Rachel had al een week niet meer aan de brief gedacht. Ondertussen was het uiltje genezen. Rachel had geprobeerd de uil weg te laten vliegen, maar was niet in haar poging geslaagd. Ze had het uiltje buiten op de tuintafel gezet en aangemoedigd weg te vliegen. Het leek eerst of het haar ging lukken. Het uiltje begon immers weg te vliegen. Rachel Berry ging daarop naar haar kamer om enkel te zien dat het uiltje op de vensterbank zat. Die was gewoon terug binnengevlogen via het raam dat openstond om haar kamer te verluchten. Na een aantal pogingen gaf Rachel het maar op. Ze wist niet wat ze met het uiltje moest. Het leek wel alsof de uil ergens op wachtte. Vanaf dan hield de uil haar elke dag gezelschap. Al snel vertelde Rachel de uil meer over haar geheimen dan dat ze ooit aan iemand anders zou vertellen. Het uiltje zat er bij en veroordeelde haar nooit - aangezien het niet kon antwoorden. Toch leek het alsof de uil alles begreep wat ze zei. Op een vreemde manier zag Rachel de uil als de beste vriendin die ze nooit gehad had.
Rachel schrok op van een vreemd geluid. Net nog was ze de uil aan het aaien. Geschrokken trok ze haar hand terug. Ze keek vreemd op toen ze een man in haar haard zag staan. Zijn wangen waren bedekt met as. Vuuroranje haren staken alle kanten op. "Niet meer gewoon om via de haard te gaan" mompelde de man haast onverstaanbaar. Hij was zich duidelijk niet bewust van de vreemde blikken van Rachel en haar vaders. Gauw klopte hij het as van zijn mantel en stak zijn hand uit. "Ronald Wemel" stelde hij zichzelf voor. "Maar iedereen zegt Ron. Enkel mijn moeder noemt me nog zo." zuchtte hij. " Als ze kwaad is" voegde hij er met een knipoog naar Rachel. Aarzelend schudden meneer en meneer Berry hem de hand. Rachel hield haar armen koppig gekruist voor haar borst. "Wie bent u?" vroeg ze wantrouwig. Dat zorgde voor een glimlach van de man. "Ach ja, stom van me." mompelde Ron Wemel. "Nog altijd, na al die jaren, vergeet ik soms hoe onvanzelfsprekend sommige dingen voor dreuzels zijn. In mijn wereld kent iedereen..." De man zweeg abrupt en staarde naar een leeg punt in de verte. Alsof er plots iets te binnen schoot. Zijn blik was nietszeggend. Het had iets triest, vond Rachel.
"Waar komt u voor?" vroeg meneer Berry aarzelend. Ook hij leek niet goed te weten wat hij met een man aanmoest die net uit zijn haard was gestapt. "Voor de brief natuurlijk" antwoordde hij doodeenvoudig. Toen merkte hij klaarblijkelijk de verwarde gezichten bij de anderen op. Hij zuchtte. " Ik denk niet dat ik het ooit ga leren. Excuseer me. Dat is weer heel stom van me. " Heel even zweeg hij. Toen richtte hij zijn blik tot het elfjarige meisje. " Jij bent vast Rachel hé?" vroeg hij en Rachel kon niet anders dan knikken. "Ja, waarom?"
"Heb je onlangs geen brief gekregen? Hoogstwaarschijnlijk gebracht door een uil?"
"Hoe weet u dat?" vroeg Rachel terwijl ze grote ogen opzette.
"Wel" Een gelukzalige glimlach verscheen op zijn gezicht. De brief riep blijkbaar gelukzalige herinneringen bij hem op. " Ik ben er ook naar school geweest."
Het meisje fronste haar wenkbrauwen.
"Dat kan toch helemaal niet! Er bestaat helemaal geen school voor heksen en tovenaars. Dat is iets wat mensen verzonnen."
"Hoe denk je dat mensen ooit zoiets hebben verzonnen dan?" vroeg Ron verbaasd. "Denk je nu echt dat iemand dat ooit zomaar uit zijn duim gezogen heeft?"
Rachel rechtte haar schouders en keek Ron strak aan. "Ja, dat denk ik echt."
De oranjeharige man schudde zijn hoofd. "Jullie dreuzels begrijpen er ook helemaal niets van. Natuurlijk ben jij helemaal geen dreuzel."
"Sorry hoor dat ik je onderbreek." sprak meneer Berry nu. "Maar wat is in hemelsnaam een dreuzel?"
"Mensen zoals jullie" antwoordde Ron. "Daarmee bedoel ik mensen die niet kunnen toveren."
Hij richtte zich weer tot Rachel. "Jij bent geen dreuzel. Jij hebt magie in je zitten. Heb je daar nooit iets van gemerkt? Nooit iets gedaan waar je geen enkele verklaring voor hebt?"
Rachel diende hem snel van antwoord. "Nee natuurlijk niet! Nog nooit heb ik..." Het geschreeuw van Rachel vervaagde terwijl een herinnering haar te binnen schoot. Opeens herinnerde ze zich dat moment alsof het gisteren was.
Het was mooi weer. Rachel zat buiten haar boterhammen op te eten, ver weg van haar klasgenoten. Elise was wel komen vragen of ze bij haar tweelingszus Denise en zichzelf wou zitten, maar Rachel had geweigerd. Ze zat liever alleen. Anders zouden de pestkoppen vast ook Elise en Denise gaan lastigvallen. En dat wou ze toch voorkomen. Dat verdiende niemand. Rachel zou de pesterijen wel in haar eentje doorstaan.
Lang moest ze er niet op wachten. Robin en zijn beste vriend Tobias keken al gauw Rachels richting op. Niet veel later kwamen ze haar richting uitgelopen.
"Zo ben je weer zielig alleen?" vroeg Robin en Tobias lachte gemeen mee.
"Geen vrienden hé. Zelfs Oliver wil niet met je praten" spotte Tobias terwijl hij een korte blik wierp op Oliver die iets verderop voor zich uit zat te staren. Ook hij zat alleen en was vaak het onderwerp van pesterijen. Rachel vermoedde dat het iets te maken had met zijn iets wat ouderwetse look. Rachel bewonderde hem er echter voor. Oliver had zijn eigen stijl en dat konden de pesters niet zeggen."
"Het heeft vast ook iets met haar vaders te maken. Stomme homo's!" schelde Robin. "Ik weet wel bijna zeker dat jij ook stiekem op meisjes zit te geilen." lachte hij. "Met zo een vaders kan je niet anders!".
Rachel begon helemaal te koken. Ze konden haar nog zoveel verwijten maken als ze wilden. Niemand zei iets gemeen over haar vaders!
Voor ze het wist werden de jongens langs achter bekogeld door tientallen eieren. Het vreemde was dat er nergens mensen waren die ze leken te gooien. Rachel had altijd gedacht dat zij ze gewoon niet zag, maar nu begon ze toch te twijfelen.
"Oh" fluisterde ze.
Ron grijnsde haar toe. "Ja meisje, er zit magie in jou hoor! Of je dat nu wilt of niet!"
Hij haalde een donkerbruine toverstok uit zijn mantel en richtte die op de haard. Hij mompelde iets dat Rachel niet verstond. Meteen daarna was al het vuil uit de haard verdwenen en zag die er weer zo goed als nieuw uit.
"Zo, dat zou moeten volstaan." zei Ron tevreden. "Sorry dat ik zo onbeleefd ben geweest om jullie haard te gebruiken zonder eerst toestemming te vragen."
"Jij reist per haard?" stamelde meneer Berry geschokt.
"Mijn hemel, ik denk niet dat ik deze dag ooit ga vergeten." zei de andere meneer Berry.
"Laten we naar de Wegisweg gaan!" riep Ron blij uit. "Lang geleden dat ik daar ben geweest, maar ze hebben er alles wat je nodig hebt voor je eerste jaar in Zweinstein". Hij glimlachte bemoedigend naar Rachel. "Je zult er vast de tijd van je leven hebben!".
Rachel kon het echt niet geloven. De brief was dan blijkbaar toch geen grap geweest. Of wel? Ze wist het niet. Ze geloofde het langs de ene kant niet. Maar ze herinnerde zich nu het voorval van de eieren. En Ron had laten zien dat hij kon toveren. Misschien bestond er toch zoiets als magie. Rachel kon het niet goed zeggen. Struikelend over haar eigen woorden zei ze:"oké, ja, ik denk dat... laten we... oké we gaan mee."
Ze haalde haar jas en wou al naar de voordeur lopen. "Oh dat is niet nodig hoor" zei Ron. "We verschijnselen gewoon.
"Verschijnselen?"
Ron knikte. "Pak mijn hand vast Rachel, meneer jij mijn andere hand, en pak jij meneer dan de hand van Rachel en meneer vast."
Hij haalde diep adem. "Oké luister goed. Het is belangrijk dat je elkaar goed vasthoudt. Laat in geen enkele omstandigheid de handen los voor we er zijn. Oké?" vroeg hij.
Rachel en beide mannen knikten naar hem.
"Oké" herhaalde Ron. "Maak jullie maar geen zorgen je merkt vanzelf wel wanneer we er zijn."
In enkele ogenblikken waren ze van hun huis verplaatst naar een plek in Londen. Rachel zag immers in de verte het levensgrote en beroemde reuzenrad pronken. Het had niets weg van het oude bruine café waar ze geland waren. Het had een iets wat vreemde naam vond Rachel. Waarom zou je in hemelsnaam je café "De Lekke Ketel" noemen?".
Meneer Berry en meneer Berry haakten bij elkaar in. Meneer Berry wierp een blik op zijn echtgenoot. "Dit is toch een droom mag ik hopen?" vroeg hij onzeker. "Ja zeker" knikte meneer Berry terwijl hij bemoedigend in de arm van zijn man kneep. "Dadelijk worden we wakker."
Rachel hoorde de woorden van haar vaders niet. Ze volgde Ron, een tovenaar wist ze nu, het vreemde café in. Het was er drukbezet. Er liepen wel 100 vreemd geklede vrouwen en mannen rond. Vast tovenaars en heksen dacht ze. Normale mensen zouden zoiets natuurlijk niet dragen.
"Is dit de Wegisweg?" vroeg ze aan Ron Wemel, want dan was dit in ieder geval niet wat ze ervan verwacht had.
De tovenaar lachte hartelijk. "Natuurlijk niet, wat dacht je!" "We zijn er bijna hoor, je zult versteld staan."
Hij ging haar voor naar de achterkant van het café. Het was een kleine buitenruimte omringd door muren. Er lag overal onkruid en er was amper ruimte om er met 4 personen te staan. Ron tikte een aantal bakstenen aan en de muur begon te bewegen.
Rachel geloofde haar ogen niet. "Er zit magie in jou, hoor" hoorde ze Ron weer zeggen. En ze geloofde het graag toen ze de muur zag bewegen.
