Boete District 5

Erom Castaye (15) – District 5

Met haar slanke vingers om de verfpenseel gekruld staarde ze me aan. Haar ogen keken recht in de mijne en archiveerden elk minuscuul detail. Met een frons van concentratie op haar voorhoofd boog ze zich voorover en plaatste de penseel op het vlekkeloze doek.

Vertederd sloeg ik haar gade. Het glimlachje dat steeds om haar lippen speelde als ze aan het schilderen was, ontging me ook deze keer niet. Af en toe streek ze met haar hand een paar lokken van haar zwarte haren achter haar oor. Haar ogen bleven echter onafgebroken op het kunstwerk gericht.

Ik wilde dat we zo eeuwig konden blijven zitten.

'Het is klaar, Erom,' zei ze met zachte stem. Ze stond op en liep naar me toe. Ik legde mijn hand in de hare en gaf er een dankbaar kneepje in, alvorens naar haar schilderij te kijken.

Mijn eigen ogen staarden me aan. Ik wist niet hoe ze het gedaan had, maar Gaille was er in geslaagd de regenboogkleurige vlekjes in mijn groene ogen perfect na te bootsen. Vol bewondering keek ik naar het doek en omhelsde mijn vriendin stevig. 'Het is prachtig,' fluisterde ik waarheidsgetrouw.

Het meisje glimlachte verlegen en boog haar hoofd. 'Het zijn jouw ogen.'

'Het is jouw schilderij,' repliceerde ik vriendelijk.

We keken elkaar even aan en lachten toen beiden. Ik hielp Gaille bij het opbergen van haar verfspullen en spoelde haar gebruikte penselen zorgvuldig schoon.

'Zullen we gaan ontbijten?' stelde Gaille voor toen de atelierkamer er weer netjes uitzag. Ik scheurde mijn blik los van de witte vleugelpiano en concentreerde me op het fragiel ogende meisje.

'Ja, dat is goed,' zei ik verstrooid. Gaille had echter gezien waarnaar ik keek en toverde een lief glimlachje tevoorschijn op haar fijne gezicht. Ze knikte. 'Zou je nog iets voor me willen spelen?'

Zonder verder nog te aarzelen liep ik naar het prachtige muziekinstrument en nam plaats op het lederen pianokrukje. Voorzichtig liet ik mijn handen op de toetsen neerdalen. Mijn vaardige vingers raakten het vertrouwde klavier aan en liefkoosden de textuur van de koele toetsen.

Ik nam een aantal keren diep adem en liet mijn longen volstromen met zuurstof. Mijn ogen waren gesloten, want ik wilde me enkel nog focussen op de muziek die weldra uit het instrument zou weerklinken.

Ik begon te spelen. De kamer was vervuld van de prachtige pianoklanken. De tijd leek niet langer te bestaan terwijl de melodieën uit mijn vingers vloeiden. Ik speelde totdat mijn hoofd leeg was en mijn handen vermoeid raakten.

Een zachte snik trok mijn aandacht. Als ik niet over zo'n goede zintuigen had beschikt, was het me hoogstwaarschijnlijk ontgaan. Maar mij ontging niet veel. Zeker niet als het Gaille was die huilde.

Snel opende ik mijn ogen en stond op van het krukje. Gaille zat op de grond, met haar beide armen om haar knieën geslagen. Ze wiegde zachtjes heen en weer terwijl de zoute tranen over haar wangen liepen.

'Gaille?' vroeg ik aarzelend. 'Gaat het wel?' Ik ging voorzichtig naast haar zitten en legde mijn hand op haar arm. Met betraande ogen keek ze naar me op. Ze beefde nog steeds.

'Het is zo mooi, Erom,' fluisterde ze zachtjes. 'Zo mooi dat ik ervan moet huilen.'

Ik sloeg mijn armen beschermend om haar heen. 'Het spijt me. Ik wilde je niet verdrietig maken.'

Gaille wreef de tranen uit haar ogen en liet haar hoofd op mijn schouder rusten. 'Je maakt me niet verdrietig, Erom. Als jij muziek speelt, voel ik me vrij. Maar dan besef ik weer dat ik niet vrij ben, en dat maakt me aan het huilen.'

Ik knikte begrijpend bij het horen van haar woorden. Net als Gaille was ook ik niet vrij om te gaan en staan waar ik wilde. Althans, niet tot de tijd dat ik meerderjarig zou worden. Ik wist het niet zeker, maar uit de meest recente gesprekken met dokter Elm Herwin leidde ik af dat hij ervan uitging dat mijn toestand stabiliseerde. Misschien achtte hij me binnenkort in staat alleen te gaan wonen, in de echte wereld.

'Die dag komt nog, dat beloof ik.'

Het meisje slikte haar laatste tranen in en stond op. 'Ik heb honger,' mompelde ze verstrooid.

Samen liepen we de atelierkamer uit en de gang op. Verder was er niemand in de gangen. Alle andere patiënten zaten waarschijnlijk al in de eetkamer. In stilte vervolgden we onze weg.

'Erom? Ik had graag nog even met je gesproken.' Ik keek om me heen en zag dokter Herwin in de geopende deur van zijn kantoortje staan. Zijn zwarte bril wiebelde op het puntje van zijn neus.

Ik keek van Gaille naar de dokter en zuchtte hoorbaar. 'Ik wilde eigenlijk eerst ontbijten.'

De dokter keek me peinzend aan. 'Het is belangrijk.'

Zoals steeds liet ik me overhalen en stemde in met zijn voorstel. Ik deed het liever vrijwillig dan eerst een hoop problemen te veroorzaken.

'Tot straks, Gaille.'

'Tot straks,' fluisterde ze terug, en ze hervatte met afhangende schouders haar tocht naar de eetzaal.

Ik keek haar nog even droevig na en liep toen het kantoortje van de dokter binnen.

'Ga zitten, Erom,' zei de arts beleefd. Zoals steeds koos ik de rechterstoel en wierp een snelle blik door het raam. De verzorgde, ommuurde tuin van het instituut herinnerde me er steevast aan dat ik niet thuishoorde in de gewone maatschappij.

Ik scheurde mijn blik los van de bomen en groene vijver en richtte mijn volle aandacht op de man die tegenover me zat. Omdat ik al ontelbare keren in zijn ogen had gekeken, wist ik meteen dat hij zich zorgen maakte. Om mij? Dat zou ik allicht snel te weten komen.

'Hoe gaat het met je?' opende hij als vanouds het gesprek. Ik wist dat hij elk woord dat ik nu zou uitspreken zou analyseren en opschrijven. Hij hield zijn pen al in de aanslag.

'Goed,' zei ik wat aarzelend. 'Ik heb net nog een beetje piano kunnen spelen.' Zijn pen kraste over het papier en door zijn gehaaste gekribbel ontstonden er enkele inktvlekken op het beschreven blad.

'Heb je de laatste week nog last gehad van kleurwisselingen? ging hij verder, me aandachtig bestuderend. Zoals steeds voelde ik me erg klein en naakt onder zijn blik. Ik schraapte mijn keel.

'Nee, mijn laatste wissel is al een maand geleden. Het werd uitgelokt door de acute achteruitgang van Douglas. Ik was van streek.'

De man knikte. Dit was niet nieuw voor hem. 'Goed, Erom.'

Ik wachtte in stilte af en begon me een beetje zorgen te maken. Opnieuw vroeg ik me af waarom hij me nu had willen spreken. Hij zag me toch al wekelijks bij het consult.

'Weet je welke dag het vandaag is?' vroeg hij opeens. Ik schrok op uit mijn gedachten en probeerde me te herinneren welke dag het was. Doordat we zo afgesloten van de buitenwereld leefden, hield ik nog nauwelijks rekening met dergelijke zaken. Zulke dingen waren niet relevant in een psychiatrische instelling.

'Woensdag?' deed ik een gokje.

De dokter keek me bezorgd aan. 'Het is vandaag Boetedag, Erom,' zei hij langzaam en duidelijk.

Boete. Vandaag was het weer tijd voor de Boete. Ik had er helemaal niet bij stilgestaan. Ik voelde hoe mijn spieren zich spanden en mijn ademhaling versnelde. Mijn hoofd deed verschrikkelijk veel pijn. Ik balde mijn handen ineen tot vuisten en klemde mijn kaken op elkaar. Ik besefte niet dat ik was opgestaan van de stoel.

'Erom?' hoorde ik vaag. 'Wil je terug gaan zitten? Erom?'

Opeens kreeg de kamer een oranjekleurige gloed. De omgevingsgeluiden knalden mijn oren binnen. Ik hoorde hoe twee verdiepingen lager een deur werd dichtgedaan. Buiten tsjirpte een merel een vrolijk wijsje. Ik luisterde er verstrooid naar.

'Erom?' klonk het weer. Deze keer keek ik op en reageerde op mijn naam.

'Ja?'

'Vandaag is het Boete, weet je dat nog?'

Ik keek de dokter hooghartig aan. 'Ja, en?'

'Zal je proberen rustig te blijven tijdens de loting?'

Ik keek hem enigszins schamper aan. 'Ik hoop dat ik gekozen word! Stel je voor, wat een avontuur!' Ik maakte een enthousiaste beweging met mijn armen en glimlachte voluit.

'Oranje,' mompelde dokter Herwin zacht en hij noteerde iets in zijn schrift. Ik hechtte er echter geen belang aan en stormde de kamer uit. Wandelen ging me te langzaam, dus rende ik naar de eetzaal en zocht er de menigte af naar Gaille. De oorverdovende geluiden kwamen als een stortvloed over me heen gespoeld, maar ik schonk er geen aandacht aan en liep verder.

'Gaille!' riep ik luid. 'Gaille! Vandaag is het Boetedag! Ik zou de Spelen kunnen winnen, denk je niet? Ja toch!'

Het meisje draaide haar hoofd om en keek me aan. Bij het zien van mijn enthousiaste glimlach verbleekte ze zichtbaar.

'Oranje,' fluisterde ze heel stil, maar ik hoorde het toch.


Victa Condro (15) – District 5

'Victa, schat, kom je even?' klonk mijn moeders stem in de trappenhal. Ik scheurde mijn blik los van het grote televisiescherm en wenkte met een ongeduldig gebaar de dienstmeid.

'Juffrouw Condro?' vroeg de mollige vrouw beleefd.

Ik keek haar even aan en richtte mijn blik alweer op het scherm. 'Zeg tegen mijn moeder dat ik druk bezig ben. Ik zal straks bij haar komen.' Ik zond haar met een karig knikje de kamer uit en zuchtte geërgerd toen bleek dat ik de belangrijkste passage van de aflevering had gemist.

Geconcentreerd spoelde ik terug en hervatte mijn observatie.

De jonge vrouw spande de spieren in haar arm en slingerde met enorme kracht de bijl weg. Het moorddadige wapen belandde recht in het hart van de stropop. Ik spoelde nogmaals terug en bekeek nauwkeurig haar werppositie.

Mijn vijftienjarige moeder zag er knap en sterk uit. Ik wist dat ze maar twee jaar tijd had gehad om te trainen alvorens deel te nemen aan de Spelen. Maar het was genoeg geweest. Net als mijn vader was ze gewonnen door gebruik te maken van fysieke kracht en goede bondgenoten.

Er werd zacht op de deur geklopt. Zuchtend stond ik op van de bank en liet mijn moeder binnen.

'Victa, we moeten vertrekken,' zei ze bijna meteen. Ze wierp een snelle blik op het televisiescherm en lachte weemoedig bij het zien van de jongere versie van zichzelf.

'Die trainingssessie heb je toch al gezien?' vroeg ze verstrooid.

Ik knikte. 'Ik bekeek de werptechniek.'

Mijn moeder woelde even door mijn goudblonde haren, iets wat ze nog steeds niet was afgeleerd, en keek me liefdevol aan. 'Vandaag zijn er wel belangrijkere dingen te doen, schat.' Haar ogen lichtten op en ik kreeg meteen een slecht voorgevoel.

'Trin?' vroeg ik vermoeid.

Clara Condro keek me ietwat vermanend aan. 'Hij is een leuke jongen, Victa.'

'Ja, maar dat betekent niet dat ik – ' begon ik geërgerd, maar mijn moeder onderbrak me met een scheef lachje en hield me mijn Boetekledij voor. Het rode, met robijnen afgezette jurkje zag er prachtig uit. Berustend nam ik het aan en streelde de satijnen stof. 'Ik ben zo klaar,' zei ik zacht.

Tevreden glimlachend liep mijn moeder de kamer uit en sloot de deur achter zich. Ik zette de televisie uit, trok mijn alledaagse kledij uit en wurmde me in het peperdure jurkje. De stof gladstrijkend liep ik naar de ingebouwde spiegelkast en bewonderde het resultaat.

Ik zag er mooi uit. Precies zoals een dochter van twee Winnaars er uit hoorde te zien.

Snel pakte ik mijn met kralen bestikte tasje en schoof mijn kleine voeten in de zwarte lakschoentjes.

Beneden gekomen wachtte ik totdat mijn ouders klaar waren om te vertrekken.

'Oh Victa! Je ziet er prachtig uit,' kirde mijn moeder van zodra ze me zag. Zelf was ze gehuld in een lavendelkleurige jurk met franjes aan de mouwen. Mijn vader volgde zijn echtgenote op de voet en wierp een korte blik ik mijn richting. Hij droeg een zwart maatpak en bijpassende das. Neutraal knikte hij me toe. 'We moeten vertrekken.'

Samen met mijn ouders liep ik onze luxueuze villa uit en betrad de schoon geveegde straten van de Winnaarswijk. De bomen en planten zagen er goed onderhouden uit, alsook de grasperkjes die her en der verspreid waren en mooi contrasteerden met de grauwe, asfaltkleurige straten.

De meeste villa's stonden er verlaten en doods bij. Ik wist dat er nog nauwelijks vier van de twaalf huizen bewoond waren. Binnenkort zou District vijf er echter een Winnares bij krijgen. Daar zou ik persoonlijk voor zorgen.

Zoals steeds werden er vele hoofden in onze richting gedraaid. De meesten keken snel weg, maar de enkelen die dat niet deden konden de uitdrukking van haat en minachting niet goed verbergen. Ik wist dat mijn familie net geliefd was. District vijf beschouwde het haast als verraad om te vrijwilligen tijdens de Boete. Hun respect en waardering zou ik alvast niet krijgen, maar dat deerde me ook niet. De enige goedkeuring die ik nodig had, was die van mijn vader.

Uiteindelijk bereikten we de statige woning van de burgemeester en diens familie. Xam Condro klopte kordaat op de deur en toverde alvast een vriendelijke glimlach tevoorschijn op zijn gezicht. Mijn moeder en ik imiteerden zijn uitdrukking en wachten geduldig af.

Na slechts enkele tellen werd de deur geopend. De jonge vrouw liet ons met respectvol gebogen hoofd binnen en verzocht ons te wachten in de inkomhal. Ik nam plaats op één van de comfortabel ogende fauteuils en staarde ietwat verveeld voor me uit.

'Hoi Victa! Wat een mooie jurk,' begroette Trin me vriendelijk en bij drukte een zedige kus op mijn linkerwang. Ik glimlachte hem toe en complimenteerde hem met zijn knappe voorkomen.

'Zullen we alvast naar het plein vertrekken?' stelde de jongeman voor, en galant bood hij me zijn arm aan. Ik stond op uit de fauteuil en keek hem verbaasd aan.

'Moeten we niet blijven voor het interview?' vroeg ik verward.

Trins blauwe ogen kregen een vrolijke glans. Hij grijnsde. 'Dit jaar zal het Capitool tevreden moeten zijn met enkel jouw ouders en de burgemeester.'

Nonchalant haalde ik mijn schouders op. Mijn moeder keek goedkeurend onze kant uit en knipoogde overdreven. Ik schonk haar een dodelijke blik en zuchtte. Trin was een aardige jongen, en ik zou nooit enige luxe tekort komen als ik met hem zou trouwen. Dat idee beviel me wel.

Maar ik was niet verliefd op hem, en hij niet op mij.

'Komt Cilla ook?' vroeg ik om mezelf even af te leiden. Mijn vriendin leek het erg vervelend te vinden dat mijn ouders besloten hadden me aan haar broer te koppelen. Ze had het dan ook tot haar persoonlijke missie uitgeroepen ons overal te vergezellen.

'Cilla komt later wel,' zei Trin. Hij keek me veelbetekenend aan en voor het eerst besefte ik dat hij me echt onder vier ogen wilde spreken. Boos om mijn eigen domheid knikte ik hem toe en volgde hem naar buiten. Toen ik mijn vader passeerde probeerde ik zijn blik te vangen, maar zijn grote ogen waren strak op Trin gericht. Trin, de zoon die hij nooit gekregen had, maar altijd had gewild.

Gefrustreerd liep ik naar de deur en gooide die open.

Mijn vader wilde dat ik een jongen was die de Spelen zou winnen, en mijn moeder hoopte dat ik nog steeds haar kleine meisje was. Wanneer zouden ze eens rekening gaan houden met wat ik wilde?


Erom Castaye (15) – District 5

'Heb je de wapenvoorraad al gecontroleerd, soldaat?' klonk zijn krakerige stem verontrust. Ik keek hem glimlachend aan en knikte bevestigend. Het was nutteloos Douglas eraan te herinneren dat de oorlog met het Capitool reeds lang tot het verleden behoorde.

De oude man knikte goedkeurend. 'Goed zo, soldaat. Hoe heet je ook alweer?'

'Erom,' zei ik vrolijk, en ik stond op van mijn stoel. Er gierde te veel energie door mijn lijf om stil te blijven zitten. Ik ijsbeerde door het kleine kamertje van Douglas en wierp een vluchtige blik in zijn kleine wandspiegel. Zoals alles zag ook mijn gezicht er vreemd oranjekleurig uit.

Zorgvuldig kamde ik mijn bruine, warrige haren met mijn vingers en bekeek het resultaat. Op deze manier zag ik er best goed uit, stelde ik tevreden vast.

Mijn oren spitsten zich toen er in de verte een geluid weerklonk. Rennende voetstappen, meende ik. Afwezig vroeg ik me af of ze me aan het zoeken waren. Nadat dokter Herwin had geprobeerd me tot kalmte te manen, was ik op volle snelheid naar de kamer van Douglas gerend.

'Erom?'

Ik keek om. Hoewel het nauwelijks hoorbaar was geweest, had ik het geluid meteen opgevangen.

'Douglas?' repliceerde ik, en ik nam plaats op de bank. Onrustig schoof ik mijn benen heen en weer.

'Kijk me eens aan, jongen,' kraste hij zachtjes. Ik besefte meteen dat hij weer in het hier en nu leefde. Zijn kakkerlakbruine ogen leken helderder dan ooit.

'Je mag het niet doen, Erom. Je bent jezelf niet.'

Onbekommerd wuifde ik zijn opmerking weg.

'Het Capitool heeft mijn dochter vermoord,' vervolgde hij. 'Ik wil niet dat ze nu ook mijn kleinzoon te pakken krijgen.' Hij keek me indringend aan.

'Uw kleinzoon?' herhaalde ik vragend. 'Heeft u een kleinzoon?'

Douglas knikte me toe. 'Mijn kleinzoon. Een prachtige jongeman. Hij speelt mooiere muziek dan je ooit hebt gehoord.'

Spontaan omhelsde ik de oude man. 'Ik moet gaan, Douglas. Eindelijk weer eens naar buiten! Ik kan niet wachten om het District weer te zien!'

Samen met de andere minderjarige patiënten wachtte ik in de hal totdat dokter Herwin en enkele zusters klaar waren om ons te begeleiden naar het plein. Op de gezichten van de meeste kinderen was angst en spanning te lezen. Mijn glimlach stak scherp af tegen hun opeen geklemde lippen.

Gaille kwam naar me toe en keek me haast smekend aan. 'Erom,' begon ze zacht. 'Probeer je te concentreren. Je weet wat er aan de hand is. Er is een wissel gebeurd. Concentreer je. Het is heel belangrijk!'

Ongeduldig liep ik bij haar vandaan. Soms was Gaille erg vervelend en haast vermoeiend. Ik wist zelf toch wel wat ik moest doen?

Niet veel later arriveerde dokter Herwin en verlieten we gezamenlijk het kleurloze gebouw. Met huppelde pas doorkruiste ik de straten van District vijf. Het psychiatrische ziekenhuis was op een afgelegen plaats gebouwd, maar na iets meer dan een kwartier bevonden we ons in het meer bewoonde deel van de stad. De meeste huizen zagen er klein en bouwvallig uit, en ik besefte dat mijn ouders en zusje ook in zo'n hut woonden. Mijn herinneringen aan mijn familie waren vervaagd in de loop der jaren, maar rijk waren we niet geweest. Dat wist ik nog wel. Ze hadden blijkbaar niets eens genoeg geld om me te komen opzoeken in het instituut. De brieven van mijn zusje Elya waren het enige wat me nog met hen verbond.

Heel wat passanten wierpen vreemde blikken op ons gezelschap. Enkelen keken gauw weg en liepen zo snel mogelijk bij ons vandaan, alsof we allemaal aan een besmettelijke ziekte leden. Ietwat hooghartig richtte ik mijn blik op een voorbijganger.

'Gaille zei dat je piano had gespeeld,' zei een zachte stem opeens. Ik keek opzij en richtte mijn vreemde ogen op de mollige zuster die naast me liep. Haar rode krullen dansten vrolijk om haar ronde gezicht. De uitdrukking op Mallies gezicht was echter allesbehalve vrolijk.

Ik haalde nonchalant mijn schouders op. 'Ze vroeg of ik wat wilde spelen. Het was heel goed.'

Mallie glimlachte toegeeflijk. 'Dat geloof ik graag, Erom.'

'Is het nog ver?' onderbrak ik haar ongeduldig. Ik kon werkelijk niet wachten totdat de Boete zou beginnen. De Boete, en daarmee ook mijn grote avontuur. De anderen mochten dan denken dat ik het niet kon, ik wist wel beter. Ik was er klaar voor.

Uiteindelijk bereikten we het plein. Angstig schoven de kinderen één voor één naar de inschrijvingstafel om gecontroleerd te worden. Ik zag hoe ook Gaille zich inschreef, alvorens een wanhopige blik in mijn richting te werpen. Er biggelde een enkele traan in haar rechterooghoek.

Opgewekt noemde ik mijn naam en liep naar mijn aangewezen vak. Ik sloeg ongeduldig Mallies ondersteunde arm weg en wrong me door de menigte jongeren heen.

Het podium zag er erg imposant uit. De burgemeester keek de menigte rond en nam het woord. Zijn zware stem schalde over het plein en maande iedereen tot stilte. Na de gebruikelijke verwelkoming en het voorlezen van het Verdrag, zette hij een stapje terug. Het grote scherm werd gevuld met beelden over de Donkere Dagen. Het was de eerste keer dat ik de beelden écht zag, dat ik de adrenaline door mijn lichaam voelde pompen en de behoefte voelde me in het strijdgewoel te mengen. De geluiden van instortende gebouwen en huilende mensen waren oorverdovend, maar ik hield ervan. Ze waren als een belofte voor avontuur.

'Welkom jongens en meisjes!' riep de Districtbegeleider kordaat door de microfoon. Ik herkende de man van vorig jaar, al was hij niet meteen een opmerkelijk figuur. Zijn zwarte haren hingen futloos langs zijn hoekige gezicht en benadrukten de bleekheid van zijn gerimpelde huid. Het meest flamboyante aan hem was allicht zijn hemd, dat zilverkleurig was en het zonlicht reflecteerde.

'Dames gaan voor,' zei hij neutraal en zonder merkbare emotie in zijn stem. Hij wandelde met vaste tred naar de Boetebol van de meisjes en trok er handig een enkel briefje uit.

'Victa Condro!' sprak hij luid en duidelijk. Een vrij klein, vijftienjarig meisje met goudblonde haren betrad het podium. In haar blauwe ogen stond niet zozeer angst, als wel verwarring te lezen. Alsof ze dit gewoon niet goed begreep. Uiteindelijk leek ze zich te vermannen en glimlachte ze een charmante glimlach naar het publiek.

Ik besteedde echter geen aandacht aan haar. Ik wist dat het elk moment kon gebeuren. Weldra zou de jongenstribuut gekozen worden. Een fortuinlijke jongeman die het avontuur mocht aangaan! Ik wist dat ik het zou kunnen. Ik was er klaar voor.

'De heren dan maar,' ging Agmenos Sylre verder. Hij liep naar de jongensbol, trok er een dichtgevouwen briefje uit en opende het zorgvuldig. 'Fintan Clark!'

Na enkele tellen verscheen er een jongeman op het podium. Hij zag er groot en fors gebouwd uit, maar zijn ogen stonden desondanks bedroefd en angstig. Ik benijdde hem. Hij kreeg weldra een kans zich te bewijzen in de wijde wereld, en ik werd weer opgesloten in het instituut.

Ik wist wat me te doen stond.

'Ik bied me aan als vrijwilliger,' schreeuwde ik zelfverzekerd. Het werd doodstil op het plein. Alle ogen waren op mij, een grote, magere jongen met een slobberige trui en warrige haren, gericht. De stilte duurde voort, totdat een hoge meisjesstem begon te gillen. Ik wist meteen wie het was.

Gaille.

Ik kon me daar nu echter geen zorgen om maken. Vastberaden sloot ik mijn oren af van haar oorverdovende gehuil en richtte mijn ogen op het, tevens oranjekleurige, podium. Ik begon aan mijn tocht, mijn tocht naar de toekomst.


Victa Condro (15) – District 5

Trin liep stevig door. Ik volgde hem op de voet en probeerde nog steeds te achterhalen waarom hij me wilde spreken. Echt diepgaande gesprekken hadden we nog nooit gevoerd.

'Victa, ik weet wat je wilt doen,' verbrak hij de geladen stilte. Hij bleef abrupt staan en trok me in de schaduw van een oude eik. Op deze manier zouden toevallige passanten ons allicht niet opmerken.

Verbaasd keek ik hem aan. Ik had werkelijk geen idee waar hij op doelde. 'Wat bedoel je?'

De knappe jongeman zuchtte demonstratief en streek gefrustreerd door zijn donkere haren. Hij keek recht in mijn blauwe ogen en haalde diep adem. 'Je wilt je als vrijwilliger aanbieden,' zei hij gespannen.

'Ja? En? Dat wist je toch al,' merk ik nonchalant op, en ik hervatte mijn wandeling. Ik had gedacht dat hij iets belangrijks te melden had gehad, maar blijkbaar had ik me vergist.

'Je bent nog maar vijftien! De Beroepstributen zijn allemaal ouder en – '

'Ik ga het niet nu doen,' onderbrak ik hem geërgerd. 'Ik wil me optimaal kunnen voorbereiden.'

Trin zuchtte gelaten. 'Maar waarom toch?'

'Omdat ik wil winnen, natuurlijk.'

'Ik bedoel: waarom wil je deelnemen?'

Ongelovig keek ik hem aan. Ik dacht toch echt dat hij me beter kende dan dit. Ik trainde al jarenlang voor de Spelen. Mijn ouders hadden zelfs een speciale trainingsruimte geïnstalleerd in onze villa, want in tegenstelling tot de Beroepsdistricten hadden wij niet de luxe over een openbare trainingszaal te beschikken.

Ik wist dat de Spelen winnen de enige manier was waarop ik mijn vaders vergeving kon verkrijgen. Hij zou me dan eindelijk vergeven dat ik een meisje was, en misschien zelfs van me gaan houden. Al moest ik toegeven dat dat lang niet meer de enige reden was waarom ik wilde vrijwilligen. Ik wilde die Arena in, zoals mijn moeder. Ik wilde de strijd op leven en dood aangaan, heel Panem laten zien hoe precies ik kon werpen met een bijl of mes.

'Het is mijn lot,' antwoordde ik kort. Ik versnelde mijn pas en hoopte dat Trin erover zou ophouden. Dat bleek ijdele hoop te zijn, want gedurende de korte wandeling naar het plein praatte hij aan een stuk door. Ik moest al mijn bestaande zelfbeheersing aanspreken om hem niet aan te vliegen. Normaal gezien was hij goed te verdragen, alleszins beter dan de meeste jongens van zijn leeftijd, maar nu daalde hij razendsnel in mijn achting. Verstrooid vroeg ik me af of mijn moeder hier iets mee te maken had.

'Je weet dat ze willen dat we trouwen,' zei hij onverwachts. 'Onze ouders.'

Ik fronste mijn wenkbrauwen. 'Jammer dan.' Ik keek Trin niet aan en zag bijgevolg niet dat zijn ogen een gekwetste glans kregen. Het kon me ook niet zoveel schelen, mijn ouders zouden wel van gedachten veranderen als ik de Spelen zou winnen.

'We zijn de twee rijkste jongeren uit District vijf, Victa,' zei hij zachter. 'Het is logisch dat – '

'Ik ga me inschrijven,' onderbrak ik hem onbeleefd. Zonder nog naar hem om te kijken liep ik naar de Vredebewaker en noemde mijn naam en leeftijd. Hij controleerde de gegevens op zijn lijst en gaf met een kort knikje te kennen dat ik mocht doorlopen.

Het vak van de vijftienjarige meisjes was als vanouds gevuld met een hele meute arme, uitgehongerde kinderen. Ik zag hoe twee meisjes hun best deden de moddervlekken van elkaars jurkje te verwijderen en glimlachte smalend. Op zulke momenten was het fijn om rijk te zijn. Of eigenlijk vond ik dat altijd wel prima.

Mijn eigen smetteloze uiterlijk deed heel wat jaloerse blikken verschijnen, maar ik schonk niet de minste aandacht aan mijn onnozele leeftijdsgenoten. Mijn ogen waren te druk bezig met het uitkammen van de menigte, op zoek naar Cilla.

'Hier ben je!' zei ze opgelucht en ze kuste me op beide wangen. Ik wierp haar een vriendelijke blik toe en bewonderde haar zomerse outfit. Net als ik zag ze er erg mooi en verzorgd uit.

'Hoe verliep je gesprek met Trin?' vroeg ze zacht.

Verontwaardigd keek ik haar aan. 'Wist je het?' zei ik met toegeknepen ogen.

'Het is mijn broer, hoor. We wonen in hetzelfde huis,' antwoordde ze onschuldig.

Mijn ogen staarden haar nog steeds verwijtend aan. 'Trin deed raar.'

'Hij is verliefd op je, Victa.'

Verbaasd knipperde ik met mijn ogen. Ik was er altijd van overtuigd geweest dat Trin en ik dezelfde gevoelens deelden, of eerder het gebrek daaraan. Wat mijn vriendin nu zei sloeg nergens op.

'Nee, dat is niet zo,' protesteerde ik zwakjes.

Cilla glimlachte een geheimzinnig lachje en zei er verder niets meer over. Ik besloot er niet langer over na te denken en richtte mijn volle aandacht op het podium. Trins vader verwelkomde de burgers van District vijf en schonk een snelle glimlach aan de vijftienjarige meisjes. Cilla grijnsde.

Agmenos Sylre nam het woord en zag er alweer bijzonder saai uit. Ik haatte onze Districtbegeleider hartgrondig. Bijna alle andere Districten hadden een jonge, knappe verschijning, maar wij werden aan ons lot over gelaten. Gefrustreerd vroeg ik me af wanneer ze de oude man eindelijk eens zouden vervangen.

Agmenos liep naar de meisjesbol en trok er zonder veel omhaal een briefje uit. Ik bekeek het verkreukelde papiertje een beetje afgunstig. Maar ik wist dat mijn tijd nog zou komen. Ik moest gewoon nog wat geduld hebben.

'Victa Condro!' klonk het door alle luidsprekers. Stomverbaasd bleef ik staan. Cilla keek me aan, maar wist blijkbaar ook niet wat ze moest zeggen. Langzaamaan wandelde ik naar het podium. Emoties flitsten voorbij en overrompelden me volledig. Ik was verrast, maar vooral boos. Dit had ik niet gepland. Ik had nog niet voldoende getraind.

Knarsetandend om de wreedheid van het lot beklom ik de verhoging en staarde voor me uit. Ik was nog niet klaar. Dit waren mijn Spelen niet. Het was te vroeg.

Opeens besefte ik dat heel Panem me te zien zou krijgen. Ik sloot mijn verbitterde gedachten af en toverde een vastberaden uitdrukking tevoorschijn op mijn knappe gezicht.


Erom Castaye (15) – District 5

Paniekerig worstelde ik me los uit de sterke greep van de Vredebewakers. Ze duwden me een kleine kamer binnen en sloten de ijzeren deur. Adrenaline joeg door mijn aderen. Ik liep heen en weer door de kamer en deed moeite mijn schreeuw om hulp binnen te houden.

Uiteindelijk werd de spanning me te veel en plofte ik neer op de grond. Ik sloeg mijn beide armen om me heen en wiegde zachtjes heen en weer, net zoals Gaille dat altijd deed.

Gaille. Ze had me proberen beschermen. Ze had me gewaarschuwd.

Wat had ik in hemelsnaam gedaan?

Doodsangst overmande me. Mijn hartslag versnelde en mijn ademhaling werd kort en onregelmatig.

Op het moment dat ik mijn ogen sloot om de wereld te vergeten, werd de deur geopend.

'Erom!' huilde het meisje smekend, en ze rende op me af. Automatisch opende ik mijn armen en ving haar op. Troostend streek ik door haar zwarte haren.

'Het spijt me, Gaille. Het spijt me zo,' herhaalde ik keer op keer, maar ik wist dat mijn spijt te laat kwam. Het was onmogelijk de tijd terug te draaien.

'Het is niet jouw schuld. Je was gewisseld van persoonlijkheid. Dokter Herwin zei dat het door de stress kwam.' Ze huilde nog steeds en klampte zich wanhopig aan me vast.

'Ja, maar waarom toch Oranje? Waarom niet één van mijn rustige persoonlijkheden? Geel misschien,' zei ik verslagen. Het verdriet om Gaille overstemde alles. Ik wilde haar niet achterlaten. Ze had me nodig, en ik haar. We hadden elkaar steeds door de moeilijke momenten heen geholpen.

Enkele minuten zaten we daar, in stilte verbonden door onze tranen.

'Ik... Ik heb iets voor je, Erom,' fluisterde ze zacht, en ze haalde iets uit haar broekzak. 'Toen ik zag dat je gewisseld was, vreesde ik dat dit zou gebeuren en dus nam ik... Nam ik iets voor je mee.'

Gaille overhandigde mij een gouden medaillon. Ik klikte het open en snakte verbaasd naar adem. Er zat een minuscuul schilderijtje in verwerkt. Twee ogen staarden me aan. Het ene was van mij, het andere van Gaille.

'Ik zal altijd over je waken, Erom,' snikte ze zachtjes, en toen werd de deur geopend en werd mijn vriendin ruw de kamer uit gesleurd. Ik hoorde haar gesnik wegsterven in de hal.

'Ik waak ook over jou, Gaille. Altijd, totdat mijn hart stopt met kloppen.'

En ik besefte dat dat weldra zou gebeuren.


Victa Condro (15) – District 5

Vreemd genoeg voelde ik me emotieloos toen ik de afscheidsruimte werd binnen geleid. De angst die deze kamer zo vaak had moeten herbergen, was nergens te bespeuren. Maar blijdschap evenmin.

Het was allemaal verkeerd gegaan. Ik had alles perfect gepland. Ik zou over enkele jaren vrijwilligen, me aansluiten bij de Beroeps en glansrijk winnen.

Mijn moeder kwam als eerste naar binnen. De tranen in haar ogen deden me verkillen. Ik wilde haar verdriet niet. De hele situatie was al onrechtvaardig genoeg.

'Oh Victa, schatje, ik wil je niet verliezen!' snikte ze uit, en ze begroef haar betraande gezicht in mijn blonde haren. Ik klopte haar op de rug en nam toen wat afstand.

'Ik ging sowieso eens vrijwilligen. Dat heb je zelf ook gedaan.' Ik wist niet waarom ik dat zei.

Mijn moeder keek even naar haar man en glimlachte droevig. Ik wist dat ze alleen maar gevrijwilligd had om de aandacht van de Mentor, mijn achttienjarige vader, te trekken. Het was haar gelukt.

'Ik ben blij dat je naar de Spelen gaat, Victa. Maak ons trots. We hebben een reputatie.' Mijn vaders stem bevatte geen enkele toon van verdriet of angst. Ik vroeg me af of hij me zou missen als ik dood was. Allicht niet. Vastberaden keek ik hem aan en knikte. 'Ik zal winnen. Dat weet u.'

Mijn ouders werden de kamer uitgeleid en werden opgevolgd door Cilla. Mijn vriendin omhelsde me stevig en streek door mijn blonde haren. 'Ik weet dat je het kan, Victa. Je gooit beter met die bijlen dan om het even welke Beroeps.'

Ik glimlachte om haar goedbedoelde woorden. Ze had ook wel gelijk, ik was allesbehalve weerloos. Maar toch. Dit was nooit de bedoeling geweest.

'Ik dacht dat je wel een Districtaandenken wilde hebben.'

Nieuwsgierig keek ik haar aan. Cilla drukte een zilveren haarspeld in mijn hand.'Die staat mooi bij je ogen.'

Een laatste omhelzing, en toen was ook zij verdwenen.

Met gebalde vuisten staarde ik naar de gesloten deur. Als ze me dan toch de Arena wilden ingooien, kon ik maar beter winnen ook.


En Boete 5 alweer! Bijna in de helft. :) Deze keer gepost binnen de twee weken. Dit wordt dan ook mijn vaste 'updatefrequentie'. (Of daar streef ik alleszins naar!)
Uiteraard ben ik weer heel benieuwd wat jullie van de Boete en de nieuwe Tributen vonden! Dus vergeet alsjeblieft niet te reviewen! Daar maak je me heel blij mee, en je verdient er sponsorpunten mee. :)

Graag wil ik leakingpenholder en Zacksteel bedanken voor deze Tributen! Ik hoop dat ik ze heb kunnen neerzetten zoals jullie het ongeveer in gedachten hadden.

Zo, dan gaan we over naar de puntentelling: (Uiteraard mag je het melden als je een foutje opmerkt!)

De Puntentelling

Azmidiske87: 25
Jade Lammourgy: 25
LeviAntonius: 25
Indontknow: 21
Serenetie – Ishida: 18
MadeBy Mel: 17
Livingtreetrunk: 16
MyWeirdWorld: 16
Strawberrychickk: 16
Tiger Outsider: 16
Lyannen: 14
silk tiger: 12
Zacksteel: 12
evalovespeeta: 10
SirWalshingham: 8
Greendiamond123: 6
leakingpenholder: 6

Tot bij het volgende hoofdstuk!

Marie :)