep langzaam, stap voor stap, richting de hangbrug. Hij legde zijn hand op de railing van de brug en keek nog even twijfelend achterom, de rest van de groep in afwachting naar hem zien starend, maar zette toen een voet op de brug. Hij testte even of de brug stevig genoeg was om op te staan voor hij verder stapte. Toen hij eenmaal merkte dat hij wel op de brug kon staan begon hij verder te lopen. ''Zie je wel, ik zei toch dat het niets was'' zei hij met een zelfvoldane grijns op zijn gezicht. Hij had dat echter net iets te vroeg gezegd. In het midden van de brug schoot er een plank los toen hij zijn voet erop neerzette. Sean kon zich nog net op tijd aan de touwen van de brug vastgrijpen terwijl de plank van de brug naar beneden stortte en met een plons het moeras in belandde. ''Sean!'' Melina deed een stap naar voren en wilde de brug al op rennen om hem te hulp te schieten, maar Leo hield haar tegen. ''Ben je gek geworden? Niet doen, straks val jij ook nog''. Sean kon zichzelf gelukkig omhoog trekken aan de touwen van de brug en stond al snel weer op de brug zelf. ''Geen zorgen, niks aan de hand'' zei hij, al klonk er toch nog steeds een toon van angst in zijn stem na wat er daarnet gebeurd was. Hij wist niet zeker meer of het wel zo'n goed idee was geweest om de brug over te steken. ''Ik moet gewoon voorzichtig—'' begon hij terwijl hij verder liep, maar opnieuw viel er een plank voor hem in het water. ''…Oké, dat doen we dus niet'' maakte hij zijn zin af. Hij keek voor zich en probeerde in te schatten of hij het kon halen door te rennen, maar hij was pas halverwege en de brug leek dat niet te gaan houden. Misschien dat hij net de overkant zou kunnen bereiken, maar dan zou de brug compleet instorten en stond hij in zijn eentje aan de overkant. Hij haalde diep adem. ''Rustig, het is maar een brug'' vertelde hij al mompelend tegen zichzelf om zich gerust te stellen. ''Het kan je geen kwaad doen, je loopt gewoon veilig en voorzichtig naar de overkant..'' Exact op het moment dat hij een stap vooruit wilde doen klonk er een oorverdovend lawaai en spatte het moeraswater met een grote plons omhoog. Een enorme gedaante kwam langzaam omhoog vanuit het water, tot het vlak onder de brug stond. De gedaante was groen en slijmerig, en stonk naar moeraswater. ''Oké, nu kan het me dus wel kwaad doen'' klonk het van Sean af. ''W-wat is dat ding?!'' stamelde Donna met afschuw bij het zien van de gedaante. Kaylee leek het antwoord te weten. ''Dat is een moerastrol! Hij bewaakt de grenzen van het bos!'' Donna trok een wenkbrauw op. ''Hoe weet je dat nou weer?'' Triomfantelijk haalde Kaylee haar telefoon tevoorschijn. ''Daarnet op internet opgezocht''. ''En jij hebt internet hier?'' ging Donna verder. ''Hallo, ik sta hier op een instortende brug met een of andere moerastrol onder me, sta daar niet zo en doe iets!'' Sean klonk gefrustreerd. Beide Donna en Kaylee richten tegelijkertijd hun magie op de trol, maar het deed helemaal niets. De trol leek er immuun voor te zijn. Dan zat er maar een ding op. Sean greep zich stevig vast aan de touwen van de brug en zette het op een rennen. Met een brullende kreet zwom de moerastrol achter hem aan. Sean deed zijn best om het luide gebrul van het monster te negeren terwijl hij rende, alles wat telde was nu dat hij veilig aan de overkant zou komen. Bijna was hij aan de overkant, totdat… Een stuk hout brak onder zijn voeten vandaan en verdween in de mond van het monster. Gelukkig voor hem had hij zich stevig vast kunnen houden aan de touwen van de brug, maar zijn handen begonnen al van de touwen af te glijden. Het duurde niet lang of zijn handen lieten de touwen los. Met moeite kon hij zich nog aan een plank van de brug vastgrijpen, al had hij geen idee hoe lang hij dit vol zou houden. Melina kon het niet langer aanzien. Met een harde duw gooide ze Leo, die haar de eerste keer had geprobeerd tegen te houden, aan de kant en rende de brug op. Dit beantwoordde Leo met een geërgerde zucht. ''Als ze dit niet overleeft betaal ik daar een hoge prijs voor'' mompelde hij onverstaanbaar, waarna hij haar achterna rende. ''Wacht nou! Het is gevaarlijk!'' Melina negeerde zijn geroep en rende gewoon door. Ze stopte pas toen ze vlakbij Sean was. Die hing direct met zijn lichaam boven het monster. Ze knielde voor hem neer en stak haar hand uit. ''Pak mijn hand, dan trek ik je omhoog!'' Sean greep haar hand vast, maar ze voelde dat ze niet sterk genoeg was en hem niet in haar eentje omhoog kon tillen. ''Vergeet het, ga en breng jezelf in veiligheid, voordat het monster jou ook pakt!'' riep Sean naar haar toen hij merkte dat ze het niet vol kon houden, maar Melina liet zijn hand niet los. ''Ik laat je niet vallen!'' riep ze terug, ook al voelde ze dat ze Sean's hand niet langer kon vasthouden en ze hem langzamerhand los begon te laten. Sean bereidde zich al voor op de val. Hij voelde Melina's grip zwakker worden, het monster onder hem brullen, en… Hij voelde een hand zijn arm vastgrijpen en keek recht in het gezicht van Leo, die zijn andere hand vast had gegrepen. ''Het kan me niet schelen of ik je mag of niet, ik wil het niet op mijn geweten hebben dat je opgevreten wordt door dat monster'' zei hij. Samen met Melina trok hij Sean weer omhoog de brug op. Zo snel ze konden renden ze naar het einde van de brug toe, tot ze weer op vast land stonden. Kaylee en Donna stonden nog aan de overkant van het moeras. Met een twijfelende blik staarde Kaylee omlaag naar het monster. ''Ik ga echt niet die brug op hoor, dat wordt mijn dood'' sputterde ze tegen. Donna trok een wenkbrauw op. ''Wie zegt dat we die brug over moeten?'' Ze wees met haar duim naar achteren. ''We hebben toch vleugels?'' Kaylee leek zich nu pas weer te realiseren dat ze een pixie was. Opgetogen vloog ze op. ''Met onze vleugels kunnen we gewoon over het moeras heen vliegen!'' Ze begon al aan de overtocht. ''Ik kom eraan jongens!'' riep ze onder het vliegen. Donna reageerde met een zucht. ''Wacht nou even!'' Ze vloog ook op om achter Kaylee aan te gaan. Kaylee was al bijna aan de overkant, maar het monster liet het daar niet bij zitten en gooide een laag plakkerig moeraswater omhoog. Het miste Kaylee, maar raakte Donna. ''Mijn vleugels!'' Het kleverige moeraswater was op haar vleugels beland, waardoor haar vleugels niet meer werkten. Al snel stortte ze neer. Ze kon zich nog net op tijd aan de touwen van de brug vastgrijpen, maar de touwen begonnen onder haar gewicht te buigen en ze hing nu recht boven het monster. ''Help me!'' schreeuwde ze naar het groepje dat aan de overkant stond. Kaylee, die net de anderen had bereikt, vloog terug om Donna te helpen. Ze pakte Donna bij haar armen vast en probeerde haar omhoog te helpen, maar was niet sterk genoeg. ''Kom helpen!'' schreeuwde ze naar Leo, de enige andere pixie van de groep, maar die staarde twijfelend naar de brug en het monster daaronder. ''Leo!'' riep ze erachteraan toen ze doorhad dat hij niet zou komen. ''Ik… Ik kan niet…'' stamelde hij. ''Ik kan dit niet zelf!'' reageerde Kaylee terwijl ze Donna nog steeds vasthield, maar het leek niets te veranderen. Ze voelde dat ze een van Donna's armen langzaam los begon te laten. Haar blik viel op Donna's rugzak. ''Gooi dat weg, misschien kan ik je dan omhoog tillen!'' Donna schudde verwoed haar hoofd. ''Echt niet! Daar zit al ons eten in! En niet alleen dat, ook mijn persoonlijke spullen!'' ''Wat is belangrijker, je spullen of je leven?'' Twijfelend staarde Donna naar het moeras onder haar. ''Donna!'' Uiteindelijk maakte ze de beslissing om toch maar haar rugzak af te gooien. Die verdween onder haar in de mond van het monster. ''Het is al weg, nu blij?'' Ze pakte Kaylee's handen vast, die haar met moeite omhoog trok. Zonder het extra gewicht van de rugzak erbij lukte het haar net om Donna omhoog te krijgen. Uiteindelijk stonden ze met zijn allen aan de overkant.
Kaylee zette haar handen in haar zij toen ze tegenover Leo stond. ''Waarom hielp je niet? Donna had wel dood kunnen gaan door dat monster!'' Leo sloeg zijn ogen neer. ''Ik euh… ik was bang. Voor het monster'' stamelde hij maar. Naast hem leek Sean zijn lachen haast niet meer in te kunnen houden. ''Onze held is bang voor het monster'' lachte hij spottend. Leo hief zijn vuist op. ''Kop dicht makker of ik duw je alsnog in het water zodat je moerasmonstervoer bent''. ''Oh ja joh? Was je niet bang voor het monster? Straks val je er zelf nog in en moeten wij je gaan redden omdat je ligt te huilen in het water als een baby'' ging Sean gewoon door. Leo leek bijna te ontploffen van woede. ''Ik zal je—'' Hij kwam al op Sean aflopen, maar Donna hield hem tegen. Ze had haar armen over elkaar geslagen. ''Dit is allemaal leuk en aardig zo, maar hoe zit het nu met ons eten? Heeft een van jullie nog eten meegenomen?'' Ze staarde de groep rond, maar er kwam geen reactie. ''Nee… zeg niet dat ik de enige ben die eten heeft meegenomen''. Donna staarde met open mond naar de anderen. Ze stak haar arm uit. ''Geef hier die rugzakken. Ik wil zien wat jullie hebben meegenomen''. Twijfelend staarden de anderen naar haar, maar uiteindelijk gaven ze toch een voor een hun rugzakken af. Leo was de enige die zijn rugzak niet wilde geven. Donna besloot eerst maar die van de anderen te inspecteren voor ze hem aan zou pakken. Ze hield Sean's rugzak ondersteboven en gooide hem leeg. ''Hey! Mijn spullen!'' klonk het van Sean af. Donna haalde haar schouders op. ''Volgende keer zal ik wel voorzichtiger doen'' antwoordde ze, ook al klonk het alsof het haar weinig deed. Ze inspecteerde de spullen. ''Een kompas, een aansteker, verband… Ik wil niet weten wat dit is…''. Sean trok het voorwerp uit haar handen. ''Dat is van mij, dankje''. Hij stopte het snel weg. Met een raar gezicht keek Donna hem aan maar besloot het er toch maar bij te laten. ''Oké, ik geef toe, je spullen zijn nuttig. Helaas kunnen we ze niet eten''. Terwijl Sean geërgerd zijn spullen van de grond raapte pakte Donna de tas van Kaylee aan en stak haar hand erin. ''Een telefoonoplader''. Ze rolde met haar ogen. ''En waar denk jij hier in de wildernis een stekker te vinden?'' Voordat Kaylee kon antwoorden had ze het volgende voorwerp alweer uit de tas gehaald. Het gaf haar weinig hoop. ''Een powerbank? Serieus? Je hebt toch een lader?'' ''Voor als mijn oplader het niet doet'' reageerde Kaylee. Donna liet een geïrriteerd gegrom horen en smeet de tas naar de zijkant. ''Hier zit alleen maar troep in. Melina, jouw beurt''. Nerveus gaf Melina haar tas aan Donna. Het eerste wat ze uit de tas viste was een knuffelbeest. Met een raar gezicht staarde Donna ernaar. ''Waarom heb je dit nou weer mee?'' Melina trok de knuffel uit Donna's handen en hield het dicht tegen haar aan geklemd. ''Ik kan niet slapen zonder'' mompelde ze terwijl ze haar ogen neersloeg. ''Ha, cute''. Sean had een geamuseerde grijns op zijn gezicht bij het zien van Melina, al verdween deze toen hij Donna's irritatie zag. ''Je kan het eten, als je van gebraden knuffels houd'' zei hij haastig, maar Donna leek de grap niet te kunnen waarderen. Ze smeet de tas op de grond neer. ''Dit is net zo erg als die van Kaylee. Waarom ben ik de enige die iets nuttigs heeft meegenomen?'' ''Mijn spullen waren nuttig'' protesteerde Sean, maar Donna negeerde het. Ze richtte zich nu op Leo. ''Jij bent mijn laatste hoop''. Leo leek nog steeds niet van gedachten veranderd te zijn. ''Dit is privé. Je hebt het recht niet om mijn eigendommen te doorzoeken'' zei hij bot. ''Onze tassen zijn ook doorzocht. Het is net zo eerlijk als we ook zien wat er in die van jou zit'' klonk het van Sean af. Melina knikte instemmend. ''Hij heeft gelijk, Leo''. ''Ik geef hem niet'' hield hij vol. ''Maar ik kan je garanderen, er zit geen eten in, helaas pindakaas''. ''Dus niemand heeft eten. Wat dachten jullie? Dat is niet belangrijk genoeg, we verhongeren liever dan dat we onze games op onze telefoon missen?'' Ze wierp een vuile blik naar Kaylee, waar ze haar commentaar vooral op gericht had. ''Ik heb mijn tas tenminste niet in het moeras laten vallen'' reageerde die beledigd terug. Donna opende haar mond alweer om wat terug te zeggen maar Leo, die ondertussen zijn tas weer op zijn rug had gegooid, kwam ertussen. ''We kunnen beter eten gaan zoeken in plaats van hier ruzie te gaan maken om wiens schuld het is''. Donna en Kaylee staarden elkaar alleen maar boos aan. Ergens zei Leo het waarschijnlijk ook om van de vragen over zijn tas af te zijn.
De groep besloot verder te gaan en ondertussen te kijken of er eventueel wat te eten te vinden was. Onder het lopen zat Donna op haar telefoon. ''Wie is er nu gameverslaafd?'' mopperde Kaylee terwijl ze Donna zag, maar die wierp haar alleen een vuile blik toe terwijl ze verder typte. Ze keek nauwelijks uit waar ze liep terwijl ze de anderen probeerde te volgen.
Terwijl ze verder liepen begon het langzamerhand donker te worden. Pas toen het echt donker was bleef de groep op een plek in het bos staan. ''Ik heb zo'n honger'' klaagde Kaylee hardop terwijl ze haar armen om haar buik geklemd hield. Het was duidelijk dat Donna een opmerking wou maken over haar tas en over het feit dat niemand eten had meegenomen, maar ze hield wijs haar mond dicht. Ze stopten op een kleine open plek tussen de bomen. Tot nu toe waren ze nog geen enkele vorm van eten tegen gekomen. ''Misschien kunnen we zoeken naar bessen of iets?'' stelde Melina voor, maar niemand leek echt naar haar te luisteren. ''Hey jongens, ik heb iets gevonden'' klonk de stem van Leo ineens. Hij was naar de bosjes links van de groep gelopen en stond gebukt over iets op de grond. Het was een groep paddenstoelen. ''Misschien kunnen we deze eten?'' ''Zijn die niet giftig?'' vroeg Donna sceptisch. Sean liep naar Leo toe met een grijns op zijn gezicht. ''Waarom probeer je er niet een? Dan weten we vanzelf of ze eetbaar zijn of niet''. Leo trok een paddenstoel uit de grond en hield die voor Sean's gezicht. ''Neem jij hem maar. Alle eer aan jou''. Kaylee rolde met haar ogen, kijkend naar de jongens die de paddenstoel heen en weer naar elkaar duwden en elkaar probeerden te vergiftigen. Ze richtte zich tot de meiden. ''Laten we maar naar die bessen gaan zoeken. Die paddenstoelen ga ik echt niet eten. Die mogen zij lekker hebben''. Melina en Donna knikten instemmend. Net toen ze op wilden splitsen om te gaan zoeken, was er een luid lawaai te horen. Het klonk als een vogel. Ze keken op om een gele vogel met een mand boven hun hoofd te zien vliegen. ''Kraa! Gabriel tot de redding!''
