9. Geest.
Siruis Zwarts dwaalde rond door het huis dat hij zo verafschuwde. Waar hij maanden gevangen had gezeten voor hij stierf. Het huis waar hij was opgegroeid. In een afschuwelijke jeugd. Die hij niemand zou toe wensen. Zelfs niet ze ergste vijand. Nou ja ze ergste vijand eigenlijk wel. Maar het ging om het idee. Dacht hij lachend inzichzelf. Hij dwaalde door het huis opzoek naar een teken van leven. Al was het maar ze oude huis-elf als het maar een teken van leven was. Maar dat vond hij niet hij was zelf ook niet bepaald levend. Hij vond niks. Nog geen spin. "Waar zal ik nu is heen gaan?" zei Siruis inzichzelf. "Misschien Zweinstein of het ministerie van toverkunst. Om daar is lekker rond te spoken en het ze betaalt te zetten. Maar ik kan ook secreetje gaan pesten. Hmm. Dat lijk me wel wat." Zei hij inzichzelf. Hij concentreerde zich uit alle macht op Zweinstein. Opeens was hij daar. Zo werkte het als je een geest was. Je dacht aan een plek en je was er. Wel handig eigenlijk. Je was meteen op de juiste plek dacht hij. Hij zocht naar waar hij secreetje kon vinden. Hij ging de lerarenkamer binnen daar was hij niet. Dan maar ze kantoor porberen dacht hij. Daar was hij bezig met proefwerken na te kijken. Hij ging er heen. Geruisloos natuurlijk. Hij maakte een geluid. Een heel hoog scherp geluid. Dat allee geesten kunnen horen. Severus schrok en sprong op met opgeheven staf. "Dat is hellaas niet meer te gebruiken op mij."zei Siruis die schaterde van het lachen. "Ga weg Zwarts of heb je niks beters te doen?"zei Sneep fel. "Wat is er secreetje toch niet bang?"vroeg Siruis. "Maar hellas heb ik als geest inderdaad niks beters te doen dan jouw pesten." Zei Siruis. Siruis vloog door de stapel proefwerken heen. Die door elkaar op de grond vielen. Zo dat Sneep ze weer hellemaal kon sorteren. "Dag secreetje. Het was niet leuk je nog is te zien." Zei Siruis. Hij vloog door de muur en liet een woedende Severus alleen achter.
Please reageer.
En het gaat niet alleen over Siruis dit maar over iedereen van hp.
