Dit is de tweede chap, van mijn verhaal. M'n internet doet ut op dit moment niet dus moet ik het straks maar online zetten. Het is misschien een beetje kort, maar nog best lang voor een chap. Waarin niks gebeurd! Even een sfeertje scheppen noem ik ut maar… Please Review! Ik wil graag veel commentaar, het liefst ook nog met handige tips. Heb al vaak tips gekregen over de hoeveelheid wit-regels, is het nu goed? Zoniet meld het effe!

In een donkere cel zat een man, hij had zijn armen om zijn benen geslagen en keek verdrietig in de verte. Alhoewel hij er ondervoed uit zag liet hij het eten links liggen. Naast hem schreeuwde en huilde een kind. Een meisje. Zij gebruikte haar voedsel wel, niet om te eten maar om het alle kanten op te smakken. Ze schreeuwde om haar moeder, zich niet beseffend dat die dood was. Ze smeekte om hier weg te mogen, aan niets in het bijzonder. Ze riep naar de dementors, vervloekte ze of vroeg ze om haar te helpen, afwisselend. Soms sprong ze op en sloeg ze net zolang met haar hoofd tegen de muur tot ze op de grond zakte. Dan weer zat ze te huilen op de grond. Nu begon ze zachtjes te zingen, het liedje dat haar vader haar altijd dwong om te zingen.

"I'm mister blue,

I like to stay with you,

and no matter what you do,

if you're lonely,

I'll be lonely too."

Het was ironisch dat hij er zo fan was. Het was immers een liedje over iemand die alles voor anderen over had en hij had niks voor anderen over.
"I'm mister blue,

I'll like to stay with y…"

Haar stem stokte. Zoals ze toen ook was onderbroken. "Help! Ze zijn met z" de stem stopte in een keer, alsof iemand op de uitknop had gedrukt. "Heer? Ik denk dat het er nogal veel zijn, hij is een machtige tovenaar." Ze zag zijn woedende blik. "Wie nu weg gaat zal gestraft worden! Dat is een lafaard!" Het meisje twijfelde een paar seconden en fluisterde toen "als iedereen opgepakt is, zal niemand mij kunnen straffen". Ze schoot weg, een paar vervloekingen sloegen achter haar in. Ze zigzagde tussen de mensen door, opende de deur naar de gang en verstopte zich in een gangkast. Net op tijd.

Ze prevelde smeekbedes. "Laat ze niet hier heen komen, alsjeblieft! Laat ze niet hier heen komen." Op de gang hoorde ze geluid. Ze stopte met prevelen, maar bleef de woorden in haar hoofd herhalen. "Laat ze niet hier heen komen, alsjeblieft! Laat ze niet hier heen komen." Tegelijkertijd luisterde ze ingespannen. Het lawaai van een gevecht vulde de lucht. Ze hoorde mensen gillen, dooddoeners die riepen dat het er teveel waren, schouwers die brulden dat er iemand gedood was. Toen een doordringende kreet.

"Hermaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaan. Alsjeblieft, blijf bij me." De vrouw van Herman snikte verscheurend. Even was het doodsstil, toen ging het gevecht weer verder. Het geluid van vloeken, gestruikel, gestommel en gehuil. Uiteindelijk werd het stil. Ze waren nog niet weg, maar alle dooddoeners waren in gerekend, behalve Herman (die dood was) en zij. Geluid op de trap, voetstappen in de richting van de kast, Ze trok haar toverstok uit haar zak. De kast ging open, ze richtte haar staf, maar toen ze het gezicht van de schouwer zag aarzelde ze. "Leg die staf neer, dan doe ik je geen pijn" beval hij. Ze gooide haar staf op de vloer. "Sta op!" ze stond op. "Draai je om!" ze deed wat hij zei. "Boeientios" mompelde hij en ijzeren strengen uit zijn stok begonnen zich om haar polsen te winden. Ze voelden koud aan.

"Ik zorg ervoor dat je erger gestraft wordt dan je je voor kunt stellen." Mompelden de dooddoeners in haar oor. "We zullen ervoor zorgen dat je dit nooit meer vergeet", ze zouden haar niet vergeven dat ze ervandoor was gegaan, dat was duidelijk. De schouwer sleurde haar door de gangen langs de andere dooddoeners. "Ik haat lafaards" zei de Heer van het Duister kil toen ze voorbij gesleurd werd. Heel diep van binnen hoopte ze dat ze de rest van haar leven in Azkaban zou zitten…

Oké internet is gerepareerd! Yes! Dus ik heb het er nu op gezet! Thanx to writertje voor haar review. Zou iedereen die dit leest het willen reviewen? Please en alvast Thanx…