"Ha, daar ben je," zei Jack. Precies dezelfde woorden die Geoff vanmiddag had gebruikt. "Ik zou je graag even spreken als dat kan, David. Onder vier ogen."
David liet hem voorgaan de spreekkamer in en bood hem een stoel aan. Zelf liet hij zich achter zijn bureau neervallen en haalde een hand door zijn wat bezwete haardos. Even afleiding, dat kon hij wel gebruiken.
"Wat kan ik voor je doen, Jack?"
Jack kuchte. "Je hebt waarschijnlijk wel gehoord van de inbraak bij Toni Patterson?"
David knikte.
"Ik zou je graag een paar vragen willen stellen die daar mogelijk mee verband houden." Hij schraapte zijn keel. "Geoff vertelde me namelijk dat jullie gisteravond nogal laat terug waren van die clinicrun. En dat jij om een uur of tien lopend hiervandaan naar huis gegaan bent. En de meest logische route van de basis naar jouw huis is door de hoofdstraat en bij het kantoor van Mr. Patterson rechtsaf. Ben je gisteravond ook zo gelopen?"
David knikte bevestigend.
"Heb je toen iets bijzonders gezien bij het kantoor van Mr. Patterson?"
Hij schudde zijn hoofd. "Maar dat zegt niks. Ik was zo ondersteboven van die clinic, dat ik eventuele dieven wellicht nog niet eens opgemerkt had als ik erover gestruikeld was."
Jack wreef over zijn kin. "Ja... Tja. Ben je nog iemand tegengekomen op weg naar huis gisteravond?"
David knikte. Een zorgelijke trek gleed over zijn gezicht. "Ja, ik kwam Annika tegen. We hebben even staan praten en daarna is ze met me mee naar huis gegaan. En om een uur of één heb ik haar naar het hotel teruggebracht. Toen was ik meer bij mijn positieven dan een paar uur eerder, maar er is me ook toen niets opgevallen."
"Annika? Dat is die toeriste, hè? Wat weet je eigenlijk van haar? Wat heeft ze hier te zoeken?"
"DJ noemt haar een Flying Doctors-toeriste." David grinnikte even. "Ze komt uit Holland en is op zo´n work-and-travel tour die Europeanen hier graag schijnen te maken. Haar tijd zit er bijna op, maar naar aanleiding van één of andere documentaire die over de basis gemaakt was wilde ze ook een bezoekje brengen aan de Crossing."
"Wáár kwam je haar tegen gisteravond?"
"Even voorbij de garage, denk ik. Ik weet het niet precies; ik heb er niet zo op gelet."
"En vanochtend heeft ze een hele tijd in het theehuisje tegenover de pub gezeten. Tientallen mensen hebben dat bevestigd, en een aantal gaf aan dat jij haar daar een tijdje gezelschap hebt gehouden. Klopt dat?"
"Ja. Maar..."
"Maar vanaf het moment dat de inbraak ontdekt werd heeft niemand haar meer gezien!"
David veerde verontwaardigd overeind. "Jack, je wilt toch niet beweren dat zíj die inbraak gepleegd heeft?!"
Jack zuchtte vermoeid. "Ik beweer helemaal niets, David. Maar je zult moeten toegeven dat de situatie wat haar betreft toch wat verdacht is. Een vreemdelinge, die verschillende keren alleen in de hoofdstraat is geweest in de tijdsperiode waarin de inbraak gepleegd is, en die vlak voor de ontdekking van de inbraak ineens spoorloos verdwijnt..."
David zweeg broedend; Jack zuchtte diep.
"Ik heb gemerkt dat je van dat kind onder de indruk bent, David" - David wierp hem een ijskoude blik toe - "maar in het belang van het onderzoek moet ik je toch vragen: waar hebben jullie vanochtend over gesproken?"
"Privézaken," antwoordde David kort zonder hem aan te kijken.
"Wat voor privézaken?"
Verwijtend keek David op, en Jack zuchtte nog maar eens onder die blik. "Het spijt me, David, ik doe ook gewoon mijn werk."
Dat was waar. David haalde zijn handen door zijn haar. Dan kon hij maar beter gewoon vertellen hoe en wat, zonder geheimzinnigheid. Dat was vermoedelijk de enige manier om Jack in te laten zien dat hij fout zat.
"In een opwelling had ik haar gisteravond gekust toen ik haar bij het hotel afleverde, hoewel ze eerder al duidelijk gemaakt had geen prijs te stellen op dergelijke intimiteiten. Dat hebben we uitgepraat. En daarna hebben we een afspraak gemaakt om elkaar om een uur of tien in het theekoepeltje te ontmoeten; ik had eerst nog wat te doen op de basis. Dan zouden we samen naar de kreek gaan. Het was even over tienen dat ik daar terug was, maar van Annika geen spoor. Voor mijn dienst begon om één uur heb ik zo ongeveer het hele dorp naar haar afgezocht, maar ze lijkt wel door de aardbodem verzwolgen."
Jack knikte begrijpend. "Dank je voor je openhartigheid, David. Ik kan je wel vertellen dat ik een spoor heb, en dat het erop lijkt dat die Annika daarmee te maken heeft. Het is me alleen niet duidelijk hoe: als dader, of..."
David werd bleek. "Als... slachtoffer?" fluisterde hij, en Jack knikte. "Die mogelijkheid kan ik niet uitvlakken."
In een flits zag David haar... levenloos in een greppel, verdronken in de kreek, uitgedroogd op een kale vlakte... Hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht, en slikte moeilijk. "Ik ga met je mee, Jack," sprak hij toen schor. "We móéten haar vinden, voordat..." Hij maakte zijn zin maar niet af.
Maar Jack schudde zijn hoofd. "Dat lijkt me weinig zinvol, mate. Zoals ik al zei: ik heb een spoor, maar dat kan ik alleen wel af. Blijf jij nou hier op je post; als ik haar vind, of als het anderszins nodig is zal ik je gelijk waarschuwen. Okay?"
"Maar..." begon David opstandig, doch Jack legde een hand op zijn schouder. "Doc, maak je nou niet bij voorbaat al zo´n berg zorgen. Het is ook nog heel goed mogelijk dat die Annika hier helemaal buiten staat en vanavond vrolijk en wel weer opduikt. Ik beloof je dat ik ook naar haar uit zal kijken, al was het alleen maar omdat ik haar dolgraag een paar dingen wil vragen. Maar we gaan niet de alarmklok luiden voordat er brand is."
xxxxx
Het kostte moeite, maar Jack wist die reddingsplannen uit Davids hoofd te praten... in elk geval waar het deze middag betrof. Zelf ging hij weer achter zijn spoor aan, en David zette zich aan het rapport voor de Immigratiedienst dat hij Chris beloofd had te schrijven. Hij probeerde zich met alle geweld op zijn werk te concentreren, maar vlotten deed het niet.
"Ik zou willen dat er wat gebeurde," mompelde hij, en liet zijn pen vallen. "Desnoods een noodoproep. Een beetje afleiding kan ik wel gebruiken. Hoe lang nog tot vijf uur?"
Hij keek op de klok, en maande zichzelf om nu eens een kwartier lang níet naar die klok te kijken. Daar ging de tijd tenslotte niet vlugger door.
Hij pakte zijn pen weer op, maar op dat moment werd er op de deur getikt en stak DJ zijn hoofd naar binnen. "David, een noodoproep van White Falls."
Schuldgevoelens besprongen hem terwijl hij DJ volgde naar de radiokamer. Het kon toch niet zo zijn dat die idiote wens van hem zonet...?
Hij ging aan de radio zitten en trok de microfoon naar zich toe. "Dr. Ratcliffe hier. Wat is er aan de hand?"
"Dr. Ratcliffe, Mark Jaspers hier. Het gaat om mijn zoon Gregory. Hij is uit een boom gevallen. Ik vrees dat hij van alles gebroken heeft. In elk geval zijn been."
"Is hij bij kennis?"
"Ja, dat wel. Maar je zou haast wensen dat het niet zo was: hij ligt te krijsen van de pijn."
"We komen eraan, Mr. Jaspers. Laat de jongen liggen waar hij ligt, en zorg voor de zekerheid dat hij zich zo min mogelijk verroert. Met..." Hij keek naar DJ die hem voorzegde. "Met een uurtje ongeveer kunt u ons verwachten."
Terwijl DJ Sam oppiepte, pakte hij zijn koffer en rende naar buiten. Verdorie: Chris en Geoff hadden allebei een dienstauto meegenomen... Wat nu? Lopend naar het vliegveld? Eerst zijn eigen auto ophalen?
Op dat moment zag hij DJ´s mountainbike tegen de gevel staan. Niet ideaal, maar... Hij stak zijn hoofd weer naar binnen. "DJ, mag ik je fiets even lenen? Chris en Geoff hebben de auto´s meegenomen!"
"Als je maar geen brokken maakt!" riep DJ die stond te telefoneren.
"Bedankt!" David was alweer buiten en racete weg door de hoofdstraat. Vlakbij het vliegveld werd hij ingehaald door Sam, die meestal op de fiets was. "Wedstrijdje, doc?"
"Andere keer graag," hijgde David, maar Sam lachte hem uit. "Conditie van niks, jij!"
Ze zetten de fietsen tegen de hangar, en daar kwam ook Annie al aan. Ze klommen in het vliegtuig, Sam liet de motoren brommen en even later waren ze in de lucht. Sam meldde zijn verwachte aankomsttijd aan DJ, en vroeg daarna aan David wat het noodgeval was.
"Een jongen met een stel botbreuken, naar wat ik zo hoorde. Hij was uit een boom gevallen."
"Da´s niet zo lekker," beaamde Sam.
Daarna was het stil in de cockpit. David zat gefronst voor zich uit te kijken. Sam had al een paar keer vorsend in zijn richting gekeken, maar ze waren al bijna in White Falls voor hij vroeg: "Is er wat, doc? Je bent zo stil!"
David zuchtte. "Massa´s eigenlijk. Maar op het moment voel ik me nogal schuldig. Ik had daarstraks behoefte aan afleiding, en sprak voor mezelf de idiote wens uit dat er desnoods een noodoproep mocht komen. En twee tellen later kwam die oproep van White Falls binnen."
Sam schaterde. "O doc, zo bijgelovig had ik je toch niet gedacht! Okay, nu viel het toevallig samen, maar al die keren dat je wens níet uitkomt? Die vergeet je, want dat is gewoon! Doe niet zo gek; ´t is gewoon stom toeval!"
David lachte als een boer met kiespijn. "Vooruit, je zult wel gelijk hebben..."
Nog nalachend zette Sam de landing in. Hij parkeerde het vliegtuig aan het einde van de landingsbaan, en met z´n drieën sprongen ze eruit.
Mark Jaspers kwam al op hen toe met de auto. "Bedankt dat jullie zo gauw kwamen," begroette hij hen. "´t Is niet prettig om je zoon zo´n pijn te zien lijden."
Ze schudden hem de hand, en Sam en David zetten de brancard achterin. David kwam naast Mr. Jaspers zitten, en Sam en Annie klommen op de achterbank.
"Hoe is het eigenlijk gebeurd?" vroeg David toen ze wegreden over het zandpad richting het huis.
"Ach, de jongens waren een boomhut aan het bouwen achter het huis. En als je dan met een paar planken naar boven wilt klimmen, heb je natuurlijk niet genoeg handen om je vast te grijpen als je wegglijdt."
Sam grijnsde op de achterbank. "Daar kan ik van meepraten, Mark. Al bleef het bij mij de eerste keer beperkt tot een hersenschudding, en de tweede keer tot een gebroken arm. Wie weet hoe het meevalt met Gregory."
Mark zuchtte. "Ik hoop het. Een gebroken been heeft hij zéker, maar verder..."
"We zullen wel zien," troostte David.
Niet lang daarna arriveerden ze bij het huis.
"Hierheen," wees Mark, en nam hen mee naar een bosje achter het woonhuis. Daar lag de patiënt, een jongen van een jaar of tien, met zijn moeder op haar knieën naast zich en zijn broer die met een bleek gezicht van een afstandje stond toe te kijken.
David knielde bij hem neer."Hallo Gregory. Ik wil graag dat je je níet beweegt, begrepen? Helemaal stil liggen! Kun je me vertellen waar je pijn hebt?"
"Overal," steunde de jongen. "M´n hoofd en m´n been en m´n rug... m´n borst..."
David knikte. "Dat geloof ik graag na zo´n duikeling." Hij keek eens omhoog naar de boom waar de jongen uitgekukeld was. In de top zag hij de basis van een boomhut. "Ben je helemaal uit die hut naar beneden gevallen?" wilde hij weten.
"Nee, halverwege ongeveer," antwoordde Gregory´s broer.
"Da´s nog een flinke smak," vond Annie, maar David concentreerde zich weer op zijn patiënt.
"Okay Gregory, ik wil je even onderzoeken. Jij blijft helemaal stil liggen. Als ik je pijn doe geef je maar een gil, okay?"
Hij begon met het aftasten van de schedel. De jongen zoog even zijn adem in toen hij over een grote buil kwam, maar David kon tot zijn opluchting niets onregelmatigs ontdekken. Voorzichtig liet hij zijn vingers langs de nekwervels glijden. Die leken intact.
"Tintelt het in je handen en voeten?" vroeg hij de jongen. Maar die schudde zijn hoofd, zodat David met een vlugge beweging zijn hand op zijn voorhoofd legde. "Niet bewegen. Geef maar gewoon antwoord."
"Ik voel geen tintels, dokter. Is dat gevaarlijk?" Met angstige ogen keek Gregory naar hem op.
"Nee, dat is waarschijnlijk juist een goed teken," stelde David hem gerust, en de jongen haalde verlicht adem.
David knoopte zijn bloesje los. Zijn borst zat vol bloeduitstortingen, en toen hij er voorzichtig met zijn vingers overheen streek gilde de jongen van pijn.
"Een paar gekneusde ribben heb je zeker," meende David.
Zijn linkerbeen en zijn heupen leken in orde, maar het rechterbeen lag zo raar onder de jongen gevouwen dat het op minstens twee plaatsen gebroken moest zijn.
David kwam overeind. "Ik heb de indruk dat het meevalt, ten minste voor zover ik dat hier kan bekijken," zei hij geruststellend tegen Gregory´s ouders. "Het lijkt erop dat hij eraf komt met een gecompliceerde beenbreuk en een paar gekneusde, misschien gebroken ribben. Maar het is mogelijk dat er één of enkele rugwervels beschadigd zijn. Dat kan ik hier niet onderzoeken zonder gevaar die rug eventueel nog meer schade toe te brengen. Naar Coopers Crossing moet hij zonder meer; daar zullen we hem dan ook aan een grondig röntgenonderzoek onderwerpen. Met een rug kun je niet voorzichtig genoeg zijn."
Gregory´s vader knikte. "We gaan natuurlijk mee."
Sam liep al weg om de brancard uit de auto te halen, toen plotseling Gregory´s broer wegrende het bosje in. Verwonderd keek David hem na.
"Martin denkt dat het zijn schuld is," zei Gregory´s moeder zacht. "Ik heb al geprobeerd hem dat uit zijn hoofd te praten, maar..." Ze haalde verdrietig haar schouders op.
"Zou u misschien even met hem kunnen praten, dr. Ratcliffe?" stelde Mark Jaspers hoopvol voor. "Martin is net in zo´n fase dat hij niets van ons aanneemt; misschien luistert hij wel naar u."
David knikte langzaam en kwam overeind. "Annie, kun jij Gregory een pijnstiller geven? Vijf milligram morfine. Het duurt nog wel even voor we in het ziekenhuis zijn. Maar wacht met het op de brancard tillen tot ik erbij ben."
Annie knikte dat ze het begrepen had, en David liep met grote stappen achter Martin aan het bosje in.
Hij vond hem op een omgevallen boomstam.
"Hé, wat is ´t? Zo geschrokken?" informeerde hij kameraadschappelijk. "Het valt naar alle waarschijnlijkheid wel mee met die rug, hoor. ´t Is gewoon voor de zekerheid."
Martin keek op. "Het is allemaal mijn schuld. Ik zei tegen hem dat hij met die planken naar boven moest komen. En nu zit hij straks in een rolstoel!"
David legde een hand op zijn schouder. "Wie praat hier over rolstoelen? Heb je mij daarover gehoord?"
"Nee, maar..."
"Zelfs al zouden er een paar rugwervels beschadigd zijn - wat helemaal niet zo hoeft te zijn - dan is het gewoon een kwestie van een week of wat stricte bedrust en je broer is weer de oude. Er is echt niets om je zorgen over te maken."
Onzeker keek de jongen naar hem op. "Weet u dat zeker?"
David knikte. "De kans dat Gregory door dit ongeluk in een rolstoel terechtkomt is héél erg klein. Dat moet je maar niet eens in je op laten komen. En dat het jouw schuld zou zijn is onzin. Je hebt hem toch zeker niet uit de boom geduwd, of wel soms?"
"Nee, hij gleed uit of zo."
"Nou dan. Zulk soort ongelukken gebeuren nu eenmaal. Vraag Sam er maar eens naar, de piloot. Die vertelde daarstraks dat hij in zijn jonge jaren ook meer dan eens uit een boom is gerold. En nu is hij piloot! En ik kan je wel verzekeren dat je als piloot een ijzeren gezondheid moet hebben. Dus?"
Martin keek peinzend voor zich uit en knikte toen. "Als u dat zegt..."
David knikte hem bemoedigend toe. "Nou, ga je mee? Hoe eerder Gregory in het ziekenhuis is, des te eerder hebben we zekerheid. En daar kunnen we zijn been zetten, dat scheelt hem heel wat pijn."
Martin kwam overeind, en samen liepen ze terug.
Met hulp van Annie rechtte David Gregory´s been en stabiliseerde het in een stevig omhulsel. De pijnstiller begon duidelijk al aardig te werken, want Gregory kreunde slechts zachtjes bij die behandeling. Sam, David en Mark tilden Gregory o zo voorzichtig op de draagbaar, en daarna reden ze in een slakkegangetje naar de landingsbaan. Gregory werd vastgesnoerd op de brancard; hij begon een beetje doezelig te worden van de pijnstiller. Martin klom bij Sam in de cockpit, en David knipoogde naar zijn vader. "Met Sams verhalen over zijn onfortuinlijke ervaringen bij het boompje klimmen in mijn achterhoofd was dat precies wat ik Martin aanraadde!"
xxxxx
Jack had het brommerspoor voor het bankkantoortje goed bestudeerd. In het eeuwige laagje zand was duidelijk te zien dat er een brommer met flink wat kracht geremd had, vervolgens op de standaard was gezet en daarna in hoog tempo was weggereden. Dat was toch verdacht. Het spoor leek het dorp aan de zuidkant te verlaten; in ieder geval ging het die richting uit. Jack had het profiel van in elk geval één van de banden zorgvuldig nagetekend, en nu liep hij de weg af in de hoop iets naders te ontdekken.
Hij had algauw succes. Een opzettelijk maar slecht verdoezeld spoor leidde van de weg af in de richting van het kreupelhout dat langs de kreek groeide. Jack schudde zijn hoofd. Het was wel duidelijk dat hij niet met een paar professionele jongens te maken had. Maar goed: amateurs waren in hun angst en onbesuisdheid soms nog gevaarlijker, dus het was wel oppassen geblazen.
Voorzichtig volgde hij het smalle pad door de bosjes, en ook hij merkte de nog tamelijk verse sporen van vernieling op die Annika die ochtend ook gezien had. Maar toen hij het bosje uitkwam werd het lastiger: daar wemelde het van de sporen! Een deel ging naar de waterkant, een deel kwam terug naar het bosje, een deel leek ook verdonkeremaand... Hij liep naar de oever. Er bleven uiteindelijk drie interessante sporen over. Twee liepen overduidelijk naar links, in de richting van het dorp. Rechtsaf langs de oever liep geen echt spoor, maar het was duidelijk dat daar wel iets gebeurd was: het zand van de oever lag bepaald niet onberoerd.
"Een beetje tè gemaakt onverschillig," vond Jack. "Dat andere zal wel bedoeld zijn als dwaalspoor."
Op zijn hoede liep hij stroomopwaarts langs de kreek, het weggemoffelde spoor volgend. Hier en daar was het spoor weg; daar zag het eruit alsof de kreek recentelijk buiten zijn oevers getreden was. "Maar dan wel uiterst plaatselijk," mompelde Jack, want daarna ging het spoor altijd weer verder.
Hij had al zeker een kilometer langs de kreek gelopen toen hij plotseling op een zijspoor stuitte. Het leidde naar het kreupelhout, en was duidelijk minder zorgvuldig uitgewist dan het ´hoofdspoor´.
"Toch maar even een kijkje nemen," besloot hij, en liep naar de bosjes. Hij boog de takken uit elkaar waar het spoor in de struiken verdween, en wrong zich er tussendoor. Hij bleef staan en keek om zich heen. Om dit uit te kammen had je wel een legertje hulptroepen nodig; dat kon hij wel vergeten in zijn eentje. Een paar afgebroken takken wezen erop dat hier inderdaad iemand geweest was, maar... Hé! Wat was dat? Jack hurkte neer. In het geelrode zand zaten een paar donkere vlekken. Hij keek speurend om zich heen. Aan die tak ook. Donkerrrood. Opgedroogd bloed...
