Oeh! Ik ga eindelijk weer eens updaten! Deze week kan het wat sneller gaan, ik namelijk herfstvakantie. Alhoewel... Vanaf morgen ben ik weg tot dinsdag... Maar goed, ik doe mn best P

Ik hou jullie niet langer op!

Disclaimer: Alleen erg gelukkig dat ik J.K.R's karakters even mag lenen. -


Hoofdstuk 8
Zoete wraak / geheimen zijn ingewikkeld.

Ik ben nu al bijna een week op Zweinstein en ik begin steeds gekker te worden op bezemkasten, ondanks het feit dat ik de bezems die erin staan haat... Ik denk nu aan dat ene 'storende object'...

Ik kan het niet laten om te grijnzen. Wat zou je anders kunnen doen als je Remus, gillend als een meisje, uit een bezemkast had zien springen, nadat een bezem hem op zijn achterste had geslagen? Ik zit aan het ontbijt en staar grijnzend voor me uit.

'Morgen, Sier.', zegt Remus zachtjes en komt tegen me aan zitten.

Hij knijpt zachtjes in mijn hand en neemt dan wat ontbijtgranen en begint te eten. Ik grijp mijn glas melk en drink er wat van. James en Peter zijn nog niet aan het ontbijt. Wreemd... James loopt sinds die waarschuwing niet meer alleen rond in het kasteel. Niet dat hij dat ervoor veel deed, maar nu dwingt hij ons bijna om met hem mee te lopen. Lily zit een beetje verder aan tafel, glimlachend en pratend met Amy, haar beste vriendin. Er staat iets op het punt te gebeuren, dat weet ik zeker.

Plots gebeurt alles in een flits, een waas van ongeloofelijk snelheid. James komt de eetzaal binnengesneld, hij loopt naar ons toe, maar nog voor hij ons bereikt heeft, verschijnt er een meisje voor hem. Lily.

'Morgen, James!', zegt ze vriendelijk en geeft hem een schouderklopje.

Iedereen kijkt met grote ogen toe. Nooit, maar dan ook echt NOOIT, had iemand Lily 'James' horen zeggen tegen Potter. Lily wordt door Amy verzekerd dat iedereen kijkt, doordat die haar duim opsteekt naar Lily. James, nog steeds overdondert door de plotse vriendelijkheid van Lily, staat met mond open te kijken. Lily geeft hem een gemene grijns en haalt haar hand ver naar achteren en balt die in een vuist. Keihard slaat ze toe. James valt compleet overdondert achterover en Lily loopt gemeen grijnzend door. Dat was het begin van haar wraak... Het zou een nachtmerrie worden voor James en nu vast en zeker ook voor Lily. De zoete wraak is begonnen.

'OH... MIJN...GOD!'

Remus loopt bezorgt naar James toe en knielt bij hem neer. Een vlaag van jaloezie gaat door me heen als ik Remus zo bezorgt naar James zie kijken. Ik ga naar hun toe en kijk naar James wang, die naderbij wordt onderzocht door Remus.

'Je zou best naar de ziekenzaal gaan met dat, Gaffel!', hoor ik Remus tegen James zeggen.

Ik bekijk zijn wang nu van dichtbij. Het zag er pijnlijk uit. Vast gebroken... Er komen tranen in James' ogen, niet van pijn, maar van angst. Ik voel hoe de sfeer verandert. Kleffe angst komt aangekropen. James beeft een beetje. Lily was inderdaad eng geweest, héél eng... Remus helpt hem recht en zegt tegen Peter dat hij moet meegaan met James naar de ziekenzaal.

'Jij, kom met me mee!', beveelt Remus.

Ik slik en loop hem achterna. Ik weet niet wat hij van plan is. Remus snelt de gangen door.

'Nog even en hij verslaat Secretus in snel-lopen...', mompel ik onhoorbaar.

Niet veel later zie ik een rood-harig meisje, alleen in op de binnenplaats.

'WAAR ZAT JE MET JE HOOFD, LILY! JE BENT KLASSENOUDSTE, VERDORIE!', gilt Remus tegen

haar en hij loopt woedend op haar af.

Lily draait zich triomfantelijk om. Ze kijkt hem gemeen aan.

'Hij verdiend het.', is het enige wat ze zegt.

'Weet je wat je hem aangedaan hebt? BESEF JE DAT EIGENLIJK WEL?', raast Remus door.

Lily kijkt hem enkel kil aan.

'Zijn kaak is op MEER DAN DRIE PLAATSEN GEBROKEN!'

Remus zwaait furieus met zijn handen in de lucht.

'Drie plaatsen?', mompel ik zowel verbaast als bewonderend.

'Drie plaatsen?', mompelt Lily geschokt.

'Eindelijk heb je door wat je hebt gedaan, EVERS!'

Remus word rood van woede. Ze kijkt hem met grote ogen aan en brengt uiteindelijk enkele woorden uit.

'Dat is onmogelijk! Ik ben niet in staat om iemand breuken te bezorgen!', zegt ze zachtjes.

'Dat ben je blijkbaar wel, Lily! Ik heb het met mijn eigen ogen gezien!', moei ik me met het

gesprek, voor het weer uit de hand loopt.

'S-sorry...', fluistert Lily en rent weg.

'Dit is nog niet het einde, wees daar maar zeker van...', zucht ik tegen Remus.

Ik grijp zijn handen en ga dichter tegen hem staan. Ik kijk om me heen, niemand te zien. Ik kus hem zachtjes op zijn mond en knuffel hem dan.

'Het gaat eng worden, dat voel ik gewoon...', fluister ik in zijn oor.

Ik voel zijn hand door mijn haar woelen. Ik laat hem weer los en draai me om. Zag ik dat nu... Echt? Een lok rood haar dat verdween achter de muur? Ik schud mijn hoofd, het zal vast verbeelding geweest zijn, na alles wat er gebeurt is, zou het me niet verbazen.

'Is zijn kaak écht op drie plaatsen gebroken?', vraag ik geschrokken en kijk nog eens naar die muur.

Remus grijnst.

'Natuurlijk niet! Dan zou ze wel héél erg hard geslagen moeten hebben! Nee, James houd er gewoon een gigantische blauwe plek aan over en enkele schrammetjes, van haar ringen.', zegt Remus grijnzend.

Ik staar hem aan, niet goed wetend of ik nu moet lachen of kwaad zijn. Uiteindelijk glimlach ik gemeend.

'Jij valse schat!', lach ik.

Remus schiet ook in de lach en zegt:
'Kom, laten we naar 'het slachtoffer' gaan!'

Glimlachend trekt hij me mee aan mijn arm naar de ziekenzaal.

James gromt kwaad.

'Hoe gaat het, James?', vraag ik een beetje bezorgt.

Ondanks dat wat ik weet van Remus, ben ik nog steeds wat bezorgt. James werpt me een vuile blik toe.

'Nou... Gaan jullie maar, momenteel wil ik even alleen zijn!', zegt hij en gromt daarna weer kwaad.

Remus en ik glimlachen vriendelijk en gaan uit de ziekenzaal. Peter is al lang weg.

'James gaat wraak nemen, wees daar maar zeker van!', zeg ik, als we op weg zijn naar de leerlingenkamer van Griffoendor.

Remus knikt overtuigend naar me.

'Dat denk ik ook.', zucht hij.

We zijn halfweg als er plots een bos zwart haar verschijnt. Het meisje grijnst mysterieus. Naast haar verschijnt Lily, die net als haar vriendin ook mysterieus grijnst. Amy, Lily's beste vriendin, knipoogt naar ons en geeft dan Lily een elleboogstoot.

'Hallo..', zegt Amy.

'Jongens...', voegt Lily er grijnzend aan toe.

Ik voel me niet op gemak. Ik trek onzichtbaar aan Remus' gewaad en stap voorzichtig opzij. Remus volgt mijn voorbeeld. De meisjes merken niets en zonder dat ze het door hebben, rennen we hysterisch naar de leerlingenkamer. Als de meisjes over hun verbazing heen zijn, hoor ik ze nog roepen.

'DAG...', roept Amy.

'JONGENS...!', gilt Lily er lachend achter.

Hijgend zeg ik het wachtwoord en ren de leerlingenkamer in, op de voet gevolgd door Remus.

'Wat was dat?', fluistert Remus hijgend.

'G-geen idee! Maar ze weten iets... Iets...', antwoord ik, ook hijgend.

'Die meiden weten altijd té veel dan goed voor hun is! Zouden ze het weten-' Remus verlaagt zijn stem. '-van ons?'

Hij kijkt me vragend aan. Ik twijfel.

'Ik... Ik denk het wel, maar ik hoop van niet... Niemand mag het te weten komen! Nou... Voorlopig nog niet.', voeg ik eraan toe bij het zien van Remus' gezicht.

'Misschien zouden we James beter eens inlichten... Ik bedoel, ooit komt hij het toch te weten. En het is waarschijnlijk beter dat wij het hem zeggen, dan dat hij het toevallig ontdekt...'

Remus kijkt in mijn ogen. Ik zucht en knik dan langzaam.

'Dat is goed. Maar nu nog niet! De tijd is er nog niet rijp voor.'

Ik schud zachtjes mijn hoofd en leg hem dan op Remus' schouder. Remus legt een hand in mijn

haar en de andere op mijn onderrug.

'Ik ben daar nog niet klaar voor...', fluister ik in zijn oor.

Remus legt zijn hoofd nu ook op mijn schouder en fluistert terug:

'Ik beloof je dat ik enkel wat zeg als jij het wilt, enkel als we er beiden écht klaar voor zijn! We doen het samen! Samen staan we sterk!'

Hij geeft me een kus op mijn voorhoofd en draait zich dan om.

'Slaap zacht, Siri.'

Hij loopt de trap op.

'Slaap zacht, Maanling. Slaap zacht...'

Langzaam loop ik hem achterna.

'IK HAAT EVERS!'

'Morgen, James..., mompel ik.

Ik strek me uit. Ik wrijf in mijn ogen en kijk naar James die woedend door de zaal rondloopt. Hij heeft twee pleisters op zijn gezicht. Eén op zijn linkerkaak en één boven zijn linkerwenkbrauw. En ze blijken te jeuken, want om de zoveel tijd krabt hij er verveeld en geïrriteerd aan.

'DAT ROTKIND!'

'Ook een goede morgen, James...', gaapt Remus, terwijl hij uit zijn bed komt.
Ik knoop een gesprek aan met Remus en laat James uitrazen. Eénmaal dat James het door heeft dat niemand hem nog aandacht schenkt, loopt hij woedend de leerlingenkamer uit. Enkel Remus en ik blijven dan nog over. Remus merkt dat niemand meer in de slaapzaal is. Hij buigt naar voor, naar me toe. Maar ik ben hem voor en plant mijn lippen op de zijne. Ik voel zijn tong tegen mijn lippen. voorzichtig open ik mijn mond. Op het moment dat Remus' tong tussen mijn tanden komt, vliegt de deur open en zegt een meisjes-stem luid:

'HA!'

Doordat ik schrik, klap ik mijn tanden op elkaar. Ik vergeet wel even dat Remus' tong er nog tussen zit.

'AUW! SIRI!', gilt hij en grijpt met zijn hand zijn tong vast.

Remus' tong bloed een klein beetje.

'Gaat het, Rem? Sorry! Dat idioot mens komt hier zomaar binnenvallen- Eigenlijk!'

Ik draai me om en zie Lily met ogen zo groot als schoteltjes kijken. Ik wrijf met mijn arm mijn nek en gniffel nerveus.

'Héhé... Normaal is het liever, hoor...', zeg ik nerveus.

Lily bijft staren.

'Hoe...? Wanneer...? Ik-', stottert Lily.

'Hoe? Dat zag je toch? Wanneer? Zomervakentie? Siri?'

Remus kijkt me aan.

'Zomervakantie. Al bijna...Twee maand? Twee maand en half?', zeg ik en kijk naar Remus.
Remus knikt.

'En ik dacht nog zo... Dat je het wist, Lily! Jij gemene, valse, achterbakse gluurster!', zeg ik, met een vleugje kwaadheid in mijn stem.

'Ik- Amy en ik maakten gewoon een lolletje... Jullie twee op stang jagen... We- Ik wist echt niet-WAT? Ik ben GEEN gluuster!', gilt ze plots.

'Maar... Maar, wie was dat meisje met rood haar dan, die achter een hoek verdween, toen Remus en ik k- jeweetwel... Wie was dat?'

Ik kijk ongerust naar Remus. Ondertussen was het bloeden van zijn tong gestopt. Hij kijkt me ook ongerust aan en allebei gelijk draaien we ons hoofd naar Lily.

'Dat-Dat weet ik niet...', zegt ze op haar ongemak.
Er valt een dodelijke stilte. Remus gaat op zijn bed ziten. Ik plof me naast hem neer. Zuchtend kijk ik mijn vriend van opzij aan.

'Kijk... Lily, ik wil dat je, je mond houdt, tegen wie dan ook, oké! Als we het willen zeggen, zullen we dat zelf doen.', begin ik.

Lily kijkt ons uitdrukingloos aan.

'Alsjeblieft, Lily!', smeekt Remus.

Hij springt recht, waardoor ik verschuif en genoodzaakt ben om ook recht te staan.

'Natuurlijk, jongens! Natuurlijk!', zegt ze zacht.

Dan komt ze op ons afgelopen en knuffelt ze ons samen.

'Ik ben blij dat ik het weet! Jullie kunnen op me vertrouwen!', zegt ze lief glimlachend, nadat ze

ons heeft losgelaten.

'Maar nou moet je boeten! Je hebt onze eerste échte zoen naar de maan geholpen!', grijns ik een beetje gemeen.

Ik grijp een kussen en mep het tegen Lily's hoofd. Remus volgt mijn voorbeeld en al snel zijn we in een gigantisch kussengevecht verwikkeld.
Met een gigantisch geluid vliegt de deur open. James komt woedend naar binnen.

"Evers, waar is Evers?", mompelt hij kwaad.

Lily stopt met slaan en haar kussen blijft op Remus' hoofd liggen. Angstig en verbaast staart ze naar James. Mijn armen verslappen van greep rond Remus' middel en met open mond kijk ik naar James. Remus, die zijn hoofd over mijn schouder had gelegd, gaapt met open mond en grote ogen naar James. James kijkt op en kijkt eerst erg verbaast. Maar dan verandert zijn blik en zijn ogen schieten vuur.

"Evers."

Lilly slikt luid.

Moesten zijn ogen een toverstaf geweest zijn, dan was de Doodsvloek nu uitgesproken en lag Lily dood op de grond. Ik slik bij die gedachte, wat een geluk dat James nooit zo'n vloek zou uitspreken!

Het kussen glipt uit Lily's hand en valt op de grond. James kijkt haar onbewegelijk aan. Lily kucht en rept haar dan zo snel als een vuurpijl uit de kamer. James werpt een blik op ons, gelukkig niet te duidelijk, anders heeft hij vast mijn armen gezien. En daarna ging hij Lily stampvoetend en schreeuwend achterna. Ik laat Remus los en plof opgelucht zuchtend op een bed achter me. Remus blijft even naar de deur staren.

"Dat ziet er echt niet goed uit..."

Remus ploft zuchtend naast me neer. Hij slaat een arm om mijn middel en legt zijn hoofd op mijn schouder. Ik leg ook een arm rond zijn middel en trek hem een beetje dichterbij. Gelukkig worden we deze keer níét gestoord. Zachtjes kus ik hem, met mijn ogen dicht, op zijn lippen. Hij opent zijn mond een beetje en ik glij met mijn tong binnen. Een fantastisch gevoel kruipt van mijn onderbuik tot mij maag en vult mijn borst.

Duizenden vlinders fladeren op als ik zijn tong tegen de mijne voel. Onze zoen duurt bijna een halve minuut, maar het lijkt veel korter. Remus trek zich terug uit de zoen en bijt nog eventjes zachtjes op mijn onderlip. Ik laat mijn ogen nog even gesloten, om te genieten van het ogenblik. Remus duwt zachtjes zijn wang tegen die van mij en wrijft met zijn hand door mijn haar.

"Ik hou van je.", fluister ik zachtjes.

"Ik hou ook van jou, Sier."

Ik voel Remus kaak bewegen als hij de woorden zegt. Ik adem langzaam uit. Mijn maag knort. Ik geef Remus nog vlug een zacht kusje op zijn neus en sta dan recht. Ik rek me uit en word plots gekieteld. Remus was rechtgestaan en staat nu vlak voor me, zijn vingers kietelen in mijn in mijn zij. Lachend trek ik mijn armen opnieuw naar beneden. Remus slaat zijn armen om mijn nek heen en plant zijn voorhoofd tegen die van mij. Ik sla mijn armen om zijn middel en kijk in zijn mooie amberkleurige ogen.

"En, wat vind je ervan, nu Lily het weet?", vraagt Remus stil.

Ik kijk hem serieus aan en hij kijkt serieus terug.

"Het voelt aan als... Als een opluchting!"

Ik glimlach. Het voelde ook echt aan als een opluchting, toen ik het zei.

"Wel, je bent niet alleen. Het is een opluchting! Ik vertrouw Lily."

Remus knipoogt.

"Ik ook! Ik ook, Rem."

Mjn maag knort opnieuw. Remus lacht.

"Jij denkt ook alleen maar aan eten, hé!", lacht hij.

"Dat is niet waar!", roep ik verontwaardigt. "Ik denk ook nog aan jou!"

Ik lach en geef Remus een knipoog. Er verschijnt een lichte blos op Remus' wangen en hij glimlacht lief. Ik kom los uit de omhelzing en zeg:

"Ik ga gaan eten! Kom je mee?"

Remus knikt. Samen gaan we naar de Grote Zaal. Als we toekomen in de Grote Zaal valt er een grote stilte. Ongemakkelijk schuifelen Remus en ik naar binnen. Veel mensen kijken ons aan, meisjes glimlachen lief en jongens kijken walgend of sommigen juist verlekkerd. Er word gefluisterd en gewezen. Ik kijk naar Remus en ga naast Lily zitten.

"Sirius en Remus, is het waar Lily?", fluistert Amy naar Lily.

Lily staart haar met grote ogen aan. Heftig schud ze haar hoofd. Ik heb het gehoord.

"Lily. Kan ik je spreken?", zeg ik kortaf.

Ze staart me wezenloos aan.

"Wa-"

"Nu!"

Ik grijp haar bij de arm en trek haar mee de Grote Zaal uit. Uit de Grote Zaal, zoek ik een donker hoek en duw Lily tegen de muur. Ik plant mijn beiden armen tegen de muur, Lily ertussen. Dreigend kijk ik haar aan.

"Wat heb je verteld? Je beloofde te zwijgen, Lily!", zeg ik kwaad, maar toch stil.

"Ik zweer het je, Sirius, op mijn moeders hart, ik heb niets verteld!"

"Lily, LIEG NIET!"

Geschrokken staart Lily me aan. Mijn stem was dan wel stil, maar ik heb nog nooit zo dreigend en kwaad geklonken. Plots lijkt het alsof er Lily iets te binnen schiet.

"Sirius! Dat stuk rood haar dat je het gezien, nadat ik weg was en jij en Remus... Knuffelden. Zou het dát meisje niet zijn, die het rond verteld heeft? Want het was jammer genoeg ik niet, die achter de hoek verdween!"
Geschrokken adem ik in.

"Verdomme, verdomme, verdomme!", zeg ik hoofdschuddend.

Ik begin te ijsberen.

"Hoe zouden we die geruchten, roddels kunnen stoppen? Ook al zijn het geen geruchten. We willen het nu nog niet bekend maken aan iedereen! Hoe? Hoe? Hoe?"

Onrustig loop ik heen en weer. Lily blijft stil, tot plots:

"Ik heb het!"

Ik stop met ijsberen en kijk Lily schuin aan.

"Wat heb je? Kom op, zeg het Lily!"

Ik stop met ijsberen en kijk Lily schuin aan.

"Wat heb je? Kom op, zeg het Lily!"

"Jij werd vroeger steeds afgeschreven als playboy onder de meisjes. Je had wel met ieder meisje

gekust of iets gehad-"

"Dat was door die stomme weddenschap met James."

"Wel, dan kan ik je evengoed ook helpen met die weddenschap als met je ander probleem."
Mijn mond valt open en oor zover ik kan met open mond, grijns ik lichtjes.

"Lily! Nee, toch!"

Lily grijnst terug.

"Jawel! Ik speel jouw vriendin! James heeft mij ook nog niet gehad en jij ook niet! aardoor win je die stomme weddenschap en maak je een eind aan de geruchten. En het heeft ook zijn voordelen voor mi-OEPS!"

Lily slaat een hand voor haar mond. Ik kijk haar scheef aan en er flikkeren retlichtjes in mijn ogen.

"Welke voordelen, Lily?", vraag ik grijnzend op een ik-weet-het-wel-toontje.
Lily zucht.

"Oké, omdat jullie het ook verteld hebben... Zo krijg ik misschien James jaloers... Hij heeft de hoop op mij toch nog steeds niet opgegeven, hé!"

Ze kijkt een beetje bang naar me.

"Ha, nee, hoor!", stel ik haar gerust.

Er verschijnt een grijns op mijn gezicht. Alle problemen werden met Lily's enkele gedachte opgelost. Ik zou winnen van James, de geruchten dat Remus en ik verkering hebben zouden stoppen én Lily zou zien dat James haar nog steeds wil en hem misschien krijgen.

"Je bent fantastisch, Lily!"

Ik knuffel haar. Ik had het luid genoeg gezegd, dat enkele voorbijgangers, op weg naar de Grote Zaal alles konden horen en hopelijk ook zien.

"We blijven nog even weg bij de Grote Zaal, zodat die voorbijgangers het nieuwe nieuws voor ons kunnen verspreiden."
Allebei wachten we grijnzend enkele lange minuten. Dan maakten we aanstalten om terug te vertrekken. Wanneer Lily en ik in de Grote Zaal aankwamen, blijkt dat het nieuwtje al verspreid is. Sommigen kijken ons nieuwgierig aan en ik merk op dat een weinig aantal jongens teleurgesteld kijken naar mij. Beleefd neem ik Lily's hand vast en help haar op de bank. Daarna ga ik naast haar zitten, met Remus aan mijn andere zijde, die kwaad sist:

"Sirius Zwarts! Wat is er aan de hand!"

Ik leg hem stil alles uit.

"Dit is de enige manier, Remus! We hebben geen andere keus. Maar we maken het niet té bont en niet té lang!", fluister ik geruststellend.

Blijkbaar neemt Remus hiermee maar half genoegen, maar hij blijft stil. Daarna zegt hij gemaakt vrolijk tegen James:

"Ik ben blij voor Sirius en Lily, ze zijn voor elkaar gemaakt!"

Blijkbaar had Lily dat gehoord, want ik zie haar vanuit haar ooghoeken naar James' reactie kijken. James gezicht betrekt en in zijn ogen schuilt jaloezie. Tevreden grijnst Lily als ze het ziet en geeft me een knuffel. Enkel ik zie, dat we niet alleen een jaloerse blik toegeworpen kregen door James, maar ook door Remus.

Dit gaat ingewikkeld worden...