Boete District 8

Ilyana Collins (15) – District 8

Zijn blote voeten petsten in snel tempo op de houten vloer.

Hij remde af bij de deur die naar vaders werkkamer leidde en gluurde voorzichtig door het sleutelgat.

'Sssst,' instrueerde hij me, zijn wijsvinger tegen zijn lippen drukkend. Uiterst behoedzaam sloop hij de kamer binnen en verschool zich achter het met dossiers beladen bureau.

Een zacht gefluister drong tot me door. Ik herkende de stem van mijn vader, maar kon niet meteen horen wat hij precies zei. Het gemompel werd begeleid door het krassen van een pen op papier.

'Ik zou willen dat hij was gestorven, Cecilia. Hem zou ik niet moeten missen, maar jou mis ik nog elke dag. Telkens wanneer ik hem in de ogen kijk zie ik jouw moordenaar en niet mijn zoontje. Hij is een lieve jongen, maar toch haat ik hem. Ik haat hem omdat hij leeft en dat zal ik altijd blijven doen, net zoals ik altijd van jou zal blijven houden.'

Met een schok besefte ik dat mijn vader een brief aan mijn overleden moeder aan het schrijven was. De woorden waren hard en wreed en nestelden zich voorgoed in mijn hart. Ik had altijd geweten dat hij niet de meest warme persoon was, maar wat ik nu hoorde zond een koude rilling door me heen.

Stilletjes sloop ik de kamer binnen en wenkte Leander. Mijn broertje volgde me naar buiten en keek me verward aan.

'Ik wilde papa laten schrikken,' pruilde hij.

Ik trok hem wat verder bij vader vandaan en loodste hem mijn eigen slaapkamer binnen. Als vanouds klauterde hij op het bed en wreef over het zachte reliëf van mijn hoofdkussen.

'Dat heeft oma gemaakt,' zei ik zacht, al wist ik dat Leander een gelijkaardig exemplaar had gekregen bij zijn geboorte.

'Papa was aan het werken en hij heeft me niet gezien!' lachte hij opeens en hij keek me triomfantelijk aan. Ik beantwoordde zijn glimlach en was blij dat mijn broertje nog zo jong was. De woorden van mijn vader hadden zijn oren wel bereikt, maar hij had er niets van begrepen. Hij wist niet hoezeer onze vader hem haatte en verafschuwde.

Ik voelde een scherpe steek van woede en angst. Mijn vader werd geacht ons lief te hebben en te verzorgen, maar in plaats daarvan sloot hij zich op in zijn werkkamer of draaide extra lange uren in de kazerne van de veiligheidsdienst van het District.

'Hij heeft wat tijd nodig,' had oma steeds gezegd. 'Tijd om je moeder te missen.'

Ondertussen waren er al meer dan vier jaren verstreken, maar mijn vader was nog steeds niet veranderd. Ik miste hem. Zijn vrolijke lach en zijn beschermende armen om me heen.

'Yana slaapt!' riep Leander plotseling en hij kietelde me net zolang totdat er tranen van het lachen in mijn blauwe ogen verschenen.

'Stop,' smeekte ik hikkend.

De jongen liet zich achterover vallen en trok me enthousiast met zich mee.

'Mag ik vlechtjes maken in je haar?' vroeg hij opgewonden. 'Vijftien!'

Ik knikte gewillig en draaide me met mijn rug naar hem toe. Logan zei keer op keer dat ik ons broertje niet hoorde te leren hoe hij vlechtjes moest maken, maar ik wuifde zijn bezwaren steeds weg. Tenslotte was hij nog maar vier jaar oud en had hij nog tijd genoeg om een man te worden.

Met zijn kleine handjes greep hij enkele plukjes van mijn bruine haren vast en begon ze onhandig in elkaar te vlechten.

'Wanneer komt Logan naar huis?' vroeg hij toen hij aan de vierde vlecht begon.

'Ik weet het niet, Leander. Bijna, denk ik.'

Hij vlocht vlijtig verder en slaakte een kreet van verwondering toen hij het resultaat bewonderde. Ik lachte om zijn reactie en bedankte hem voor het mooie werk.

'Je moet in de spiegel kijken, Yana,' zei hij belerend en hij hield me een kleine handspiegel voor. Mijn ovaalvormige gezicht werd omgeven door losse plukjes haar en ongelijkmatige vlechtjes. De elastiekjes hadden allemaal een andere kleur, variërend van rozenrood tot grasgroen.

'Het is prachtig!' riep ik uit, en ik drukte een zoen op Leanders blonde krulletjes. Mijn broertje gierde het uit van de pret en trok me lachend de kamer uit.

'Waar gaan we heen?' vroeg ik.

'Aan oma tonen!' antwoordde hij al rennend.

Zonder het te beseffen minderde ik vaart en verdween de opgetogen glimlach van mijn gezicht.

'Leander,' begon ik zachtjes, 'Oma is erg moe. Ze slaapt nog.'

Mijn broertje wilde echter niet luisteren en dirigeerde me in de richting van oma's kamer. Sinds enkele weken logeerde ze bij ons, want ze had niet langer de kracht voor zichzelf te zorgen. De afgelopen weken waren de luiken van haar kleine kledingwinkeltje steevast gesloten geweest. Enkele keren was ik erheen gegaan in een poging wat spullen te verkopen, maar de winst was gering geweest en de klanten bleven weg.

Met een benauwd gevoel opende ik de deur en liep de kamer binnen. Het tweepersoonsbed stond in het midden van de ruimte en werd omgeven door lavendelkleurige gordijnen. Een wollen vloerkleed bedekte de houten planken en reikte helemaal tot aan het raam aan de straatzijde van het huis.

Ik liep naar haar toe en nam plaats aan haar zijde. Haar ogen waren gesloten. Voorzichtig nam ik haar breekbare handen vast en probeerde wat warmte in haar verkleumde vingers te wrijven. Haar sterk vermagerde lichaam schokte bij elke moeizame ademhaling en rilde onophoudelijk onder het warme deken.

Sinds gisterenavond praatte ze niet meer. Niet één woord had haar kleurloze lippen verlaten nadat de arts me haar onontkoombare lot had toegefluisterd.

'Geen enkel medicijn kan de tijd doen stoppen,' had hij met gebogen hoofd gezegd. 'Je grootmoeder is oud en haar tijd is gekomen.'

Haar tijd voor wat? had ik willen vragen, maar de woorden waren in mijn toegeknepen keel blijven steken. Met neerhangende schouders en vochtige ogen had ik de arts naar buiten begeleid en bedankt voor zijn nutteloze komst.

'Wordt oma gauw weer beter?' had Leander gevraagd, en hij had zijn pluchen konijntje wat dichter tegen zich aan gedrukt. Zijn grote, blauwe ogen hadden me vol vertrouwen aangestaard en ik had het niet kunnen opbrengen de hoopvolle sprankeling erin te zien doven.

'Natuurlijk,' had ik met een geruststellende glimlach geantwoord, mijn tranen onderdrukkend. 'Oma is zo sterk als een beer!'

Mijn broertje had gelachen en zijn armpjes om mijn middel geslagen. Ik had hem geknuffeld en door zijn goudkleurige krulletjes gewoeld.

Onbewust trok er een glimlach over mijn gezicht. Mijn broertjes onschuld maakte alle lasten makkelijker te dragen, al besefte hij dat zelf niet. Hij besefte vele dingen niet. Hij wist niet eens dat hij onze moeder had vermoord.

'Gaat oma dood?' vroeg het kind opeens met een ongekende serieuze uitdrukking op zijn jonge gezicht. Hij was naast mij komen staan en keek angstig neer op de oude vrouw. De talrijke vlechtjes in mijn haar was hij helemaal vergeten.

Vol bange voorgevoelens zette ik hem op de grond en samen gingen we op het oude tapijt zitten.

'Waarom denk je dat?' vroeg ik zo rustig mogelijk.

'Mama ging ook dood,' zei hij zacht en een enkele traan rolde over zijn wang en belandde in de witte vacht van zijn favoriete knuffeldier.

Het verdriet van Leander was zo tastbaar dat zijn angsten mijn angsten werden. Ik schoof wat dichter naar hem toe, schonk hem een liefdevolle glimlach en nam zijn handjes in de mijne.

'Mama had heel veel pijn, maar oma is gewoon erg moe. Zullen we een slaapliedje voor haar zingen? Dan kan ze lekker slapen en voelt ze zich gauw weer beter.'

Onze stemmen voegden zich samen en vulden de kamer met prachtige klanken. Leanders stem klonk puur en kinderlijk, maar de mijne was beladen met de angst voor het nakende afscheid.

Toen het lied ten einde was stond mijn broertje op en rende naar het bed toe. Hij klom op de zachte matras en schikte het konijntje tussen oma's rechterarm en de dekens.

'Pluisje zal bij jou blijven, oma. Dan ben je nooit alleen,' fluisterde hij de oude vrouw vertrouwelijk toe. Hij gleed van het bed af, liep naar me toe en leidde me de kamer uit.

Met een laatste treurige blik op de slapende gedaante sloot ik de deur achter me en volgde mijn kleine broertje de hal door.


Liam Needle (18) – District 8

Zijn handen waren koud en trilden zachtjes. Ik gooide hem een flanellen deken toe en duwde hem met een speelse duw neer op de bank.

'Nog steeds niet opgewarmd?' vroeg ik lachend en ik plofte naast hem neer.

Zijn mondhoeken krulden zich om tot een sarcastische grimas. 'Opgewarmd? Die vijver was verdorie ijskoud, of ben je dat al vergeten?'

Ik grijnsde nog breder en liet me languit op de bank vallen. Mijn benen waren moe van het harde rennen en ik voelde nog steeds een onaangename tinteling in mijn voeten.

'Niemand heeft je gedwongen in die vijver te vallen,' merkte ik droog op, en Logan rolde bij wijze van antwoord met zijn blauwe ogen.

'Heel grappig,' mompelde hij quasi boos, maar hij schonk me daarna een warme glimlach en nestelde zich wat comfortabeler in de dekens.

'Ga je me nog vertellen waarom je zo nodig wilde gaan rennen?' verbrak hij als eerste de aangename stilte. 'Ik ben om zes uur opgestaan, en dat op mijn vrije dag!'

Ik wendde mijn gezicht van hem af en veinsde een nonchalante uitdrukking. Mijn grijsgroene ogen spraken echter de waarheid en verrieden mijn werkelijke gedachten. Vermoeid vouwde ik mijn handen ineen en staarde intensief naar mijn ineengestrengelde vingers.

'Liam?' vroeg Logan aarzelend, gealarmeerd door mijn stilte.

Met een benauwd gevoel keek ik mijn vriend aan en haalde diep adem.

'De veertigste Hongerspelen,' zei ik zacht, en ongevraagd drongen de beelden zich weer aan me op. De zestienjarige jongen met de gebroken speer in zijn hand en de forse achttienjarige met het gekartelde mes. Hun gezichten waren bedekt met het bloed en zweet van de strijd. Beiden wisten ze dat het einde naderde, maar geen van hen wilde opgeven en ze bleven onvermoeibaar op de ander inhakken. Uiteindelijk raakte de jongen uit District elf de andere Tribuut in zijn rechterlong en keek lijkbleek toe hoe zijn voormalige bondgenoot stikte in zijn eigen bloed. Amper een seconde nadat het bloederige lijk van de verliezer op de grond plofte werd de andere uitgeroepen tot Winnaar en uit de Arena bevrijd.

'Hoe bedoel je?' hoorde ik opeens, en ik besefte dat ik in gedachten verzonken geweest was. Met een bezorgde frons op zijn voorhoofd schudde Logan aan mijn arm en bracht me terug naar de realiteit.

Opgelucht haalde ik adem. 'Sorry,' mompelde ik verontschuldigend.

'Maar wat wilde je zeggen?'

'Mijn oom,' hervatte ik mijn uitleg. 'Hij eindigde als tweede tijdens die Spelen.' Het was een ironische uitdrukking, want een tweede plaats in de Hongerspelen was even veel waard als een laatste plaats. De dood maakte geen onderscheid en verwelkomde iedereen die haar werd gezonden.

'Dat wist ik niet,' fluisterde Logan geschrokken. 'Waarom heb je me nooit iets over hem verteld?'

Ik haalde nietszeggend mijn schouders op en streek met mijn hand door mijn donkerblonde haren.

'Ik wist het zelf niet,' antwoordde ik uiteindelijk. 'Ik heb hem nooit gekend en mijn ouders hebben nooit iets over hem verteld. Ik vond deze ochtend toevallig een oude opname van de veertigste Hongerspelen en vroeg me af waarom mijn ouders zoiets in hun bezit hadden.'

'Heeft het Capitool hen dat opgestuurd?' vroeg Logan vol afschuw, en ik knikte bedroefd.

'Blijkbaar hebben ze die videoband samen met de doodskist bij mijn grootouders afgeleverd.'

'Wat vreselijk.'

'Wat als dat ook met Mike gebeurt?' sprak ik mijn ware bezorgdheid uiteindelijk uit. 'Hij is nog zo jong en je weet hoe hij is...'

Het beeld van mijn broertje speelde al sinds deze ochtend voortdurend door mijn hoofd. Zijn grote ogen keken me vragend aan en zijn vuisten waren gebald.

'De kans is erg klein dat hij gekozen wordt,' protesteerde Logan zwakjes, maar ik luisterde niet naar zijn woorden. Elk jaar werd een kind gekozen en dat kon net zo goed Mike zijn. Mijn broertje zou het nog geen uur volhouden in de Arena, overweldigd door alle indrukken en geluiden om zich heen. Mike had rust nodig, en hoe kon ik hem die beloven op een dag als vandaag? Mijn oom had de dood gevonden in die afschuwelijke Arena, dus de kansen waren niet echt in ons voordeel.

Logan schonk me een troostende glimlach en legde zijn koude hand op mijn bovenarm. Een aangename tinteling trok door mijn lichaam toen die aanraking heel wat herinneringen opriep.

'Zou je voor hem vrijwilligen?' fluisterde hij aarzelend, maar hij kende net als ik het antwoord. Natuurlijk zou ik dat doen. Ik was tenminste sterk en enigszins getraind. Mijn vader had me doorheen de jaren de beginselen van het messen werpen en boogschieten aangeleerd. Zogezegd om mezelf te kunnen beschermen in geval van nood, maar nu wist ik wel beter.

Hij wilde niet nog een familielid aan de Spelen verliezen.

'Laten we gewoon het beste hopen, goed?' bracht Logan het gesprek weer op een wat luchtigere toon. Zijn hand lag echter nog steeds op mijn bovenarm en streelde verstrooid de stof van mijn witte shirt. Het warme gevoel verspreidde zich door mijn hele lichaam en verdrong de bloederige beelden naar de achtergrond.

Ik vocht tegen de aandrang mijn hoofd op zijn schouder te leggen en glimlachte in plaats daarvan een onbezorgde glimlach. 'Goed,' bevestigde ik.

'Wanneer komen je ouders naar huis?' veranderde Logan van onderwerp en onbewust wierp hij een blik op de houten voordeur. Ik volgde zijn blik en liet mijn grijsgroene ogen over de kamer glijden. De woonkamer was mooi en eenvoudig ingericht. In het midden van het vertrek scheidde een eikenhouten eettafel het zitgedeelte van de eetruimte.

'Nu ongeveer,' antwoordde ik en ik zag hoe Logan snel wat beter ging zitten en meer afstand tussen ons creëerde.

'Bang?' vroeg ik plagerig en ik gaf hem een speelse por in zijn zij. Logan lachte en nam onmiddellijk wraak door me te bekogelen met enkele hoofdkussens.

'Bang?' herhaalde hij smalend. 'Ik ben onbevreesd!'

Ik trok mijn wenkbrauwen op en rolde met mijn ogen. Hij trakteerde me op een laatste speelse glimlach en werd toen weer serieus.

'Ik geloof dat ik naar huis moet vertrekken.'

Spijtig keek ik hem aan. 'Ga je niet mee naar de Boete?' vroeg ik teleurgesteld.

Logan schudde ontkennend zijn hoofd. 'Dat gaat niet, Liam. Als mijn vader ontdekt waar ik nu ben,' zei hij opgelaten, maar hij maakte zijn zin niet af.

'We zijn gewoon vrienden,' protesteerde ik boos. 'Je mag toch wel vrienden hebben!'

Logan zuchtte en stond op van de bank. Hij schikte de kussens en het deken en begon zijn schoenen aan te trekken. 'Je weet hoe hij is, Liam.' Zijn hand raakte verstrooid de oude kneuzing aan.

Geërgerd keek ik hem aan en bromde iets onverstaanbaars.

'Geef hem nog wat tijd,' vervolgde hij. 'Over enkele jaren is hij vergeten dat we ooit meer dan gewone vrienden waren en mogen we misschien zelfs met elkaar praten.' Hij knipoogde.

'Niet grappig,' mompelde ik, maar toch trok er een glimlach over mijn hoekige gezicht.

'Ik zie je straks wel,' zei hij, en toen liep hij de deur uit, me een bemoedigde blik toewerpend.

'Tot straks,' zei ik nog, maar Logan hoorde het al niet meer. Ik plofte opnieuw neer op de bank en wachtte totdat mijn ouders en Mike thuis zouden komen.

Dan zouden we samen naar de Boete vertrekken.


Ilyana Collins (15) – District 8

Leander wilde meegaan naar het plein. Omdat Logan achttien was en ook nog moest deelnemen aan de Boete, kon ik niet anders dan toegeven. Hoewel hij nog erg jong was, voelde zelfs hij dat er een angstige sfeer heerste op deze dag. Hij zei niet één woord terwijl ik me omkleedde en klaarmaakte voor de Boete.

Ik trok een wit blouseje met kant aan de mouwen en kraag aan. Na enige aarzeling haalde ik tevens een zwart shortje en een bijpassend lichtrose vestje uit mijn klerenkast. Tenslotte schoof ik de eenvoudige doch elegante schoenen aan mijn bleke voeten en knikte tevreden.

'En je vlechtjes?' vroeg Leander uiteindelijk zacht. Ik glimlachte hem lief toe en vertelde hem dat mijn haren er nog nooit zo prachtig hadden uitgezien. Ik besloot het zo te laten en verliet mijn kamer.

'Ben je klaar?' vroeg Logan. Mijn oudere broer zat aan de keukentafel en nam af en toe slokjes van een dampende kop hete koffie. Zijn bruine haren zagen er netjes gekamd en gewassen uit.

'Jij ook?'

'Klaar voor de Hongerspelen? Altijd,' antwoordde hij op zijn gebruikelijke sarcastische toon. Hij omhelsde Leander en gooide hem in de lucht. 'En jij, kleintje?' vroeg hij. 'Ga je mee?'

Leander lachte. 'Ja, ik ga mee!' riep hij uit, wild met zijn beentjes maaiend. 'Gaat papa ook mee?'

Logan en ik wisselden een veelzeggende blik met elkaar en sloegen toen beiden onze blauwe ogen neer. Op Logans bleke gezicht verscheen een gepijnigde uitdrukking.

'Papa moet werken, kleintje,' fluisterde hij zachtjes en hij zette Leander op de grond.

'Ik ga nog even afscheid nemen van oma,' zei ik en ik liep meteen door naar haar kamer. Ik sloot de deur achter me en liep geruisloos naar haar bed. Haar ogen waren nog steeds gesloten.

'Oma?' vroeg ik aarzelend. Er kwam geen antwoord, dus boog ik me voorover en drukte een kus op de gerimpelde huid van haar ingevallen wang. Ze zuchtte zachtjes en opende haar ogen op een kiertje.

'Illy?' fluisterde ze rasperig. 'Ben jij dat, lieverd?'

Ik moest moeite doen de tranen te bedwingen toen ze mijn oude koosnaampje gebruikte. In plaats van te huilen greep ik haar beide handen in de mijne en drukte ze tegen mijn hart.

'Ja, ik ben het, oma.'

Het was niet met zekerheid te zeggen, maar ik dacht een glimlach te zien verschijnen op haar gebarsten lippen.

'Zorg goed voor je broertje, lieverd,' zei ze zacht en toen sloot ze haar vermoeide ogen. In stilte beloofde ik dat te doen, want dat was altijd mijn bedoeling geweest. Leander verdiende niets minder dan het beste. Mijn vader had ervoor gekozen hem te haten nadat mijn moeder in het kraambed gestorven was, maar ik had besloten dankbaar te zijn voor zijn leven en van hem te houden. En dat deed ik.

'We moeten nu echt vertrekken, Yana,' klonk Logans stem vanuit de deuropening. Hij wierp een korte blik in de kamer en keek bezorgd naar de oude vrouw. Ik knikte hem toe en liep weg van het bed.

'Ik ben klaar.'

Met ons drieën liepen we het huis uit en de straat op. In deze wijk van het District waren de huizen groter dan het gemiddelde, maar nog steeds bescheiden en louter functioneel. De straten waren geasfalteerd, maar dat was reeds lang geleden gebeurd. Op meerdere plaatsen vertoonde de weg barsten en putten. De enkele bomen en bloemen konden de geur van de vele stoffabrieken niet geheel maskeren, maar verspreidden toch een aangenaam aroma.

'Logan is blauw,' zei mijn broertje opeens. Hij liet mijn hand even los en wees naar het gezicht van mijn oudere broer. Ik begreep niet meteen wat hij bedoelde, totdat ik een oude kneuzing aan zijn linkerslaap opmerkte. Het was me nog nooit eerder opgevallen.

'Hoe kom je daaraan?' vroeg ik bezorgd.

Nonchalant haalde hij zijn schouders op. 'Weet ik niet meer.'

Ik kon me niet geheel van de indruk ontdoen dat hij iets voor me verborg, maar besloot er nu niet op aan te dringen. Momenteel waren er urgentere zaken, zoals de nakende Boete en de loting.

Het volk stroomde toe vanuit alle uithoeken van het District. Ik herkende enkele gezichten en zwaaide naar een paar meisjes van mijn klas. Op ieders gelaat was eenzelfde angstige uitdrukking te lezen. Velen trokken jongere broertjes en zusjes met zich mee terwijl ze hen wanhopig probeerden gerust te stellen of te troosten.

Toen we op het plein aankwamen stond het al volgepakt met kinderen. We schuifelden naar de inschrijvingstafel en noemden onze namen. De Vredebewaker knikte ongeïnteresseerd en keek vragend naar Leander.

'Ik wist niet dat er dit jaar ook dwergen meededen,' smiespelde hij tegen zijn collega en ze schoten in de lach. Logan schonk hen een kille blik en loodste me de drukte uit.

'Hier, kleintje. Dit zijn de ouders van een vriend van me. Wacht maar bij hen totdat we terug zijn.'

Leander liep gehoorzaam naar de twee volwassenen toe en keek me nog even vragend aan. Ik knikte bemoedigend en wuifde geveinsd vrolijk.

'Tot straks.'

Samen met Logan liep ik bij hen vandaan. 'Veel succes, zusje,' zei hij zacht en hij omhelsde me broederlijk. Ik genoot even van de beschermende warmte van zijn armen en begaf me toen in de richting van mijn aangewezen vak.

De andere meisjes stonden zenuwachtig te draaien en keken om de haverklap op naar het podium. Ik volgde hun blikken en bekeek de gebruikelijke delegatie. De moddervette burgemeester werd geflankeerd door de donkergetinte begeleidster en de verveeld kijkende Mentor.

Ik hoopte maar dat het snel voorbij zou zijn. Ik wilde gewoon naar huis kunnen gaan en tijd doorbrengen met mijn oma en broers. Misschien kon ik ooit zelfs een manier bedenken om mijn vaders verkilde hart weer te ontdooien. Misschien zouden we ooit weer een normaal gezin kunnen zijn.

'Als iedereen zijn mond zou willen houden? Ja?' schreeuwde de burgemeester over het plein. Alle blikken keerden zich onmiddellijk in de richting van de gehate vrouw.

Met haar bulderende stem vervolgde ze haar toespraak over de opstand en de Donkere Dagen. Ik luisterde amper en betrapte mezelf er steeds op dat mijn gedachten afdwaalden naar Leander en mijn vader. Zou hij ooit van mijn broertje kunnen houden zoals ik dat deed?

''Dank u, mevrouw de burgemeester. Dan gaan we meteen over tot de loting,' klonk een andere stem. De donkere vrouw liep met krachtige passen naar de Boetebol en trok er kordaat een briefje uit. Ik voelde mijn hart in mijn keel bonzen en hoopte alleen maar dat ik het niet was.

Gewoon dat ik het niet was.

'Ilyana Collins, naar voren komen, graag.'

Maar ik was het wel. Van alle duizenden briefjes was datgene waar mijn naam in krullige letters stond opgeschreven getrokken. Ik was een Tribuut. Mijn gedachten stroomden over elkaar heen, mijn oren waren doof geworden en mijn ogen blind. Ik besefte niet dat er vreemde blikken in mijn richting werden geworpen. Zelfs het kinderlijke 'Yana?' bereikte mijn oren niet.

Iemand gaf me een duwtje in mijn rug en opeens begonnen mijn voeten aan de tocht naar het podium. De tocht naar mijn dood allicht. Ik wist niet waarom ik het dacht, maar mijn oma's gezicht zweefde opeens weer voor mijn geestesoog. 'Zorg goed voor je broertje, lieverd.'

Maar ik kon niet meer voor hem zorgen. Je had je zorgen moeten maken om mij, oma. Ik was degene die zou doodgaan.


Liam Needle (18) – District 8

Mike zat nog steeds voor zich uit te staren. Zijn ogen bewogen niet en knipperden zelfs niet. Hij keek alleen maar, al kon ik niet zeggen naar wat. Vorig jaar was het precies hetzelfde geweest. Elke Boete was het precies hetzelfde geweest.

'Mike, schat? We moeten vertrekken,' klonk mijn moeders mierzoete stem. Ze beroerde zachtjes zijn schouder maar hij bewoog nog steeds niet. Mijn maag kromp samen toen ik dacht aan wat er ons te wachten stond.

'Jij kan alvast vertrekken,' mompelde mijn moeder onzeker en weinig overtuigend.

Ik schudde mijn hoofd en liep naar Mike toe. Ik kon mijn ouders niet alleen laten in deze moeilijke situatie, dus deed ik wat ik altijd al gedaan had. Ik bukte me en bracht mijn ogen op gelijke hoogte met die van mijn broertje. Zijn gezicht met de scherpe kaaklijn en hoge jukbeenderen leek precies op het mijne. Zelfs zijn dunne lippen hadden die van mij kunnen zijn. Het enige verschil waren onze ogen: die van mij waren helder en scherp en die van Mike troebel en starend.

'Kom op, Mike. Ik wil niet als laatste komen,' probeerde ik hoopvol, maar er kwam geen zichtbare reactie van zijn kant. Mijn vader staarde ongerust onze richting uit en keek angstig naar de wandklok. Het was tijd en we konden echt niet langer wachten.

Met een grote krachtinspanning hees ik Mike in mijn armen en droeg hem het huis uit. Van zodra zijn voeten de grond verlieten begon hij te schreeuwen en om zich heen te schoppen. Ik hield zijn armen en benen in bedwang en sprak hem sussend toe. Uit ervaring wist ik echter dat dat weinig efficiënt was.

Mijn vader wierp een droevige blik op zijn jongste zoon en sloot de deur af. Gezamenlijk liepen we de dure wijk van het District door. Tot voor kort woonden we in een eerder klein huis, maar enkele jaren geleden had mijn vader promotie gemaakt en nu was hij directeur van zijn eigen wolverwerkingsbedrijf. Ik was er niet rouwig om. Het comfortabele huis waarin we woonden was een ware thuis gebleken en ik zou de warme douche en de ommuurde tuin niet meer willen missen.

'Niet dood! Ik wil niet dood!' gilde mijn broer nog steeds panisch. Ik drukte hem steviger tegen me aan, maar merkte dat het steeds moeilijker werd zijn gewicht te torsen.

'Je gaat niet dood, Mike. Ik beloof het,' herhaalde ik steeds weer. Mijn moeder mompelde troostende woorden en mijn vader hielp me hem in bedwang te houden en te voorkomen dat hij zichzelf of mij verwondde.

Zoals steeds negeerde ik de starende blikken en liep gestaag door. Algauw naderden we het plein en mengden we ons tussen de menigte. Ik nam afscheid van mijn ouders en liep in de richting van de inschrijvingen. Mensen gingen haastig voor me opzij en wierpen de schreeuwende gedaante in mijn armen ongelovige blikken toe.

'Liam en Mike Needle. 18 en 14 jaar oud,' zei ik kort en ik wachtte niet eens op de reactie van de man. Ik wist namelijk dat nu het moeilijkste gedeelte van de Boete zou komen. Ik kon niet bij Mike blijven. Vanaf nu stond hij er alleen voor.

Met verzuurde armen liep ik naar het vak voor de veertienjarigen en zette Mike op de grond. Hij hield abrupt op met schreeuwen en herviel in zijn apathische toestand. Blijkbaar besefte hij nog niet dat we ons op het plein bevonden. Ik sprak een jongen aan en vroeg of hij een oogje in het zeil wilde houden. De jongen knikte verbaasd en ging wat dichter bij Mike staan.

Met een laatste bezorgde blik op mijn zwakke broertje liep ik weg en begaf me naar de achttienjarige jongens. Mijn grijsgroene ogen zochten de menigte af naar Logan, maar konden hem niet meteen bekennen. Ik hoopte dat zijn vader niet aanwezig zou zijn, dan konden we misschien nog even praten.

'Liam!' klonk een opgeluchte stem en met een ruk draaide ik me om.

'Logan,' antwoordde ik blij verrast.

'Hoe ging het met Mike?'

Ik zuchtte gelaten en hij stelde geen verdere vragen. Hij wist hoe mijn broertje was.

'En bij jou? Is Leander er ook?'

Hij knikte. 'Ik heb hem bij jouw ouders achtergelaten.'

Toen eiste de burgemeester onze aandacht en deden we er het zwijgen toe. Tijdens haar gebruikelijke toespraak dwaalden mijn gedachten af naar Mike. Ik hoorde nog geen paniekerig geschreeuw en besloot dat als een gunstig teken te beschouwen. Zolang ik er was, was hij veilig. Toch?

Opeens kneep Logan pijnlijk hard in mijn hand. 'Niet Yana,' hoorde ik hem fluisteren en ik wist dat hij vreesde voor zijn zusjes leven. Ik gaf hem een bemoedigend kneepje in zijn vingers en wachtte gespannen de uitslag af.

'Ilyana Collins,' begon de zwartharige begeleidster en naast me voelde ik Logan slap worden. Hij liet mijn hand los en liet zich met een wanhopige kreet op de grond vallen. Zijn gezicht begroef hij in zijn handen. Ik ging naast hem op de grond zitten en sloeg mijn armen beschermend om hem heen, me voor deze ene keer niet bekommerend om spiedende ogen.

Ik wist niet wat ik kon zeggen. Ik wist niet of er wel woorden waren.

Zijn zusje ging dood.

Ik streelde zijn rug en mompelde nietszeggende woorden. Hij snikte onbedaarlijk en leek niet eens te beseffen dat ik er was. Ik voelde me machtelozer dan ooit terwijl mijn vriend wegzonk in zijn verdriet.

Opeens klopte er iemand op mijn schouder.

'Wat?' vroeg ik heel wat agressiever dan ik bedoeld had. Ik had nergens anders oog voor dan voor Logan en wilde niet gestoord worden voor één of andere onbenulligheid.

'Liam Needle? Dat ben jij toch, he?' vroeg de jongen aarzelend.

Verbaasd keek ik hem aan. 'Hoezo?'

'Je uh... Je bent gekozen.'

Woorden zijn wind. Ik zag zijn lippen bewegen en hoorde hem de letters uitspreken, maar mijn hersenen weigerden die informatie tot een verstaanbaar geheel aan elkaar te rijgen. Ik keek hem aan en begreep niet wat hij probeerde te zeggen.

'Je bent gekozen, Liam,' zei een andere stem. Een stem die me meteen deed beseffen wat er aan de hand was. Logan was opgestaan en keek me aan alsof ik een geestesverschijning was. Zijn blauwe ogen waren nog steeds rood en opgezwollen en er rolden onophoudelijk zoute tranen over zijn gezicht.

'Je bent gekozen, Liam,' herhaalde hij. En toen begreep ik het echt.

Ik was gekozen. Ik was gekozen om te sterven.


Ilyana Collins (15) – District 8

Versuft keek ik naar de rijkelijk versierde kamer. De muren waren bedekt met geweven wandtapijten en borduurwerkjes. Ik vroeg me af wie ze gemaakt had.

Ik voelde nog steeds de koele handdruk van Elsana Merxyll en de bezwete van Liam Needle. Ik kende die jongen, hij was een vriend van mijn broer.

Ik had niet gehuild. Mijn tranen wilden niet komen en mijn ogen bleven ongewoon droog. Ik wist niet waarom. Hoorde een meisje haar eigen dood niet te bewenen? Vast wel. Maar ik wilde niet huilen. Ik had geen kracht om te huilen. Ik wilde alleen maar weg van hier. Ik wilde bij mijn oma in bed kruipen en luisteren naar haar moeizame ademhaling. Ik wilde Leander knuffelen en samen nog een liedje zingen.

De deur werd geopend en mijn broers kwamen naar binnen. Leander keek me aan, zijn ogen vol twijfels en ongeloof. De ogen van Logan waren nat en zijn gezicht behuild. Ik opende mijn armen en ving hen beiden op. Mijn broers. Mijn familie.

'Moet je echt meedoen, Yana?' vroeg Leander aarzelend.

Ik pakte hem op en drukte hem dicht tegen me aan. 'Ja, Leander. Ik moet gaan. Maar ga jij me iets beloven?' Mijn stem trilde van de ingehouden emotie, maar ik sloeg er geen acht op.

Hij knikte met een bloedserieuze uitdrukking op zijn kinderlijke gezichtje.

'Zal je goed zorgen voor Logan en oma?'

Hij beloofde het plechtig. 'Heel goed.'

Een flauw glimlachje verscheen op mijn lippen en hij beantwoordde het.

'Je mag Zwartje meenemen,' zei hij en hij overhandigde mij zijn kleine, zwartkleurige knuffelbeertje. Ik nam het dankbaar aan en drukte de wollen vacht tegen mijn gezicht.

Logan keek me nog steeds aan. Ik wist niet wat ik moest zeggen, want woorden leken opeens zo ontoereikend te zijn. Ik wilde hem alleen maar vasthouden, een laatste keer zijn beschermende armen voelen en me een klein meisje wanen.

En zo stonden we daar totdat de Vredebewakers kwamen. Mijn broers in mijn armen gesloten.

Logan en Leander. Mijn familie.


Liam Needle (18) – District 8

Mike lag schreeuwend op de grond te kronkelen. Mijn moeder had de kracht verloren hem te troosten en mijn vader leek nauwelijks te beseffen wat er aan de hand was.

'Mike?' probeerde ik nogmaals. Ik vond het belangrijk dat hij me zou aankijken. Ik wilde geen afscheid van hem nemen in deze toestand. Zijn paniekerige gegil maakte alles alleen maar erger.

'Liam?' fluisterde mijn moeder, en ze kwam aarzelend naar me toe. Het was jaren geleden dat ze me omhelsd had, maar nu vonden haar armen als vanzelf mijn lichaam en omsloten me beschermend. Ik huilde onhoorbaar en doorweekte haar zomerse jurk met mijn tranen. Ik veegde ze niet weg.

'Je bent sterker dan je denkt,' zei ze weinig overtuigend. 'Je kan boogschieten...'

Ik schudde ontkennend mijn hoofd en dacht terug aan de bloederige beelden van mijn ooms dood. Zijn doorboorde lichaam stond voorgoed op mijn netvlies gebrand.

Mijn vader leek eindelijk te ontwaken uit zijn schoktoestand en kwam naar me toe, maar op dat moment werd de deur geopend en werd mijn familie naar buiten geleid. De nog steeds gillende Mike werd door een Vredebewaker de kamer uit gesleurd. Met tranen in mijn ogen keek ik hen na.

Nog geen seconde nadat ze waren vertrokken kwam Logan naar binnen. Hij had zijn kleine broertje in zijn armen en in zijn felblauwe ogen stond het afscheid van zijn zusje nog vers te lezen.

Hij liep naar me toe en omhelsde me. Leander keek me aarzelend aan en omhelsde me toen ook, als om zijn grotere broer te steunen.

Ik drukte Logan dicht tegen me aan en weigerde hem los te laten, zelfs toen hij met geweld werd weggetrokken.

'Bescherm haar,' smeekte hij nog, en ik knikte. Hij vroeg me niet om terug te komen. Hij vroeg me niet om te blijven leven. Hij vroeg me om te sterven en zijn zusje te helpen.

En dat zou ik doen. Omdat ik van hem hield moest ik hem loslaten. Ik zou mijn eigen dromen opofferen voor de zijne. Ik zou niet terugkeren.


Als eerste: het spijt me dat de update wat langer op zich heeft laten wachten. Ik ben een weekje in het buitenland geweest en kon toen niet schrijven. Maar beter laat dan nooit. :)
Dit is alweer Boete 8 en het einde begint nu toch stilaan te naderen, vind ik! Ik hoop dat jullie genoten hebben van deze Boete en zou het heel erg waarderen moesten jullie een review achterlaten! Het maakt niet uit wat je erin zet, ik ben overal blij mee en kan dan rekening houden met jullie meningen!

Ik bedankt MadeBy Mel en Zacksteel voor hun Tributen en hoop dat jullie er tevreden mee zijn!

Nog een korte P.S. Misschien hebben sommigen gemerkt dat mijn accountnaam veranderd is. Vroeger was dit Marie999. Kwestie van verwarring te voorkomen. :)

De Puntentelling

Azmidiske87: 34
Jade Lammourgy: 34
LeviAntonius: 34
Indontknow: 29
MadeBy Mel: 29
SirWalshingham: 28
Serenetie – Ishida: 27
Strawberrychickk: 25
Livingtreetrunk: 20
MyWeirdWorld: 16
Tiger Outsider: 16
Lyannen: 14
silk tiger: 12
Zacksteel: 12
evalovespeeta: 10
Greendiamond123: 6
leakingpenholder: 6
mjg43: 4

Tot over twee weken bij Boete 9!

Marie :)