Al Raven's spullen werden naar Zweinstein verschijnseld.
"Gaat u mij naar de wegisweg vergezellen Perkamentus?" vroeg ze hem met een lichte smekende ondertoon
Perkamentus had het gemerkt en glimlachte zachtjes.
"Ik vrees dat je alleen je boeken zult moeten kopen Raven, maar ik heb wel een plannetje bij me en een lijst met al je benodigdheden. Als je wil kan ik één van mijn medewerkers je laten vergezellen. Rubeus Hagrid bijvoorbeeld."
"Oh" zei ze wat teleurgesteld"Het zal me alleen ook wel lukken"
Raven had niet veel zin om afhankelijk te zijn van iemand die ze niet kende.
------------
Met haar lijst in haar rechterhand liep ze door de wegisweg en vroeg zich af waar ze eerst zou gaan.
Plots dacht ze een bekend gezicht te zien die even verderop liep.
Raven versnelde haar pas en greep de persoon bij haar arm waardoor ze abrupt stopte en bijna viel.
De twee jongens die bij haar liepen keken verbaasd.
"Raven!" Riep Hermelien uit. Ze kon haar ogen niet geloven en gaf haar vriendin een hele dikke knuffel. Ze lachten beiden in mekaars armen.
"Wat doe jij hier in godsnaam" Zei Hermelien met een grote glimlach, blijkbaar heel aangenaam verrast.
"Ik kom mijn inkopen doen"
"Hoezo, je inkopen?"
"Ja! Ik kom naar je school! Ik ga ook naar Zweinstein!"
"Oh, wat geweldig!" riep Hermelien uit.
Ze wist hoe Raven verlangde om naar Zweinstein te gaan. Ze voelde zich een beetje schuldig omdat ze haar de laatste tijd een beetje verwaarloosd had.
"Ik ben echt blij je te zien, Hermelien"
Zei Raven nogmaals en liet haar toen los
"Oh ja Raven, dit zijn mijn vrienden; Harry Potter & Ron Wemel"
"Aangename kennismaking Ron & Harry, ik heb al veel over jullie gehoord" zei ze terwijl ze hun hand schudde.
Beide jongens staarden naar Raven al van toen ze Hermelien's arm vastgreep.
Ze had lang zwart sluik haar, lichtbruine ogen met donkergekleurde stipjes en een klein neusje.
Ze zag er… Aziatisch uit.
Ze had kleine sandaaltjes aan met een fijne naaldhak, een korte zwarte plooirok en een zwart topje.
Hermelien porde Ron toen ze zag dat hij leek te kwijlen. Ron & Harry vermanden zich.
"Heb je geen zin om met ons mee te gaan?" vroeg Hermelien die ondertussen Raven's handen had vastgenomen.
"Neen liever niet. Het is niet omdat ik niet wil, maar dit is mijn eerste keer hier en ik zou het graag eens zelf willen verkennen"
"O, niet erg hoor. Misschien komen we mekaar nog tegen. Zoniet, dan op de trein of op school. Ik hoop dat je bij Griffoendor komt te zitten, dan kunnen we samen wat tijd doorbrengen, het is veel te lang geleden"
"Ik hoop het ook Hermelien, dat meen ik"
Na enkele minuten namen ze afscheid van elkaar en ging elk zijn eigen weg.
Plotseling zag Raven een winkel waar op stond "Kieder & Vlek" en ging binnen.
Het wemelde er van de mensen en de boeken lagen zo hoog opgestapeld dat ze zich afvroeg of de winkel wel een plafond had.
Ze besliste om eerst een beetje rond te kijken. Ze liep tussen alle boekenstapels en belandde in een rustiger gedeelte van de winkel waar er allemaal vreemde boeken stonden. Schreeuwende boeken, bloedende boeken… duistere boeken.
Op vele boeken zag ze de naam Voldemort staan en kon er niet aan weerstaan om er één vast te nemen. Met trillende handen bekeek ze zorgvuldig de gruwelijke omslag.
Ze voelde iemand in haar nek ademen en draaide zich om.
Een imposante man met een bleek gezicht en lang bleekblond haar keek haar recht in de ogen. Hij was gewaad in een zwarte satijnen mantel.
"De boeken over Heer Voldemort zijn niet voor kleine meisjes" Dicteerde hij haar.
Vliegensvlug dacht Raven na, aangezien hij één van de velen was die occlumentie gebruikte, moest ze het maar anders zien te doen.
Hij zei Heer Voldemort… Heer. Dan… eerbiedigde hij Voldemort..
Wie Voldemort eerbiedigde… was hoogstwaarschijnlijk één van zijn volgelingen en dan stond er nu een echte dooddoener voor haar!
"Heer" begon ze zelfzeker "ik ben geen klein meisje. En ik geloof wel dat ik het recht heb om een boek over Voldemort vast te nemen én te lezen."
De man dacht nu ook na… Ze durfde de naam van zijn Heer uit te spreken… Hoe kon dit? Ze kon geen dochter van een dooddoener zijn want anders had hij haar wel al lang herkend. Maar ze leek gefascineerd door het zware boek die in haar kleine handen lag. 'dit zou interessant kunnen zijn' dacht hij bij zichzelf, en besloot het slim te spelen..
"Mijn verontschuldigingen jongedame, Lucius Malfidus is de naam"
"Raven… Raven Godefroid"
Ze stak haar hand uit, die hij met gratie vast nam en er zijn lippen op drukte, iets wat Raven helemaal niet verwachtte.
"Ik neem aan dat u hier boeken komt kopen om naar Zweinstein te gaan?"
"Ja." Raven had helemaal geen moeite om met vreemden te praten. Ze voelde wanneer ze op haar hoede moest zijn en wanneer niet. Deze man was misschien wel een dooddoener, maar hier kon hij toch niets proberen.
"In welke afdeling zit u? Mijn zoon gaat ook naar Zweinstein, hij zit in Zwadderich"
"Oh, ik ben nog niet ingedeeld. Ik heb jarenlang les gekregen van mijn grootmoeder, maar dit jaar heeft Perkamentus haar eindelijk kunnen overtuigen om mij naar Zweinstein te laten gaan."
"Zo, zo. Dan zal je mijn zoon hoogstwaarschijnlijk wel leren kennen op school. Ik moet nu gaan, mijn vrouw wacht op mij bij Madame Mallekin. Het was mij een hele eer u te hebben ontmoet Raven"
En zo snel als hij achter haar was komen staan, liep hij terug weg. Ze keek tussen de boeken door en zag dat een jongeman met even blond haar, maar een nog bleker gezicht achter Lucius naar buiten liep.
Even later had ze haar boeken betaald en zette ze haar zoektocht in de wegisweg verder.
