Modderbloedjes

In de dagen daarna kon het Jessica niets meer schelen dat Sneep de Zwadderaars voortrok. Ze had wel anderen dingen aan haar hoofd bijvoorbeeld de bergen huiswerk die ze op kregen. En Kasper wilde tussen de lessen door Harry Potter zoeken Jessica vond dat om maar 2 renden goed 1: Kasper was nu haar enge vriend op Zweinstein (Elizabeth had haar gemeden nu ze met Kasper om ging). Reden 2 was gênant. Ze was namelijk verliefd op Ron Wemel. Ze wist dat Ron vaak in het gezelschap van Harry verkeerde en dat betekende dat als ze Harry wist te vinden kon ze Ron zien. Jessica had gehoord dat de zwerkbal ploeg van Grifoendor. Aankomende zaterdag vroeg in de ochtend zou trainen en haalde Kasper over om te gaan kijken. Rond zevenen gingen Jessica en Kasper naar het zwerkbalveld en ze kwamen Harry tegen. 'Mag ik een handtekening?' zei Kasper gretig. 'Nee,' zei Harry kortaf. 'Sorry, Kasper, ik heb haast -we hebben Zwerkbaltraining.' Jessica hielt zeg op de achtergrond maar kon toch elk word van hun gesprek volgen. 'Wauw! Wacht op mij! Ik heb nog nooit Zwerkbal zien spelen!' Kasper klom ook door het gat. 'Er is niks aan,' zei Harry vlug, maar Kasper luisterde niet. Zijn gezicht glom van opwinding. 'Jij was de jongste speler in honderd jaar, hè Harry? Ja toch?' zei Kasper, die naast Harry voort draafde. 'Je bent vast hartstikke goed. Ik heb nog nooit gevlogen. Is het makkelijk? Is dat je eigen bezem? Is dat de beste die je krijgen kunt?' Harry wist niet hoe hij hem af moest schudden. Het was alsof hij een ongelooflijk spraakzame schaduw had. ik snap nog niet veel van Zwerkbal,' zei Kasper ademloos, is het waar dat er vier ballen zijn? En dat er twee rondvliegen en mensen van hun bezems proberen te stoten?' 'Ja,' bromde Harry, die zich neerlegde bij het idee dat hij de ingewikkelde Zwerkbal regels zou moeten uitleggen. 'Die heten Beukers. Elk team heeft twee Drijvers, die knuppels hebben om de Beukers bij de spelers van hun eigen team weg te slaan. De Drijvers van Griffoendor zijn Fred en George Wemel.' 'En waar zijn die andere ballen voor?' vroeg Kasper, die een paar treden omlaagviel omdat hij met open mond naar Harry staarde. 'Nou, de Slurk - dat is een grote, rode bal -wordt gebruikt om te scoren. De drie Jagers van elk team gooien elkaar de Slurk toe en proberen hem door een van de doelen aan de uiteinden van het veld te krijgen - aan elke kant staan drie lange palen met ringen erop.' 'En de vierde bal -' ' - is de Gouden Snaai,' zei Harry, 'en die is heel klein en snel en moeilijk te pakken. Maar dat is de taak van de Zoeker, omdat een wedstrijd pas eindigt als de Snaai gevangen is. En de Zoeker die de Snaai bemachtigt, verdient honderdvijftig punten voor zijn team.' 'En jij bent de Zoeker van Griffoendor, hè?' zei Kasper vol ontzag. 'Ja,' zei Harry. Ze verlieten het kasteel en liepen door gras dat kletsnat was van de dauw. 'En dan heb je nog de Wachter. Die verdedigt de doelen. Dat is het zo'n beetje. O jij bent er ook Jessica. Ik had je niet gezien.' Terwijl ze naar het zwerkbalveld liepen bleef Kasper Harry uithoren. Jessica zei niets. Jessica en Kasper gingen op de tribune zitten.

Toen Ron op de tribune ging zitten zei Jessica snel 'Kom hier zitten Ron!'

Ron liep naar haar toe en Jessica zag dat ze Hermelien Griffel had mee genomen. Jessica zei daar niets over. Toen het team van Griffoendor het veld op kwam riep Ron 'Zijn jullie nog niet klaar?' 'We zijn nog niet eens begonnen,' zei Harry. 'Plank wilde ons wat nieuwe automatismen bijbrengen.' Harry stapte op zijn bezem en steeg op. Meteen nam Kasper foto`s. Na twee minuten kwam het team van Zwadderig het veld op. 'Hé, Hork!' brulde Plank tegen de aanvoerder van Zwadderich. 'Wij zijn aan het trainen! We zijn speciaal vroeg opgestaan! Vooruit, maak dat je wegkomt!' Marcus Hork was nog groter dan Plank. Met een uitdrukking van trolachtige sluwheid antwoordde hij: 'Er is ruimte zat voor iedereen, Plank.' Angelique, Alicia en Katja waren ook geland. Er zaten geen meisjes in de ploeg van Zwadderich - die schouder aan schouder en neerbuigend grijnzend tegenover die van Griffoendor stond. 'Maar ik heb het veld gereserveerd!' zei Plank, op en neer dansend van woede. 'Ik heb het gereserveerd!' 'Zal best,' zei Hork. 'Maar ik heb speciale toestemming, ondertekend door professor Sneep. Ik, professor S. Sneep, geef het team van Zwadderich hierbij permissie om vandaag op het Zwerkbalveld te trainen, om hun nieuwe Zoeker in te werken.' 'Hebben jullie een nieuwe Zoeker?' zei Plank, die zich liet afleiden. 'Wie dan?' En achter de zes grote gedaanten kwam een zevende, kleinere jongen te voorschijn, met een zelfvoldane grijns op zijn bleke, spitse gezicht: Draco Malfidus. 'Ben jij niet de zoon van Lucius Malfidus?' zei Fred, die Draco vol afkeer aankeek. Grappig dat je direct over Draco's vader begint,' zei Hork en de Zwadderaars grijnsden nog breder. 'Hij is heel vrijgevig geweest. Wil je het zien?' Jessica en Kasper rende de tribune of het veld op. De zeven spelers staken hun bezems naar voren. Zeven glanzend gepolijste, splinternieuwe stelen en zeven fraai vergulde naamplaatjes met het opschrift Nimbus 2001 glommen in de ochtendzon. 'Het allernieuwste model. Vorige maand uitgekomen,' zei Hork nonchalant en hij veegde een stofje van zijn bezemsteel. 'Blijkbaar is hij stukken sneller dan de 2000-serie. En wat die oude Hellevegen betreft -' hij glimlachte vals tegen Fred en George, die allebei een Helleveeg 5 in hun hand hadden,'- daar veegt hij de vloer mee aan.' De spelers van Griffoendor waren even sprakeloos. Malfidus grijnsde zo breed dat zijn kille ogen spleetjes werden. 'O, kijk,' zei Hork. 'Het publiek bestormt het veld!' Ron en Hermelien kwamen aanlopen, om te zien wat er aan de hand was. 'Wat gebeurt er?' vroeg Ron aan Harry. 'Waarom trainen jullie niet? En wat doet hij hier?' Ron keek naar Malfidus, in het Zwerkbalgewaad van Zwadderich. 'Ik ben de nieuwe Zoeker van Zwadderich, Wemel,' zei Malfidus zelfvoldaan. 'Je vriendjes bewonderen de nieuwe bezems die m'n vader voor ons team gekocht heeft.' Ron staarde met open mond naar de zeven schitterende bezems. 'Mooi, hè?' zei Malfidus gladjes. 'Misschien kan Griffoendor ook wat goudstukken bijeenschrapen en nieuwe bezems kopen. Om te beginnen zouden jullie die Hellevegen kunnen verloten. Misschien zijn ze iets voor een museum.' De Zwadderaars schaterden. 'In onze ploeg heeft tenminste niemand z'n plaatsje gekocht,' zei Hermelien scherp. 'Onze spelers zijn gekozen om hun talent.' De zelfvoldane uitdrukking van Malfidus verdween. 'Niemand heeft jou om je mening gevraagd, smerig, miezerig Modderbloedje!' snauwde hij. Harry besefte meteen dat Malfidus echt iets ergs had gezegd, want de hel barstte los. Hork moest gauw voor Malfidus springen om te voorkomen dat Fred en George hem te lijf gingen, Alicia krijste: 'Hoe durf je!' en Ron stak zijn hand in zijn gewaad, haalde zijn toverstaf te voorschijn, schreeuwde: 'Dat zet ik je betaald, Malfidus!' en richtte zijn staf onder de arm van Hork door op het gezicht van Malfidus. Er galmde een harde knal door het stadion en een straal groen licht schoot uit het verkeerde uiteinde van de toverstok en raakte Ron in zijn maag. Hij wankelde achteruit en plofte op het gras neer. 'Ron! Ron, ben je gewond?' piepte Jessica. Ron deed zijn mond open, maar er kwamen geen woorden uit. Hij boerde oorverdovend en er glibberde een handvol slakken uit zijn mond, die op zijn schoot vielen. De spelers van Zwadderich deden het bijna in hun broek van het lachen. Hork stond dubbelgebogen en moest zich aan zijn bezemsteel overeind houden en Malfidus zat op handen en knieën en beukte met zijn vuist op de grond. De spelers van Griffoendor staarden naar Ron, die grote, glinsterende slakken opboerde. Blijkbaar voelde niemand er iets voor om hem aan te raken. 'Laten we hem naar het huisje van Hagrid brengen. Dat is het dichtstbij,' zei Harry tegen Hermelien, die dapper knikte. Ze trokken Ron aan zijn armen overeind. 'Wat is er gebeurd, Harry? Wat is er gebeurd? Is hij ziek? Maar je kunt hem vast wel beter maken, hè?' Kasper was ook de tribune afgehold en danste om hen heen terwijl ze het veld af liepen. Ron kokhalsde opnieuw en er dropen nog meer slakken over het voorpand van zijn gewaad. 'Oooo!' zei Kasper, die gefascineerd zijn camera richtte. 'Kun je hem even stilhouden, Harry?' 'Uit de weg, Kasper!' zei Harry kwaad. Met Ron tussen hen in staken ze het terrein over en liepen naar de bosrand. 'We zijn er bijna, Ron,' zei Hermelien toen Hagrids huisje in zicht kwam. Ze zag Jessica en zij fel 'weg wezen!' 'Nee!' antwoorde Jessica.

Ron probeerde iets te zegen wat leek op zij moet blijven. Toen ze op een meter of zes van het huisje waren ging de voordeur open, maar het was niet Hagrid die naar buiten kwam maar Gladianus Smalhart, in een golvend licht-mauve gewaad. 'Vlug!' siste Harry en hij trok Ron mee achter een struik. Hermelien volgde met enige tegenzin. 'Het is heel eenvoudig, als je maar weet hoe!' riep Smalhart tegen Hagrid. 'Als je hulp nodig hebt, weet je waar je me kunt vinden! Ik zal je een exemplaar van m'n boek geven - het verbaast me dat je dat nog niet hebt. Vanavond zal ik er eentje signeren en het aan je toesturen. Nou, tot ziens dan maar!' Hij liep met grote passen naar het kasteel. Harry wachtte tot Smalhart was verdwenen, haalde Ron uit de struik en sleurde hem naar de voordeur. Ze klopten hard. Een nors kijkende Hagrid deed open, maar hij vrolijkte direct op toen hij zag wie het waren. 'Ik dacht al, wanneer kommen ze nou es - kom binnen, kom binnen - ik was bang dat 't die professor Smalhart weer was.' Harry en Hermelien hielpen Ron over de drempel en zetten hem in een stoel. In de ene hoek van de enige kamer stond een enorm bed en in de andere knetterde een vrolijk haardvuur. Hagrid bleef kalm toen Harry Rons slakkenprobleem uitlegde. 'Beter d'ruit als d'rin,' zei hij opgewekt en hij zette een grote koperen schaal neer. 'Mik ze hier maar in, Ron.' 'Volgens mij kun je alleen maar wachten tot het voorbij is,' zei Hermelien ongerust, terwijl Ron zich over de schaal boog. 'Het is sowieso een lastige vloek, maar met een kapotte toverstok...' Hagrid was druk bezig om thee te zetten en zijn wolfshond, Muil, kwijlde Harry's gewaad onder. 'Wat wilde Smalhart van je, Hagrid?' vroeg Harry, die Muil achter zijn oren krabde. 'Hij moest zo nodig goeie raad geven over hoe je watergeesten uit een put ken krijgen,' gromde Hagrid, terwijl hij een halfgeplukte kip van zijn schoongeschrobde tafel pakte en de theepot neerzette. 'Alsof ik dat niet weet! En hij zaagde maar door over een of andere zombie wie die verjaagd zou hebben. Als daar één woord van waar was, vreet ik me ketel op.' Het was niets voor Hagrid om kritiek te hebben op een leraar en Harry keek hem verbaasd aan. Hermelien zei, met iets hogere stem dan normaal: 'Dat vind ik niet helemaal terecht, Hagrid. Professor Perkamentus vond hem toch de meest geschikte kandidaat -' 'Hij was de enigste kandidaat,' zei Hagrid, die een bord zelfgemaakte toffee liet rondgaan terwijl Ron slijmerig zat te hoesten boven zijn schaal. 'En dan bedoel ik ook de enigste. Je ken bijna niemand meer vinden voor Verweer tegen de Zwarte Kunsten, snappie? Daar zijn de mensen niet echt tuk op. Ze denken dat d'r een soortement vloek op rust. Al een hele tijd heb niemand 't lang volgehouden. Maar wie wou 'ie eigenlijk vervloeken?' zei Hagrid, met een knikje op Ron. Malfidus schold Hermelien uit. Hij moet echt iets grofs hebben gezegd, want iedereen werd razend.' 'Het was ook grof,' zei Ron schor en hij kwam even met zijn bleke, zweterige gezicht boven tafel uit. 'Malfidus noemde haar "Modder-bloedje", Hagrid -' Ron dook gauw weer onder tafel toen een nieuwe golf slakken zich aandiende. Hagrid was diep verontwaardigd. 'Je meent 't!' gromde hij tegen Hermelien. 'Ja,' zei ze. 'Alleen weet ik niet wat het betekent. Ik snapte natuurlijk wel dat het iets ergs was...' 'Het was het meest beledigende wat hij kon bedenken,' bracht Ron moeizaam uit, terwijl hij weer boven tafel kwam. 'Modder-bloedje is een scheldnaam voor iemand uit een Dreuzelgezin - je weet wel, met ouders die niet kunnen toveren. Sommige tovenaars - zoals de familie van Malfidus - denken dat ze beter zijn dan ande-ren omdat zij zogenaamd zuiver van bloed zijn. En wie ben jij' vroeg Hagrid aan Jessica. 'Jessica Westers.'

Ron boerde zacht en er viel één slak in zijn uitgestrekte hand. Hij gooide hem in de schaal en vervolgde: 'Ik bedoel, iedereen weet dat dat niks uitmaakt. Neem Marcel Lubbermans - die is zuiver van bloed, maar hij weet nauwelijks wat de bovenkant van z'n toverketel is.' 'En d'r is nog geen spreuk verzonnen die onze Hermelien niet ken,' zei Hagrid trots. Hermelien kreeg een hoofd als een boei. 'Het is een vreselijk scheldwoord,' zei Ron, die met trillende hand zijn bezwete voorhoofd afveegde. 'Bezoedeld bloed, snap je? Onrein bloed. Idioot, gewoon. De meeste tovenaars zijn tegenwoordig trouwens halfbloeden. Als we niet met Dreuzels waren getrouwd, waren we allang uitgestorven.' Hij kokhalsde en dook opnieuw onder tafel. 'Nou, ik geef je groot gelijk dat je 'm probeerde te vervloeken, Ron,' zei Hagrid, boven het geplof van vallende slakken uit. 'Maar misschien was 't maar goed dat je stok kaduuk was. Ik denk dat Lucius Malfidus gelijk op de stoep had gestaan als jij z'n lieve zoontje had vervloekt. Je had lelijk in de problemen kennen komen.' Harry wilde Hagrid er eigenlijk op wijzen dat om de paar seconden een lading slakken opbraken ook een probleem was, maar dat lukte niet; Hagrids toffee had zijn kaken muurvast aan elkaar gekleefd. 'Hé, Harry,' zei Hagrid, alsof hem opeens iets te binnen schoot, 'ik heb nog een appeltje met je te schillen. Ik hoorde dat je foto's met handtekening uitdeelt. Waarom heb ik d'r niet een gehad?' Woedend rukte Harry zijn kaken van elkaar. 'dat moet je maar aan haar vragen' zei Harry en wees woedend op Jessica die rood werd. 'Geintje,' zei hij en hij gaf Harry een joviale klap op zijn rug, zodat hij met zijn gezicht tegen de tafel sloeg, ik wist best wel dat je dat nooit zou doen. Ik zei tegen die Smalhart dat je dat soort onzin niet nodig had. Je bent sowieso veel beroemder als hij.' 'Dat vond hij vast niet leuk,' zei Harry en hij wreef over zijn kin. 'Nee, volgens mijn ook niet,' zei Hagrid, met een vrolijke twinkeling in zijn ogen. 'En toen ik zei dat ik nog nooit een boek van hem gelezen had, besloot 'ie om maar op te stappen. Ook een lekkere toffee, Ron?' voegde hij eraan toe toen Ron weer verscheen. 'Nee, dank je,' zei Ron. 'Laat ik dat maar niet riskeren.' 'Kom es effe kijken wat ik in m'n tuintje heb,' zei Hagrid, toen Harry en Hermelien hun thee op hadden. In het kleine moestuintje achter Hagrids huisje lagen zo'n twaalf van de grootste pompoenen die Harry ooit gezien had. Ze waren stuk voor stuk zo groot als een behoorlijk rotsblok. 'Ze doen 't goed, hè?' zei Hagrid blij. 'Ze bennen voor Hallo-ween... dan motten ze groot genoeg zijn.' 'Wat heb je ze gegeven?' zei Harry. Hagrid keek over zijn schouder, om te controleren of ze alleen waren. 'Nou, ik heb ze wel ietsiepietsie - je weet wel - geholpen.' 'Zeker een Zweibezwering?' zei Hermelien, half afkeurend en half geamuseerd. 'Nou, ze staan er goed bij.' 'Dat zei z'n zussie ook al,' zei Hagrid, met een knikje naar Ron. ik zag d'r gisteren nog.' Hagrid keek uit zijn ooghoeken naar Harry en Z'in baard trilde. 'Ze zei dat ze alleen effe aan 't rondkijken was op 't terrein, maar volgens mijn hoopte ze dat ze een zeker iemand tegen t lijf zou lopen bij mij thuis.' Hij knipoogde tegen Harry. 'Als je 't mijn vraagt, zou zij geen nee zeggen tegen een foto met -' 'O, hou toch op,' zei Harry. Ron schaterde en besproeide de grond met slakken. 'Pas op!' bulderde Hagrid en hij trok Ron weg bij zijn geliefde pompoenen. Het was bijna lunchtijd en omdat Harry sinds hij was opgestaan maar één toffee had gehad, wilde hij graag terug naar school. Ze namen afscheid van Hagrid en liepen naar het kasteel. Ron hikte af en toe, maar spuwde slechts twee piepkleine slakjes uit. Ze waren nog maar net binnen toen er een stem door de koele hal galmde. 'Dus daar zijn jullie, Potter en Wemel.' Een streng kijkende professor Anderling liep op hen af. 'Vanavond doen jullie je strafwerk.' 'Wat moeten we doen, professor?' zei Ron, die nerveus een boer onderdrukte. 'Jij gaat het zilver in de prijzenkamer poetsen met meneer Vilder,' zei professor Anderling. 'En geen toverkunsten, Wemel. Alles met de hand.' Ron slikte moeizaam. Alle leerlingen hadden een bloedhekel aan Argus Vilder, de conciërge. 'En jij helpt professor Smalhart met het beantwoorden van zijn fanmail, Potter,' zei professor Anderling. 'O nee - mag ik alstublieft ook zilver poetsen?' vroeg Harry wanhopig. 'Geen sprake van,' zei professor Anderling met opgetrokken wenkbrauwen. 'Professor Smalhart heeft speciaal om jou gevraagd. Klokslag acht uur, allebei.' 'het valt best me hoor Ron' zei Jessica 'in het weeshuis moest ik altijd poetsen.' 'Bedankt Jessica' zei Ron vol wrok.