Ik ga dan gewoon maar meteen alle hoofdstukken posten. Dit is de voorlaatste ;

Veel leesplezier.

Disclaimer: J.K.R. roelt. Aanbid haar!


Hoofdstuk 9
Dagje Zweinsveld / Jaloersheid heerst.

"Morgen, schoone slaapster!", zeg ik geeuwend tegen Lily.

Het is hard genoeg dat de leerlingen, die nu al in de leerlingenkamer zaten het hoorden. Ik speel mijn rol goed en Lily doet het voortreffelijk. Remus kijkt chagerijnig toe vanuit een grote fauteuil hoe Lily zijn me kust.

Ik knipoog stiekem naar hem, wat betekend dat we elkaar na de lunch ontmoeten op onze plek. Het is vrijdag en de eerste twee uren hebben we vrij. James komt mokkend naast Remus zitten. Sinds ik en Lily ons 'grote' nieuws verteld hebben, loopt James er steeds in zichzelf mompelend bij over hoe schandalig het wel niet is dat Lily en ik samen zijn.

Vooral nu, sinds ik Lily in bijzijn van wel tientallen mensen heb uit gevraagd om met me deze zaterdag naar Zweinsveld te gaan. Remus heeft grommend staan toekijken en James is woedend weggelopen. De andere bijwoners hadden vriendelijk geglimlacht en gezwaait. Ik vraag me enkel af, hoe lang zullen we dit nog volhouden? Niet tot het einde van het schooljaar...

Het is nu al bijna een maand dat we een toneelstukje opvoeren en de enige die ervan weet is Remus, die er helemaal niet tevreden mee is. Maar de vraag is niet, hoelang houden Lily en ik het nog vol, maar hoelang kan James zijn gevoelens voor Lily nog verbergen en op top: hoelang kan Remus het aanzien mij en Lily overal hand in hand naartoe te zien gaan? De dag vliegt snel voorbij en zonder besef lig ik alweer in mijn bed en val in slaap.


"Geen goedemorgen, Prins?", vraagt Lily verbaast.

Remus gromt hard, als Lily het woord 'Prins' uitspreekt. Dat is zijn woord voor mij. Lily schenkt geen aandacht aan Remus' kwade grom. Al haar aandacht gaat naar mij, want ik lig bijna weer te slapen op de sofa. Ze glimlacht en draait zich dan om en loopt naar de meisjesslaapzaal om zich om te kleden.

"Siri, tijd om op te staan.", fluistert Remus in mijn oor.

Als ik kreun en me probeer om te draaien, bijt hij me zachtjes in mijn oor. Ik gniffel.

"Ik kom al, ik kom al, Rem!", fluister ik vermoeid.

"Ja, want vandaag gaan we naar Zweinsveld! En ik zit voor de eerste keer zonder date!", roept James hard en kwaad.

Ik schiet recht.

"Zweinsveld! Lily! Date!", zeg ik en ren de trap op.

Haastig grijp ik wat kledij bij elkaar en gooi dat op mijn bed. Ik trek mijn pyjamebroek uit en mijn T-shirt. Ik sta in mijn boxer, met mijn kousen aan, als ik iemand de zaal hoor binnenkomen. Ik besteeds er niet veel aandacht aan en sta nog steeds met mijn rug naar de deur. Plots voel ik twee armen rond mijn middel glijden en een zucht in mijn nek.

"Het lijkt wel alsof je écht verliefd bent op Lily, Sirius...", hoor ik Remus triest zeggen.

"Remus, alsjeblieft!", smeekte ik. "Jij alleen! Enkel jij! Jij bent de persoon waar ik echt op verliefd ben."

De deur word open gesmeten en een vloekende James komt naar binnen, maar plots valt hij stil. Mijn gedachten gaan op een grote snelheid en bijna meteen zeg ik:
"Fout, Remus! Ik ben niet geshrokken!"

Met die woorden duw ik Remus van me af en glimlach zonder een spoortje angst naar James.

James staart me aan.

"Wat scheelt er, Gaffel? Het lijkt net of er een geest door je heen is gegaan!", zeg ik geschokt.

Ik speel enkel een spelletje met James en gelukkig heeft hij me niet door. James opent zijn mond en stammelt iets. Daarna mompeld hij nogal luid: "Er is iets aan de hand met die twee... Telkens bij elkaar kruipen, stiekem naar de slaapzaal gaan... Je zou nog gaan denken dat ze beiden homo's zijn en een relatie hebben... Poeh!"

En met die woorden vertrekt hij uit de slaapzaal.

Remus zucht opgelucht en zegt: "Dat scheelde niet veel!"

Hij werp een blik op me. Mijn handen beven een beetje. Dat scheelde echt niet veel. We zullen vanaf nu nog voorzichtger moeten zijn, want James zal op zijn hoede zijn.

"Zeg dat wel... Zeg dat wel..."

Ik draai me om, werp een laatste blik op Remus en ga de slaapzaal uit. Ik kom beneden en daar zit Lily al op me te wachten. Om eerlijk te zijn, ze ziet er prachtig uit! Betoverend mooi, zelfs voor mij. En ik ben niet de enige die het gemerkt heeft. James staart zo hard naar haar, dat je zou verwachten dat zijn ogen er elk moment zouden kunnen uitvallen.

Peter kijkt ook naar Lily op een manier waarvoor je hem zou willen wurgen. Nog even en het kwijl zou uit zijn mond lopen. Even heb ik zin om op hem te slaan, maar dat is maar in een vlaag. Ik ben toch met Remus, dus ik hoef me niet druk te maken om Lily.

Maar als hij ooit zo zou durven kijken naar Remus, oh god!Hij zou er niet levend vanaf komen! Ik kuch en loop naar Lily toe. Ik steek vriendelijk mijn arm uit en ze haakt haar arm erin. Ik geef haar een zacht kusje op de lippen en zeg: "Laten we gaan, Lils!De koets wacht op ons!"

Ik hoor een grom en ik voel twee ogen branden op mijn rug. Ik voel me schuldig, ik zou liever met Remus naar Zweinsveld gaan, maar momenteel kan dat nu even niet. Vooral bij zijn grom was ik niet op mijn gemak, het zou waarschijnlijk niet lang meer duren voordat er een ruzie komt...

Het lijkt wel alsof mijn voetstappen eenzaam weergalmen in de Grote Hal. Maar in werkelijkheid lopen er veel leerlingen naar de grote poort, allemaal lachend en pratend.

"Wat is er, Siri? Je bent zo stil vandaag...", fluistert Lily in mijn oor.

"Dit voelt niet goed aan... Ik zou liever met Remus gaan, niet dat ik jou nie leuk vind als vriendin, maar... Binnekort komt hier ruzie van... En ik voel me eindelijk klaar om het aan James te vertellen en dan aan de rest.", zeg ik aarzelend.

Lily knikt en fluistert: "Ik maak het openbaar uit, in de Drie Bezemstelen, op het moment dat er het meeste leerlingen zitten. Afgesproken?"

Ik kijk opzij.

"Hé, ik wil niet gedumpt worden door een meisje!", zeg ik geschokt.

"Maar als jij mij dumpt, dat komt dat nogal raar over... Toch? Dan zullen ze meteen weer denken aan die roddel.", probeert Lily.

Ik grom en knik dan tegen mijn zin. We lopen langs Vilder de poort uit. We zoeken een koets uit.
Tijdens het hele ritje word er gezwegen. Er hangt spanning en jaloersheid in de lucht die je van tien kilometer ver kan voelen. James ogen kijken naar zijn handen, die tot vuisten gebald zijn. En

Remus verbreekt telkens de stilte door gekuch en gegrom.

"Verkouden, Remus?", probeer ik te grappen.

Ik krijg een kille blik terug en een hard antwoord:

"Ja, héél erg verkouden, Sirius!"

"Hé, kalm aan, hoor! Ik grapte enkel maar...", zeg ik geschrokken.

"Héél grappig, ik lig helemaal plat!", zegt Remus kwaad.
Ik roep hard iets onverstaanbaar terug. Remus springt recht en wil naar me grijpen. Lily houd me tegen om Remus in de haren te vliegen en James trekt aan Remus' trui. Remus ploft weer neer op de bank en mijd me. Ik staar ook uit het raampje.

Ik voel me triest, ook al had ik het zien aankomen. Enkele ogenblikken later staan we allemaal op een druk bevolkte straat van Zweinsveld. Ik neem Lily's hand en loop wat vooruit. De rest volgt. Er komt een grote groep leerlingen aan en ze kijken Lily en ik nieuwsgierig aan. Ze wijzen naar mij en Remus en fluisteren. Ik bijt op mijn lip, ga voor Lily staan en zoen haar passioneel. Dan kijk ik uitdagend naar de leerlingen, die er snel vandoor gaan. Remus heeft een rood aangelopen gezicht en lijkt bijna te ontploffen van woede.

"UIT! HET IS UIT!", gilt hij furieus naar me.

Hij geeft me een kwade duw en loopt weg, richting Zweinstein.

"NEE!", gil ik en wil hem achterna lopen.

Maar ik struikel en val. Ik begin te huilen. Ik voel een zachte hand op mijn schouder en kijk tussen mijn tranen door naar Lily. Ze valt naast me neer en omhelst me. Ze wiegt me zachtjes heen en weer.

"Wat heeft dit allemaal te betekenen? Hebben jij en Remus wat, Sirius?", vraag James verbaast.

Mijn adem stokt. Zou ik...? Of...? Nu moet ik wel!

Ik zucht en sta langzaam op. Met mijn rug naar James begin ik te praten.

"Ik weet niet of je dit zult verstaan, of wil verstaan... Het is ook nieuw voor mij, James. En onderbreek me net!", voeg ik eraan toe als James zijn mond opendoet om iets te zeggen.

"Huh? Hoe wist je dat?", vraagt James verbaast.

Ik sta nog steeds met mijn rug naar hem toe en zeg: "Ik ken je al veel te lang... Om kortaf tegen je te zijn, de waarheid is: Remus en ik hebben- eigenlijk hadden- wat met elkaar. Al het hele schooljaar en enkele weken in de vakantie."

"E-en Lily dan?", zegt James ongelovig.

"Enkel maar voor de schijn. Om ervoor te zorgen dat niemand het zou merken van Remus en ik. Tot we er beiden klaar voor zouden zijn om het te vertellen."

Ik zucht verdrietig.

"Maar! Maar wist Lily het dan?!", roept James geschokt. "Voor ik het wist?"

"Ja, James... Ze ontdekte het, terwijl dat helemaal niet de bedoeling was."

Een traan rolt eenzaam over mijn wang. Ik heb me weer eens goed in de nesten geholpen, met die stomme kop van me ook altijd... Ik hoor James slikken en onrustig ademhalen.

"Dus, dus, dat betekend dat je... Dat je... Homo bent?", vraagt hij ongelovig.

"Ja, James. Ik ben homo...", zeg ik, terwijl ik me langzaam omdraai en naar James kijk.

James snakt naar adem en weet niet wat te zeggen. Ik wil zijn reactie niet weten, maar mijn benen willen niet mee. Bang wacht ik zijn reactie af.

"Wel... Het word wennen...", zegt hij en dan glimlacht hij. "Maar ik kan ermee leven."

Ik knik. Eigenlijk zou het me niet veel kunnen schelen moest hij gezegd hebben dat hij niets meer met me te maken wilde hebben. Nu niet... Niet nu Remus er niet meer is. Waarom moest ik zonodig meneer de Grote Player uithangen? Waarom ben ik zo dom?!

Opnieuw blinken er tranen in mijn ogen. Ik draai weer mijn rug naar James toe en huil. Lily legt weer haar hand op mijn schouder, maar ik sla hem weg en begin hard te rennen. Door een waas van tranen zie ik Zweinstein dichterbij komen. Ik stop moedeloos.

Als ik Zweinstein binnenga, zie ik Remus terug. Mijn blik dwaalt of naar het Verboden Bos. Ik slik en veeg een traan weg. Snel ren ik het bos in. Ik blijf rennen. Terwijl ik ren verander ik van gedaante. Ik word opnieuw de zwarte hand, die ik altijd ben als het volle maan is. Volle maan... Ik huil door de stilte heen. Langzaam loop ik op een hoge rots en kijk naar de lucht. Ik ga zitten en verander weer van gedaante.

Mijn benen hangen over de rand. Snikkend berg ik mijn hoofd in mijn handen...