Hey, ik heb nog een chappie gemaakt. Volgende chap: aankomst op ZWEINSTEIN. Maar eers:

"Naam verdachte?" zoals dat hoorde vroeg de man deze vraag, maar hij kende het antwoord al. Het was onwaarschijnlijk dat een van de aanwezige niet wist over wie ze het hadden. Ze had de raad 2 weken lang behoorlijk bezig gehouden. "Naamloos" antwoordde de aanklager, ze hadden besloten om dat gedoe met die naam even te omzeilen.

"Aanklacht?" dit was ook een problematische vraag. "Lid van een verboden organisatie en gebruik van onvergefelijke vloeken." Dat laatste was al bewezen niet waar te zijn, maar met alleen "lid van een verboden organisatie" kregen ze haar nooit de cel in.

"Uitspraak jury?" Een beginnend kalende man stapte naar voren. In zijn hand had hij een brief. "De jury acht de verdachte onschuldig aan het gebruik van onvergefelijke vloeken, maar acht haar schuldig aan het lid zijn van een verboden organisatie. Hiervoor eisen wij een jaar voorwaardelijk." De man knikte om zijn woorden kracht bij te zetten. De aanklager keek ontmoedigd.

"Dat kan niet!" het meisje keek behoorlijk hysterisch. "Ik ben leider geweest van doders, u weet wel de junior afdeling van de dooddoeners. Ik heb de cheerleader- truc bedacht, jullie moeten nog eens beraden.!" De aanklager schudde zijn hoofd. "Sorry meissie, maar je kunt niet worden opgesloten omdat je nou eenmaal geniaal bent, dat is niet verboden!"

"Jullie begrijpen het niet! Ik heb niks, behalve een heleboel vijanden, hoe moet ik dat overleven?" Er viel een lange stilte.

"Dat kind moet een huis hebben…" concludeerde een moederlijke vrouw. "Ze kan al het bezit van haar vader erven, maar alleen kan ze dat pas krijgen als haar vader tot levenslang is veroordeeld." De omstanders knikte. "Dat wordt ie toch wel." Merkte de kalende man op.

"Dat is alleen niet definitief, we moeten het proces afwachten." Weer knikten de omstanders. "Maar wat moet er in de tussentijd met dat arme meisje gebeuren?" vroeg de moederlijke vrouw bezorgd.

Na een lange stilte antwoordde een van de mensen op dat: "niemand wil dat kind bij zich in huis hebben, aanslagen op haar kunnen ook de andere in het huis treffen." De omstanders maakte toestemmende geluiden en keken elkaar veelbetekenend aan.

"Ik heb een idee!" zei het meisje vanuit de stoel ferm. "Ik ga gewoon terug naar Azkaban, daar ben ik veilig." Ze leek zo klein, zo schuw, zo bang, dat niemand het over zijn hart kon verkrijgen om haar daar ook echt heen te sturen. Het was weer de moederlijke vrouw die haar beschermde. "Naar Zweinstein! Dat is ook openbaar, het is nu zomervakantie, de leerlingen zijn er niet, maar de leraren wel! Daar is ze veilig. Onder hoede van Anderling en beschermd door de leraren zal haar niets overkomen en ze kan ook wat magie bij leren. Voor zover ik het heb begrepen kent ze alleen vervloekingen!" De vrouw glimlachte opgelucht.

De mensen roezemoesde wat met elkaar en besloten toen dat de vrouw gelijk had. "Ik denk dat dat de enige goede oplossing is! We zullen wel even moeten overleggen met het schoolhoofd. Alhoewel ik denk dat Minerva er wel mee akkoord zal gaan". Het was weer de kalende man die aan het woord was. Iedereen knikte weer. Wat een stelletje schapen dacht het meisje geërgerd.

"Wie stuurt een uil naar haar? Laat haar maar meteen komen." Een man met een hoornen bril verdween richting de uilenvleugel. (Dit was Percy Wemel, maar dat wist het meisje niet!)

"Om op een aansluitend onderwerp over te gaan, je zult een naam moeten hebben, eentje die bij ons staat geregistreerd. Heb je suggesties?" Het meisje knikte, hier had ze al over nagedacht. "Ik wil graag Bella van Detta heten, zoals mijn moeder. Ik denk dat … nou ja… ze is door hem gedood, ik wil haar een laatste eer bewijzen." Ze stamelde de woorden en werd rood, waardoor ze iets schattigs kreeg. "Percy, schrijf dat eens op! Oh nee, die is een uil aan het sturen…" De man keek geïrriteerd omdat zijn assistent er niet was. "Oh daar is ie! Percy schrijf op dat het meisje d'r naam voortaan Bella van Detta is!"

"Ja meneer, meteen meneer! Mevrouw Anderling is onderweg, meneer!" En als je het over de duivel, eh, professor Anderling hebt, dan trap je op zijn, eh, haar staart. Pinnig als altijd liep ze strak naar binnen.

"U heeft mij opgeroepen tijdens een crisissituatie, ik mag hopen dat u een goede reden heeft." Ze keek behoorlijk geïrriteerd. Stotterend probeerde de dikke man het uit te leggen. "Nou… ja.. misschien…" Het meisje grinnikte, maar bedacht toen dat ze met deze vrouw nog zo'n half jaar moest doorbrengen.

Nadat professor Anderling het verhaal eens aangehoord had, ging ze akkoord om het meisje mee te nemen naar Zweinstein. "Maak haar los dan! Zo'n klein kind, het had een van mijn leerlingen kunnen zijn, dan bind u haar toch niet vast!" Eén van de mannetjes haastte zich om haar los te maken. "We gaan!" zei Anderling tegen een lichtelijk geïntimideerde Bella.

"Hier gooi het in de vlammen en zeg duidelijk Zweinstein" snauwde ze tegen het meisje toen die verbaast naar het paarse poeder had gekeken. Geschrokken deed ze wat Anderling zei.

Thanx voor het lezen en please review!