Boete District 1

Yiste Fawn (17) – District 1

Zijn sterke arm lag stevig om mijn middel geslagen. Onbewust drukte ik me nog wat dichter tegen zijn warme lichaam aan. Hij mompelde iets onverstaanbaars en opende zijn prachtige, azuurblauwe ogen. Ik verdronk erin, en begon alweer weg te dromen over onze zalige nacht.

'Ik moet gaan, Yiste,' zei hij abrupt. Hij duwde me van zich af en sloeg de dekens weg. De kille lucht maakte mijn naakte lichaam aan het rillen. Ik nestelde me weer in de zachte dekens en greep zijn arm vast.

'Kom weer bij me liggen,' zei ik zacht, maar eisend. Hij mocht nog niet weggaan. Ik had hem nodig.

Geërgerd ontworstelde hij zich uit mijn greep en stapte uit bed. Hij bukte zich en begon zijn verschillende kledingstukken bij elkaar te zoeken. Ze lagen in een wanordelijke hoop op de houten vloer verspreid.

Ik negeerde mijn boosheid en stapte ook uit bed. Ik liep naar hem toe en hielp hem bij het aantrekken van zijn enigszins gekreukte kostuum. Met mijn vaardige handen trachtte ik de plooien eruit te strijken en hem zo weer de presentabele look van bedrijfsdirecteur aan te meten. Hij onderging het gedwee gedurende enkele seconden, maar verloor al snel zijn geduld.

'Stop nu, Yiste. Ik moet echt vertrekken.'

Ik pruilde. 'Blijf nog even,' smeekte ik, de opkomende paniek onderdrukkend.

'Je weet dat dat niet gaat. Mijn vrouw komt over een uurtje thuis en ik moet de kinderen nog ophalen.'

Jaloezie bande alle andere gevoelens uit. Ik vocht om mijn zelfbeheersing niet te verliezen.

'Je vrouw kan hen toch ophalen. Het zijn haar kinderen.'

'En de mijne,' zei hij bot. 'We zien elkaar later wel.'

De paniek borrelde verder in me op. Hij mocht niet weggaan. Nog niet. Hij moest bij me blijven en beloven terug te komen. Altijd. Ik wilde dat hij altijd bij me terug zou komen. Ik hield van hem.

'Wanneer zie ik je weer?' vroeg ik zo rustig mogelijk, maar mijn ademhaling versnelde reeds. Om mijn aandacht van het paniekerige gevoel af te leiden, begon ik mijn bruine, golvende haren te kammen met mijn vingers. Het hielp niet.

Hij zuchtte demonstratief. 'Dat weet ik niet. Ik moet het thuis kunnen regelen.'

Dat was de druppel. Hoe kón hij het over een thuis hebben in mijn bijzin? De woede overmande me. Ik kon hem niet verliezen. Niet aan háár. Hij was toch van mij? Ik hield van hem.

'Scott, alsjeblieft... Blijf bij me.' Ik legde mijn hand nadrukkelijk op de onderste knoop van zijn hemd. 'Alsjeblieft?' herhaalde ik, terwijl mijn vingers met de knoop prutsten en ik mijn nog steeds naakte lichaam tegen hem aan drukte. 'Alsjeblieft?'

Het leek te lukken. Ik zag de blik in zijn ogen veranderen. Er was niet langer irritatie in te lezen. Enkel lust, verlangen en liefde. Hij hield van me, net zoveel als ik van hem hield. Natuurlijk zou hij bij me blijven. Er verscheen een gelukzalige glimlach op mijn volle lippen.

Ruw draaide hij zich van me weg. Hij nam plaats op mijn bed en begon zijn schoenen aan te trekken. Met zijn slanke vingers legde hij een paar snelle knopen in de veters.

'Wat doe je?' vroeg ik verward.

'Zoals ik al zei, ik moet vertrekken.' De irritatie verscheen weer op zijn knappe gezicht. Zijn mooie ogen keken me aan zonder een sprankje genegenheid. Ik begreep het niet. Hij hield toch van mij?

'Ga niet,' smeekte ik opnieuw. Het werd steeds moeilijker de paniek de baas te blijven. Hij mocht niet weggaan. Ik wilde bij hem blijven.

'Yiste,' zei hij, proberend zijn geduld te bewaren, 'Jij kan doen wat je wilt, maar ik ben getrouwd en heb kinderen. Ik heb verplichtingen.'

'Verlaat je vrouw dan,' smeekte ik zacht. 'Kies voor mij.'

Scott schudde bijna onmerkbaar zijn hoofd. Hij nam me in zijn armen en drukte een kus op mijn verwarde haren. 'Ach, schatje van me, dat kan toch niet. Dat wil ik niet.'

Ik rukte me los uit zijn omhelzing. 'Dat wíl je niet?'

Hij knikte. 'Dat begrijp je toch. Ik moet nu echt gaan.'

Vol angst keek ik hem aan. Waarom verliet hij me? Hij moest bij me blijven. We zouden altijd samen blijven. Ik kon niet leven zonder hem aan mijn zijde. Ik hield van hem.

'Waarom wil je niet voor mij kiezen?' vroeg ik, met mijn kaken op elkaar geklemd om niet te gaan schreeuwen. Mijn armen hingen nutteloos langs mijn lichaam. Ik rilde nog steeds, maar niet van de kou.

Scott zuchtte opnieuw. 'Ik hou van mijn vrouw en mijn kinderen.'

Ik besefte aanvankelijk niet dat ik op de grond was gezakt. Ik trok mijn knieën op en sloeg mijn bevende armen eromheen. Mijn bonzende hoofd liet ik rusten op mijn armen. Waarom zei hij hij dat hij van haar hield? Hij hield van mij. Ik had zijn liefde voor mij in zijn ogen gezien.

'Je houdt van mij,' zei ik uitdagend. Hij kon het niet ontkennen. Ik wist dat het de waarheid was.

Opeens voelde ik zijn arm weer om me heen. 'Mijn kleine schatje toch.'

'Je houdt van me,' zei ik opnieuw, met een smekende ondertoon in mijn stem.

Hij glimlachte. 'Ik hou van je mooie gezichtje en dat afgetrainde lichaam van je, en ook van dat ene rokje dat je daarnet droeg en...'

Ik sloeg hem recht in zijn gezicht. Hard. Ik hoorde zijn neus breken en zag het bloed er schrikbarend snel uit stromen.

Woedend kwam ik overeind. Hoe kón hij zo over me praten? Alsof ik enkel een avontuurtje voor hem was geweest, alsof ik zo'n goedkoop type was. Hoe kón hij?

'Ik geef je nog één kans de waarheid te vertellen. Zeg dat je van me houdt en voor mij kiest.'

Hij keek me kwaad aan, zijn hand tegen zijn hevig bloedende neus drukkend. 'Nee.'

'Je verlaat je vrouw niet?'

'Nee.'

'Ik kan het wel makkelijker voor je maken. Ze houdt van lange wandelingen, toch? Mensen kunnen verdwijnen tijdens zo'n wandeling. Soms zelfs voorgoed.' Mijn stem klonk kil. Ik voelde me kil.

'Je bent gestoord, Yiste. Echt gestoord! Ik wil je nooit meer zien.' Hij liep naar de deur, en duwde de klink naar beneden. De paniek keerde in alle hevigheid weer. Hij mocht niet weggaan. Ik wilde bij hem blijven. Ik hield van hem. En hij van mij. Hij begreep het niet. Ik kon hem gelukkig maken.

'Scott!' Ik rende naar hem toe, maar het was te laat. Hij trok de deur met een klap achter zich dicht en liet me alleen met mijn ellende.

'Ik hou van je,' fluisterde ik tegen de gesloten deur. 'Ik hou van je, laat me niet alleen.' Ik rolde me op in foetushouding en bleef zo gedurende lange tijd bewegingsloos op het onopgemaakte bed liggen. Mijn gedachten draaiden in kringetjes rond. Scott had me verlaten. Hij hield niet van me. Hij had me verlaten, net als alle anderen. Ze hadden nooit van me gehouden. Niet van mij. Nooit van mij.

'Ik haat je,' zei ik uiteindelijk. En ik wist dat het de waarheid was. Ik haatte hem. Ik haatte hen allemaal.


Vixx Sicarius (17) – District 1

Met een laatste woeste uithaal sloeg ik het gehavende zwaard uit zijn handen. Zwaar ademend liet hij zich op de grond zakken en leverde zich aan mijn genade over. Het zweet stroomde in kleine riviertjes van zijn voorhoofd naar beneden en drupte in zijn eveneens doorweekte shirt. Ik grijnsde vol leedvermaak en keek neer op mijn verslagen tegenstander.

'Verdomme, Sicarius, je bent beter dan ik dacht,' pufte hij, zijn beide handen tegen zijn zij drukkend.

Ik gromde een antwoord en hielp mijn gevallen trainer overeind. Als kind had ik altijd naar hem opgekeken, hem verafgoodt en hem zelfs stiekem gadegeslagen terwijl hij zijn vaardigheden met het zwaard of een ander wapen aanscherpte. Maar nu had ik hem verslagen. Ik was beter dan hem. Ik was beter dan iedereen hier.

'Wie heeft je die opwaartse stootbeweging aangeleerd? Dat is een nuttige techniek.' Zijn ademhaling werd alweer regelmatig en hij keek me geïnteresseerd aan. Ondanks zijn recente nederlaag, stond hij met opgeheven hoofd naast me. Eens een trainer, altijd een trainer.

Alvorens antwoord te geven op zijn vraag, schoof ik een rekkertje van mijn arm af en ving mijn lange, zwarte haren erin. Tijdens een zwaardgevecht kwamen ze altijd los, maar ik droeg ze het liefst in een staart.

'Mijn vader,' antwoordde ik uiteindelijk kort. 'Het richt meer schade aan bij de tegenstander en het kost weinig inspanning.'

'Ja, inderdaad.' De trainer weidde uit over de voor – en nadelen van bepaalde technieken in het zwaardvechten, maar ik verloor al snel mijn aandacht. Tenslotte had ik hem net verslagen, dus waarom zou ik dan luisteren? Ik overtrof hem op alle gebieden. Zijn raad had ik niet langer nodig.

Ik keek de trainingszaal even rond en lachte spottend naar een paar twaalfjarige meisjes die hopeloos slecht waren met de werpmessen. Ze misten hun doel keer op keer.

Waardeloze nietsnutten waren het. Allemaal. Zelfs de trainer was geen partij voor mij.

'Dus dit jaar doe je het, he?' vroeg de trainer abrupt. Ik knikte.

Vandaag was het mijn dag. Mijn Boete. Mijn glorie. Niets of niemand zou die nog van me kunnen afnemen. Dit jaar was ik op alles voorbereid. Geen onaangename verrassingen deze keer. Dit werd mijn jaar.

Ik knarsetandde opnieuw bij de herinnering aan de laatste Boete. De gezichten van de drie jongens stonden voor eeuwig op mijn netvlies gebrand. Ze hadden hun krachten moeten bundelen om me tegen de grond te werken en hun kameraad de benodigde tijd te geven om te vrijwilligen. Die ongelooflijke sukkel. Hij had het niet eens tot de laatste acht gehaald.

Maar ze hadden een hoge prijs betaald voor de onvergeeflijke vergissing die ze hadden begaan. Een voor één had ik de jongens opgespoord en laten boeten. Ik proefde de heerlijke smaak van hun angst nog steeds op mijn tong als ik eraan terugdacht. Hun bloedstollende kreten waren de mooiste muziek die ik ooit gehoord had. Als ik mijn ogen sloot, kon ik de weeïge geur van hun bloed nog ruiken.

'Vixx!' De luide kreet wekte me ruw uit mijn zoete herinneringen. Ik keek kwaad om me heen en zag Thor vanaf de andere kant van de zaal enthousiast naar me zwaaien. Hij hield een lange speer in zijn hand en wilde klaarblijkelijk dat ik naar zijn worp kwam kijken.

Ik zuchtte geërgerd, maar liep alsnog naar mijn jongere broer toe. Bij hem aangekomen, knikte ik kort. Het speerwerpen was één van mijn vele specialiteiten. Ontelbare uren had ik doorgebracht in deze hoek van de trainingszaal. Hele weken had ik besteed aan het perfectioneren van mijn balans en werpsnelheid.

Thor ging in de juiste positie staan en woog de speer in zijn hand. Hij fixeerde zijn doel, de stropop, en nam een kleine aanloop. Alvorens te werpen, minderde hij even vaart om beter grip te krijgen op zijn wapen. Op het allerlaatste moment sloot hij zijn ogen, bracht zijn arm naar voren en liet de lange speer een sierlijke boog beschrijven, alvorens ze recht in het hart van de stropop belandde. Hij juichte triomfantelijk en keek me glunderend aan.

'Als dat een Tribuut met een beetje hersenen was geweest, was je nu dood,' zei ik kortaf en luid genoeg, zodat onze omstaanders het ook konden horen.

'Ik raakte hem recht in zijn hart,' sputterde Thor verontwaardigd.

'Je bent te langzaam. Stropoppen vechten niet terug. Tributen wel. In de Arena krijg je geen tijd om je doel opnieuw te fixeren, of je wapen beter in de hand te nemen. Traagheid betekent sterven.'

Verslagen keek hij naar de grond.

'We moeten vertrekken,' sprak ik afgemeten. 'Ik wil niet te laat komen.' Thor knikte en ruimde zijn gebruikte speren op. Hij zwaaide nog even naar een paar jongere kinderen, en liep toen achter me aan de trainingszaal uit. Ik stapte heel stevig door, waardoor hij bijna moest rennen om me bij te kunnen houden.

'Ben ik zo slecht?' vroeg hij stil en hij probeerde me tijdens het lopen aan te kijken.

Geïrriteerd keek ik hem aan. 'Niet heel slecht, maar zeker niet goed genoeg,' blafte ik kortaf. Thor was nog maar twaalf jaar oud, maar toch stonden onze ouders erop dat we samen trainden. Op sommige momenten kon ik hen daar hartgrondig om vervloeken. Ik had echt geen behoefte aan de onzekerheden en angsten van een kind. Ik had zelf al zorgen genoeg. Zeker vandaag.

'Ga je echt vrijwilligen, Vixx?' vroeg mijn broertje opeens.

Ik bromde een bevestigend antwoord en versnelde mijn pas nog wat meer. We moesten ons haasten om niet te laat te komen. Mijn ouders zouden vast al nerveus op me staan wachten. Ze wisten hoe belangrijk deze dag was. Tenslotte hadden zij me geleerd van de Spelen te houden.


Yiste Fawn (17) – District 1

Mijn spiegelbeeld staarde me met opgetrokken wenkbrauwen aan. Geconcentreerd bracht ik nog wat donkere oogschaduw aan rond mijn hazelbruine ogen en stiftte mijn volle lippen rozenrood. Mijn lange, golvende haren omlijsten mijn smalle gezicht en benadrukten mijn scherpe kin. Tevreden knikte ik.

Met soepele bewegingen liep ik naar de grote inloopkast aan de rechterzijde van mijn kamer. Ik had al lang besloten welke jurk ik zou aantrekken, dus besteedde ik verder geen aandacht aan alle andere kledij. Ik haalde het zwarte jurkje tevoorschijn en liet de zachte stof door mijn vingers glijden.

Op het moment dat ik het kostbare kledingstuk over mijn hoofd trok, klopte mijn moeder op de deur. Ik zuchtte geërgerd en riep dat ze mocht binnenkomen.

'Is dat niet iets te laag uitgesneden?' zei ze van zodra ze me zag. Ik besteedde geen aandacht aan haar opmerking en liep opnieuw naar de manshoge spiegel naast mijn bed. De zwarte stof spande strak rond mijn slanke lichaam en liet bitter weinig aan de verbeelding over. Precies zoals het hoorde. Nu restte mij enkel nog de afwerking.

'Is er iets?' vroeg ik haar zonder op te kijken van mijn verzameling schoenen. Geïnteresseerd nam ik een paar rode naaldhakken in mijn hand. Ik schoof ze aan mijn voeten en bekeek het resultaat.

'Ik krijg al hoogtevrees als ik naar je kijk,' mompelde mijn moeder binnensmonds. Ik zuchtte.

'Ik moet een goede indruk maken,' zei ik afwezig, en ik ging op de lederen bank zitten. Mijn moeder nam naast mij plaats en keek me geschrokken aan.

'Hoe bedoel je?' Ze wrong haar handen in elkaar en wiebelde nerveus met haar benen.

Ik nam een aantal keren diep adem en keek haar recht aan. 'Ik ga vrijwilligen tijdens de Boete.'

Mijn moeder was een knappe en rijzige vrouw, maar nu zag ze er erg klein en oud uit. Haar handen beefden terwijl ze de opkomende tranen uit haar ogen veegde.

'Doe dat niet, Yiste. Eerst je vader, en nu jij... ' Haar stem trilde terwijl ze me smekend aankeek.

'Vader had gewild dat ik zou vrijwilligen,' zei ik kortaf. Maar ik wist niet of dat de waarheid was, of enkel mijn eigen versie van de waarheid.

Cassandra Fawn sloot haar blauwe ogen en nam mijn handen in de hare. 'Je hoeft dit niet te doen, Yiste. Niet voor je vader. Hij is al vier jaar weg.'

Ik slikte. Ik herinnerde me de dag waarop hij vertrokken was nog heel levendig. Hij was thuisgekomen na een missie voor het Capitool en had zonder iets te zeggen zijn koffers gepakt. Mijn moeder had hem huilend aangekeken, niet in staat iets te zeggen. Maar ik was naar hem toegerend. Ik had zijn hand gegrepen en me paniekerig aan hem vastgeklampt. Schreeuwend en huilend had ik hem gesmeekt niet weg te gaan. Ik had hem beloofd nog beter te trainen voor de Spelen als hij dat wilde. Hysterisch had ik hem proberen terug te sleuren naar onze grote villa. Maar hij had me geïrriteerd van zich afgetrokken en in de armen van zijn vrouw geduwd. 'Laat me los, kind,' had hij koel gezegd en zonder nog een enkele keer naar me om te kijken was hij verdwenen. 'Ik hou van je,' had ik gefluisterd, 'Ik hou van je, laat me niet alleen.' Maar enkel de wind had me gehoord.

'Alsjeblieft, Yiste. Het is het niet waard.' Mijn moeders stem haalde me uit mijn naargeestige gedachten.

'Toch wel,' zei ik vastbesloten en ik stond op van de bank. 'Ik moet vertrekken. Ik zie je straks.' Ik keek mijn moeder niet aan, want haar tranen zouden me doen twijfelen. Snel liep ik mijn kamer uit, de trap af en gooide de mahoniehouten voordeur open. Ik ademde dankbaar de frisse lucht in en trachtte de chaos in mijn gedachten de baas te blijven.

Mijn vader had me verlaten. Scott had me verlaten, net als alle andere mannen. Het enige wat ze moesten doen was van me houden, maar dat konden ze niet. Dat wilden ze niet.

Zo snel als mijn hoge hakken het toelieten liep ik verder naar het plein. Omdat we in de rijkste buurt van het District woonden, was het niet ver lopen naar het centrum, maar toch wenste ik dat ik er al was. Ik wandelde een paar lange straten door en sloeg uiteindelijk de hoek van de straat om die naar het plein leidde. Van alle kanten stroomde het vol met kinderen en jongeren. Omdat ik hoge hakken droeg, en zelf al vrij groot was, kon ik makkelijk over de meeste hoofden heen kijken. Ik zocht even de ruimte af en liep toen doelbewust naar de inschrijvingstafel. De man die mijn naam controleerde, keek me verwonderd aan. Zijn ogen gleden taxerend langs mijn lichaam en bleven enkele keren hangen. Ik glimlachte hem toe. Hij besefte tenminste dat ik er wel toedeed. Hij zág me.

Ik liep naar het vak van de zeventienjarige meisjes en richtte mijn volle aandacht op het podium.


Vixx Sicarius (17) – District 1

Eenmaal thuisgekomen nam ik een snelle douche en verruilde mijn bezwete trainingspak voor een eenvoudige, zwarte spijkerbroek en een wit shirt. Mijn sportschoenen hield ik aan. Een korte blik op de klok aan de wand van mijn ruime badkamer vertelde me dat ik bijna moest vertrekken.

Mijn ouders wachtten me op in onze luxueuze zitkamer. Ik nam recht tegenover hen plaats en keek hen afwachtend aan. Mijn moeder glimlachte een zuinig lachje.

'Je ziet er goed uit, Vixx,' zei ze goedkeurend en mijn vader knikte bevestigend.

'Luister, jongen, straks hebben we niet veel tijd meer, dus dit is onze laatste kans om je te helpen.'

Ik knikte. Ik wist dat ze het goed bedoelden, maar ik dacht niet dat ze me echt raad konden geven. Geen van hen had deelgenomen aan de Spelen of getraind zoals ik. Ik wist wat me te doen stond. Ik had geen hulp nodig.

'Het voornaamste is een goede beroepsgroep samen te stellen.'

Dat wist ik. Ik had de vorige Hongerspelen ontelbare keren herbekeken. Het stond buiten kijf dat sterke bondgenootschappen bijdroegen tot de winst. Natuurlijk zou geen van de andere Tributen mijn vaardigheden overtreffen, of zelfs maar evenaren, maar ik zou hun loyaliteit nodig hebben. Eenmaal de andere kinderen dood waren, kon ik rustig met hen afrekenen.

'Neem de leiding, altijd,' voegde mijn moeder er nog aan toe.

Natuurlijk. Niemand zou in staat zijn mij te leiden.

'En Vixx, concentreer je op je doel. Laat je door niets of niemand afleiden.'

Ik uitte een bevestigende grom en stond op. Mijn ouders volgden mijn voorbeeld en samen liepen we de zitkamer uit. In de hoge hal wachtten we nog even op Thor, en verlieten toen het huis.

Gezamenlijk liepen we naar het plein. Het was een korte tocht. Door mijn vaders werk als assistent van de burgemeester konden we ons makkelijk een huis veroorloven in de rijkere buurten van het District.

Op het plein aangekomen nam ik vluchtig afscheid van mijn ouders en liep samen met mijn broertje naar de inschrijvingstafel. Ik keek de man indringend aan bij het noemen van mijn naam. Hij staarde terug en slikte hoorbaar. In stilte genietend van zijn ongemak wachtte ik totdat ook Thor was ingeschreven. Daarna liepen we elk naar ons eigen vak.

De meeste andere jongens stonden in vriendengroepjes bij elkaar en waren gezellig aan het praten. Ik keek hen neerbuigend aan. Wat had je nu aan vrienden in de Hongerspelen? Niets. Ik snoof schamper om hun naïviteit.

Ik merkte aanvankelijk niet op dat de burgemeester het woord had genomen en iedereen op zo'n enthousiast mogelijke manier welkom heette bij de Boete. Bij het voorlezen van het Verdrag van het Verraad betrapte ik mezelf er enkele keren op weg te dromen over mijn favoriete martelscènes van de afgelopen Spelen.

'Welkom bij de 65e Hongerspelen!' klonk het opeens luid over het plein. Ik ontwaakte uit mijn bloedrode dagdromen en richtte mijn donkere ogen weer op het podium, maar ik had van tevoren natuurlijk al geweten wie er gesproken had. Roxina Krynn was één van de meest opzichtige Capitoolbewoners die er bestonden. Haar krullende, loshangende haren waren zonnegeel, evenals haar wenkbrauwen en gelakte vingernagels. Haar huid was donkerblauw gekleurd, zodat ze een soort symbolische weergave van een zomerse hemel leek. Een indruk die nog versterkt werd door haar pluizige, witte jurk, die om haar heen zweefde, zoals de wolken in de lucht.

'We beginnen zoals ieder jaar met de meisjes!' riep ze enthousiast en ze liep naar de bol met de meisjesnamen. Haar hemelsblauwe hand verdween in de bokaal en zocht naar één enkel briefje. Uiteindelijk vond ze hetgeen ze wilde en trok haar hand terug.

'De vrouwelijke Tribuut is Ona Frestor!' Ik haalde mijn brede schouders op bij het horen van die naam. Ik kende dat meisje niet, maar erg belangrijk was ze ook niet. Als ze zelf geen getrainde Tribuut was, zou er wel iemand anders vrijwilligen en haar plaats innemen. Zo ging het immers ieder jaar.

'Ik vrwijllig!' schreeuwde een luide stem en uit het vak van de zeventienjarigen kwam een meisje tevoorschijn. Ze stapte zelfverzekerd naar het podium, wat een hele prestatie was gezien de hoogte van haar glinsterende hakken, en zwaaide naar het publiek. Meer dan één jongen keek haar na tijdens haar tocht naar de verhoging, en daar genoot ze zichtbaar van.

Geërgerd zuchtte ik om haar aanstellerige gedrag. Ik kende haar natuurlijk wel. Ze woonde in dezelfde wijk als ik, en bracht tevens heel wat tijd door in de trainingszaal. Ze was vrij vaardig met enkele wapens, maar niet goed genoeg voor mij. Dat was niemand.

Het meisje klom op het podium en werd enthousiast omhelsd door Roxina Krynn. Ze schudde tevens de hand van de burgemeester en draaide zich toen om naar het publiek.

'Hoe heet je?' vroeg onze begeleidster opgewekt.

'Yiste Fawn!' zei ze luid en duidelijk, en Roxina herhaalde haar naam zodat iedereen het kon horen. Eindelijk liep ze dan naar de bol met de jongensnamen. Opnieuw duurde het geruime tijd vooraleer ze het perfecte briefje tussen haar lange vingers klemde en het openvouwde.

'De mannelijke Tribuut is Jake Woodorn!'' klonk het luid. En ik wist dat dit het moment was waarop ik moest toeslaan. Ik duwde razendsnel een paar jongens opzij en keek Roxina recht in de ogen.

'Ik wil vrijwilligen!' schreeuwde ik boven het geroezemoes uit. Alle blikken waren op mij gericht, maar daar lette ik niet op. Het enige wat ik zag was het podium. Mijn doel. De Spelen.

De andere jongens gingen angstig voor me opzij en maakten ruim baan. Met een zelfverzekerde uitdrukking op mijn harde gezicht liep ik tussen hen door naar het podium en klom op de verhoging.

Roxina Krynn wilde ook mij omhelzen, maar ik duwde haar hardhandig weg en schudde haar in plaats daarvan de hand. Haar blauwe vingers braken bijna door mijn stevige handgreep. Ik lachte genietend. Dit was mijn eerste optreden. Mijn eerste kans om te laten zien dat ik een winnaar was. Mijn eerste kans om de anderen vrees in te boezemen. Mijn eerste kans op de belofte van bloed.

'Vixx Sicarius,' zei ik toen snel, nog voor Roxina iets kon vragen.

'De mannelijke Tribuut, dames en heren!' riep ze luid en met een gepijnigde uitdrukking wreef ze even over haar hand. 'Vixx Sicarius voor District Een!'


Yiste Fawn (17) – District 1

De Vredebewakers duwden me de kamer binnen en sloten de deuren achter zich. Rusteloos liep ik heen en weer en ging uiteindelijk op de houten stoel in het midden van het karig versierde vertrek zitten.

Het was me gelukt. Ik ging naar de Hongerspelen. Scott en alle anderen zouden er spijt van krijgen dat ze niet van me gehouden hadden. Ik had bewezen dat ik er wel toedeed. Iedereen had me gezien. Hun ogen waren vol verwondering geweest. Ik vond het fantastisch.

De deur ging open en snel keek ik op.

'Het spijt me, Yiste,' zei mijn moeder schor, de tranen wegpinkend.

Ik liep naar haar toe en omhelsde haar. 'Je hoeft nergens spijt van te hebben,' zei ik, en liet haar los.

Cassandra Fawn schudde ontkennend haar hoofd. 'Ik had je beter moeten beschermen. Het moeten uitleggen van je vader. Je tegenhouden toen je steeds maar aan nieuwe relaties begon...' Haar stem werd steeds zachter, maar haar woorden bleven maar komen.

'Mijn vader ging weg en mijn relaties zijn jouw zaken niet.' Het klonk botter dan ik het bedoeld had, maar ergens meende ik het wel. Mijn moeder en ik hadden vaak discussies over de mannen met wie ik uitging. Ze keurde hen allemaal af, zonder hen ook maar één keer ontmoet te hebben. Ze begreep het niet. Ik hield van hen, en zij moesten van mij houden. Maar dat deden ze niet. Niet van mij. Nooit van mij. Net als mijn vader.

'Ik wil nu geen ruzie meer maken,' fluisterde ze, en opeens omhelsde ze me weer. Haar armen omsloten me en drukten me zo stevig tegen haar aan dat ik moeite kreeg met ademen. Uiteindelijk liet ze me los en haalde iets uit haar tas. Ze nam een kleine, diamanten armband in haar hand en streelde liefdevol het reliëf.

'Die heb ik van mijn moeder gekregen, en zij van haar moeder. Ik wilde hem aan jou doorgeven, zodat je hem op een dag aan je eigen dochters arm kon schuiven. Maar nu... ' Haar stem haperde.

Ik knikte dankbaar en nam het prachtige juweel aan.

De deuren vlogen open en de Vredebewakers kwamen binnen. Mijn moeder gaf me nog een laatste kus op mijn wang, en toen was ze verdwenen. Ik was alleen.

Maar ik zou haar terugzien. Ik zou hen allemaal terugzien. Na de Spelen zou Scott me smeken om bij hem terug te komen. Mijn vader zou beseffen dat het een vergissing was geweest niet van me te houden. Iedereen zou me toejuichen en aanbidden. Ik zou nooit meer worden alleen gelaten. De wereld zou van me houden.


Vixx Sicarius (17) – District 1

Verveeld keek ik voor me uit. Ik had er geen behoefte aan afscheid te nemen, want ik zou mijn ouders en Thor over een paar weken al terugzien. Alleen zou ik dan een winnaar zijn, en iedereen zou het weten.

De deuren gingen open en mijn familie werd naar binnen geleid. Mijn vader keek me trost aan en gaf me een stevige schouderklop. Mijn moeder glimlachte en omhelsde me kort, iets wat ik noodgedwongen liet gebeuren. Thor keek me vol ontzag, maar ook angstig aan.

'Wat als je niet wint?' flapte hij eruit, en mijn vader gaf hem meteen een nijdige tik tegen zijn oor.

'Spreek niet zo over je broer! Natuurlijk wint hij.'

Ik knikte naar Thor, om te laten zien dat ik volledig akkoord ging met mijn vaders woorden. Mijn broertje schuifelde wat ongemakkelijk heen er weer met zijn voeten en ontweek ieders blik.

'Onthoud het, jongen. De beroepsgroep is – '

'Ik weet het,' gromde ik geërgerd, en mijn vader zweeg en keek naar zijn vrouw. Mijn moeder overhandigde me een oud polshorloge, met daarin een foto van onze familie verwerkt. Ik nam het aan en schoof het rond mijn gespierde arm. Mijn familie had me steeds gesteund, ik zou hen met me meedragen.

Twee Vredebewakers openden de deur en bevolen mijn familie te vertrekken. Thor keek me recht in de ogen en ik knikte bevestigend. Ik zou winnen. Mijn ouders wisten het. Mijn broer wist het. En binnenkort zou iedereen het weten.

Ik zal de winnaar zijn, en het bloed van de verliezers zal mijn handen rood kleuren.


Zo, dat was de allereerste Boete! Ik ben heel erg benieuwd wat jullie ervan vonden :) Reviews worden dan ook enorm gewaardeerd! Tips, opmerkingen, vragen,... Laat het zeker weten.

Graag wil ik evalovespeeta en Serenetie-Ishida bedanken voor deze Tributen! Ik hoop dat ik ze heb neergezet zoals jullie het in gedachten hadden. Zelf vind ik ze in ieder geval heel interessant en leuk om te schrijven :)
Ook wil ik iedereen bedanken die reeds een review heeft achtergelaten of me tips heeft gegeven!

!Nog even een korte opmerking: het insturen van Tributen is nog steeds mogelijk! Voor meer informatie verwijs ik je naar mijn profiel of de introductie van dit verhaal.

Zoals dat de gewoonte is bij een SYOT zal ook ik een sponsorsysteem gebruiken. Het sponsorsysteem werkt aan de hand van een puntentelling. Je kan punten verdienen en vervolgens met je verzamelde punten een sponsorgift sturen naar een Tribuut. (Uiteraard pas vanaf wanneer de Tributen zich in de Arena bevinden) Misschien kan je op die manier wel het verschil tussen leven en dood bepalen, of je favoriete Tribuut de overwinning bezorgen!

Punten verdien je als volgt:

- Als je een Tribuut hebt ingezonden, krijg je 6 punten.
- Als je het verhaal 'followed' krijg je 4 punten.
- Als je een review plaatst, krijg je 2 punten.
- Als je een uitgebreide review plaatst, krijg je 3 punten.

Het is niet altijd eenvoudig om de grens te trekken tussen een gewone en een uitgebreide review, maar ik probeer dit zo objectief en consequent mogelijk te doen. Moest je hier vragen of opmerkingen over hebben, laat het dan zeker weten :)

Wat en hoe je precies kan sponsoren, volgt later nog!

Het Sponsorsysteem wordt ook uitgelegd in de Introductie, zodat je het altijd makkelijk kan terugvinden.

De Puntentelling

Azmidske87: 13
Jade Lammourgy: 13
LeviAntonius: 13
Serenetie – Ishida: 12
evalovespeeta: 10
MadeBy Mel: 10
Zacksteel: 10
SirWalshingham: 8
Tiger Outsider: 8
Greendiamond123: 6
Indontknow: 6
MyWeirdWorld: 6

Ik geloof dat ik alles heb, maar moest je een foutje opmerken in de puntentelling, laat het dan zeker weten!

Tot bij het volgende hoofdstuk!

Marie :)