Een Harry Potter Fanfiction: De verhalen van Wormstaart
Mijn naam is Peter Pippeling, maar sta beter bekend als wormstaart, een van de goede vrienden van James Potter, Sirius Zwart en Remus Lupos. Sommige vonden mij maar sneu omdat ik zo achter hun aanliep en zeiden dat ik niet eens een echte vriend van de drie was. Maar ik wist wel beter ik was zeker een goede vriend van de drie. Waarom anders had James mij anders geheimhouder gemaakt van het adres waar hij samen met zijn vrouw Lilly en zoontje Harry woonde. Oh ja ik weet dat hij het eerst aan Sirius gevraagd had, en dat Sirius voorstelde om mij te vragen. Ik ging er niet van uit dat hij dacht dat ik een betere geheimhouder zou zijn. Misschien dacht hij dat niemand met een beetje gezond verstand ooit mij zou vragen als geheimhouder. Als tovenaar blonk ik niet uit, zoals ieder ander in de orde. Oh ja ik was een faunaat dat klopt maar dat had ik vooral te danken aan mijn drie schoolvrienden. Dus niemand zou ooit bedenken dat ik zo'n belangrijke taak zou krijgen. Niemand wist het ook, alleen James, Lilly en Sirius dat ik de geheimhouder was. Iedereen ging er gewoon van uit dat Sirius de allerbeste vriend van James, De getuige op het huwelijk tussen James en Lilly en de peetvader van hun zoontje Harry de geheimhouder was. Soms had ik het idee gehad dat Professor Albus Perkamentus wat door had. Hij kon mij soms heel doordringend aankijken alsof hij het wist. Alsof hij wist dat ik al maanden alles door vertelde aan de heer van het duister wat er gebeurde in de order van de Feniks. Ook voor Dwaaloog had ik even mijn angst gehad, met dat rare oog van hem kon hij alles zien. Maar ook hij zag niets, misschien omdat hij mij minderwaardig vond en niet de moeite waard vond om op te letten. Misschien omdat hij Severus Sneep in de gaten hield de laatste weken. Severus was een dooddoener geweest. Een van de grootste volgelingen van de heer van het duister. Tot hij de opdracht had gekregen de Potters en hun zoontje te vermoorden, toen was hij naar Perkamentus gegaan om hem te waarschuwen. Er was een voorspelling geweest dat er een jongen was geboren was die de voor de ondergang van de heer van het duister zou zorgen en dat zou het zoontje van de Potters zijn. Sneep zat inmiddels ergens ondergedoken, de geruchten gingen dat de heer van het duister woedend was op hem en hem dood wou. Hij stond tot iedereens verbazing onder bescherming van Perkamentus. Maar terwijl iedereen zo argwanend Sneep in de gaten hield had ik gewoon mijn gang kunnen gaan. Ik zou de belangrijkste vertrouweling van de heer van het duister worden als ik hem het zoontje van de Potters kon uitleveren. Dus zo gauw ik geheimhouder werd was het huis van de Potters alleen zichtbaar als je het adres wist. Dus vertelde ik dat aan de heer van het Duister en ging hij op 31 oktober 1981 op Halloween naar het huis van de Potters toe. Hij vermoordde eerste James, en daarna Lilly en toen had hij geprobeerd hun zoontje Harry te vermoorden. Maar niemand wist precies hoe... nou ja niemand waarschijnlijk had Perkamentus een heel goed en kloppend idee. Maar de vloek kaatste terug en de heer van het duister was verdwenen maar Harry had het overleefd. Sterker nog volgens de geruchten had hij alleen maar een litteken boven zijn oog eraan overgehouden. Hoewel iedereen dacht dat Sirius de Potters had verraden, wist Sirius wel beter. Hij was geen geheimhouder geweest voor de Potters maar ik. Terwijl iedereen een klopjacht naar Sirius maakte. Zette hij de achtervolging op mij in, ik had het prachtig gevonden ik wist dat ik hem te slim af kon zijn ik lokte hem een drukke dreuzelstraat in schreeuwde dat hij de Potters had verraden en blies toen de hele straat op. Voor ik mezelf in een rat veranderde sneed ik een vinger af en vluchtte de riolen in. Ooggetuigen verklaarde wat ik gezegd had, en de moord op de dreuzels en op mij werd Sirius aangerekend. Hij werd gearresteerd en kwam in Azkaban terecht. Ik kwam uiteindelijk terecht als huisdier in het huis van Molly en Arthur Wemel. Goed ik vond het in het begin een beetje een eng idee om bij iemand die ook in de order had gezeten. Maar er stond tegenover dat ten eerste buiten James, Sirius en Remus niemand wat geweten had dat hij zich in een rat kon veranderen. Ten tweede iedereen ervan overtuigt was dat ik dood was. En ten derde iedereen dacht dat Sirius degene was die de Potters had verraden en de dreuzels had vermoord. Jarenlang was ik de rat van Percy Wemel de derde zoon van de Wemels. Ik zag hoe er nog een kind geboren werd bij de Wemels dat eindelijk het meisje was geweest waar ze zo naar verlangd hadden. Ik had gezien hoe de kinderen allemaal een voor een naar Zweinstein gingen. Eerst Bill Wemel, toen Charlie Wemel, toen mocht ik met Percy mee naar Zweinstein. Het was een spannend moment geweest, want ik zou weer bij Perkamentus in de buurt zijn. Overigens ook bij Sneep die als professor lesgaf op Zweinstein. Maar ze hadden helemaal niets door, ik was gewoon een rat een van de vele die mee genomen waren naar Zweinstein. De Tweeling Fred en George Wemel gingen naar Percy naar school. Ik had veel van ze gezien ze haalde veel grappen uit en vooral te kostte van hun jongere broertje Ron of van Percy. En tegen die tijd was ik inmiddels al tien jaar in de familie geweest en keek Percy steeds minder naar mij om. Toen Molly hem erop aansprak besloot Percy mij aan Ron te geven. Ron leek helemaal niet blij te zijn met mij. Hij mopperde veel op mij en noemde mij waardeloos en zielig als er andere bij waren. Maar ik wist wel beter, als we alleen waren kon hij mij soms uren over mijn koppie kriebelen en sliep ik op zijn kussen. Ik was misschien een waardeloze tovenaar en een nog waardelozere vriend geweest. Als huisdier vond ik dat ik het best goed deed. Toen Ron naar Zweinstein ging maakte ik met iemand kennis namelijk Harry Potter. Hoewel ik het aan de ''goede kant'' van de tovenaars gemeenschap het goed had. Keerde ik ze toch uiteindelijk mijn rug toe…. En dit is mijn verhaal
WELKOM OP ZWEINSTEIN
Opgewonden keek ik rond toen ik samen met mijn moeder Perron 9 ¾ opkwam. Ik had vele verhalen hierover gehoord maar was er nog nooit geweest. Mijn moeder had het niet nodig gevonden om hier heen te gaan zolang ik nog niet naar Zweinstein zou gaan. Ik had geen oudere broers of zussen die eerder zouden gaan. En er was ook geen andere familie om uit te zwaaien en zo. Dus nu was het de eerste keer dat ik de Zweinstein Expres voor het eerst in mijn leven zag. Mijn moeder had zelf ook op Zweinstein gezeten toen ze een kind was geweest. Over mijn vader die al voor mijn geboorte er vandoor was gegaan werd niet gesproken. De keren dat ik aan mijn moeder vroeg of hij ook een tovenaar was. Zei ze dat ik niet zo stom moest doen omdat ze nooit met een dreuzel een relatie was begonnen. Maar dat was dan ook het enige wat ik van hem wist. Ik droeg niet eens zijn achternaam. Sterker nog ik wist niet eens zijn achternaam. Mijn vader was het verboden onderwerp in ons huis, hij was er niet en dat was dat. Ik dacht ook niet heel veel aan hem hoor. Mijn moeder was een goede moeder en leerde mij alles wat ik moest weten. Elke keer vertelde ze mij weer dat ik mij moest omringen met belangrijke en talentvolle tovenaars dan zou ik wat bereiken in de wereld. Soms vroeg ik mij af dat ik dat zelf niet zou kunnen. Maar als ik eerlijk was dan was ik eigenlijk maar een sulletje en vroeg ik mij vaak af of mijn toverkunst wel zo goed zou zijn. Overal op het perron werd er afscheid genomen van ouders en kinderen. Er werd gepraat over de nieuwe krachten die bezig waren in het leven. Ene Voldermort of Heer Voldermort zoals hij zich noemde werd een steeds belangrijkere man in de toverwereld. Mijn moeder was in elk geval erg van hem onder de indruk en ze was ervan overtuigd dat hij het nog weleens tot minister van Toverkunst zou schoppen. Ik nam afscheid van mijn moeder en stapte de trein in en ging in een lege coupe zitten. Nog voor de trein wegreed ging de deur open en stapte er twee kinderen in die net als ik zo te zien voor de eerste keer naar Zweinstein gingen. Een meisje rood haar en opvallende groene ogen. En een slungelachtige jongen met vettig zwart haar en een kromme neus. Op het perron stonden een man en een vrouw samen met een nors kijkend meisje het waren overduidelijk dreuzels zag ik. Ze zwaaide naar het meisje dat net bij mij in de coupe was gaan zitten. Iets verder op stond een zuinige kijkende magere heks die erg op de jongen leek hoewel ze zwaaide deed de jongen dat niet terug. Severus je moeder zwaait zei het meisje en de jongen haalde zijn magere schouders op. Toen de trein begon te rijden keek het meisje mij aan. Ik ben Lilly Evers en dit is Severus Sneep wie ben jij? Vroeg ze. Peter Pippeling zei ik met een klein stemmetje. De meeste meisjes negeerde mij gewoon en helemaal meisjes die ook nog mooi waren. En ook al was ze overduidelijk een dreuzeltelg deze Lilly was wel mooi. De deur ging nog een keer open en drie jongens stapte naar binnen en gingen zitten. Ze moesten ook eerstejaars. Het waren twee redelijk lange jongens beide met zwart haar. Al was het van de langste jongen lang tot op zijn schouders. Hij keek arrogant de wereld in en wist duidelijk dat hij een knappe jongen was op te zien. Bij de andere jongen stond het haar alle kanten op en hij droeg een bril en liet zijn ogen even rusten op Lilly die haar hoofd van hem afdraaide en naar buiten keek. De jongen grinnikte even en ging zitten. De derde van het stel zag er een beetje ongezond uit vond ik, net alsof hij net heel ziek was geweest, maar hij keek wel het meest serieuze uit zijn ogen. Ik schrokt toen de langste jongen mij aankeek. Hij was naast mij komen zitten en wou weten hoe ik heette. Met hetzelfde kleine stemmetje als bij Lilly antwoordde ik dat ik Peter heette. De jongen stelde zichzelf voor als Sirius Zwarts en zijn vrienden als James Potter en Remus Lupos. Ook Lilly en Severus stelde hun voor en James grinnikte even toen hij Severus zijn naam hoorde waarmee hij een kwade blik toegeworpen kreeg van Lilly. Het onderwerp begon al snel over welke afdeling we terecht zouden komen. James vertelde dat hij graag op Griffoendor wou komen en zei de slogan van de afdeling en sloeg met een denkbeeldig zwaard door de coupe heen. Ook Remus leek erover eens dat het een goede afdeling zou zijn om op te komen. Ik wil op Zwadderich zei Severus opeens we keken allemaal verbaast op. Severus had tot nu toe Lilly het woord voor hem laten doen en zijn stem klonk een beetje sluw. Zwadderich? Vroeg James vol ongeloof, daar zitten toch alleen maar duistere tovenaars? vroeg hij. Vertel mij wat, mijn gehele familie heeft er gezeten. Nou ja ik geloof een paar familieleden niet maar daar word niet over gesproken thuis zei Sirius. James keek Sirius een beetje verbluft aan, en ik begon je net aardig te vinden zei hij. Oh maar ik ben van plan om met die traditie te breken. Al denk ik dat dan wel dat de familie met mij breekt zei Sirius maar dat leek hem helemaal niets te doen. Ik keek naar de drie jongens en besloot dat dit het soort jongens was waarvan mijn moeder wou dat ik mij mee omringde. Hoewel ze zelf ook op Zwadderich had gezeten besloot ik mijn mond erover te houden. James leek duidelijk niets te hebben met Zwadderaars dat kon ik duidelijk zien met hoe hij naar Severus keek. En jij Evers? Wou James weten en keek Lilly aan. Lilly draaide haar hoofd heel langzaam naar hem toe, dat weet ik nog niet ik ken de afdelingen niet. Maar ik verkies een afdeling waar jij niet bijkomt zei ze. James begon hard te lachen, ik mag jouw wel Evers je hebt tenminste lef. Dus ik ben bang voor je dat je toch echt een Griffoendor gaat worden. De ogen van Lilly flitste eventjes, en ik zag dat hoewel ze dat niet wou toegeven het compliment van James best leuk vond.
Toen we eindelijk op Zweinstein aan waren gekomen naar een lange reis werden we allemaal naar de grote zaal gebracht. Er stonden lange tafels in de grote zaal. Er zaten vele leerlingen aan en Remus fluisterde dat het de vier afdelingstafels waren. Boven de tafels hingen vlaggen in de kleuren van de afdelingen. Er stond op een verhoging nog een lange tafel daarachter zaten de professoren van Zweinstein. Helemaal aan het einde zag ik een grote man zitten met woest haar. Dat is Hagrid terreinman van Zweinstein hij zorgt voor alles wat er buiten de school gebeurd op het terrein. Hij zorgt bovendien voor alle dieren die we hier hebben samen met Silvanus Staartjes die verzorging van fabeldieren geeft zei Remus. Ik keek hem even vragend aan, hoe weet hij dat wou James weten. Oh mijn neef zit hier ook op school en hij knikte even naar een jongen die aan de tafel zat die onder de gele vlaggen stond. De streng uitziende vrouw die hun ook de grote zaal had in begeleid en zich had voorgesteld als Professor Anderling, docent Transfiguratie, Afdelingshoofd van Zweinstein en assistent schoolhoofd van Perkamentus. Begon de namen van alle leerlingen die nieuw op school waren gekomen. Van de kinderen uit de coupe waar ik in gezeten had werd Lilly als eerste geroepen en ze ging net als de anderen op de kruk zitten. Ik zag dat Severus iets aan het mompelen was en dat steeds herhaalde. Het leek wel alsof hij zijn voorkeur wou door seinen naar de hoed op het hoofd van Lilly. Maar toen schalde er Griffoendor door de zaal heen. De leerlingen onder de rode vlag begonnen te juichen en ik zag dat Lilly even verontschuldigend naar Severus keek en toen snel naar de afdelingstafel van Griffoendor. Waar ze verwelkomt door de andere leerlingen van Griffoendor. Anderling ging ondertussen gewoon verder met andere namen en ik schrok toen ze mijn naam noemde. Ik kwam struikelend bij het krukje terecht en hoorde spottend gelach van de tafel van Zwadderich afkomen. Een magere blonde jongen fluisterde iets tegen de twee jongens die als lijfwachten naast hem zaten en ze grijnsde alle drie kwaadaardig. Ik ging op het krukje zitten en voelde de hoed over mijn hoofd gaan. Hij vertelde iets over mijn lust naar macht en dat het iets voor Zwadderich was. Maar hij voelde ook dat ik heel trouw kon zijn dus deelde hij mij uiteindelijk in bij Griffoendor. Goed mijn moeder zou er misschien niet heel blij mee zijn, maar daar kon ik niets aan veranderen. Ik liep naar de tafel van Griffoendor en ging tegenover Lilly zitten. Ze glimlachte eventjes vriendelijk naar mij en keek toen verder naar de sortering. Toen James aan de beurt was, hoorde we vrijwel gelijk Griffoendor. Hij liep met een zelfvoldane glimlach naar de tafel toe waar Lilly en ik ook plaatst hadden genomen en ging naast Lilly zitten, die hier helemaal niet blij mee leek. Ook Remus werd ingedeeld bij Griffoendor hij ging naast mij zitten en gaf James een high five. Toen bijna iedereen ingedeeld was Severus aan de beurt, hij ging zitten en kreeg te horen dat hij bij Zwadderich ingedeeld werd. Zonder Lilly een blik van waarde te gunnen draaide hij zich om en liep naar de afdelingstafel van Zwadderich. Waar de lange magere blonde jongen hem de hand schudde. Lilly keek verloren naar de tafel en James tikte haar op de schouder en glimlacht vriendelijk hij wou haar duidelijk aan het lachen maken, maar het lukte niet echt. Sirius was als een van de laatsten aan de beurt. Ik zag dat de grijnzen aan de afdelingstafel van Zwadderich. Als zijn hele familie op Zwadderich had gezeten zouden hun wel zeker weten dat Sirius bij hun zou komen. Maar tot hun verbazing en de vreugde van Sirius en ook zijn twee nieuwe vrienden James en Remus werd hij net als wij bij Griffoendor ingedeeld. Toen iedereen ingedeeld was en er uiteindelijk tien nieuwe leerlingen bij Zwadderich waren gekomen. Acht nieuwe Ravenklauwen erbij gekomen waren. Bij Griffoendor er negen bij waren gekomen en Huffelpuf het grootste gedeelte van de nieuwe leerlingen kreeg maar liefst 17 leerlingen. Begon Albus Perkamentus het schoolhoofd zijn toespraak geweldige man is dat zei James en Sirius en Remus knikte instemmend. Toen begon het feestmaal waar ik erg van genoot net als de anderen zo te zien. Uiteindelijk werden we naar de leerlingenkamer gebracht die van Griffoendor was in de toren en voor de ingang hing een schilderij van een dikke dame. Schuimbabbelaar zei de klassen oudste die ons naar de leerlingenkamer had gebracht. Je kon de leerlingenkamer alleen binnen als je een wachtwoord had en ik hoopte maar dat ik het allemaal zou onthouden. Ik kwam op dezelfde slaapzaal terecht als James, Sirius en Remus. Die Evers is best een leuke meid zei James toen hij op zijn hemelbed neer plofte. Nooit in geen honderd jaar gaat zij jouw leuk vinden riep Sirius vanaf het bed naast James. James begon te lachen is dat een uitdaging daar hou ik wel van hoor zei hij. Remus schudde zijn hoofd en ging op zijn bed zitten. Het is hier nog beter dan ik gedacht had, mijn ouders hadden Waffelaar als schoolhoofd en dat was al een heel toffe peer. Perkamentus gaf toen nog gewoon les transfiguratie mijn ouders vonden hem geweldig zei James. Mijn ouders hadden meer iets met Professor Slakhoorn hij geeft toverdranken en is het afdelingshoofd van Zwadderich zei Sirius zuur. Wie zijn de andere afdelingshoofden dan? vroeg ik en keek Sirius aan. Die van Huffelpuf is professor Stronk ze geeft ook kruidenkunde. En Magister IJverheid is het afdelingshoofd van Ravenklauw en geeft bezweringen zei Sirius. Perkamentus is geweldig dankzij hem ben ik hier op school zei Remus opeens. Wat bedoel je? Vroeg James en keek Remus aan die zijn schouders ophaalde niets zei hij. Nee nu willen we het weten ook zei Sirius en ging overeind zitten en keek Remus vragend aan. Laten we het er ophouden dat mijn ouders mij liever thuis hadden gehouden. Ik …ik heb nogal een broze gezondheid. Maar Perkamentus zei dat hij ervoor kon zorgen dat ik toch gewoon lessen hier kon volgen en dat we een heel goede ziekenafdeling hebben indien nodig zei Remus. Heeft hij je ouders persoonlijk een uil gestuurd? Vroeg Sirius vol ontzag. Nee hij is bij ons thuis geweest en heeft heel lang met mijn ouders gesproken en uiteindelijk mocht ik toch naar Zweinstein toe zei Remus.
In de daaropvolgende maanden leerde ik het leven op Zweinstein echt te waarderen. Mijn moeder was zoals ik had verwacht inderdaad een beetje teleurgesteld geweest dat ik niet in Zwadderich was gekomen. Maar daar stond dan wel weer tegenover dat ze vond dat het erger had gekund, ik had immers ook in Huffelpuf terecht kunnen komen. Ravenklauw had ze sowieso te hoog voor mij gegrepen gevonden. Ik kon redelijk meekomen met de lessen, maar was geen hoogvlieger dat was wel duidelijk. En ik had een vriendschap gesloten met James, Sirius en Remus. Goed ik was niet zo goed bevriend met hen als ze met elkaar waren. Soms had ik het idee dat ik er maar een beetje bij liep en dat mij soms een grap ontging. James had nu eenmaal zijn zinnen gezet op Lilly die een uiterst slimme leerling leek. Ze was een graag geziene leerlinge en had altijd haar werk op tijd af. Sommige leraren waren verbaasd geweest toen ze hoorde dat ze een dreuzeltelg was geweest. Vooral Slakhoorn die duidelijk van de oude stempel was en vond dat volbloed tovenaars veel belangrijker waren dan tovenaars die maar een ouder hadden met toverkunst. Of nog erger kinderen uit dreuzelgezinnen zoals Lilly. In het begin was Lilly stil geweest als ze in de leerlingenkamer was, ze voelde haar duidelijk alleen zonder Severus die opgegroeid was in hetzelfde dorp als zij. En bovendien daar de enige connectie was met de toverwereld. Lilly had verteld dat haar ouders naar de schok blij waren geweest met de mededeling dat Lilly een heks was en dat ze naar Zweinstein mocht. Lilly vertelde dat haar ouders zich altijd een beetje zorgen over haar had gemaakt. Goed ze had altijd al haar krachten gehad, maar ze waren een beetje bang geweest dat er iets mis met Lilly was. Maar nu ze de waarheid kende waren ze blij voor haar en trotst op dat hun dochter zo bijzonder was. Haar zus Petunia was een ander verhaal. Petunia deed sinds het duidelijk was dat Lilly een heks was erg lelijk tegen haar en daar was Lilly erg bedroeft om. De laatste tijd begon Lilly wel meer met de andere leerlingen te praten, hoewel ze duidelijk nog niets van James en Sirius wou weten. James en Sirius hadden duidelijk een bloedhekel aan Severus en Lilly probeerde haar vriend te beschermen. Maar ik had vaak genoeg gehoord hoe Severus over dreuzelkinderen achter de rug van Lilly sprak. Hij noemde ze modderbloedjes, hoe dreuzelkinderen de laatste tijd steeds vaker genoemd werd. Toch deed James zijn uiterste best om indruk te maken op Lilly tot groot vermaak van Sirius. James en Sirius waren binnen een paar weken al heel dikke vrienden. Zo dik dat James Sirius een paar weken geleden uitgenodigd had om de kerst bij hem en zijn ouders door te brengen. Mijn moeder was misschien een beetje teleurgesteld geweest dat ik niet op Zwadderich was ingedeeld. De ouders van Sirius waren werkelijk woedend geweest, ze hadden Sirius een brulbrief gestuurd en hem daar mee de huid vol gescholden. Iedereen voelde vreselijk met Sirius mee die er zelf nog het minste mee bleek te zitten. Al had ik wel het idee dat ik hem, James en Remus betrapte toen ik die avond de slaapzaal opgekomen was en hun in gesprek waren. Ik wist heel goed dat ik bij sommige dingen door hun nooit betrokken zou worden. Maar door de reactie van zijn ouders had Sirius wel besloten dat hij beter niet naar huis zou kunnen gaan en ging graag in op het aanbod van de Potters. Het viel ons inderdaad op dat Remus vaak afwezig was een paar dagen. We kregen te horen dat hij ziek was, of dat zijn moeder ziek was of zijn vader iets had en dat hij daarom naar huis moest. Op een avond toen Remus weer afwezig was keek James naar buiten naar de maan die vol aan de hemel stond. Weet je wat mij opvalt? Mompelde hij. Dat Petertje hier heel weinig zijn snoep deelt? Vroeg Sirius en keek mij even grijnzend aan. Met een rood hoofd gooide ik het doosje met chocokikkers naar hem toe en hij ving hem triomfantelijk op. Dat ook grijnsde James en keek even over zijn schouder heen. Goed wat dan nog meer? Dat de neus van Secretus steeds krommer wordt of zijn haar steeds vettiger? Vroeg Sirius. Een paar weken geleden waren ze Severus Secretus gaan noemen. Dat ook maar ik bedoel de maan zei James en knikte naar buiten. Wat is er mee? Heb je er iemand op ontdekt? Vroeg Sirius. Remus is er nooit als er volle maan is zei James en sloeg zijn armen over elkaar heen. Nu je het zegt zei Sirius en ging naast James voor het raam staan en staarde naar buiten. Wat betekend dat? Vroeg ik die niet begreep wat de volle maan te maken had met de afwezigheid van Remus. James en Sirius keken elkaar even aan en toen naar mij. Dat begrijp je toch wel, Remus mocht eigenlijk niet naar Zweinstein, en Perkamentus heeft voor hem ingestaan. Omstreeks Volle maan begint hij er altijd ziekelijk uit te zien. En hij is met volle maan altijd afwezig zei James. Ik probeerde alles met elkaar in verband te brengen. Maar het was net alsof ik een puzzel maakte met ontbrekende en belangrijke puzzel stukjes. James en Sirius keken elkaar weer aan en kregen een meelevende blik in hun ogen als of ze mij een klein kind vonden die nog niet alles begreep. Welke wezens reageren op de volle maan? Vroeg Sirius op de manier alsof hij vroeg hoeveel een plus een was. Ik dacht even na en opeens werden mijn ogen groter ik kon mij maar een wezen herinneren die reageerde op de volle maan. Weerwolf bracht ik bijna geruisloos over mijn lippen en James en Sirius knikte tevreden. Denken jullie dat Remus een bloeddorstige weerwolf is? Vroeg ik een beetje verbaast. Het moet haast wel vond Sirius en ging weer op zijn bed zitten. Nou ja we kunnen het moeilijk aan hem vragen zei ik een beetje lacherig. Waarom niet, zolang het geen volle maan is dan is hij niet gevaarlijk zei James en hij en Sirius besloten dat we het als Remus terug was het hem gewoon zouden vragen. En ik vroeg mij af of het wel een leuk gesprek zou worden.
Maar Remus leek juist heel opgelucht dat wij zijn grote geheim kende. Hij vertelde dat hij een paar jaar geleden was gebeten door Fenrir Vaalhaar een weerwolf die er om bekend stond dat hij graag kinderen aanviel. Hij had problemen gehad met de vader van Remus en als wraak had het toen Remus gebeten. Niet om hem te doden, maar om hem in een weerwolf te veranderen. Dit had voor hem betekend dat hij niet naar Zweinstein zou kunnen. Een weerwolf is natuurlijk levensgevaarlijk tussen een kasteel vol met kinderen en andere tovenaar en heksen. Maar Perkamentus had gezegd dat er een oplossing voor was. Er was een huis in Zweinstein wat al jaren leegstond. Een geheime ingang naar het huis liep van af het terrein van Zweinstein. Precies op de ingang had hij een boom geplaats de beugwilg. Niemand kon erbij in de buurt komen zonder een klap met een van dikke takken of wortels te krijgen. Remus wist wel hoe je er moest komen. Met een stok op de knoest op de stam duwden. Dan hield de boom zich even stil en kon je de ingang inkruipen. Perkamentus had in Zweinsveld het dorpje dicht bij Zweinstein een verhaal aangewakkerd dat het spookte in het krijsende krot. Daar ging Remus de avond van volle maan elke keer heen en veranderde daar in een wolf. Maar daar kon hij geen anderen pijn doen en kon hij wachten tot de vloek voorbij was. Hij had verteld dat hij bang was dat we nu niet meer zijn vrienden wouden zijn. En hoewel James en Sirius gelijk vertelde dat hij daar niet bang voor hoefde te zijn. Had ik wel mijn bedenkingen erover. Weerwolven stonden er immers om bekend dat ze levensgevaarlijk waren geweest. Maar omdat ik zeker wist dat ze mij eerder zouden laten vallen dan Remus besloot ik mij er maar bij neer te leggen. Ik vond het heerlijk om met James, Sirius en Remus op te trekken. Maar soms brachten ze mij ook wel in de problemen. Vooral James en Sirius vonden het heerlijk om rotzooi te trappen en kregen vaker straf dan de andere leerlingen. Toch had niemand een hekel aan ze. Soms had ik weleens het idee dat ondanks alles de docenten vaak om ze moesten lachen. Remus was een stuk serieuzer hij probeerde zijn twee vrienden soms in bedwang te houden, hij kreeg iets minder straf ook. Toen we weer terugkwamen na de kerstvakantie hadden James en Sirius wat verzonnen om Remus te helpen. Ze zouden opzoeken hoe we ons in dieren zouden kunnen veranderen. We wisten dat het kon, Anderling was ook een Faunaat zei had al op een van onze eerste dagen op Zweinstein laten zien dat ze haar in een kat kon veranderen. Hoewel het een van de moeilijkste takken in de toverkunst was waren we vastbesloten dit voor elkaar te krijgen. Nou ja James, Sirius en Remus waren vastbesloten, en ik zou met ze meedoen. Mij zou het zonder de hulp van mijn vrienden toch nooit lukken. Toch zou het nog jaren duren voor het ons zou lukken voor we ons in dieren konden veranderen.
Het zou nog vele jaren duren voor we precies door hadden hoe we ons in dieren moesten veranderen. Of laat ik eerlijk zijn, het duurde nog jaren voordat James, Sirius en Remus erachter hadden hoe het moest. Ik had het zelf anders nooit gekund. Toen ik eenmaal wist hoe het moest lukte het aardig hoor. Maar zo makkelijk als James elke maand in een hert veranderde en Sirius in een hond deed ik niet in een Rat. Remus had verteld dat het dier wat je kreeg bij je persoonlijkheid paste. Ik had mij vaak afgevraagd waarom ik een Rat was geworden. Misschien omdat ik qua uiterlijk zelfs een beetje een ratachtig uiterlijk had. Een keer in de maand veranderde we ons in dieren zodat ze Remus gezelschap als hij in een wolf veranderde. De eerste keer was ik mij werkelijk rot geschrokken toen Remus opeens in een bloeddorstige wolf veranderd was. En hoopte oprecht dat James en Sirius gelijk hadden gehad toen ze vertelde dat een weerwolf alleen gevaarlijk voor mensen waren en andere dieren met rust liet. James en Sirius hadden het vooral heel spannend gevonden en waren zo te zien helemaal niet bang. Goed het waren natuurlijk ook twee heel grote dieren maar toch, had ik veel ontzag voor ze gehad. Dat had ik natuurlijk sowieso al veel gehad… James was de beste zwerkbalspeler die bij Griffoendor zat. Hij was een zoeker en had die snaai soms al te pakken voor de wedstrijd goed en wel begonnen was. Of hij maakte er juist een geweldig spel van. En pakte hij pas de snaai als Griffoendor al heel veel punten voorstond, En als het erop aankwam dat alleen de Snaai de wedstrijd zou kunnen redden, dan had hij hem binnen een paar seconden te pakken. Dit soort spannende wedstrijden waren meestal bij Zwadderich. De concurrentiestrijd tussen Griffoendor en Zweinstein was van oudsher het sterkste, en dat was altijd goed te merken in de hallen van de school. Bovendien was er nooit een andere afdeling voor Zwadderich, tegen welke afdeling Zwadderich ook speelde het betekende dat de rest van de school achter een man achter het andere team stond. Het broertje van Sirius die Regulus heette zat inmiddels ook op Zweinstein en zat in het zwerkbalteam van Zwadderich. Vanaf dat moment was Sirius er nog meer op gebrand dat het team van Griffoendor Zwadderich versloeg. Een tijd geleden hadden James, Sirius en Remus iets uitgevonden. Ze waren aardig genoeg geweest om mij erbij te betrekken en mij er ook eer aan te laten geven. Ze hadden een plattegrond van Zweinstein gemaakt. Alle gangen, kamers en klaslokalen stonden er op. Ook alle geheime gangen stonden er op. Op het eerste oog niets bijzonders, maar je kon ook op deze plattegrond zien wie er allemaal rondliep. Ze noemde het de sluipwegwijzer en kon alleen maar gelezen worden als ze: ik zweer plechtig dat ik snode plannen heb zeiden. Dan werd de kaart zichtbaar en ze hadden de kaart ondertekend met de Sluipers dat waren zij geweest. Maanling was Remus hij was immers een weerwolf, James had de bijnaam Gaffel gekregen, een Gaffel was het soort hert wat de faunaten vorm is was van James. Sluipvoet hoorde bij Sirius als een hond kon hij het beste sluipen. Al noemde we hem ook weleens snuffel als hij in zijn hondenvorm liep. En ik was wormstaart, mijn rattenstaart leek natuurlijk op een worm. Door deze kaart konden wij altijd precies zien waar iedereen was en konden we zonder problemen het kasteel verlaten om ons bij Remus te voegen. We waren nooit betrapt geweest, en gebruikte de sluipwegwijzer ook vaak genoeg voor andere doeleinden. Soms verdween een van ons weleens eventjes. We hadden een geheime gang ontdekt die helemaal tot Zweinsveld liep. Als we een feestje wouden geven haalde een van ons er wat te drinken en lekkers op. Er was nog meer veranderd op Zweinstein. De lessen gingen natuurlijk gewoon door, van buiten kwamen er steeds meer verhalen over Voldermort die steeds sterker en sterker leek te worden. Hij had een heel grote groep volgelingen inmiddels die zich de dooddoeners noemde. Hoewel de docenten zoveel mogelijk de leerlingen probeerde af te leiden, kwamen er toch zo nu en dan gruwelijke verhalen binnen. Zo waren de ouders van Annabelle Romeintjes vermoord door een van de dooddoeners. Annabelle was van school opgehaald en weken later hadden we gehoord dat ze bij een tante in Amerika zou gaan wonen en voortaan naar school zou gaan op een toverschool die daar was. Het veranderde ook de sfeer op school, de Zwadderaars hadden vrijwel allemaal ouders die achter Voldemort stonden. Sterker nog er gingen geruchten dat veel van die ouders bij de volgelingen hoorde. Vanaf dat moment ging Sirius niet meer naar zijn ouders toe. Hij maakte er geen geheim van dat ze volgelingen van Voldemort waren. Hij ging voortaan altijd mee met James naar huis, en de Potters namen hem officieus aan als hun zoon. Mijn moeder maakte haar erg druk om wat er allemaal gebeurde in de toverwereld. Goed ze had zelf op Zwadderich gezeten, en was teleurgesteld geweest dat ik er niet bij was gekomen. En ze had in het begin een erg hoge pet gehad van Voldemort. Maar sinds een vriendin van haar slachtoffer was geworden van de dooddoeners had ze haar twijfels over dat het wel zo goed was wat er allemaal gebeurde. Voldemort liet duidelijk blijken dat hij alleen zuiverbloed belangrijk vond. Hij vond het belachelijk dat halfbloeden en helemaal dreuzeltelgen zich in de toverwereld konden voegen. En door deze ontwikkelingen kwam de vriendschap tussen Lilly en Severus ook op losse schroeven te staan. Severus stond achter de opvattingen van Voldemort, hoewel zijn beste vriendin een dreuzeltelg is. Hoewel Lilly Severus nog vaak heeft proberen te verdedigen, ging hun vriendschap toch kapot. Op een zonnige dag op het veld van Zweinstein ging het mis. James en Sirius waren weer eens bezig geweest met Severus pesten. Eigenlijk was het helemaal niet wat er allemaal gebeurde, toch stond ik er altijd een beetje ongemakkelijk bij te lachen. De enige die met de pesterijen nooit mee deed was Remus. Hij vond het kinderachtig, maar hij zei er ook niets van. En op die middag noemde Severus Lilly een vies modderbloedje. Iedereen was woedend geweest, Lilly nog wel het meest. James had het liefste Severus wat aangedaan maar Lilly zei dat ze het zelf wel kon oplossen en was ook nog eens kwaad geworden op James.
Toch waren in de daaropvolgende weken James en Lilly naar elkaar toe gegroeid, en kregen ze toch verkering met elkaar. Lilly wou niet dat James iets bij Severus zou doen. Hij was het niet waard, en overigens vond Lilly wel dat ze Severus ergens nog dankbaar moest zijn. James beloofde het maar klaagde nog steeds veel over Severus. Als beste vriend stelde Sirius voor om dan de kruistocht van Severus door te zetten. Hij had Lilly immers niets beloofd al kon hij het wel goed met haar vinden. Ik was erbij geweest toen Sirius luidkeels over hoe je de beukwilg stil kon zetten en dan in het krijsende krot kon komen en dat er heen zouden gaan. Het was de avond van volle maan. En we wisten zeker dat Severus het zou gaan proberen, ze vertelde het lacherig aan James die schrok en gelijk naar buiten rende en zich veranderde in een hert. We waren wel achter hem aangerend en zagen nog net hoe James als hert voorkwam dat Remus die in een weerwolf was veranderd Severus zou aanvallen. Vanaf dat moment was de haat van Severus voor ons nog groter geworden. Maar James deed niet meer aan pesterijen en ook Sirius leek ervan genezen. We wachtte een hele week lang opdat Perkamentus ons zou roepen en ons van school zou sturen. Remus kon er niets aan doen, hij was een weerwolf en had zichzelf niet in de hand. Maar Sirius en ik hadden Severus naar het krijsende krot gelokt. Bovendien waren we drie minderjarige tovenaars die faunaat waren geworden. Die ook nog eens geregeld met een jongen die Weerwolf door de school zwierven. Ik verwachtte dat we elk moment van school gestuurd zouden kunnen worden. Wat zou er gebeuren met jongens die van school gestuurd werden. Ik wist dat Hagrid de terreinknecht van Zweinstein van school gestuurd was. Waarom wist ik eigenlijk niet, ik kon helemaal niet zo goed met Hagrid overweg, ik vond hem zelfs een klein beetje eng als ik eerlijk was. James, Sirius en Remus konden wel goed met Hagrid overweg. Ze gingen zelfs geregeld naar Hagrid toe, dan ging ik meestal niet mee. Want hoewel ik wist dat de meeste mensen dachten dat ik altijd achter hun aanliep was dat niet zo. Bovendien moest ik nog altijd veel meer aan mijn studie trekken dan mijn drie vrienden. 'Bovendien waren we sinds de verkering tussen James en Lilly veranderd in een vijftal. Het duurde niet lang voordat Lilly wist wat er allemaal aan de hand was. En hoewel ze het niet leuk vond wat er gebeurd was. Ze vond dat er veel regels overtreden werd. Vertelde ze niets tegen iemand anders en hield ze ons geheim.
Onze laatste twee jaren, stonden in het teken met wat we later allemaal zouden gaan doen in de toverwereld. Hoewel we nog geen een van vieren, of eigenlijk geen een van vijven ''want in onze laatste jaren hoorde Lilly er gewoon bij'' wisten wat we wouden gaan doen naar school. Kozen we de vakken waar we het meeste mee konden. Het bekenden wel dat ik bij veel lessen niet meer bij mijn vrienden in de les kwam. Ik had te weinig S.L.I.J.M.B.A.L.L.E.N gehaald om voor veel vakken een P.U.I.S.T te mogen halen. Tot iedereens verbazing mochten James en Sirius wel voor veel vakken gaan voor een P.U.I.S.T gaan. Ze hadden jarenlang lopen klieren tijdens de les, maar hadden kennelijk toch genoeg opgelet om goed te scoren op hun examens. Ik keek eigenlijk een beetje op tegen de tijd dat we niet meer samen op school zouden zitten. Zouden we elkaar uit het oog verliezen vroeg ik mij af. Sirius had verteld dat de Potters hem zouden helpen met huisvesting bij hun in de buurt. James en Lilly wouden naar Zweinstein eigenlijk gaan samenwonen en trouwen. Remus wou ergens gaan wonen waar geen veel mensen in de buurt kwamen en James en Sirius beloofde hem dat ze hem bleven steunen tijdens volle maan. Maar ik wist niet wat ik zou gaan doen, ik wist niet waar ik wou gaan wonen. Natuurlijk het liefste bij mijn vrienden in de buurt, maar het moest ook haalbaar zijn. Maar hoe ik er ook tegenop zat braken de laatste weken toch aan van Zweinstein. Ik vond het vreselijk dat ik hier niet meer rond zou lopen. Ik had weleens gedacht dat ik mij voor altijd in een rat zou veranderen en gewoon in het kasteel zou blijven wonen. Maar toch pakte ik net als de anderen mijn spullen in de hutkoffer. De Sluipwegwijzer verstopte James tussen een losse plint in de slaapzaal. Voor een andere leerling die hem kon gebruiken zei hij grijnzend. Het afscheidsfeest was grandioos we wonnen net als alle andere jaren de afdeling cup en de docenten namen afscheid van ons. Sommige leken opgelucht dat we vertrokken en de anderen leken het zelfs een beetje jammer te vinden. De volgende dag stapte we in de Zweinstein expres, we zaten net zoals we de eerste dag dat we elkaar ontmoeten hadden in de coupe. Alleen Severus was er niet bij geweest, hij liep wel langs en keek ons vuil aan. Lilly had haar schouders opgehaald en was dichter tegen James aangekropen die een arm om haar heen sloeg. En we reden van Zweinstein weg terug naar London toe waar we allemaal weer uit zouden stappen op zoek naar een nieuw avontuur…..
