Naar aanleiding van jullie positieve reacties – waarvoor dank! – heb ik besloten verder te gaan met mijn SYOT! Ik vind het heel fijn dat jullie zo enthousiast reageerden, en zal jullie, zoals beloofd, een 'korte' samenvatting van de afgelopen hoofdstukken geven. Natuurlijk mag je ook altijd alles eens herlezen ^^
Ik heb elke Tribuut kort samengevat, relevante informatie herhaald en een fragmentje uit zijn/haar Boete toegevoegd.
De Tributen
D1 Yiste Fawn (17)
Wie is zij?
Yiste is de dochter van welgestelde mensen. Haar vader werkt voor het Capitool en had amper aandacht voor zijn dochter en vrouw. Jaren geleden liet hij hen in de steek. Yiste is op zoek naar de liefde en aandacht die ze van hem nooit gekregen heeft en hoopt deze te vinden bij (wat oudere) mannen. Op de ochtend van de Boete ontdekt ze dat haar nieuwe vriend Scott haar nooit zal verkiezen boven zijn vrouw en gezin. Yiste is erg labiel en heel knap. Ze is een getrainde Tribuut en vrijwilligt om te bewijzen dat ze wél iets waard is. Haar moeder vindt dit vreselijk.
Fragment uit de Boete:
Ik nam een aantal keren diep adem en keek haar recht aan. 'Ik ga vrijwilligen tijdens de Boete.'
Mijn moeder was een knappe en rijzige vrouw, maar nu zag ze er erg klein en oud uit. Haar handen beefden terwijl ze de opkomende tranen uit haar ogen veegde.
'Doe dat niet, Yiste. Eerst je vader, en nu jij... ' Haar stem trilde terwijl ze me smekend aankeek.
'Vader had gewild dat ik zou vrijwilligen,' zei ik kortaf. Maar ik wist niet of dat de waarheid was, of enkel mijn eigen versie van de waarheid.
Cassandra Fawn sloot haar blauwe ogen en nam mijn handen in de hare. 'Je hoeft dit niet te doen, Yiste. Niet voor je vader. Hij is al vier jaar weg.'
Ik slikte. Ik herinnerde me de dag waarop hij vertrokken was nog heel levendig. Hij was thuisgekomen na een missie voor het Capitool en had zonder iets te zeggen zijn koffers gepakt. Mijn moeder had hem huilend aangekeken, niet in staat iets te zeggen. Maar ik was naar hem toegerend. Ik had zijn hand gegrepen en me paniekerig aan hem vastgeklampt. Schreeuwend en huilend had ik hem gesmeekt niet weg te gaan. Ik had hem beloofd nog beter te trainen voor de Spelen als hij dat wilde. Hysterisch had ik hem proberen terug te sleuren naar onze grote villa. Maar hij had me geïrriteerd van zich afgetrokken en in de armen van zijn vrouw geduwd. 'Laat me los, kind,' had hij koel gezegd en zonder nog een enkele keer naar me om te kijken was hij verdwenen. 'Ik hou van je,' had ik gefluisterd, 'Ik hou van je, laat me niet alleen.' Maar enkel de wind had me gehoord.
'Alsjeblieft, Yiste. Het is het niet waard.' Mijn moeders stem haalde me uit mijn naargeestige gedachten.
D1 Vixx Sicarius (17)
Wie is hij?
Vixx is een getrainde Tribuut. Zijn ouders vinden de Spelen heel belangrijk en hebben zowel Vixx als zijn jongere broer Thor al vanaf jonge leeftijd geïndoctrineerd. Vixx is arrogant, kent geen medeleven en heeft sadistische nijgingen. Hij is ervan overtuigd dat hij gaat winnen.
Fragment uit de Boete:
Ik keek de trainingszaal even rond en lachte spottend naar een paar twaalfjarige meisjes die hopeloos slecht waren met de werpmessen. Ze misten hun doel keer op keer.
Waardeloze nietsnutten waren het. Allemaal. Zelfs de trainer was geen partij voor mij.
'Dus dit jaar doe je het, he?' vroeg de trainer abrupt. Ik knikte.
Vandaag was het mijn dag. Mijn Boete. Mijn glorie. Niets of niemand zou die nog van me kunnen afnemen. Dit jaar was ik op alles voorbereid. Geen onaangename verrassingen deze keer. Dit werd mijn jaar.
Ik knarsetandde opnieuw bij de herinnering aan de laatste Boete. De gezichten van de drie jongens stonden voor eeuwig op mijn netvlies gebrand. Ze hadden hun krachten moeten bundelen om me tegen de grond te werken en hun kameraad de benodigde tijd te geven om te vrijwilligen. Die ongelooflijke sukkel. Hij had het niet eens tot de laatste acht gehaald.
Maar ze hadden een hoge prijs betaald voor de onvergeeflijke vergissing die ze hadden begaan. Een voor één had ik de jongens opgespoord en laten boeten. Ik proefde de heerlijke smaak van hun angst nog steeds op mijn tong als ik eraan terugdacht. Hun bloedstollende kreten waren de mooiste muziek die ik ooit gehoord had. Als ik mijn ogen sloot, kon ik de weeïge geur van hun bloed nog ruiken.
'Vixx!' De luide kreet wekte me ruw uit mijn zoete herinneringen. Ik keek kwaad om me heen en zag Thor vanaf de andere kant van de zaal enthousiast naar me zwaaien. Hij hield een lange speer in zijn hand en wilde klaarblijkelijk dat ik naar zijn worp kwam kijken.
D2 Medea O'Donovan (17)
Wie is zij?
Medea is de gevangene van Commandant Berric van de Vredebewakers. Als tienjarig meisje werd ze bij een gokspel verspeeld door haar dronken broer. Haar ouders zijn dood. Sinds de Commandant haar gewonnen heeft, heeft ze de commandopost nooit meer verlaten. Hij gebruikt haar als dienstmeisje en seksslavin. Medea is enorm verbitterd. Ze ontsnapt en vrijwilligt voor de Spelen om aan Berric te ontsnappen. Ze is gevoelloos, kan moorden en haat het leven. Er schuilt heel wat verdriet en eenzaamheid in haar, maar naar de buitenwereld toe gedraagt ze zich apathisch en koud.
Fragment uit de Boete:
Ik kan me jou niet goed herinneren,' zei ik treiterend. 'Een erg grote indruk zal je blijkbaar niet gemaakt hebben.' Ik keek op naar zijn niet onknappe gezicht en zag er precies wat ik verwachtte te zien. Woede en haat streden om voorrang.
Wat was een man toch makkelijk te beledigen.
'Na vandaag zal je me nooit meer vergeten. Dat beloof ik je,' spuwde hij uit en hij drukte me hardhandig tegen de koele, witte muur. Met zijn gespierde benen hield hij mijn onderlichaam in bedwang, terwijl zijn opvallend verzorgde handen aan mijn grijze hemdje trokken.
Ik wachtte totdat zijn aandacht voldoende was afgeleid en sloeg toen mijn beide armen om hem heen. Het kostte me enige moeite het kleine keukenmesje vanuit mijn rechtermouw in mijn hand te laten belanden, maar uiteindelijk lukte het. Ik verplaatste mijn grip op het wapen en ademde diep in. Met vaste hand dreef ik het mes in zijn onderrug en maakte een zijwaartse zaagbeweging, waardoor ik dwars door zijn linkernier sneed. Warm, donkerrood bloed gutste over mijn bleke handen.
Zijn gezicht verstijfde van de folterende pijn. Met schokkerige bewegingen viel hij op de grond en bleef daar stuiptrekkend liggen. De pijn was zo intens dat die zijn adem afsneed en het hem onmogelijk maakte te schreeuwen.
Een nuttige bijkomstigheid, merkte ik onverschillig op.
Ik bukte me en bracht mijn roodgestifte lippen tot vlak bij zijn oor. 'Je hebt gelogen,' fluisterde ik zacht en hatelijk. 'Ik ben je nu al vergeten.'
D2 Midas Tollak (18)
Wie is hij?
Midas is een Vredebewaker in opleiding. Als twaalfjarige jongen vermoordde hij per ongeluk zijn jeugdvriend en riskeerde de galg. Een Vredebewaker nam hem echter in bescherming en sindsdien volgt hij een opleiding in de commandopost. Hij is enorm plichtbewust en leeft om te dienen. Hij is niet slecht, maar wel té gehoorzaam. Wanneer Medea vrijwilligt, draagt de Commandant hem op ook te vrijwilligen en haar te vermoorden. Midas gehoorzaamt uiteraard.
Fragment uit de Boete:
'Cadet!' sprak hij luid.
'Commandant,' zei ik respectvol. Bijna automatisch ging ik in de houding staan. Kin omhoog en borst vooruit. Armen strak langs het lichaam. Buikspieren opgespannen. Voeten lichtjes gespreid.
'Je moet iets voor me doen, jongen. Hoor je me?'
'Ja, Commandant,' antwoordde ik gehoorzaam.
'Je gaat vrijwilligen voor de Spelen.' Zijn blauwe ogen boorden zich in de mijne. Op zoek naar een teken van opstandigheid. Maar dat zou hij niet vinden. Niet bij mij. Mijn leven was plicht. En het was mijn plicht hem te gehoorzamen.
'Ja, Commandant,' herhaalde ik.
'En zodra je de kans hebt, vermoord je dat arrogante sletje.'
'Ja, Commandant. Dat zal ik doen, Commandant.'
'Langzaam,' voegde hij er aan toe. 'Zodat ze tijd heeft je om genade te smeken.'
'Goed, Commandant,' antwoordde ik.
'En als je na de Spelen naar het District terugkeert, zal ik je belonen met een mooie titel. Hoe klinkt dat, Commandant Tollak?' Ik keek hem even verbaasd aan. Een nieuwe titel was niet nodig om mijn medewerking te bekomen. Maar als Commandant kreeg ik meer verantwoordelijkheid. Ik zou iets kunnen ondernemen om het plichtsverzuim van anderen in te tomen. Ik knikte.
'Dank u, Commandant. Ik zal doen wat u zegt.'
D3 Philtre Stern (13)
Wie is zij?
Philtre is een bastaardkind van een Winnaar, maar hij wil haar niet erkennen als zijn dochter. Ze is hierdoor erg gefrustreerd en haat haar biologische vader. Philtre is niet slecht, maar door het gebrek aan ouderlijke liefde (ook haar vermeende ouders zien haar amper staan) is ze verbitterd en koestert ze wraakgevoelens.
Piltre werkt als kindermeisje voor haar halfzusje, de dochter van haar biologische vader en zijn vrouw. Hij wil haar ontslaan omdat hij bang is dat ze zijn vrouw vertelt wie ze echt is. Ze dreigt ermee alles openbaar te maken als hij dit doet. Hij manipuleert de Begeleider van het Capitool en zorgt ervoor dat Philtre gekozen wordt als Tribuut. Zelf gaat hij mee als Mentor.
Fragment uit de Boete:
'Als je me ontslaat, weet morgen het hele District wie mijn echte vader is,' sprak ik duidelijk en langzaam. Ik wachtte niet op zijn reactie en liep zonder nog een enkele keer om te kijken de deur uit. Woedend om mijn vaders lafheid sloeg ik de deur dicht en liep de marmeren trap af. Ik was altijd vriendelijk tegen hem geweest en had uitstekend voor mijn halfzusje gezorgd. Zoals afgesproken had ik zijn vrouw zo min mogelijk gesproken en had ik nooit iemand verteld dat de man van mijn moeder niet mijn biologische vader was. Zelfs hij wist het niet. Ik had alleen maar verlangd naar een beetje genegenheid, een klein beetje aandacht. Maar nu besefte ik des te meer dat dat de dromen van een kind waren geweest. Mijn vader was een laffe man, die meer om zijn reputatie gaf dan om zijn bloedeigen dochter.
De tijd dat ik dat allemaal slikte was nu voorbij. Hij had me jarenlang aan het lijntje gehouden met valse beloftes en loze woorden. Ik hoefde zijn geld niet meer. Morgen zou iedereen weten wie ik was en zou hij zijn verantwoordelijkheid jegens mij moeten opnemen, zoals hij dat dertien jaar geleden al had moeten doen.
Weldra zou alles veranderen, maar vandaag moest ik nog één keer Philtre Stern zijn en als een gewoon meisje naar de Boete gaan. Onbewust rilde ik even bij de gedachte aan de Spelen, maar ik zette het gauw van me af en liep de Winnaarswijk uit. Ik bleef even staan voor het laatste huis in de straat en staarde naar de hoge ramen en luxueuze deurstijlen. Als mijn verachtelijke vader niet zo'n hypocriete lafaard was geweest, had ik in zo'n huis kunnen wonen. Ik had een eigen kindermeisje kunnen hebben. Hij zou me elke avond hebben voorgelezen en me liefdevol in bed hebben gestopt. Maar in plaats daarvan woonde ik in een klein huis in een doodgewone wijk bij ouders die nauwelijks naar me omkeken en steeds aan het werk waren.
D3 Louis Hendreson (12)
Wie is hij?
Louis is een arme jongen met een goed hart. Hij leeft samen met zijn aan alcohol verslaafde vader in een bouwvallig huisje en probeert het hoofd boven water te houden. Enkele jaren geleden zaten zijn ouders in geldschulden en werd ermee gedreigd Louis naar een werkhuis te sturen. Louis was zo bang van zijn ouders gescheiden te worden dat hij de Vredebewaker die hem kwam halen opsloot in het huis en dit in brand stak. Pas later ontdekte hij dat ook zijn moeder binnen was geweest. Sinds die dag heeft hij zichzelf een perfecte beheersing van het vuur aangeleerd.
Fragment uit de Boete:
De tranen sprongen in mijn ogen en wanhopig drukte ik mijn handen tegen mijn oren. Ik had niet geweten dat mijn moeder het huisje opnieuw was binnengaan. Ik had het niet geweten! Pas toen haar verkoolde lichaam naar buiten werd gedragen had ik beseft wat een gruwelijke fout ik had gemaakt. Ik had het niet geweten.
'Louis!' riep een beverige meisjesstem en ik voelde opeens twee armen om me heen.
Beatrice keek me met betraande ogen aan en snikte onophoudelijk. 'Je moet winnen, Louis,' zei ze.
Verdrietig schudde ik mijn hoofd. Ik kon niet winnen. Ik zou sterven, en dat wisten we allebei.
'Je kan alles met vuur! Misschien kan je...' begon ze wanhopig, maar ik wist dat ik dat niet zou kunnen. Ik wilde nooit meer zulke bloedstollende kreten horen, zelfs niet om mijn eigen leven te redden.
'Wil je iets voor me doen, Beatrice?' vroeg ik uiteindelijk zacht.
Het meisje knikte. 'Natuurlijk,' fluisterde ze.
'Wil je af en toe langsgaan bij mijn vader? Kijken of hij iets te eten heeft?' Ik zou de Spelen niet overleven, en mijn vader kon niet voor zichzelf zorgen. Ik kon niet ook zijn dood op mijn geweten hebben. Dit was iets wat ik goed moest doen.
Mijn vriendin knikte bevestigend en werd toen ruw de kamer uit gesleurd. Ze wierp me een laatste wanhopige blik toe en gooide me het medaillon dat ze steeds om haar hals droeg in de schoot. Dankbaar ving ik het op en klemde het keinood in mijn bevende handen. Moedeloos zakte ik in elkaar en plofte neer op de enige stoel in het vertrek.
'Het spijt me, moeder,' fluisterde ik tegen de lucht, en verdoofd sloot ik mijn ogen.
D4 Emmie-lyn Gotharte (17)
Wie is zij?
Emmie-lyn is rebels en doet er alles aan haar moeder en zusje Gwendoline niet te laten verhongeren. Ze vangt illegaal vis en verkoopt deze om aan geld te komen. Haar vader is op mysterieuze wijze omgekomen en ze verdenkt het Capitool hiervan. Ze komt regelmatig in de problemen met de Vredebewakers.
Door de verarming van het District zijn er nog nauwelijks vrijwilligers. Emmie-lyn wordt uitgeloot.
Fragment uit de Boete:
Eindelijk bereikte ik het straatje waarin ik woonde. Alle huizen zagen er eender uit, wat het vergemakkelijkte mijn achtervolger op het verkeerde spoor te brengen. Ik liep tussen twee vervallen huisjes door en zigzagde de overwoekerde tuinen in. Opnieuw wierp ik een blik over mijn schouder. Tot mijn grote opluchting was de woedende man niet langer in zicht. Hoogstwaarschijnlijk was hij me kwijtgeraakt in het doolhof van straatjes.
Met een laatste krachtinspanning spurtte ik naar ons huisje en sloeg de deur met een klap achter me dicht. Hevig puffend liet ik me op de aarden grond zakken en drukte mijn handen tegen mijn zij.
'Alweer?' vroeg mijn moeder angstig en terneergeslagen, en ze stond meteen op van haar stoel. Ik knikte, want voor praten had ik nog niet voldoende energie verzameld. Lorelei Gotharte sloop naar het kleine raampje en speurde aandachtig de omgeving af.
'Niets,' verzuchtte ze na enkele tellen opgelucht, maar ze schermde het raam af met een groezelig gordijn en blokkeerde de deur met enkele stoelen.
'Ik had je nooit mogen laten gaan,' fluisterde ze schuldbewust. 'Zeker niet vandaag.'
Ik stond op en overhandigde mijn moeder de vangst van deze ochtend. Naast de twee grote vissen had ik ook nog heel wat kleinere vissen en zelfs wat zoetwaterkrabben weten te vangen. Zonder die vis, en het geld dat de illegale verkoop ervan opbracht, zouden we honger lijden. En dat zou ik niet toestaan.
Mijn moeder nam de vis dankbaar aan en legde ze op de kleine keukentafel. Later zou Gwendoline haar helpen ze schoon te maken, maar het verkopen zou ze alleen doen. Ik wist dat ze ons niet in gevaar wilde brengen door ons mee te nemen naar de verborgen viskraampjes. Bijna wekelijks werd er iemand betrapt op het verkopen van illegaal gevangen vis, en niet veel later werd de onfortuinlijke persoon publiekelijk gegeseld aan de schandpaal.
'Volgende keer laat je de vissen maar achter, Emmie. Jij bent veel belangrijker dan wat koperstukken.' Mijn moeder kwam naar me toe en omhelsde me kort en liefdevol. Ik wist dat ze bezorgd was, maar toch zou ik volgende keer weer net hetzelfde doen, en dat wist ze.
'Ooit gaat het Capitool inzien dat het zo niet verder kan. We moeten nog even volhouden,' zei ik zacht, maar zelf geloofde ik mijn woorden niet. Het Capitool had steeds strengere wetten opgesteld in verband met de visvangst. Door de grootschalige overbevissing was er een tekort ontstaan, en sinds enkele jaren werd alle gevangen vis rechtstreeks naar het Capitool getransporteerd. Blijkbaar kon het hen weinig schelen dat door hun vraatzucht een heel District honger leed.
D4 Fenris Calder (18)
Wie is hij?
Fenris is een brute, rauwe beroepstribuut. Hij verdient wat geld als bewaker van de voedselloodsen en moet regelmatig dieven straffen met de zweep. Hij doet dit zonder enig medelijden met de persoon, maar geniet er ook niet echt van. Hij vindt het gewoon nodig. Net zoals hij het nodig vindt naar de Spelen te gaan. Hij heeft een soort relatie met Hera, maar er komt geen liefde bij kijken. Hij vrijwilligt uiteraard.
Fragment uit de Boete:
In stilte telde ik de seconden die weg tikten. Ik streek door mijn korte, opgeschoren rode haren en liep heen en weer in de kleine ruimte. Onverschillig vroeg ik me af of mijn ouders zouden langskomen. Mijn moeder was aan het werk in het Gerechtsgebouw en mijn vader was waarschijnlijk aan het trainen. Het maakte me ook niet veel uit. Ze wisten dat ik zou vrijwilligen vandaag. Het zou absurd zijn om het niet te doen.
De deur werd geopend en mijn vader en moeder kwamen naar binnen. Ludo Calder stapte om me af en schudde me krachtig de hand. In zijn ogen dacht ik een sprankje trots te kunnen lezen.
Mijn moeder knikte me even toe. 'Je hebt goed getraind,' waren de enige woorden die ze sprak, en toen vertrok ze alweer, op de voet gevolgd door haar echtgenoot. Ik schonk verder geen aandacht aan hen en vroeg me terloops af of Hera zou langskomen.
Opnieuw ging de deur open en een onbekende vrouw kwam naar binnen. Ik keek haar nors aan en staarde toen weer voor me uit, hopend dat ze zou vertrekken.
'Ik uh... ben de moeder van Leon,' sprak ze aarzelend. 'De jongen die uitgeloot werd.'
Met opgetrokken wenkbrauwen keek ik haar aan.
'Ik wilde je bedanken. Je hebt het leven van mijn zoon gered.' Alweer die vreselijke tranen.
'Hij gaat waarschijnlijk toch dood van de honger,' zei ik bot. 'En ik deed het niet voor hem. Ik ken dat huilend joch niet.' De weinige aandacht die ik aan haar besteed had was alweer verdwenen.
'Toch uh.. bedankt,' mompelde ze nog snel, en toen liep ze achterwaarts de deur uit.
Nadat die aanstellerige vrouw me eindelijk alleen had gelaten, nam ik plaats op een stoel en dacht na over de volgende dagen.
D5 Victa Condro (15)
Wie is zij?
Victa is de dochter van twee Winnaars. Zelf traint ze ook voor de Spelen, maar ze had nooit verwacht al op haar 15e te worden uitgeloot. Ze is verloofd met de zoon van de burgemeester, maar is niet verliefd. Victa haat het dat haar ouders alles in haar plaats beslissen. Haar vader had liever een zoon gehad en behandelt haar koud en afstandelijk, haar moeder kan maar moeilijk aanvaarden dat haar dochter opgroeit en zelf beslissingen neemt. Victa heeft een sterke persoonlijkheid, ze is een tikkeltje arrogant en gewend aan veel luxe.
Fragment uit de Boete:
'Oh Victa! Je ziet er prachtig uit,' kirde mijn moeder van zodra ze me zag. Zelf was ze gehuld in een lavendelkleurige jurk met franjes aan de mouwen. Mijn vader volgde zijn echtgenote op de voet en wierp een korte blik ik mijn richting. Hij droeg een zwart maatpak en bijpassende das. Neutraal knikte hij me toe. 'We moeten vertrekken.'
Samen met mijn ouders liep ik onze luxueuze villa uit en betrad de schoon geveegde straten van de Winnaarswijk. De bomen en planten zagen er goed onderhouden uit, alsook de grasperkjes die her en der verspreid waren en mooi contrasteerden met de grauwe, asfaltkleurige straten.
De meeste villa's stonden er verlaten en doods bij. Ik wist dat er nog nauwelijks vier van de twaalf huizen bewoond waren. Binnenkort zou District vijf er echter een Winnares bij krijgen. Daar zou ik persoonlijk voor zorgen.
Zoals steeds werden er vele hoofden in onze richting gedraaid. De meesten keken snel weg, maar de enkelen die dat niet deden konden de uitdrukking van haat en minachting niet goed verbergen. Ik wist dat mijn familie net geliefd was. District vijf beschouwde het haast als verraad om te vrijwilligen tijdens de Boete. Hun respect en waardering zou ik alvast niet krijgen, maar dat deerde me ook niet. De enige goedkeuring die ik nodig had, was die van mijn vader.
Uiteindelijk bereikten we de statige woning van de burgemeester en diens familie. Xam Condro klopte kordaat op de deur en toverde alvast een vriendelijke glimlach tevoorschijn op zijn gezicht. Mijn moeder en ik imiteerden zijn uitdrukking en wachten geduldig af.
Na slechts enkele tellen werd de deur geopend. De jonge vrouw liet ons met respectvol gebogen hoofd binnen en verzocht ons te wachten in de inkomhal. Ik nam plaats op één van de comfortabel ogende fauteuils en staarde ietwat verveeld voor me uit.
'Hoi Victa! Wat een mooie jurk,' begroette Trin me vriendelijk en bij drukte een zedige kus op mijn linkerwang. Ik glimlachte hem toe en complimenteerde hem met zijn knappe voorkomen.
D5 Erom Castaye (15)
Wie is hij?
Erom woont in een psychiatrische instelling. Hij lijdt aan een ingewikkelde persoonlijkheidsstoornis. Wanneer hij bang/boos/verdrietig is, verandert hij van persoonlijkheid. Zijn verschillende persoonlijkheden worden aangeduid met een kleur. Per kleur zijn er enkele specifieke karaktertrekken, alsook een zintuig dat overheerst. Tijdens de Boete verandert Erom naar Oranje, waardoor hij erg roekeloos is en vrijwilligt? Pas achteraf beseft hij wat hij heeft gedaan. Hij heeft geen echte band meer met zijn familie, maar is enorm gehecht aan Gaille, een meisje uit de instelling.
Fragment uit de Boete:
'Weet je welke dag het vandaag is?' vroeg hij opeens. Ik schrok op uit mijn gedachten en probeerde me te herinneren welke dag het was. Doordat we zo afgesloten van de buitenwereld leefden, hield ik nog nauwelijks rekening met dergelijke zaken. Zulke dingen waren niet relevant in een psychiatrische instelling.
'Woensdag?' deed ik een gokje.
De dokter keek me bezorgd aan. 'Het is vandaag Boetedag, Erom,' zei hij langzaam en duidelijk.
Boete. Vandaag was het weer tijd voor de Boete. Ik had er helemaal niet bij stilgestaan. Ik voelde hoe mijn spieren zich spanden en mijn ademhaling versnelde. Mijn hoofd deed verschrikkelijk veel pijn. Ik balde mijn handen ineen tot vuisten en klemde mijn kaken op elkaar. Ik besefte niet dat ik was opgestaan van de stoel.
'Erom?' hoorde ik vaag. 'Wil je terug gaan zitten? Erom?'
Opeens kreeg de kamer een oranjekleurige gloed. De omgevingsgeluiden knalden mijn oren binnen. Ik hoorde hoe twee verdiepingen lager een deur werd dichtgedaan. Buiten tsjirpte een merel een vrolijk wijsje. Ik luisterde er verstrooid naar.
'Erom?' klonk het weer. Deze keer keek ik op en reageerde op mijn naam.
'Ja?'
'Vandaag is het Boete, weet je dat nog?'
Ik keek de dokter hooghartig aan. 'Ja, en?'
'Zal je proberen rustig te blijven tijdens de loting?'
Ik keek hem enigszins schamper aan. 'Ik hoop dat ik gekozen word! Stel je voor, wat een avontuur!' Ik maakte een enthousiaste beweging met mijn armen en glimlachte voluit.
'Oranje,' mompelde dokter Herwin zacht en hij noteerde iets in zijn schrift. Ik hechtte er echter geen belang aan en stormde de kamer uit. Wandelen ging me te langzaam, dus rende ik naar de eetzaal en zocht er de menigte af naar Gaille. De oorverdovende geluiden kwamen als een stortvloed over me heen gespoeld, maar ik schonk er geen aandacht aan en liep verder.
D6 Sakura Nobunage (15)
Wie is zij?
Sakura is een meisje uit een drieling. Ze gaat graag op avontuur, spendeert heel wat tijd in de bossen van het District en drijft haar moeder soms tot wanhoop. Op de dag van de Boete hoort ze dat Camilla, een van aar zussen, zwanger is. Ze had dit absoluut niet verwacht, maar wanneer Camilla wordt uitgeloot, weet ze wat haar te doen staat: vrijwilligen, maar dan officieus. Niemand weet dat ze de verkeerde zus is.
Fragment uit de Boete:
'Wat leuk!' riepen we samen uit. Ik was oprecht blij dat Cami iemand gevonden had. Zelf was ik totaal niet geïnteresseerd in zulke zaken, maar mijn zus was altijd al stiller en meer introvert geweest dan ik. Ze had iemand nodig die haar steunde en wat meer zelfvertrouwen kon geven.
'Jullie begrijpen het niet,' fluisterde een zwak stemmetje. 'Moeder zal razend zijn, en vader ook.'
Ik begreep niet waarom ze zich zo'n zorgen maakte. Eerlijk gezegd kon ik me niet inbeelden dat vader bezwaar zou hebben, en zelfs moeder zou aan het idee van een relatie kunnen wennen. Allicht zou ze eerst wat schrikken, maar dat was enkel tijdelijk. Uiteindelijk was ze zelf ook getrouwd toen ze amper achttien jaar oud was, dus erg veel jonger was Cami niet.
'Ik ben zwanger.'
Er volgde een lange stilte. De vogels leken opeens bijzonder luid te zingen en in de aangrenzende tuin hoorde ik onze buurmeisjes een vrolijk spelletje spelen. De zon brandde nog steeds aan de helderblauwe hemel. Er was geen wolkje te bespeuren.
Cami was zwanger. Mijn gedachten tuimelden over elkaar heen in een poging deze absurde waarheid te bevatten. Ik begreep niet hoe ik dit had kunnen missen. Ze was toch mijn zusje? We hoorden elkaar te beschermen, en toch had ik haar aan haar lot overgelaten. Ze was in de klauwen van die jongen beland, en ik had niets gemerkt.
Ik stond op en omhelsde haar stevig. 'We verzinnen wel iets, Cami. Het komt wel goed. We klagen Jaime aan en in het ziekenhuis weten ze vast wel een manier om – '
'Nee!' schreeuwde mijn zus, en ze worstelde zich wanhopig los uit mijn greep. Gealarmeerd zette ze een stap bij me vandaan. Ik wisselde een verwarde blik met Rea en liep opnieuw naar haar toe.
'Ik wil het kindje houden. We voeden het samen op, Jaime en ik. Ik houd van hem!'
'Maar jullie zijn niet getrouwd,' bracht Rea er tegenin. Het was het laatste argument waar ik aan gedacht zou hebben, maar opeens besefte ik wel waarom Cami zo bang was moeder in te lichten. Een goede huisvrouw kreeg geen bastaardkind, en al zeker niet op haar vijftiende.
Ik slikte moeizaam. Het was moeilijk, bijna onmogelijk zelfs, me mijn zus in te beelden met een zuigeling op de arm. Ze leek nog zo jong. Wanneer was ze zo veranderd? Ik dacht altijd dat we even oud waren geweest, maar terwijl ik boomhutten bouwde in onze achtertuin en droomde van een carrière in het transport, was Cami een vrouw geworden.
D6 Mento Hill (16)
Wie is hij?
Mentho verloor een goede vriend aan een ziekte en besloot toen geneeskunde te gaan studeren, net als zijn ouders. Hij stelt de gezondheid van anderen altijd boven die van zichzelf en zal het heel moeilijk hebben om in de Arena voor zichzelf te moeten kiezen. Zijn goede vriendin Meela probeert hem voor zichzelf te laten opkomen, maar dit blijft heel moeilijk.
Fragment uit de Boete:
'Mentho,' bracht ze uiteindelijk uit. 'Je moet naar me luisteren. Het is heel belangrijk. Zorg goed voor jezelf, en niet voor anderen. Er is maar één Winnaar, en dat moet jij zijn. Kies voor jezelf, ongeacht de prijs. Het moet, Mentho!' Dat laatste schreeuwde ze haast uit.
Ik keek haar alleen maar aan, niet in staat iets te antwoorden. Ik wist dat ik geen mensen kon vermoorden, ik was al jarenlang bezig met het bestuderen van manieren en medicijnen om mensen te genezen. Niemand zou me ertoe kunnen brengen een ander moedwillig te pijnigen.
Maar de Spelen hadden maar één Winnaar.
'Vergeet het niet, Mentho,' fluisterde ze nogmaals en ze overhandigde mij haar eigen medaillon. Ik klikte het open en vond er een gedroogde bloem in. Mentha, wist ik meteen, de bloem waarnaar ik vernoemd was. Even zag ik Meela's kindergezichtje weer voor me. Ze had mijn naam meteen mooi gevonden.
Meela werd naar buiten gesleurd, nog steeds schreeuwend dat ik moest vechten. Ik keek haar droevig na, verscheurd door twijfels en pijn. Ik kon geen mensen vermoorden, maar ik wilde zelf niet sterven. Was er een gulden middenweg te vinden?
Niet in de Hongerspelen. Daar was je een moordenaar of een dode Tribuut.
Ik veegde mijn wangen droog en keek op mijn polshorloge. Mijn laatste gedachten waren bij mijn ouders die waren vertrokken zonder afscheid te nemen, op weg naar een hulpbehoevende.
Maar ik had hen ook nodig. Ik ging sterven, of een moordenaar worden.
Welke optie zouden zij verkiezen?
D7 Ylva Velius (13)
Wie is zij?
Ylva is een lid van het Dievengilde. Ze is erg goed in sluipen, stelen en informatie vergaren. Ze haat huilende kinderen, want die doen haar denken aan haar babybroertje dat ze vermoord heeft. Ze kent haar vader niet en heeft haar moeder al jaren niet meer gezien. Ze is ongeletterd, maar wel verstandig. Ze kan erg goed overleven en haar plan trekken. Ze is nogal emotieloos en heeft absoluut geen gevoel voor fatsoen en beleefdheid.
Fragment uit de Boete:
'Hoelang is het geleden dat jij jezelf gewassen hebt?' knorde de Vredebewaker aan de inschrijvingstafel afkeurend. Zijn roomwitte pak vertoonde geen enkel spatje modder en ik moest moeite doen daar geen verandering in te brengen. In plaats daarvan stelde ik me tevreden met een antwoord.
'Hoelang is 't geleden dat jij iets intelligent te zeggen had?' Ik wachtte even op zijn antwoord en vervolgde toen. 'Minstens even lang dus.'
Ik liep weg, wachtte even totdat ook Basil zich had ingeschreven en wurmde me toen door de mensenmassa heen richting de dertienjarige meisjes.
'Ga 'es opzij, wicht. 'T is niet omdat je dik bent dat je meer plek krijgt,' snauwde ik hatelijk tegen een mollig kind. De tranen welden meteen op in haar blauwe ogen en rolden over haar hamsterkaken. Ik schonk er geen aandacht aan en duwde haar hardhandig opzij.
Verveeld wiebelde ik op mijn tenen en wachtte totdat deze hele gebeurtenis voorbij zou zijn. Elk jaar was het hetzelfde liedje. Twee jankende kinderen die dood werden teruggestuurd en een ereplaats kregen op het kerkhof.
Alsof laf zijn eervol was, dacht ik geërgerd.
Uiteindelijk stapte de Capitooldwaas het podium op en heette iedereen met zijn vreselijke accent welkom op de Boete.
Ik streek even door mijn samengeklitte, zwarte haren en deed geen moeite te horen wat hij te zeggen had. Al mijn aandacht was gericht op een gouden schittering aan zijn linkerhand.
Dat moest goud zijn, wist ik meteen. En naar de grootte te oordelen was die ring heel wat waard. Daarmee zouden Basil en ik wel wat meer kunnen eten dan alleen perentaartjes.
D7 Jorge de Burgos (18)
Wie is hij?
Jorge is een sympathieke, blinde jongen. Hij heeft een uitstekend gehoor en reukvermogen en is alom geliefd in het District. Hij helpt de houthakkers vaak door hen kostbare bomen aan te wijzen. Hij heeft een relatie met Ellen en wilt gaan samenwonen. Tot vorig jaar moest Jorge niet deelnemen aan de Boete, maar nu wel. Dit omdat het Capitool Wraak neemt op District 7.
Fragment uit de Boete:
'Jorge!' groette een harde doch vriendelijke stem me. Ik voelde hoe er een zware hand op mijn brede schouder werd gelegd. Daardoor wist ik meteen wie er voor me stond. Er was namelijk maar één man die groot genoeg was om mijn schouder te kunnen bereiken.
'Donal,' zei ik opgewekt. 'Zo vroeg op pad?'
De houthakker gaf me een stevige por en boog zich wat dichter naar me toe. 'Ik hoopte dat ik je tegen het lijf zou lopen, jongen. Ik heb problemen thuis.' Zijn stem werd zachter en kreeg een bezorgde klank. Ik greep zijn arm vast en kneep er troostend in.
'Nick en Ryan moeten volgend jaar meedoen aan die vreselijke Boete, en als het zo verder gaat zullen ze zich moeten inschrijven voor voedselbonnen.'
Ik knikte berustend. Donals zoontjes waren leuke kinderen, maar sinds het ontslag van hun vader waren hun ribben steeds duidelijker zichtbaar geworden. Ik kon ze tellen met mijn vingers.
'Ik heb een nieuwe boomsoort ontdekt,' zei ik als vanzelf. 'Uitstekend hout. Het Capitool telt er vast heel wat geld voor neer. Daar ben ik van overtuigd!'
Hoewel ik het niet kon zien, voelde ik hoe er een glimlach over het ruwe gezicht van Donal kroop. Hij greep met beide handen mijn schouders vast en omhelsde me vaderlijk.
'Ik toon je deze middag de weg, goed?' vroeg ik vrolijk lachend, blij om Donals opgetogenheid.
'Bedankt, Jorge! Dat zal ik niet vergeten!' zei hij nog, en na me een laatste schouderklop te hebben gegeven wandelde hij met vaste tred weg.
Neuriënd legde ik de laatste kilometers naar huis af. Donals blijdschap indachtig glimlachte ik stompzinnig voor me uit. Het deed me goed hem te helpen. Hij was een goede man en verdiende beter dan een zoon te verliezen in de Arena.
D8 Ilyana Collins (15)
Wie is zij?
Ilyana is een vrij normaal meisje dat veel belang hecht aan haar familie. Haar moeder is gestorven bij de geboorte van haar jongste broertje Leander. Haar vader neemt hem dit kwalijk en hierdoor heeft Ilyana een groot deel van de zorg voor haar broertje op zich genomen. Ze is aardig, geduldig en eerlijk.
Fragment uit de Boete:
De deur werd geopend en mijn broers kwamen naar binnen. Leander keek me aan, zijn ogen vol twijfels en ongeloof. De ogen van Logan waren nat en zijn gezicht behuild. Ik opende mijn armen en ving hen beiden op. Mijn broers. Mijn familie.
'Moet je echt meedoen, Yana?' vroeg Leander aarzelend.
Ik pakte hem op en drukte hem dicht tegen me aan. 'Ja, Leander. Ik moet gaan. Maar ga jij me iets beloven?' Mijn stem trilde van de ingehouden emotie, maar ik sloeg er geen acht op.
Hij knikte met een bloedserieuze uitdrukking op zijn kinderlijke gezichtje.
'Zal je goed zorgen voor Logan en oma?'
Hij beloofde het plechtig. 'Heel goed.'
Een flauw glimlachje verscheen op mijn lippen en hij beantwoordde het.
'Je mag Zwartje meenemen,' zei hij en hij overhandigde mij zijn kleine, zwartkleurige knuffelbeertje. Ik nam het dankbaar aan en drukte de wollen vacht tegen mijn gezicht.
Logan keek me nog steeds aan. Ik wist niet wat ik moest zeggen, want woorden leken opeens zo ontoereikend te zijn. Ik wilde hem alleen maar vasthouden, een laatste keer zijn beschermende armen voelen en me een klein meisje wanen.
En zo stonden we daar totdat de Vredebewakers kwamen. Mijn broers in mijn armen gesloten.
Logan en Leander. Mijn familie.
D8 Liam Needle (18)
Wie is hij?
Liam is een lieve jongen. Hij heeft een relatie (gehad) met Logan, de broer van Ilyana, maar niemand weet dat. Hij houdt ontzettend veel van zijn broertje Mike, die erg zwak en angstig is. Zijn oom stierf in de Spelen. Zijn vader wilde voorkomen dat hij nog een familielied aan de Spelen verloor en leerde Liam met messen en een boog om te gaan.
Fragment uit de Boete:
Het beeld van mijn broertje speelde al sinds deze ochtend voortdurend door mijn hoofd. Zijn grote ogen keken me vragend aan en zijn vuisten waren gebald.
'De kans is erg klein dat hij gekozen wordt,' protesteerde Logan zwakjes, maar ik luisterde niet naar zijn woorden. Elk jaar werd een kind gekozen en dat kon net zo goed Mike zijn. Mijn broertje zou het nog geen uur volhouden in de Arena, overweldigd door alle indrukken en geluiden om zich heen. Mike had rust nodig, en hoe kon ik hem die beloven op een dag als vandaag? Mijn oom had de dood gevonden in die afschuwelijke Arena, dus de kansen waren niet echt in ons voordeel.
Logan schonk me een troostende glimlach en legde zijn koude hand op mijn bovenarm. Een aangename tinteling trok door mijn lichaam toen die aanraking heel wat herinneringen opriep.
'Zou je voor hem vrijwilligen?' fluisterde hij aarzelend, maar hij kende net als ik het antwoord. Natuurlijk zou ik dat doen. Ik was tenminste sterk en enigszins getraind. Mijn vader had me doorheen de jaren de beginselen van het messen werpen en boogschieten aangeleerd. Zogezegd om mezelf te kunnen beschermen in geval van nood, maar nu wist ik wel beter.
Hij wilde niet nog een familielid aan de Spelen verliezen.
'Laten we gewoon het beste hopen, goed?' bracht Logan het gesprek weer op een wat luchtigere toon. Zijn hand lag echter nog steeds op mijn bovenarm en streelde verstrooid de stof van mijn witte shirt. Het warme gevoel verspreidde zich door mijn hele lichaam en verdrong de bloederige beelden naar de achtergrond.
Ik vocht tegen de aandrang mijn hoofd op zijn schouder te leggen en glimlachte in plaats daarvan een onbezorgde glimlach. 'Goed,' bevestigde ik.
D9 Antla Cataleyn (15)
Wie is zij?
Antla is de dochter van een Winnaar. Haar moeder gaat nog elk jaar mee als Begeleider en heeft een grote hekel aan het Capitool. Haar vader werd vorig jaar door hen vermoord. Antla kent de reden hiervoor niet precies. Antla is een stil, verstandig meisje. Samen met haar beste vriendin Carla is ze vaak te vinden in de bibliotheek, waar ze zich veel beter voelt dan in een mensenmassa.
Fragment uit de Boete:
Het boek rook naar stof en vergeelde pagina's. Ik hield van het aroma. Het was de geur van kennis en rust.
Met mijn benen opgetrokken zat ik al lezend in de stoffen fauteuil. Het lijvige boek in mijn handen sprak over de geschiedenis van de Districten. Hoewel het verboden was over andere Districten te worden onderwezen, was ik er, mits enkele omwegen, in geslaagd dit boek te bemachtigen. Ik had het haast ondraaglijk gevonden niets te weten over mijn eigen landgenoten en was nu al wekenlang bezig de informatie in me op te slorpen.
Ik wist niet waar ik op wachtte. Mijn moeder was al vertrokken naar het plein en Carla zou me daar ontmoeten. En toch wilde ik niet vertrekken. Nog niet. Elk jaar opnieuw dwong ik mezelf de Winnaarswijk uit te lopen en me in te schrijven voor de Boete. Maar deze keer was het anders. Dit jaar was mijn vader er niet om me te troosten en gerust te stellen.
Ze hadden hem vermoord. Zomaar, omdat ze dat konden.
Ik stond op uit de fauteuil en legde het dikke boek zorgvuldig op het kleine bijzettafeltje. Ik had geen zin me om te kleden, dus deed ik dat niet. Ik glimlachte heimelijk toen ik aan Carla's reactie dacht. Zij zou er piekfijn uitzien in haar gifgroene jurkje van zachte zijde.
De Winnaarswijk lag er verlaten bij toen ik de straat betrad. Het geluid van de graanmachines was niet tot hier te horen, maar op het plein bemerkte je het constante draaien van de motoren. Al zou het gejoel en gesnik van alle mensen hun gebrom vandaag wel overstemmen.
De gedachte aan de mensenmassa maakte me bang. Hun warme lijven zouden tegen het mijne drukken en me dwingen in een bepaalde richting te lopen. Er zouden blikken op mij worden geworpen, zoals altijd. Ik hield niet van hun blikken en wenste steeds dat ik stilletjes zou kunnen verdwijnen.
Met langzame tred liep ik door het District. Het plein was het centrum van alles, zowel de politieke als de gerechtelijke macht huisde hier. Al stelden beiden niet veel voor. Zij waren ook maar marionetten. Poppetjes in het spel dat het Capitool met ons speelde.
Mijn vader was een overbodige marionet gebleken, en die moesten worden geëlimineerd. Mijn moeder had me nooit een eenduidig verslag kunnen geven van de feiten, maar ik wist dat er iets niet klopte. Ze hadden mijn vader vermoord zonder enige reden. Althans, dat wilde mijn moeder me laten geloven. Maar er moest een reden zijn. Die was er altijd. Zonder rationaliteit was wreedheid zinloos en leidde het nergens toe.
Er moest een verklaring zijn. Maar welke?
D9 Dice Murray (13)
Wie is hij?
Dice komt uit een groot en heel arm gezin. Hij en zijn broers klussen overal bij om wat brood op tafel te krijgen. Zijn oudere broer heeft hem met de dubbele dolken leren werken, als voorzorg voor de Spelen. Dice heeft een goede vriendin, Kika. Op een bewuste nacht hoorde hij haar gillen, ging naar haar toe en doodde haar dronken vader. Hij mishandelde zijn vrouw. Dice heeft hier nog steeds nachtmerries over en hoopt nooit meer te moeten moorden.
Fragment uit de Boete:
Ik keek hem aan en wist niet wat ik voelde. Hij was mijn oudere broer, maar toch had ik vaker tijd doorgebracht met hem dan met Bing. We waren er vaak op uitgetrokken samen, op zoek naar het avontuur. Of iets wat daarvoor kon dienen, in ieder geval.
'De reden dat ik niet gevrijwilligd heb, is omdat je het me niet zou vergeven,' zei hij zacht.
Verbaasd keek ik hem aan. Ik begreep eerst niet wat hij me probeerde uit te leggen, maar toen snapte ik het. Wolf had gelijk. Ze hadden allemaal gelijk. Ik was degene die moest gaan, en niemand anders. Ik zou het niet kunnen verdragen als Wolf in mijn plaats zou sterven. De ene moord die mijn geweten bezwaarde was al erg genoeg.
Ik knikte kort en omhelsde hem. Hij was groter en steviger gebouwd dan ik, dus kwam mijn kruin maar tot aan zijn schouder.
'Doe dat goed, broertje,' zei hij bemoedigend en hij gaf me een klap tegen mijn schouders. Ik probeerde te glimlachen. Mijn andere broers omhelsden me een voor een en wensten me veel succes. In hun ogen las ik echter de woorden die ze niet uitspraken.
Vaarwel, wilden ze zeggen. Je zult sterven, geloofden ze. Maar dat zeiden ze geen van allen.
Uiteindelijk kwam mijn moeder naar me toe. Haar handen geurden naar wasmiddel en haar eenvoudige werkkledij vertoonde heel wat zeepvlekken. Ik omhelsde haar.
'Geef niet op, jongen,' zei ze simpelweg. 'Geef nooit op.' En toen vertrokken ze in stilte, als in een rouwstoet.
Nog voor de deur dichtviel kwam Kika naar binnen. Zij huilde wel, al had ze haar best gedaan dat te verbergen. Ze sloeg haar armen om me heen en ademde moeizaam.
'Je kan het wel, Dice,' zei ze fluisterend. 'Je kan het wel.'
Ik wist wat ze bedoelde, maar ik schudde mijn hoofd. Kika wist niet dat haar vaders dode ogen me nog elke nacht aanstaarden. Ze wist niet hoe vaak ik de nacht waarin ik haar moeder gered had al herbeleefd had. Ze wist alleen dat ik een moordenaar was.
D10 Jessica Westers (15)
Wie is zij?
Jessica is een getormenteerd meisje. Ze verloor haar moeder en vluchtte in de alcohol. Haar vader heeft haar al meerdere malen gedwongen ermee te stoppen, maar ze hervalt keer op keer. Ook haar broer Daan dringt niet tot haar door. Ze beseft niet echt wat haar te wachten staat in de Arena.
Fragment uit de Boete:
'Wat moet je?' snauwde een onvriendelijke stem.
Ik keek op naar zijn gezicht en dwong mijn lippen een glimlach te vormen.
'Jij,' zei de man ietwat verbaasd. 'Je vader had gezegd dat ik nooit meer aan je mocht verkopen. Die vent heeft me zitten bedreigen!'
Paniek overmeesterde me. Wat als hij weigerde me iets te verkopen? Ik had het nodig. Nu meteen. De buitenwereld was een angstaanjagende plek om in de vertoeven zonder vrienden. Dat zou de man toch wel begrijpen?
'Alstublieft...' smeekte ik met trillende stem.
Hij keek me geringschattend aan. 'Wat kan je betalen?'
Zonder te aarzelen schoof ik de zilveren armband van mijn arm en reikte hem die aan. Het was een geschenk van mijn broer geweest, maar dat maakte niets uit. Niet nu. Ik zou me er later wel zorgen om maken.
'Niet genoeg,' bromde hij chagrijnig.
Ik dacht even na en overhandigde hem toen de gouden ring. Het was het laatste wat ik van mijn moeder had, maar zij zou het wel begrijpen. Ik kon niet anders. Toch? Zij zou toch niet willen dat ik bang en eenzaam was? Ze zou het wel begrijpen.
Even verdween hij uit de deur en toen kwam hij terug. Hij overhandigde mij een glazen fles met een nagenoeg kleurloze drank erin. Ik draaide de dop eraf, nam een grote slok en knikte tevreden.
Al drinkend van de fles vervolgde ik mijn weg naar het centrum. Bij elke stap die ik zette werden mijn gedachten minder angstig en vervaagde mijn verdriet om mijn broertje.
Het zou allemaal wel goed komen. Ik was niet langer alleen in deze wereld. Ik hoefde niet meer bang te zijn en me zorgen te maken om mijn familie. Ik kon het allemaal vergeten.
D10 Andy Travis (18)
Wie is hij?
Andy is een nogal verlegen jongen met een enorme plantenkennis. Hij leerde dit alles van zijn buurvrouw Martha, met wie hij een erg hechte band heeft. Andy is absoluut niet sterk of snel en is hierdoor vaak het mikpunt van pesterijen. Hij heeft een goed karakter, komt uit een fijne familie en heeft enkele leuke vrienden. Hij is ervan overtuigd dat de andere Tributen veel beter gaan zijn dan hij.
Fragment uit de Boete:
'Klaar voor de Boete?' vroeg de oude vrouw bedenkelijk en haar inktzwarte ogen werden op mij gericht. Hier woonden geen mensen met zwarte ogen, maar in District elf wemelde het ervan. Martha had me meerdere malen verteld dat ook alle leden van haar familie zwarte ogen hadden.
Ik haalde mijn schouders op en nam nog een slokje thee. 'Zo klaar als ik ooit zal zijn,' antwoordde ik naar waarheid. Het nerveuze gevoel in mijn maag zou me pas loslaten als ik wist dat ik veilig was, maar ik wist dat het geen zin had mezelf urenlang te kwellen.
Mijn oude buurvrouw knikte. 'Je hebt weer zitten lezen, zie ik.' Ze wees naar het dikke boek en glimlachte.
'Mijn wapen,' zei ik knipogend. 'Het enige wapen dat ik zal hebben in de Arena.'
'Een kostbaar wapen, jongen.' Martha grinnikte. 'Ik vraag me af of de plantenexperts van ons geliefde Capitool dat hele boek ook uit hun hoofd hebben geleerd.' Ze grijnsde een mond vol scheve tanden bloot, en onbewust beantwoordde ik die.
'Ik denk dat alleen jij mij overtreft, Martha,' zei ik vleiend.
Martha lachte nu hardop. 'Mijn lieve jongen toch! Eens was je mijn leerling, maar die tijd ligt nu al ver achter ons.'
'Ik zal altijd je leerling blijven,' zei ik zachtjes, vreemd genoeg geëmotioneerd door haar oprechte woorden. 'In kennis kan ik je allicht evenaren, maar in wijsheid zal ik altijd in je schaduw staan.'
Martha ging verzitten op de bank en bood me een van haar zelfgebakken gemberkoekjes aan. 'Als je niet oplet laat je me nog blozen, jongen,' zei ze vrolijk.
We praatten nog geruime tijd verder en haalden herinneringen op uit het verleden. Ik herinnerde me de eerste keer dat ik haar huis betreden had nog erg goed. Ze had me als kind zien vertrekken naar de velden en weilanden, in een poging eetbare planten te vinden voor mijn familie. Sinds die dag had ze me onderwezen en geholpen mijn plantenkennis te perfectioneren.
D11 Selysa Gilton (16)
Wie is zij?
Selysa is een huurmoordenaares. Ze ziet dit als de enige manier om te overleven, maar beleeft er geen plezier aan. Ze maakt hierbij ook gebruik van het verrassingselement, want fysiek is ze niet bijzonder sterk. Ze heeft het soms moeilijk met wat ze doet en is zeker niet gevoelloos. Vaak probeert ze zich te troosten met de gedachte dat ze enkel slechte mensen vermoordt, maar eigenlijk weet ze wel dat dat niet waar is.
Fragment uit de Boete:
Met mijn knieën aan weerszijden van haar lichaam drukte ik haar tegen de koude tegelvloer aan. Ik haalde het geslepen mes tevoorschijn en trok haar hoofd met een ruk achterover. Haar ogen keken doodsbang naar me op.
'Het spijt me,' zei ik gemeend, en toen drukte ik de punt van het mes in het malse vlees van haar hals en sneed die open. Haar warme, pulserende bloed stroomde over mijn vingers en doorweekte haar mantelpakje. De arme vrouw schokte nog enkele tellen na, maar verdronk toen gorgelend in haar eigen bloed en bleef roerloos liggen. Ze zou nooit weten wat er gebeurd was.
Ik dwong mezelf naar haar te kijken en haar gezicht in me op te slaan. Gevoelens stroomden mijn hoofd en hart binnen, maar ik bande ze uit en balde mijn vuisten. Ik boog me voorover en sloot eerbiedig de opengesperde ogen van de dode vrouw.
Met een werktuigelijk gebaar stond ik op en stapte over het lijk heen. De woorden van de vrouw indachtig liep ik de eikenhouten trap op. Boven aangekomen zag ik dat er maar een kamerdeur gesloten was. Vastberaden sloop ik ernaar toe en gooide ze open.
De man die er zat te werken keek geschrokken op van zijn werk. Toen hij mij in de deuropening zag staan, trok hij wit weg. Zijn kleine, groene oogjes waren gericht op het bebloede mes in mijn eveneens bebloede handen.
'Wie ben je?' probeerde hij te zeggen, maar ik liep meteen op hem af en stak het mes recht in zijn hartstreek. Ik voelde de man verstijven en nodeloos naar adem happen. Zijn ogen puilden uit hun kassen terwijl hij ineen zakte op zijn bureaustoel en zijn potlood kletterend op de grond liet vallen.
'De burgemeester stuurt me,' mompelde ik zachtjes. Ik keek naar de stervende man en negeerde de storm aan emoties in mijn eigen lichaam. Toen Gerold met een laatste huivering het leven liet, sloot ik zijn grijskleurige ogen en verliet in stilte de werkkamer.
Ik dwong mezelf weer naar beneden te lopen en zocht me een weg naar de keuken. Ik waste het warme bloed van mijn handen en pletste wat water in mijn gezicht. Het koude water hielp me mijn kalmte te bewaren en spoelde alle bewijzen van mijn misdaad weg. Maar hun bloed zou altijd aan mijn handen kleven, of het nu zichtbaar was of niet.
D11 Oliver Gardan (14)
Wie is hij?
Olivers moeder werd verkracht en negen maanden later werd Oliver geboren. Zijn moeder heeft het er erg moeilijk mee en negeert hem, zijn 'halfzus' haat hem en brengt hem in de problemen tijdens de Boete. Omdat Oliver niet aanwezig was op de Boete, werd als straf zijn broer Barlee gedood.
Fragment uit de Boete:
Haar gezicht straalde kwaadaardig leedvermaak uit. Ik werd bang van de blik in haar ogen en probeerde haar niet aan te kijken.
'Ik moet je iets tonen,' zei ze zacht maar dreigend. Ik wist dat ik moest weigeren en haar negeren, maar ze trok me al met zich mee de voordeur door. We liepen in stilte naar de achtertuin en ik waagde het nu haar een snelle blik toe te werpen.
'Je bent toch niet bang?' vroeg ze liefjes. 'Ratten beginnen vreselijk hard te piepen als ze bang zijn.'
Ik schudde mijn hoofd en liep met haar mee naar het oude schuurtje. Ze opende de deur en ging me voor naar binnen.
'Wel?' vroeg ik. 'Wat wilde je tonen?' Ik keek zoekend om me heen.
'Dit,' siste Denya venijnig en ze gooide de deur met een klap achter zich dicht. Ik rende ernaar toe en beukte ertegenaan, maar Denya hield hem tegen en draaide de sleutel om in het slot.
Ik zat opgesloten. 'Denya!' riep ik angstig. 'De Boete begint zo!'
Mijn zus lachte vrolijk. 'Wat erg toch. Wat doen ze ook alweer met de kinderen die niet komen?' Ze laste een suggestieve pauze in en vervolgde toen: 'Ohja, ik weet het weer. Die executeren ze.'
Tranen welden op in mijn schijnbaar zwarte ogen. Ik had nooit echt beseft hoezeer ze me haatte, besefte ik nu. Ik had nooit geweten dat ze me koelbloedig zou laten vermoorden en zich er nog om zou verkneukelen ook.
'Alsjeblieft, Denya,' smeekte ik wanhopig. Ik wist niet eens zeker dat ze er nog was. Misschien was ze al met de anderen naar het plein vertrokken, hen ervan overtuigend dat ik al onderweg was.
'Smeek je nu, rat?' fluisterde ze. 'Mijn moeder heeft ook gesmeekt, maar dat heeft ook niet geholpen, he? Anders was jij er niet geweest!'
De onrechtvaardigheid van haar woorden trof me als een mokerslag. 'Ze is ook mijn moeder,' antwoordde ik bevend. Ik wist niet goed waarom ik dat zei, misschien gewoon om mezelf ervan te overtuigen dat het waar was.
'Moeder haat je,' siste ze hatelijk. 'Ze heeft er nog steeds spijt van dat ze je niet te vondeling heeft gelegd. Dat heeft ze me zelf verteld.'
Ik slikte, maar kon geen woorden uitbrengen. Zonder het te beseffen liet ik me op de grond zakken en sloeg mijn armen om mijn knieën heen.
'Ik moet maar eens gaan,' zei Denya luchtig. 'Geniet van je laatste uren.' En toen hoorde ik haar verwijderende voetstappen. Ze was weg en ze zou me niet komen bevrijden. Opeens dacht ik aan Willow en Lavender. Ze zouden nooit weten wat er met mij gebeurd was. Willows grote ogen zouden vol tranen stromen en ze zou naar de blauwe hemel staren.
D12 Beau Lores (14)
Wie is zij?
Beau is de jongste dochter van de burgemeester. Omdat de burgemeester zich verzet heeft tegen het Capitool moet hij een van zijn eigen kinderen naar de Spelen sturen. Beau en de anderen stemmen, en zij is degene die moet gaan. Haar oudere zus Sophie wenst haar het ergste toe.
Fragment uit de Boete:
Ik wilde hen niet zien. Geen van hen. Niet mijn ouders met hun krokodillentranen, niet Marianne die me om vergeving zou smeken en zeker niet Sophie. Sophie die me de dood had ingejaagd en erom had moeten lachen.
En toch kwamen ze.
Mijn moeders rijzige gestalte verscheen als eerste in de deuropening. Haar bleke gezicht werd ontsierd door zoute tranen, maar ik kon haar niet troosten. Niet nadat iets wat zij gedaan had mij in deze situatie had gebracht. Niet nadat ze mij als Tribuut had laten kiezen.
'Beau, lieverd,' begon ze met trillende stem. 'Je moet weten dat ik – '
'Dat je wat?' onderbrak ik haar bot. 'Dat het je spijt? Laat ook maar.' Ik draaide me ruw weg van haar en liep zo ver mogelijk bij mijn familie vandaan. Allemaal waren het verraders. Hoe konden ze me nu aankijken met ogen vol tranen? Ze hadden er zelf voor gekozen me te verliezen.
Er werd lange tijd niets gezegd. De snikken van mijn moeder waren het enige geluid dat de stilte doorbrak. Ik wilde schreeuwen dat ze weg moesten gaan en me met rust moesten laten. Een ander deel van me wilde echter niets liever dan in huilen uitbarsten en de troostende armen van mijn moeder opzoeken.
'Het spijt me vreselijk, lieverd,' verbrak mijn vader de stilte. 'Mijn daden horen jou geen kwaad te doen. Maar ik wil dat je een ding goed onthoudt. Wil je dat voor me doen?'
Ik dwong mezelf me naar hem om te draaien en in zijn ogen te kijken. Kort knikte ik.
'Ik kan je niet uitleggen wat er precies aan de hand is, het zal je in gevaar brengen. Maar Beau,' zei hij zacht, en hij boog zich dicht naar me toe, zodat alleen ik het kon horen. 'Je bent de sterkste dochter die een vader zich kan wensen. Je bent diegene die zal buigen door de wind zonder te breken. Je kan dit. Je bent de enige die dit kan.'
Ik kon het niet opbrengen hem te antwoorden en wachtte zwijgend af. Uiteindelijk vertrok mijn familie in stilte. Mijn moeder huilde, mijn broers en zussen keken doods voor zich uit, mijn vader prevelde woorden die niemand kon horen. De deur sloeg achter hen dicht en ik sloot mijn ogen.
'Ik wilde nog even vaarwel zeggen.'
Verschrikt draaide ik me om. Sophie stond nog steeds in de kamer en keek me glimlachend aan.
'Je hebt het nooit begrepen, he?' zei ze kil.
'Wat?' vroeg ik automatisch.
'Je hebt nooit begrepen waarom ik je zo haat.'
Ik keek haar verbaasd aan. 'Nee.'
'Ik was altijd het lievelingetje van onze ouders. Hun oudste dochter. Ik was knap, slim, ambitieus en gedreven. Alles wat ze wilden. En toen werd jij geboren, een kleine, nutteloze huilebalk, en alles veranderde. Opeens was ik het kindermeisje in plaats van vaders rechterhand. Opeens was moeder alleen nog geïnteresseerd in jouw eerste stapjes en woordjes.'
Haar woorden klonken veraf en hol, als in een droom.
'Maar nu wordt alles weer beter,' voegde ze eraan toe. 'Alles wordt weer zoals vanouds.' Ze wandelde naar de deur en draaide zich nog een laatste keer om.
'Fijne Hongerspelen gewenst, zusje,' zei ze. 'En mogen de kansen immer in je voordeel zijn.'
D12 Alex Johnson (14)
Wie is hij?
De moeder van Alex is een Winnares, maar ze is mentaal ingestort sinds haar terugkeer uit de Arena. Alex zorgt voor haar, maar dit eist een hoge tol. Hij leeft afgezonderd van de buitenwereld, heeft weinig contacten buiten zijn familie.
Fragment uit de Boete:
Zo stil mogelijk sloop ik weg van het bed en opende de deur. De houten vloer kraakte oorverdovend luid toen ik de eerste stap in de hal zette.
'Alex?' Een angstige schreeuw. 'Alex, waar ben je?'
Ik kon een verslagen zucht niet onderdrukken en holde terug naar mijn moeders bed. Ze kalmeerde zienderogen toen ze me zag, maar de argwaan was van haar afgepeigerde gezicht af te lezen.
'Waar ga je heen?'
'Naar Harold,' antwoordde ik zo onschuldig mogelijk. 'We hebben afgesproken.' Het was geen leugen, niet echt. Mijn vader had me ooit verteld dat de beste leugens diegenen waren die gebaseerd waren op de waarheid. Ik wist dat hij gelijk had, maar waarom voelde het dan zo verkeerd om mijn moeder voor te liegen?
'Welke dag is het vandaag?' vroeg ze gealarmeerd. Mijn moeder was vroeger een erg scherpzinnige vrouw geweest en dat was ook haar voornaamste troef gebleken in de Arena. Hoewel er nog weinig restte van haar sterke persoonlijkheid, leek de intelligentie niet geheel uit haar verdwenen te zijn.
'Het is een mooie lentedag,' probeerde ik.
'Het is vandaag, he?' Haar stem was zacht, maar trilde niet. Vreemd genoeg leek ze behoorlijk beheerst en ik besloot haar de waarheid toe te vertrouwen.
'Ja,' sprak ik vlak. 'Vandaag is de Boete.'
Ik verwachtte dat ze zou gaan huilen of gillen. Dat deed ze meestal op de dag van de Boete. Dit jaar verraste ze me echter. Ze zakte terug in de lakens en sloeg haar vermagerde armen om zich heen.
'Ze gaan nooit weg, Alex. Onthoud dat goed. Het houdt nooit op. Nooit.'
Haar onheilspellende woorden zonden een koude rilling langs mijn ruggengraat. Het was lang geleden dat ze nog zo kalm en beheerst gesproken had, maar nu verlangde ik bijna weer naar haar huilerige smeekbedes. Alles was beter dan deze doodse kilte.
'Ik zie je straks,' wist ik nog uit te brengen, en toen liep ik haar kamer uit, de buitenwereld tegemoet.
De Capitoolhoofdstukken
De treinreis
Mentho twijfelt over wat hij moet doen: vechten voor zijn eigen leven of levens redden? Hij ontmoet Lyneah, een Avox van 17.
Victa ergert zich aan haar moeder. Ze hoort dat haar vader haar liever laat sterven dan zijn reputatie te verpesten. Ze besluit hen in het niets te laten verdwijnen en dé nieuwe Winnares te worden.
Nicolas Surdon is de burgemeester van District 7. Hij mocht de Boete niet bijwonen. Samen met zijn dove zoon Collin en vrouw werd hij opgesloten. Hij is gestraft door het Capitool, en dit verklaart waarom de jongeren met een fysieke beperking moesten deelnemen dit jaar. Hij schrijft een brief aan de burgemeester van District 12.
Yiste is helemaal verliefd op haar mentor. Ze aanbidt hem en wilt niets liever dan 'zijn' nieuwe Winnares te worden. Ze belanden samen in bed en kijken naar de Spelen van de Mentor.
Aankomst
Narcissus is Minister van het Capitool. Hij woont de Raad van Bestuur van de Hongerspelen bij. Antla Cataleyn komt ter sprake. Wanneer hij dit verneemt, wordt hij woedend en eist een verklaring van Snow. Deze belooft zijn best te doen iets te regelen voor hem.
Medea broedt op moordplannen voor Midas. Ze probeert hem aan te vallen, maar trekt duidelijk aan het kortste eind. Uiteindelijk besluit ze een beter plan uit te werken.
Liam denkt na over Logans laatste woorden. Moet hij voor zichzelf kiezen, of moet hij proberen Ilyana te beschermen? Hij besluit samen te werken en ze vormen een bondgenootschap.
Philtre denkt na over de rol van haar vader in dit alles. Ze praat met de Stylist, die verdacht veel lijkt te weten over haar situatie.
De Strijdwagens
Sakura haat de nieuwe kostuums. Ze moet eraan wennen dat iedereen haar Camilla noemt. Haar Begeleider Mimi lijkt een aanval te krijgen en samen met Mentho schiet ze te hulp.
Lisetta Mair is de vrouw van de burgemeester van District 5 en de moeder van Gaille, de beste vriendin van Erom. Ze bezoekt de psychiatrische instelling en kan het niet aanzien Gaille daar te moeten laten. Maar iedereen denkt dat ze dood is.
Ylva steelt dingen van de Mentor en Begeleider. Ze ontdekt dat Jorge blind is. Ze besluit dat informatie kostbaar is en wil op die manier de Spelen proberen winnen.
Oliver denkt terug aan de dood van Barlee. Hij ontdekt de namen van gestorven Tributen in een kastje.
Als laatste lijkt het mij nuttig om even de antwoorden op de vragen te herhalen.
1) Welke Tribuut/Tributen heeft/hebben reeds een moord op zijn/hun geweten?
Dit zijn er best veel:
- D1 Vixx (drie jongens die hem belet hadden te vrijwilligen)
- D2 Medea (een Vredebewaker)
- D2 Midas (een jeugdvriend)
- D3 Louis (een Vredebewaker en per ongeluk zijn eigen moeder)
- D4 Fenris (enkele dieven die hij mocht bestraffen)
- D7 Ylva (haar babybroertje)
- D9 Dice (de vader van Kika)
- D11 Selysa (in opdracht van...)
2) Zijn er Tributen bij wie er niemand aanwezig was tijdens het afscheid? Ja, bij Medea en Selysa.
3) Waarom/wanneer is Jessica verslaafd geraakt aan alcohol? Jessica raakte verslaafd aan alcohol naar aanleiding van de dood van haar moeder. Meer hierover volgt later!
4) Welke Tributen zullen hun ouders opnieuw zien in het Capitool?
Dit zijn er drie:
- D3 Philtre (Haar biologische vader)
- D5 Victa (Beide ouders zijn Winnaar)
- D9 Antla (Haar moeder is Mentor)
5) Hoeveel vrijwilligers zijn er bij deze Spelen? En wie zijn dit?
Er zijn 7 vrijwilligers:
- D1 Vixx en Yiste
- D2 Midas en Medea
- D4 Fenris
- D5 Erom
- D6 Sakura (niet officieel)
6) Oliver heeft iets heel specifiek gemeen met een andere Tribuut. Wat? Oliver kent, net als Ylva uit District 7, zijn biologische vader niet
7) De vader van Beau heeft dus iets fout gedaan en werd daarom gestraft. In een ander District is iets gelijkaardigs gebeurd en greep het Capitool ook in. In welk District gebeurde dit? In District 7. Hier greep men in door de kinderen/jongeren met een beperking te laten deelnemen aan de Boete.
8) Is/zijn er (een) District(en) waarin beide Tributen iets te maken hadden (dus zelf tewerkgesteld waren) met de specifieke bedrijfstak? Nee, eigenlijk niet! Degenen die iets te maken hebben met de bedrijfstak zijn: Emmie-lyn (D4/vissen), Mentho Hill (D6/Geneeskunde) en Jorge De Burgos (D7/houthakken)
9) Aan welke beperking lijdt Collin? Collin, zoon van de burgemeester van District 7, is doof.
10) Erom gedroeg zich heel anders dan tijdens de Boete. Dit omwille van een kleurverandering. Welk zintuig overheerste er deze keer? Deze keer overheerste het zintuig smaak.
11) Welke POV houdt verband met de Proloog van het verhaal? De POV van Liam. Waarom precies zal nog duidelijk worden! In het laatste hoofdstuk staat dat dit Mentho is, dat is fout! Het is dus Liam.
12) Waarom reageerde Midas plotseling zo boos op Medea's getreiter? Hij werd herinnerd aan de dood van zijn jeugdvriend.
Moest je nog vragen hebben, stel ze gerust!
