De aanval

'Misschien zijn ze nog aan het toetje bezig,' zei Ron hoopvol en hij ging de anderen voor naar de trap.

Harry bleef opeens staan, hij drukte zich tegen de stenen muur en tuurde door de schemerige gang.

'Harry, wat doe je -'

'ik hoor die stem weer - stil -Luister!'

Jessica Ron en Hermelien verstijfden en keken Harry aan.

'Hierheen!' riep Harry en hij holde de trap op naar de hal.

Harry holde de marmeren trap op naar de eerste verdieping, met Ron, Jessica en Hermelien op zijn hielen.

'Harry, wat zijn we -'

'SSST! Hij gaat iemand vermoorden!' schreeuwde hij. Jessica, Ron enHermelien keken verbouwereerd. Ze renden met ze vieren tegelijk de trap op. Harry sprintte van hot naar her.

Hij bleef pas staan toen ze de hoek van de laatste, verlaten gang omrenden. 'Harry, wat moet dat allemaal?' zei Ron, die het zweet van zijn gezicht veegde, ik hoorde niks...' Maar Hermelien snakte plotseling naar adem en wees. 'Kijk!' Iets verderop glom er wat op de muur. Langzaam slopen ze naderbij en staarden door het schemerduister. Tussen twee ramen waren letters van minstens dertig centimeter groot geschilderd, die glinsterden in het licht van de flakkerende toortsen.

DE GEHEIME KAMER IS GEOPEND. HOEDT U, VIJANDEN VAN DE ERFGENAAM.

Opeens kwamen Skye en Emma de hoek om. 'Wat is dat ding...dat eronder hangt?' vroeg Ron met trillende stem.

Toen ze wat dichterbij liepen, gleed Emma uit. Ze viel in een grote plas water. Skye, Ron, Harry,Jessica en Hermelien. keken om en Skye liep naar haar toe om haar met haar goede hand overeind te helpen. Toen ze werd stond keken ze weer naar de gedaante onder de fakkel. Ze beseften allemaal tegelijk wat het was en sprongen geschrokken achteruit.

Mevrouw Norks, de kat van de conciërge Vilder, hing aan haar staart aan de toortshouder. Ze hing zo stijf als een plan en haar ogen waren groot en starend.

Niemand verroerde zich, maar even later zei Jessica:'Laten we maken dat we wegkomen.'

'moeten we niet iets doen?' vroeg Emma benauwd.

'We mogen hier niet gevonden worden,' zei Ron. 'Geloof mij nou maar.'

Maar het was al te laat. Aan een zacht gerommel, een soort verwijderd gedonder, hoorden ze dat het feestmaal afgelopen was. Op de trappen klonk het rumoer van honderden voeten en de luide, opgewekte stemmen van mensen die lekker gegeten hadden; een tel later stroomden leerlingen de gang op. Het geroezemoes stierf weg toen de mensen die vooropliepen niet alleen de hangende kat zagen, maar ook Harry, Ron Emma, Skye, Jessica en Hermelien, die midden in de gang stonden. Er viel een stilte terwijl de leerlingen zich verdrongen om het gruwelijke tafereel beter te kunnen zien. De stilte werd verbroken door een stem die riep:

'Hoedt u, vijanden van de Erfgenaam! Hierna zijn jullie aan de beurt, Modderbloedjes!'

Draco Malfidus had zich naar voren gewrongen. Met een schittering in zijn kille ogen en een blos op zijn meestal zo bloedeloze gezicht staarde hij grijnzend naar de hangende, roerloze kat.

Wat gebeurt hier?

Wat is er aan de hand?'

Waarschijnlijk aangetrokken door het geschreeuw van Malfidus, wrong Argus Vilder zich door de menigte. Plotseling zag hij mevrouw Norks hangen. Vol ontzet ting sloeg hij zijn handen voor zijn gezicht en wankelde hij achteruit.

'M'n kat! M'n kat! Wat is er met mevrouw Norks gebeurd?'

Zijn uitpuilende ogen zagen Harry.

'Jij!' krijste hij. 'Jij'! Jij hebt m'n kat vermoord! Je hebt haar vermoord! Maar nu ga je er zelf aan! Ik -'

'Argus!' Perkamentus kwam aanlopen, gevolgd door een paar andere leraren. Hij stapte om Harry, Ron, Emma, Skye, Jessica en Hermelien heen en had mevrouw Norks binnen een paar tellen losgemaakt van de fakkelhouder.

'Kom mee, Argus,' zei hij tegen Vilder. 'En jullie ook, meneer Potter, meneer Wemel, juffrouw Griffel, Collins, Wizard en Westers.

Smalhart deed gretig een stap naar voren. 'Mijn kantoortje is vlakbij, professor -boven aan de trap - als u er gebruik van wilt maken -'

'Dank je, Gladianus,' zei Perkamentus.

De zwijgende leerlingen gingen opzij om hen door te laten. Smalhart liep opgewonden en gewichtig achter Perkamentus aan, gevolgd door professor Anderling en Sneep. Toen ze het donkere kantoortje van Smalhart binnengingen, bewoog er van alles aan de muren; Jessica zag verscheidene fotografische Smalharten gauw wegduiken, met krulspelden in hun haar. De echte Smalhart stak de kaarsen op zijn bureau aan en deed een stapje achteruit. Perkamentus legde mevrouw Norks op het glimmend geboende blad en begon haar te onderzoeken. Harry, Ron, Emma, Skye, Jessica en Hermelien keken elkaar nerveus aan, schuifelden naar stoelen die buiten de kring van kaarslicht stonden en wachtten af. Het puntje van Perkamentus' lange, kromme neus zweefde een paar centimeter boven de vacht van mevrouw Norks. Hij bestudeerde haar aandachtig door zijn halvemaans-brilletje en zijn lange vingers voelden en porden zacht. Professor Anderling stond bijna even dicht over de kat gebogen, met half toegeknepen ogen. Sneep stond achter hen, in de schaduw, met een merkwaardige uitdrukking op zijn gezicht; het was alsof hij moeite moest doen om niet te glimlachen. Smalhart drentelde om het bureau heen en deed suggesties.

'Het is duidelijk dat ze gedood is door een vloek - waarschijnlijk de Metamorfotiaanse Marteling. Die heb ik zo vaak zien gebruiken. Doodzonde dat ik niet in de buurt was, ik ken de tegenvloek die haar gered zou kunnen hebben...'

Smalharts opmerkingen werden onderbroken door het droge, gierende gesnik van Vilder. Hij zat slap en verslagen naast het bureau en kon niet naar mevrouw Norks kijken. Ondanks het feit dat Jessica haar niet mocht, had ze toch een beetje medelijden met hem, maar lang niet zo veel medelijden als met zichzelf. Als Perkamentus de beschuldigingen van Vilder geloofde, werd ze vrijwel zeker van school gestuurd. Perkamentus fluisterde nu vreemde woorden en tikte met zijn toverstaf op mevrouw Norks, maar er gebeurde niets; ze bleef eruitzien alsof ze was opgezet.

'...ik herinner me iets soortgelijks in Ouagadougou,' zei Smalhart. 'Een hele reeks incidenten. Het volledige verhaal staat in mijn autobiografie; gelukkig kon ik de inwoners voorzien van amuletten die direct verlichting boden...'

De foto's van Smalhart knikten instemmend. Eentje was vergeten zijn haarnetje af te doen. Uiteindelijk kwam Perkamentus overeind. 'Ze is niet dood, Argus,' zei hij zacht. Smalhart, die net het aantal moorden dat hij verijdeld had opsomde, deed er abrupt het zwijgen toe.

'Niet dood?' kraste Vilder, en hij keek door zijn vingers naar mevrouw Norks. 'Maar waarom is ze dan zo - zo stijf en star?' 'Ze is Versteend,' zei Perkamentus ('Aha! Dacht ik het niet!' zei Smalhart). 'Maar ik heb geen idee hoe...' 'Vraag dat maar aan heml' krijste Vilder, die zijn vlekkerige, betraande gelaat naar Harry wendde. 'Dit kan onmogelijk het werk zijn van een tweedejaars,' zei Perkamentus. 'Alleen geavanceerde Duistere Magie -'

Hij heeft het gedaan! Hij heeft het gedaan!' siste Vilder en zijn kwabbige gezicht liep paars aan. 'U heeft toch zelf gezien wat hij op de muur heeft geschreven? Hij heeft - in m'n kantoortje - hij weet dat ik - dat ik -' Het gezicht van Vilder trok krampachtig. 'Hij weet dat ik een Snul ben!' besloot hij.

ik heb mevrouw Norks met geen vinger aangeraakt!' riep Harry. 'En ik weet niet eens wat een Snul is.' 'Smoesjes!' snauwde Vilder. 'Hij heeft die brief van Snelspreuk gezien!'

'Mag ik iets zeggen, professor?' zei Sneep vanuit de schaduwen.

'Misschien waren Potter en zijn kameraadjes gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.' zei hij alsof hij dat zelf betwijfelde. 'Maar we zitten wel met een aantal verdachte omstandigheden. Wat deden ze überhaupt op die gang? Waarom waren ze niet op het feestmaal?'

Harry, Ron, Emma, Skye, Jessica en Hermelien begonnen tegelijk te vertellen over het Sterfdagfeestje. '...wel honderden geesten kunnen bevestigen dat wij er waren...'

Maar waarom zijn jullie na afloop niet naar de Grote Zaal gegaan?" zei Sneep en zijn zwarte ogen schitterden in het kaarslicht. "Waarom gingen jullie naar die gang?'

'Omdat... omdat...' begon Harry, maar Skye onderbrak hem. 'Omdat we moe waren en naar bed wilden.' zei ze resoluut.

'Zonder eten?' vroeg Sneep, met een glimlach op zijn gezicht. 'Volgens mij serveren geesten op hun feestjes geen hapjes die geschikt zijn voor levenden.'

'We hadden geen honger.'zei Skye.

Sneeps onaangename glimlach werd breder.'Ik krijg sterk de indruk dat ze niet de volledige waarheid vertelt, professor Perkamentus.' zei hij. 'Misschien is het een goed idee om hem bepaalde voorrechten af te nemen tot hij bereid is wel het hele verhaal te vertellen. Persoonlijk vind ik dat hij uit de Zwerkbalploeg van Griffoendor moet worden gezet tot hij inziet dat het beter is om eerlijk te zijn.'

'Kom nou toch, Severus.' zei professor Anderling. 'ik zie geen enkele reden om die jongen te verbieden Zwerkbal te spelen. Tenslotte is die kat niet op haar kop geslagen met een bezemsteel. We hebben absoluut geen bewijs dat Potter iets verkeerds heeft gedaan.'

'Onschuldig tot het tegendeel is bewezen, Severus.' zei Perkamentus.

Sneep keek woedend, net als Vilder.

'M'n kat is Versteend!' riep hij. 'Ik wil dat er iemand wordt gestraft!'

'We kunnen haar genezen, Argus.' zei Perkamentus rustig. 'Madame Stronk heeft een aantal Mandragora's weten te bemachtigen. Zodra die volgroeid zijn, laat ik een toverdrank bereiden die mevrouw Norks weer tot leven zal wekken.'

'Doe ik wel even.' viel Smalhart hem in de rede. 'Dat heb ik al zó vaak gedaan, ik zou in m'nslaap nog een Vitaliserende Alruindrank kunnen brouwen...'

'Neem me niet kwalijk.' zei Sneep ijzig. 'maar volgens mij ben ik hier de leraar Toverdranken.'

Er viel een stilte.

'Jullie kunnen gaan.' zei Perkamentus uiteindelijk tegen Emma, Skye, Harry, Ron, Jessica en Hermelien.

Ze verlieten het kantoor. Toen ze een verdieping hoger waren, gingen ze een leeg klaslokaal binnen en deed Harry de deur zachtjes dicht.

'Had ik het moeten zeggen van die stem?' vroeg Harry.

'Nee.' zei Ron meteen. 'Stemmen horen die niemand anders kan horen is geen goed teken, zelfs niet in de toverwereld.'zei Skye.

'Maar jullie geloven me wel? ' vroeg Harry onzeker.

' Ja, natuurlijk.' zei Ron vlug. 'Maar... je moet toegeven dat het vreemd is...' 'ik weet dat het vreemd is.' zei Harry. 'Die hele toestand is vreemd. En wat betekende die boodschap eigenlijk? 'De Kamer is Geopend...' wat moet dat voorstellen?"

'Het komt me vaag bekend voor.' zei Ron langzaam en Skye knikte. 'Ja hè?' 'Volgens mij heeft iemand me ooit eens verteld over een geheime kamer op Zweinstein... Bill, misschien...' ging Ron verder.

'En wat is een Snul in vredesnaam?' vroeg Harry. Ron grinnikte zacht.

'Nou... eigenlijk is het niet grappig, maar omdat het Vilder is...' Begon Ron, maar Jessica onderbrak hem. 'Een Snul is iemand die geboren is in een tovenaarsfamilie, maar die zelf geen toverkracht heeft. Min of meer het tegenovergestelde van tovenaars uit Dreuzelgezinnen. Alleen zijn Snullen zeldzaam.' zei ze. 'Als Vilder wil leren toveren met behulp van zo'n cursus van Snelspreuk, heb je grote kans dat hij inderdaad een Snul is. Dat zou een hoop dingen verklaren. Bij voorbeeld waarom hij zo'n hekel aan de leerlingen heeft.' zei Ron grijnzend. 'Hij is verbitterd.' zei Ron.

Ergens sloeg een klok.

'Middernacht.' zei Harry. 'Laten we naar bed gaan, voor Sneep langskomt en ons voor iets anders te grazen neemt.'zei Jessica.

Harry liep voorop naar de leerlingenkamer.