Een Harry Potter Fanfiction: De verhalen van Wormstaart
Mijn naam is Peter Pippeling, maar sta beter bekend als wormstaart, een van de goede vrienden van James Potter, Sirius Zwart en Remus Lupos. Sommige vonden mij maar sneu omdat ik zo achter hun aanliep en zeiden dat ik niet eens een echte vriend van de drie was. Maar ik wist wel beter ik was zeker een goede vriend van de drie. Waarom anders had James mij anders geheimhouder gemaakt van het adres waar hij samen met zijn vrouw Lily en zoontje Harry woonde. Oh ja ik weet dat hij het eerst aan Sirius gevraagd had, en dat Sirius voorstelde om mij te vragen. Ik ging er niet van uit dat hij dacht dat ik een betere geheimhouder zou zijn. Misschien dacht hij dat niemand met een beetje gezond verstand ooit mij zou vragen als geheimhouder. Als tovenaar blonk ik niet uit, zoals ieder ander in de orde. Oh ja ik was een faunaat dat klopt maar dat had ik vooral te danken aan mijn drie schoolvrienden. Dus niemand zou ooit bedenken dat ik zo'n belangrijke taak zou krijgen. Niemand wist het ook, alleen James, Lily en Sirius dat ik de geheimhouder was. Iedereen ging er gewoon van uit dat Sirius de allerbeste vriend van James, De getuige op het huwelijk tussen James en Lily en de peetvader van hun zoontje Harry de geheimhouder was. Soms had ik het idee gehad dat Professor Albus Perkamentus wat door had. Hij kon mij soms heel doordringend aankijken alsof hij het wist. Alsof hij wist dat ik al maanden alles door vertelde aan de heer van het duister wat er gebeurde in de order van de Feniks. Ook voor Dwaaloog had ik even mijn angst gehad, met dat rare oog van hem kon hij alles zien. Maar ook hij zag niets, misschien omdat hij mij minderwaardig vond en niet de moeite waard vond om op te letten. Misschien omdat hij Severus Sneep in de gaten hield de laatste weken. Severus was een dooddoener geweest. Een van de grootste volgelingen van de heer van het duister. Tot hij de opdracht had gekregen de Potters en hun zoontje te vermoorden, toen was hij naar Perkamentus gegaan om hem te waarschuwen. Er was een voorspelling geweest dat er een jongen was geboren was die de voor de ondergang van de heer van het duister zou zorgen en dat zou het zoontje van de Potters zijn. Sneep zat inmiddels ergens ondergedoken, de geruchten gingen dat de heer van het duister woedend was op hem en hem dood wou. Hij stond tot iedereens verbazing onder bescherming van Perkamentus. Maar terwijl iedereen zo argwanend Sneep in de gaten hield had ik gewoon mijn gang kunnen gaan. Ik zou de belangrijkste vertrouweling van de heer van het duister worden als ik hem het zoontje van de Potters kon uitleveren. Dus zo gauw ik geheimhouder werd was het huis van de Potters alleen zichtbaar als je het adres wist. Dus vertelde ik dat aan de heer van het Duister en ging hij op 31 oktober 1981 op Halloween naar het huis van de Potters toe. Hij vermoordde eerste James, en daarna Lily en toen had hij geprobeerd hun zoontje Harry te vermoorden. Maar niemand wist precies hoe... nou ja niemand waarschijnlijk had Perkamentus een heel goed en kloppend idee. Maar de vloek kaatste terug en de heer van het duister was verdwenen maar Harry had het overleefd. Sterker nog volgens de geruchten had hij alleen maar een litteken boven zijn oog eraan overgehouden. Hoewel iedereen dacht dat Sirius de Potters had verraden, wist Sirius wel beter. Hij was geen geheimhouder geweest voor de Potters maar ik. Terwijl iedereen een klopjacht naar Sirius maakte. Zette hij de achtervolging op mij in, ik had het prachtig gevonden ik wist dat ik hem te slim af kon zijn ik lokte hem een drukke dreuzelstraat in schreeuwde dat hij de Potters had verraden en blies toen de hele straat op. Voor ik mezelf in een rat veranderde sneed ik een vinger af en vluchtte de riolen in. Ooggetuigen verklaarde wat ik gezegd had, en de moord op de dreuzels en op mij werd Sirius aangerekend. Hij werd gearresteerd en kwam in Azkaban terecht. Ik kwam uiteindelijk terecht als huisdier in het huis van Molly en Arthur Wemel. Goed ik vond het in het begin een beetje een eng idee om bij iemand die ook in de order had gezeten. Maar er stond tegenover dat ten eerste buiten James, Sirius en Remus niemand wat geweten had dat hij zich in een rat kon veranderen. Ten tweede iedereen ervan overtuigt was dat ik dood was. En ten derde iedereen dacht dat Sirius degene was die de Potters had verraden en de dreuzels had vermoord. Jarenlang was ik de rat van Percy Wemel de derde zoon van de Wemels. Ik zag hoe er nog een kind geboren werd bij de Wemels dat eindelijk het meisje was geweest waar ze zo naar verlangd hadden. Ik had gezien hoe de kinderen allemaal een voor een naar Zweinstein gingen. Eerst Bill Wemel, toen Charlie Wemel, toen mocht ik met Percy mee naar Zweinstein. Het was een spannend moment geweest, want ik zou weer bij Perkamentus in de buurt zijn. Overigens ook bij Sneep die als professor lesgaf op Zweinstein. Maar ze hadden helemaal niets door, ik was gewoon een rat een van de vele die mee genomen waren naar Zweinstein. De Tweeling Fred en George Wemel gingen naar Percy naar school. Ik had veel van ze gezien ze haalde veel grappen uit en vooral te kostte van hun jongere broertje Ron of van Percy. En tegen die tijd was ik inmiddels al tien jaar in de familie geweest en keek Percy steeds minder naar mij om. Toen Molly hem erop aansprak besloot Percy mij aan Ron te geven. Ron leek helemaal niet blij te zijn met mij. Hij mopperde veel op mij en noemde mij waardeloos en zielig als er andere bij waren. Maar ik wist wel beter, als we alleen waren kon hij mij soms uren over mijn koppie kriebelen en sliep ik op zijn kussen. Ik was misschien een waardeloze tovenaar en een nog waardelozere vriend geweest. Als huisdier vond ik dat ik het best goed deed. Toen Ron naar Zweinstein ging maakte ik met iemand kennis namelijk Harry Potter. Hoewel ik het aan de ''goede kant'' van de tovenaars gemeenschap het goed had. Keerde ik ze toch uiteindelijk mijn rug toe…. En dit is mijn verhaal
Rat Jaren
Ik liep nu al enkele weken door de stinkende riolen van Engeland heen, en voelde mij met de dag meer een rat dan een mens. De eerste dagen was ik vooral in de buurt gebleven ik wou nu eenmaal dingen horen. Sirius Zwarts was nadat ik mijn dood in scene had gezet, heel succesvol overigens ook. Is Sirius gearresteerd, natuurlijk wisten ze zeker dat Sirius het gedaan had. Niemand zou de onhandige Peter Pippeling verdenken voor zoveel gruwel. Bovendien heb ik geen een keer mijn naam horen vallen die in verband gelegd werd met het verraden van de Potters. Iedereen was inderdaad overtuigd dat Sirius als beste vriend van James en peetvader van Harry de geheimhouder was geweest. Dat hij overigens ook schuldig was aan de moordt op de twaalf dreuzels en op mij. Goed ik was dan wel niet dood maar dat wist niemand. Wat ik niet begreep was dat Sirius blijkbaar niets zei, behalve ja het is mijn schuld. Dat ze op het ministerie maar al te graag als een bekentenis zagen en Sirius opsloten in Azkaban. Ik wist dat er mensen waren geweest die wouden dat de Dementors hem zouden kussen. Dat zijn ziel opgeslurpt zou worden. Maar niet iedereen was voor geweest dus kwam hij in Azkaban terecht samen met mijn andere dooddoenermaatjes. Ik had gehoord dat sommige het met trots droegen zoals Bellatrix, en dat andere helemaal doordraaide in Azkaban. Karkarov had tijdens zijn proces heel wat namen zitten te verraden op het ministerie. De meeste hadden niet heel veel nut gehad die hadden toch al vast gezeten in Azkaban. Hij noemde ook een paar namen die nu nog onderzocht zouden worden. Maar hij had de grootste bom laten vallen toen hij de naam van Barto Krenck Junior had genoemd in bijzijn van Barto Krenck Senior. Krenck Jr. had nog proberen te ontsnappen maar Alastor Dolleman had hem tegen gehouden. En toen had Krenck Sr. zijn eigen zoon naar Azkaban gestuurd. Goed vele mensen waren met hem eens geweest. Krenck Jr. was natuurlijk medeverantwoordelijk voor de martelingen die ze hadden uitgevoerd op Frank en Lies Lubbermans. En overigens de moorden op veel dreuzels die ze gepleegd hadden. Maar vele vonden het wel vreselijk dat het juist Krenck sr. was geweest die deze beslissing had gemaakt. Ze vonden het bijna harteloos van hem dat hij zonder blikken of blozen zijn zoon naar Azkaban gestuurd had. Volgens de geruchten ging zijn vrouw er nu al aan onder door. Moeder was ook kapot geweest van verdriet, mijn ''dood' had haar het laatste zetje gegeven om de toverkunst helemaal gedag te zeggen. Ik was nog een keer in het huisje geweest, en had haar toverstok in twee stukken op de tafel zien liggen. Ik had haar horen praten met een van haar vriendinnen waar ze aan vertelde dat ze uit Engeland zou vertrekken. Ze wist nog niet precies waar ze naar toe zou gaan, maar ze dacht aan Canada of iets dergelijks. Nu dacht moeder tenminste nog dat ik gestorven was als held. Het verhaal ging immers dat ik eigenhandig Sirius had willen pakken en uitleveren aan het ministerie. Mijn heldenstatus was voor moeder goed. Maar ik denk dat haar hart zou breken als ze achter de waarheid zou komen. Ik moest moeder loslaten en haar nog een fijn leven laten lijden. Maar ik moest ook aan mijzelf denken, ik wou niet de rest van mijn leven in een stinkend riool leven. Niemand wist waar Voldemort op het moment was. Of hij nog überhaupt in leven was, hij was in elk geval te zwak om contact met ons te leggen. Ik wou hem graag vinden en bij hem voegen. Maar ik wist ook dat zonder aanwijzingen ik toch geen kans maakte. Informatie kreeg ik niet als rat, tenzij ik mij als rat zou verstoppen bij het ministerie. Maar de kans dat ik daar ontdekt zou worden was te groot. Dus moest ik mij als huisdier voorgaan doen en bij een tovenaarsfamilie gaan wonen. Daar zou informatie over Voldemort vast wel besproken worden. Natuurlijk was het voor het handliggender geweest als ik bij een familie was gaan wonen die aan de kant van Voldemort stonden. Maar ergens in mij zei een stemmetje dat het niet veilig was. De dooddoeners die nu nog vrij rondliepen deden ook alles eraan omdat te behouden. En ze zouden een mede dooddoener zo voor de bus duwen. Dus ik bedacht mij dat het verstandigste een tovenaarsfamilie was die tegen Voldemort was geweest. Niet iemand uit de orde, dat zou ook niet handig zijn. Bovendien moest ik bij iemand gaan die jonge kinderen had, en daar kwamen dan alleen de Potters en de Lubbermans voor in aanmerking. En dat waren inmiddels geen gezinnen meer. Wat waar Harry was wist nog steeds vrijwel niemand. Alleen dat Perkamentus het had geregeld en zorgde dat hij in de gaten gehouden werd. En Marcel verbleef bij zijn grootmoeder, die wou echt geen rat. Nee ik moest iemand hebben die dicht bij de orde zat, maar niet in de orde zat. Opeens hing er een beeld voor mij van een lange iets wat magere en kalende roodharige tovenaar op het ministerie. Arthur Wemel heette hij, en hoewel hij graag bij de orde had gezeten en hier ook wel voor gevraagd was. Was hij er niet echt bij geweest, maar had wel veel informatie voor ons verschaft bij het ministerie waar hij werkte. Bovendien haalde hij Dwaaloog verschillende keren uit de problemen als dat weer eens nodig was. De reden dat hij en zijn vrouw Molly Wemel er nooit echt bij waren gekomen. Was hun grote schare kinderen die ze hadden. De Wemels hadden maar liefs zeven kinderen, zes jongens waaronder een tweeling en een meisje die de jongste was. Al was die laatste nog niet geboren toen de orde net bij elkaar was gekomen. Het schaap was een halfjaar oud of zo bedacht ik mij. In elk geval waren Dwaaloog en Perkamentus ervan overtuigd geweest dat de Wemels te veel kinderen hadden mocht er iets misgaan. Ze waren niet alleen te kwetsbaar hierin voor dooddoeners, bracht maar eens zeven kinderen samen onder als de ouders wat zou overkomen. Een kind was nog onder te brengen, dat was immers ook met Harry en Marcel gebeurd. Maar de zeven kinderen van de Wemels was een heel ander verhaal geworden. Maar de Wemels leken mij wel een perfect gezin om onder te duiken. Ik had gehoord dat ze afgelegen woonde en dol waren op dieren. Bovendien met Arthur die op het ministerie werkte zou de informatie over Voldemort wel binnen stromen als die er was tenminste. Ik zette mijn tocht naar de Wemels in, via de riolen kon je overal komen dus ook in het huisje van de Wemels. Maar het was wel ver lopen. Het duurde dik drie dagen voor ik er eindelijk was, ik knabbelde onderweg wat aan afval en sliep in gaten in de muur van het riool. Naar drie lange dagen kroop ik via een put naar boven. En in de verte zag ik het huis wat het nest genoemd werd. Het huisje was schots en scheef en ik wist zeker dat er toverkracht aan de pas kwam om het niet te laten omvallen. Er liepen dikke kippen over het erf heen. Door de tuin zag ik diverse tuinkabouters lopen, en boven in een torentje van het huis zag ik een uil zitten. De deur ging open en een groepje roodharige jongens kwamen naar buiten rennen. Ze waren nog niet op de leeftijd dat ze naar Zweinstein zouden mogen zo te zien. Al zou het voor de grootste twee wel niet meer heel lang meer duren. Kom we gaan naar de boomgaard riep de grootste uitdagend, de iets kleinere jongen sloeg zijn handpalm tegen die van zijn broer en was er duidelijk mee eens. Mama zei dat we in de tuin moesten blijven hoorde ik een van de jongens zeggen hij was een stuk kleiner dan de eerste twee en droeg een bril. In tegenstelling van zijn broers waren zijn kleren netjes en droeg hij zelfs een dasje. Kom op Percy leef eens een beetje zei de grootste weer. Ja Percy leven riep een van de jongentjes die kleiner waren dan Percy. Zie luister naar George zei de grootste weer. Het jongentje stampte met zijn voetjes ik ben Fred riep he. Ik zag achter de jongen die George was genoemd maar kennelijk Fred heette een identiek exemplaar opduiken. De tweeling dus dacht ik. Percy is een drakendrol hoorde ik nog een kinderlijk stemmetje zeggen. Een mollig peuter waggelde naar buiten en zijn broers (behalve Percy dan) begonnen te lachen. Wie heeft Ron die woorden geleerd hoorde ik opeens een boze stem van uit het huisje schreeuwen. Molly Wemel stampte naar buiten en keek haar zoons streng aan. Sorry ma zei de grootste die zijn handen ophief. Wat is hier allemaal aan de hand? wou Molly weten. We wouden graag in de boomgaard gaan spelen, daar kan helemaal niemand ons zien ma zei de oudste van de wemel kinderen. En we passen echt goed op de kleintjes zei de ene oudste van de Wemel kinderen. Wij zijn helemaal niet klein riepen de tweeling. Ikke ook niet riep de peuter die Ron was genoemd driftig. Goed we zullen goed oppassen zei de andere jongen weer. Molly leek even na te denken en knikte toen, goed ga dan maar. Maar niet verder dan boomgaard voegde ze eraan toe en verdween weer naar binnen. Kom Ron jij gaat met ons mee zei de oudste jongen en tilde zijn jongere broertje op en liep met grote passen het huisje om. Zijn broer pakte de handen van de tweeling vast en liep achter hem aan. Percy bleef koppig achter en ging op het trappetje zitten en staarde nors voor zich uit. Dit was de jongen die ik moest hebben, hij hield dan wel van regeltjes zo te horen. Maar hij leek wel eenzaam tussen al zijn broers, bovendien vond hij de opmerking van zijn jongste broertje allesbehalve leuk. Ik kroop verder uit de put en trippelde behoedzaam naar Percy toe en ging voor hem zitten en deed mijn kopje een beetje scheef. Percy keek op, en net zoals de meeste kinderen die in de toverwereld opgroeide was hij niet bang om een rat te zien. Wie ben jij? Vroeg hij en keek mij strak aan. Ik piepte alleen maar een beetje en er verscheen een glimlach op het gezicht van Percy. Ik ben Percy Wemel, ik woon hier samen met mijn ouders en broers en zusje. Best wel vermoeiend hoor zo'n groot gezin zei Percy en keek mij aan. Ik zette mijn pootjes tegen zijn been aan en bewoog met mijn snuitje. Voel jij je weleens anders dan je familie kleine vriend? Vroeg Percy en ik bleef hem aankijken. Vast wel, ik ben zo anders dan mijn broers, die houden allemaal van zwerkbal en wilde spelletje. Ik lees veel liever ik wil later bij het ministerie gaan werken net als pa. Maar dan wil ik wel een andere functie misschien zelfs wel minister of zo zei Percy en kreeg een dromerige blik in zijn ogen. Daarna pakte hij mij voorzichtig op en zette mij op zijn knie. Ik ga aan ma vragen of ik je mag houden. Ik zou het fijn vinden om een metgezel te hebben. Zou je dat fijn vinden kleine vriend? Vroeg Percy. Ik rolde mij als antwoord op tot een bolletje op zijn schoot om te laten zien dat ik het fijn vond. Percy kriebelde mij voorzichtig over mijn kopje heen en ik merkte dat ik het best fijn vond als huisdier. Tegen wie praat je Percy? Hoorde ik Molly opeens vragen. Kijk wat ik gevonden heb ma, of hij vond mij eigenlijk zei Percy. Molly ging naast Percy op het trapje zitten en bekeek mij. Het is wel een tamme rat, anders had hij dit gedrag nooit gehad zei ze. Mag ik hem houden ma? Vroeg Percy en ik zag dat Molly bedenkelijk keek. Ik weet het niet hoor, veel zou hij wel niet eten dat is waar. Maar straks is ie van iemand anders zei ze. Maar in de wijde omtrek wonen geen mensen, en de familie Leeflang hebben geen echte huisdieren zei Percy. Nee dat is ook wel weer zo zei Molly en keek Percy toen aan. Goed als niemand hem komt opeisen en je zelf goed voor hem zorgt mag je hem houden. Pa heeft vast nog wel een kooi in zijn schuurtje staan waar hij in kan slapen en je kunt wat hooi uit het andere schuurtje pakken zei Molly. Bedankt ma riep Percy en keek Molly dankbaar aan. Hoe ga je hem eigenlijk noemen? Vroeg Molly. Percy haalde zijn schouders op ik weet het nog niet wel iets intelligents voegde hij eraan toe. Toen een uurtje later de andere Wemel kinderen terug kwamen keken ze naar mij. Sinds wanneer heb je zo'n schurftige rat? Vroeg de oudste aan Percy. Niet doen Bill dat is de rat van Percy die heeft hij net gevonden zei Molly waarschuwend. Hoe heet rat? Vroeg de kleine Ron die over de rand van de tafel naar mij staarde. Ik moet nog een naam bedenken, ik wil iets waar intelligentie van uitgaat zei Percy. Ik zou hem gewoon Schurfie noemen als ik jouw was zei Bill. Zijn moeder keek hem waarschuwend aan, hou er nu eens mee op riep Molly dreigend. Maar vanaf dat moment noemde iedereen mijn steevast Schurfie, zelfs Molly noemde mij zo en uiteindelijk deed Percy het ook, en ging ik door het leven als Schurfie de rat.
Als een rat door het leven gaan was zo anders dan als een mens, als mens moest ik steeds op mijn hoedden zijn. Kwamen mensen er niet achter dat ik een dubbelspel speelde was mijn ergste zorg geweest. Nu kon ik gewoon rustig een rat zijn. Bovendien kreeg ik hier de benodigde informatie die ik nuttig vond en kreeg ik meer dan genoeg te eten. Ik was een deel van de familie en voelde mij vreemd genoeg best thuis hier. Goed eerlijk is eerlijk ik had mij bij de saaiste Wemel gevoegd. Percy deed alles volgens de regeltjes en werd hierdoor vaak geplaagd door zijn broers. Die meer met elkaar optrokken dan met Percy. In het begin kon Percy nog weleens uren spelen met de baby Ginny het enige meisje van de Wemels. Maar toen Ginny groter werd trok ze meer naar Ron toe, die maar een paar jaar ouder was dan Ginny. Bill ging als eerste naar Zweinstein en twee jaar later ging ook Charlie er heen. Drie jaar later ging ook Percy naar Zweinstein. Ik geloof dat Molly dat nog het ergste vond. Molly hield van al haar kinderen heel veel. Maar soms leek het erop dat Percy haar lieveling was. Het kwam natuurlijk ook omdat Percy nooit voor problemen zorgde, terwijl de andere Wemels geregeld in de problemen kwamen die Molly en Arthur weer moesten oplossen. Ik vond het heerlijk om weer op Zweinstein te zijn. Net als ik zelf had gedaan (en de andere Wemels overigens ook) kwam Percy op Griffoendor terecht al was ik ervan overtuigd geweest dat hij bij Ravenklauw zou komen. Percy was er zelf ook van overtuigd geweest overigens. Hij had in de trein gezegd dat hij met de Griffoendor traditie zou breken en in Ravenklauw zou komen. Het deed mij aan mijn eerste dag Zweinstein denken, toen Sirius had geroepen dat hij met de traditie van zijn familie geen breken door niet in Zwadderich te komen. Hij had er gelijk in gekregen, maar Percy niet. Soms vermoedde ik zelfs dat hij er niet helemaal blij om was wat er gebeurde, want ik vermoedde dat hij hoopte dat hij niet bij zijn broers zou komen. Maar Bill en Charlie op Zweinstein waren heel anders dan Bill en Charlie buiten Zweinstein. Goed ze hielden nog steeds van een geintje. Maar dat nam niet weg dat Bill en een jaar later Charlie klassen oudsten werden. Bovendien werd Charlie aanvoerder van het Zwerkbalteam van Griffoendor. Percy zat liever te studeren, en had nooit een omgetogen woord tegen de leraren van Zweinstein. Ik was mij tijdens toverdranken kapot geschrokken toen dat vaak geven bleek te worden door Sneep. Sinds Slakhoorns pensioen was Sneep aangenomen in zijn plaatst. Maar Sneep had mij niet herkend sterker nog hij had nooit geweten dat ik mij in een rat kon veranderen dus waarom zou hij. Bovendien dacht iedereen dat Peter Pippeling dood was en dat de dader in Azkaban zat opgesloten. Toen Percy in zijn derde jaar zat kwamen ook de wemel tweeling op school terecht en een jaar later werd Percy Klassen oudste, waardoor hij zijn broertje nog meer in de gaten wou houden. Tot grote irritatie van de twee, die het tweede jaar beide bij hun broer Charlie in het zwerkbalteam kwamen. Waardoor Charlie en de tweeling hechter werden met elkaar wat Percy stiekem niet altijd even leuk vond. Soms dacht ik weleens dat hij het beste het kon vinden met Bill, die inmiddels afgestudeerd was en een baan bij Goudgrijp had. Al woonde hij niet meer in Engeland maar Egypte, en ik wist dat de Wemels hem heel erg miste. Ook Charlie vertrok naar het buitenland Roemenië om met draken te gaan werken. In die zomer kreeg Percy te horen dat hij ook klassen oudste zou worden. Net als Bill en Charlie mocht hij een cadeautje uitzoeken om dit te vieren, en tot mijn verbazing, en teleurstelling vroeg hij om een uil. Waarom moest hij in vredesnaam een uil hebben. Goed ze waren makkelijk omdat ze brieven konden versturen maar ik was zijn huisdier. Ik wou mijn veilige comfortabele plekje niet opgeven. Maar die uil was er toch gekomen en ik zag mijzelf al over de straten zwerven, op zoek naar Voldemort had nog steeds geen zin. Ik wist niet waar hij was dus ook niet waar ik heen moest. Maar zo ver kwam het niet, want tot iedereen verbazing gaf Percy mij aan Ron die dat jaar voor het eerste naar Zweinstein zou gaan. Ron had al wel vaker voor mij gezorgd en heel erg vond ik niet dat hij nu voor mij zou gaan zorgen. Ik zou langer op Zweinstein kunnen blijven nu ook, want Percy zou uiteindelijk ook binnen enkele jaren afstuderen. De rat van Ron zijn was als de begin jaren tussen Percy en mij. Al was Ron heel anders dan Percy, Ron hield van geintjes, en Ron kon het goed vinden met de andere Wemelbroers. Het was echt niet zo dat Percy niet geliefd was in de familie, want dat was hij echt wel. Maar hij had gewoon zo andere karakter dan de andere Wemel kinderen en dat botste nog weleens. Hoewel Ron best blij met mij was, zag ik dat hij ook zijn problemen had. Hij vond hij het vreselijk dat hij allemaal afdankertjes had van zijn oudere broers. De Wemels waren immers straatarm. En zelfs nu er twee kinderen niet meer thuis woonde, moesten ze nog de eindjes aan elkaar knopen om alles te bekostigen voor school. Maar Ron wist dat zijn ouders geen veel geld hadden, dus hield er meestal zijn mond over. De dag dat ik met Ron voor de eerste keer mee naar Zweinstein ging, was Arthur al vroeg aan het werk. Hij had zijn kinderen al gedag gezegd en vertrok. Ginny begon al te huilen toen ze wakker werd. Ze wou niet dat al haar broers nu naar school gingen en zij achter zou blijven. Ze wou mee naar Zweinstein en niet nog een jaar wachten. Molly probeerde haar te troosten met de gedachten dat ze nu een jaar lang alle aandacht kreeg. Maar Ginny leek daar niet heel blij mee te zijn met die gedachten. We gingen naar het station en daar op het perron van Kings Cross zag ik hem voor het eerst. Een magere jongen, die er nog magerdere uitzag door de te grote kleding die hij droeg. Een bril met daar achter twee verbluffende groene ogen. En warrig zwart haar, hij leek zo op zijn vader dat ik er van schrok. Behalve die ogen, zijn ogen had hij van Lily. Daar op het perron stond Harry Potter en hij liep naar ons toe. Hij vroeg aan Molly hoe hij op perron 9 ¾ moest komen en Molly legde het vriendelijk uit. Ze had duidelijk niet door dat ze tegenover de beroemde Harry Potter stond, net als de anderen niet. Ik zag hoe Harry door de muur verdween. Tegen de tijd dat Ron door de muur liep was Harry al verdwenen en leken de Wemels ook niet echt van plan om de eenzame jongen op te zoeken. De tweeling kwam er al weer aangelopen en leken ergens opgewonden door. Weet je wie die ene jongen was waar jullie mee stonden te praten net? Vroeg Fred (of George ik kon ze nog steeds niet uit elkaar houden) met Harry Potter riep de andere Wemel tweeling. Hoe weten jullie dat? Wou Molly weten. We zagen ze litteken en toen hebben we het gewoon gevraagd zei er een. Fred! Waarom zou je dat doen? wou Molly weten. Mam dat zou iedereen doen verdedigde Fred zich. Daarom was hij dus helemaal alleen, arm schaap mompelde Molly. Mag ik hem ook zien ma, mag ik ook even in de trein? Vroeg Ginny. Doe normaal Ginny, die arme jongen voelt zich vast al zo bekeken dat gaan we niet nog erger maken zei Molly streng. Hoe Ginny ook zeurde ze kreeg niet haar zin, en Molly nam afscheid van haar kinderen. Percy ging bij de anderen klassen oudste zitten en nam zijn taak heel serieus. De tweeling verdween samen met hun goede vriend Leo Jordaan in een coupe en Ron slenterde toen het perron uit zicht was door de gang van de trein heen. Overal waar hij keek zag hij kinderen zitten. In een coupe waar hij even stil bleef staan zag hij een groepje kinderen zitten, ik schrok even toen ik de magere blonde jongen zag. Hij was dan wel groter geworden, maar ik herkende gelijk Draco Malfidus de zoon van Lucius die overigens ook op zijn vader leek. Naast hem zaten twee van wie je ook duidelijk kon zien dat het de zoons van twee andere dooddoener maatjes waren Korzel en Kwast. Ze keken al net zo dom uit hun ogen als hun vaders gedaan hadden. Ron wist ook duidelijk dat hij hier niet hoorde en liep verder. In een andere coupe zag ik een groep andere kinderen zitten. Een mollige jongen met een rond gezicht, die best weleens het kind van Lubbermans kon zijn. Een meisje met helblond lang haar en radijsjes in haar oren, Nog twee jongens eentje met een bloempotkapsel en de andere donker. De mollige jongen waarvan ik dacht dat hij Marcel weleens kon zijn zag er verdrietig uit. Als hij het was wou hij natuurlijk dat zijn ouders ook bij dit moment geweest waren. En die lagen nog altijd in St. Holisto's want met hun was het nooit meer goed gekomen. Ron liep verder en zag in een andere coupe een groep meisjes zitten, Twee meisjes leken als twee druppels water op elkaar en was over duidelijk een tweeling, het enige kleine verschil was het haar speldje in hun zwarte lange haren. Het ene meisje had het speldje aan de rechterkant van haar hoofd en het andere meisje had het speldje aan de linkerkant van haar hoofd. Er zat ook een blond meisje met krullerige haar en grote blauwe ogen. En een meisje met een flinke bos donker haar en forse voortanden. Alle vier de meisjes hadden leuke gezichtjes moest ik toe geven. Maar de kans dat Ron bij een groep meisjes zou gaan zitten was net zo groot dan dat de Wemels in de Malfidus villa zouden gaan wonen en liep Ron verder. En toen stond hij stil voor een coupe waar Harry Potter alleen in zit. Ja ga hier maar zitten dacht ik en tot mijn vreugde deed Ron de Coupedeur open. Sorry mag ik misschien bij je komen zitten de andere Coupes zijn vol zei Ron. Harry keek hem glimlachend aan, natuurlijk kom erbij zitten zei hij. Ron ging zitten en ik zag dat hij Harry een tijdje ongemakkelijk aanstaarde. Sorry dat ik het vraag maar ben jij hem echt? Vroeg hij toen. Wie? vroeg Harry een beetje verbaast en ik merkte dat hij niet de arrogantie van James bezat. Harry Potter? Vroeg Ron zo zacht dat niemand het buiten de coupe zou horen. Oh ja dat ben ik zei Harry een beetje verbaast. Heb je dat litteken echt? Vroeg Ron en ik zag dat Harry zijn pony aan de hand duwde waaronder een dun litteken zichtbaar werd in de vorm van een bliksemschicht. Wow zei Ron alleen meer en in gedachten hoorde ik Molly zeggen hoe ongevoelig dat wel niet was. Ik ben Ron Wemel overigens zei Ron en greep toen mijn staart vast en trok mij uit de zak van zijn vest. En dit is mijn rat Schurfie. Hij was eerst van mijn broer Percy maar die kreeg een uil dus toen kreeg ik hem, best zielig hoor zei Ron en zette mij op de bank neer. Ik staarde Harry nieuwsgierig aan, ik heb ook een uil zei Harry en knikte naar het bagagerek waar in een kooi een grote witte sneeuwuil lag te slapen. Ze heet Hedwig voegde Harry eraan toe en Ron staarde ernaar. Ze is zo mooi, ik zou ook liever een uil willen hoor, daar heb je veel meer aan dan aan zo suffe rat zei hij. Je zou wel gek worden van al die vragen over je weet wel merkte Ron opeens op. Eerlijk gezegd kan ik mij helemaal niets van Voldemort herinneren dus veel over hem zeggen kan ik ook niet zei Harry. Ik zag dat Ron verstarde en ik voelde hoe mijn haartje overeind gingen staan. Wat is er? Vroeg Harry een beetje verbaast en keek Ron aan. Je zei de naam van je weet wel zei Ron ademloos. Oh ja sorry, ik wil heust niet stoer doen of zo hoor, maar ik ben er niet aangewend om die naam niet uit te spreken. Sterker nog ik ken de naam pas een paar weken zei Harry. Een paar weken, vertelde de mensen waar je bij woonde dan niets over. Jouw? Vroeg Ron. Ik woonde bij mijn oom en tante dreuzels zijn het. En nee ze hebben het er nooit overgehad, ze hebben mij helemaal nooit iets verteld over wat er allemaal gebeurd is tot voorkort wist ik nog niet eens dat ik een tovenaar was zei Harry. Ron keek hem met open mond aan, maar iedereen in onze wereld, jouw wereld kent jou zei hij. Dan kunnen jullie mij mooi alles vertellen zei Harry droog. Hoe waren die dreuzels waar je woonde? Wou Ron weten. Vreselijk, maar niet alle dreuzels zijn zo hoor zei Harry snel. Waarom ging je naar hun toe? Vroeg Ron. Harry haalde zijn schouders op, ik weet het niet volgens de Duffelingen had ik voor de rest niemand. Ze dreigde er vaak genoeg mee dat ik naar het weeshuis gestuurd zou worden zei Harry. Als Harry inderdaad bij de Duffelingen gedumpt was vroeg ik mij af wie dat verzonnen had. Iedereen wist dat Lily en haar zus geen contact meer met elkaar hadden. Dat de Duffelingen aan alles wat met toverkunsten te maken een hekel hadden. Goed ze waren inderdaad de enige levende familie van Harry, maar er moesten betere alternatieven geweest zijn.
Tegen de middag kwam de vrouw met het lunchkarretje en in tegenstelling van al die andere keren dat ik naar Zweinstein als rat was gegaan, werd er dit keer wel wat gekocht van het karretje. Niet door Ron die had zoals de andere Wemels een kleffe boterham van thuis mee. Maar Harry die van alles kocht en dit deelde met Ron, en hun vriendschap leek geboren. Ze hadden het over van alles, Harry Vertelde van alles over de dreuzelwereld wat Ron allemaal reuze grappig vond. Hij vroeg zich werkelijk af hoe dreuzels het redde zonder toverkracht. Ron vertelde op zijn beurt alles over de toverwereld die voor Harry nog helemaal nieuw was. Ook kwamen de zoontjes van Malfidus, Korzel en Kwast binnen gelopen. Draco had duidelijk gehoord dat Harry Potter in de trein zat. En wou duidelijk belangrijke vrienden hebben, maar de twee hadden elkaar al in Zweinstein ontmoet. Al had Draco toen nog niet geweten dat het om Harry Potter ging. Harry moest in elk geval niets van hem weten en Draco ging weer weg gevolgd door zijn vriendjes. Duidelijk was er daarin niet veel veranderd. Kwast Sr. en Korzel Sr. hadden Malfidus Sr. ook overal gevolgd als hondjes en deden alles wat hij van hun wou. Niet lang daarna kwam de jongen waar ik nog steeds zeker wist dat het Marcel was binnen gelopen. Hij was nu echt in tranen en vroeg hakkelend of Ron en Harry een Pad hadden gezien, toen de twee jongens het ontkende liep hij door. Een pad is nog zieliger dan een rat zei Ron en keek weer naar mij. Hij is echt compleet waardeloos hoor, zit niet magisch in ging Ron verder. Harry wist duidelijk niet wat hij moest zeggen en keek Ron alleen maar aan. Dat krijg je nu eenmaal als je uit een groot gezin komt zei Ron. Ik wou dat ik drie toverbroers had zei Harry. Drie ik heb vijf broers en nog een zusje zei Ron. Het lijkt mij hartstikke fijn om zoveel familie te hebben zei Harry. Ach meestal zijn ze wel okay moest Ron toegeven, mijn oudste broers Bill en Charlie wonen niet meer thuis. Bill werkt voor goudgrijp in Egypte en Charlie in Roemenië en is drakentemmer of in elk geval verzorger draken kun je niet echt temmen he zei Ron. Draken? Vroeg Harry en keek Ron verbluft aan. Nou het voordeel aan oudere broers is dan wel dat ze je dingen leren. Van Fred heb ik een spreuk geleerd om Schurfie geel te maken zei Ron opeens. Ik keek geschrokken op, wat ging hij doen die spreuken van de tweeling kende ik heel goed. Voor Ron echter ook maar een woord kon zeggen ging de deur van de coupe weer open. En stapte het meisje met de wilde haarbos en forse voortanden naar binnen. Sorry dat ik het vraag maar heeft een van jullie een pad gezien een jongen Marcel Lubbermans is die van hem kwijt en ik heb beloofd dat ik zou helpen zoeken zei het meisje. Wij hebben geen Pad gezien en dat hebben we ook tegen die Marcel gezegd zei Ron kortaf. Hermelien keek hem ijzig aan, je gaat toveren zie ik laat maar eens zien en ze sloeg haar armen over elkaar heen. Boterbloem, goud, zonlicht en Banaan. Maak die rat geel als Saffraan hoorde ik Ron zeggen. Angstig kneep ik mijn oogjes dicht en voelde een klein stroomstootje door mijn lichaam trekken. Maar er gebeurde voor de rest niets, ik wist niet of het nu eenmaal een waardeloze spreuk was geweest, of dat het kwam omdat ik technisch gezien natuurlijk helemaal geen rat was. Het meisje keek Ron schamper aan niet een al te beste spreuk he, Ik heb al wat kleine spreuken geoefend en die werkte allemaal zei ze en ging tegen over Harry zitten en pakte haar toverstaf en richtte die op Harry en zei Oculus Reparo. De bril die aan elkaar had gezeten met plakband smolt vast en zag er als nieuw uit. Harry haalde hem van zijn neus en keek er verbaast naar. Jeetje bedankt zeg zei hij en keek het meisje aan. Allemachtig jij bent Harry Potter zei het meisje opeens. Dat klopt zei Harry een beetje ongemakkelijk. Ik heb werkelijk alles over je gelezen, ik ben Hermelien Griffel ik was echt heel verbaast toen ik een brief van Zweinstein kreeg, mijn ouders zijn dreuzels weten jullie en ik wist niets over de toverwereld. Maar nu heb ik er al heel veel overgelezen ratelde het meisje. Ik ben Hermelien Griffel overigens en ze keek Ron aan. En jij bent? vroeg ze. Ron die net zijn mond vol had gestopt met een ketelkoek vond het niet nodig om te wachten dat zijn mond leeg was en zei zijn naam. Hermelien was er duidelijk niet echt van gecharmeerd en stond op. Nadat ze de twee jongens erop had gewezen dat we bijna bij Zweinstein waren en dat Ron een veeg op zijn neus had. Ron was duidelijk flink geirriteerd door het optreden van Hermelien en toen we inderdaad Zweinsveld binnen reden duwde hij mij hardhandig in de zak van zijn gewaad en negeerde mij boze gepiep. Ik wist wat er nu allemaal stond te gebeuren. Hagrid zou net als altijd de eerstejaars staan opwachten op het station. En terwijl de andere leerlingen met de koetsen naar school gebracht werden. Ik had weleens gehoord dat de koetsen getrokken werden door Teerzielers een soort paardachtige wezens die alleen gezien konden worden door de mensen die iemand anders dood hadden zien gaan. Ik zou ze waarschijnlijk nu ook wel kunnen zien, ik had verschillende mensen inmiddels dood zien gaan, maar daar werden we weg gehouden dit keer. De eerstejaars gingen namelijk over het meer naar school toe in kleine bootjes voeren ze dan richting het kasteel. Waar ze tijdens de sorteerceremonie in de verschillende afdelingen geplaatst werd. Ik dacht even terug aan de keer dat ik hier zelf als 11-jarige ventje had gezeten. Er eigenlijk van overtuigd dat ik in Zwadderich zou komen, en laten we eerlijk zijn met alles wat we nu weten hoorde ik ook gewoon in Zwadderich. Soms denk ik weleens dat er een groter doel achter had gezeten dat ik in Griffoendor was terecht gekomen. Dat een duistere macht ervoor gezorgd had. Zodat ik mij als een vriend voor kon doen en goed ook was van de man die de vader van die bijzondere jongen zou worden. De sorteerceremonie was niet anders dan anders Argus Vilder de Conciërge bracht het krukje met de sorteerhoed naar binnen op de voet gevolgd door de vreselijke kat Mevrouw Norks. Zeker weten wist ik het niet, maar ik had vaak het idee gehad dat Mevrouw Norks meer toverkracht bezat dan die oude zure Vilder. James en Sirius hadden hem ook vaak genoeg het leven zuur gemaakt met hun geintjes. Vilder had vaak zeker geweten dat de twee wat uithaalde, maar kon ze nooit pakken. Hij wist dan natuurlijk ook niet dat James een onzichtbaarheidsmantel had en soms maar op een paar meter afstand had gestaan van Vilder. Anderling riep de namen op van de leerlingen die op het krukje moesten gaan zitten en te horen kregen op welke afdeling ze zouden komen. Ik was er eigenlijk wel van overtuigd dat Ron net als alle voorgaande Wemels Griffoendor zou komen versterken. Ik was vooral benieuwd waar Harry naar toe zou gaan. Volgens de voorspelling moest hij een machtige tovenaar zijn. Maar als hij ook maar een beetje op zijn ouders leek dan moest hij ook dapper zijn. Nadat onder andere Hermelien in Griffoendor (onder kreunend protest van Ron) ingedeeld werd, naast het blonde meisje uit haar coupe Belinda Broom ging zitten. Marcel Lubbermans die inmiddels zijn pad terug had werd ook ingedeeld bij Griffoendor. De zoons van Malfidus, Korzel en Kwast zonder enige twijfel bij Zwadderich kwamen. De meisjes tweeling uit de coupe van Hermelien werden verdeeld van elkaar, Padma Patil ging naar Ravenklauw en haar zusje Parvati kwam bij Griffoendor. Toen was de beurt aan Harry ik kroop een stukje uit het gewaad van Ron en keek hoe Harry langer dan gemiddeld op het krukje zat. Uiteindelijk werd hi onder luid gejuich ingedeeld bij Griffoendor. Toen Ron eindelijk aan de beurt was stonden er niet zoveel meer te wachten een groepje bange eerstejaars stonden nog te wachten op wat hun nog gebeuren stond. Ron ging zitten en ik zag dat hij gespannen was, maar zoals ik wel verwacht had werd hij ingedeeld bij Griffoendor. Door dat er maar vijf jongens ingedeeld waren bij Griffoendor wist ik zeker dat Ron een slaapzaal zou delen met Ron. En ik hoopte op een zeer hechte vriendschap tussen die twee. Hoe dichter ik op Harry Potter zat, hoe beter ik mijn meester straks zou kunnen helpen als hij terug zou keren.
