Na een paar uur landden ze op het vliegveld van Glendorah. David had de rest van de reis geen woord meer gezegd, maar nu vroeg hij toch: "Waarom landen we hier, en niet bij het kamp?"

"Uit veiligheidsoverwegingen is er voor gezorgd dat daar geen vliegtuigen kunnen landen," antwoordde Debbie ironisch. "Dus we mogen nu nog drie kwartier over een hemeltergend zandpad hobbelen. Allemaal om een eventuele ontsnapping zo moeilijk mogelijk te maken. Als je daar aankomt ben je zeeziek; ik waarschuw maar vast."

Hij maakte zijn gordel los en volgde haar het vliegtuig uit. De tassen, koffers en koelboxen werden meegenomen, en Debbie vroeg de luchthavenbeheerder of hij de tank kon vullen.

"Zie je: daarvoor is het ook goed dat we hier landen, en niet bij het kamp. We zouden niet eens halverwege zijn gekomen op onze thuisreis."

Ze liepen naar een jonge vrouw die met een jeep stond te wachten.

"Hallo, fijn dat jullie er zijn," begroette ze hen. Ze schudde hen de hand, en stelde zich aan David voor: "Maureen Jones, één van de kampleiders van Yara Yara."

"David Ratcliffe, aangenaam."

Ze zetten de bagage achterin, en klommen in de jeep. Maureen draaide het terrein van het vliegveld af, en na een paar straten door de buitenwijken van Glendorah sloeg ze een zandpad in. ´Yara Yara 33´ stond er op een wegwijzer. Debbie had gelijk: het was een afgrijselijk pad. Ondanks de goede vering van de wagen werden ze flink door elkaar gehotst.

"Geen kwaad woord over die nieuwe dokter, Kate, maar waar is Chris?" wilde Maureen weten.

"Chris? Die moest assisteren bij een bevalling gisteren, en was nog niet terug. Een tweeling!" Kate moest bijna schreeuwen om boven het lawaai van de motor uit te komen.

Maureen lachte. "Dat is het betere werk!"

xxxxx

Na een lange, stoffige rit draaide Chris de grijze dienstauto van de Flying Doctors de parkeerplaats bij de basis op. Zo, die tocht zat er ook weer op. Ze zuchtte, pakte haar tas en stapte uit.

Bij het binnengaan van de basis werd ze met gejuich en trompetgeschal (van DJ) begroet.

"Nou zeg," lachte ze. "Om zo onthaald te worden na wat in feite de blunder van de eeuw genoemd kan worden..."

"Maakt niet uit, je hebt het toch maar allemaal in goede banen weten te leiden," complimenteerde Geoff haar. "Bofferd! Een tweeling op de wereld helpen, dat heb ik ook nog niet op mijn CV staan!"

"Volgende keer mag jij," beloofde Chris genadig, waarop Geoff meesmuilde: "Ja, met Sint Juttemis dus!"

Maar Chris lachte hem uit. "Arme jij!" Ze zette haar tas op tafel en begon hem bij te vullen uit de voorraadkast.

"Geoff," zei ze op het moment dat hij weer in zijn kamer wilde verdwijnen, "ik heb er nog eens over nagedacht, maar denk je echt dat het verstandig was om David naar Yara Yara te sturen? Die jongen weet niet wat hem overkomt!"

Geoff zuchtte. "Ik heb er vanmorgen ook al over lopen piekeren. Toen je het vroeg gisteravond stond ik er ook niet bij stil; Kate wees me er vanochtend op. Ik heb haar gevraagd hem een beetje voor te bereiden. ´t Is tenslotte wel een paar uur vliegen, dus daar hadden ze wel tijd voor. En ik blijf vanavond hier tot ze terugkomen. Dan kan ik hem een beetje opvangen als dat nodig blijkt."

"Reken daar maar op," verzuchtte Chris. "De eerste keer dat ik daarvan terugkwam was ik dagenlang van de kaart. En David is nog zo... zo jong. Naïef op een bepaalde manier. Ik ben bang dat het een hele schok voor hem zal zijn om zó indringend met zoveel persoonlijk leed geconfronteerd te worden."

Geoff knikte. "We zien wel. Eens moest hij het toch ontdekken. En het is nu niet meer terug te draaien; ze zijn er al haast."

xxxxx

Ze reden al een tijdje langs een metershoge muur die midden in het kale Outbacklandschap oprees. Een dikke rol prikkeldraad lag erop. Het zag er ongastvrij uit, vond David. Hij vroeg zich af hoe het zou zijn om achter zo´n muur te wonen. Bestond er dan nog wel een wereld buiten die muur?

De jeep zwenkte en stopte voor een enorme, zware ijzeren deur. Maureen draaide het raampje open en liet een pasje zien aan de dienstdoende sergeant. Hij bekeek het wantrouwig.

"En wie zijn dit?" vroeg hij met een hoofdknik naar haar passagiers.

"Zuster Kate Standish en dokter David Ratcliffe van de Flying Doctors, en hun pilote Debbie O´Brien. Ze hebben hier spreekuur vandaag."

Argwanend keek de officier in de auto. "Hm. Doorrijden dan maar."

Hij schreeuwde een bevel naar één van zijn ondergeschikten, en even later weken de deuren langzaam uiteen. Maar ze onthulden slechts een tweede stel identieke deuren.

Maureen reed de auto tot vlak voor de tweede poort. Achter hen werd de buitenpoort weer hermetisch gesloten. Pas daarna ging de binnenpoort open.

"Mensonwaardig," mompelde David verontwaardigd.

De tweede poort opende op een soort zandplein waar een stel houten keten stonden.

"Dat is het kantoor, de school en het waslokaal," wees Kate. "En daarachter, in die containers, wonen de mensen. Zes, zeven man per container; dat is nauwelijks meer dan een vierkante meter per persoon."

Maureen beet op haar lip. David zweeg. Hij nam het kale terrein in zich op. De containers die zij aan zij stonden in schier eindeloze rijen, de verschroeide zandvlakte, de spiegelgladde binnenzijde van de muur met prikkeldraad... Nergens een boom of een schaduwrijk plekje. Hij slikte. Dat er mensen in zijn land gedwongen waren om zo te leven... Waarom had hij dat nooit geweten?

Ze stapten uit. Achter hen was de zware metalen poort alweer geruisloos in het slot gevallen. David huiverde. Opgesloten...

Een handjevol mensen stond op een afstandje toe te kijken terwijl ze hun spullen uitlaadden. Maureen ging hen voor naar één van de barakken.

"Dit is jullie terrein vandaag," meldde ze.

"Nog bijzonderheden?" informeerde Kate terloops.

Maureen dacht even na, maar schudde toen haar hoofd. "Niet echt. Nou ja, een stel nieuwen die ingeënt moeten worden, maar daar wisten jullie van, dacht ik."

Kate knikte. "Goed, dan maken wij hier de boel klaar."

Maureen liet hen alleen, en ze gingen naar binnen. Er waren twee kamers in het gebouwtje, beide spartaans gemeubileerd met een hoog bed, een tafel en twee stoelen. De jaloezieën waren neergelaten en hel TL-buislicht deed het geheel nog kaler schijnen.

Kate ging met David mee de linkerkamer in.

"Op dit spreekuur gaat alles een beetje anders toe dan elders," verklaarde ze. "Twee artsen op deze clinic zou geen overbodige luxe zijn, maar daar is geen geld voor. We nemen dus allebei een deel voor onze rekening, en Debbie speelt voor receptionist. Zij beoordeelt zo goed mogelijk welke patiënten echt een dokter nodig hebben, en welke ik ook kan behandelen. Anders komen we hier nooit klaar. Maar als je wat te vragen hebt, loop je maar gewoon bij me binnen."

David knikte. "Het zal wel lukken."

Ze zetten alles klaar; David in de ene ruimte en Kate in de andere. Ze hoorden hoe buiten de patiënten zich reeds begonnen te verzamelen.

"Ik ga naar buiten; mijn licht vast opsteken over wat jullie kunnen verwachten," zei Debbie toen ze vrijwel klaar waren.

David knikte afwezig. Hij voelde zich toch wat gespannen voor dit spreekuur, deels door Kates verhalen daarstraks, deels door het vooruitzicht niet gewoon met zijn patiënten te kunnen communiceren. Hoe zou dat gaan?

Een klopje op de deur. Kate keek om de hoek. "Klaar?"

Hij knikte. "Laat ze maar komen."

xxxxx

Zijn eerste patiënten waren een vrouw, met een bril met jampotglazen die met plakband bijeen gehouden werd, en haar dochter. Wat aarzelend kwamen ze binnen, en David liep op hen toe.

"Goedemorgen. Welkom. Ik ben dokter David Ratcliffe. Hoe is uw naam?"

Het meisje vertaalde vlug wat voor haar moeder in een onverstaanbaar taaltje. De vrouw knikte en wees op zichzelf. "Azima." En toen op haar dochter: "Madilena."

David schudde hen hartelijk de hand. "Wat kan ik voor u doen?"

Azima wees op haar ogen en maakte een gebaar van eten. "Ogen. Ziek."

David gebaarde haar plaats te nemen op de stoel. Hij nam zijn ogenlampje, liet haar de bril afzetten en bekeek haar ogen nauwkeurig.

"Staar?" vroeg hij.

Azima knikte, en maakte wat bewegingen waaruit hij begreep dat ze daar medicijnen voor wilde hebben. David keek in de medicijnenvoorraad die ze meegenomen hadden. Waren daar medicijnen tegen staar bij? Ja, inderdaad. Hij gaf haar het flesje, en probeerde zo goed en zo kwaad als dat ging duidelijk te maken dat ze drie keer per dag vijf druppels in haar ogen moest doen. Madilena lachte voorzichtig om zijn pantomimespel, en hij moest er zelf ook even om lachen.

"Zij weet," verklaarde Madilena. "Lang ziek ogen."

David knikte begrijpend. "Maar medicijnen zijn maar een lapmiddel. Ze zou eigenlijk geopereerd moeten worden."

Moeder en dochter keken hem niet-begrijpend aan. David beet op zijn lip. Hoe maakte je zoiets duidelijk? Hij pakte een mesje uit de voorraad, en deed alsof hij daarmee in zijn hand sneed, en wees daarna op zijn ogen en toen op Azima. Begreep ze wat hij wilde zeggen? Ze keek hem zo blank aan...

Hij probeerde het nog eens; nu met taal en gebaar: "Opereren: ogen goed. Niet opereren: blind. Niet meer zien."

Madilena slikte. "Wij weet. Mag niet."

"Van wie niet?" reageerde hij verbaasd.

Het meisje haalde haar schouders op. "Regels. Alleen bijna dood opereren. Niet voor ogen."

David was even uit het veld geslagen. "Dat kan toch niet..."

Maar Azima knikte. Triest maar berustend.

"Wacht, ik ga het vragen," zei David plotseling driftig. "Dit is te gek!"

Hij beende de kamer uit en stapte na een korte tik op de deur bij Kate binnen. Ze keek op van de knie die ze aan het verbinden was.

"Kate, ik heb een vrouw op het spreekuur die hoognodig een staaroperatie moet ondergaan. Maar ze zeggen dat dat vanwege de regels niet kan! Hoe zit dat? Of heb ik ze gewoon verkeerd begrepen?"

Kate schudde haar hoofd. "Nee, ze heeft gelijk. Alleen in levensbedreigende situaties mogen we operatief ingrijpen. En staar is niet levensbedreigend."

"Maar als we niets doen is ze straks blind! Voorgoed!"

Kate zuchtte. "Ik weet het, David. Maar operaties kosten geld, en de overheid wil zo min mogelijk spenderen aan mensen die ze waarschijnlijk toch weer het land uitzetten."

Verbijsterd schudde David zijn hoofd. "Zo onmenselijk wreed kunnen ze toch niet zijn..."

Kate beet op haar lip. "We doen wat we kunnen, David. Maar het is niet anders."

Hij klemde zijn kaken op elkaar. De gedachten tolden door zijn hoofd. Hoe was het in vredesnaam mogelijk dat een beschaafd, westers land zó met mensen omging?! Wat was dat voor een beschaving? Gold die alleen voor de eigen mensen, en niet voor anderen, die toevallig niet in Australië geboren waren? Was dit niet een schandelijke schending van de grondwet, die discriminatie in al zijn vormen verbood? En hoe zat het met de rechten van de mens?

"David," klonk Kates stem zacht en dringend.

Hij schrok op.

"Je patiënten hebben je nodig. We praten straks. Doe voor ze wat je kunt."

Hij knikte verbeten, en ging terug naar de andere kamer waar Azima en Madilena nog op hem wachtten. Maar ze zaten er niet alleen. Een vrouw van middelbare leeftijd had een stoel naar binnen gebracht en zat nu in de hoek bij het geblindeerde raam. Ze had een efficiënt, hooghartig gezicht onder een perfect in model zittend zilveren watergolfpermanent.

"Dr. Ratcliffe?" informeerde ze met koele vriendelijkheid.

Hij knikte.

"Mijn naam is Mrs. Thurlings, chef van kamp Yara Yara en namens de Immigratiedienst eindverantwoordelijk voor de beslissing inzake verblijfsvergunningen voor de asielzoekers in dit kamp. Ik zou graag bij uw spreekuur aanwezig willen zijn."

"Mag ik vragen waarom?" Hij hoorde het Kate nog zeggen in het vliegtuig vanochtend: ´Voor de Immigratiedienst moeten die mensen op eieren lopen. Wij zijn voor hen het enige betrouwbare contact met de buitenwereld...´

"Voor een weloverwogen besluit over het al dan niet toekennen van een verblijfsvergunning is het van belang dat wij zo goed mogelijk over de cases geïnformeerd zijn. Een goed inzicht in de lichamelijke conditie is daarbij van onschatbare waarde," was het antwoord.

David voelde een verontwaardigde drift naar boven spuiten. Na alles wat hij alleen die ochtend al gezien en gehoord had... Strak van met moeite bedwongen woede sprak hij: "Het spijt me, maar ik verzoek u onmiddellijk de spreekkamer te verlaten."

De vrouw richtte zich hoog op. "Dr. Ratcliffe, ik geloof niet dat we elkaar begrijpen. Dit is geen plattelandsspreekuur; dit is een asielzoekersopvangcentrum, en daar gelden andere regels."

"Maar ìk ben hier de arts, en ik heb bij mijn afstuderen met de eed van Hippocrates beloofd te zwijgen tegenover derden over alles wat ik in mijn rol als arts te zien en te horen krijg van mijn patiënten. Ik sta dus volledig in mijn recht met mijn verzoek aan u om de spreekkamer te verlaten."

"Dr. Ratcliffe, ik moet u verzoeken..."

"Eruit, heb ik gezegd!" Davids ogen vlamden.

Met een genepen mondje stond Mrs. Thurlings op en liep naar de deur. Het was een lange vrouw, en bij de deur gekomen keek ze op hem neer en sprak afgemeten: "Uw attitude getuigt van weinig tot geen inzicht in onze problematiek. Ik zal hierover verslag uitbrengen aan uw chef, en hem tevens verzoeken in het vervolg weer dr. Randall naar ons toe te sturen."

Een golf van onzekerheid sloeg over David heen terwijl hij de deur achter haar sloot. Deed hij er verkeerd aan haar weg te sturen? Was Chris er wel mee akkoord gegaan dat ze bij het spreekuur aanwezig was? Dat kon hij zich haast niet voorstellen...

Hij vermande zich. Dat was van later zorg, en hij kende Geoff als een rechtvaardig, loyaal en redelijk persoon. Het zou hem verbazen als die zijn beslissing niet wilde steunen. De privacy van de patiënten was tenslotte heilig.

Hij keerde zich naar Azima en Madilena, die nog altijd zaten te wachten. Oprechte bewondering stond in hun ogen te lezen, en hij glimlachte verlegen. "Die is weg."

"U goede dokter! Held!" prees Madilena hem stralend.

David kleurde licht, en schudde zijn hoofd. "Gewoon mijn werk. Jullie hebben net zo goed recht op privacy als ieder ander."

Maar Azima herhaalde: "Held!"

"Boze vrouw," vertelde Madilena. "Wil iedereen weg. Terug. Wij komen van oorlog. Lopen... boem! Soldaten pakken meisjes. Pappa nee. Soldaten mes in pappa´s ogen. Pappa blind. Nu Australië. Mag niet blijven. Terug naar oorlog en soldaten. Bang..."

David slikte. "Het spijt me." Hoeveel angst en leed kon je kwijt in een paar halve, gebrekkige zinnetjes?

Het was even stil. Toen bedacht hij ineens waarvoor hij eigenlijk de kamer verlaten had, en wendde zich weer tot Azima. "Het spijt me. Operatie mag niet. U had gelijk."

Ze knikte.

"U goede dokter," zei Madilena opnieuw. "U mensen helpen!"

"Was dat maar waar," mompelde David.