"Knock knock." David stak zijn hoofd naar binnen bij Chris. "Heb je even?"

Chris keek op. "Jawel. Maar was jij niet vrij tot één uur?"

"Jawel," was Davids antwoord terwijl hij binnenkwam, "maar ik zou het liever maar zo gauw mogelijk afhandelen. Dus als het jou uitkomt..."

Hij liet zich in een stoel zakken, en Chris begon direct ernstig: "David, het spijt me wat er gisteren gebeurd is. Op deze manier - zo volledig onvoorbereid - hadden we je daar nooit naar toe mogen sturen."

David haalde zijn schouders op. "Dat zei Geoff gisteravond ook. Het is een harde, zware dag geweest, maar ergens ben ik toch blij dat ik dit nu weet. Ik wil proberen of er niet iets aan die situatie daar gedaan kan worden."

Chris knikte. "Dat zei Geoff al. Wat denk je te doen?"

David zweeg. Dat was het hem juist: hij had immers geen idee wat hij eraan kon doen? "Maar nu ik het weet, kan ik die mensen daar niet laten stikken. Ik zie wel wat er op mijn weg komt," hield hij koppig vol.

Chris knikte hem toe. "Om te beginnen is dat de verstandigste weg, dunkt me. Klein beginnen, dan zie je vanzelf wel waar het toe leidt."

Ze zwegen even, elk bezig met zijn eigen gedachten.

"Maar dat was eigenlijk niet waar ik voor kwam," vervolgde hij toen. "Ik liep daar namelijk tegen een paar problemen op waarvan ik ook nu nog niet kan inschatten of ik die goed aangepakt heb, of juist helemaal verkeerd. Ik zou graag horen hoe jij daar doorgaans mee omgaat."

"Mrs. Thurlings," zuchtte Chris begrijpend.

"Onder andere," bevestigde hij. "Laat jij haar wel bij het spreekuur aanwezig zijn? Zoiets liet ze doorschemeren."

Chris schudde haar hoofd. "De eerste keer was ik overdonderd, en toen heb ik haar bij een paar patiënten aanwezig laten zijn. Toen had ik mijn verstand weer bij elkaar, en heb haar vriendelijk verzocht de spreekkamer te verlaten. Iets dat ze duidelijk tegen haar zin deed, zolang ik maar beloofde haar over alle belangwekkende zaken rapport uit te brengen. Maar aangezien die ´belangwekkende zaken´ niet nader gespecificeerd werden, heb ik me altijd beperkt tot zaken die ze zelf al weten of kunnen zien: botbreuken, lepra, astma, staar, een hersenschudding, de mazelen... Ze probeert me iedere keer weer over te halen om haar bij het spreekuur te laten zijn, maar na die eerste keer heb ik dat altijd vriendelijk doch beslist geweigerd. Ook asielzoekers hebben recht op privacy."

David slaakte een opgeluchte zucht, en Chris glimlachte. "Een pak van je hart?"

"Zeg dat wel." Hij keek peinzend voor zich uit. "Het zal dan wel met mijn reactie te maken hebben dat ze zo neerbuigend reageerde. Ik had net van Kate gehoord dat we niet operatief mogen ingrijpen bij een vrouw die aan een ernstige vorm van staar lijdt. Daar liep ik me nog over op te winden toen ik met die Mrs. Thurlings geconfronteerd werd. Ik vrees dat ik haar nu niet direct op mijn meest hoffelijke manier de deur gewezen heb..."

Daar moest Chris hartelijk om lachen. Maar meteen was ze weer ernstig. "De Immigratiedienst is machtig, David. Machtiger dan wij ons kunnen voorstellen; je zou kunnen stellen dat ze gelijk staan aan God. Indirect beslissen ze over leven en dood van duizenden mensen. Ze zijn weliswaar gebonden aan wetten en regels, maar daarbij hebben ze opdracht om het aantal permanente verblijfsvergunningen zo klein mogelijk te houden. Hoe het precies zit, weet ik niet, maar het heeft iets te maken met de bezuinigingen, de economie en het buigen voor de publieke opinie. Soms denk ik dat mensen als Mrs. Thurlings hun gevoelens heel bewust buitenspel zetten, omdat ze er anders aan onderdoor zouden gaan. Jij en ik zouden dat niet kunnen; we zouden waarschijnlijk alle asielzoekers een verblijfsvergunning geven, regels of geen regels. Het is afschuwelijk zoals daar met mensen gesold wordt, maar op dit moment zit de wereld nog zo in elkaar."

David zweeg. Hij begreep dat Chris ook geen antwoord had op zijn hartekreten van gisteravond. Daar zou hij zich bij neer moeten leggen.

"En heb je ook...?" begon hij toen, en vertelde van de moeder die haar zoontje aan hem had willen toevertrouwen.

Chris knikte. "Eén keer, maar het heeft diepe indruk op me gemaakt. Dat een moeder zó wanhopig is dat ze haar kind aan een wildvreemde wil toevertrouwen... Dan moet de situatie waarnaar ze haar terug willen sturen wel heel erg zijn..."

David knikte. "Wat deed je? Heb je het kind meegenomen?"

Chris schudde haar hoofd. "Achteraf voelde ik me een lafaard, maar ik durfde het niet aan. Ik zou ook niet weten hoe ik het had moeten organiseren. Telkens als ik aan die vrouw terugdenk bekruipt me de twijfel. Had ik dat meisje niet toch moeten meenemen? Maar dat is achteraf praten; ik heb ze nooit meer gezien. Ze zullen dus wel teruggestuurd zijn. Praktisch gezien is het wellicht wel te organiseren om iemand het kamp uit te smokkelen. Maar als ze het me weer zouden vragen, durf ik niet op voorhand te beloven dat ik het werkelijk zou proberen."

David knikte bedachtzaam. "Ik ook niet. Het overviel me. Maar zelfs als zo´n ontsnapping zorgvuldig was voorbereid, zou het nog een hachelijke onderneming zijn. Al die bewaking, die muren, die dubbele toegangspoort..."

Het bleef even stil.

"Heb je de familie Mikeli nog gezien?" informeerde Chris toen.

David trok zijn wenkbrauwen op. "Wie zijn dat?"

"Vader, moeder en zoontje Ashmir van zeven. Ze komen eigenlijk altijd op het spreekuur."

David peinsde, maar kon zich geen Ashmir voor de geest halen. "Misschien zijn ze bij Kate geweest."

Chris zuchtte. "Ik hoop het." Ze zweeg even, en vertelde toen: "Een maand of vijf geleden waren ze voor het eerst op het spreekuur. Ashmir was toen bijna zeven, en hoewel zijn lichaam wel gegroeid was, had hij de motorische en sociale ontwikkeling van een tweejarige. Ik dacht eerst dat hij geestelijk gehandicapt was, maar ze hadden jarenlang in een schuilkelder gezeten. Voor Ashmir betekende het kamp een ongekende vrijheid. Spelen, rennen, fietsen, de buitenlucht, de zon... Ik zag hem zo eens per maand, en ik durf wel te zeggen dat hij iedere maand een jaar ouder leek geworden in zijn ontwikkeling. Maar de vorige keer vertelde zijn vader dat hun verzoek om asiel afgewezen was. Ze zouden teruggestuurd worden, en ik zag Ashmir - de vrolijke, opgeleefde en zich zo ongelooflijk vlug ontwikkelende Ashmir - weer opgesloten zitten in een donker keldertje. Het was een gedachte die ik niet uit kon staan, en ik heb ze aangeraden beroep aan te tekenen tegen het besluit. En ze beloofd dat ze mij als getuige mochten oproepen waar het ging om de desastreuze gevolgen voor Ashmir als hij teruggestuurd zou worden naar die kelder. Maar ik heb er niets meer van gehoord." Chris beet op haar lip. "Als ze niet meer in het kamp zijn, kan ik alleen maar hopen en bidden dat het ze op de één of andere manier gelukt is te vluchten en in de bush onder te duiken. Alles is beter dan die kelder..."

David zweeg. Chris had haar eigen Rani, begreep hij.

Maar Chris kwam weer terzake. "Kiara is vermoedelijk wel bij je geweest? Die zwangere vrouw uit Somalië?"

David knikte. "Komt ze uit Somalië? Ze vroeg of ik Italiaans sprak!"

"Somalië is een Italiaanse kolonie geweest als ik het goed begrepen heb," verklaarde Chris. "Maar goed, hoe is het met haar?"

"Qua gezondheid goed. De baby lijkt me vrijwel voldragen, maar hij ligt in een dwarse stuitligging. Ik durfde het kindje niet te keren. Maar ik neem aan dat het toch al een keizersnee moet worden."

Chris knikte. "De kampleiding weet dat ze ons onmiddellijk moeten waarschuwen als de bevalling begint. Als die baby er volgende maand nog niet is, wil ik haar meenemen naar het ziekenhuis. Maar voorlopig wachten we nog maar even af."

"Wat..." David aarzelde. "Wat is er met haar gebeurd?"

"Vrouwenbesnijdenis," zei Chris kort.

Onthutst staarde hij haar aan. "Vrouwen... wàt?!"

"Vrouwenbesnijdenis." Chris slaakte een zucht. "In sommige delen van Afrika is het zo´n schande voor een vrouw om geslachtsgemeenschap te hebben voor het huwelijk, dat de familie de schaamlippen wegscheert en aan elkaar naait. Bij het eerste sexuele contact met een man moet dat weer opengescheurd worden. Zo kan een man met één oogopslag zien of zijn vrouw nog maagd is." Ze zuchtte. "Dat is ook een manier om je te beschermen tegen verkrachting."

Maar David reageerde heftig: "Waarom besnijden die mannen zichzelf niet als ze hun handen niet thuis kunnen houden?! Over het algemeen is de màn toch verantwoordelijk voor een verkrachting; niet de vrouw!"

Chris zuchtte in een droeve glimlach. "Ja, zo redeneren wij. Allerlei organisaties zijn al decennialang bezig met de bestrijding van die praktijken, maar het komt helaas nog steeds voor."

David viel stil. Alweer iets waarvan hij nooit geweten had. Hoe goed geïnformeerd was hij eigenlijk werkelijk over wat er in de wereld gebeurde? Hij realiseerde zich meer dan ooit dat er veel meer in de wereld gebeurde dan dat wat er in de krant te lezen was. De wereldleiders en de economie bepaalden het nieuws, maar hoe het leven er werkelijk uitzag in andere delen van de wereld, daarvan had hij eigenlijk bitter weinig benul. Dat merkte hij nu alweer.

Toch opgeknapt van het gesprek met zijn collega haastte hij zich om even over tienen naar buiten. Maar hij liep prompt in de armen van Jack, die minstens zo gehaast naar binnen wilde.

"Sorry," mompelde de imposante politieman, en het volgende ogenblik was hij al naar binnen verdwenen.

David trok zijn wenkbrauwen op. Wat zou er aan de hand zijn? Maar goed, hij had nog geen dienst; als het belangrijk was zou hij het nog gauw genoeg horen. Nu eerst naar Annika!

Ook hij haastte zich langs de hoofdstraat, maar bij het theekoepeltje gekomen ontdekte hij dat ze er niet was. Eén moment overviel hem een zware teleurstelling; toen bedacht hij dat ze natuurlijk best even weggegaan kon zijn om iets te halen: een boek, of wat drinken, of... Hij hoefde alleen maar in het theekoepeltje te gaan zitten; ze zou zo wel terugkomen.

xxxxx

"DJ, mag ik even de radio gebruiken?" viel Jack met de deur in huis.

"Natuurlijk. Wat is er gebeurd?" vroeg DJ, nieuwsgierig als altijd.

Maar Jack had de microfoon al naar zich toegetrokken. "Aan alle stations in Coopers Crossing en omgeving: dit is een politiebericht. Ergens tussen gisteravond 18.00 uur en hedenmorgen 10.00 uur is er een inbraak gepleegd in het kantoor van Mr. Toni Patterson in de hoofdstraat van Coopers Crossing. De dader of daders hebben het deurslot geforceerd en de brandkast opengebroken, en zijn er met een paar duizend dollar aan bankbiljetten vandoor gegaan. Voor de vlucht hebben ze misschíen een brommer gebruikt, maar dat is niet zeker. Ik verzoek eenieder die gisteravond, afgelopen nacht of vanochtend iets verdachts gezien heeft bij het kantoor van Mr. Patterson zich zo spoedig mogelijk bij mij te melden. Ook aanwijzingen die te maken kunnen hebben met de vlucht van de dader of de daders moeten zo snel mogelijk worden doorgegeven. Dus heeft u iets gezien, neem dan contact op met de politiepost in Coopers Crossing! Einde bericht."

Jack schakelde de microfoon uit en veegde zijn voorhoofd af.

"Wauw!" verzuchtte DJ. "Een paar duizend dollar, Jack? Dat is niet mis! Heb je enig idee wie het gedaan kan hebben?"

"Dan hoefde ik die oproep niet te doen," antwoordde Jack droog. "Nou, ik ga weer. Zien of die lieverdjes misschien toch ergens sporen achtergelaten hebben."

Hij wilde zich omdraaien, maar op dat moment kwam er een oproep binnen: "Mrs. Powell voor Victor Charlie Charlie," klonk de stem van de oude dame. "Is sergeant Carruthers daar?"

In een oogwenk was Jack terug bij de microfoon. "Ja, Mrs. Powell?"

"Ja, ik wilde alleen maar even vragen: is het één dader of zijn het er twee? Dat heb ik niet goed begrepen uit uw oproep."

"Dat weten we nog niet, Mrs. Powell," antwoordde Jack. "Het kan zijn dat de inbraak door één persoon gepleegd is; het kunnen er ook twee geweest zijn. Misschien zelfs nog meer, maar dat verwacht ik eigenlijk niet."

"O. Dank u wel, brigadier. Dan wens ik u veel succes."

"Dank u, Mrs. Powell. Dat zal ik nodig hebben. Over en uit."

Hij draaide zich om naar DJ. "Houd jij me op de hoogte als je wat binnen krijgt, okay? En doe me een plezier en slinger niet al te veel onzinnige hypotheses de ether in."

"Ay ay, searge!" salueerde DJ, maar hij zei het al tegen een dichte deur.