Capitool 5: Tweede Trainingsdag

Beau Lores (14) – District 12

Ik beeldde me in dat de dummy mijn oudere zus Sophie was. Met alle kracht die ik bezat, gooide ik het mes naar haar toe. Het oefenwapen tolde enkele keren om zijn as en raakte de pop met het heft op de arm.

Teleurgesteld zuchtte ik, maar de trainster spoorde me aan het nog eens te proberen.

Ik slaagde er telkens in de pop te raken, maar mijn mes beschreef geen rechte lijn, waardoor het vaker met het heft dan met het lemmet in de dummy terechtkwam.

'Je doet het niet slecht, Beau,' zei ze bemoedigend. 'Je bent behoorlijk sterk voor je leeftijd en lengte. Heel wat kinderen hebben niet voldoende kracht om de afstand te overbruggen met een worp. Als er een Tribuut op je afkomt, gooi dan je mes. Het zal misschien niet dodelijk zijn, maar het zal hem of haar zeker vertragen en afleiden.'

Ik knikte berustend. Gisteren en vandaag waren erg deprimerende dagen geweest. Ik had met lede ogen toegekeken hoe de sterke Tributen hun wapenvaardigheid oefenden. Ik kon niets van dat alles. Het enige wat ik kon, was Franse werkwoorden vervoegen, en ik dacht niet dat dat van pas zou komen in de Arena.

De samenwerking met mijn Districtgenoot liep ook niet echt goed. Alex was erg stil en teruggetrokken. Hij wilde niet trainen met de wapens en leek het soms bij voorbaat al op te geven. Maar dat wilde ik niet. Mijn eigen familie had me dit aangedaan. Mijn oudste zus had me uitgelachen en de dood toegewenst. Ik moest dit overleven, al was het alleen maar om de teleurstelling in Sophies ogen te kunnen zien wanneer ik in plaats van als lijk als winnaar terugkeerde naar huis.

Ik besloot een ander onderdeel te gaan oefenen en liep naar de hindernissenbaan. Daar was momenteel niemand aan het trainen.

'Dit is een allround oefening,' zei de trainer, en ik schrok, want ik had de man nog niet opgemerkt.
'Hier kan je leren hoe je je het best verplaatst op verschillende soorten terrein. Ook kan je leren klimmen, kruipen en balanceren.'

Ik knikte en liep naar het begin van het parcours. Als eerste oefening moest je over een dunne balk lopen. Dat lukte me zonder veel moeite. Mijn kleine gestalte sprak hier in het voordeel. Ik kon me voorstellen dat forsgebouwde Tributen zoals de jongen uit Vier hier wel wat meer moeilijkheden mee zouden ondervinden.

Nadien volgde een klimoefening. Het was niet gemakkelijk. Mijn armen brandden van de inspanning die het me kostte om omhoog te klimmen. Maar ik verbeet de pijn en zette door. Op enkele meters afstand hoorde ik de trainer goedkeurend mompelen.

Met verzuurde armen begon ik aan de terreinoefeningen. Het was de bedoeling om niet weg te zakken in moerassige stukken, om je evenwicht te bewaren op het ijs en om zo geruisloos mogelijk over een bosrijke bodem vol dode takjes te stappen.

Meer dan eens vroeg ik me af of dit me daadwerkelijk zou helpen in de Arena. Maar aangezien het mij afleidde van mijn sombere gedachten, deed ik verder en beëindigde het parcours in een – volgens de trainer – respectabele tijd.

Het was jammer dat er geen zwembad in de trainingsruimte aanwezig was. Thuis volgde ik al enkele jaren zwemles en het water gaf me steevast een veilig en vertrouwd gevoel. Ik vond het heerlijk om onder water te duiken en de buitenwereld eventjes te kunnen vergeten. Zeker na een aanvaring met Sophie zocht ik wel eens mijn toevlucht in het diepe.

Toen ik klaar was om naar een nieuwe discipline te gaan, zag ik dat een ander meisje net aan het parcours begonnen was. Nieuwsgierig bleef ik staan en keek toe hoe ze het ervan afbracht. Ze legde het hele parcours af in minder dan de helft van mijn tijd. Ik zuchtte moedeloos.

'Jij deed het ook niet slecht,' zei ze glimlachend. Blijkbaar had ze de blik in mijn ogen gezien.

'Sorry,' mompelde ik slecht op mijn gemak. 'Ik wilde je niet bespioneren.' Ik wist nog steeds niet goed hoe ik me moest gedragen tegenover de andere Tributen. Iedereen wist dat het een goed idee was om Bondgenoten te hebben, maar iedereen wist ook dat die Bondgenootschappen nooit konden blijven duren.

Moest ik een deal sluiten met iemand, wetende dat de Tribuut op een bepaald moment mijn vijand zou worden in de Arena? En wie zou er een deal willen sluiten met een veertienjarige uit een laag District?

Het meisje lachte. 'Iedereen bespioneert hier iedereen, hoor. Ik denk dat dat ook de bedoeling is.'

'Ik uh – ' Ik voelde dat ik bloosde.

'Ik ben Camilla, en jij?' onderbrak ze me behulpzaam. 'Uit District Zes.'

'Beau,' antwoordde ik. 'Uit Twaalf.'

'Weet je al met wie je gaat samenwerken, Beau?'

Ik aarzelde. Moest ik het haar vertellen? Kon ik haar wel vertrouwen? Ze leek aardig, maar misschien probeerde ze gewoon wat informatie uit me los te krijgen?

Ik ging voor de gulden middenweg en besloot een halve waarheid te vertellen. 'Met mijn Districtgenoot Alex, en jij?'

Camilla knikte begrijpend. 'Ja, dat doen de meesten, he. Mijn Districtgenoot ligt nogal in de knoop met zichzelf, denk ik. Dus ik weet niet of hij wel een Bondgenootschap wilt sluiten.'

'Oh,' antwoordde ik, nogal verbaasd dat ze mij dat toevertrouwde. 'Dat is vervelend.'

Camilla glimlachte vreugdeloos. 'Zin om dat parcours nog eens te doen? Ik zag dat je wat moeite had met het klimmen.'

Ik knikte zonder verder na te denken en volgde Camilla naar de start van de klimproef. Ze negeerde de trainer volledig en mompelde iets onverstaanbaar.

'Goed, je legt je handen zo om het touw.' Ik deed wat ze me instrueerde. 'Prima. Dan zet je je voeten zo,' ze deed het me voor, 'en dan trek je je op.'

Ik probeerde het en merkte blij verrast dat het op deze manier heel wat makkelijker ging. In een mum van tijd had ik de top bereikt.

'Waar heb je zo leren klimmen?' vroeg ik toen we beiden weer met onze voeten op de grond stonden. Deze keer deden mijn armen heel wat minder pijn.

Er verscheen een kinderlijke blik in Camilla's ogen. 'Ik klom nogal vaak in de bomen thuis.'

Ik knikte begrijpend. 'Dat kan ik wel geloven.'

Ze lachte. 'Mijn moeder wist het niet te waarderen.'

'Ach, moeders,' antwoordde ik luchtig, maar toen schoot het beeld van mijn eigen moeder door mijn hoofd. Ze had haar best gedaan het mij uit te leggen na de Boete, maar ik had niet willen luisteren. Ik wist wel dat ze dit niet gewild had. Ik wist wel dat zij en mijn vader het vreselijk vonden dat ik naar de Hongerspelen moest. Maar toch nam ik het hen kwalijk. Toch was ik boos op hen. Zij hadden iets mispeuterd en omwille daarvan werd ik gestraft.
Het was niet eerlijk. Helemaal niet eerlijk zelfs.

'Beau?'

'Sorry, wat?' vroeg ik verstrooid.

'Ik vroeg of je ook wat wilde drinken.'

Nog steeds in gedachten verzonken knikte ik en volgde Camilla naar een aparte ruimte, grenzend aan de grote trainingszaal. Er stonden altijd gekoelde flesjes water, vruchtensap en nog heel wat andere zaken die ik niet kende. Tijdens de middagpauze werd er ook eten gebracht.

Ik wilde net naar binnengaan toen Camilla haar vinger op haar lippen legde en me met haar hand tegenhield. Ik slikte mijn vraag in en vroeg me af wat er aan de hand was.

Camilla gebaarde. Eerst toonde ze twee vingers en toen slechts één. Toen wees ze naar de eetruimte.

Bedoelde ze de Tributen uit Eén en Twee? Dat kon haast niet anders.

Ik bleef zwijgen en wachtte af.

'…je handen van me af,' hoorde ik een meisjesstem zeggen. 'Enkel gisterenavond. Dat was de afspraak.'

Verbaasd trok ik mijn wenkbrauwen op. Camilla beantwoordde mijn vragende uitdrukking met een schouderophalen en richtte haar blik weer op de Tributen.

'Ik bepaal de voorwaarden van de afspraak,' kwam het antwoord. Ik dacht de stem van de mannelijke Tribuut uit District
Eén te herkennen. Dat betekende dat de andere Tribuut het meisje uit Twee moest zijn.

'Goed dan, vanavond. Hetzelfde tijdstip. Dezelfde plaats.'

Ik hoorde voetstappen en mijn hart versnelde. Als de Beroepstributen zouden zien dat we hen aan het afluisteren waren, zou ons dat vast in de problemen brengen.

Ik pakte Camilla's hand en trok haar snel mee naar het dichts bijgelegen oefenveld: de eetbare insecten. Terwijl ik deed alsof ik enkele plaatjes bekeek en aan Camilla toonde, keek ik door mijn roodbruine haren om naar de ingang van de eetruimte.

Het bleke meisje uit Twee kwam inderdaad naar buiten. Niet veel later werd ze gevolgd door de grote Tribuut uit Eén. Bij het zien van de blik in zijn zwarte ogen was ik heel dankbaar dat het niet tot een confrontatie tussen hen en ons geleid had.

Toen we zeker waren dat ze opnieuw in beslag genomen werden door de training, liepen we opnieuw naar de kamer om iets te drinken te halen. De vrouw die net uitlegde hoe je giftige van eetbare kevers kon onderscheiden, keek ons beledigd aan toen we midden in haar uitleg vertrokken. We schonken beiden geen aandacht aan haar.

Ik nam een flesje sinaasappelsap en nam enkele dankbare slokken.

'Waar ging dat over?' verbrak ik als eerste de stilte.

Camilla nam nog een slok van haar aardbeiendrankje en keek me aan. 'Het leek wel alsof ze, nu ja, je weet wel.' Haar wangen kleurden rood.

'Ja,' antwoordde ik wat schaapachtig.

'Sommige Tributen gaan erg ver voor een Bondgenootschap,' mompelde Camilla bedachtzaam en in stilte dacht ik na over haar woorden. Zou het dat zijn? Zou iemand zo ver gaan voor de steun van een medetribuut? Zou iemand zijn lichaam verkopen in ruil voor een iets grotere kans op overleving?

Ik had nog nooit nagedacht over dit soort zaken. Tot voor kort hoefde ik er ook niet over na te denken. Maar nu was alles anders. En als het meisje uit Twee dat kon opbrengen alleen maar omwille van de belofte op hulp, dan kon een beetje vertrouwen in een medetribuut die me zonet vrijwillig geholpen had toch zeker geen kwaad?

Ik keek naar Camilla en knikte. Misschien waren we nog geen Bondgenoten, maar we hadden vandaag een begin gemaakt. Ik hoefde dit niet alleen te doen. Niet helemaal.


Jessica Westers (15) – District 10

Ik kon me niet herinneren dat ik deze kamer al eerder gezien had. Alles was koud en wit. De muren, het plafond, de gordijnen en zelfs de lakens waaronder ik lag waren onttrokken van alle kleur en warmte.

Ik ging wat rechter overeind zitten, maar kreeg daar vrijwel meteen spijt van. Mijn hoofd deed afschuwelijk veel pijn en er verschenen sterretjes voor mijn ogen.

Snel liet ik me weer onderuitzakken in het bed. Pas toen besefte ik dat ik volkomen naakt was onder de dekens. Ik trok ze wat steviger om mijn magere lichaam heen en rilde.

Ik sloot mijn ogen en vroeg me opnieuw af waar ik was. In een poging de gebeurtenissen van de afgelopen uren – dagen? – weer naar boven te halen, overliep ik de zaken waar ik zeker van was.

'Ik heet Jessica,' fluisterde ik zachtjes tegen mezelf. 'Ik ben vijftien jaar oud. Ik woon in District Tien. Mijn broer heet Daan. Mijn vader is vaak boos op me. Mijn mama is gestorven.'

Ik slikte bij die laatste woorden. Het was nog steeds pijnlijk om aan mijn mama te denken, laat staan haar dood luidop uit te spreken.

Met de nodige moeite schudde ik het verdriet van me af en dacht verder na. Wat was er gebeurd? Hoe was ik in deze kamer beland? En waarom deed mijn hoofd zo'n pijn? Ik voelde hoe er langzaamaan wat angst mijn bewustzijn binnensloop. Mijn gevoelens leken echter op een vreemde manier gedempt, alsof ik de emoties van een buitenstaander observeerde.

In de verte hoorde ik het geluid van een deur die werd opengeschoven. Er klonken voetstappen. Angstig hulde ik me nog wat beter in de witte lakens, onzeker over wie of wat er op mij afkwam.

'Juffrouw Westers, bent u wakker?' Het was een vrouwenstem. Ze klonk vriendelijk.

Heel langzaam opende ik mijn ogen.

'Goed,' spoorde de vrouw me aan, toen ze zag dat ik haar behoedzaam aankeek. 'Kan je mij je naam vertellen?'

'Jessica Westers,' antwoordde ik, blij dat ik het antwoord op die vraag kende. De vrouw was wat dichter naar me toe gekomen en keek me onderzoekend aan. Ze droeg een lange witte jas en hield een notitieblok vast. Haar zwarte haren waren zo strak naar achteren gekamd dat ik me niet kon voorstellen dat dat geen pijn deed. Haar paarskleurige ogen waren groot en rond.

'Weet je waar je bent, Jessica?'

Verslagen schudde ik mijn hoofd, wat een nieuwe felle pijnscheut teweegbracht. Waarom kon ik het mij niet beter herinneren? De paniek kroop steeds meer naar de oppervlakte. Moest ik wegrennen? Maar waar naartoe? En waar waren mijn kleren? Kon iemand mij -

'Rustig maar, Jessica. Alles komt goed. Hier ben je veilig.'

Ik deed mijn best om rustig adem te halen, maar het lukte niet goed. Ik had meer nodig dan dat. Maar waar zou ik het hier kunnen vinden?

Ik probeerde opnieuw om rechtop te gaan zitten, maar de vrouw legde een dwingende hand op mijn schouder en duwde me neer. 'Je moet nog even blijven, Jessica,' zei ze.

Maar ik kon niet blijven. Ik had drank nodig. Iets om me af te leiden. Iets dat me een veilig gevoel gaf op deze onbekende en beangstigende plek. Iets waardoor ik me minder alleen voelde.

'Ik moet,' begon ik, maar de vrouw onderbrak me sussend.

'We hebben je hier gebracht,' zei ze zacht, 'omdat we je bewusteloos op je kamer vonden.'

Bewusteloos? 'Ik begrijp niet – '

'Weet je nog wat er gebeurd is na de Boete, Jessica?' onderbrak de vrouw me opnieuw.

De Boete? Ik pijnigde mijn pijnlijke hersenen en probeerde me de Boete weer voor de geest te halen.
Mijn vader had gezegd dat ik moest gaan. Daan wilde niet met me meegaan. Ik had me alleen gevoeld. Alleen en bang.

'De ring van mijn mama,' prevelde ik zachtjes.

De vrouw keek me niet-begrijpend aan, maar ik sloeg geen acht op haar, want opeens herinnerde ik het me weer. Ik had me alleen gevoeld. Zo alleen en zo bang. Ik had wat drank gekocht en de ring van mijn mama als betaalmiddel gebruikt.

Een snik welde op in mijn keel en ik slikte hoorbaar. Ik miste haar zo erg. Ik wilde alleen maar dat ze hier was, me in haar beschermende armen nam en me zei dat alles goed zou komen.
Maar dat gebeurde niet, want ze was dood. Ik voelde de kille grip van het verdriet opnieuw rond mijn hart en schudde mijn hoofd. Ik wilde dit niet meer voelen. Ik wilde niet meer zo bang zijn.

Ik trok de dekens van me af en zwaaide mijn benen over de rand van het bed. Nog voor ik mijn blote voeten echter op de witte marmeren vloer kon zetten, had de vrouw me teruggeduwd in het bed.
Waarom liet ze mij niet gaan? Waarom hield ze mij tegen terwijl ik alleen maar een manier zocht om me minder alleen te voelen?

Mijn vader had me ook steeds zo behandeld. Er schoot een beeld door mijn hoofd waarin hij al mijn dierbare flessen had stukgegooid. Ik kon me niet meer herinneren wat er nadien gebeurd was.

'Luister, Jessica,' sprak de vrouw opnieuw. 'Je bent in het Capitool.'

Het Capitool? Maar wat…?

En opeens drong het tot me door. De Boete.

De haartjes op mijn armen gingen rechtovereind staan. Ik kreeg het ijskoud.

'Ik ben een Tribuut,' zei ik, meer tegen mezelf dan tegen de vrouw. 'Een Tribuut,' herhaalde ik nogmaals. De onbekende vrouw knikte, zichtbaar opgelucht dat ik de situatie begrepen had.

'Klopt, vandaag is het de tweede trainingsdag, maar zoals ik daarnet al zei, vonden we je deze ochtend bewusteloos in je kamer. We merkten dat je geïntoxiceerd was en hebben je behandeld. Nadien hebben we je enkele kalmeringsmiddelen moeten geven, want je raakte volledig in paniek toen je ontwaakte.'

Ik luisterde maar half naar wat de vrouw zei. De beelden van de afgelopen dagen spoelden gefragmenteerd mijn verwarde geest binnen. Daan die tijdens het afscheid tegen me schreeuwde, de enge man van het Capitool, de Parade en de andere Tributen...

De paniek die daarnet nog aan het sluimeren was geweest, overmeesterde me nu volledig. Mijn hart bonsde in mijn keel en ik hoorde mijn eigen gierende ademhaling.

Ik moest hier weg. Straks zouden ze me doden in de Arena en dan zou ik Daan nooit meer terugzien. Ik moest hem zeggen dat ik iets dom gedaan had. Hij moest weten dat ik de ring van mama niet echt had willen verkopen.

'Rustig ademhalen, Jessica, er komt zo meteen iemand die je naar je kamer zal begeleiden.'

Maar hoe kon ik rustig blijven? Mijn gedachten schoten alle kanten op en mijn hoofd deed zo vreselijk veel pijn. Ik wilde alleen maar wegvluchten.

In de verte hoorde ik iemand gillen.

Een scherpe steek van pijn doorboorde mijn gedachten. Ik voelde hoe er een zwaar deken over mijn bewustzijn werd gelegd. Ik liet me dankbaar de duisternis in sleuren.


'Zo, hier is je kamer. Rust nog maar wat uit.'

De deur werd achter me dichtgetrokken en ik was opnieuw alleen. Mijn hoofd voelde zwaar aan. Ik nam plaats op het grote bed.

Ik verlangde naar de onwetendheid van enkele uren geleden. Het was veel fijner geweest om niet te moeten nadenken over moeilijke zaken. Ik wilde alleen maar vergeten. Vergeten waar ik was. Vergeten dat ik over enkele dagen dood zou gaan. Vergeten dat Daan en mijn vader boos op me waren. En vooral vergeten dat mijn mama dood was.

De tranen rolden opnieuw over mijn ingevallen wangen. Waarom maakten ze alles zo zwaar en moeilijk voor mij?

Er werd op de deur geklopt en niet veel later kwam er een jongen met een dienblad naar binnen. Hij zette het zonder iets te zeggen op het kleine bijzettafeltje en wilde alweer vertrekken.

'Wacht!' riep ik. Haastig liep ik naar hem toe. 'Kan je me ook iets te drinken brengen?'

De jongen knikte en liep naar de muur. Daar hing een klein toestel met een schermpje. Geïnteresseerd volgde ik hem. Hij toonde me dat ik op het scherm iets kon aanklikken en dat dat vervolgens via een luikje in de muur naar mijn kamer zou worden gestuurd.

Ik knikte en bedankte hem.

Ik bestelde meteen een fles witte wijn en liet me neerploffen op het bed, ongeduldig hunkerend naar de vergetelheid.


'…weet niet of we haar deze keer nog kunnen terughalen.'

Het geluid van voetstappen. Iemand trok aan mijn arm.

Er drongen slechts flarden van het gesprek tot me door.

'De hoofdspelmaker?'

'Geen idee.'

'Schande tijdens de interviews.'

Ik had het vreselijk koud. Waarom gaf niemand me een deken?

Ik probeerde te praten, maar wist mijn lippen niet meer te vinden.

Waarom was ademen zo moeilijk? Ik slaagde er maar niet in om lucht in mijn longen te krijgen. Ik probeerde te hoesten, maar dat lukte evenmin.

'Zou kunnen stikken.'

'Intuberen, denk je?'

De stemmen klonken steeds verder weg totdat ik helemaal niets meer hoorde.

Of voelde.

De vergetelheid had me volledig opgeslorpt. Ik gaf er mij dankbaar aan over.


Antla Cataleyn (15) – District 9

Ik kon de verschrikte kreet niet volledig onderdrukken. Er stond een man in mijn kamer. Hij zat onderuitgezakt in één van de lederen fauteuils en nipte stijlvol van een glas rode wijn. Zijn robijnrode ogen namen me taxerend op.

'Zo, daar ben je dan,' zei hij. Zijn stem klonk als ijs: koud, verraderlijk en glad.

Ik slaagde er niet in iets te zeggen en trok mijn kamerjas wat strakker om me heen. Mijn pasgewassen haren hingen als een donkerbruine waterval over mijn rug. Ze waren heel wat langer nu. Mijn stylist had dat mooier gevonden, en ik had niet de energie gehad er iets tegenin te brengen.

'Geen grote prater, he?' merkte hij terloops op. Er speelde een spottende glimlach om zijn volle lippen terwijl hij nog een slokje van zijn wijn nam.

Ik stond nog steeds aan de deur van de badkamer, me afvragend wat ik moest doen.

'Wie bent u?' bracht ik uiteindelijk uit.

'Aha!' Hij klapte gespeeld enthousiast in zijn handen. Ik hoorde zijn ringen tegen elkaar tikken. 'Ze kan toch praten.'

Ik staarde de man nog steeds aan en zette enkele stappen richting de deur van mijn kamer. Ik speelde met het idee om Marcus Meadon op te zoeken. Hoewel ik mijn grootste twijfels had bij zijn integriteit en – laat staan – zijn algemene mentale vermogens, zou hij wel weten wie de vreemde bezoeker in mijn kamer was.
Mijn moeder kon ik helaas niet gaan halen; zij woonde een van de vele verplichte Mentorenvergaderingen bij. Ze had me beloofd later op de avond nog eens langs te komen.

'Zet je, Antla,' ging de onbekende man verder, zijn stem nu zalvend als boter. 'Het is tenslotte jouw kamer, niet?' Hij klopte uitnodigend op de fauteuil naast zich en keek me vragend aan.

Gedecideerd schudde ik mijn hoofd. 'Wat doet u hier? Wie bent u?' herhaalde ik. De zenuwen stapelden zich op in mijn vermoeide lichaam. Ik hield niet van onverwachte gebeurtenissen, en al helemaal niet van onverwachte en onbekende bezoekers. Ik had me tijdens het douchen voorgenomen om alle informatie die ik tijdens de afgelopen dagen verzameld had rustig te overlopen en te structureren in mijn hoofd. Het zou me rust geven.

Die rust was nu verdwenen.

'Ook goed.' Mijn ongenode gast blikte nonchalant op de grote gouden klok boven het bed en nam genietend een grote slok wijn.

'Je vroeg wie ik was? Mijn naam is Narcissus Asesion. Ik verwacht niet dat dat je iets zegt.'

Ik antwoordde niet op zijn onuitgesproken vraag en schuifelde nog wat verder richting de deur. In gedachten sloeg ik zijn naam op, net als zijn gezicht. Informatie: mijn enige wapen, dacht ik vol zelfspot.

'Heeft je moeder je ooit iets verteld over haar Hongerspelen?' vroeg hij opeens. Die vraag overviel me zo volkomen dat ik al antwoord had gegeven voordat ik mezelf ervan kon weerhouden.

'Alleen maar dat ze vreselijk waren.'

Narcissus Asesion lachte minzaam. 'Natuurlijk. Ik had niet anders verwacht van Lluvy.'

Ik rilde onwillekeurig. De manier waarop hij de naam van mijn moeder uitsprak, beviel me allerminst. Hij zei het alsof hij haar goed kende, alsof hij één van haar dierbaarste vertrouwelingen was.

'Ik wil je iets tonen, Antla. Iets heel… persoonlijk. Beschouw het als een voorrecht dat ik je deze beelden laat zien.' Met zijn lange vingers haalde hij een klein apparaatje uit de zak van zijn zilverkleurige vest. Vervolgens vouwde hij het open, herhaalde dat een aantal keer en zette het zopas ontstane schermpje op een tafeltje tussen de twee zeteltjes.

Het was een dilemma. Enerzijds wilde ik mijn gunstige positie bij de deur niet zomaar opgeven. Anderzijds had de man me, ondanks zijn hautaine gedrag, niets misdaan en mijn nieuwsgierigheid gewekt. Wat wilde hij me tonen? En waarom net aan mij? Even kwam de gedachte in me op dat hij een kennis van mijn moeder was en me wilde helpen. Het was niet onmogelijk.

Nog steeds niet volledig overtuigd liep ik aarzelend in de richting van de zeteltjes. Ik nam plaats en richtte mijn bruingroene ogen op het kleine opvouwbare scherm. Narcissus glimlachte en tikte de speelknop aan.

Ik herkende de scène meteen. Het was de interviewstudio in het Capitool en de man met het oranje haar moest een jongere versie van Caesar Flickerman zijn. In de sofa recht tegenover hem zat een meisje van ongeveer mijn leeftijd. Ze droeg een kroontje.

'En mijn lieve Lluvy, vertel eens, wat is het eerste wat je gaat doen als je weer thuis bent?' vroeg Caesar vriendelijk.

Het antwoord ontging me, want opeens besefte ik wie de Winnares was: mijn moeder. Ik bekeek haar wat beter en besefte dat ik voordien niet erg oplettend was geweest. De gelijkenis met de oudere versie van mijn moeder was treffend.

Caesar stelde nog enkele vragen, maar ik was te zeer in beslag genomen door de jongere versie van mijn moeder om echt te horen wat er werd gezegd. Hoe zou ze zich gevoeld hebben? Ze had net een wekenlange verschrikking doorstaan, besefte ze al dat die afgelopen was? Ze had allicht niet verwacht ooit nog de buitenkant van de Arena te zien.

Opeens ontstond er wat tumult in het publiek. Een man op de eerste rij zette zich recht en stapte zelfverzekerd het podium op.

Caesar herstelde zich snel van de verrassing. 'En hier hebben we Narcissus Asesion, de Districtbegeleider van Lluvy. Ook hij mag delen in haar succes natuurlijk!'

Het publiek klapte enthousiast in de handen. Ik bekeek de man wat beter en liet mijn ogen toen opnieuw over de oudere versie van Narcissus glijden. Hij was veel veranderd. Zijn flamboyante uiterlijk van toen – paarse haren, gebruinde teint, ingelegde diamantjes in zijn wenkbrauwen – had plaatsgemaakt voor een vrij sobere verschijning, zeker naar Capitoolse normen.

De jonge Narcissus negeerde het applaus en Caesar en liep resoluut naar mijn moeder toe. Die keek hem verbaasd aan.

Zonder een woord te zeggen, liet hij zich op één knie zakken en haalde iets uit zijn jaszak.
Hij hield haar een ring voor.

Mijn eigen geschokte uitdrukking weerspiegelde die van mijn moeder op het scherm.

Caesar en het publiek waren echter door het dolle heen en schreeuwden en joelden. Er werden foto's genomen, er werd geapplaudisseerd en Caesar keek glunderend van Narcissus naar mijn moeder. Die had zich nog steeds niet bewogen.

'Wat moet dit voorstellen?' bracht ze uiteindelijk uit. Haar stem trilde een beetje.

Narcissus keek haar vol overgave aan. 'Wil jij, Lluvy Flowler, mijn vrouw worden?'

Het publiek hield als één man de adem in. Ik merkte dat ik hun voorbeeld volgde totdat -

Mijn moeder sprong overeind en keek Narcissus vol onverholen minachting aan. 'Met jou trouwen?' herhaalde ze. Haar stem was ontdaan van elke emotie. 'Trouwen met iemand van het Capitool?'

Ze spuwde op de grond. 'Ik zou nog niet met je trouwen als mijn leven ervan afhing. Dan word ik nog liever opnieuw jullie vervloekte Arena ingegooid.'

En met die woorden en een blik vol afgrijzen op haar jonge gezicht, stormde ze het podium af.

Het scherm werd zwart.

'Die beelden,' sprak Narcissus, en ik schrok, want ik was zodanig in beslag genomen geweest door wat ik net had gezien, dat ik bijna vergeten was dat ik niet alleen in de kamer was, 'werden uiteraard gecensureerd zodat men in de Districten niet zou zien hoe respectloos je moeder was geweest.'

Hij zuchtte. 'Hier in het Capitool deden ze echter maanden – ja zelfs jarenlang – de ronde.'

Ik keek hem verbijsterd aan. De hele gebeurtenis was gewoonweg te absurd om te bevatten. Mijn moeder had me nooit verteld dat ze in het Capitool een aanbidder had gehad. Waarom wilde hij dat ik dit wist? Het moest zo'n twintig jaar geleden gebeurd zijn…

'Ik stopte als Districtbegeleider. Al die media-aandacht voor het incident deed mijn ego geen goed. Jarenlang verdween ik in de anonimiteit. Ik begon aan het ministerie. Een nietszeggende job.'

Hij pauzeerde even en sloeg zijn handen ineen. Ik hield mijn adem in en wachtte af.

'Maar wat miste ik het, Antla! De macht. Het vermogen om te krijgen wat ik wilde door gewoon met mijn vingers te knippen. Dus ik werkte mezelf op, helemaal tot aan de top. Toen de vorige minister van mijn departement op mysterieuze wijze overleed, was ik de meest logische kandidaat voor de vacante baan.'

Ik luisterde aandachtig naar zijn verhaal en raakte alleen maar meer in de war. Waarom vertelde hij me dit alles? Waarom toonde hij me een fragment dat hij zo haatte en waaraan hij ongetwijfeld niet herinnerend wilde worden? Wie was deze man?

'Ik zocht opnieuw contact op met je moeder,' vervolgde hij ongestoord. 'Maar ze negeerde me steevast in al die jaren dat ze als Mentor optrad. Ik ben een tolerante man, Antla, maar ik word niet graag genegeerd. Dus moest ik andere methodes vinden om je moeders aandacht te trekken.'

Zijn stem kreeg een kille ondertoon bij die laatste woorden. Het was niet moeilijk om één met één op te tellen en vol afschuw keek ik hem aan. 'U zorgde ervoor dat ik gekozen werd. U wilde mijn moeder straffen door mij naar de Hongerspelen te sturen.'

Narcissus schudde krachtig zijn hoofd, waardoor zijn ravenzwarte haren voor zijn ogen vielen. 'Oh nee, Antla. Helemaal niet. Ik was zelf heel ontstemd toen ik hoorde dat jij een Tribuut was.' Hij balde zijn handen tot vuisten. 'Heel ontstemd, ja.'

Ik keek hem niet-begrijpend aan. De chaos in mijn gedachten werd alsmaar groter. 'Waarom vertelt u me dit allemaal? Mijn moeder heeft u jaren gelezen afgewezen. Wat heb ik daarmee te maken?'

De man lachte een halve glimlach. 'Alles, Antla.'

Hij nam nog een slok wijn en keek bedachtzaam de kamer rond. 'Geloof me, dit is niet wat ik voor ogen had.'

'Ik begrijp niet – ' begon ik.

'Je moeder,' onderbrak hij me, 'weigerde halsstarrig me zelfs maar een blik waardig te gunnen. Totdat ik jou ter sprake bracht.' Een humorloze lach. 'Dat bracht haar behoorlijk van slag.'

'Wat – '

'Ik zei haar,' opnieuw werd ik onderbroken, 'dat aangezien ik háár niet had gekregen, ik met jou ook wel genoegen zou nemen. Ik stelde haar voor dat je op je 18e naar het Capitool zou verhuizen. Ik zou je tot vrouw nemen en je zou hier een hoge status krijgen.'

Vol ongeloof staarde ik hem aan. De angst en het ongemak – die door mijn nieuwsgierigheid tijdelijk naar de achtergrond waren verdreven – keerden in alle hevigheid weer. Ik wilde hier erg graag weg.

'Een mooi voorstel, zou je denken, rekening houdend met de vernedering die ze mij had laten ondergaan.'

Ik luisterde maar half naar wat hij zei en overwoog mijn opties. Ik kon het op een rennen zetten en hopen dat mijn Districtbegeleider Marcus of een bediende nog in de gemeenschappelijke ruimte aanwezig was. Zo niet kon ik proberen de lift te bereiken en op die manier iemand te vinden die me kon helpen.

'Helaas vond je moeder mijn voorstel lachwekkend.' Zijn stem was gereduceerd tot een laag gefluister. 'Althans, dat vermoed ik, aangezien ze mij uitlachte toen ik het haar vertelde.'

Ik stond op uit de zetel en keek naar zijn reactie. Hij leek zo bevangen door zijn eigen verhaal dat hij nauwelijks aandacht aan me schonk. Dit was mijn kans om weg te gaan.

'Het laatste jaar is het lachen haar wel vergaan.'

Geschokt draaide ik me opnieuw naar hem toe. De toon in zijn stem, de blik in zijn kille ogen, dat lachje om zijn arrogante mond. Hij keek naar mij en ik naar hem. En toen wist ik het. Het besef raakte me als een stomp in mijn maag. Ik klapte haast dubbel van de pijn en had moeite met ademen.

'Mijn vader,' zei ik enkel, mijn stem gesmoord door shock en walging.

Narcissus knikte. 'Zoals ik al zei, Antla, ben ik een tolerante man. Alleen word ik niet graag genegeerd.'

De woorden bleven steken in mijn keel. Ik voelde zoveel haat in me opborrelen dat het me schokte. Ik wilde die man slaan en pijn doen op elke manier die ik me maar kon voorstellen. Hoe kon hij hier doodleuk en kalm verkondigen dat hij mijn vader vermoord had? Hoe kon hij, terwijl mijn moeder en ik door een hel waren gegaan? Waar haalde hij het lef vandaan?

'U bent een monster,' fluisterde ik, mijn stem trillend van woede, 'een zielige mislukkeling die handelt vanuit jaloezie en verbittering.'

Even werd alles zwart voor mijn ogen. Het suisde in mijn oren. De dood van mijn vader was vreselijk onverwacht geweest. Niemand had het begrepen. En nu kende ik de reden.

'Grappig,' merkte hij peinzend op, 'je gebruikt haast exact dezelfde bewoordingen als je moeder.' Hij knikte. 'Ja, Lluvy begreep snel welke fout ze had begaan.'

Er brak iets in mij. Ik sprong overeind uit de fauteuil en trilde op mijn benen. Mijn hoofd leek te exploderen van ingehouden woede. Mijn zicht was nog steeds troebel.

Narcissus staarde me alleen maar aan, wachtend op een reactie, en dat maakte mijn woede alleen maar groter.

'Je hebt onze levens verwoest.' Waarom klonk mijn stem zo zwak? 'Je hebt wat je wilde.'

Met een verbaasde blik in zijn kille ogen schudde de moordenaar zijn hoofd. 'Je begrijpt het nog steeds niet, Antla. Ik heb haar leven nooit willen ruïneren. Daar dwong ze me toe. Ik had haar alles gegeven wat ze maar wilde. Ze hoefde het alleen maar te aanvaarden.'

'Mijn moeder zal u nooit accepteren,' antwoordde ik met de grootst mogelijke minachting die ik kon opbrengen. Ik walgde van hem.

'Dat weet ik,' antwoordde hij. Zijn ogen gleden taxerend over mijn lichaam. 'Je lijkt sprekend op haar, weet je.'

Ik kreeg het ijskoud door zijn blik. Ik draaide me resoluut van hem weg en liep naar de deur. Narcissus bewoog zich niet. De laatste meters legde ik al rennend af. Ik wilde hier gewoon weg. Weg van deze zieke man. Weg van de kamer waarin de moordenaar van mijn vader zich bevond.

Ik draaide de deurknop om en besefte dat die op slot was.

De angst overtrof voor even mijn woede en haat. 'Laat me gaan,' fluisterde ik hees. 'U kan mij niet doden. Ik ben een Tribuut.'

Narcissus glimlachte een van zijn vreugdeloze lachjes. 'Ik zou je nooit doden, Antla. Maar hier in het Capitool kan je moeder je niet voor mij verstoppen. Ik haal je uit die Arena, hoogstpersoonlijk als het moet. En dan zal je de mijne zijn. En Lluvy zal eindelijk inzien wat de ware prijs van haar verzet is.'

'Nooit,' fluisterde ik. 'U kan iemand niet dwingen om de uwe te zijn.'

Opnieuw dat lachje. 'Maar dat kan ik wel, Antla,' zei hij zacht, en hij kwam dichter naar me toe. 'En dat is precies wat ik zal doen ook.' Hij stond nu vlak bij mij en legde zijn linkerhand op mijn arm. Mijn lichaam voelde als versteend. De haartjes op mijn armen gingen rechtovereind staan.

Zijn andere hand gleed langs mijn schouder, over mijn hals, naar de sluiting van mijn kamerjas. 'Beschouw het als een nadere kennismaking,' fluisterde hij in mijn oor. 'Tenslotte worden we man en vrouw.' Hij lachte zachtjes. 'Oh en, Antla, laten we je moeder niet van streek maken. Dit wordt ons geheim.'


Lyneah Miurtes (17) – Avox in het Capitool

Ik trok mijn capuchon wat verder over mijn hoofd heen, zodat mijn rode haren volledig aan het zicht onttrokken werden. Met gebogen hoofd vervolgde ik mijn weg, zenuwachtig over mijn schouder blikkend bij elk geluidje.

Lorana had gezegd dat ze mijn afwezigheid zou verbergen, maar nonchalance was een luxe die ik me niet kon veroorloven in deze onzekere tijden. Velen hadden een hoge prijs betaald voor hun zelfzekerheid.

'Lyneah, hierheen,' klonk het opeens. Geschrokken draaide ik me om naar de bron van het geluid. Ik zag nog net hoe een jongeman in een smal steegje verdween.

Zonder verder te aarzelen, volgde ik zijn aanwijzingen op. Ik begaf me naar het smalle straatje en kwam er oog in oog te staan met twee in schaduwen gehulde gedaantes. Ze instrueerden me geen geluid te maken – wat in mijn geval een nogal overbodige waarschuwing was – en leidden me verder de wirwar van straatjes in.

Na enkele minuten bereikten we een grote goederenloods. Een van mijn gidsen opende de deur met een sleutel en gebaarde ons naar binnen te gaan. Dat deden we snel, en de deur werd achter ons gesloten. Ik hoorde hoe ze in het slot viel.

Eenmaal de deur gesloten was, ademden we alle drie opgelucht uit. We hadden het gehaald.

'Goed, jullie zijn er,' klonk de melodieuze stem van Tilly. 'We hebben heel wat te bespreken.'

Ik nam plaats op een van de oude dekens op de grond en begroette een paar bekenden. Zoals steeds waren er ook enkele gezichten die ik nog nooit eerder had gezien. We waren vandaag met twaalf, zag ik. De anderen hadden zich net als ik verspreid over de schimmelige dekens op de grond. Enkele leden stonden recht of leunden tegen een van de kale wanden van de loods. In het midden van het vertrek deden enkele kaarsen dienst als lichtbron.

'Ik begin helaas met slecht nieuws,' ging Tilly verder. Ik zag dat ze haar Vredebewakersuniform nog droeg. Ze was waarschijnlijk rechtstreeks na haar dienst naar hier gekomen. Als Vredebewaker kon ze zich vrij verplaatsen binnen het Capitool en toegang krijgen tot plaatsen die voor gewone burgers ontoegankelijk waren.

'Arianne is vermoord.'

Ik zoog wat lucht naar binnen en vloekte luid in gedachten. Bij de anderen zag ik soortgelijke reacties van wanhoop en woede. Arianne was één van onze beste informanten geweest. Door haar hoge positie en goede connecties bij de Spelmakers had ze ons vaak voorzien van onschatbare informatie.

Ik maakte enkele handgebaren naar Nortan. Die gebaarde terug en ik zuchtte opgelucht.

Tilly zag het. 'Zoals Nortan ook net vertelt, ben ik erin geslaagd om als eerste aanwezig te zijn bij Arianne thuis. Ik heb alle mogelijke sporen die naar de Stilte zouden kunnen leiden, uitgewist. Het is nog niet helemaal duidelijk waarom ze vermoord werd. De vrouw van Ludes heeft aangifte gedaan. Ze had het over een overval. Er was echter niets ontvreemd.'

Die woorden werden gevolgd door een lange stilte. Iedereen was in gedachten verzonken. Zelf probeerde ik in te schatten welke implicaties Ariannes dood zouden hebben voor onze missie. De veelomvattendheid van de consequenties was verontrustend.

'Nortan,' verbrak Tilly uiteindelijk de stilte, 'geef jij ons een update over District Twaalf?'

De jongeman knikte en begon ijverig te gebaren. Omdat niet alle aanwezigen de gebarentaal – die gebruikelijk was bij de Avoxen – beheersten, vertaalde Tilly stilletjes wat hij zei.

'Lores is volledig van slag doordat zijn jongste dochter naar de Spelen moet. Hij is bang om nog een kind te verliezen en wilt zich terugtrekken.'

Er werd heel wat gemompeld. Woorden van begrip en onbegrip.

'Ik heb hem kort ontmoet net voor we met Beau naar het Capitool vertrokken, maar ik weet niet of mijn woorden echt tot hem zijn doorgedrongen. Ik vrees dat we vanuit District Twaalf niet veel hulp meer moeten verwachten.'

Zijn laatste woorden bleven geruime tijd in de kille lucht hangen. Het was de tweede zware klap voor de organisatie op één avond tijd. Op heel wat gezichten zag ik mijn eigen vermoeide gezichtsuitdrukking weerspiegeld. Op momenten als deze twijfelde ik soms aan de haalbaarheid van ons doel. En ik zag dat ik vanavond niet de enige was die er zo over dacht.

Tilly zuchtte en schudde verdrietig haar hoofd. Haar blonde haren zwiepten om haar heen.

'Twee tegenslagen,' zei ze, 'maar we mogen ons daardoor niet laten afschrikken. We wisten dat het niet gemakkelijk zou zijn.' Haar stem herwon wat van zijn oude kracht. 'De contacten met District Zeven blijven goed. Arianne wilde hen nog een brief schrijven met een update. Ik heb hem meegenomen zodat jij hem op je volgende transport aan de burgemeester kan afgeven, Finna.' Ze overhandigde iets aan een vrouw van middelbare leeftijd die ik niet kende.
'We geven niet op.'

Er werd instemmend geknikt en ik glimlachte onwillekeurig. Tilly kreeg je niet zomaar klein.

'Goed, wat hebben we nog?' vroeg ze. 'Lyneah, hoe staat het met de Begeleiders?'

Ik gebaarde dat ik de afgelopen dagen niet veel tijd had gehad om te spioneren. Ze hadden me van hot naar her gestuurd en ik had amper geslapen.

De anderen knikten begrijpend. Iedereen wist hoe je behandeld werd als bediende van het Capitool.

'Ik ben er in geslaagd om het gif toe te dienen aan een Begeleider,' gebaarde ik nog. 'Het duurde enkele dagen vooraleer het zijn maximale effect bereikt had. Het werd haar niet fataal, maar de artsen slaagden er niet in het gif te traceren. Ze schreven haar aanval toe aan stress of een allergische reactie op iets wat ze gegeten had.'

Tilly en enkele anderen klapten in hun handen. 'Goed! Mits enkele aanpassingen – allicht een hogere dosis – zal het precies doen wat we willen.'

Er werd nog wat gebabbeld over het geslaagde experiment en nadien deden nog verscheidene anderen hun verhaal. Allen leverden ze een stukje van de puzzel.

Ruim twee uur later verklaarde Tilly de vergadering als beëindigd. Ze dankte iedereen voor hun komst, drukte hen op het hart om voorzichtig te zijn en gaf aan een drietal mensen de plaats en locatie van de volgende samenkomst mee.

In het begin had ik het vreemd gevonden dat dat niet aan iedereen werd verteld. Nu wist ik echter dat het beter was om zo laat mogelijk op de hoogte te worden gebracht van dergelijke zaken. Wat je niet wist, kon je immers ook niet per ongeluk verraden.

Ik nam afscheid van iedereen, trok de kap van mijn mantel opnieuw goed over mijn hoofd heen en stapte de verlaten goederenloods uit. Behoedzaam liep ik de steegjes door totdat ik weer op een grotere weg belandde. Ik bleef even in de schaduwen van enkele houzen staan en liep toen geruisloos naar de overkant van de straat. Daar aangekomen wandelde ik snel door tot aan één van de kleinere dienstingangen van het Trainingscentrum. Ik liep naar binnen, trok snel mijn jas uit, verstopte die weer in de kleine nis aan de muur en nam de trap naar boven.

Pas toen ik in de keukens aankwam, ontspande ik weer enigszins. Ik had het gehaald.

De jongen die momenteel de vaat te lijf ging, was duidelijk niet opgewassen tegen diens gigantische omvang. Blij dat ik onopvallend mijn verplichtingen kon hervatten, liep ik naar hem toe en schoot hem te hulp. Hij glimlachte dankbaar.

Ik was net bezig met het schoonschrobben van een grote steelpan, toen ik Lorana op me af zag lopen. Haar ogen waren groot van paniek.

'Lyneah, snel!' gebaarde ze. 'Een van de Spelmakers vroeg naar je en ik zei dat ik je zou sturen van zodra ik je zag, maar dat is ondertussen al zeker twintig minuten geleden!' Haar handgebaren gingen zo snel dat ik moeite had om ze te volgen. Mijn beste vriendin had niet de gewoonte om snel te panikeren, wat mijn eigen ongerustheid alleen maar deed toenemen.

Ik slikte. Dit was zeer verontrustend.

Ik omhelsde haar kort, haalde verontschuldigend mijn schouders op naar de eenzame afwasser en liep naar de uitgang van de keuken.

Onderweg deed ik mijn best om de opkomende paniek de baas te blijven. Er waren tientallen redenen waarom een Spelmaker een Avox kon ontbieden. Misschien moest ik hen van drank voorzien tijdens een vergadering. Of misschien blonk hun tafel niet oogverblindend genoeg en moest ik dat verhelpen.

Of misschien hadden ze me door en zou ik geëxecuteerd worden.

De gedachte drong ongevraagd mijn bewustzijn binnen. Zou ik net zo eindigen als Arianne? Waren dit dan mijn laatste minuten? Had ik zonet Lorana voor een laatste maal omhelsd?

Ik schudde mijn hoofd en dwong mezelf die gedachten te verbannen. Tilly zou zich niet door zulke doembeelden laten leiden. Ik moest haar voorbeeld volgen en sterk zijn.

Ik ademde een aantal keer diep in en uit en klopte aan bij de vergaderzaal van de Spelmakers. In mijn hoofd telde ik tot tien.

1…2…3
Het zou vast niets zijn. Ze wilden waarschijnlijk gewoon iets eten.
4…5
Maar waarom vroegen ze dan specifiek naar mij? Ik klemde mijn kaken opeen.
6…7…8
Het beeld van mijn ouders verscheen voor mijn ogen. De kogels doorboorden hen keer op keer. Was het eindelijk zover? Zou ik hun voorbeeld dan toch volgen?
De deur ging open.
9…10.
Ik keek de man recht aan.

'Lyneah, ja?' vroeg hij bruusk. Ik knikte.

Hij gebaarde me binnen te komen. In het vertrek bevonden zich een vijftal mensen. Ik herkende Nelius Ludes, de Hoofdspelmaker en Merline Nox, de voorzitster van de Raad van Bestuur. De anderen waren vast allemaal Spelmakers.

De man die de deur voor mij had geopend, oogde nogal sinister. Hij had getatoeëerde rode tranen onder zijn ogen. Hij leek wel bloed te huilen.

Hij keek me onderzoekend aan en knikte. Een huivering trok over mijn rug. Ik voelde me erg klein en breekbaar onder zijn doortastende blik.

'Ja, rood haar, smal postuur. De lengte lijkt me ook te kloppen. Dit moet de juiste zijn.'

Ik kreeg het ijskoud. Ze hadden me gezien. Ik was zo voorzichtig geweest, maar toch hadden ze mij gezien. Het had geen zin om uitvluchten te verzinnen. Het baatte niet om te beweren dat ze het verkeerd hadden. Ik was slechts een Avox. Het recht was mij ontnomen me te verdedigen.

In gedachten riep ik het beeld van Tilly en de andere Strijders op. Het spijt me, zei ik in hen, een derde tegenslag op één avond.

Vijf paar ogen staarden me aan, maar ik keek niet naar hen. Ik wilde niet sterven met het beeld van mijn moordenaars op mijn netvlies. Ik riep de gezichten van mijn ouders op en voegde me in gedachten bij hen.'Ik ben er klaar voor,' zei ik, en in mijn hoofd klonk mijn stem precies zoals die van mijn moeder.


En hier is het vijfde Capitoolhoofdstuk! Jullie vragen je allicht - en terecht - af waarom het toch nog zo lang geduurd heeft. Ik had toch al drie hoofdstukken geschreven? Ja, dat klopt. De meldingen van waren in mijn spam terechtgekomen, waardoor ik niet doorhad dat er al reacties geplaatst waren. Ik was dus nog aan het afwachten.

Bij deze wil ik jullie dan ook heel erg bedanken voor de fijne reviews! Het is super leuk om te zien dat er nog lezers zijn, dus dank jullie wel! :)

Ik hoop dat jullie van het nieuwe hoofdstuk genoten hebben. Laat gerust weten wat je ervan vond!

Jullie hebben misschien al gemerkt dat ik niet zo veel 'standaard' zaken van de Hongerspelen beschrijf (bijvoorbeeld weinig van het echte trainen). Ik doe dat bewust omdat ik denk dat iedereen dat wel kent en ik het warm water ook niet wil blijven uitvinden. :)
Als jullie echter vinden dat er bepaalde dingen missen in het verhaal, mogen jullie dat zeker aangeven en dan zal ik daar rekening mee proberen houden in de komende hoofdstukken.

Dan heb ik ook nog een vraagje: zouden jullie me in een review (of pm) kunnen laten weten van welke Tributen jullie verwachten dat ze het bloedbad niet zullen overleven? Ik wil eens controleren of ik niet te voorspelbaar ben :p Als ik merk dat jullie hen er allemaal weten uit te halen, zal ik misschien nog iemand extra laten overleven. (Ik ga geen nieuwe doden toevoegen, want de verhaallijnen voor de overlevenden staan al grotendeels vast).

Voor de volledigheid voeg ik ook weer de puntentelling toe. Ik heb jullie allemaal 5 punten extra gegeven om jullie te bedanken. :) En dan nog de normale punten voor de reviews.

De Puntentelling

Azmidiske87: 75
SirWalshingham: 62

Jade Lammourgy: 57
Strawberrychickk: 51
Serenetie – Ishida: 48

LeviAntonius: 46
MadeBy Mel: 37

Indontknow: 35
Zacksteel: 33
boekenworm: 21

Livingtreetrunk: 20
Tiger Outsider: 18

Lyannen: 16
Mara: 16
MyWeirdWorld: 16
silk tiger: 12
evalovespeeta: 10
Greendiamond123: 6
leakingpenholder: 6
mjg43: 4
Lady: 3
Aliciaatje: 2

Graag tot bij het volgende hoofdstuk!

Groetjes,
Marie