Paul hoorde de sleutel in het slot en keek op van het boek die hij zat te lezen. De kleine Alice lag met haar hoofd op zijn schoot te slapen, deken over haar heen. Bill glimlachte toen hij binnenkwam maar zijn ogen zagen er moe uit. Paul lachte terug en knikte naar Alice om te zeggen dat ze stil moesten zijn.
Stilletjes trok Bill zijn jas uit en schopte zijn schoenen af bij de deur voordat hij in een stoel zakte. Hij deed zijn ogen dicht en leunde zijn hoofd naar achteren.
Paul keek hem aan met een sympathieke glimlach. "Hoe ging 't?"
Bill zuchtte. "Het is klaar. Eindelijk klaar."
Alice verroerde zich en Bills moe gezicht verzachtte.
"We moeten haar naar bed brengen," zei Paul zacht.
Bill begon op te staan maar Paul stopte hem. "Ik doe het wel," zei hij met een kleine glimlach.
Hij pakte Alice voorzichtig op van waar ze op de bank lag. Terwijl hij haar de trap op droeg hoorde hij Bill zacht en bekend beginnen te snurken.
Hij was Alice aan het instoppen toen haar ogen open knipperden. "Oom Paul?" vroeg ze. "Is Papa thuis?"
Paul aarzelde. "Hij is heel moe, Alice. Morgen zie je hem wel."
"Moet ik straks weer terug naar Mama?" vroeg ze. Ze trok de dekens om haar heen.
Paul knielde naast haar bed. "Dat weet ik niet. Maar dat kan je morgen aan je papa vragen."
"Zal jij ook hier morgen zijn?" vroeg ze.
Paul keek omlaag, bijna blozend van de implicaties daarvan. "Nee, moppie, ik moet weer terug naar huis." Hij zag haar teleurstelling en voegde er snel aan toe. "Maar ik kom zo even langs, maak je geen zorgen."
Alice ging weer liggen en glimlachte tevreden. "Papa is altijd blijer als je er bent."
Paul glimlachte zacht terwijl ze in slaap viel. "Ik ben ook blijer als je papa er is."
Toen Paul opstond zag hij dat Bill tegen de deur leunde, een vreemde blik op zijn gezicht. Stilletjes gingen ze naar de keuken beneden. Bill zat aan tafel terwijl Paul koffie begon te zetten.
"Dank je voor op Alice passen," zei Bill. "Je bent een redder in nood."
"Oh, geen probleem," zei Paul. Hij pakte twee mokken van de kast. Hij kende de keuken bijna net zo goed als Bill, zo vaak was hij er.
"Niet alleen voor vanavond," ging Bill door. "Je bent hier voor de hele scheiding geweest. Ik weet niet hoe ik het alleen aan had gekund."
Paul glimlachte naar Bill. "Natuurlijk, Bill, je bent m'n beste vriend."
"Ja," zei Bill zacht en keek omlaag naar de tafel.
Het was een tijdje stil in de keuken, behalve het geluid van het koffiezetapparaat. Paul ging aan de hoofd van de tafel zitten, naast Bill.
Eindelijk brak Bill de stilte. "Je hebt me nooit gevraagd wat er misging tussen Kendra en mij."
Paul keek hem benieuwd aan. "Ik dacht dat je me zou vertellen als je 't wilde."
Bill knikte en het was weer stil. De koffie was klaar en Paul stond op om ze allebei in te schenken. Toen hij zijn eerste slok nam merkte hij hoe Bill naar hem keek.
"Wat?" vroeg hij. "Heb ik iets op m'n gezicht?"
"Niks," zei Bill zacht. "Nee, 't is… niks."
Pauls mondhoek trok iets omhoog. "Wat is het?"
Wat het was, was dat Bill besefte hoe gewoon en vanzelfsprekend dit allemaal voelde: samen Alice naar bed brengen en even wat stille tijd voor zichzelf nemen 's avonds. Paul paste zo makkelijk in hun leven, maar niet precies hoe hij wou. Voor Alice was hij 'Oom Paul,' en voor Bill was hij alleen maar zijn beste vriend.
"Het was mij," zei Bill eindelijk. "Het was mijn schuld dat het huwelijk misging."
"Zeg dat niet," zei Paul. Hij zette zijn koffie neer en keek Bill aan. "Je hebt twee mensen nodig om te… scheiden."
Bill lachte zacht.
"Je hebt je best gedaan," ging Paul door. "Bovendien waren jullie zo jong toen jullie trouwden. Op die leeftijd ken je jezelf haast."
"Ja, dat is waar," zei Bill. "Maar toch…"
"En je bent er altijd voor Alice geweest –"
"Ik werd afstandelijk," onderbrak Bill. "Ik besefte dat ze misschien niet degene voor mij was, weet je wel." Hij was even stil. "Of zelfs niet het type voor mij," voegde hij er zacht aan toe.
"Je hebt toch niet overspel –"
"Nee, natuurlijk niet," zei Bill. "Ze waren gewoon zo goed met Alice, weet je wel? En altijd daar, voor m'n neus de hele tijd, tot het punt dat het gek is hoe lang het duurde voordat ik besefte hoe ik voelde."
Paul knikte sympathiek. "Die persoon klinkt geweldig. Misschien heb je nu een kans met hen."
Paul dronk de laatste beetje van zijn koffie en Bill keek naar hem met een zachte, wat weemoedige, glimlach. "Ik denk niet dat ze mij op die manier zien."
"Nou, dan weten ze niet wat ze missen," zei Paul. Hij keek naar de klok. "Verdomme, is het al zo laat?" Hij keek naar Bill. "Ik hoop dat je het niet erg vindt als ik…"
"Natuurlijk," zei Bill en hij stond op. "Zie ik je morgen?"
"Ja," zei Paul. "Ik heb het aan Alice beloofd." Hij klapte Bill vriendelijk op de rug voordat hij het huis verliet.
Bill keek hem na en stond even stil toen de deur dichtging. Toen zuchtte hij en zette de mokken in de gootsteen.
Paul stond al naast zijn auto toen het besef hem trof. "Oh mijn god."
Bill stond in de keuken de mokken af te spoelen. Toen hij Pauls voetstappen hoorde, draaide hij om in verbazing.
"Even voor de duidelijkheid," zei Paul wat buiten adem ook al had hij niet ver gerend. "De persoon waar je het over had…?"
"Jij, Paul," zei Bill met een brede lach. "Jij bent het."
Even stond Paul stil, een rillende ademhaling gevangen in zijn longen. Toen stapte hij naar Bill toe en nam zijn gezicht teder in zijn handen. Toen stopte hij. Ze waren zo dicht bij mekaar dat hun elke uitademingen mengden.
Bill keek Paul in zijn licht blauwe ogen en zag daar de vraag. Zouden ze deze sprong nemen? Zouden ze hun vriendschap verlaten voor een niet-platonische iets. Was het het risico waard?
Op dat moment besliste Bill dat het het zeker waard was en dichtte de korte afstand tussen ze. De eerste zoen was kuis en kort. De tweede was langer en Bill sloeg zijn armen om Paul heen. De kus was warm en zacht en voelde als thuis en alles dat Bill hoopte kussen zou zijn maar was voor dit nooit geweest.
Wat Paul betreft, kon hij zijn geluk haast geloven. Zijn sociale leven was wat gebrekkig, maar nu wist hij dat de persoon die hij nodig had was iemand die hij zo makkelijk had leren kennen. Alles was zo eenvoudig tussen ze dat dit de logische volgende stap voelde te zijn.
De volgende ochtend toen Alice naar beneden kwam was het niet alleen Bill die in de keuken zat met slaperige ogen en warrig haar, maar Paul ook. En nadat ze hem vertelde dat ze blij was dat hij was gebleven, ging de ochtend voort alsof dit de gewoonte was.
Alice lachte ze allebei toe op een manier dat ze zich bijna afvroegen of ze het altijd al had geweten. Maar natuurlijk was dat onmogelijk.
