Hoofdstuk 21: - Lillian.
''Lillian?'' herhaalde Donna de naam die Kaylee had uitgesproken. Kaylee knikte. ''Lillian is de dochter van Cherie en Martino. Martino mag dan wel niet meer welkom zijn in het huis, Lillian laat ze vast wel binnen''. Melina en Sean wisselden een snelle blik met elkaar. Kaylee's plan zou nog best kunnen werken. Mits ze Lillian zo ver konden krijgen om hen te helpen… en dan restte nog de vraag: waar konden ze Lillian vinden?
Ze besloten terug te gaan naar de Molly Moo om het Martino te vragen. Helaas kregen ze toen ze terug bij de bakkerij aankwamen te horen van Caramel dat Martino al naar huis was gegaan om na de elektrische schok van eerder even te gaan liggen. ''Tante, heb jij misschien enig idee waar we Lillian kunnen vinden?'' vroeg Kaylee dan maar aan haar tante, maar Caramel schudde haar hoofd. Ze vond het al moeilijk genoeg om bij te houden waar haar eigen dochter uithing, laat staan die van een ander. Zuchtend draaide Kaylee zich weer om naar de groep. ''Wat nu?'' Ineens dacht Melina terug aan het moment in de winkel van Amore. Esmee, de dochter van Amore, was die middag binnengestormd met Lillian aan haar zijde, en had gevraagd of ze bij de Elastricitrons konden eten. ''Ik weet waar Lillian is!'' riep ze uit. ''Weet iemand wie de Elastricitrons zijn? Ik denk dat we Lillian daar kunnen vinden'' ging ze verder. Toen iedereen haar raar aan keek legde ze zichzelf uit. ''Ik weet wel wie dat zijn'' klonk het van Caramel af toen Melina uitgesproken was. ''De Elastricitrons zijn twee goede vrienden van mij: Pam en Plasto. Pam runt haar eigen beautysalon in de stad''. Ze hoefden elkaar niet lang aan te kijken om te weten wat het volgende plan was. Snel gingen ze op weg.
Het was niet ver lopen naar de beautysalon van de familie Elastricitron. De salon bevond zich in het midden van de stad. Terwijl ze naar binnen liepen zagen ze een blonde pixie vrouw van middelbare leeftijd die druk in de weer was met de klanten. ''Ik kom er zo aan!'' riep ze zonder op te kijken naar Melina en de anderen. ''Hoe wist ze dat?'' fluisterde Donna vol ontzag naar niemand in het algemeen, verbaasd dat de pixie hen had opgemerkt terwijl ze zo druk bezig was, maar niemand had daar een antwoord op. Terwijl ze aan het wachten waren keek Melina om haar heen of ze Lillian ergens zag, maar de brunette was nergens te bekennen. Nadat er ongeveer tien minuten waren verstreken kwam de blonde vrouw, die waarschijnlijk Pam moest zijn, naar hen toe gelopen. ''Hoe kan ik jullie helpen?'' vroeg ze vriendelijk, maar ze kregen de kans niet om te antwoorden, want ze ging al weer verder. ''Voor een knipbeurt zullen jullie eerst een afspraak moeten maken. We zijn erg druk, en…'' Ze wierp een snelle blik op Melina en Sean. ''…wegens slechte ervaringen doen wij geen zaken met elven''. ''Daar komen we niet voor'' onderbrak Donna haar snel. ''We zijn op zoek naar Lillian. Is ze hier?'' Pam knikte langzaam. ''Ja, dat klopt…'' antwoordde ze bedachtzaam. ''Waarvoor hebben jullie haar nodig?'' zei ze met een wantrouwende blik op Melina en Sean gericht. Ze vertrouwde hen nog steeds niet. ''We moeten haar spreken. Het is belangrijk. Ik ben het nichtje van Caramel'' nam Kaylee het woord over, in de hoop dat Pam haar daarom zou vertrouwen. Het werkte. Pam knikte. ''Ik zal haar roepen'' Ze draaide zich om en verdween naar achteren in de winkel.
Even later kwam Pam terug, op de voet gevolgd door Lillian. ''O, jullie zijn het…'' merkte die teleurgesteld op toen ze het groepje bij de ingang zag staan. Melina vroeg zich af wie ze gehoopt had te zien. Al snel herstelde Lillian zich. ''Wat is er?'' vroeg ze. ''Kan het niet tot morgen wachten? We hebben net een vriendinnenavond gepland''. ''Nee, het kan niet tot morgen wachten'' antwoordde Melina bits. Ze mocht Lillian niet zo, al kon ze niet goed plaatsen waarom. Ze had er al een naar gevoel bij gehad sinds het feest. Dit zorgde ervoor dat de anderen haar verbaasd aankeken vanwege haar botte reactie. Haastig nam Kaylee het woord over. ''We hebben je hulp nodig. Er ligt een kompas in de villa van jouw moeder dat we moeten hebben, en jij kunt ons helpen dat te krijgen''. Lillian leek even na te moeten denken. ''Misschien. Dat zou best kunnen, maar wat staat er tegenover voor mij?'' reageerde ze, tot verbazing van de anderen. ''Ik mis hierdoor mijn afspraak'' legde ze uit. ''Daarom vind ik dat er wel wat tegenover moet staan als ik jullie help''. De vier anderen wisselden een blik met elkaar. Wat hadden ze dat ze Lillian konden bieden? Ze wisten niet eens zeker wat ze wou hebben. ''We eh… hebben niets'' bekende Melina, waarop Lillian haar schouders ophaalde. ''Dan kan ik jullie ook niet helpen''. Ze wilde zich alweer omdraaien, maar Sean hield haar tegen. ''Een date met mij'' stelde hij uit het niets voor. In een ruk draaide Melina zich om naar Sean. Vol verbijstering staarde ze hem aan, maar van zijn gezicht was niets af te lezen. ''O?'' klonk het geamuseerd van Lillian af. ''En waarom denk jij dat ik met jou op date zou willen?'' ''Omdat je, of je het nou wel of niet wilt toegeven, nieuwsgierig bent naar het leven van een elf, en ik je dat kan bieden'' antwoordde Sean vol zelfvertrouwen. Er verscheen een geamuseerde glimlach op Lillians gezicht. ''Je hebt gelijk'' gaf ze toe. ''Goed, we hebben een deal. Ik doe het'' besloot ze, en gaf hem een knipoog.
''Kom maar mee naar mijn moeders huis''. Ze opende de voordeur van de beautysalon om de weg te leiden. Donna, Kaylee, en Sean liepen al achter haar aan, terwijl Melina er maar een beetje achteraan sjokte. Waarom had Sean dat tegen Lillian gezegd? Zij zouden toch al samen op date gaan? Haar hoofd tolde van alle vragen. Sean vertraagde zijn pas toen hij merkte dat ze achter bleef en kwam naast haar lopen. Hij stootte haar aan. ''Ik ga niet echt met haar op date hoor'' zei hij alsof hij haar gedachten kon lezen. ''Ik neem haar gewoon naar wat plekken in het elvengedeelte van de stad toe en laat haar wat zien, en daarna breng ik haar weer naar huis'' deed hij als poging om haar gerust te stellen. ''Je hoeft je geen zorgen te maken''. ''Ik maak me helemaal geen zorgen'' reageerde Melina direct, waarop Sean haar verbaasd aankeek. Hij had de felle reactie niet verwacht. Meteen had Melina spijt van haar reactie. ''Sorry'' mompelde ze terwijl ze haar ogen neersloeg. ''Ik bedoel, je mag zelf weten met wie je op date gaat''. ''Weet ik'' antwoordde Sean zacht en nam even een pauze om haar aan te kijken. ''Maar er is iemand anders waarmee ik veel liever op date ga'' ging hij verder, wat ervoor zorgde dat ook Melina nu naar hem op keek. Ze bleven even stil staan terwijl ze naar elkaar keken. Ze voelde vlinders in haar buik opkomen en voelde de verleiding om zijn hand vast te pakken. Met haar hand reikte ze naar de zijne uit, maar zodra hun vingers elkaar aanraakten voelde ze een soort schok door haar hele lichaam heen gaan en sprong geschrokken achteruit. Paniekerig keek ze om zich heen. Haar blik viel op Kaylee. ''Ik eh… ik moet Kaylee nog wat vragen'' zei ze snel, en rende vooruit zodat Sean haar nu vuurrode wangen niet hoefde te zien. Waarom voelde ze zich toch zo? Zuchtend liep ze zonder nog achterom te kijken achter Lillian aan.
Toen ze weer bij villa Olivander, het huis van Cherie, de moeder van Lillian, aan waren gekomen, gingen ze voor de zekerheid nog een laatste keer over het plan heen. ''Dus, nog een keer: ik moet naar binnen en naar een kompas zoeken?'' herhaalde Lillian, waarop Kaylee knikte. ''En waar vind ik dat kompas dan wel?'' Melina haalde haar schouders op. Ze wisten alleen dat het in de villa lag, maar niet waar Cherie het gelaten had. ''Goed''. Lillian zuchtte. ''Ik vind het wel. Wachten jullie hier?'' Ze belde aan bij de intercom. De intercom ging een paar keer over voordat Cherie opnam. ''Ja?'' klonk haar moeders stem vanuit de speakers. ''Mam, ik ben het. Lillian'' antwoordde Lillian. ''Mag ik binnenkomen?'' ''Lillian?'' Aan de stem van Cherie was de verbazing te horen. Het duurde een paar seconden voor er nog een antwoord volgde. ''Natuurlijk! Kom binnen!'' Er klonk een klik en de poorten van het hek die om de villa zaten gingen open. Lillian draaide zich om naar de anderen om ze nog even een snelle knipoog toe te werpen, en liep toen de tuin in. De poorten sloten langzaam achter haar.
Lillian duwde de grote voordeuren van de villa open met een opgeluchte zucht. Gelukt, ze was binnen. Nu nog dat kompas vinden, en ze kon weer gaan. Het was het gemakkelijkst om het gewoon aan haar moeder te vragen, al zag ze daar wel een beetje tegenop. Sinds ze bij haar vader woonde zag ze haar moeder nauwelijks nog. Ze struinde de hal af op zoek naar haar moeder, en trof Cherie uiteindelijk aan in de enorme woonkamer. Haar moeders stem was van buiten in de hal al te horen. ''Ik had die schoenen in het roze besteld!'' Cherie was druk aan het telefoneren. ''Deze zijn geel! Dat zijn twee totaal verschillende kleuren!'' Lillian bleef in de deuropening staan, wachtend tot haar moeder haar zou opmerken. ''Het kan me niet schelen dat 'geel ook mooi is', ik wil de roze! Die kleurt beter bij mijn jurk!'' tierde ze door de telefoon. ''Dus, hoe zijn jullie van plan dit op te lossen? Nou?'' Plots viel haar blik op Lillian. Haar mond viel open, en ze liet spontaan de telefoon uit haar handen vallen. Haar ogen lichtten op. ''Lillian!'' riep ze uit. Ze stond op van de sofa waar ze op zat en rende naar Lillian toe om haar in een omhelzing te nemen. Lillian sloeg ene beetje ongemakkelijk haar armen om haar moeder heen. Toen Cherie haar eindelijk los liet opende ze haar mond om wat te zeggen, maar ze kreeg de kans niet. ''Ik vind het zo fijn dat je eindelijk terug bent!'' riep Cherie uit. ''Ik heb je gemist!'' Ze greep Lillian bij haar arm vast en sleepte haar mee naar de sofa. ''We hebben zoveel om bij te praten'' ratelde Cherie door terwijl ze plaats namen op de sofa. Er ging een steek van verdriet door Lillian heen. Eigenlijk miste ze haar moeder best wel. Sinds ze bij haar vader was gaan wonen had ze geprobeerd er niet aan te denken. ''Dat kan toch? Als jij weer bij papa komt wonen…'' begon ze hoopvol, maar Cherie onderbrak haar. ''Je vader en ik gaan niet meer samen'' zei ze. ''Maar je kan het toch proberen?'' hield Lillian vol. ''En ik weet zeker dat papa ook wil dat je terug—'' ''Het gaat niet'' onderbrak Cherie haar opnieuw, dit keer op strenge toon. Woedend sprong Lillian op van de bank. ''Nou, dan hoeft het van mij ook niet!'' reageerde ze fel. ''Bovendien kom ik hier helemaal niet voor jou. Ik kom om een kompas te halen dat jij hier zou moeten hebben. Waar is het?'' ''Kompas?'' Cherie leek haar niet te begrijpen. ''Je weet heus wel waar ik het over heb'' snauwde Lillian. ''Het kompas dat je van Ninfea hebt gehad''. Nu pas leek het bij Cherie te dagen waar het over ging. Ze stond op van de bank. ''Dat kan ik je niet geven'' zei ze. ''Waarom niet?'' vroeg Lillian uitdagend. Ze zette haar handen in haar zij. ''Het is een bijzonder voorwerp en niet voor jou bestemd. Je krijgt het niet en daarmee uit'' was Cherie's reactie. Ze begon nu ook haar geduld te verliezen. In de kamer verschenen donderwolken, een gevolg van Cherie's weerkrachten die veranderden op haar humeur. Eigenlijk wou Lillian het daar niet bij laten, maar ze vond de donderwolken er toch wel een beetje te angstaanjagend uitzien. Langzaam deed ze een paar stappen achteruit, maar herstelde zich toen. ''Prima! Ik krijg ook nooit wat van jou!'' snauwde ze boos. ''Laat me maar in de steek, dat doen jullie toch altijd!'' schreeuwde ze. Ze gooide de deur open en rende de woonkamer uit.
Al stampend maakte ze haar weg naar de voordeur, tot ze zich bedacht. Ze kon niet zomaar zonder het kompas naar buiten komen. Voor even dacht ze na. Haar blik ging naar de trap die naar boven leidde. Ze kon het kompas toch ook gewoon zelf pakken? Haar moeder zou het toch niet merken met de enorme hoeveelheid aan spullen die ze in huis had. Bovendien kon het haar ook niets meer schelen wat haar moeder ervan zou vinden. Vastbesloten draaide ze zich om en liep naar boven. De meest waarschijnlijke verstopplek voor het kompas leek haar haar moeders slaapkamer. Ze herinnerde zich nog van vroeger dat haar moeder al haar belangrijke sieraden in een sieradendoosje in de lade van haar kaptafel stopte. Haar moeder was vaak genoeg kwaad geworden als Lillian met haar sieraden of make-up zat te spelen. Zou dat niet de perfecte plek voor een kompas zijn? Ze ging op weg naar de kamer van haar moeder en zocht naar de kaptafel. Alles stond nog precies op de plek die ze zich herinnerde. Haar blik viel op een foto in de hoek van de kaptafel. Het was een foto van haar met haar ouders samen, van toen ze nog samen woonden. Een steek van verdriet ging door haar heen, maar ze duwde het gevoel opzij en probeerde zich te focussen op haar zoektocht. Ze trok de lade open en veegde een aantal parelkettingen opzij. ''Allemaal troep…'' mompelde ze gefrustreerd terwijl ze door de sieraden ging. Plots viel haar oog op een klein kistje dat in de hoek van de lade weggestopt was. Voorzichtig pakte ze het kistje vast en opende het. Een antiek rond voorwerp staarde haar aan. Dat moest het kompas zijn! Opgelucht staarde ze ernaar. Ze snapte niet zo goed wat er zo bijzonder aan het kompas was, maar als Melina en de anderen het zo graag wouden hebben, moest er wel iets mee zijn. Ze sloot het doosje weer en rende de kamer uit.
Toen Lillian weer naar buiten gehold kwam stonden de anderen al op haar te wachten. ''Ik heb het kompas gevonden!'' riep ze enthousiast terwijl ze vlak voor hen tot stilstand kwam. Ze opende het kistje dat ze mee had genomen. ''Het kompas! Je hebt het!'' riep Melina blij. Ze stak haar hand uit om het kompas te pakken, maar net voordat ze het met haar vingers kon aanraken sloeg Lillian het deksel dicht. ''Eerst moeten jullie je afspraak nakomen''. ''Ah ja, onze date. Zodra we terug zijn neem ik je meteen-'' begon Sean, maar Lillian schudde haar hoofd. ''Ik heb me bedacht'' zei ze. ''Ik wil iets anders''. ''Je kan de deal niet zomaar veranderen'' bracht Donna ertegenin, maar Lillian besteedde geen aandacht aan wat ze zei. ''Ik weet niet wat jullie van plan zijn met dit kompas en waar jullie naartoe gaan, maar ik wil mee'' eist ze. Donna's mond viel open bij het horen van Lillians eis. Ze wilde opnieuw protesteren, maar Melina was haar al voren. ''Dat gaat niet'' zei die. ''Dan krijgen jullie het kompas ook niet'' antwoordde Lillian stellig. Ze draaide zich alweer om naar de villa. ''Graag of helemaal niet''. ''Wacht!'' klonk de stem van Kaylee. ''Het is goed. Je mag mee. Zolang wij het kompas maar krijgen'' zei ze haastig, tot onbegrip van Donna en Melina. Er verscheen een triomfantelijke grijns op Lillians gezicht. ''Helemaal niet!'' klonken Melina en Donna in koor. ''We kunnen niet anders'' siste Kaylee naar hen. ''We hebben dat kompas echt nodig''. ''En misschien kan ze ons helpen?'' opperde Sean als idee, terwijl hij even naar Lillian keek die naar hem glimlachte. De glimlach op het gezicht van Lillian zorgde ervoor dat Melina Lillian er alleen maar minder bij wou hebben. ''Goed'' antwoordde Melina uiteindelijk met tegenzin. ''We vertrekken overmorgen. Zorg dat je op tijd bij de Molly Moo bent''. Ze hield haar hand uit voor het kompas, maar Lillian gaf het kompas niet af. ''Ik denk dat ik die nog even bij me houd'' zei ze met dezelfde glimlach nog steeds op haar gezicht. ''Ik wil niet dat jullie ineens besluiten om zonder mij te vertrekken''. Ze draaide zich om. ''Tot overmorgen dan''. Met die woorden ging ze er vandoor. Met een zuur gezicht keek Melina haar na. Gelukkig hadden ze nu tenminste het kompas, als Lillian niet van gedachten zou veranderen. Ze besloten ook maar naar huis te gaan, hun rust te pakken, en alvast hun spullen klaar te zetten voor het vertrek.
Die nacht lag Melina te woelen in haar bed en kon de slaap niet vatten. Gedachten aan de volgende dag, naar haar date met Sean, bleven in haar hoofd ronddwalen, en ze maakten haar veel te zenuwachtig. Opnieuw probeerde ze haar ogen te sluiten en haar hoofd leeg te maken, maar het duurde niet lang of haar ogen schoten weer open toen ze het geluid van naderende voetstappen op de gang hoorde. De voetstappen klonken van de zoldertrap naar beneden. Was het nu al ochtend? Vermoeid wierp Melina een snelle blik op de wekker die op haar nachtkastje stond. 3 uur 's nachts? De voetstappen vervolgden hun weg naar beneden. Melina wreef in haar ogen en besloot toch maar te gaan kijken. Ze liep naar haar kamerdeur en kon nog net een glimp opvangen van haar vader, Floxy, die in compleet zwart gekleurde kleding de trap af liep. Raar, dacht ze. De badkamer was toch op deze verdieping? Met een gaap liep ze terug naar haar bed. Ze had geen zin om er achteraan te gaan om dit tijdstip, ze zou het haar vader 's ochtends wel vragen. Langzaam kroop ze terug in bed, hopend dat ze eindelijk in slaap zou kunnen vallen.
3 uur 's nachts. Floxy keek op de klok. 'Vannacht om 3 uur 's nachts voor de Molly Moo. Zorg dat je er bent' hoorde hij de stem van Rex echoën in zijn hoofd. Zuchtend maakte hij zijn weg naar de voordeur. Hij was moe en wilde het allerliefst gewoon terug zijn bed inkruipen, maar wist ook dat hij Rex geen nee kon verkopen en dat hij het niet kon maken om niet te komen opdagen. Zachtjes was hij daarom die nacht uit bed geslopen, voorzichtig geweest dat hij Sapphire en de anderen niet wakker maakte. Hij opende de voordeur en ging haastig op weg naar de Molly Moo. Daar stond Rex hem al op te wachten. ''Dat duurde lang'' bromde die. ''Waar bleef je?'' Floxy opende zijn mond al, maar Rex gaf hem de kans niet om te antwoorden. ''Laat ook maar'' ging hij verder. ''Er is werk aan de winkel''. Floxy begreep nog steeds niets van Rex' plan. ''Wat komen we hier nou eigenlijk doen, Rex?'' klaagde hij luidkeels. ''Ik ben moe en ik wil terug naar bed''. ''Wees niet zo'n zwakkeling'' snauwde Rex terug. ''Wil je nou weer een echte elf worden, of niet? Bij een echte elf zijn hoort inbreken, en ja, ook 's nachts''. Floxy fronste. ''Inbreken?'' Hij wierp een snelle blik op de bakkerij. ''Hoezo inbreken? Je woont hier''. ''Ja, ik had ook liever de bank beroofd, maar Caramel heeft al mijn zware inbraakspullen afgepakt, en de rest ligt nog op het politiebureau, dus je zult het hier mee moeten doen'' antwoordde Rex ongeduldig. Hij zocht in de tas die hij bij zich had naar iets om de deur mee te openen. Floxy zuchtte diep. Hij draaide zich om. "Ik ga naar huis'' verklaarde hij, klaar om weg te lopen, maar Rex stak daar een stokje voor. "Je kunt nu niet weggaan!" protesteerde hij terwijl hij voor Floxy kwam staan. ''En de taarten dan?'' Op het gezicht van Floxy verscheen opnieuw een frons. ''Caramel heeft haar lekkerste taarten in de keuken staan. Dat wil je toch niet missen?'' ging Rex verder, in een poging hem te verleiden. ''Stel je eens voor: alle taarten die je wilt. Allemaal voor jou''. Dat leek Floxy toch te doen twijfelen. ''Echt waar?'' vroeg hij ongelovig. Het water liep hem al in de mond. Rex knikte. ''Echt waar''.
En dus stond Floxy even later over Rex zijn schouder mee te kijken hoe hij de voordeur met een haarspeld probeerde open te maken. ''Waarom al die moeite? Je hebt toch gewoon een sleutel?'' klonk het van Floxy af. Tegelijkertijd met de klik van het slot was de geïrriteerde zucht van Rex te horen. ''Echte elven gaan niet naar binnen met een sleutel'' was het commentaar van Rex. Hij duwde de voordeur open. ''Ga naar binnen en breek de voorraadkast open, of moet ik soms alles zelf doen?'' snauwde Rex terwijl hij de deur voor Floxy open hield. Langzaam strompelde Floxy de bakkerij binnen. ''Ik zie geen hand voor ogen'' klaagde Floxy luidkeels. De bakkerij was volledig in het duister gehuld. Zonder het door te hebben knalde hij met een luide bons tegen een stoel aan en gooide die omver. Terwijl hij zijn evenwicht verloor probeerde hij nog houvast te vinden aan een tafel naast hem, maar trok met zijn gewicht de hele tafel met een luid kabaal mee in zijn val. ''Kijk uit waar je loopt'' snauwde Rex, die bijna struikelde over Floxy die gespreid voor hem op de vloer lag. ''En maak niet zo'n herrie. Wil je soms dat het hele huis wakker wordt?'' vervolgde hij zijn zin. Met een grom kwam Floxy overeind van de grond. Hij had nu al spijt van zijn beslissing. ''Als ze dat niet inmiddels al zijn'' bromde Rex terwijl ze een voor een de keuken in liepen. Dit keer was het Floxy's beurt om de deur open te maken, maar dat was nog niet zo gemakkelijk. Door de duisternis zag hij bijna niets. ''Ik zie niets. Heb je geen zaklamp?'' zeurde Floxy, waarop Rex opnieuw een geïrriteerde zucht liet horen, maar toch maar in zijn tas taste op zoek naar een zaklamp en die aan Floxy gaf.
Donna werd uit haar slaap wakker geschud door Kaylee. ''Wat is er?'' klaagde ze terwijl ze in haar ogen wreef. ''Ik kan niet slapen'' was het antwoord van Kaylee. ''Ik hoor rare geluiden van beneden komen''. Donna zuchtte vermoeid. ''Het is vast niets. Waarschijnlijk je tante die bezig is de bakkerij voor te bereiden''. ''Om half 4 's nachts?'' siste Kaylee ongelovig. ''De bakkerij is pas om 9 uur open!'' Donna gaf geen antwoord. Ze had zichzelf alweer op haar andere zij gedraaid. ''Maar wat als het een inbreker is?'' ging Kaylee door. ''Dan kan de inbreker naar hartenlust taart eten'' klonk het droog van Donna af, die niet de moeite nam om terug te draaien. Kaylee rolde met haar ogen. Aan Donna had ze ook niets. Dan moest ze zelf maar gaan kijken. Ze gooide haar lakens opzij en liep naar de deur toe. Tot haar opluchting zag ze, toen ze de deur opende, dat ze niet de enige was die wakker was geworden van het geluid. Ook Harvey stak slaperig zijn hoofd om de hoek, en Caramel kwam met een getoverde lantaarn de zoldertrap, waar de slaapkamer van haar en Rex was, aflopen. ''Wat is dat lawaai?'' vroeg Kaylee aan haar tante. ''Geen idee'' antwoordde Caramel. ''Maar Rex lag ook niet in zijn bed, dus ik kan maar beter even een kijkje gaan nemen''. ''Is dat niet gevaarlijk? Wat als het een gewapende inbreker is?'' stamelde Kaylee. ''Geen zorgen''. Caramel toverde met een triomfantelijke grijns een baseball bat tevoorschijn en hield die omhoog. ''Die inbreker leer ik zo een lesje''.
Caramel vervolgde haar weg naar beneden. Voorzichtig en op haar hoedde sloop ze stapje voor stapje de trap af, naar de richting waar de geluiden vandaan kwamen. Met de baseball bat in de aanslag schuifelde ze richting de keuken. Ze stak haar hoofd om de hoek van de keuken, klaar om in de aanval te gaan, maar kon nog net op tijd stoppen toen ze zag wie er voor haar stonden. Ze zag Floxy, die met beide handen stukken taart naar binnen propte, en Rex, die met een grijns stond toe te kijken. Ze sloeg haar armen over elkaar en zei niets, wachtende tot een van de mannen haar zou opmerken. Gelukkig voor haar duurde dat niet lang. Net toen Floxy op het punt stond om zijn volgende stuk taart te pakken viel zijn oog op Caramel. ''Uh, Rex...?'' mompelde Floxy terwijl hij zijn vinger in de lucht hield. ''Wat?'' reageerde die, al sprak Floxy's wijzende vinger boekdelen. Rex draaide zich om en deinsde van schrik achteruit. ''Caramel! Ik euh... wat een verrassing!'' probeerde hij zichzelf al stamelend te herstellen. Floxy zwaaide een beetje awkward met zijn met slagroomtaart bekruimelde hand. ''En waar denken jullie mee bezig te zijn?'' vroeg Caramel. Ondanks dat haar gezichtsuitdrukking op onweer stond, lukte het haar om zich in te houden. ''Ik euh... Floxy moest nog uitbetaald worden'' verzon Rex, maar Caramel trapte daar niet in. Om half 4 's nachts? Bovendien had ze Floxy die middag zelf al een stuk taart als beloning gegeven voor zijn laatste optreden tegen Boxen. Ze slaakte een diepe zucht. ''Laat ook maar. Ik wil het niet eens weten''. Ze had geen tijd voor deze onzin. Morgenvroeg moest de bakkerij weer open. ''Caramel, het spijt me'' zei Floxy snel. ''Het was allemaal Rex zijn idee'' voegde hij er nog aan toe, waarop Rex hem een boze blik toewierp. ''Das niet waar!'' protesteerde Rex, maar Caramel wilde er niets van horen. Ze versmalde haar ogen tot spleetjes. ''Ik had ook niets anders verwacht''.
''Goed, ik denk dat ik maar weer eens op huis aan ga'' mompelde Floxy. Hij veegde de taartkruimels van zijn gezicht. ''Laat ik je daarbij helpen''. Caramel stroopte de mouwen van haar nachtjapon op en kwam op hem aflopen. ''Dat hoeft echt niet, Caramel. Ik vind het zelf wel'' stamelde Floxy terwijl hij achteruit deinsde, maar het was al te laat. Met de combinatie van haar superkrachten en de baseball bat lanceerde Caramel Floxy zo van achteren naar buiten, dezelfde vuilnisbak in als ze Derek de dag ervoor had gegooid. Daarna richtte ze zich tot Rex. ''En met jou ben ik ook nog niet klaar, maar dat zal tot morgen moeten wachten''. ''Je hebt helemaal gelijk'' stemde Rex ermee in. ''Laten we gewoon naar bed gaan en vergeten dat dit allemaal gebeurd is''. Hij stond al op het punt om naar boven te gaan, maar Caramel hield hem tegen. ''Ik dacht het niet'' zei ze ijzig. ''Tot morgen wachten betekend niet dat ik je vannacht nog wil zien''. Ze wees naar buiten. ''Vertrek je zelf of moet ik jou ook een handje helpen?'' Rex keek naar buiten, en toen weer terug naar Caramel. ''Je maakt een grapje, toch?'' vroeg hij onzeker, maar Caramels gezicht liet duidelijk merken dat ze niet in de stemming was voor grapjes. ''Maar Caramel, waar moet ik dan slapen?'' ''Daar verzin je maar wat op''. Opnieuw wilde Rex protesteren, maar na een blik op Caramels gezicht leek het hem verstandiger zijn mond te houden. Samen met Caramel liep hij naar de deur toe. ''Goed, ik ga wel'' zei hij uiteindelijk met tegenzin tegen Caramel toen hij buiten stond. ''Maar morgen kom ik terug! En dan zal ik-'' ging hij verder, maar Caramel had de deur al achter hem dicht gesmeten. Hij hoorde de klik van het slot in de deur draaien. Met een chagrijnig gezicht sjokte hij daarom maar Floxy achterna. Caramel liep al mopperend de trap op naar boven. ''Soms lijkt het wel of ik drie kinderen heb in plaats van twee''.
