De sorteerceremonie

De deur zwaaide meteen open en ze zagen een lange, zwartharige heks met een smaragdgroen gewaad. Ze had een streng gezicht.

'De eerstejaars, professor Anderling,' zei de reus. 'Bedankt, Hagrid. Ik neem het wel over.'

Ze deed de deur wijd open. De hal was zo groot dat het hele weeshuis erin gepast zou hebben. De stenen muren werden verlicht doorvlammende toortsen, net als bij Goudgrijp, het plafond was zo hoog dat ze het niet eens konden zien en recht tegenover hen leidde een schitterende marmeren trap naar de bovenverdiepingen.

Ze volgden professor Anderling over de hardstenen vloer. Jessica hoorde het geroezemoes van honderden stemmen opklinken uit een deuropening rechts de overige leerlingen waren er blijkbaar al maar professor Anderling ging de eerstejaars voor naar een leeg kamertje dat aan de hal grensde en ze dromden naar binnen. Ze stonden heel wat dichter op elkaar dan ze anders gedaan zouden hebben en keken nerveus om zich heen. 'Welkom op Zweinstein,' zei professor Anderling. 'Zo dadelijk begint het banket om het begin van het nieuwe schooljaar te vieren, maar voor jullie plaatsnemen in de Grote Zaal, worden jullie verdeeld over de verschillende afdelingen. Die Indelingsceremonie is belangrijk, want tijdens je verblijf hier fungeert je afdeling min of meer als je familie, jullie volgen lessen met de rest van de afdeling, slapen op de afdelingsslaapzaal en brengen je vrije tijd door in jullie eigen leerlingenkamer. De vier afdelingen zijn Griffoendor, Huffelpuf, Ravenklauw en Zwadderich. Elke afdeling heeft zijn eigen, nobele geschiedenis en heeft opmerkelijke heksen en tovenaars voortgebracht. Tijdens jullie verblijf op Zweinstein leveren eventuele triomfen afdelingspunten op en worden bij overtreding van de regels punten afgetrokken. Aan het eind van het schooljaar wordt

aan de afdeling met de meeste punten een beker toegekend. Ik hoop dat iedereen zijn of haar afdeling eer zal bewijzen. De Indelingsceremonie begint zo, in aanwezigheid van de overige leerlingen en leraren. Ik stel voor dat jullie je een beetje opknappen terwijl jullie wachten.'

Haar blik bleef even op Jessica`s turkooizen haar rusten en liep toen weg. `Zal ik mijn haar zwart of blond maken'? vroeg ze aan Elizabeth die naast haar was komen staan. `Zwart' zei Elizabeth kort af. Opeens zweefden er zo'n 20 spoken door de meur. Ze waren parelachtig wit en doorschijnend en gleden druk pratend door het vertrek. Ze keurden de nieuwelingen geen blik waardig en waren blijkbaar in een heftige discussie verwikkeld. De geest van een kleine dikke monnik zei: 'Je moet vergeten en vergeven, zeg ik altijd maar. We zouden hem nog een kans moeten geven -'

'M'n beste Broeder, we hebben Foppe al meer dan genoeg kansen gegeven. Hij bezorgt ons een slechte reputatie en bovendien is

hij niet eens een echt spook hé, wat doen jullie hier?'

Een spook met een kanten kraag en een kniebroek zag plotseling de eerstejaars staan.

Niemand zei iets.

'Nieuwe leerlingen!' zei de Dikke Monnik, die glimlachend omkeek, 'jullie worden dadelijk ingedeeld, neem ik aan?' Een paar kinderen knikten zwijgend.

'Ik hoop jullie terug te zien in Huffelpuf!' zei de Monnik. 'Dat was mijn afdeling.'

'Vooruit, doorzweven!' zei iemand pinnig. 'De Indelingsceremonie gaat beginnen.'

Het was professor Anderling. De spoken zweefden een voor een door de muur.

'Ga in de rij staan en volg me,' zei professor Anderling tegen de eerstejaars. Snel maakte Jessica haar haar zwart voor ze in de rij ging staan. Ze liepen ze de kamer uit, staken de hal over en gingen door dubbele deuren de Grote Zaal binnen. De grote zaal werd verlicht door duizenden en nog eens duizenden kaarsen, die boven vier lange tafels zweefden waaraan de overige leerlingen zaten. De tafels waren gedekt met glanzende gouden borden en bekers en aan het uiteinde van de zaal stond een lange tafel waaraan de leraren zaten. Professor Anderling liet de eerstejaars halthouden tegenover de andere leerlingen, met de leraren achter zich. De honderden starende gezichten leken net bleke lantaarns in het flakkerende kaarslicht. Hier en daar zaten spoken tussen de leerlingen, dof glanzend als beslagen zilver. Voornamelijk om die starende blikken niet te hoeven zien, keek Jessica omhoog en zag een fluweelachtig zwart plafond, dat bezaaid was met sterren. Professor Anderling zwijgend een kruk met vier poten neerzette. Op de kruk legde ze een puntige tovenaarshoed, die gerafeld en ontzettend smerig was en vol opgenaaide stukken zat. Ze zag dat de hele zaal naar de hoed staarde en keek er daarom zelf ook naar. Een paar tellen heerste er doodse stilte, maar toen bewoog de hoed een beetje. Een scheur bij de rand ging open, net als een mond en de hoed begon te zingen. Jessica luisterde niet naar het lied. Pas toen de zaal in applaus uit barste keek Jessica weer op. Professor Anderling stapte naar voren, met een rol perkament in haar hand.'Als ik je naam zeg, zetten jullie de hoed op en gaan op het krukje zitten om ingedeeld te worden,' `Alft Elizabeth'! Elizabeth liep vastberaden naar de sorteer hoed en zette die op haar hoofd. De sorteerhoed zweeg even en brulde toen: ZWADDERICH! Elizabeth rende naar de tafel van Zwadderich die luid applaudisseerde.

`Brantjes Olivia'`RAVENKLAUW!'`Brends Bernard' `HUFFELPUF!'`Maansteen Ellen'`ZWADDERICH'. En zo ging het een tijdje door tot dat Kasper de eerst Griffoendor werd. `Wemel Ginny'`GRIFFOENDOR!' `Westers Jessica' Jessica liep met knikkende knieën naar het krukje. Een stemmetje zei:`ik heb je vader bij Griffoendor ingedeeld, maar je hebt een vriendin in Zwadderich. Je moeder is een Dreuzel maar als ze een heks was zou ze in ravenklauw zijn ingedeeld. Maar het word toch maar GRIFFOENDOR!'. Aan de tafel van Griffoendor klonk een luid applaus. Jessica liep er glunderend heen en ging naast het spook met de kantenkraag zitten. Die vriendelijk naar haar glimlachten. Professor Anderling ruimde het kurkje op en Albus Perkamentus stond op. `er is een tijd voor toespraken maar dat is niet nu. Eet smakelijk'! Opeens waren de schalen gevuld met eten. Kasper keek verbaast. Maar schepte toen aardappeltjes op. Jessica begon haar bord vol te laden met kippenpootjes. Toen de eten restjes weg waren gesmolten. Verschenen de toetjes. Strooptaart, appeltaart, chocolade taart en nog veel meer. Toen alle toetjes op waren en de borden weer brandschoon stond Perkamentus op.`welkom op Zweinstein iedereen een paar mededelingen voor het nieuwe jaar. Ten eerste is het verbodenbos verboden terrein voor alle studenten. Net zo als het dorpje Zweinsveld voor eerste- en tweedejaars. Ik moet ook een wijziging in het leraren bestand melden. Met groot genoegen moet ik mededelen dat Gladianus Smalhart de taak van docent leraar verweer tegen de zwarte kunsten op zich zal nemen. Gladianus Smalhart stond op terwijl Jessica klapte. En nu naar bed vooruit met de geit. Meteen klonk het geschraap van banken en riep een stem `eerstejaars hierheen'. Het was Percy Wemel.

De eerstejaars van Griffoendor volgden Percy door de druk kletsende massa's leerlingen. Ze verlieten de Grote Zaal en liepen de marmeren trap op. De portreten praatten druk met elkaar. Geeuwend sjokten ze nog meer trappen op. Toen ze op de zevende verdieping waren hoorden ze rare geluiden. 'Foppe,' fluisterde Percy tegen de eerstejaars. 'Een klopgeest.' 'Foppe.' zei hij met stemverheffing, 'laat je zien.' Er klonk een luid, onbeleefd geluid, alsof de lucht uit een ballon ontsnapte. 'Moet ik het tegen de Bloederige Baron zeggen?' Ze hoorden een knalletje en er verscheen een klein mannetje met een brede mond en boosaardige, donkere ogen, dat in kleermakerszit door de lucht zweefde, met de wandelstokken in zijn hand. 'Ooooo!' zei hij venijnig grinnikend. 'Kleine eerstejaartjes! Dat wordt lachen!' Hij schoot op hen af en ze doken haastig weg. 'Maak dat je wegkomt of ik zeg het tegen de Baron, Foppe. Ik meen het!' blafte Percy. Foppe stak zijn tong uit, liet de wandelstokken op Marcels hoofd vallen en verdween. Ze hoorden hem door de gang scheren en tegen de harnassen kletteren. 'Met Foppe moet je oppassen,' zei Percy terwijl ze doorliepen. 'De Bloederige Baron is de enige die hem een beetje in de hand heeft. Zelfs van de klassenoudsten trekt hij zich niets aan. We zijn er.' Helemaal aan het einde van de gang hing een portret van een dikke dame in een roze zijden jurk. Wachtwoord?' zei ze.

`Knorhaan' zei Percy. Het portret zwaaide opzij en onthulde een rond gat in de muur. Ze klauterden erdoor.

Zekwamen in de leerlingenkamer van Griffoendor, een gezellig, rond vertrek vol gemakkelijke, vormeloze stoelen. Percy wees de meisjes op een deur die naar hun slaapzaal leidde en de jongens op een andere. Boven aan een wenteltrap ze bevonden zich duidelijk in een van de torens troffen ze eindelijk hun bedden aan: vijf hemelbedden met donkerrode, fluwelen gordijnen. Hun koffers waren al naar boven gebracht. Ze waren te moe om nog veel te praten en trokken direct hun pyjama's aan en ploften in bed. Jessica viel meteen in slaap.