Een Harry Potter Fanfiction: De verhalen van Wormstaart
Mijn naam is Peter Pippeling, maar sta beter bekend als wormstaart, een van de goede vrienden van James Potter, Sirius Zwart en Remus Lupos. Sommige vonden mij maar sneu omdat ik zo achter hun aanliep en zeiden dat ik niet eens een echte vriend van de drie was. Maar ik wist wel beter ik was zeker een goede vriend van de drie. Waarom anders had James mij anders geheimhouder gemaakt van het adres waar hij samen met zijn vrouw Lily en zoontje Harry woonde. Oh ja ik weet dat hij het eerst aan Sirius gevraagd had, en dat Sirius voorstelde om mij te vragen. Ik ging er niet van uit dat hij dacht dat ik een betere geheimhouder zou zijn. Misschien dacht hij dat niemand met een beetje gezond verstand ooit mij zou vragen als geheimhouder. Als tovenaar blonk ik niet uit, zoals ieder ander in de orde. Oh ja ik was een faunaat dat klopt maar dat had ik vooral te danken aan mijn drie schoolvrienden. Dus niemand zou ooit bedenken dat ik zo'n belangrijke taak zou krijgen. Niemand wist het ook, alleen James, Lily en Sirius dat ik de geheimhouder was. Iedereen ging er gewoon van uit dat Sirius de allerbeste vriend van James, De getuige op het huwelijk tussen James en Lily en de peetvader van hun zoontje Harry de geheimhouder was. Soms had ik het idee gehad dat Professor Albus Perkamentus wat door had. Hij kon mij soms heel doordringend aankijken alsof hij het wist. Alsof hij wist dat ik al maanden alles door vertelde aan de heer van het duister wat er gebeurde in de order van de Feniks. Ook voor Dwaaloog had ik even mijn angst gehad, met dat rare oog van hem kon hij alles zien. Maar ook hij zag niets, misschien omdat hij mij minderwaardig vond en niet de moeite waard vond om op te letten. Misschien omdat hij Severus Sneep in de gaten hield de laatste weken. Severus was een dooddoener geweest. Een van de grootste volgelingen van de heer van het duister. Tot hij de opdracht had gekregen de Potters en hun zoontje te vermoorden, toen was hij naar Perkamentus gegaan om hem te waarschuwen. Er was een voorspelling geweest dat er een jongen was geboren was die de voor de ondergang van de heer van het duister zou zorgen en dat zou het zoontje van de Potters zijn. Sneep zat inmiddels ergens ondergedoken, de geruchten gingen dat de heer van het duister woedend was op hem en hem dood wou. Hij stond tot iedereens verbazing onder bescherming van Perkamentus. Maar terwijl iedereen zo argwanend Sneep in de gaten hield had ik gewoon mijn gang kunnen gaan. Ik zou de belangrijkste vertrouweling van de heer van het duister worden als ik hem het zoontje van de Potters kon uitleveren. Dus zo gauw ik geheimhouder werd was het huis van de Potters alleen zichtbaar als je het adres wist. Dus vertelde ik dat aan de heer van het Duister en ging hij op 31 oktober 1981 op Halloween naar het huis van de Potters toe. Hij vermoordde eerste James, en daarna Lily en toen had hij geprobeerd hun zoontje Harry te vermoorden. Maar niemand wist precies hoe... nou ja niemand waarschijnlijk had Perkamentus een heel goed en kloppend idee. Maar de vloek kaatste terug en de heer van het duister was verdwenen maar Harry had het overleefd. Sterker nog volgens de geruchten had hij alleen maar een litteken boven zijn oog eraan overgehouden. Hoewel iedereen dacht dat Sirius de Potters had verraden, wist Sirius wel beter. Hij was geen geheimhouder geweest voor de Potters maar ik. Terwijl iedereen een klopjacht naar Sirius maakte. Zette hij de achtervolging op mij in, ik had het prachtig gevonden ik wist dat ik hem te slim af kon zijn ik lokte hem een drukke dreuzelstraat in schreeuwde dat hij de Potters had verraden en blies toen de hele straat op. Voor ik mezelf in een rat veranderde sneed ik een vinger af en vluchtte de riolen in. Ooggetuigen verklaarde wat ik gezegd had, en de moord op de dreuzels en op mij werd Sirius aangerekend. Hij werd gearresteerd en kwam in Azkaban terecht. Ik kwam uiteindelijk terecht als huisdier in het huis van Molly en Arthur Wemel. Goed ik vond het in het begin een beetje een eng idee om bij iemand die ook in de order had gezeten. Maar er stond tegenover dat ten eerste buiten James, Sirius en Remus niemand wat geweten had dat hij zich in een rat kon veranderen. Ten tweede iedereen ervan overtuigt was dat ik dood was. En ten derde iedereen dacht dat Sirius degene was die de Potters had verraden en de dreuzels had vermoord. Jarenlang was ik de rat van Percy Wemel de derde zoon van de Wemels. Ik zag hoe er nog een kind geboren werd bij de Wemels dat eindelijk het meisje was geweest waar ze zo naar verlangd hadden. Ik had gezien hoe de kinderen allemaal een voor een naar Zweinstein gingen. Eerst Bill Wemel, toen Charlie Wemel, toen mocht ik met Percy mee naar Zweinstein. Het was een spannend moment geweest, want ik zou weer bij Perkamentus in de buurt zijn. Overigens ook bij Sneep die als professor lesgaf op Zweinstein. Maar ze hadden helemaal niets door, ik was gewoon een rat een van de vele die mee genomen waren naar Zweinstein. De Tweeling Fred en George Wemel gingen naar Percy naar school. Ik had veel van ze gezien ze haalde veel grappen uit en vooral te kostte van hun jongere broertje Ron of van Percy. En tegen die tijd was ik inmiddels al tien jaar in de familie geweest en keek Percy steeds minder naar mij om. Toen Molly hem erop aansprak besloot Percy mij aan Ron te geven. Ron leek helemaal niet blij te zijn met mij. Hij mopperde veel op mij en noemde mij waardeloos en zielig als er andere bij waren. Maar ik wist wel beter, als we alleen waren kon hij mij soms uren over mijn koppie kriebelen en sliep ik op zijn kussen. Ik was misschien een waardeloze tovenaar en een nog waardelozere vriend geweest. Als huisdier vond ik dat ik het best goed deed. Toen Ron naar Zweinstein ging maakte ik met iemand kennis namelijk Harry Potter. Hoewel ik het aan de ''goede kant'' van de tovenaars gemeenschap het goed had. Keerde ik ze toch uiteindelijk mijn rug toe…. En dit is mijn verhaal
De eerste tovenaarsoorlog
Peter ?! je blijft vanavond hoop ik toch wel thuis ik vind het helemaal niets dat je door de straten loopt hoe de situatie nu is riep mijn moeder na boven. Ja ma! Ik ga vroeg naar bed ik ben moe riep ik. Ik hoorde mijn moeder door het huis schuifelen en haar favoriete programma op de tv aanzetten. We woonde in een dreuzelwijk, dat deden we al sinds mijn vader vlak voordat ik naar Zweinstein mocht overleden was. Toen ik die kerst thuis was gekomen had mijn moeder opeens een televisie in huis gehaald. Ze vond dat ze zo meer op een dreuzel leek. Bovendien kon ze dan mee praten met de vrouwen op de markt of in het cafe waar ze dagelijks haar sherry en kopje theedronk. Ik sloot de deur van zijn slaapkamer en deed de deur op slot daarna veranderde ik mezelf in een rat en kroop via het openstaande raam naar buiten toe. Via de regenpijp klom ik naar beneden en liet mij tussen de struiken vallen. Ik zou weer voor een hoop afschuw veroorzaken wanneer ik gezien zou worden op straat. De meeste dreuzels hadden een hekel aan ratten en helemaal aan ratten die over straat liepen. Een rat in een kooitje in de dierenwinkel konden ze meestal nog maar net aan. En als je dan ook nog eens zo'n schurftige rat als ik ben ja dan kun je gegil verwachten. Word je met bezems achterna gejaagd of krijg je water over je heen gegooid. Volgens Lily Evers of inmiddels Lily Potter kwam dat van oudsher. Vroeger geloofde de dreuzels dat ziektes als de pest kwamen van ratten. Bovendien leefde ratten op vieze plekken en daar hielden dreuzels ook niet bepaald van. Het was sowieso zo dat er veel angst voor dieren die bij ons in de toverwereld normaal waren. Bij ons was het net zo gewoon als je een pad, spin, muizen, ratten of een slang als huisdier had als in de dreuzel wereld een hond, kat of konijn of zo. Zo snel mijn korte rattenpootjes mij konden dragen trippelde ik door de straten heen. Ik wist precies waar ik wezen moest, ik was er al verschillende keren geweest. De eerste keer was onder lichte dwang geweest. Nou ja ik had zelf voorgesteld om er heen te gaan, maar het was een redmiddel geweest ik had gewoon niet dood gewild. Vanaf dat moment ging ik steeds vaker en vond ik de macht die er heen gewoon geweldig. Ik had ooit gehoord dat als een tovenaar of heks een faunaat werd ze de gedaante van een dier aan namen dat bij hun karakter hoorde. James Potter was in een edelhert veranderd en Sirius in een grote moedige hond, maar ik was in een rat veranderd. Toen had ik nooit begrepen waarom ik in een rat was veranderd. Goed ik was niet zo moedig als mijn twee schoolvrienden geweest, maar de rat had ik tot een paar maanden geleden nooit begrepen. Een rat was niet te vertrouwen, en ik was niet te vertrouwen een echte rat dus.
Toen ik een half uurtje gelopen had kwam ik in de straat waar ik wou wezen, als mens had ik er waarschijnlijk veel sneller overgedaan zelfs als ik niet zou verschijnselen. Maar goed dit hadden ze liever ik glipte het smeedijzeren hek door en toen ik buiten het zicht van de straat was veranderde ik mezelf weer in een mens. Ik klopte op de deur en hoorde zware voetstappen achter erachter kwamen. Die ging open een ik keek recht in het gezicht van een lange tovenaar met wild haar om zich heen. Fenrir Vaalhaar wist ik en ik huiverde even. Het is die rat heer hoorde ik hem roepen. Laat hem binnen Vaalhaar een hese stem van uit een van de ruimtes. Je hoort het grauwde Vaalhaar en keek mij met zijn geelachtige ogen aan. Vreemd genoeg was Vaalhaar er zijdelings voor verantwoordelijk dat ik een rat was geworden. Hij had jaren geleden Remus Lupos gebeten omdat hij een meningsverschil met zijn ouders had. Remus was hierdoor in een weerwolf geworden net als Vaalhaar. Ik deelde net als James en Sirius een kamer met Remus op Zweinstein en om hem te steunen besloten we dat we een faunaat zouden worden. Al had ik de laatste tijd wel het idee dat ik er alleen bij gehaald was omdat ik een slaapzaal met ze deelde. Had ik op een andere slaapzaal gelegen dan hadden Potter, Zwarts en Lupos mij waarschijnlijk geen blik van waarde gegund. Dat dacht ik nu tenminste ook al sprak ik ze nog geregeld. Ik had nooit de vriendschap gehad met de drie als ze met elkaar hadden. In de vakanties had ik vrijwel geen contact met ze, terwijl de andere drie wel veel met elkaar omgingen in de vakanties. De meeste vakanties was Sirius gewoon bij James in huis geweest en de laatste jaren was hij niet eens meer in zijn eigen huis geweest. En Remus woonde niet eens zover bij de ouders van James af en ze waren er dus ook veel. Ik woonde een heel eind bij hun vandaan en in de vakanties wou mijn moeder niet dat ik weg zou gaan. Tenminste niet langer dan een paar uur. Ik was vrijwel het hele jaar op Zweinstein en die vakantie weken waren voor elkaar vond ze. Ik liep achter Vaalhaar aan naar de ruimte waar alleen kaarsen en de haard brandde. In een leunstoel zat Voldemort een man, de man waar iedereen in de toverwereld zo bang voor was dat niemand zijn naam durfde uit te spreken. Goed bijna niemand durfde zijn naam uit te spreken dan want Albus Perkamentus het schoolhoofd van Zweinstein was duidelijk niet bang voor Voldemort. Maar de rest van de tovenaars noemde hem Hij die niet genoemd mag worden, Je weet wel of de mensen die respect hadden voor hem de heer van het duister. Ik maakte een buiging voor Voldemort, mijn meester zei ik met een eerbiedige stem. Wormstaart wat een genoegen om je weer te zien zei de heer van het duister met een hese stem en maakte een uitnodigend gebaar naar een poef wat naast hem stond. Ik voelde het teken op mijn onderarm nog een beetje branden zoals het altijd deed als we geroepen waren. Door op een van de tekens te duwen van de dooddoeners wisten we dat we moesten komen. Ik keek de kamer rond de broers Rabastan en Rodolphus van Detta en Bellatrix Van Detta Rodolphus vrouw waren er uiteraard ook. Soms had ik het idee dat Bellatrix haar man zo zou inleveren als de heer van het duister het zou vragen. De andere dooddoeners in de kamer waren natuurlijk Vaalhaar, Lucius Malfidus met wie ik een paar jaar op school had gezeten, en die overigens de zwager van Bellatrix was. Antonin Dolochov, Igor Karkarov, broer en zus Amycus en Alecto Kragge. Augustus Ravenwoud, Walter Vleesschhouwer, Severus Sneep die in mijn schooltijd een van mijn gezworen vijanden was geweest. En Barto Krenck Jr. die laatste vonden we allemaal nogal lachwekkend aangezien zijn vader Barto Krenck Sr. Aan het hoofd stond van departement van magische wetshandhaving stond. Hij had al vele van ons naar Azkaban gestuurd, die zich tenminste hadden laten pakken. Zoals jullie zien in van ons niet meer in het midden. Hij is niet gepakt door de wetshandhavers begon Voldemort en keek even naar Junior en er klonk een spottend gelach. Nee hij heeft mij verraden riep de heer van het duister en er klonk een boos geblaas. Ja Ja de jonge Regulus Zwarts heeft er berouw van gekregen, niemand werkt Heer Voldemort tegen riep hij met een hoge stem. We lachte een beetje ongemakkelijk omdat we allemaal een beetje bang waren voor wat er zou gebeuren als Voldemort kwaad op je was. Sommige keken even stiekem naar Bellatrix zij was immers familie van Zwarts. Ja dat is al een overloper, een bloedverrader en nu een gewone verrader riep Voldemort en keek Bellatrix aan. Ik heb geen contact met ze heer, mijn zuster heb ik nooit meer gezien toen ze met die bloedverrader trouwde. En ook met Sirius heb ik nooit contact gehad sinds hij is weggelopen en daarvoor al niet veel riep Bellatrix bijna smekend. Dat weet ik mijn beste Bellatrix jij zou Rodolphus nog opgeven als ik je dat vroeg zei Voldermort en keek Bellatrix aan. Rodolphus leek helemaal niet gelukkig met deze opmerking, waarschijnlijk omdat hij ook wist dat het wel klopte. Maar Bellatrix leek vereerd door wat Voldemort zei. Het leek zelfs dat haar bleke huid een beetje rood werd bij haar kaken. Wat heeft Zwarts eigenlijk gedaan heer? Wou Malfidus weten. Oh dat is niet belangrijk Lucius het doet het in elke geval nooit meer zei Voldemort. Dat hij niet wou zeggen wat er was voorgevallen, betekende dat het wel degelijk belangrijk was maar dat Voldemort ons niet belangrijk genoeg vond om dat mee te delen. Hoe is het met je zoon Draco en Narcissa? Vroeg Voldemort en keek Lucius aan die een kleur op zijn blek wangen kreeg. Oh heel goed heer, Draco bezit een flinke dosis toverkracht dat is wel duidelijk, gisteren hij de kat van de buren vergroot tot formaatje leeuw, ik heb heel wat toverkracht moeten loslaten op hun om het te doen vergeten zei Lucius. En zeker een flinke donatie aan het ministerie zei Corban Jeegers lachend. Ach heel veel was het nu ook weer niet hoor zei Lucius schouderophalend. Toch moet je je proberen Draco in bedwang te houden Lucius. Ik ben van mening dat het goed is dat hij zo veel toverkracht al bezit iets wat we goed kunnen gebruiken in de toekomst. Maar we moeten niet te veel aandacht op ons vestigen. Die van het ministerie doen hun uiterste best om mijn beste tovenaars te betrappen en te arresteren zei Voldemort. Bellatrix snoof eventjes en vond het duidelijk niet leuk dat haar zwager een compliment kreeg. Maar daarvoor heb ik jullie niet laten komen we moeten het over iets belangrijkers hebben, namelijk een openstaande vacature op Zweinstein zei Voldemort. Sorry heer ik denk niet dat ze iemand van ons aannemen op school zei Jeegers. Nee natuurlijk niet Jeegers daar gaat het ook niet om. Severus was van de week ik Zweinsveld en dat was maar goed ook. Hij heeft een gesprek tussen Perkamentus en Sybillia Zwamdrift gehoord begon Voldemort. Was het erg interessant? Vroeg Bellatrix op een kleinerende toon aan Sneep. Zoals ik zei was dat maar goed ook, deze Sybillia had een voorspelling, dat er een jongen geboren wordt in de zevende maand, en dat die jongen mijn gelijke is. Zijn ouders zouden mij al drie keer getrotseerd hebben en hij zou mijn ondergang betekenen zei Voldemort. Er viel een stilte in de ruimte en niemand leek te weten wat ze moesten zeggen. Maar bij mij ontsnapte er een piepend geluid uit mijn keel. Juist Wormstaart ik wist wel dat jij een idee zou hebben zei Voldemort. Nou het schouwers echtpaar Lubbersmans hebben…nou ze zijn drie keer ontkomen aan uw machten stammelde ik een beetje ongemakkelijk. Ga door zei Voldemort en beweging met zijn bleke hand die aanmoedigde om door te gaan. Nou ze hebben een zoontje gekregen Marcel en die is eind juli geboren zei ik. En zei Voldemort op een dreigende toon en ik keek hem eventjes aan. Kon ik nog wat over Marcel vertellen of had ik echt geen andere keus meer om ze over James zoon te vertellen. James en Lily Potter hebben op de laatste dag van Juli een zoontje gekregen Harry heet hij en ook hun hebben drie keer aan u weten te ontsnappen hoorde ik mij zelf zeggen. Harry Potter…ja de Potters vrienden van je toch? Vroeg Voldemort en keek mij aan. Het lijkt mij sterk dat een kind van James potter instaat is om iets te doen hoorde ik Sneep zeggen. Ik wist dat hij nog steeds een wrok koesterde tegen James ook al had hij ooit zijn leven gered. Ik wist dat het veel met ons verleden op school te maken had, Sneep had nooit kunnen hebben dat James in alles beter was geweest dan hij. Bovendien verdacht ik James ervan dat hij stiekem verliefd op Lily was geweest die verkering met James kreeg en zelfs vlak naar Zweinstein met hem getrouwd was. Heer dat kind van Lubbermans klinkt veel logischer ik heb Frank Lubbermans horen zeggen dat hij een paar uur naar zijn geboorte al dingen kon aanpassen zei Sneep. Misschien moeten we gewoon beide kinderen uitschakelen stelde Bellatrix voor. Voldemort keek haar even aan maar zei niets.
Een paar dagen later verscheen ik in Zweinsveld, we hadden een afspraak in de Zwijnskop een beetje louche cafe. Toen ik er na toe liep bogen twee massieve wachters voor de deur en een keek mij streng aan. Wachtwoord beet hij mij toe. Druilige druiloor zei ik en de wachters schoven opzij en ik kon binnen lopen. In de Zwijnskop waren er al verschillende mensen aanwezig. Desiderius Perkamentus de eigenaar van het cafe die tevens ook de jongere broer van Albus Perkamentus was. Hij stond bij de haard in de galgenkamer en keek naar het schilderij van een jong meisje die erboven hing. Levinius Lorrebos zat aan de bar en had een flesje jonge Klare voor hem staan. Heeft niemand je gezien? Vroeg de donderende stem van Alastor Dwaaloog Dolleman naast mij. Ik maakte een sprongentje van schrik toen de schouwer opeens naast mij stond. Nee natuurlijk niet voegde ik er toen een beetje beledigend aan toe. Ach Petertje heeft vroeger heel wat rondgeslopen ongezien zei Sirius Zwarts die langs kwam lopen en mij hard op mijn rug sloeg. Geen grapjes nu Sirius waakzaamheid is van groot belang, stel je voor dat iemand van je weet wel erachter komt waar we zitten zei Dwaaloog. Ik dacht dat iemand als jij wel dapper en verstandig genoeg was om hem gewoon bij zijn naam te noemen Alastor hoorde we opeens Perkamentus achter ons zeggen. Dwaaloog gromde eventjes en liep toen verder de Zwijnskop in. Perkamentus was samen met Minerva Anderling en Rubeus Hagrid gekomen. Waar zijn de anderen? Wou Dwaaloog weten en keek achter Hagrid of daar nog een paar verstopt waren. Niet iedereen kan mee, er moeten docenten op de schoolblijven door dat er een paar leerlingen door de school heen gaan zwerven zei Perkamentus en keek even met een twinkeling in zijn ogen naar James, en Sirius die met een onschuldig gezicht terug staarde. Perkamentus liep naar de lange tafel en ging aan het hoofd zitten, Anderling nam aan de ene kant plaatst naast hem en Dwaaloog aan de andere kant. De rest van ons ging op de overige plekken zitten. Lorrebos werd nog net bij zijn nekvel door Hagrid gepakt toen hij nog snel een drankje wou pakken. Goed dat we hier op dit tijdstip weer allemaal zijn, er zijn een paar dingen die ik met jullie wil bespreken er is veel gebeurd deze week zei Perkamentus. Ik keek even naar Perkamentus hij had het natuurlijk over de voorspelling van die sollicitant, maar hij kon natuurlijk niet weten dat ik het al wist. Ik heb van de week een sollicitatiegesprek gehad met Sybillia Zwamdrift ze wordt onze nieuwe docent waarzeggerij begon Perkamentus. Ik hoorde dat Anderling eventjes snoof ik wist nog van mijn eigen schooltijd dat Anderling niet echt een hoge pet op had van waarzeggerij. Sybillia Zwamdrift die charlatan? vroeg Dwaaloog. Ach Sybillia is een best vrouwtje zei Lorrebos. Ik weet dat Sybillia het niet altijd bij het juist eind heeft. Heel weinig zelfs maar ze voorspelde iets tijdens die sollicitatie zei Perkamentus en keek de tafelrond. Ze voorspelde dat er aan het einde van de zevende maand een kind is geboren uit ouders die heer van het duister al drie keer te slim zijn af geweest. Deze jongen is de ondergaan van hem zei Perkamentus. Er klonk geroezemoes en ik keek even naar Lily Potter bij wie het allemaal net iets eerder door drong dan bij de rest van ons. Maar dat kan slaan op Marcel of op Harry zei ze en keek Perkamentus aan die knikte. Ja en ik weet inmiddels ook wie Voldemort denkt zijn gelijke is zei Voldemort. De naam van Voldemort bracht een huivering met zich mee. Zeg die naam niet Perkamentus zei Lorrebos op een zenuwachtige toon. Die angst om die naam toch je zou haast denken dat hij tevoorschijn springt als die naam uitgesproken zei Voldemort. Dat doet er nu niet toe je zegt dat hij weet wie zijn gelijke is zei Dwaaloog en keek Perkamentus aan. Ja maar ik denk dat hij er weleens gelijk in kan hebben. Wat niet uitsluit dat ik denk dat de andere minder getalenteerd gaat zijn zei Perkamentus. Wie van onze kinderen loopt het meeste gevaar Perkamentus? Vroeg Frank Lubbermans. Harry…. Voldemort denkt dat Harry het kind is dat hem zijn ondergang gaat kosten zei Perkamentus en negeerde de reactie op de naam. Harry? vroeg Lily met een trillende stem en ik kon de opluchting in de ogen van Frank en Lies even lezen. Hoe weet je dat zo zeker? Vroeg James die Perkamentus strak aankeek en een arm om zijn vrouw heen sloeg. Van Severus zei Perkamentus rustig en er werd wat gemompeld. Waarom zou Sneep de waarheid spreken hij is een dooddoener, waarschijnlijk wil hij dat we denken dat het Harry is zodat we hem beschermen zei Dwaaloog. We beschermen natuurlijk niet alleen Harry Alastor zei Perkamentus met een serene glimlach. Maar waarom zouden we een dooddoener vertrouwen? Wou Dwaaloog nog een keer weten. Omdat Sneep bij mij is geweest en ik met hem gesproken heb en hem geloof. Tenminste ik geloof dat hij gelooft dat dat Voldemort denkt dat het om Harry gaat zei Perkamentus. Maar waarom zou hij dat aan jouw vertellen? Wou Dwaaloog weten. Deels omdat hij vindt dat hij bij James in het krijt staat zei Perkamentus serieus. Bij James in het krijt? Vroeg Anderling en trok haar wenkbrauwen op. James heeft ooit zijn leven gered zei Perkamentus. Alsof hij daar ooit enige dankbaarheid voor getoond heeft zei Sirius en keek Perkamentus aan. Ik weet dat jullie je geschillen samen hebben gehad op school. Maar die misverstanden moeten de wereld uit. Bovendien doet hij dit niet alleen maar uit dankbaarheid voor James zei Perkamentus. Hij heeft nog steeds gevoelens voor Lily zei James en keek van Lily naar Perkamentus. Nou de laatste jaren was hij anders niet bepaald aardig tegen mij zei Lily betwijfeld. Nee maar jij ging steeds meer om met een van zijn grootste vijanden van school zei Remus en keek Lily aan. Het maakt niet uit, het is het belangrijkste dat we weten wat er gebeuren staat zei Perkamentus. Jullie en Harry moeten dus zo snel mogelijk onderduiken zei Dwaaloog beslist. Onderduiken? Vroeg James en keek Dwaaloog aan. We moeten bespreken wat het verstandigste is, waar is Harry nu? vroeg Perkamentus. Bij Mathilda Belladonna die woont naast ons zei Lily. Mathilda zou Harry beschermen mocht het nodig zijn zei Perkamentus. En wat doen we met Sneep? Vroeg Anderling en keek Perkamentus aan. Uitleveren aan Krenck zei Dwaaloog beslist. Nee dat vind ik niet, hij heeft er voor gekozen om Voldemort te verraden. We weten wat er met de vorige is gebeurd die dat gedaan heeft zei Perkamentus. Regulus heeft dat anders helemaal aan zichzelf te danken zei Sirius bitter. Wat je broer allemaal gedaan heeft is zeker niet goed te praten. Maar ik denk ook dat hij vooral jong en onwetend was en zich liet lijden door wat je ouders wouden Sirius. Niet iedereen heeft een sterk karakter zoals jij hebt gehad. Niet iedereen had het geluk dat hij de juiste vrienden tegen kwam. Bovendien heeft hij het proberen goed te maken, al weet ik nog niet precies wat zei Perkamentus. Wat is je plan dan? wou Dwaaloog weten. We moeten hem beschermen, en dat werkt voor beide kanten. Als wij Severus uitleveren aan het ministerie dan weet Voldemort dat we hem te pakken hebben. Dat we misschien dingen weten. Misschien gaat hij dan wel sneller handelen of andere dingen bedenken. Bovendien heeft hij met deze daad wel dingen goed gemaakt, als de voorspelling klopt en dat weet ik wel zeker dan is het Harry die ons gaat verlossen van Voldemort zei Perkamentus.
Ik wist niet goed wat ik moest doen, ik wist dat als Voldemort erachter zou komen dat ik dingen achterhield ik net zo goed gelijk in mijn graf kon gaan liggen. Maar als ik het zou vertellen tegen hem dan zouden ze van de orde weten dat er een lek was. En misschien zou de verdenkingen eerst vallen op Lorrebos die alles voor geld deed, en op Hagrid die loslippig werd als je hem te veel drank gaf. Daarna zouden ze toch bij mij uitkomen. Niemand zou namelijk ook maar een seconde denken James, Lily, Lies of Frank iets zouden doen om de twee kinderen in gevaar te brengen. Sirius was als een broer voor James en hij was zelfs de peetvader van Harry en ook al kwam hij uit een familie die vrijwel alleen maar uit duistere tovenaars bestonden. Zou niemand ooit maar denken dat Sirius iets met dooddoeners te maken wou hebben. Een ook Remus zou boven iedere verdenking staan. Nog maar niet te zwijgen van Dwaaloog, Engelbert Dop, of de gebroeders Perkamentus. Er is toch niet iets gebeurd wat je niet wil vertellen? Iets uit onze wereld vroeg moeder opeens. Ik keek haar vanaf mijn bord met eten wat ik had. Nee waarom? Vroeg ik en hoopte dat mijn stem vastberaden was. Nou dat er iemand gewond is geraakt die we kennen zei moeder. Nee zover ik weet is er niets gebeurd en dan had het ook wel in de profeet gestaan zei ik. Ja misschien wel zei moeder bedenkelijk en bleef mij aankijken. Moeder er is echt niets aan de hand zover ik weet zei ik sussend. Wat voer je toch allemaal uit als je van huis bent? wou moeder weten. Ik haalde mijn schouders op, van alles moeder, ik werk ook gewoon he zei ik. Het was waar ik werkte op een gewoon dreuzelkantoor van de gemeente. Elke dag van 08:00 tot 14:00 kreeg ik dreuzels aan mijn balie die dingen geregeld wouden hebben. Ik was er al snel achter gekomen dat tussen dreuzels ook heel vervelende mensen konden zitten. Bij toeval was ik hier ook een keer de zwager van James en Lily tegen gekomen. Herman Dufeling was een gezette man met geen nek tenminste hij was zo dik dat je die niet kon zien. Petunia was ook bij hem geweest en hun nu al super verwende zoontje. Petunia had hem niet herkend maar dat was ook maar goed ook. De Dufelings hadden een hekel aan alles wat niet normaal was. Ze hadden geklaagd over een aanbouw die een buurman hadden gemaakt en wouden het weg hebben. Het was niet een heel leuk karweitje geweest om aan een briesende Herman te vertellen dat de buurman de juist vergunningen had en dat de buurman zijn aanbouw mocht laten staan. Ja maar je werkt toch niet alleen maar, wat doe je voor de rest allemaal? is er misschien een dame in je leven? Vroeg moeder. Nee moeder er is geen dame in mijn leven zei ik, het idee alleen al. Nou op ieder potje pas een dekseltje zei moeder een uitdrukking die ze een keer gehoord had bij haar vriendinnen en ik een vreselijke hekel aan had. Sirius en Remus hebben toch ook geen relatie wierp ik tegen. Nee maar Sirius kan geloof ik elk heksje krijgen die hij wilt. Je verteld zelf altijd dat hij verschillende vriendinnen heeft en zich gewoon nog niet wil binden. En voor Remus moet het ook niet makkelijk zijn, stel je voor dat zonder dat je het zelf wilt je geliefde elk moment aan stukken kunt scheuren zei moeder. Alleen maar met volle maan sputterde ik tegen. Maar kijk eens naar James hoe gelukkig hij is met Lily en dan met die lieve Harry zei moeder. Ik wist dat ze graag oma zou worden, iemand voor wie ze weer kon zorgen. James en Lily zijn gewoon voor elkaar geboren zei ik alleen maar, en hoopte dat mijn moeder zou stoppen met dit gesprek. Er werd op de deur geklopt en ik stond op. Kijk je weleens even wie het is? Waarschuwde moeder. Kom op moeder er staan echt geen dooddoeners voor de deur zei ik. Je weet maar nooit, je kunt niet voorzichtig genoeg zijn zei moeder. Ik liep naar de gang ze moest eens weten dat haar eigen zoon een dooddoeners was. In het begin had ze wel een hoge pet op gehad van Voldemort. Ze was zelfs met een aantal standpunten weleens geweest. Ze vond zuiverbloed in het begin ook heel belangrijk gevonden in het leven. Ze was in het begin zelf teleurgesteld geweest dat ik niet in Zwadderich was ingedeeld. Maar daar begon ze steeds meer vanaf te stappen. Het hele Zwadderich idee vrijwel gelijk al afgelopen. Ze was blij dat ik immer niet bij Huffelpuf was in gedeeld. De rest veranderde ook in de loop der jaren, goed ik denk eerlijk gezegd nog steeds niet dat gelijk heel erg te springen zou staan als ik met een dreuzelmeisje thuis zou komen, maar ze vond het hele volbloed gebeuren niet meer zo belangrijk als eerst. Bovendien stond ze niet meer achter de ideeën van Voldemort, helemaal niet toen de dooddoeners van Voldemort een gezin in de stad hadden aangevallen en gedood die ze persoonlijk kende. Wie is daar vroeg ik door een dichte deur heen. James en Sirius hoorde ik Sirius zeggen en deed de deur open. Petertje wat dacht je nou? Vroeg Sirius en keek mij aan. Ze weten het dacht ik, ze weten dat ik een spion ben van Voldemort en komen mij vermoorden. Nee ze zouden mij niet vermoorden niet hier tenminste uit respect voor moeder. Nee ze zouden mij meenemen naar het ministerie en daar uitleveren. Ik zou ik Azkaban belanden tot grote schaamte van moeder, die zou waarschijnlijk niets meer met mij te maken willen hebben. Ze had altijd al liever James of Sirius als zoon gehad wist ik. Die waren veel succesvoller dan ik ooit zou zijn daar was geen twijfel over mogelijk. Sirius begon te lachen en keek James even aan hij denkt geloof ik echt dat hij alleen een dooddoener aan zou kunnen zei hij. Niet zo flauw Sirius zei James en sloeg hem op zijn schouders. Zou je ons niet eens even binnen laten? Vroeg Sirius. Ik deed snel een stap naar achteren en liet ze binnen. James deed de deur achter hem dicht en we liepen naar de keuken. Sirius James wat leuk riep moeder en begroette de twee gasten hartelijk. Moeder Pippeling altijd een genoegen zei Sirius met zijn charmante glimlach. Moeder lachte eventjes, altijd zo charmant, toch verassend dat je nog niet getrouwd bent zei ze. U kent mij moeder Pippeling ik kan niet kiezen uit al dat moois zei Sirius grijnzend. Moeder lachte eventjes en keek James aan, alles goed met Lily en de kleine Harry? Vroeg ze, Ja het gaat goed met ze, alleen heeft Harry zit op het moment van de onbewuste ondeugende toverkracht dus van de week hadden we opeens een groene kant zei James. Moederschoot in de lach en Sirius schaterde het uit. Waarschijnlijk had hij dit verhaal allang gehoord mij hij vond de ondeugende Harry geweldig wist ik. Nou ik laat jullie jongens eventjes alleen, ik ga in de woonkamer tv kijken zei moeder en liep de keuken uit. Willen jullie wat drinken? vroeg ik terwijl ik mijn bord in de gootsteen zette. Nee we zijn er maar heel even zei James en keek mij aan. Serieuzer dan ik hem in een lange tijd had zien doen. Ik ging zitten en keek hem aan, wat is er aan de hand? vroeg ik en ging zitten en keek James en Sirius aan. Je weet wat Perkamentus gezegd heeft zei James. Ja dat je weet wel denkt dat Harry het kind is die hem gaat verslaan zei ik. James knikte, Lily is in alle staten, het idee dat er iets met Harry gebeurd is niet te verdragen. Maar we willen ook niet laf zijn en vluchten. Laten we eerlijk zijn veel zin heeft het ook niet. Als je weet wel ons dood wil hebben dan maakt het niet uit waar we heen gaan vinden doet hij ons toch wel zei James. Maar wat wil je dan doen? vroeg ik. Geheimhouding zei James en keek mij aan. Goed dat begrijp ik zei ik. Ja we moeten een lange tijd in huis blijven dat weten we. En even onder de onzichtbaarheidsmantel duiken kan ook niet, Perkamentus wou hem lenen. En ik heb zo het idee dat hij dat alleen maar gedaan heeft, omdat hij weet dat ik anders de verleiding niet kan weer staan zei James en Sirius grijnsde eventjes. Het lijkt mij dan inderdaad het beste dat je een geheimhouderstatus neemt zei ik, dan kunnen ze je tenminste niet vinden voegde ik eraan toe. En we hebben het er overgehad wij willen dat jij geheimhouder wordt zei James. Ik? Vroeg ik verbaast en keek James met open mond aan. Ja jij, iedereen zou denken dat ik Sirius gevraagd heb die ligt het meest voor de hand. Dus die gaan ze continu nu volgen. En ze gaan waarschijnlijk ook een aantal op Remus zetten voor de zekerheid. Maar jou sorry en dit is niet als een belediging bedoelt zullen ze nooit als geheimhouder zien zei James. Dat maakt niet uit het is waar zei ik al voelde het heel erg als een belediging. James en Sirius hadden mij nooit echt serieus genomen en mij in elk geval nooit als een gelijke gezien. Ik was altijd het slome, domme en veel lelijker ventje wat achter hun aan liep. Wil je het? Vroeg James en ik verward op…jullie geheimhouder zijn bedoel je? Vroeg ik. Ja kijk als je niet durft dan moeten we wat anders vinden zei James. Waarom zou ik niet durven ik kom net als jullie uit Griffoendor hoor zei ik. James hief zijn handen op, sorry ik bedoel er niets mee zei hij. Ik ben jullie geheimhouder, maar dat houden we geheim neem ik aan zei ik. Uiteraard niemand hoeft het voor de rest te weten zei James. Alleen wij drie zei ik en keek James aan. Nou ja Lily weet het natuurlijk ook zei James droog. Goed wij vieren dan zei ik beslist en James stak zijn hand uit en schudde die van mij. Zonder dat James het wist tekende hij hier mee zijn eigen doodvonnis, nog even en ik zou hem verraden.
Er gingen een paar maanden voorbij, ik had gelijk die nacht nog aan Voldemort verteld dat ik de geheimhouder van de Potters was. Hij vond het geweldig maar wou nog niet gelijk toeslaan. Liet iedereen maar denken dat ze veilig waren zei hij, want dit was iets wat goed voorbereid moest worden. Dus de afgelopen maanden diende ik als boodschappenjongen tussen de Potters en Sirius. Aangezien de rest niet mocht weten dat ik geheimhouder was, dacht iedereen dat het Sirius was. Dus alle brieven, cadeautjes, steunbetuigingen, waarschuwingen en boodschappen werden aan Sirius gegeven. Die ze vervolgens weer aan mij gaf en ik moest ze dan naar de Potters brengen. Ik had verschillende keren het idee dat James er spijt van kreeg dat hij niet een van zijn beste maatjes op bezoek kreeg al liet hij het nooit echt blijken en zei Lily altijd dat ze erg blij waren met mij. Om de bezwering zo goed mogelijk te doen was ook het huis van Mathilda bij de geheimhouders bezwering opgenomen. Zij kon ook bij de Potters op bezoek als ze het wou en dat betekende dat de Potters ook in hun tuin konden komen. Wat vooral voor Harry natuurlijk wel goed was. Mathilda had voor de rest toch niemand die haar kwam opzoeken. Ja ze was bevriend met de broertjes Perkamentus en met Engelbert maar die wisten dat ze pas op bezoek zouden komen als alles achter de rug was. Harry had inmiddels al zijn eerste verjaardag gevierd, ik was die dag er geweest gewapend met de cadeautjes van de orde van de Feniks. Het cadeautje van Sirius een speelgoed bezem waar een zweef bezwering op zat viel nog het meeste in de smaak. Harry scheurde tot grote hilariteit van James die zeker wist dat Harry goed in Zwerkbal zou worden. De familiekat vond het wat minder leuk om de peuter continu nu op een bezem achter hem aan te hebben. Het beest was toch al het onwillige slachtoffer van Harry's onschuldige toverkunst. Desondanks kroop de kat dan wel weer dicht tegen Harry aan. Ik had een hekel aan het roodharige monster met zijn kromme poten en platte kop en borstelstaart. Het was geen gewone kat dat wisten wel allemaal, het beest was magisch, waarschijnlijk een kruising tussen een katachtig fabeldier en een gewone huiskat. Dat betekende niet alleen dat de kat een stuk slimmer was dan een gewone kat en ik had soms gewoon het idee dat hij mij door had. Ik had sowieso helemaal niets met katten, maar dat kwam waarschijnlijk door mijn rattenkant. Ik bedoel katten en ratten zijn toch een beetje gezworen vijanden van elkaar, of tenminste katten waren de natuurlijke vijand van de kat. Zou een kat mij in mijn rattenvorm te pakken krijgen dan was ik zuur, goed met een beetje geluk zou ik mij snel kunnen veranderen in een mens. Maar met pech zou ik gewoon opgevreten worden net als iedere andere doodgewone rat. Ik had mij weleens afgevraagd wat er gebeuren als ze doodging in je faunatenvorm, zou je dan in de vorm blijven of zou je dan weer in een mens veranderen, maar nog even dood zijn. Met verwondingen veranderde je niet terug, maar ze waren wel zichtbaar en aanwezig op het menselijke lichaam. Toen James en later met behulp van Sirius Sneep hadden gered van Remus in zijn wolvengedaante. Hadden ze flinke krassen opgelopen op hun menselijke lichaam gehad. Ze hadden een niet duidelijk verhaal verteld aan madame pleister die ze wel had opgelapt. Een maand lang waren ze bang geweest dat ze nu ook in weerwolven zouden veranderen. Maar dat was niet het geval geweest waarschijnlijk omdat toen ze de krassen kregen in een dierenvorm waren geweest. Wat erna vanavond ging gebeuren wist ik niet, ik was zoals ik altijd deed nog gewoon naar de Potters toe gegaan en deed net als of er helemaal niets aan de hand was. Alsof ik niet zou weten dat dit de laatste keer was dat ik ze in levende lijven zou zag. Dat Lily haar hoopvolle gedachten over dat ze volgend jaar met Halloween met Harry langs de deuren zou gaan. Dan ze misschien met kerst al gezellig met hun allen om de kerstboom zouden zitten. De Potters zouden nooit meer kerst meemaken, dit zou de laatste avond zijn die ze ooit mee zouden maken. Ik had het adres tegen Voldemort verteld en hiermee was voor hem de betovering verbroken. Hij kon nu zonder problemen naar het huis van de Potters gaan en naar binnen kunnen. Hoe het dan zou gaan wist ik niet, Sirius zou dan wel gelijk weten dat ik de verrader was. Waarschijnlijk zou hij gelijk op mij afkomen daarom verschool ik mij ook in het huis van Voldemort. Zou hij de anderen gelijk inlichten wat ik gedaan had, of zou het geen zin hebben en zouden ze hem niet geloven. Waarschijnlijk wel, want ik zou mij vanavond officieel tot Voldemort en de dooddoeners wenden. Misschien zou ik een tijd moeten onderduiken, met het verslaan van hun geliefde Potters en hun enige hoop om van Voldemort af te komen zouden ze mijn bloed kunnen drinken. Ik zou toch ook nog voorstellen om dat zoontje van Lubbermans voor de zekerheid ook te pakken, de Van Detta's zouden dit graag doen, en waarschijnlijk Krenck junior ook wel. Ik keek op het horloge om mijn pols, Voldemort kon nu elk moment aankomen bij het huisje van de Potters nog even en dan was het voorbij. We waren allemaal in het huis van Voldemort, Waarom is Narcissa niet meegekomen? Wou Bellatrix weten en keek Lucius aan. Omdat Narcissa hoewel ze wil dat wij winnen er niet helemaal mee eens is dat er een kind voor moet sterven zei Lucius. Bellatrix snoof even schamper die zus van mij is soft geworden sinds Draco er is zei ze. Ja een moederhart is niet te doordringen, ze wou zelfs dat ik aan de heer van het Duister voorstelde dat hij Harry mee zou nemen en dat wij hem dan zouden opvoeden. Zodat hij geen gevaar zou vormen maar ons juist sterker zou maken zei Lucius. Jullie jij en Narcissa? Vroeg Bellatrix een beetje verbaast. Ja waarom niet, hij zou dan een broertje zijn voor Draco zei Lucius. Bellatrix begon te lachen en het was duidelijk dat ze het een belachelijk plan had gevonden. Ik wist alleen dat Lucius het werkelijk aan Voldemort had voorgesteld. Voldemort was niet echt boos geweest toen Lucius hem eigenlijk vroeg het leven te sparen van een jongen die volgens een voorspelling voor zijn ondergang zou zorgen. Maar hij had ook gezegd dat het niet mogelijk was en dat hij er nooit meer wat over wou horen. De dood van het Potterkind stond vast, als hij uit de weg geruimd was dan kon niemand Voldemort ooit nog verslaan. Dan was het gedaan, en zouden we een voor een de orde pakken. Perkamentus stond boven aan het lijstje. Hoewel hij eigenlijk voor mij nooit slecht was geweest, hadden alle andere in de ruimte en Voldemort wel problemen met hem gehad. Als schoolhoofd of gewoon als leraar, had hij ze in de gaten gehouden. Er werd zelfs gefluisterd dat Voldemort als jongen op Zweinstein had gezeten. Ik kon mij maar moeilijk voorstellen dat Voldemort ooit op school had gezeten en jong was geweest. Al wist ik ook niet zeker hoe oud hij nu precies was, maar volgens de broertjes van Detta was hij een schoolvriend van hun vader geweest. Of dat waar was wist ik niet en dat maakte mij ook niet heel veel uit. Het was Bellatrix die begon met gillen en we keken allemaal geschrokken op. Kijk ons teken riep ze liet haar arm zien waarom een teken stond van een doodskop met een slang. Ik trok mijn eigen mouw omhoog, het teken vervaagde opeens en ik keek de anderen aan. Wat betekent dit wist ik uit te brengen. Maar we wisten dat het maar een ding kon betekenen. Het teken stond in verbinding met het leven van Voldemort, als het tegen vervaagde dan was hij gewond, of erger. Ik ga kijken zei ik en Bellatrix knikte ik ga mee zei ze hooghartig. Een paar minuten later verschenen we met een zachte plop in Goderickseind waar de Potters woonde. Nergens in de hele wijde omtrek was het duistere teken te zien. Iets wat we aanbrachten als we weggingen nadat we succesvol iemand hadden omgelegd. Voorzichtig liepen we naar het huisje van de Potters toe, de ramen en deuren lagen eruit als of en een explosie was geweest. Ik zag hoe de rode kater van de Potters het huis uit rende en er vandoor ging. Dat kreng had het dus overleef dacht ik en streek even over mijn toverstok heen. Een snelle vloek en dat beest was dood. Maar voor ik ook maar mijn toverstok kon trekken was hij al verdwenen. Van uit het huisje kwam een schim, Sneep siste Bellatrix en keek mij aan. Ik had hem ook herkend. Wat deed hij hier? Vroeg Bellatrix zich af. Misschien is hij ook gaan kijken, zich teken is ook aan het vervagen neem ik aan zei ik. Opeens keek Sneep onze kant op en liep naar ons toe. Wat doen jullie hier? Wou hij weten. Hij had waterige ogen en zag er overstuur uit. Wat is er gebeurd? wou Bellatrix weten en keek Sneep aan alsof hij iets vies onder haar schoon was. Hij is verdwenen zei Sneep alleen maar. Wat bedoel je wie is verdwenen? Vroeg Bellatrix en keek Sneep aan. Wat denk je Bellatrix je ziet je teken toch ook vervagen. De jongen leeft en de heer van het Duister is weg, verdwenen zei Sneep. Er klonk een ronkend geluid in de lucht en opeens verscheen er een motorfiets van uit het niets. Hij landde voor het huis van de Potters en Sirius stapte van de motor af. Vanuit de duisternis kwam Hagrid aangerend en ze gingen het huis binnen. Ik heb het wel gezien zei Sneep en met een zachte plop verdween hij. Bellatrix was nog bleker dan ze normaal gesproken was en verdween toen ook met een zachte plop. Ik bleef naar het huis kijken, uiteindelijk kwamen Sirius duidelijk overstuur samen met Hagrid weer buiten. In Hagrid zijn armen zag ik een klein bundeltje met warrig zwart haar. Harry zag ik gelijk, ik ben zijn peetvader ik zorg wel voor hem hoorde ik Sirius zeggen. Maar Hagrid schudde zijn hoofd Perkamentus wou dat ik hem ophaalde zei hij. Hij klopt Sirius op zijn schouder en Sirius leek bijna om te vallen onder het gewicht. Neem. Neem mijn motor mee dan ben je sneller zei hij toen tegen Hagrid. Hagrid knikte en stapte op de motorfiets. Ik zag hoe Sirius zich over hem heen boog en hoe hij Harry voorzichtig een kus op zijn voorhoofd gaf. Daarna begon de motor weer te ronken en steeg hij op en was hij verdwenen. Sirius wierp zijn hoofd in zijn nek en schreeuwde het uit en toen was ook hij verdwenen.
Vanaf dat moment gonsde het van de geruchten in de toverwereld. Wat er precies gebeurd was wist niemand echt, maar geruchten waren er genoeg. Ze kwamen allemaal op een ding neer en dat was dat Voldemort verdwenen was. Sommige zeiden dat hij dood was, andere dachten gevlucht en sommige dachten weer dat hij alleen zwaargewond was, misschien wel zijn krachten kwijt. Ik wist niet precies wat ik moest denken. Ik had sinds ik mij bij de kant van Voldemort had gevoegd zo sterke band met hem gevoeld. Dat ik eigenlijk wel had gedacht dat ik het fysiek zou voelen als hij dood was. Maar dat voelde ik niet, ik had juist het gevoel dat hij ergens was en mijn hulp nodig had. Als ik de kans had zou ik krijgen dan ging ik hem zoeken. Er waren al veel van mijn kameraden ontsnapt, gevlucht voor wat er ongetwijfeld ging komen voor ons. Sommige beweerde dat ze opeens het gevoel hadden dat ze wakker waren, dat ze deden dat ze onder de imperiusvloek waren geweest, en dat ze niets meer wisten van wat er de afgelopen tijd was gebeurd. Ik wist niet of dat voor hun zou uitmaken, maar die mensen waren wel op genomen in ST. Holisto's en niet naar Azkaban gebracht zoals de andere dooddoeners. Toch waren er ook een paar dooddoeners die bleven vechten tot het bittere eind. Gisteren waren Bellatrix, en de broertjes van Detta gearresteerd voor de marteling die ze op Frank en Lies Lubbermans hadden uitgevoerd. Om hun wraak te nemen en hun frustratie te botvieren waren ze die ochtend naar de verdwijning van Voldemort samen met Krenk jr. Naar Lubbermans gegaan en hadden de Cruciatusvloek over ze uitgesproken. Zo vaak dat ze krankzinnig opgenomen waren in het St. Holisto's en het was nog maar de vraag of ze ooit nog normaal zouden worden. Volgens de geruchten hadden ze permanente hersenbeschadiging opgelopen. Zoontje Marcel was opgevangen door Augusta Lubbermans de moeder van Frank. Waar Harry was wist ik niet zeker daar had Perkamentus niets over los willen laten. Wel was Harry die nacht in een klap wereldberoemd geworden. Iedereen wist wie Harry Potter was, ze noemde hem de jongen die bleef leven. Soms dacht ik erover om de blaag op te zoeken en hem alsnog te vermoorden. Dan zou Voldemort wel weer terug keren. Maar wat dacht ik wel niet, als de heer van het duister Harry al niet kon verslaan. Waarom zou mij dat dan wel lukken. Ik was na die avond niet meer naar huis gegaan, we hadden wel allemaal het huis verlaten. Omdat het een kwestie van tijd zou zijn voor er een inval gedaan zou worden. Ik was niet naar huis gegaan, daar was ik immers ook zo te vinden. Ik wist niet precies wat er nu bij de orde gebeurde maar ik wist wel dat ze Sirius nog niet gearresteerd hadden. Dat betekende dat ze eerst andere mogelijkheden zochten over hoe de Potters verraden waren. Of dat Sirius gelijk verteld had dat ik de geheimhouder was van de Potters en dat ik dus de verrader was. Ik wist niet precies hoe moeder daarop zou reageren. Dat ik haar bloedeigen zoon de man had verraden die zij zo graag als zoon had gehad. Dat ik de kant had gekozen van de man die ze eerst bijna aanbad maar uiteindelijk besefte dat ze dat niet wou. Soms dacht ik dat het misschien toch makkelijker zou geweest zijn als moeder hem nog steeds had aanbeden. Dan had ze haar tenminste niet geschaamd voor wat ik had gedaan. Ik schaamde mij er niet voor ik was er zelfs trots op dat ik gedaan had wat ik had gedaan. Maar nu wist ik wat ik moest doen, ik moest weg uit dit land en dat kon maar op een manier. Als mensen zouden denken dat ik nog ergens zou rond lopen zouden ze mij zoeken. Sirius en Remus sowieso die zouden niet rusten voor ze mij te pakken hadden. Ik moest mijn dood in scene zetten en dan ook nog zo onschuldig mogelijk. Ik liep naar het huis van Sirius ik zag hem al achter het raam zitten en zag dat hij een foto in zijn handen had. Ik zou wachten tot hij mij ook zou zien en dan ging ik er vandoor. Sirius zou mij zeker volgen dat wist ik en dan zou ik hem mee slepen in mijn plan. Juist op dat moment keek Sirius op, zijn ogen werden donker en zijn mond trok strak samen. Hij rende naar buiten en greep zijn toverstok. Daar ben je walgelijk verrader schreeuwde hij. Ik begon te rennen met Sirius die mij op de hielen zat, niet doen Sirius alsjeblieft riep ik hoewel ik geen angst voelde. Er werd om gekeken maar er werd niets gedaan. Mensen hielpen elkaar tegenwoordig niet meer. Ik rende een doodlopende straat in en telde zo twaalf dreuzels die door de straat heen liepen. Bij de muur draaide ik mij om, waarom heb je ze verraden Sirius. Door jou zijn Lily en James dood schreeuwde ik en Sirius leek even van zijn stuk gebracht. Met een mes sneed ik achter mijn rug mijn vinger af en greep met mijn bebloede had mij toverstok stevig vast. Voor Sirius kon reageerde sprak ik de vloek uit Sirius dook weg maar de vloek weerkaatste tegen de straat die explodeerde en de twaalf dreuzels lagen dood op de grond. Ik veranderde mij zelfs in een rat en verdween in het riool… van af nu zou ik door het leven gaan als een rat, tot ik wist waar mijn meester was. En dan zou ik mij bij hem voegen.
