"Weet je wat ze is?" Vroeg een zachte vrouwenstem met een strenge ondertoon.
"Wie is ze, dat is een betere vraag, Cassandra." Antwoordde een mannelijke stem met lichte irritatie, "mage of geen mage, ze heeft zorg nodig."
Alles in haar lichaam wilde schreeuwen, maar geen woord of geluid kon haar lippen verlaten. De kou kon ze voelen tot op haar botten, een bonkende en zeurende pijn zong in haar hoofd. Langzaam werd ze zich bewust van stemmen uit haar omgeving.
"Je zei dat ze reageerde op de Breach. Heeft… Heeft ze er iets mee te maken?" Een lichte trilling was in Cassandra's stem te horen; verdriet, boosheid, "denk je dat zij… De oorzaak is?"
"De Chantry is totaal verwoest, de oorzaak moest ter plekken zijn, daar twijfel ik niet aan. Door de afstand waar ze zich bevond zie ik niet hoe zij de oorzaak kan zijn… Maar er is duidelijk een reactie. Het klopt dat mages verbonden zijn met de fade... Maar zij... Zij voelt anders..."
Een koude natte doek werd op haar voorhoofd gelegd. "We moeten eerst haar koorts zien terug te brengen. Mijn theorie is dat haar reactie op de Breach ook zal afnemen wanneer haar gestel verbeterd."
"Solas..."
Solas zuchte, "Je wilt niets liever dan wraak en gerechtigheid voor de dood van de Divine... Je wilt antwoorden... Ik denk alleen niet dat je die hier zal vinden Seeker."
Cassandra sloeg met haar vuist tegen de deur. "Ze is er slecht aan toe. Als je geloofd in mijn kunnen, zal je het van haar zelf horen. Geef me tijd, en ik zorg dat ze bij bewust zijnde zal komen."
De kou trok dieper en dieper in haar botten. De koude doek op haar voorhoofd voelde als een deken van sneeuw. Ze had geen energie om er tegen te vechten, en dus gaf ze zich over aan de kou en duisternis en liet zich meeslepen naar de leegte.

"Malik was je naam?"
Malik keek op, "Knight Comander Cullen!" reageerde Malik verrast en sprong op uit zijn gedachten en knikte zijn hoofd.
De warmte van het kampvuur gaf hem eindelijk de rust om zijn gedachten op orde te krijgen na alles wat er was gebeurd; het gat in de lucht, de Demons, zijn reis naar veiligheid... De warmte herinnerde hem aan thuis in Anderfels, de hitte die velen zo ondragelijk vonden was juist hetgeen wat hem comfort gaf. Het voelde altijd als een warme omhelzing. Zijn licht-getinte huid kon de zon goed hebben; hij verbrande nauwelijks. Zijn asblonde- bijna witte- haren werden altijd helwit in de felle Anderfel zon waardoor zijn huid nog bruiner leek in contrast. Hier in Ferelden leek zijn haar alsof er continu een schaduw lag; een aanzicht waar hij maar niet aan kon wennen.

"Dat is niet meer mijn titel. Commander Cullen is voldoende," zei Cullen fronsend.
"Natuurlijk Commander," zei Malik en boog zijn hoofd met respect, "Wat kan ik voor je beteken?"
"Jij en je team kwamen vanuit het noorden, de Stom Coast heb ik begrepen. Jullie hebben de jonge vrouw gevonden, die met de gouden haren?"
"Dat klopt commander, in het bos niet ver van de kust in de vallei."
"Waren er tekenen van een gevecht? Sporen van wapens of... magie?"
Malik dacht na. De dag dat de hemel openbrak was als een waas voor hem, alsof hij puur op instinct en adrenaline had overleefd. Nu twee dagen later en misschien een paar uur slaap was alles nog onwerkelijk, "Ik... Volgens mij niet," begon Malik, "hoewel wel dezelfde groene gloed van de Breach ook als kleine bliksemschichten om haar heen danste. Elke keer wanneer er een schok uit de hemel kwam lichtte ze op. Het leek haar pijn te doen..."
Cullen knikte bedachtzaam. De blik op zijn zijn gezicht kon hij niet goed plaatsen, had hij een fout gemaakt door haar hier naar Haven te brengen? Haven was een toevluchtsoord geworden voor gewonde maar ook voor vechters en dappere krijgers die willen vechten voor het goeds. Daarnaast trokken ook mensen naar Haven die graag een steentje bij willen dragen. Niet iedereen kon bij de Conclave aanwezig zijn; iets wat hun leven heeft gespaard, waaronder Commander Cullen en zijn mannen.
Er was een klein leger in Haven, rebel mages, templars, krijgers zoals Malik zelf... genoeg om iedereen tijd te geven om naar veiligheid te vluchten. Maar heb ik gevaar naar een veilige plek gebracht? Malik schudde zijn hoofd bij de gedachte. "Is ze... Gevaarlijk?" Vroeg Malik voorzichtig.
"Op dit moment zijn we van niets zeker... Van Cassandra Pentaghast heb ik begrepen dat zij de situatie in de gaten houd samen met een mage die ze vertrouwd."
Malik trok zijn wenkbrauw op, vreemde woorden voor een Templar. Ex-templar.Aan Cullen zijn gezichtsuitdrukking kon Malik merken dat hij het meende. Het antwoord stelde hem hierdoor enigszins gerust. Meer zorgen dan de Breach kon niemand waarderen op dit moment.
"Hoe zijn je vechttechnieken tegen Demons, Malik?"
"Ik heb met Grey Wardens getraind," Antwoordde Malik, "Het een en ander heb ik van de opgestoken in theorie en in de praktijk. Mijn team daarin tegen..."
"Die kunnen in de praktijk leren, ik zie mogelijkheden."
Malik gniffelde, maar trok snel weer een serieus gezicht. "Ik en mijn team staan klaar om te helpen," zei hij er snel achteraan en ging iets meer rechtop staan door de verantwoordelijkheid over zijn team.
"Goed. Ik wil graag een klein team die zich snel kan verplaatsen aan mijn zijde. De weg naar de Chantry moet vrijgemaakt worden zodat we ons bij de andere kunnen voegen. We zijn van plan om de Breach van dichtbij te bekijken."