Boete District 9
Antla Cataleyn (15) – District 9
Carla's mollige hand rustte op de ebbenhouten trapleuning. Ik volgde haar naar beneden en deed mijn best niet op de lange rok van mijn vriendin te trappen. De gifgroene stof reikte tot aan haar zware enkels en onttrok haar bleke benen van het zicht.
'Wat ga jij dragen?' vroeg ze terloops en ze draaide zich al stappend naar me om.
Ik haalde mijn benige schouders op en maakte een vaag gebaar met mijn hand. 'Weet ik nog niet. Hetzelfde als vorig jaar misschien?'
'Vorig jaar droeg je een spijkerbroek en een blauw shirtje,' informeerde Carla me vriendelijk.
'Ohja,' zei ik bedenkelijk. 'Dan hoef ik me blijkbaar niet eens om te kleden.'
De dochter van de burgemeester schudde haar hoofd en lachte vrolijk. 'Marcus zal niet tevreden zijn.'
Ik maakte een grommend geluid en negeerde haar laatste opmerking. De gemoedstoestand van onze begeleider was wel het laatste van mijn zorgen.
Samen strompelden we naar de keuken en namen plaats aan de glazen eettafel. Ik nam een doos koekjes uit één van de kasten en bood Carla er eentje aan. Ze keek er bedenkelijk naar en wendde haar gezicht toen gedecideerd af.
'Zelfgebakken,' probeerde ik haar nog te overtuigen, de heerlijke geur van de gebakjes in haar richting wuivend. 'Met kaneel en rozijnen.' Ik nam een hap van het lekkere cakeje en sloot genietend mijn bruingroene ogen. De kruimels vielen op de grond of bleven aan mijn spitse kin plakken.
'Zelfs niet eentje?'
Carla schudde ontkennend haar hoofd en ik gaf het op.
'Het is al erg genoeg zo,' mompelde ze amper verstaanbaar. Ze had haar handen ineengeslagen en staarde uiterst geconcentreerd naar de zilveren ring aan haar vinger.
'Hoe bedoel je?' vroeg ik, al vermoedde ik wel waar dit gesprek heen zou gaan.
'Je weet wel, Antla. Op school enzo.'
Met een troostende glimlach keek ik haar aan. Bijna dagelijks werden er hatelijke opmerkingen naar Carla's hoofd geslingerd, en hoewel lang niet alles wat ze zeiden terecht was, was er een woord dat vaak genoeg herhaald werd: varken.
'Het is gewoon jaloezie,' probeerde ik haar op te beuren. 'Ze zijn jaloers omdat jij veel slimmer bent dan alle anderen samen.'
Mijn vriendin lachte zachtjes en liep naar de koelkast toe om zichzelf een glas water in te schenken. Net op het moment waarop ze vroeg of ik ook wat wilde drinken, kwam mijn moeder naar binnen gewandeld. Haar ogen vernauwden zich zienderogen toen ze Carla in de keuken aantrof.
'Hoi,' zei ik vrolijk, in een poging de tastbare spanning te breken. Het was echter tevergeefs. Mijn moeders lippen waren samengeknepen tot een dun streepje en haar wenkbrauwen waren dreigend tot één enkele lijn gevormd. Ze staarde me aan en weigerde te gaan zitten.
'Mevrouw Flowler,' begroette mijn vriendin haar beleefd.
Meer dan een zuinig knikje gunde mijn moeder haar niet. Ik zuchtte geërgerd en bereidde me alvast voor op de komende tirade.
'Ik uh... Ik zie je straks, Antla,' mompelde Carla verlegen, en opeens leek ze erg veel op het hulpeloze meisje dat zo vaak in de hoek gedreven werd door de pestkoppen. Zoals steeds voelde ik de aandrang haar te verdedigen, maar hoewel dat op school meestal werkte, zou het hier geen enkel verschil maken.
'Tot straks, Carla,' zei ik spijtig en ik keek haar na terwijl ze de keuken uit beende en de cederhouten voordeur achter zich sloot.
'Hoe vaak heb ik – ' begon mijn moeder, maar ik onderbrak haar met een geïrriteerde zucht en sloot vermoeid mijn ogen. Ik had hier echt geen zin in. Niet vandaag. Niet nu de afschuwelijke Boete voor de deur stond en Marcus Meadons goudgele ogen me reeds lachend aan leken te staren.
'Ze is mijn vriendin, moeder,' was alweer mijn argument. Mijn enige argument, en het was niet goed genoeg voor haar. Dat wist ik wel.
'Ze hoort bij hen,' antwoordde mijn moeder furieus en ze klopte op tafel om haar woorden kracht bij te zetten. Hoewel we deze discussie al tientallen keren gevoerd hadden, wond mijn moeder zich er nog elke keer over op. Net als ik.
'Ze kan er toch ook niets aan doen dat ze de dochter van de burgemeester is!' zei ik kwaad.
Lluvy Flowler nam plaats op een van de keukenstoelen en liet haar winkeltassen eindelijk op de grond vallen. Ze sloeg haar donkere handen ineen en keek me bloedserieus aan.
'Ze hoort bij hen, Antla. Misschien weet ze dat zelf nog niet, maar het is zo. Ze hoort bij het Capitool. Ze is één van hen. Ik wil je alleen maar beschermen.'
Met een boos gebaar stopte ik mijn donkerbruine haren achter mijn oor. 'Carla geeft niets om het Capitool. We praten er nooit over!' En dat was waar. Als we samen waren, waren we veelal in de bibliotheek van haar ouders te vinden. Vaak zeiden we urenlang niets terwijl we ons verdiepten in oude boeken en geschriften. De bibliotheek was mijn meest geliefde plek in het hele District. De tijd leek steeds op te houden van zodra ik er binnen trad. De boeken waren even vertrouwd geworden als mijn eigen gezicht. En bij boeken voelde ik me fijn en veilig, veel beter dan in de buurt van mensen. Mensen waren moeilijk te doorgronden, maar boeken waren altijd eerlijk. Althans, als je de moeite deed hen te leren kennen.
'Laten we er maar over ophouden,' zei mijn moeder mild. 'Ik wil geen ruzie maken op deze dag.' Ze stond op en streek even door mijn korte haren. Ik glimlachte haar liefdevol toe en drukte me even tegen haar aan.
'Moet je je al klaar gaan maken?' vroeg ik voorzichtig.
Mijn moeder knikte. De uitdrukking op haar donkere gezicht was hard geworden. Het was de uitdrukking die ze bewaarde voor deze dag. De dag waarop ze opnieuw twee kinderen de dood in moest begeleiden.
'Elk jaar hoop ik dat ze me vergeten, Antla,' zei ze verdrietig. 'Elk jaar opnieuw word ik teleurgesteld. Wiens kinderen zullen ze deze keer stelen? Wiens bloed zal deze keer aan mijn handen kleven?'
Mijn moeder was een sterke vrouw, heel wat dapperder en standvastiger dan ikzelf, maar nu leek ze bijzonder klein en kwetsbaar. Ik stond op uit mijn stoel en sloeg mijn beide armen om haar heen.
'Het is niet jouw schuld,' fluisterde ik. 'Iedereen weet dat het niet jouw schuld is.'
Maar mijn moeder schokte zachtjes en trilde in mijn armen. Ergens wist ik wel waarom deze Boete nog vreselijker zou worden dan ze al was. Ergens fluisterde een stemmetje me het antwoord toe.
Het was de eerste Boete zonder mijn vader. De eerste Boete waarop ik zijn beschermende armen zou moeten missen en mijn moeder zonder afscheidszoen op de Capitooltrein zou moeten stappen. De eerste Boete zonder hem, maar niet de laatste. Nog lang niet de laatste.
Dice Murray (13) – District 9
Ritmisch liet ik de bijl neerdalen. Mijn magere armen waren vermoeid van het lange werk, maar ik kon nog niet ophouden. Ik had beloofd dat het klaar zou zijn vandaag, en de blaren op mijn handen negerend werkte ik dus verder. De stapel houtblokken was al erg geslonken, maar er restten mij nog enkele grote stukken.
Ik veegde mijn bezwete, bruine haren uit mijn smalle gezicht en keek even naar de staalblauwe lucht. De zon was al bezig te dalen, dus ik had niet veel tijd meer. Over enkele uren zou de Boete plaatsvinden en dan zou het oude vrouwtje haar brandhout zelf moeten hakken.
'Dice!' riep een kinderlijke stem vrolijk. 'Dice!'
Ik keek om en lachte toen ik Kika de aarden weg zag afrennen. Haar versleten, vaalblauwe jurkje wapperde achter haar aan en met haar fijne voeten deed ze heel wat stof opstuiven tijdens het lopen.
'Hoi Kika,' zei ik vrolijk en ik liet de zware bijl even zakken.
Het meisje glimlachte haar tanden bloot en omhelsde me kort. 'Je broer zoekt je,' zei ze meteen.
'Dan?' vroeg ik peinzend. 'Waarom? Hij weet toch dat ik nog wat klusjes zou afwerken.'
'Niet Dan,' antwoordde Kika rustig. 'Bing vraagt naar je.'
Verbaasd keek ik haar aan. Mijn tweelingbroertje had me nodig? 'Ik kom straks wel,' zei ik afwezig. 'Eerst dit hout nog bewerken.'
Kika keek me zwijgend aan. Ze draaide een pluk van haar blonde haar om haar vinger en schuifelde met haar voeten. 'Hij zei dat het dringend was, Dice. Hij klonk nogal angstig.'
Nieuwsgierig en ietwat ongerust volgde ik haar naar de armste wijk van het District. De oude vrouw had me goedmoedig toegelachen en gezegd dat ik morgen kon terugkomen om het karweitje af te maken. Ze had me zelfs al gedeeltelijk betaald voor het verrichte werk! Gelukzalig glimlachend had ik het geld aangenomen en haar meerdere malen bedankt.
'Wat zei hij dan?' vroeg ik opnieuw aan Kika, terwijl we in snel tempo de straten doorliepen en enkele graanvelden doorkruisten om onze bestemming sneller te bereiken.
'Gewoon, dat hij je nodig had. Je kent hem toch,' mompelde ze veelbetekenend. Ik schudde verward mijn hoofd en vroeg me af waarom Bing me zo dringend wilde spreken. Meestal stelde hij zich er tevreden mee alleen te zijn en rustig aan een tekening te werken.
Toen we het huis bereikten, liep ik naar binnen en belandde rechtstreeks in de gecombineerde eet – en slaapruimte. In de hoek zag ik Bing zitten op zijn slaapmat. Hij keek me verwachtingsvol aan.
'Hoi,' zei ik vragend en ik nam plaats aan zijn zijde. Kika was ook gaan zitten en leunde tegen de houten muur aan. De planken kraakten protesterend en vertoonden op vele plaatsen schimmelvlekken en tekenen van verval.
'Ik heb nagedacht,' begon mijn broer langzaam en hij keek recht in mijn bruine ogen.
'Over wat?' vroeg ik snel, nog steeds niet begrijpend waar dit alles om draaide.
'Jij, de Boete,' begon hij, en toen haalde hij diep adem. 'De dolken,' maakte hij zijn zin af. Hij sloeg zijn ogen angstig neer en durfde niet in de richting van Kika te kijken. Het meisje keek hem verstomd aan, net als ik.
'Bing, wat bedoel je? verwoordde ik de chaos in mijn gedachten.
'Wat als ik gekozen word, Dice? Ik zou meteen dood zijn. Het enige wat ik kan is koken en tekenen, maar dat is niet zo handig, he? Ik wil leren vechten, net als jij.'
Ik had niet verbaasder kunnen zijn. Toen Dan me enkele jaren geleden de beginselen van het vechten met dubbele dolken had aangeleerd, had Bing de lessen bijgewoond. Na slechts een uur oefenen had hij het opgegeven. Latere pogingen waren even vruchteloos gebleken. Dan had altijd beweerd dat Bing meer op Saron leek en ik meer op Wolf. Ik moest toegeven dat daar een kern van waarheid in school.
'Je wordt niet gekozen, Bing. Dat gebeurt echt niet,' stelde Kika hem gerust en ze klopte hem troostend op de arm. Bings armen waren magerder dan de mijne, en die van mij waren al vrij dun.
Vastberaden stond hij op van de mat en keek ons aan. Zijn bruine ogen fonkelden vurig. 'Ik wil het leren.'
'Dan kan je helpen. Ik ben zelf niet eens goed. Ik kan hem nooit raken,' protesteerde ik geërgerd. En dat was de waarheid. Hoewel ik steeds beter werd in het vechten met dolken was ik er nog nooit in geslaagd mijn oudere broer in het nauw te drijven. Hij was steevast degene die ons wedstrijdjes won. De enige wedstrijd die ik ooit gewonnen had, had een bloederig einde gekend.
Op dat moment kwamen Dan, Capir en Wolf binnen. Afwezig vroeg ik me af waar Saron was, maar die zat vast ergens een boek te verslinden. Mijn broers ploften vermoeid neer op de versleten bank en schopten hun afgetrapte schoenen uit.
Capir gooide wat geld op tafel en keek er bezorgd naar. Het was niet genoeg, en dat wisten we allemaal. Hoewel hij en de anderen hun best deden genoeg geld binnen te brengen, was het haast onmogelijk onszelf te onderhouden. Zelfs mijn moeders lange uren in het wassalon van het District brachten niet voldoende geld op. We waren arm, en dat waren we al sinds ik het mij kon herinneren.
'Problemen met de jongens,' zuchtte Dan verslagen en nu pas merkte ik de bloederige schrammen op zijn gespierde armen op. Hij veegde nonchalant het bloed weg en vertrok geen spier.
'Wat is er gebeurd?' vroeg ik, nieuwsgierig als altijd. Echt bezorgd was ik niet. Dan kon prima voor zichzelf zorgen, daar was ik van overtuigd.
Wolf was degene die antwoord gaf: 'Het waren dezelfde jochies als vorige keer. Gooien stenen door ruiten en beroven oudere mensen. Er brak een gevecht uit tussen twee van de bendes. Dan en ik hebben ze uit elkaar getrokken.' Hij gaf Capir een speelde por. 'Gelukkig was Capir er ook nog! Zijn bijdrage was... Ja, wat eigenlijk?' Hij grijnsde en Capir duwde hem van de bank.
'Ik was aan het werken!' mompelde die quasi verontwaardigd.
'Kom,' onderbrak Dan hun goedmoedige gekibbel autoritair. 'De Boete begint bijna!' Hij stond op en spoorde ons aan dat ook te doen. Ik trok Kika overeind en zwaaide haar na toen ze naar huis vertrok om zich om te kleden. Bing keek me nog even hulpeloos aan en uiteindelijk knikte ik kort.
Ik zou hem leren hoe hij met de dolken moest vechten. Morgen.
Dan was de enige die oud genoeg was om de Boete als toeschouwer te kunnen bijwonen. De anderen zouden net als ik hun lot moeten afwachten, maar ik had vertrouwen in hen. Ze waren sterk en dapper. Ze waren mijn broers.
Omkleden deden we niet, want de kleren die we droegen waren zowat de enige die we hadden. De gebleekte spijkerbroek was me te lang en te breed, net als het mouwloze shirt dat eens aan Saron had toebehoord.
'Laten we gaan,' riep Wolf, als enige enthousiast. Hij zag de Boete als een avontuur, maar die mening deelde ik niet. Er werden mensen vermoord tijdens de Spelen. Hun bloed kleefde aan je handen en hun gegil achtervolgde je voorgoed in je dromen.
Ik had genoeg aan mijn eigen nachtmerries. Ik had geen nood aan nieuwe verschrikkingen.
Niet meer.
Antla Cataleyn (15) – District 9
Het boek rook naar stof en vergeelde pagina's. Ik hield van het aroma. Het was de geur van kennis en rust.
Met mijn benen opgetrokken zat ik al lezend in de stoffen fauteuil. Het lijvige boek in mijn handen sprak over de geschiedenis van de Districten. Hoewel het verboden was over andere Districten te worden onderwezen, was ik er, mits enkele omwegen, in geslaagd dit boek te bemachtigen. Ik had het haast ondraaglijk gevonden niets te weten over mijn eigen landgenoten en was nu al wekenlang bezig de informatie in me op te slorpen.
Ik wist niet waar ik op wachtte. Mijn moeder was al vertrokken naar het plein en Carla zou me daar ontmoeten. En toch wilde ik niet vertrekken. Nog niet. Elk jaar opnieuw dwong ik mezelf de Winnaarswijk uit te lopen en me in te schrijven voor de Boete. Maar deze keer was het anders. Dit jaar was mijn vader er niet om me te troosten en gerust te stellen.
Ze hadden hem vermoord. Zomaar, omdat ze dat konden.
Ik stond op uit de fauteuil en legde het dikke boek zorgvuldig op het kleine bijzettafeltje. Ik had geen zin me om te kleden, dus deed ik dat niet. Ik glimlachte heimelijk toen ik aan Carla's reactie dacht. Zij zou er piekfijn uitzien in haar gifgroene jurkje van zachte zijde.
De Winnaarswijk lag er verlaten bij toen ik de straat betrad. Het geluid van de graanmachines was niet tot hier te horen, maar op het plein bemerkte je het constante draaien van de motoren. Al zou het gejoel en gesnik van alle mensen hun gebrom vandaag wel overstemmen.
De gedachte aan de mensenmassa maakte me bang. Hun warme lijven zouden tegen het mijne drukken en me dwingen in een bepaalde richting te lopen. Er zouden blikken op mij worden geworpen, zoals altijd. Ik hield niet van hun blikken en wenste steeds dat ik stilletjes zou kunnen verdwijnen.
Met langzame tred liep ik door het District. Het plein was het centrum van alles, zowel de politieke als de gerechtelijke macht huisde hier. Al stelden beiden niet veel voor. Zij waren ook maar marionetten. Poppetjes in het spel dat het Capitool met ons speelde.
Mijn vader was een overbodige marionet gebleken, en die moesten worden geëlimineerd. Mijn moeder had me nooit een eenduidig verslag kunnen geven van de feiten, maar ik wist dat er iets niet klopte. Ze hadden mijn vader vermoord zonder enige reden. Althans, dat wilde mijn moeder me laten geloven. Maar er moest een reden zijn. Die was er altijd. Zonder rationaliteit was wreedheid zinloos en leidde het nergens toe.
Er moest een verklaring zijn. Maar welke?
'Nou? Als je even zo vriendelijk zou willen zijn me je naam te vertellen?' snauwde een vrouwelijke Vredebewaker me bijtend toe. Ik had niet beseft dat ik al gearriveerd was aan de inschrijvingstafel. Mijn voeten hadden me onbewust de weg gewezen, maar mijn gedachten waren elders.
'Antla Cataleyn, vijftien jaar,' zei ik dof.
'Cataleyn?' herhaalde de vrouw nadenkend. 'Dat zegt me iets.'
Ik trok mijn wenkbrauwen op en krabde even in mijn relatief korte, bruine haren. Ze omlijsten mijn donkere gezicht en benadrukten de grootte van mijn ogen.
'Nou, doorlopen, meid!'
Ik liep haastig door en wurmde me door de warme mensenlichamen heen. Het vak van de vijftienjarigen bevond zich ongeveer in het midden van het plein, waar het het drukst was. Ik ademde een aantal keren diep en uit en staarde naar de grond.
Was ik maar in de stille bibliotheek in Carla's huis. De muren sloten alle geluiden buiten en de boeken lieten me wegdromen of namen me mee naar verre oorden.
'Moet je kijken, er is een olifant gearriveerd!' krijste een langbenig meisje hysterisch uit en ik keek meteen om. Een vijftal meisjes had zich verzameld rond Carla en keken haar vol spot en nijd aan.
'Een olifant is grijs,' corrigeerde ik het meisje laatdunkend en ik liep tussen hun lichamen door. 'Carla draagt een groene jurk.'
De meisjes gniffelden en schoven bij ons vandaan. Carla keek me dankbaar aan en probeerde haar rode wangen te verbergen. Ik klopte haar bemoedigend op de arm.
'Jaloezie,' herhaalde ik mijn woorden van enkele uren geleden.
We glimlachten even naar elkaar en richten onze ogen toen op het podium. Carla's vader heette ons welkom en negeerde de gesmoorde beledigingen die hem werden toegeroepen. Hij las het Verdrag voor en pauzeerde enkele keren om adem te halen.
Toen de Capitoolfilm gestart werd, stapte hij opgelucht naar achteren en ging naast mijn moeder staan. Die was daar absoluut niet mee ingenomen en schoof haastig wat verder bij hem vandaan.
Ik zuchtte teleurgesteld. Hoewel ik het Capitool verachtte om wat ze gedaan hadden, vond ik niet dat de burgemeester daar iets mee te maken had. Mijn moeder oordeelde daar anders over.
De Capitoolfilm was lang en bloederig. Toen er genadeloos een man werd neergeschoten spookte het beeld van mijn vader opnieuw door mijn hoofd. Als ik erg mijn best deed kon ik zijn beschermende armen nog voelen.
'Lieve jongens en meisjes!' zong Marcus Meadon door de microfoon. Zijn haren waren kanariegeel, zijn schoenen groen en zijn bizar ogende kostuum rood en met oranje veren bezet. Ik zuchtte.
'Ik ben zo blij om jullie weer te zien!' ging hij verder en hij omhelsde spontaan de burgemeester. Toen hij zich naar mijn moeder omdraaide, wendde die zich abrupt af en gaf hem een harde duw.
Macus hervond zijn evenwicht en klapte enthousiast in zijn handen.
'Hebben jullie er zin in?' Hij wachtte ons antwoord niet af. 'Ik wel!'
Carla's ademhaling versnelde, net als de mijne. De kans dat we gekozen werden was klein. Bijzonder klein zelfs. We hadden het ooit eens uitgerekend en aan de hand van het bevolkingsaantal een goede schatting kunnen maken.
Minder dan 0,001 procent. Zo klein was de kans dat mijn naam getrokken zou worden.
Het kon niet. Het mocht niet.
Met een zwierig gebaar haalde Marcus een briefje uit de bol en ontvouwde dat met zijn beringde vingers. Hij likte zijn paarskleurige lippen.
Niet ik. Het kon echt niet. De kans was absurd klein. Ik wilde mijn moeder niet alleen achterlaten. Ze had haar man al verloren aan het Capitool. Ze had zichzelf bijna verloren aan het Capitool.
'Antla Cataleyn!' jubelde hij vrolijk. 'Wat een leuke naam, vinden jullie niet?' Hij begon te klappen.
Het kon niet. Ik geloofde het niet. Het was absurd, volkomen absurd.
Mijn moeder had alles al verloren, en nu zou ze datgene verliezen wat haar het dierbaarst was.
Mij.
Dice Murray (13) – District 9
Kika had nog geen woord gezegd. Het was haar eerste Boete en mijn tweede.
Samen met mijn broers liepen we de armzalige wijk uit en begaven ons naar het centrum. De straten lagen vol losgetrokken stenen en kapotte onderdelen van auto's of andere voertuigen. Ik besteedde er geen aandacht aan. De jongens achter ons maakten heel wat kabaal en riepen beledigingen in onze richting. Ik veronderstelde dat het de groep jongeren was waarmee Dan en Wolf problemen hadden gehad, maar geen van beide reageerde op hun uitspattingen, dus deed ik dat ook niet.
'Bescherm die kleine meid maar goed!' bromde een van de jongeren. 'Het is gevaarlijk om alleen op straat te lopen, zeker voor onschuldige meisjes.'
Ik balde mijn vuisten onbewust samen en keek om naar de jongeren. Ze lachten toen ze mijn ontstelde gezicht zagen. Kika trok me haastig weg en fluisterde zachtjes dat ik me geen zorgen moest maken.
'Maar – ' begon ik kwaad.
'Laat maar, Dice,' antwoordde ze berustend. 'Zo zijn ze nu eenmaal.'
Nog steeds boos keek ik voor me uit en we vervolgden in stilte onze weg. Mijn broers sjokten naast me voort en zeiden ook geen woord. Zelfs Wolf leek niet langer enthousiast te zijn.
'Is het heel eng?' vroeg Kika binnensmonds en ik keek haar bedenkelijk aan.
Ja, wilde ik zeggen, het is heel eng. Iedereen trilt en hoopt dat hij niet gekozen zal worden.
Maar het woord dat mijn mond verliet was nauwelijks verstaanbaar.
'Komt je moeder ook?' vroeg ik om het gesprek een ander onderwerp te verschaffen. Kika schudde haar hoofd en speelde opnieuw met een lok van haar blonde haren.
'Ze moet werken vandaag. Ze heeft dat speciale contract gekregen, maar als ze vandaag niet kwam, werd het opgeheven,' mompelde ze terneergeslagen.
Even zag ik de beelden weer voor me, dezelfde beelden die mijn nachtmerries kleurden en me vaak badend in het zweet deden ontwaken.
Een grote man hief zijn gebalde vuist op en liet deze neerkomen op een ineengekrompen gedaante op de met bloed besmeurde tegelvloer. Een klein meisje keek toe en gilde panisch van angst. De geur van alcohol hing in de krappe kamer, sterk en zoet als rottend fruit.
'Kom je, Dice?' mompelde Bing zenuwachtig. Hij trok aan mijn arm en sleurde me mee naar de anderen. Gehoorzaam ging ik in de rij staan en wachtte totdat ik me kon inschrijven.
Ik vroeg me af of Kika's vader altijd al een dronkaard was geweest. Dat had ze me nooit verteld en ik had er nog nooit naar gevraagd. We spraken bijna nooit over die bewuste nacht.
'Saron Murray,' hoorde ik mijn broer zeggen en daarna liep hij gedwee verder. De zenuwen begonnen zich in mijn buik op te stapelen en gaven me een vreemd, misselijk gevoel.
Ik wilde geen nieuw bloed aan mijn handen zien verschijnen.
'Dice Murray,' mompelde ik afwezig en ik volgde de anderen voorbij de rij. We omhelsden elkaar kort en broederlijk en liepen toen afzonderlijk naar de juiste vakken. Kika wierp me een laatste wanhopige blik toe. Bing en ik liepen samen verder, zenuwachtig in stilzwijgen gehuld.
De meeste twaalfjarigen waren groter dan ik. Waarschijnlijk kregen ze ook meer te eten en sliepen ze niet met vijf broers in dezelfde kamer, slechts gehuld in een oud, muf lappendeken.
Ik keek over de hoofden van de grotere kinderen heen en probeerde een blik op te vangen van het podium. De burgemeester was ontzettend dik. Hij kreeg vast elke dag een warme maaltijd voorgeschoteld. Onbewust streek ik over mijn knokige ribben.
'Lieve jongens en meisjes!' klonk het opeens. Ik schrok lichtelijk en keek afkeurend naar de Capitoolse man. Hij zag er heel bizar uit, als een bontgekleurde papegaai. Ik vroeg me af of hij oprecht tevreden was ons terug te zien, zoals hij beweerde. Waarschijnlijk keek hij er gewoon naar uit ons bloed te zien vloeien. Mijn bloed misschien.
Bing hapte naar adem toen hij naar de bollen begon te lopen. Ik probeerde mijn zenuwen de baas te blijven en concentreerde me op mijn ademhaling. Het zou snel voorbij zijn.
Hij noemde een meisjesnaam en niet veel later beklom een vrij klein, donker getint meisje het podium. Ze sloeg haar bruingroene ogen neer en ontweek de camera's die haar langs alle kanten insloten. Ze zag er verslagen uit. Bang en breekbaar.
'En wie zal onze lieve Antla vergezellen naar het fabelachtige Capitool?' ging Marcus vrolijk verder. Hij huppelde – zijn manier van wandelen viel niet anders te omschrijven – naar de Boetebol en trok er een briefje uit.
Mijn hart stond stil. Bing keek me aan en sloot toen krampachtig zijn ogen, als om de werkelijkheid buiten te sluiten. Ik dwong mezelf te blijven ademen en sterk te zijn. Het zou weldra voorbij zijn en dan waren we weer veilig.
'Dice Murray!' zei hij luid en duidelijk. 'Een moedige jongeman, mag ik hopen!' vervolgde hij nog.
Maar ik voelde me niet moedig. Ik voelde me slap, zwak en heel erg misselijk. Opnieuw verschenen de beelden uit mijn nachtmerrie voor mijn geestesoog. De bebloede dolk was naderhand op de grond gevallen, maar ik had hem niet meer opgeraapt. Ik was weggerend, met het angstige meisje op mijn hielen. Het bloed van haar vader kleefde nog vers en warm aan mijn bevende handen.
'Dice Murray?' klonk het aarzelend. 'Antla kan niet eeuwig blijven wachten,' grapte hij.
Bing keek me opnieuw aan. Zijn bruine ogen waren groot van ongeloof. Ik wist niet waarom ik niet huilde. Mijn gedachten schreeuwden me toe en lieten me keer op keer die nacht herbeleven.
'Dice Murray!' klonk het een derde keer, en deze keer was de vrolijkheid uit zijn stem verdwenen. Ik ontwaakte uit mijn bloederige dagdroom en begon aan de tocht naar het podium. Het schoot door mijn hoofd dat niemand zich vrijwillig aanbood, zelfs Wolf niet, mijn avontuurlijke broer. Blijkbaar hielden ze niet genoeg van mij om voor me te sterven.
En toen die gedachte geheel bij me was doorgedrongen, welde de eerste traan op in mijn ogen.
Antla Cataleyn (15) – District 9
Zijn handen waren koud en ruw. Hij duwde me de kamer binnen en sloot de deur achter zich. Ik keek hem aan, elk detail van zijn robuuste gezicht in me opnemend. Ik moest me herinneren hoe hij eruitzag. Informatie was nuttig, het zou wel eens mijn enige wapen kunnen zijn in de Arena.
Ik ijsbeerde door de kamer en keek op naar de majestueuze kroonluchter die het plafond sierde. De lampen brandden en zonden een geelachtig licht uit.
Ik wist niet precies hoeveel minuten er al verstreken waren toen de deur openvloog en Carla naar binnen kwam gerend. Haar mollige gezicht zag bleek en haar grijsblauwe ogen waren rood. Ze had gehuild.
Ik liep op haar af en sloeg mijn dunne armen om haar heen. Mijn donkere huid stak scherp af tegen de hare.
'Ik weet niet wat ik moet zeggen,' verbak Carla de stilte. Ze smoorde een snik.
Ik schudde mijn hoofd, want ook ik kende de woorden voor een afscheid niet. Ik had geen zin om te huilen en me al bij voorbaat gewonnen te geven. Ik wilde niet sterven door toedoen van het Capitool. Niet voordat ik de waarheid omtrent mijn vader te weten was gekomen.
'Je moet goed nadenken, Antla. Kennis is ook een wapen,' zei Carla aarzelend. Ik wist dat ze gelijk had, maar was mijn denkvermogen alleen genoeg om de Spelen te winnen? Mijn moeder had bewezen dat het mogelijk was. Ze was erin geslaagd de andere Tributen dusdanig te manipuleren en tegen elkaar uit te spelen dat zij de eindoverwinning behaald had.
Maar ik was niet zo dapper als mijn moeder.
'Geloof in jezelf, Antla,' fluisterde Carla nog. Ik glimlachte even, want diezelfde woorden had ik haar vaak toegefluisterd als ze zich alweer eens verstopte voor de pestkoppen.
Ze drukte een kus op mijn wang en liep de kamer uit, een stilte achterlatend.
Mijn moeder kwam echter meteen binnen. Ze huilde niet en zei niets. Ze trok me tegen zich aan en streek door mijn haren, steeds weer, totdat ik me veilig en rustig voelde.
'Ik ga je hieruit helpen, Antla,' bezwoer ze me. 'Ik beloof het. Ik haal je eruit!'
Wanhopig gilde ze dat laatste woord. Ik zei niets, wist niet wat er nog te zeggen viel.
'Ik zie je straks, Antla,' zei ze. 'Wij kunnen het. Samen kunnen we het.' Ze stopte me mijn vaders trouwring toe, zodat we alle drie samen zouden zijn tijdens deze laatste strijd.
'Samen kunnen we het,' herhaalde ik mijn moeders woorden, al wist ik niet of ik ze zelf wel durfde geloven.
Dice Murray (13) – District 9
Er huilde niemand. Zelfs mijn moeder keek me met droge ogen aan. We hadden geleerd om sterk te zijn, dat was nodig als je in onze wijk leefde en armoede je onvermoeibare vijand was.
'Je had in zijn plaats moeten gaan,' zei Dan opnieuw. Woedend keek hij naar Capir en blikte ondertussen ongerust naar mij.
'Jullie hebben me nodig,' antwoordde Capir met opeengeklemde kaken. 'Ik ben de enige die een echte baan heeft.'
Zijn woorden klonken onschuldig, maar de onuitgesproken boodschap was niet mis te verstaan. Ze hadden Capir nodig, maar mij niet. Ik was maar het kleine broertje, een extra mond die gevuld moest worden.
'Dice,' zei Wolf en hij richtte zich rechtstreeks tot mij, zijn andere, bekvechtende broers negerend.
Ik keek hem aan en wist niet wat ik voelde. Hij was mijn oudere broer, maar toch had ik vaker tijd doorgebracht met hem dan met Bing. We waren er vaak op uitgetrokken samen, op zoek naar het avontuur. Of iets wat daarvoor kon dienen, in ieder geval.
'De reden dat ik niet gevrijwilligd heb, is omdat je het me niet zou vergeven,' zei hij zacht.
Verbaasd keek ik hem aan. Ik begreep eerst niet wat hij me probeerde uit te leggen, maar toen snapte ik het. Wolf had gelijk. Ze hadden allemaal gelijk. Ik was degene die moest gaan, en niemand anders. Ik zou het niet kunnen verdragen als Wolf in mijn plaats zou sterven. De ene moord die mijn geweten bezwaarde was al erg genoeg.
Ik knikte kort en omhelsde hem. Hij was groter en steviger gebouwd dan ik, dus kwam mijn kruin maar tot aan zijn schouder.
'Doe dat goed, broertje,' zei hij bemoedigend en hij gaf me een klap tegen mijn schouders. Ik probeerde te glimlachen. Mijn andere broers omhelsden me een voor een en wensten me veel succes. In hun ogen las ik echter de woorden die ze niet uitspraken.
Vaarwel, wilden ze zeggen. Je zult sterven, geloofden ze. Maar dat zeiden ze geen van allen.
Uiteindelijk kwam mijn moeder naar me toe. Haar handen geurden naar wasmiddel en haar eenvoudige werkkledij vertoonde heel wat zeepvlekken. Ik omhelsde haar.
'Geef niet op, jongen,' zei ze simpelweg. 'Geef nooit op.' En toen vertrokken ze in stilte, als in een rouwstoet.
Nog voor de deur dichtviel kwam Kika naar binnen. Zij huilde wel, al had ze haar best gedaan dat te verbergen. Ze sloeg haar armen om me heen en ademde moeizaam.
'Je kan het wel, Dice,' zei ze fluisterend. 'Je kan het wel.'
Ik wist wat ze bedoelde, maar ik schudde mijn hoofd. Kika wist niet dat haar vaders dode ogen me nog elke nacht aanstaarden. Ze wist niet hoe vaak ik de nacht waarin ik haar moeder gered had al herbeleefd had. Ze wist alleen dat ik een moordenaar was.
'Je kan het, Dice,' bleef ze herhalen, zelfs toen ze ruw de kamer werd uitgetrokken.
Ik keek haar aan en schudde mijn hoofd. Ik kon het niet.
Kon ik het niet? Ik wist het niet. Ik had al genoeg nachtmerries, maar nu zouden ze werkelijkheid worden. Vanaf vandaag was er geen ontsnappen meer aan. Ik moest opnieuw een moordenaar worden.
En dit was Boete 9! Ik hoop dat jullie het een leuk hoofdstuk vonden en net als ik al uitkijken naar de Capitoolhoofdstukken! (Nog drie Boetes te gaan!)
Natuurlijk zou ik het heel erg leuk vinden als jullie een review zouden achterlaten om me te vertellen wat jullie ervan vonden!
Dan bedank ik LeviAntonius en leakingpenholder voor de Tributen! Hopelijk bevallen ze jullie en zijn jullie tevreden met het resultaat. :)
Dan heb ik nog een mededeling: ik heb het sponsorsysteem uitgewerkt en zal het vandaag online zetten. Het komt in de introductie van het verhaal te staan. Ik weet dat het nog vroeg is en het nog een hele tijd duurt vooraleer we in het Capitool zijn, maar zo hebben jullie er al een idee van hoeveel alles kost en wat de mogelijkheden zijn.
En dan een tweede mededeling, hiermee verwant: vanaf dit hoofdstuk is er een nieuwe manier waarop je punten kan verdienen. Ik zal aan het einde van elk hoofdstuk twee vragen stellen over het verhaal (niet noodzakelijk over het specifieke hoofdstuk) en degene(n) die de vragen als eerste juist beantwoordt(en), verdient(en) een extra punt per vraag. (Maximum 2 punten) Je mag dus ook maar een vraag beantwoorden!
Het beantwoorden gaat via een review, maar het is niet de bedoeling dat je louter en alleen een review schrijft om de vragen te beantwoorden. Je antwoorden zullen enkel worden meegeteld wanneer deze onderdeel van een review zijn.
Je kan dus zowel punten voor je review als voor de antwoorden verdienen, maar niet enkel voor de antwoorden.
Ik hoop dat jullie dit een leuk idee vinden. :) Je mag me gerust laten weten wat je ervan vindt! Ook als je vragen hebt, of je het systeem nog niet geheel duidelijk vindt, kan je dat in een review of PM schrijven.
Dan nu de vragen: Deze vragen gaan over alle Boetes die tot nu toe verschenen zijn. (Van 1 tot en met 9)
1) Welke Tribuut/Tributen heeft/hebben reeds een moord op zijn/hun geweten?
2) Zijn er Tributen bij wie er niemand aanwezig was tijdens het afscheid? Zo ja, wie?
De Puntentelling
Azmidiske87: 37
Jade Lammourgy: 37
LeviAntonius: 37
MadeBy Mel: 32
SirWalshingham: 31
Indontknow: 29
Serenetie – Ishida: 27
Strawberrychickk: 27
Livingtreetrunk: 20
MyWeirdWorld: 16
Tiger Outsider: 16
Lyannen: 14
Zacksteel: 14
silk tiger: 12
evalovespeeta: 10
Greendiamond123: 6
leakingpenholder: 6
mjg43: 4
Groetjes,
Marie :)
