Hoofdstuk 1:
Met een zacht plopje verscheen Lucy in een donker steegje van Zweinsveld. Automatisch trok ze haar toverstok uit haar zak. Ze hoopte vurig dat ze hem niet nodig zou hebben, want ze had een hekel aan geweld, maar Lucy begreep ook dat het soms ook niet anders kon. Het waren al jarenlang gevaarlijke tijden en als het zou gaan tussen haar en één van hen, dan betekende haar leven veel meer voor de toverwereld dan dat van die ander. Hoe minder er van hen waren, hoe beter.
Ze wierp nog een snelle blik op haar uurwerk en vloekte zachtjes. Ze was te laat. Thoran zou woest zijn; hij hield er niet van als ze te laat kwamen. Omdat hij de enige klassenoudste in hun groep was, vond hij het vanzelfsprekend dat hij het hoogste woord voerde. Niet iedereen vond dat echter zo vanzelfsprekend en soms voelde ze de spanning van de anderen. Om de vrede te bewaren deed ze meestal alsof ze dat niet voelde en alsof ze het zelf ook niet erg vond dat Thoran hen af en toe beval.
Voorzichtig gluurde Lucy om de hoek. De kust leek veilig te zijn en zo stil mogelijk sloop ze de hoofdweg op. Boven haar hoofd schitterde de volle maan in al haar pracht, maar gelukkig waren er veel wolken, zodat Lucy toch vrij moeilijk te zien zou zijn. Zelf zag ze maar net waar ze liep, maar ze mocht geen licht maken, het was veel te riskant. Ze wilde niet dat hun plan verraden zou worden.
Behoedzaam sloop ze verder langs de gevels van ooit succesvolle zaken. Haar hart bonkte in haar hoofd en ze moest, ondanks de geringe fysieke inspanningen, hijgen. De weg naar haar bestemming vorderde maar traag, maar ze wilde geen risico lopen door sneller te bewegen. Er stond te veel op het spel.
Haar doel kwam in zicht: een spookachtig gebouw dat er vervallen bijstond. Het bevond zich naar haar mening veel te dicht bij één van de bolwerken van de vijand, maar Ricardo had de anderen weten te overtuigen. Volgens hem was het Krijsende Kot perfect, want Loriatta zou nooit vermoeden dat er zo dicht onder haar neus vier jongeren bezig waren met het smeden van duistere en gevaarlijke plannen tegen haar.
Lucy speurde aandachtig de omgeving af, op zoek naar tegenstanders, maar het was rustig. Te rustig. Ze sloop de hoofdstraat over en verborg zich achter een grote boom. Nog een klein stukje en ze zou er zijn. Ze probeerde even rustig in te ademen, in een poging haarzelf te kalmeren, maar de zenuwen en adrenaline bleven door haar bloed jagen. Vanachter de dikke stam van de eeuwenoude eik wierp ze een laatste blik op de straat, maar niets wees er op dat er meer mensen aanwezig waren dan vijftien seconden eerder.
Ze sprintte het laatste stukje van haar traject en duwde het verroeste hekken open. Het piepende geluid leek de stilte te verscheuren. Een uil vloog verschrikt op. Lucy draaide zich vliegensvlug om, half verwachtend dat ze betrapt zou zijn en dat iemand met opgeheven toverstok achter haar zou staan, maar het was niet waar. Ze draaide zich weer om en legde in recordtempo de laatste meters tot de deur af. Eens ze daar aangekomen was, mompelde ze een paar onverstaanbare woorden. Er was een zacht klikje te horen en Lucy stapte snel naar binnen.
'Eindelijk, je bent bijna een kwartier te laat,' klonk een boze stem.
'Lumos,' zei Lucy. Voor haar stond Thoran, met opgeheven toverstok. Op zijn gezicht zag ze dezelfde emotie dan wat ze in zijn stem gehoord had. Hij verwachtte een goede, maar vooral geloofwaardige uitleg.
Thoran was een lange, magere Zwadderaar met kort bruin haar. Hij zat in het zevende jaar en was de enige Klassenoudste uit hun groepje. Nou ja, Klassenoudste? Die titel was niet veel meer waard sinds Loriatta Zweinstein had ingenomen en onderricht in magie verboden had, tenzij je haar trouw beloofde.
'Ik kon niet sneller komen. Ze waren in ons dorp op zoek naar iets.'
'Of iemand,' vulde Suzanne mysterieus aan. 'Loriatta kan overal haar spionnen hebben.' Suzanne was een achttienjarige Griffoendor met lang zwart haar en grijze ogen. Ze vertrouwde Thoran niet volledig en stak dat ook niet onder stoelen of banken. Ze had hem meer dan één keer beschuldigd een volgeling van Loriatta te zijn.
De Zwadderaar draaide zich om en keek Suzanne vol haat aan.
Zou de oude vete tussen Griffoendors en Zwadderaars ooit vergeten worden? vroeg Lucy zich af. Ze hoopte ooit van wel, maar het zag er niet naar uit dat deze generatie daar verandering in zou kunnen brengen.
'Suzanne, we hebben het hier al genoeg over gehad,' zei Ricardo geïrriteerd. 'Lucy en ik vertrouwen Thoran en het wordt tijd dat jij dat ook doet. We staan aan dezelfde kant: we willen alle vier Loriatta verslaan, de toverwereld én Zweinstein bevrijden. Als we elkaar niet kunnen vertrouwen, wie dan wel?' Ricardo was, net zoals de anderen, een laatstejaars. Hij kwam uit Ravenklauw en had halflang blond haar.
Suzanne had een vinger op de wond gelegd: wie konden ze vertrouwen? Een paar leerlingen die, net als het viertal, in hun laatste jaar hadden gezeten, bleken overgelopen te zijn naar Loriatta's kant en hadden Zweinstein helpen aanvallen. Een aantal van hen waren goede vrienden van Lucy en de tiener had zich nog nooit zo verraden gevoeld. Als Huffelpuffer vond ze dat trouw en vriendschap één van de belangrijkste dingen waren die mensen elkaar konden geven.
Kort na de aanval op Zweinstein had Ricardo contact met haar opgenomen. Hij wilde met een aantal ex-studenten een klein groepje oprichten dat zich verzette tegen Loriatta's terreur. Lucy had eerst getwijfeld, omdat ze dacht niet genoeg moed daarvoor te bezitten. Was het niet de taak van het Ministerie en de Schouwers om het verzet te organiseren? De Ravenklauwer had die hoop echter snel de grond in geboord: het Ministerie bestond niet meer, niemand wist zelfs of de Minister van Toverkunst nog leefde, en de Schouwers waren niet georganiseerd sinds hun hoofdkwartier volledig vernield werd.
Ricardo had ook Suzanne en Thoran betrokken bij zijn idee. De vier kenden elkaar van de lessen Verweer tegen de Zwarte Kunsten, waar ze samen een heel project over Gruzielementen hadden uitgewerkt. Suzanne was er eerst tegen dat Thoran ook zou meedoen, omdat ze hem niet vertrouwde. De twee anderen konden haar echter overtuigen: Thoran had al voor de val van Zweinstein duidelijk gemaakt dat hij geen aanhanger van Loriatta was. De Griffoendor en Zwadderaar stonden echter nog altijd wantrouwig tegenover elkaar en hun nauwe samenwerking van de voorbije maanden had daar niets aan gewijzigd.
'Misschien kunnen we naar beneden gaan?' stelde Lucy onzeker voor. Ze hoopte dat de sfeer weer wat zou verbeteren en dat ze zich weer zouden kunnen concentreren op hun taak.
De anderen leken hier zwijgend mee in te stemmen en in stilte liepen ze de trap naar de kelder af. Met een rustige zwaai van haar toverstok deed Lucy de toortsen ontbranden en werd het hoofdkwartier van Kahalaan, hun verzetsgroep, zichtbaar. Langs de wanden stonden een paar kasten met een beperkt aantal boeken in. De meeste gingen over verdediging en Verweer tegen Zwarte Kunsten, iets wat onmisbaar was in deze tijden. Er stonden ook een tafel met vier stoelen in het vertrek en oude, versleten zetels waarin de vier geheime strijders vaak plaatsnamen om de situatie te bespreken.
De laatste maanden had Lucy hier zoveel tijd doorgebracht met de anderen, dat ze soms het gevoel had dat ze hier woonde en niet bij haar ouders. Het deed pijn dat ze de zo weinig bij haar ouders had kunnen zijn, maar waar ze nu samen voor vochten, was minstens even belangrijk. Als zij zouden falen, dan was er binnenkort waarschijnlijk geen thuis meer om naar toe te gaan. De gedachte alleen al deed Lucy's hart bevriezen. Zonder familie zou ze niets meer zijn. Ze moest al haar energie steken in Kahalaan en hopen dat al in hun inspanningen niet tevergeefs zouden zijn.
Thoran en Suzanne lieten zich beiden in de twee éénzitten ploffen. Lucy en Ricardo namen plaats in de tweezit. Zoals gewoonlijk nam Thoran meteen het woord.
'Ricardo, jij zei gisteren dat je misschien iets op het spoor was, maar dat je dat vandaag verder wilde onderzoeken. Heb je iets gevonden?'
De jongeman knikte. 'Vier jaar geleden liet Loriatta voor het eerst van zich horen. Af en toe was er een kleine aanval en kon ze wat paniek zaaien, maar ze leek niet in staat tot veel meer dan dat. Ook op school is ze naar het schijnt altijd een middelmatige student geweest die, buiten haar honger naar macht, weinig opviel.'
Thoran werd ongeduldig. Hij hield niet van wachten. 'Zou je eindelijk eens ter zake willen komen?' Het leverde hem een vuile blik van Suzanne op, maar hij besloot er niet op te reageren. Ook Ricardo leek zich niets van de opmerking aan te trekken en ging gewoon verder met zijn verhaal.
'Een jaar geleden werd ze echter ineens heel machtig en pleegde ze grootschalige aanvallen.'
'Je denkt dus dat ze iets gedaan heeft waardoor haar krachten plots zijn toegenomen?' vroeg Suzanna vertwijfeld.
Ricardo knikte. 'Een middelmatige tovenaar blijft een middelmatige tovenaar. Niemand kan plots zoveel aan kracht winnen.'
'Heb je enig idee wat het zou kunnen zijn?' vroeg Lucy redelijk opgewekt. Eindelijk hadden ze na al die tijd een beetje vooruitgang gemaakt. Plots leken ze een wegwijzer gezien te hebben die naar het pad van de overwinning zou kunnen leiden. Het einde was nog lang niet in zicht, maar een lichtpunt was plotseling zichtbaar geworden in de drukkende duisternis. Hoop ontsprong in Lucy's hart. Hoop, het enige dat haar nog overeind hield in deze verschrikkelijke tijd.
'Ik dacht eerst aan een Gruzielement, maar dat geeft je niet meer kracht en bovendien zou je dat wel aan haar uiterlijk gezien hebben. We hebben allemaal foto's gezien van Jeweetwel en hoe die eruit zag na het maken van zijn Gruzielementen. Zelfs het creëren van één verminkt je uiterlijk. Loriatta ziet er nog exact hetzelfde uit als een paar jaar geleden.' Hij liet de woorden even in de ruimte hangen voordat hij verder ging.
'De Gruzielementen hebben me echter wel aan het denken gezet. Misschien herinneren jullie je "De weg naar onbekende krachten" nog, het duister boek dat we geraadpleegd hebben toen we op zoek waren naar informatie voor ons project.'
De drie anderen knikten. Lucy zou de verschrikkelijke afbeeldingen nooit vergeten en begreep niet dat mensen zo ver zouden gaan op zoek naar macht over anderen.
'In dat boek stonden wel meerdere manieren die ervoor zorgden dat je onsterfelijk werd, maar vooral dat je meer macht kreeg.' Ricardo ging verder met zijn verhaal en leek met elke zin meer aan zelfvertrouwen te winnen. De anderen leken hem te geloven en dat zorgde ervoor dat hij er nog overtuigender van was dat hij iets belangrijks gevonden had. Vooral Thoran en Suzanna hadden hem wel eens verweten dat hij teveel met zijn neus in de boeken zat en dat die hem niet zouden kunnen redden in een echt gevecht. Eindelijk kon hij bewijzen dat boeken wel degelijk een verschil konden maken.
'Denk je dat ze een spreuk of een toverdrank gebruikt zou hebben?' vroeg Thoran.
Ricardo schudde zijn hoofd. 'Die spreuken of toverdranken zijn veel te ingewikkeld. Je moet al een enorm krachtige tovenaar zijn om ze tot een goed einde te brengen. Ik denk dat het Loriatta aan talent ontbreekt om zoiets te kunnen. De spreuken en toverdranken geven ook maar een kortstondig effect, hoogstens een uurtje. Loriatta zou nooit afhankelijk willen zijn van die dingen. Nee, zij wil krachten die blijvend zijn, die haar zekerheid kunnen garanderen. Ze heeft ook teveel lef om zoiets te proberen; ze wil iets dat haar ongekende kracht geeft.'
Lucy slikte. De hoop die ze even daarvoor gevoeld had, was weer gesmolten als sneeuw voor de zon. Als Loriatta inderdaad iets gebruikt had uit dat afschuwelijke boek, iets dat haar krachtiger maakte dan welke tovenaar die nu leefde, wat konden ze met hun vieren dan doen? Zij was geen slechte tovenaar en ook haar drie vrienden hier hadden meer talent dan de gemiddelde leerling uit hun jaar, maar hoe zouden ze ooit Loriatta kunnen verslaan? Met trillende stem vroeg ze: 'Wat denk je dat ze gedaan heeft?'
'Ik denk dat ze het Levenskristal gebruikt heeft.'
Er viel even een stilte in het hoofdkwartier van Kahalaan. De drie anderen pijnigden hun hersenen. Ze hadden allemaal de naam gelezen in het vervloekte boek. Er was maar een kleine bladzijde aan gewijd, omdat velen dachten dat het een mythe was. Zowel de maker als de schuilplaats van het kristal waren onbekend. Naar het schijnt moest je een toverspreuk zeggen terwijl je het ding aanraakte en dan werd je onoverwinnelijk.
'Hoe is ze dan te verslaan?' vroeg Suzanne.
'Aangezien haar levenskracht verbonden is met de kracht van het Levenskristal, moeten we dat vernietigen. Als dat gebeurd is, dan sterft Loriatta.'
'Hoe moeten wij dat kristal vinden? Het kan overal liggen,' riep Lucy wanhopig uit.
'Toch niet,' probeerde de Ravenklauwer haar gerust te stellen. 'Ik denk niet dat ze wil dat iemand iets weet van het Levenskristal en dus zal ze het zeker niet in haar verschillende bolwerken verbergen.'
'Hoe leuk. Zo'n vijf locaties vallen af. Dan blijven er nog ongeveer zo'n miljoen andere over,' zei Thoran sarcastisch.
'Ik denk dat Loriatta het kristal gewoon op zijn schuilplaats heeft laten liggen. Zij is er van overtuigd dat zij de eerste is die het ooit gevonden heeft, dus waarom het ergens verbergen waar het meer kans maakt om gevonden te worden?'
'Dat lost nog altijd ons probleem niet op,' zei Suzanne bijna wanhopig. 'Als Loriatta de eerste is die het gevonden heeft, hoe kunnen wij het dan vinden?'
'Omdat Loriatta niet de eerste is die het gevonden heeft,' zei Ricardo op een toon die veel te opgewekt leek voor de situatie. Hij haalde een klein boekje uit zijn jaszak en zwaaide ermee.
'Wat is het?' wist Thoran uit te brengen.
'Dit is het dagboek van Hermelien Griffel, mijn groottante,' verkondigde de Ravenklauwer trots.
Lucy keek Ricardo vol ongeloof aan. Hermelien Griffel was één van de helden van de oorlog tegen Voldemort. Lucy had nooit geweten dat Ricardo familie van haar was.
'Nadat alle Gruzielementen vernietigd waren, probeerde Harry Potter het op te nemen tegen Jeweetwel, maar hij kon maar op het nippertje ontsnappen. Tijdens zijn zoektocht naar informatie over de Gruzielementen, had hij echter ook informatie over het Levenskristal ontdekt. Hij dacht dat het zijn redding zou zijn en heeft het opgespoord.'
'Dus Potter heeft het Levenskristal gebruikt om Hij-die-niet-genoemd-mag-worden te verslaan,' bracht Thoran stamelend uit.
'Nee, het kristal zit vol slechte kracht en honger naar macht. Eens Potter de spreuk had uitgesproken, was hij van plan om Voldemort te verslaan en zijn plaats in te nemen. Dat was buiten Ginny Wemel gerekend. Ze praatte op hem in, in de hoop Harry te doen inzien dat het Levenskristal zijn geest vergiftigde. Hij had haar bijna vermoord, maar gelukkig had hij nog teveel liefde in zich. Ginny kon tot hem doordringen en zijn liefde voor haar vulde hem, waardoor Harry de effecten van het Levenskristal kon overwinnen. Nadien heeft hij de band met het Levenskristal verbroken. Een paar dagen nadien heeft zijn liefde voor Ginny Wemel er voor gezorgd dat hij Jeweetwel kon verslaan.'
Het was stil in de kelder. Niemand had dit deel van het verhaal gehoord. In de geschiedenisboeken stond alleen vermeld hoe Potter Voldemort kon verslaan, niets over het Levenskristal.
Ricardo doorbak de stilte. 'In dit boekje staat de locatie van het Levenskristal.'
