Nieuw stuk!
Disclaimer: J.K's, not mine.
Hoofdstuk 4
Omgaan met mezelf
Remus John Lupos...
Eigenlijk heb ik het al eeuwen geweten... Ik bedoel, je weet wel, dat ik verliefd ben op...hém. Onwetend- Nou, ja, niet heus, eerder 'ik weet het maar wil het niet weten', veronderstel ik. En toch... Het is allemaal zo nieuw voor me, zo... Anders, misschien zelfs... Niet normaal, vrees ik. Het is ondertussen al bijna 3 weken geleden dat de waarheid tot me doorgedrongen is en nog steeds heb ik geen idee hoe ik ermee zou moeten omgaan.
Het uit mijn hoofd zetten, valse hoop beginnen opbouwen en dan emotioneel in elkaar vallen of het hem gewoon... Zeggen? Maar als ik het hem zeg, zet ik een bijna levenslange vriendschap op het spel, misschien wel meer dan dat! Ik- Ik weet het gewoon niet goed meer. Ik denk dat het voorlopig beter is geen valse hoop aan mezelf te geven en het uit mijn hoofd te zetten.
Je houdt van hem, dat is een feit waar je niet omheen kunt, zegt het kleine stemmetje, iets luider dan de eerste keer dat ik het gehoord heb, in mijn achterhoofd.
Ik weiger te luisteren. Uit mezelf, omdat ik het uit mijn hoofd moet zetten!
Hulpeloos geval, zegt het stemmetje héél zachtjes in mijn achterhoofd met een vleugje ironie.
Ik word gek! Ik hoor een stem in mijn hoofd die zegt dat ik, Sirius Zwarts, een hulpeloos geval ben? Ik? Hulpeloos? ... Eigenlijk kan hij wel gelijk hebben, dat stemmetje bedoel ik. Wie weet... Wie weet...
"Hallo daar!"
Remus glimlacht naar me. Ik word wakker uit mijn gedachten. Blijkbaar zat ik weer dromerig voor me uit te staren aan tafel, terwijl ik zou moeten eten. Wat ik mezelf niet kwalijk mag nemen, want ik weet niet goed hoe ik met mezelf moet omgaan, sinds ik hét weet. Remus steunt even op mijn schouder en gaat dan in een stoel naast me zitten.
Het was de eerste dag na volle maan. En Remus had last van de wonde aan zijn been, die ik per ongeluk veroorzaakt heb. Remus was er helemaal niet kwaad om geweest, ik had in zijn ogen misschien zelfs vreugde gezien. Hij leek tevreden dat hij nu een litteken zou krijgen, dat hij volledig aan mij te danken had. Net een soort trofee. Ik glimlach terug. Ik móét mijn hoofd erbij houden! Ik moet mijn hoofd erbij houden!
"Hoe gaat het nog met je been?", vraag ik uiteindelijk.
"Goh, het doet nog een beetje vervelend, het trekt wat tegen, maar voor de rest, een prachtig litteken!", zegt Remus tevreden.
Zei hij nou net dat hij het litteken... Prachtig vind? Hou op! Hou nu meteen op! Hoofd erbij houden, hoofd erbij houden...
"Goed dat het geneest! Zeg, Maanling, hebben we onze brieven van Zweinstei-"
Ik word onderbroken door een uil die binnenvliegt met twee brieven vastgebonden aan zijn poot. Ik verlos het beest van zijn last en Remus aait hem zachtjes over zijn kop.
"Bedankt!", zeg ik en aai het beest ook nog eens over de kop voor het wegvliegt.
Het zijn de brieven voor Zweinstein. Ha! Perkamentus weet dat ik hier ben, blijkbaar. Ik overhandig Remus zijn brief en open die van mij. Mijn lang verwachte punten!
P.U.I.S.T-resultaten
Erdoor: Uistekend(U)
Boven Verwachting (B )
Acceptabel (A)
Gezakt: Zwak (Z)
Slecht (S)
Niet Om Aan Te Zien (N)
SIRIUS ZWARTS HEEFT GEHAALD:
-Astronomie: A
-Voorzorging van Fabeldieren: B
-Bezweringen: B
-Waarzegerij: Z
-Verweer Tegen De Zwarte Kunsten: U
-Kruidenkunde: B
-Geschiedenis van de Toverkunst: Z
-Toverdranken: U
-Transfiguratie: B
Ik kijk tevreden naar Remus. Die er ook erg tevreden uitziet. Bij de brief met mijn punten, zit er ook nog een brief met de boekenlijst die ik nodig heb. Ik ben erg tevreden met mezelf, nu ben ik er door en kan verder studeren om Schouwer te worden. Iets wat ik al altijd heb willen worden!
"Toon eens jou punten!", grijnst Remus naar mij en schuift zijn punten onder mjn neus.
Ik geef hem mijn punten en bekijk het blad met zijn punten. Hoe kan het anders:
-Astronomie: U
-Verzorging van Fabeldieren: B
-Bezweringen: U
-Waarzegerij: Z
-Verweer Tegen De Zwarte Kunsten: U
-Kruidenkunde: U
-Geschiedenis van de Toverkunst: B
-Toverdranken: U
-Transfiguratie: U
Remus gaat ook nooit veranderen... Altijd de beste punten van ons allemaal! Ik glimlach blij en geef zijn punten terug. Het is goed om te weten dat de persoon waar ik zoveel van hou, toch zo slim is... NEE! Ik ben NIET verliefd op Remus! Zet het uit je hoofd!
Hoelang zou je dat moeten blijven herhalen tot je snapt dat het zo is en niet anders, zegt het
kleine stemmetje vragend in mijn hoofd.
Ik luister niet! Ik luister niet! Nanana... Lalala!
"Sirius? Voel je je wel helemaal lekker!"
Remus is bezorgt op zijn hurk voor me neer komen zitten. Hij kijkt omhoog en staart in mijn ogen. Dan knippert hij, net alsof hij niet goed kan geloven wat hij net zag.
"Ja... Ja, het gaat best. Bedankt.", zeg ik langzaam en wend vlug mijn blik af.
Ik ben bang dat hij het doorheeft. Ik ben bang dat hij weet dat ik op hem ben. Door de blik in mijn ogen, toen ik hem aankeek.
"Ben je... Ben je...?", vraagt Remus verbaast en geschrokken.
Shit! Ik zou beter toegeven... Zal ik het doen of niet? Ja of nee? Ja? Nee?
"Ben je echt-"
"Ja, ik geef toe, ik ben-"
"Bezorgt om mij? Ah! Hoe lief!"
Met grote ogen staar ik hem een fractie van een seconde aan en herstel me onmiddellijk. Ik glimlach, een beetje ongemakkelijk, maar ik glimlach zo goed als maar mogelijk voor iemand die net de schrik van zijn leven heeft beleefd.
Ik neem mijn punten en mijn boekenlijst en prop het in de achterzak van mijn afgewassen -met enkele scheuren in- zwarte jeans. Darna schuif ik mijn bord dichter naar me toe en neem Remus bord gelijk ook maar bij me.
Ik die vrijwillig de afwas ga doen, dat is een zeldzaamheid. Maar ik heb iets nodig om me te kunnen afleiden van mijn verwarde gevoelens en vooral om me af te leiden van Remus. Ik laat de afwasbak vol lopen met water. Dan doe ik er een beetje afwasmiddel bij en duw de borden onder water. Het bestek doe ik later wel. Met een sponsje begin ik langzaam de borden af te wassen. Ik kan het niet helpen, maar steeds opnieuw en opieuw dwalen mijn gedachten hulpeloos naar Remus af. Net alsof ik zonder die gedachten ga doodgaan.
Doe je waarschijnlijk ook!
En daar heb je dat vervelend, irritant pratend stemmetje weer in mijn hoofd. Ik zucht sarcastisch. Ik begin harder te schrobben op de borden. Ik hoop dat dat helpt om mezelf niet gek te krijgen met gedachten aan Remus. Maar ook dat blijkt niet te helpen, het wordt met de minuut alleen maar erger. Tot ik uiteindelijk woedend grom en de spons door de keuken gooi, recht in het gezicht van een verbaasde... Remus!
Geschrokken staar ik hem aan. Het lijkt wel uren te duren, terwijl het maar 2 seconden zijn, voor ik besef waar ik mee bezig was. Ik heb het zover kunnen krijgen dat én ik mezelf gek heb gekregen met mijn gedachten én dat ik mezelf voor schut heb gezet bij Remus. Ik ren vlug langs Remus de hal door en de trap op, de eerste beste kamer binnen. Daar sluit ik de deur achter me en schop tegen het nachtkastje. Wat heb ik mezelf toch aangedaan? Ik gooi me op het bed en kom weer oog in oog te liggen met een slapende ik.
Ik ben in Remus' kamer! Plots komen twee nieuwe gedachten in me op. Die avond, dat Remus bij me komen slapen is, was ik in een soort van 'schijndood'. Of dat denk ik toch. Ik weet niet goed wat het was of is, maar het leek het dichtst bij een dood te komen.
Maar, ik heb toen ik 'dood' was, toch het verleden gezien? Wat zei Remus ook alweer, toen hij hulpeloos in tranen was uitgebarst? Zei hij niet...? Nee! Ik adem geschrokken in. Heeft hij echt gezegd dat hij van me... Houdt? Met grote ogen staar ik naar de foto van mezelf. En toen ik wakker kwam en hem zag liggen op de grond, ben ik dan niet naast hem gaan liggen en heb ik hem niet... Gekust?
Wat heb ik mezelf aangedaan? Hoe is het ooit zover kunnen komen? Misschien is het beter om... Om mezelf bij het feit neer te leggen dat ik verliefd wordt op jongens, vooral op jongens genaamd: Remus John Lupos. Remus John Lupos, klinkt het door mijn hoofd. Remus John Lupos, het begint steeds dringender te klinken. REMUS JOHN LUPOS!
"AARGH! Wat gebeurt ER!", gil ik.
Plots vlamt de deur open en Remus komt de kamer binnen gerend.
"Wat is er aan de hand? SIER!", roept hij en hij schud me hard door elkaar.
"SIRIUS! BLIJF BIJ ME!"
Mijn ogen draaien even weg. En dan schrik ik recht en slaak een gil uit. Ik weet maar al te goed wat ik mezelf aandoe. Ik kan het feit niet blijven negeren. En doordat ik het nu al de hele tijd deed, had het me bijna gek gemaakt. Vanaf nu staat mijn besluit vast: Ik ben verliefd op Remus en daar leg ik me bij neer! Ik heb eindelijk gevonden... Hoe ik moet leren omgaan met niemand minder dan... Mezelf!
Een verhelderend hoofdstuk?
Haha. P
