Hoofdstuk 2 De ontmoeting

(3 weken later)
Ik staarde mistroostig uit het raam van m'n nieuwe slaapkamer. Ik zuchtte. Het uitzicht was niet zoals dat in Ierland. Het was hier minder groen, ook al woonden we buiten de stad.
Nou ja, ik ging naar Zweinstein , dus eigenlijk had ik niet te klagen.
Over 2 weken ging ik al. Ik was volop aan het fantaseren over hoe het er zou zijn, toen mijn moeder binnenkwam, en mijn gedachten over in welke afdeling ik zou terechtkomen afkapten. Ik had een boek gekocht op de Wegisweg: 'Een beknopte beschrijving van Zweinstein'. Ik moest toch enigszins wat geïnformeerd zijn over de belangrijkste zaken zoals de afdelingen. Ik bedacht dat ik misschien bij Ravenklauw zou komen. De mensen met verstand.
Haha, wat ben ik weer zeker van mezelf, dacht ik verbitterd, maar ik moest toch grijnzen.
"Wat sta jij daar te grijnzen?" mijn moeder keek me ook grijnzend aan.
Ik bracht mijn gezicht weer in de plooi. "Niets, gewoon , weet je wel...binnenpretjes" wuifde ik verontschuldigend.
Jaja, binnenpretjes was echt iets wat mij typeerde.
"Rose, waar jij aan denkt, weet ik niet, maar ik kwam even zeggen dat je boekenlijst gearriveerd is. Wanneer wil je die spullen gaan kopen"
Ik antwoordde dat ik meteen wou gaan, ik hield van de Wegisweg.

(31 augustus)
Ik liep op de toppen van m'n tenen. Morgen ging ik naar Zweinstein! De zenuwen waren al dagen niet meer onder controle te houden, maar nu overdreven ze echt wel.
Die nacht sliep ik slecht (oke, hélemaal niet!) en de volgende morgend stond ik al op om 5 uur.
Ik had mijn koffer de vorige avond al gepakt.
Toen ik mijn ouders hoorde opstaan haastte ik me naar de keuken.

Hier stond ik nu, op een overvol perron naar een rode stoomtrein te kijken. Mijn ouders stonden naast me en keken me bemoedigend aan.
"Ik red me wel" zei ik tegen hen. En inderdaad, ik was niet zo zenuwachtig meer als de dag ervoor.
Ik zei hen gedag en sleurde m'n hutkoffer de Zweinsteinexpress in.
Ik was volop aan het zoeken naar een lege coupé toen ik tegen iemand opbotste.
Ik wankelde even, maar herstelde m'n evenwicht meteen weer.
"Ow, sorry, ik had je niet ge..." begon ik maar diegene waar ik tegen was opgebotst zei: "Kijk toch uit waar je loopt, dom"
Ik en de persoon keken op en ik zag dat het een jongen met blond haar was. Hij was net iets langer dan ik en hij kreeg een rode blos op zijn wangen.
"Wie ben jij?" vroeg hij een beetje arrogant. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes. "Ik heb jou nog nooit eerder gezien, en volgens mij kan je geen eerstejaars zijn"
Hij staarde me aan.
"Ik ben nieuw. Ik kom van Ierland, ben deze zomer verhuist. Mijn naam is Rose Amaris." Ik stak mijn hand naar hem uit. "dat was zo een beetje een kleine samenvatting, en jij bent..." Hij was eigenlijk best knap.
"Draco Malfidus" hij pakte mijn hand aan "aangenaam, kennis met je te make, Rose" Hij grijnsde. "Ken je hier al mensen?" Hij was de botsing blijkbaar al vergeten.
"Nee, ik ken nog niemand, behalve jou nu" Er kriebelde iets in mijn buik.
Wat was dàt in hemelsnaam?
"Wat denk je, zullen we samen een coupé zoeken?" Draco glimlachte naar me.
"Tja waarom niet? Ik wil niet de hele rit alleen zitten"
Na een tijdje hadden we een lege coupé gevonden.
We gingen zitten.
"In welke afdeling zit jij?" vroeg ik.
"Zwadderich" antwoordde hij trots, "hopelijk kom jij daar ook terecht" hij grijnsde breed " Echt de beste afdeling die er is"
"Nou, ik heb andere dingen gehoord" zei ik en ik zag zijn gezicht betrekken.
"Je moet ook niet alles geloven wat ze zeggen" zei hij duister "echt, zo slecht zijn we heus niet" hij toverde zijn grijns weer te voorschijn. "We vervloeken enkel degenen die in onze weg lopen, meer niet" zei hij verontschuldigend.
Draco liet zich achteroverzakken en keek naar buiten.
Ik vroeg me af of hij wel te vertrouwen was.
Ik besloot ook maar naar buiten te kijken om mijn gedachten wat te laten afdwalen.
Ja, Ierland was mooier, maar dit landschap had ook wel wat.
Plots klonk er gekletter op de gang.
"Oh, dat zal het snoepkarretje zijn" Draco veerde recht "Wil jij ook wat? Ik betaal"
"Oh, eh..., wel chocokikkers zijn goed" Ik was verrast. Door de stilte van daarnet had ik even gedacht dat hij me niet mocht na wat ik had gezegd.
"En..." Hij keek me verwachtend aan "Wat nog? Toch niet enkel chocokikkers"
Nu was ik héél erg verrast... en gevleid. "Wel, pompoentaartjes wil ik ook wel, en...ketelkoeken en smekkies in alle smaken" Ik grijnsde. Nu had ik verwacht dat hij zou zeggen: "Wat! Nu moet je ook niet overdrijven , Rose!" Maar wat hij zei was: "Goed zo, je wordt nog een echte Zwadderaar, neem dat van me aan"
De rest van de rit praatten we wat over van alles en nog wat. Toen we bij het onderwerp familie aankwamen werd ik toch een beetje nerveus.
"Je pa en ma" zei Draco "zijn dat tovenaars"
Hij vroeg het nonchalant, maar ik wist de echte reden wel. Zwadderich stond erom bekend enkel tovenaars met zuiver bloed te accepteren.
Net als mijn ouders ook belangrijk vonden, oordelend naar het laatste zinnetje in de brief.
Ik hoefde er niet om te liegen " Ja, dat zijn ze"
Ik besloot niets te vertellen over mijn situatie. Daarvoor vertrouwde ik hem (nog) niet goed genoeg.
"Ah, goed, dan ben je van de goede soort"
Hij keek tevreden.
"Sorry, hoor, maar had je me buiten de coupé gegooid , moest ik Dreuzelouders hebben?
"Ja" zei hij "Ik wil niet met een vuil Modderbloedje een coupé delen"
Hij grijnsde breed. "Maar aangezien je dat niet bent" vervolgde hij "heb je het grote geluk om met mij een coupé te delen"
Hij kwam wat dichter bij me zitten en legde zijn arm om mijn schouders.
Ik stond zo snel op waardoor hij me verontwaardigd aankeek.
"Sorry, Draco, ik vond je veel aardiger toen je je arrogantie wist te verbergen. Je mag dan zo zijn, prima, maar ik laat niet met me sollen, begrepen"
Hij keek me geamuseerd aan.
Ik pakte mijn hutkoffer en stapte de coupé uit,de gang op. Ik hoorde hem nog roepen: "Tot in Zwadderich, Rose"
Ik schudde m'n hoofd. Hij doet me echt niks. Maar toch had hij een blijvende indruk bij me achtergelaten, alleen had ik geen idee wat voor een indruk precies. Wat verwarrend.
Plots verkondigde een stem dat we bijna bij Zweinstein waren gearriveerd en dat we onze gewaden moesten aandoen.
Ik vond een lege coupé en ging naar binnen.