Draco's perspectief
Het is de dag van de belangrijkste Zwerkbalwedstrijd van het jaar: Zwadderich tegen Griffoendor. We zitten in de kleedkamer en luisteren naar een opgefokte Hork. Hij is bezig met een peptalk, die uitpakt in een speech over hoe moeten winnen over Griffoendor en Potter met zijn Vuurflits. Ik kijk naar Liz, die met haar ogen naar me rolt en ik grinnik.
'Oi, Malfidus,' Hork staat voor me neus. 'Vind je dit grappig?'
'Nee,' zeg ik, Hork in me opnemen. Ten eerste is hij een kop groter dan ik en ten tweede is hij te opgefokt om nu aan je verkeerde kant te hebben.
We staan op het veld en het weer is aangenaam. Ik hou mijn adem in als ik opstijg en kijk vanaf een afstandje toe hoe het spel begint. Liz is aan het schitteren, ze helpt ons team aan de bal en zorgt ook dat het Griffoendor team soms de bal verliest. Ik zoek soms naar Potter en de Snaai, maar de Snaai is nog niet gespot en Potter doet hetzelfde als ik.
Er wordt veel gescholden door het Griffoendor team en de commentator Leo Jordaan (die natuurlijk ook een Griffoendor is), ze beschuldigen ons van vals spelen en ik kan het niet helpen om te grijnzen. We zouden geen Zwadderaars zijn, als we dat niet zouden doen. Liz is de enige die zich aan de regels houdt en het spelletje blijft spelen. Terwijl ik haar volg met mijn ogen, voel ik de liefde in mijn borst opbloeien.
Als Hilarius duidelijk een overtreding maakt, begint de Wemel tweeling naar Madame Hooch te schreeuwen. Liz stopt midden in haar actie en blijft voor ze zweven.
'Die vieze Zwadderaars.' roept één.
Ik vlieg erheen en blijf naast Liz zweven. 'Zeg dat nog eens?' schreeuw ik.
'Die.' schreeuwt dezelfde.
'Vieze Zwadderaars.' schreeuwt de ander.
'Fred, George.' Liz kijkt ze bijna smekend aan. 'Kom op.'
'Nee! We zijn het zat. Je kan geen eerlijke wedstrijd spelen tegen jullie. Het enige wat jullie kunnen is vals spelen!'
Ik heb mijn toverstaf al in mijn hand, maar hoor het fluitje van Madame Hooch. 'Teams op de grond!' gilt ze, woede in haar ogen te zien. Ik land met Liz naast me en de tweeling voor me, ik kijk zijdelings naar Liz en ook bij haar is de woede af te lezen van haar. Potter landt naast de tweeling en kijkt van de tweeling, naar Liz, naar mij.
'Als er niet eerlijk en normaal gespeeld kan worden, houden we ermee op. Het is elke keer weer als jullie tegen elkaar spelen.' zegt Madame Hooch.
'Maar Madame Hooch,' begint één van de tweeling.
'U kunt Zwerkbal niet cancelen.' eindigt de ander.
Ze draait zich om naar de tweeling, vuur spuwend. 'Probeer me niet uit, Wemel.'
De tweeling deinst al één naar achter.
'We spelen gewoon eerlijk, Madame Hooch.' zeg ik poeslief.
Alle ogen van het Griffoendor team vliegen naar mij en ze beginnen te protesteren. Het Zwadderich team begint terug te schreeuwen, dat ze onschuldig worden beschuldigd en Liz begint tegen de tweeling en Potter persoonlijk te schreeuwen. 'Hoe durven jullie ons zo te beschuldigen?'
'Liz, het is de waarheid.' zegt Potter kalm.
'Zwadderaars zijn gewoon vieze, vuile huichelaars!' zegt Fred (denk ik?)
Liz valt stil, ze laat haar knuppel vallen en duwt haar bezemsteel in mijn vrije hand. Ze blijft Fred, die doorheeft wat hij heeft gezegd, woedend aanstaren als ze fluistert. 'Ik kap.' Ze draait zich met een ruk om en loopt het Zwerkbalveld af.
'Liz!' schreeuwen de Griffoendors haar achterna.
Ik laat beide bezemstelen naast de knuppel vallen en ren achter haar aan. 'Lizzie!' schreeuw ik, zonder na te denken.
Het hele stadion lijkt stil te vallen, toen Liz wegliep. Iedereen kijkt toe hoe ik achter Liz aanren en haar bij haar arm pak. 'Liz, kom op. Laat die sukkels je niet zo beïnvloeden.' Wanneer ik haar arm beetpak, hoor ik iemand schreeuwen, maar ik negeer het en focus e op Liz. Ze kijkt me aan, de tranen staan in haar ogen. 'Ik ben het zat, Draco. Om tussen mijn huis en mijn vrienden te staan. Om als Zwadderaar over één kam geschoren te worden.' ze draait zich weer om en laat mij achter.
Het publiek lijkt verbaasd en sommigen roepen Liz na. Madame Hooch blaast op haar fluitje, om te laten weten dat de wedstrijd weer verdergaat.
'KORZEL,' brult Flint. 'OP JE BEZEM!' En zo valt Korzel voor Liz in en gaan we verder.
Elizabeth's perspectief
Ik loop meteen door naar het kasteel, het geschreeuw van Hermelien achter me negerend. 'Lizzie, laat me nou niet de hele weg achter je aanlopen.' Ik grom en blijf staan, totdat Hermelien me heeft ingehaald, dan loop ik weer door. We blijven in stilte doorlopen.
Als we door de ingang van Zweinstein lopen zegt ze eindelijk wat. 'Heeft Malfidus je pijn gedaan?'
Ik kon met een ruk tot stilstand en kijk min zus ongeloofwaardig aan. 'Pardon?'
'Ik zag dat hij je beetpakte.'
Ik geef weer een grom. 'Serieus? Ik loop weg door jouw vrienden en je begint over Draco?'
'Wacht even... Mijn vrienden? Draco?'
Ik zucht, ze had gelijk, zonder antwoord te geven loop k door. Ze zucht ook en loop weer achter me aan. 'Liz. Ik weet dat het jouw team is, maar ze waren echt aan het vals spelen.'
'Ik niet!'
'Weet ik.'
'Waarom word ook ik dan beschuldigd?'
Hermelien lijkt na te denken, maar geeft geen antwoord.
'Liz,' zegt ze. 'Wat is er tussen jou en Malfidus?'
'Niks.' ik voel mijn wangen gloeien en ik weet dat ze me niet gelooft. Ze trekt haar wenkbrauw op.
'We...' begin ik. 'hebben... al een, eh, tijdje een relatie.'
Ik zie de bevestiging, die Hermelien zocht haar raken. Ze leek het al te weten, maar nu ik het uit heb gesproken is het duidelijk een een klap in haar gezicht. Ik zie het verraad in haar ogen. 'Sinds?'
'Kerst.'
Er verschijnen tranen van woede in haar ogen en ik voel me alleen. Ik voel me achtergelaten, dit is het einde tussen mij en Griffoendor. Ze knikt en haar blik is emotieloos, ze draait zich om en loopt weer naar buiten.
Ze laat me verdrietig en letterlijk alleen achter, ik blijf nog even staan, met tranen die over mijn wangen stromen. Dan besluit ik uiteindelijk om naar mijn plekje in het kasteel te gaan.
Ik zit in een inham in de muur op een gang gevuld met schilderijen op de derde verdieping. De inham is bedekt door een muurkleed. Het is nog stil op de gangen, omdat de wedstrijd bezig is, dus ik kon ongezien verdwijnen. Ik hoor langzaam mensen terugkomen van de wedstrijd en de duidelijke winnaars kwamen schreeuwend langs. Natuurlijk, denk ik Griffoendor is weer kampioen. Ik zucht, pak mijn toverstaf en begin kleine spreuken te oefenen.
Ik vergeet de tijd en schrik op als het wandkleed opeens opzij vliegt en Draco in de opening staat, zijn Zwerkbal gewaden nog aan. Hij kijkt me woedend aan en blijft even tegenover me staan, me in zich opnemend.
'Liz,' hij spuugt mijn naam uit. 'Ziet je hier al de hele tijd?'
'Hoe heb je me gevonden?' vraag ik met een mix van irritatie en voorzichtigheid, een beetje vang voor zijn woede.
'Potter.' spuugt hij weer uit, zijn blik glijdt over de ruimte heen en eindigt weer bij mij. Ik begrijp zijn antwoord niet. Hoe kan Harry wel weten waar ik was?, maar ik durf niks meer te zeggen.
'Ik heb me een ongeluk gezocht. Weet je hoe bezorgd we waren?'
'We?' fluister ik.
'Ja, Potter, de Wemels, Korzel, Kwast.'
Ik laat mijn blik zakken en voel schaamte opkomen. Ze hebben zich allemaal druk gemaakt terwijl ik hier gewoon veilig zat. 'Sorry.'
Draco zucht en komt naast me zitten. 'We hebben verloren.'
'Dacht ik al.' we lachen beide droog. 'Heb je samen gewerkt met Harry?'
'We wisten niet wat we moesten doen. Je was zo lang weg en Zweinstein is groot.' Ik grinnik. 'Wat?'
'Ik had nooit verwacht dat jullie samen zouden werken, zonder elkaar te vermoorden.'
'Je hebt Potter ook nog niet gezien.' zegt Draco met een scheve grijns.
Ik voel mezelf weer ontspannen, Draco lijkt niet meer boos. 'Het spijt me dat ik weg stormde.' ik leg mijn hoofd op zijn schouder. Hij zucht, maar ontspant ook. 'Hermelien weet van ons.' zijn ontspanning verdwijnt en zijn lichaam verstijft.
'Wat?' vraagt hij met zijn kaken op elkaar.
'Hermelien weet het. Volgens mij wist ze het al, maar ik heb het toegegeven.'
Er valt even een stilte. 'Oké,' zegt Draco uiteindelijk. 'en hoe reageerde ze?'
Ik lach bitter. 'Niet blij.' hij knikt, alsof hij dit al had verwacht.
'Nou, ja. Eén positief puntje: we hoeven niet meer stiekem te doen.'
Er gaat een zenuwachtig schokje door me heen en Draco draait zich naar me om, hij zie de paniek in mijn ogen. Hij grijnst zelfverzekerd naar me. 'Je krijgt toch geen twijfel, hè, Griffel?' ik geef hem een gefronste blik.
'Nee, tuurlijk niet.' zeg ik fel. 'Maak me alleen zorgen over de Wemels.' mijn gedachten dwalen af naar de avond in het Nest waar iedereen me aankeek, alsof ik ze had verteld dat ik een gevangene uit Azkaban aan het daten was.
'Ze zijn niet bepaald fan, nee. Maar vind jij dat belangrijk?' ik schud langzaam mijn hoofd, maar hoor een klein stemmetje. 'Ja!' roepen.
