De Grote Zaal is rustiger dan normaal das normaal, studenten zijn nog steeds geschrokken van de wezens in de zwarte mantels, die de trein in waren gekomen. Het enige wat soms gefluister wordt is dat Harry Potter flauwgevallen is en hoe de nieuwe professor van Verweer tegen de Zwarte Kunsten hem gered heeft.
Elizabeth's perspectief
Ik zit naast een paar tweedejaars, die ik op Zweinstein vriendinnen noem. Ze zijn opgewonden aan het fluisteren en kijken de hele tijd op naar mij. Ik doe net alsof ik het niet doorheb en hou mijn blik strak op de Griffoendor tafel, mijn bezorgdheid verbergend.
'Psst,' hoor ik opeens boven het geroezemoes uit. 'Potter.' Malfidus zijn stem nog een fluister. 'Potter.' zegt hij nu harder, waardoor meerdere mensen (Griffoendor en Zwadderich) kijken om naar hem. Maar dit is precies wat hij wil: een publiek. De meiden om me heen draaien ook hun hoofd, eentje staat zelfs op om het beter te kunnen zien. Ik probeer mijn gezicht neutraal te houden maar voel mezelf boos worden. Harry draait zich met tegenzin om naar Malfidus. 'Klopt het dat je bent flauwgevallen?' vraagt Malfidus. 'Ik bedoel, ben je serieus flauwgevallen?' een jongen naast hem doet net alsof hij flauwvalt en de hele Zwadderich tafel begint te lachen. Ik zie Ron iets naar Malfidus grommen, hij draait Harry hardhandig om en werpt een vernietigende blik, voordat hij zelf zich ook omdraait.
Ik rol met mijn ogen en kijk met een opgetrokken wenkbrauw naar de grinnikende meiden om me heen. Ze stoppen gelijk met lachen en beginnen gauw over de nieuwe professor Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Ik zucht. 'Hij kan in ieder geval niet erger zijn dan Smalhart.' de meiden beginnen te lachen en ik voel mezelf ontspannen. De rest van de avond hebben we het over de zomervakantie, ik laat uit mijn verhaal dat ik bij de Wemels ben geweest nadat ze Harry opgehaald hadden uit de Lekke Ketel.
Vanaf het moment dat ik aan de Zwadderich tafel ging zitten, in het begin van mijn eerste jaar, deden de Zwadderaars aardig tegen me. Ze wisten dat ik niet van een volbloed familie kom, ook wisten ze wie mijn zus is. Meisjes kwamen gauw bij mij zitten en jongens bekeken me van een afstand, maar nooit met minachting. Malfidus is de eerste geweest van mijn eigen Huis. Ik besluit, wanneer ik op mijn vertrouwde bed in de slaapzaal lig, dat huilen om die eikel een zwakte is geweest. Huilen om een jongen: Nooit meer. Gevoelens voor Malfidus: nooit meer...
Draco's perspectief
Bij het ontbijt betrap ik mezelf op het zoeken naar gitzwart haar met de bijpassende blauwe ogen. Ik ben niet de enige die me betrapt, Benno port me tussen mijn ribben. Ik schrik op en kijk hem in zijn zelfvoldane gezicht aan, maar hij lacht alleen maar. 'Wat?' vraag ik, mijn ogen richtend op mijn ontbijt, alsof ik bang ben dat Benno door in mijn ogen te kijken mijn ziel kan zien.
'Wie zoek je?' vraagt hij zangerig.
Liz. denk ik meteen en ik voel mijn hart een slag overslaan. 'Patty.' zeg ik zelfverzekerd, maar Benno blijft me met zijn lachje aanstaren. 'Ah, daar is ze.' mompel ik, terwijl ik probeer opgewekt te klinken. Ik steek mijn arm enthousiast in de lucht en zwaai naar Patty. Ze ziet me zwaaien en stopt in haar stappen om zich heen kijkend. Wanneer ze niemand achter of naast zich ziet lijkt ze te beseffen dat ik naar haar zwaaide en ze zwaait aarzelend terug. Benno ligt op de de bank van het lachen en kan voor een volle vijf minuten niks meer uitbrengen, behalve het uitproesten en het lachen.
Hij schiet overeind en zijn 'player'-blik glijdt over zijn gezicht, de lol van zijn gezicht verdwenen. Ik volg zijn blik en zie haar binnenkomen. Ze loopt doelgericht naar een plek aan de Zwadderich tafel, met haar vriendinnen achter haar aan. De meisjes beginnen te giechelen, als ze Benno en mij zien. Benno begint te grijnzen, zijn blik nog steeds op Liz, maar ze lijkt dit niet te zien en dus zegt hij gauw: 'Goedemorgen, schoonheid.'
Ik kijk Benno met een waarschuwende blik aan, maar hij lijkt het niet te merken. Liz kijkt om en trekt een wenkbrauw op, ik voel een kilte opkomen in mijn maag.
'Sorry,' zegt ze met een ijzige stem, haar ogen vlammend. 'had je het tegen mij?'
Benno klikt weer met zijn tong. 'Zie jij een andere schoonheid?'
Haar kille blik lijkt nog killer te worden, maar ze zegt niks voor ze zich weer omdraait en weg marcheert, de giechelende meisjes lopen weer achter haar aan. 'Liz!' gilt eentje. 'Weet je wie dat was?' maar Liz loopt door, tot ze haar plek bereikt heeft.
Ik geef Benno een stoot tegen zijn schouder. 'Auw.' mompelt hij, nog naar Liz starend. Hij draait sloom zijn hoofd richting mij en lacht uitdagend. 'Zit je ergens mee, Draco?'
Mijn boze blik, verandert gauw naar een verveelde. 'Wat zit je met dat Modderbloedje te flirten?' zeg ik met mijn kaken opeengeklemd.
Benno zijn lach verdwijnt en hij geeft me een blik, die ik niet goed kan ontcijferen, en hij keert zijn blik naar zijn ontbijt. 'Gewoon een leuk speeltje.' zegt hij onder zijn adem, voordat hij een hap van zijn toast neemt. Ook ik draai me terug naar mijn ontbijt en ik voel een onbekend gevoel opkomen.
Mijn gedachten dwarrelen af naar Liz, hoe haar gezicht van steen leek, zonder emotie en hoe ze mij geen blik waardig gunde. Je hebt het verpest, Draco.
