Boete District 3

Louis Hendreson (12) – District 3

'Lou! Kom hier!' brulde hij luid, en met een doffe dreun belandde hij op de grond. Het glas dat hij naar zijn mond had willen brengen, viel uit zijn trillende hand en spatte in tientallen scherven uit elkaar. Een plas donkerbruine drank verspreidde zich over de afgesleten mat. Met een grauw en een kreun trachtte hij zichzelf in een zittende houding te hijsen, maar zijn benen weigerden dienst en schoten nutteloos onder hem vandaan. Hij deed geen tweede poging van de grond op te staan en bleef languit op de met drank besprenkelde vloer liggen. Zijn voze hemd en versleten broek namen het vocht op en sloegen roestgeel uit, maar de vlekken vielen niet op. Niet naast alle anderen tenminste.

Ik keek naar mijn vader en voelde het aloude schuldgevoel, gemengd met medelijden en walging. De stinkende walm die hij steeds met zich meedroeg maakte me misselijk en snel ontvluchtte ik de kamer. Hij zou nog wel een tijdje slapen, en als hij wakker werd, mocht het een wonder heten moest hij zich zijn eigen naam kunnen herinneren.

Ik liep het bouwvallige huisje uit en plofte neer in de schommel. Mijn vader had die jaren geleden getimmerd en aan de oude eik in onze tuin bevestigd. 'Hiermee kan je tot bij de engelen schommelen, Lou,' had hij gezegd, en ik had hem geloofd. Maar hij had gelogen, want hoe hoog ik ook schommelde, een engel had ik nog nooit gezien.

Ik duwde me af van de aarden grond en zette kracht op de touwen om de schommel in beweging te brengen. De wind speelde door mijn korte, donkerblonde haren en floot zachtjes in mijn oren. Gulzig ademde ik de frisse lucht in en bande de stank van goedkope alcohol uit mijn neusgaten.

De laatste twee jaren bracht ik erg veel tijd door op de oude schommel.

'Louis! Ik heb iets voor je!' schreeuwde een hoge meisjesstem, en ik richtte mijn lichtblauwe ogen op de grond onder me.

Beatrice stond glimlachend naar me te kijken en hield iets in haar handen.

Met een sierlijke zwaai sprong ik uit de schommel en belandde gracieus op de grond. Ik boog mijn knieën wat om de schok op te vangen en strekte mijn armen wijd uit. Het voelde zoals vliegen, als je maar kon vergeten dat het tijdelijk was.

'Genoeg gevlogen?' vroeg Beatrice plagerig en ze omhelsde me kort ter begroeting. Ik liet haar los en schonk haar een kleine glimlach. Zij was de enige persoon die er in slaagde me te laten glimlachen, en dat wist ze zelf ook.

We gingen op de omgevallen boomstam zitten, die al jarenlang dienst deed als bankje, en ik keek nieuwsgierig naar het pakketje in Beatrices kleine handen. Ze volgde mijn blik en reikte me het pakje aan. Opgewonden vouwde ik de witte doek open en onthulde de inhoud.

Het waren drie prachtige kaarsen. Ik keek er verwonderd naar en omhelsde mijn vriendin een tweede maal die dag. Ze glimlachte me toe en streek haar bruine haren uit haar fijne gezicht.

'Voor je verjaardag,' zei ze opgewekt. Ik knikte dankbaar en liet mijn vingers over het gladde oppervlak van de grijsgroene kaarsen glijden. Ze hadden precies dezelfde kleur als mijn moeders ogen, maar dat kon Beatrice niet weten. Ze had mijn moeder nooit gekend.

'Ben je zenuwachtig?' vroeg ze zacht, en ik wist meteen waarover ze het had.

Vandaag moest ik voor de eerste keer deelnemen aan de Boete. Als ik een dag later verjaarde, zou ik nog een jaar veilig zijn geweest, net als Beatrice. Maar het lot had er anders over beslist. Over enkele uren zou ik naar het plein vertrekken en angstig afwachten wie er dit jaar de dood zou worden ingejaagd. Mijn naam deed drie keer mee, want met het weinige geld dat ik als bakkershulpje verdiende kon ik niet overleven én mijn vaders voorraad alcohol bekostigen.

'De kans is heel klein dat je gekozen wordt, Louis. Ik hoorde van Nella dat haar broer zevenenvijftig keer meedoet!'

Ik probeerde me gerust te laten stellen door haar woorden, maar mijn maag verkrampte helemaal als ik aan de Boete van vorig jaar dacht. Eleonora Fontain was de twaalfjarige dochter van de burgemeester geweest. De kans dat zij gekozen werd was uiterst klein, en toch was het gebeurd. Ik zag haar doodsbange gezicht nog voor me toen ze met trillende benen het podium opliep. Amper een week later werd haar levenloze lichaam bij haar ouders afgeleverd, met de vriendelijke groeten van het Capitool.

'Kom, toon me dat nieuwe trucje nog eens!' zei mijn vriendin enthousiast in een poging me af te leiden. Ze trok me overeind en ging zelf ook staan. Ze was niet veel kleiner dan ik, maar zelf was ik ook niet groot. Ik sloot de deur naar mijn naargeestige gedachten af en haalde een oud doosje met lucifers uit de zak van mijn versleten spijkerbroek. Zorgvuldig streek ik er eentje af en liet het ontvlammen. De hitte van het kleine vlammetje verwarmde mijn handen en wierp een oranjekleurige gloed op mijn volle wangen. Ik nam één van de kaarsen die ik cadeau had gekregen in mijn rechterhand en hield de brandende lucifer tegen de wiek. Na enkele tellen sloeg de vlam over en blies ik de lucifer uit. Beatrice reikte me een tweede kaars aan en ik pakte ze voorzichtig vast. Ik hield beide kaarsen voor me uit en bracht mijn gezicht tot vlak bij het brandende exemplaar. Met een korte luchtstoot blies ik het vlammetje uit.

Beatrice klapte enthousiast in haar handen en bekeek de tweede kaars aandachtig, die schijnbaar uit het niets ontvlamd was. Ik glimlachte bij het zien van haar vrolijke verbazing. Zo reageerde ze altijd bij het zien van één van mijn vuurtrucjes. Ik had haar proberen uitleggen dat het geen trucjes waren, maar simpele technieken. Vuur was een sterke kracht, maar als je wist hoe je ze moest beheersen, luisterden de vlammen enkel naar jouw bevelen. En dat was precies wat ze bij mij deden.

Ik had gezworen het vuur te kunnen beheersen nadat ik had gezien wat vlammen konden aanrichten als ze ongetemd te werk gingen. Mijn moeders gillen spookten nog elke dag door mijn hoofd. Ik zou nooit kunnen vergeten hoe haar verkoolde lichaam uit het brandende huis werd gehaald. Ik had mijn tranende ogen afgewend van haar verschroeide gezicht en was huilend in elkaar gezakt. Mijn vader was naast haar levenloze lichaam op de grond gaan zitten, smekend om vergiffenis. Maar ik was degene die om vergiffenis moest smeken, want het was mijn schuld dat ze dood was. Toen niet veel later ook het verkoolde lichaam van een Vredebewaker het huisje uit werd gedragen, was ik ervan overtuigd geweest dat ze me zouden arresteren. Maar dat was niet gebeurd. Iedereen dacht dat het een ongeluk was. Tot op heden kende niemand de vreselijke waarheid, maar elke keer als ik mijn vader in zijn troebele ogen keek en zijn walgelijke dranklucht rook, voelde ik het verlammende schuldgevoel om wat ik had gedaan.


Philtre Stern (13) – District 3

Met mijn fijne handen drukte ik haar kleine keeltje dicht. Mijn nagels boorden zich diep in haar zachte huid en trokken bloederige sporen langs haar hals. Felrode druppeltjes bloed kropen naar beneden en vloeiden in haar blauwe kruippakje. Haar armen en beentjes maaiden in blinde paniek wild om zich heen, haar blauwe ogen werden groot en puilden uit haar hoofd. Woedend om haar verzet verstevigde ik mijn greep op haar keel en drukte die uit alle macht dicht. Haar huid werd bleker en kreeg een blauwige schijn. De spartelende bewegingen namen af, en haar mollige kindervuistjes belandden met een zachte plof naast haar slappe lichaampje. Eindelijk was ze dood.

'Philtre! Wat doe jij hier nog? Ik ben toch duidelijk geweest, mag ik hopen?' Verschrikt opende ik mijn ogen en ontwaakte uit mijn duistere dagdroom. Ik stond op uit de comfortabele fauteuil en wierp een snelle blik in het eikenhouten kinderbedje. Rose lag rustig te slapen, met haar bruine teddybeer in haar beschermende armpjes geklemd. Ik keek naar haar onschuldige gezichtje, en voelde meteen het schuldgevoel mijn geest binnendringen. Het was niet haar schuld, wist ik. En toch was het onmogelijk haar aan te kijken zonder de smaak van verbittering en afgunst te proeven.

'Ik wilde nog even afscheid komen nemen van mijn zusje,' zei ik zacht, en ik boog me voorover naar de slapende gedaante van het kind. Voorzichtig drukte ik een kus op haar blonde haren en schikte haar dekentje wat beter om haar heen.

'Ze is je zusje niet,' snauwde hij boos en hij liep naar het bedje toe. Hij nam het slapende meisje in zijn stevige armen en wiegde haar voorzichtig heen en weer. Ik keek naar mijn vader en voelde hoe de jaloezie zich als een dodelijk gif door mijn aderen verspreidde.

Mij had hij nooit in zijn armen gehouden of liefdevol in slaap gewiegd. Hij had me zelfs nooit willen erkennen. Ik was nauwelijks goed genoeg geweest om als kindermeisje voor hem te komen werken.

'Ga nu, Philtre. Straks maak je haar nog wakker,' zei hij koel. Mijn vader keek me dreigend aan en gebaarde met zijn grote hand naar de deur. Hij miste twee vingers aan zijn linkerhand. Die was hij als jongeman op heroïsche wijze verloren tijdens de 46e Hongerspelen. Zijn harde gezicht straalde gezag uit en het lange litteken op zijn rechterwang deed geen afbreuk aan zijn knappe uiterlijk, in tegendeel. Menig meisje was voor hem bezweken na zijn roemrijke terugkeer uit het Capitool, zo ook mijn naïeve moeder. Als ze van betere komaf was geweest, had ik in dit huis gewoond. Dan had hij míj in zijn armen gehouden en in slaap gewiegd. Maar mijn moeder was een eenvoudige vrouw, en hij was een Winnaar. Natuurlijk trouwde hij niet met haar, maar met de nicht van de burgemeester. Ze had niet kunnen rekenen op zijn liefde voor hun ongeboren kind. Natuurlijk niet. Wat kon hem dat schelen?

'Ik vraag me af hoe Elaine zou reageren als ik haar vertel dat haar lieve Roosje een halfzus heeft.'

Met twee snelle passen was hij bij mij. 'Je blijft uit de buurt van mijn vrouw, meisje. Dat was de afspraak!'

'De afspraak?' herhaalde ik woedend. 'Ik kan me niet herinneren dat de afspraak iets zei over mijn ontslag.' Ik bleef hem aankijken en weigerde een stap achteruit te zetten. Ik wist dat hij niets zou doen zolang hij Rose in zijn armen hield.

'Je bent veel te vaak in de buurt van mijn vrouw en kind. Ik had nooit moeten instemmen met dat belachelijke voorstel van je moeder.'

Mijn vader had moeten instemmen met mijn moeders voorstel me als kindermeisje aan te nemen. Ze had ermee gedreigd de waarheid naar buiten te brengen, en dat zou zijn reputatie in enkele ogenblikken doen kelderen. Tenslotte kende de buitenwereld hem als een charismatische en vriendelijke Winnaar, en dat wilde mijn hypocriete vader natuurlijk zo houden. Maar als hij zich niet aan de afspraak hield, zou ik dat ook niet doen. Hij was te ver gegaan.

'Als je me ontslaat, weet morgen het hele District wie mijn echte vader is,' sprak ik duidelijk en langzaam. Ik wachtte niet op zijn reactie en liep zonder nog een enkele keer om te kijken de deur uit. Woedend om mijn vaders lafheid sloeg ik de deur dicht en liep de marmeren trap af. Ik was altijd vriendelijk tegen hem geweest en had uitstekend voor mijn halfzusje gezorgd. Zoals afgesproken had ik zijn vrouw zo min mogelijk gesproken en had ik nooit iemand verteld dat de man van mijn moeder niet mijn biologische vader was. Zelfs hij wist het niet. Ik had alleen maar verlangd naar een beetje genegenheid, een klein beetje aandacht. Maar nu besefte ik des te meer dat dat de dromen van een kind waren geweest. Mijn vader was een laffe man, die meer om zijn reputatie gaf dan om zijn bloedeigen dochter.

De tijd dat ik dat allemaal slikte was nu voorbij. Hij had me jarenlang aan het lijntje gehouden met valse beloftes en loze woorden. Ik hoefde zijn geld niet meer. Morgen zou iedereen weten wie ik was en zou hij zijn verantwoordelijkheid jegens mij moeten opnemen, zoals hij dat dertien jaar geleden al had moeten doen.

Weldra zou alles veranderen, maar vandaag moest ik nog één keer Philtre Stern zijn en als een gewoon meisje naar de Boete gaan. Onbewust rilde ik even bij de gedachte aan de Spelen, maar ik zette het gauw van me af en liep de Winnaarswijk uit. Ik bleef even staan voor het laatste huis in de straat en staarde naar de hoge ramen en luxueuze deurstijlen. Als mijn verachtelijke vader niet zo'n hypocriete lafaard was geweest, had ik in zo'n huis kunnen wonen. Ik had een eigen kindermeisje kunnen hebben. Hij zou me elke avond hebben voorgelezen en me liefdevol in bed hebben gestopt. Maar in plaats daarvan woonde ik in een klein huis in een doodgewone wijk bij ouders die nauwelijks naar me omkeken en steeds aan het werk waren.

Binnen enkele minuten zou ik thuis zijn en samen met tante Cora naar het plein vertrekken. Mijn moeder en vermeende vader zouden natuurlijk geen tijd voor me hebben, net als mijn echte vader. Geen tijd en geen zin om voor me te zorgen of naar me om te kijken.

Maar morgen zou alles anders zijn.


Mykel Grening (35) – Winnaar van de 46e Hongerspelen

Na haar vertrek stond ik minutenlang bewegingsloos met Rose in mijn armen. De brutale manier waarop haar groene ogen me hadden aangekeken maakte me woedend. Dat haar ogen precies dezelfde kleur hadden als de mijne maakte het alleen maar erger.

Uiteindelijk ontwaakte ik uit mijn apathische toestand en legde Rose voorzichtig in haar wiegje. Even keek ik liefdevol naar mijn slapende meisje, maar algauw drong de ernst van de situatie opnieuw tot me door en verliet ik haar kamer. Haast onbewust had mijn geest de perfecte oplossing gevonden voor het probleem dat dat ondankbare kind gecreëerd had. Ik was haar tegemoet gekomen. Ik had haar een baantje bezorgd en haar goed behandeld, maar het werd te riskant. Ik moest haar ontslaan, en in plaats van me dankbaar te zijn, wilde dat vervelende kind alles vertellen. De waarheid mocht niet aan het licht komen. Ik zou alles verliezen wat ik doorheen de jaren zo zorgvuldig had opgebouwd. Niet enkel zou Elaine me verlaten, maar ook zou het hele District partij kiezen voor die onnozele vrouw die de oorzaak was van al deze problemen. Ik had nooit om haar aandacht gevraagd, maar enkel genomen wat mij zo vrijgevig werd aangeboden. Het was nooit bij me opgekomen bij haar te blijven. Ze was niet bijzonder, niet eens heel knap en vooral niet rijk genoeg. En als ze niet zwanger was geweest, was ik haar allicht al vergeten, net als zovele anderen.

Ik richtte mijn geest weer op mijn plan en bande mijn verbitterde gedachten over Nina Meldorn uit. Geconcentreerd ademde ik enkele keren in en uit en vervolgde mijn weg naar beneden. Op het moment dat ik de zitkamer bereikte was mijn gezocht weer even ondoorgrondelijk en kalm als gewoonlijk.

'Ik vertrek alvast naar het plein,' zei ik tegen Elaine, die lezend op de bank zat en van een kopje dampende thee nipte. Ze keek op van haar boek en glimlachte me lief toe, waardoor de kuiltjes in haar bolle wangen duidelijker zichtbaar werden. Ik had er altijd van gehouden als ze op die manier naar me keek.

'Oké, ik ben er over een uurtje,' antwoordde ze, en ze stond op om me een snelle afscheidszoen te geven. Ik glimlachte nog een laatste maal naar mijn vrouw en verliet toen de kamer. In de hal wierp ik een vluchtige blik op de wandklok alvorens de voordeur te openen en de koele ochtendlucht te begroeten.

Ik zette er stevig de pas in en liet de Winnaarswijk al na enkele minuten achter me. In de verte zag ik het Gerechtsgebouw reeds liggen, waardoor ik mijn tempo nog verhoogde. Na nog eens vijf minuten bereikte ik het plein. Het podium en het grote scherm waren reeds klaargezet voor de Boete, die over minder dan één uur van start zou gaan. Hier en daar liepen wat Vredebewakers rond en aan de inschrijvingstafel stonden al enkele bange kinderen te wachten om gecontroleerd te worden. Ik bekeek hun gezichten, maar kon geen klein, bruinharig meisje met een wipneus bekennen. Philtre was er nog niet.

Vastberaden stapte ik naar de ingang van het Gerechtsgebouw. Enkele voorbijgangers wierpen me een vragende blik toe, maar op het moment dat ze me aankeken en herkenden, veranderde hun nieuwsgierigheid in respect en ontzag. Ik sloeg echter geen acht op hen en liep het Gerechtsgebouw binnen. Ik had geen tijd meer te verliezen, want mijn hele toekomst hing af van de komende minuten.

In het voorvertrek van het grote gebouw zat de Capitoolse cameraploeg gezellig te speculeren over de komende Boete, terwijl een bediende hen rijkelijk voorzag van hapjes en drankjes. Mijn groene ogen gleden door het vertrek en vonden uiteindelijk de man die ik zocht en dringend nodig had.

'Mykel!' begroette de districtbegeleider me enthousiast toen hij me zag. 'Neem plaats! Ik zei net nog hoe spijtig het was dat je dit jaar niet als Mentor zou optreden.' Icarius Flight leek het oprecht jammer te vinden dat ik niet mee zou gaan naar het Capitool. Hij wenkte me met zijn slanke hand en maakte meer ruimte op de bank.

Ik glimlachte hem toe en nam plaats aan zijn zijde. Icarius was een beminnelijk man met goede, doch naïeve dromen en ideeën. Hij was niet bepaald intelligent, maar wel vreselijk ijdel. En hij was de enige man die me kon redden uit deze benarde situatie.

'Ik wilde het eigenlijk net even hebben over mijn Mentorschap,' zei ik geveinsd verbaasd, en ik knipoogde onschuldig.

De cameraploeg keek geïnteresseerd op bij mijn woorden. Enkele leden bogen zich wat voorover om het gesprek beter te kunnen volgen en geen enkel woord te missen.

'Ik besefte dat ik heel wat te danken heb aan het Capitool,' begon ik, met een schuldbewuste uitdrukking op mijn harde gezicht. 'Voor de Spelen was ik een eenvoudige houtvester, en na de Spelen was ik een Winnaar.' Ik veinsde een overtuigende uitdrukking van melancholie en ging verder: 'Mijn huis heb ik van jullie gekregen. Mijn prachtige vrouw wilde me leren kennen omdat ik een Winnaar was, en door het Prijzengeld kan ik mijn lieve dochter onderhouden.'

Icarius en de leden van de cameraploeg hingen aan mijn lippen. Dit was precies wat ze wilden horen van een Winnaar. Het Capitool had me misschien niet gelukkig kunnen maken, ze hadden me wel de kunst van het liegen en manipuleren bijgebracht.

'Dus ik besefte dat het erg ondankbaar van me was me als Mentor terug te trekken,' besloot ik zacht.

Icarius klopte me goedmoedig op de schouder en glimlachte van oor tot oor, waardoor zijn gouden tanden des te meer leken te schitteren in het schemerige vertrek.

'Dus je wilt toch als Mentor optreden dit jaar?' vroeg een vrouw van de cameraploeg. Ze zat op het puntje van haar stoel en keek me gefascineerd aan.

'Ja,' zei ik luid en duidelijk. 'Ik wil mijn taak als Mentor opnieuw uitvoeren.'

'Fantastisch!' klonk het van vele kanten.

'We nemen na de Boete meteen een interview af!' schreeuwde een man luid en de anderen begonnen opgewonden te praten over de gebeurtenis. Inwendig knikte ik. Tot nu toe verliep alles volgens plan, maar nu zou ik me op glad ijs begeven. Alles hing af van de manier waarop ik het bracht.

'Ik wist wel dat we op jou konden rekenen, Mykel. De eer het District kwam in gevaar met die morfling als Mentor, maar nu wordt het een topjaar. Dat voel ik!'

Ik glimlachte om zijn enthousiasme en bereidde in gedachten mijn volgende woorden voor.

'Het Capitool heeft me al vaak geholpen,' begon ik. 'Jij bent één van mijn beste vrienden, Icarius.'

De Capitoolse man knikte gevleid en streek een paar gouden lokken uit zijn gebruinde gezicht.

'Je bent een man met veel aanzien,' vervolgde ik. 'Een man met enorm veel inspraak.'

Icarius deed zijn uiterste best er niet voldaan uit te zien, maar zijn ogen verrieden hem. De trots en ijdelheid stond er duidelijk in te lezen. Ik wist dat dit het moment was waarop ik moest toeslaan.

'En daarom, Icarius, omdat je de enige man bent die genoeg macht en aanzien heeft, wil ik je om een gunst vragen.'

Met twinkelende ogen keek hij me aan. 'Ik luister.'


Louis Hendreson (12) – Distrcit 3

Op het moment dat ik me vooroverboog en mijn vader bij zijn armen greep, sloeg de walgelijke geur van verschaalde alcohol me in het gezicht. Ik probeerde de stank te negeren en trok hem met alle kracht die ik bezat overeind. Mijn vader gromde boos, maar opende zijn ogen nog steeds niet.

Beatrice keek me vragend aan, en beschaamd knikte ik. Samen hesen we hem op de bank en vluchtig dekte ik hem toe met een oud lappendeken.

Er heerste een ongemakkelijke stilte tussen Beatrice en mij, al was het niet de eerste keer dat ze mijn vader in deze toestand aantrof. Toch schaamde ik me nog steeds. Ik zou willen dat mijn vader nog steeds de zorgzame man was die ooit een schommel voor zijn zoontje had getimmerd.

Maar alles was veranderd, en dat was mijn schuld.

'Waarom ga je niet weg, Louis? Je kan bij ons komen wonen,' had mijn vriendin eens gevraagd, nadat ik op een ochtend het huisje ontvlucht was en tevergeefs had geprobeerd de blauwe plekken op mijn pijnlijke gezicht voor haar te verbergen. Ik had verdrietig mijn hoofd geschud na het horen van haar lieve woorden. Ik kon mijn vader niet achterlaten. Het was tenslotte mijn schuld dat hij zijn toevlucht had gezocht tot de drank. Maar dat kon ik haar niet vertellen. Ze zou me haten om wat ik had gedaan. Ze zou me haten als ze wist dat ik een moordenaar was. Dat deed ik zelf ook.

'Laten we vertrekken,' zei ze zacht en ik ontwaakte uit mijn naargeestige herinneringen. Ze nam mijn hand in de hare en gaf er een bemoedigend kneepje in. Ik wierp nog een laatste blik op mijn slapende vader en verliet de duffe kamer. Samen met Beatrice begon ik aan de tocht naar het plein.

Het was een lange wandeling, maar toch niet lang genoeg. Het plein kwam schrikbarend snel in zicht en opeens stond ik al voor de inschrijvingstafel. Zenuwachtig noemde ik mijn naam en sloeg mijn blauwe ogen neer. De man die de namen controleerde bromde instemmend en gebaarde met zijn hand dat ik kon doorlopen naar het vak voor de twaalfjarigen.

'Alles komt goed, Louis!' fluisterde Beatrice in mijn oor en ze omhelsde me stevig. Ik sloeg mijn trillende armen om haar heen en hoopte dat ze gelijk had. Met een bemoedigende glimlach op haar kleine gezicht nam ze afscheid en liet me alleen.

Met trillende benen en bonzend hart vervolgde ik mijn eenzame wandeling naar het afgebakende stukje grond. Er stonden al heel wat jongens nerveus te wachten. Ik voegde me bij de massa en probeerde uit alle macht niet te denken aan de Spelen, maar het bange gezicht van Eleonora Fontain spookte opnieuw door mijn hoofd.

Wat als ik gekozen werd? Wat zou er dan gebeuren met mijn vader? Niemand zou voor hem zorgen of naar hem omkijken, want ik was de enige familie die hij had. Hij zou sterven van de honger en eenzaamheid, en het zou mijn schuld zijn. Net als mijn moeders dood.

'Goedemorgen meisjes en jongens! Welkom op de Boete van de 65e Hongerspelen!'

Verschrikt keek ik op naar het podium. De burgemeester werd geflankeerd door de vreemd uitziende districtbegeleider en Mykel Grening, een befaamde Winnaar en Mentor. Hij keek het plein rond en probeerde krampachtig een enthousiaste uitdrukking op zijn mollige gezicht tevoorschijn te toveren. Hij nam even een adempauze en begon toen het Verdrag van het Verraad voor te lezen. Hoewel het de eerste keer was dat ik meedeed aan de Boete, kende ik de woorden van het Verdrag al erg goed. Ik merkte dat niemand echt aandachtig luisterde en net als ik bloednerveus het verdere verloop van de Boete afwachtte. Toen de burgemeester zijn laatste lettergreep uitsprak en de Capitoolfilm werd getoond, was het zo rumoerig op het plein dat ik nauwelijks kon horen wat er werd gezegd.

Uiteindelijk was ook de film afgelopen en kwam de districtbegeleider naar voren. Met veerkrachtige passen liep hij naar de bol met de meisjesnamen en stak zijn hand erin. Ik kon bijna horen hoe duizenden meisjes hun adem inhielden en vervuld van angst wachtten op de verlossende woorden.

'De vrouwelijke Tribuut voor de 65e Hongerspelen is Philtre Stern!' riep hij uit en hij keek afwachtend naar het plein. Een klein, mager meisje stapte uit het vak van de dertienjarigen en liep met zichtbaar trillende benen naar het podium. Haar bruine haren omlijsten haar bleek geworden gezicht, maar konden niet verhullen dat er tranen in haar groene ogen stonden.

'Kom meisje, niet zo verlegen!' riep Icarius Flight enthousiast en hij trok het meisje het podium op. Ze struikelde bijna over haar eigen voeten en werd op het laatste moment opgevangen door de Mentor. Ze richtte zich op en keek haar redder recht in de ogen. De woede op haar bleke gezicht was schokkend, en dat die op Mykel Grening was gericht was nog schokkender. Het hele District aanbad hem toch?

'En dan nu de jongens!' doorbrak Icarius de geladen stilte op het podium. Door de vreemde reactie van het meisje was ik even afgeleid geweest, maar nu overviel de verlammende angst mij opnieuw. Ik beet zo hard op mijn lip dat ik bloed proefde. De districtbegeleider trok een sprintje naar de bol met jongensnamen en ving één enkel briefje in zijn hand. Met glinsterende pretlichtjes in zijn ogen vouwde hij het papiertje open en las de naam voor.

'Louis Hendreson!'

Alles leek zich vertraagd af te spelen. Als vanzelf zette ik mijn ene voet voor de andere en begon aan mijn tocht naar het podium. Maar mijn gedachten waren elders. Ik kon het niet bevatten. Ik was doodsbang geweest dat dit zou gebeuren, doodsbang dat mijn naam genoemd zou worden, maar nu voelde ik geen angst. Ik was verbijsterd.

Ik merkte niet hoe de districtbegeleider mij enthousiast het podium optrok en mijn hand schudde. Ik merkte zelfs niet dat er tranen over mijn bolle wangen liepen.

Dit kon toch niet waar zijn?


Philtre Stern (13) – District 3

Verdoofd staarde ik voor me uit. De muren leken te bewegen en op me af te komen. Ik sloeg mijn bevende handen voor mijn gezicht en probeerde de tranen tevergeefs terug te dwingen naar mijn ogen.

Ik moest naar de Spelen. Ik moest meedoen aan de Hongerspelen en mijn vader zou mijn Mentor zijn. Dit kon toch niet. Morgen zou alles toch goed worden? Morgen zou alles toch beter worden?

Maar nu was er geen morgen meer.

De deur vloog open en tante Cora kwam naar binnen rennen. Haar blonde haren wapperden achter haar aan toen ze op me afliep en me in haar beschermende armen sloot. Ik rook haar vertrouwde bloemige geur en klampte me uit alle macht aan haar vast.

'Stil meisje,' zei ze troostend en ze streelde mijn lange, bruine haren. 'Stil maar.'

Ik liet me door haar omhelzen en wilde haar nooit meer loslaten. Ze was de enige die naar me omgekeken had, de enige die om me gaf. En nu zou ik ook haar verliezen.

'Ik heb iets voor je meegebracht,' zei ze zacht en ze schoof haar zilveren armband om mijn dunne pols.

De deur vloog opnieuw open. Twee Vredebewakers grepen mijn tante bij haar armen en sleurden haar bij me vandaan. Wanhopig probeerde ik haar te bereiken, maar de deur sloeg voor mijn gezicht dicht en scheidde me voorgoed van tante Cora.

Ik zou haar nooit meer terugzien. Ik zou Rose nooit meer terugzien. Alleen mijn vader zou me begeleiden op deze laatste tocht. De haat vlamde opnieuw in me op toen ik aan hem dacht. Het leedvermaak op zijn gezicht was duidelijk zichtbaar geweest.

Hij was gelukkig omdat ik dood zou gaan. Gelukkig omdat zijn lastige dochter voor eeuwig het zwijgen zou worden opgelegd. Maar daar vergiste hij zich in.

De Hongerspelen zou ik niet kunnen winnen, maar de strijd met mijn vader wel.

Hij zou sterven, en ik zou hem rustig aankijken totdat het laatste restje levenslicht in zijn groene ogen was gedoofd.


Louis Hendreson (12) – District 3

Ik zou sterven. Binnen enkele weken zou ik een koud lijk zijn, en daar was niets aan te doen. De regels van de Spelen waren duidelijk en op winst hoefde ik niet te rekenen. Ik was maar een kleine jongen van twaalf, ik kon geen sterke en gemene Tributen vermoorden.

'Maar je hebt al eens iemand vermoord, Louis,' klonk een kwaadaardig stemmetje. Ik schudde mijn hoofd en probeerde het van me af te zetten, maar het lukte me niet. De verkoolde lichamen van mijn moeder en de Vredebewaker verschenen opnieuw voor mijn geestesoog. Maar toen had ik geen keuze gehad. De Vredebewaker had er mee gedreigd me naar een werkhuis te sturen als mijn ouders hun schulden aan hem niet konden terugbetalen. Ik had geen keuze gehad. Ik wilde alleen maar bij mijn moeder en vader blijven. Ik had geen keuze gehad, toch?

'Je hebt ze vermoord, Louis,' fluisterde het stemmetje weer. 'Je hebt je eigen moeder vermoord.'

De tranen sprongen in mijn ogen en wanhopig drukte ik mijn handen tegen mijn oren. Ik had niet geweten dat mijn moeder het huisje opnieuw was binnengaan. Ik had het niet geweten! Pas toen haar verkoolde lichaam naar buiten werd gedragen had ik beseft wat een gruwelijke fout ik had gemaakt. Ik had het niet geweten.

'Louis!' riep een beverige meisjesstem en ik voelde opeens twee armen om me heen.

Beatrice keek me met betraande ogen aan en snikte onophoudelijk. 'Je moet winnen, Louis,' zei ze.

Verdrietig schudde ik mijn hoofd. Ik kon niet winnen. Ik zou sterven, en dat wisten we allebei.

'Je kan alles met vuur! Misschien kan je...' begon ze wanhopig, maar ik wist dat ik dat niet zou kunnen. Ik wilde nooit meer zulke bloedstollende kreten horen, zelfs niet om mijn eigen leven te redden.

'Wil je iets voor me doen, Beatrice?' vroeg ik uiteindelijk zacht.

Het meisje knikte. 'Natuurlijk,' fluisterde ze.

'Wil je af en toe langsgaan bij mijn vader? Kijken of hij iets te eten heeft?' Ik zou de Spelen niet overleven, en mijn vader kon niet voor zichzelf zorgen. Ik kon niet ook zijn dood op mijn geweten hebben. Dit was iets wat ik goed moest doen.

Mijn vriendin knikte bevestigend en werd toen ruw de kamer uit gesleurd. Ze wierp me een laatste wanhopige blik toe en gooide me het medaillon dat ze steeds om haar hals droeg in de schoot. Dankbaar ving ik het op en klemde het keinood in mijn bevende handen. Moedeloos zakte ik in elkaar en plofte neer op de enige stoel in het vertrek.

'Het spijt me, moeder,' fluisterde ik tegen de lucht, en verdoofd sloot ik mijn ogen.


En Boete 3! Ik wil me meteen ook verontschuldigen voor de wat latere update. De laatste dagen zijn nogal hectisch en druk geweest, en ik ben sinds vorige week ook begonnen met het uitschrijven van een eigen verhaal. Dus ik had wat minder tijd om aan dit verhaal te werken, maar goed, dit terzijde. Natuurlijk ben ik heel benieuwd wat jullie van de twee nieuwe Tributen vinden! Dus laat alsjeblieft een review achter! :)

Bij dit hoofdstuk wil ik Serenetie-Ishida en Tiger Outsider heel erg bedanken voor het bedenken van deze personages! Ze zijn misschien wat anders uitgevallen dan jullie, en ikzelf ook, eerst hadden gedacht, maar ik hoop dat jullie ze leuk vinden! Ook wil ik Jade Lammourgy en LeviAntonius bedanken voor hun grote hulp bij het uitwerken van Philtres achtergrondverhaal! En uiteraard gaat mijn grote dank ook uit naar iedereen die een review heeft geplaatst met eventuele tips en opmerkingen! Dank jullie wel allemaal!

Dan nog een korte opmerking: Er is nog één plaatsje vrij in de Tributenlijst! (De jongen uit D12) Dus allen daarheen ;)

Dan rest mij niets anders dan...

De Puntentelling

Azmidske87: 19
Jade Lammourgy: 19
LeviAntonius: 19
Serenetie – Ishida: 18
MadeBy Mel: 17
Indontknow: 15
Livingtreetrunk: 14
Lyannen: 14
Tiger Outsider: 14
MyWeirdWorld: 13
evalovespeeta: 10
Strawberrychickk: 10
Zacksteel: 10
SirWalshingham: 8
Greendiamond123: 6
leakingpenholder: 6

Ik geloof dat alles juist is, maar als je een foutje opmerkt, laat het dan zeker weten!

Tot bij de volgende Boete! En ik beloof plechtig dat ik mijn uiterste best zal doen deze keer sneller te posten.

Marie :)