In de leerlingenkamer stond Draco te wachten op Raven. Ze was al 5 minuten te laat.
Ongeduldig streek hij met zijn handen door zijn lange witblonde haar.
Hij had de mantel aan die hij voor zijn 17e verjaardag had gekregen.
Het was een zwarte mantel met op zijn borst een zilveren slang geborduurd.

Eindelijk hoorde hij gestommel op de trappen.
Raven ging traag de trap af en keek Draco recht in de ogen. Ze had een lange zwarte mantel die langs de grond sleepte en rond de kap afgewerkt was met een soort grijs-blauwe wolvenpels.
Haar haar was opgestoken, enkel 2 losse krulletjes kwamen tevoorschijn voor haar gezicht, net naast haar donkerbruine ogen.

Toen ze voor hem stond, nam hij haar hoofd in zijn beide handen vast en gaf haar een kus.
Een glimlach verscheen op haar gezicht toen hij haar losliet.

"Laten we gaan" zei hij, lichtjes gebiedend en nam haar bij haar middel.
De geur van zoete Kamperfoelie drong zijn neus binnen. Hij hield zoveel van die geur, maar wist niet waar hij ze moest plaatsen.

De weg naar Zweinsveld verliep heel sereen; Draco & Raven liepen dicht tegen elkaar in het zachte zonlicht.

"Hé Raven! Wacht even!"
Draco & Raven draaiden zich om; het was Hermelien.
"He Hermelien alles goed met je?"
"Ja hoor Raven, en met jouw?"
Hermelien knikte kort naar Draco en zei kordaat "Malfidus"
Draco grijnsde "Griffel" zei hij, verbaasd over zijn eigen woordkeuze. Het was een hele poos geleden, dacht hij, dat hij "Griffel" zei in plaats van "modderbloedje".

"Ben je hier alleen?" vroeg Raven.
"neen, nuja, eigenlijk wel ja. Ron & Harry zijn al in Zweinsveld, we hebben afgesproken in de drie bezemstelen. En ik had beloofd me te haasten."
"Ga dan maar, ik wil je niet langer ophouden"
"ja ok dankje, veel plezier jullie twee!"
"Doeeii Hermelien! De groetjes aan Harry & Ron!"

Maar Hermelien had die laatste zin al niet meer gehoord, want ze was aan een immens tempo weggelopen.

"ze lijkt het zo goed op te nemen?"
"ja… ik had haar eigenlijk al een beetje voorbereid" Raven bloosde
Draco lachtte alleen maar, nam Raven stevig bij haar middel en maakte aanstalten om verder te wandelen.

Het was herfst en de prachtig gekleurde bladeren van de bomen vulden het landschap.
Zweinsveld werd overspoeld door al de leerlingen. De meesten zaten ergens in een winkel of cafeetje.
Draco liet Raven alles zien, het Krijsende Kot, Bernsteen en Sulferblom, Madame Kruimelaar´s Tearoom, Zonko´s Fopmagazijn, het Postkantoor, Voddeleurs Couture, Zacharinus´ Zoetwarenhuis, Pluimplukkers Verenwinkel, De drie bezemstelen en als laatste de Zwijnskop.

Daarna trok hij haar een smal en donker straatje in; het rook er naar rotte vis.

"We zijn er bijna

Toen Raven en Draco uit het straatje kwamen gelopen, waren ze op een open plein terechtgekomen.

Voor hen stonden er 5 bankjes, een fontein, enkele bomen en 1 grote rozenstruik in het midden van het plein.

Hij nam haar mee naar het verst gelegen bankje en plofte er zich neer.

"Raven" zei hij en naam haar kleine handen vast. "Ik ga je dingen laten zien… dingen die je nog nooit gezien heb, en nergens anders zult te weten komen. De waarden die mij zijn doorgegeven, van generatie op generatie… mijn familie, mijn naam. Maar… wat je ook zult zien… zijn de plichten… de wetten. Die mijn vader mij gegeven heeft… de duistere plichten van heer Voldemort.
De duistere zijde, is mijn leven Raven… al altijd geweest. Het is niet het leven dat ik gekozen heb…"

Draco leek even te aarzelen, een oud verdriet was af te lezen van zijn gezicht.
Raven keek hem vragend aan… hij kon niets meer zeggen. Hij kon het niet aan om de woorden uit te spreken.

Brutaal nam hij haar gezicht vast en plaatste het enkele centimeters van het zijne, zodat ze recht in zijn grijze ogen keek. Zijn handen trilden.
"Zie het zelf Raven…"

Even werd Raven door angst overmand, maar zijn vastberaden blik gaf haar nieuwe moed.
Langzaamaan voelde ze hoe de kracht van zijn occlumentie afnam.

Plotseling werd ze overspoeld door allerlei emoties. Zijn herinneringen & gedachten flitsen voor haar ogen.
Ze zag geweld, pijn, bloed, moord, het duistere teken… Voldemort.
Raven voelde zichzelf verzwakken door al de zwarte en negatieve energie die ze ervoer.
Ze had ondertussen zich aan Draco vastgeklampt om rechtop te blijven zitten.

Hoe verder ze in zijn gedachten drong, hoe donkerder de sfeer was.
Draco had al veel meegemaakt in zijn jonge leven. Ze leerde dat onder zijn vermomming er een gebroken jongetje zat opgesloten.
Ze voelde een immens medelijden tegenover hem.
Opeens zag ze het… een lichtpunt in zijn herinneringen… de sleutel waarom hij na al die jaren niet ineengestort is. Een moment van geluk… vele jaren geleden… een lang vergeten moment.

------
Het was een zomerse avond… de bloemen stonden nog steeds in volle bloei, de zon ging langzaamaan onder en goot een aangename gloed over het hele landschap… de geur van kamperfoelie hing in de lucht.
Op een afgelegen weide zat Narcissa met haar zoontje te spelen. Hij was 1 jaar oud en verzot op alles dat bewoog. Telkens er een vlinder voorbijvloog, probeerde hij die te vangen met zijn kleine handjes… maar de vlinders waren hem te vlug af.
Vertederd keek Narcissa naar haar zoontje. Een gezonde jongen, met een mollig gezichtje, grijze ogen en witblonde haartjes.
Achter Narcissa klonk er een zacht geritsel in het lange gras… een paar seconden later was ze gehuld in een grote schaduw.
Langzaamaan stond ze op en draaide zich om… Haar lange blonde haar bewoog sierlijk mee met de zachte avondbries.
"Lucius" fluisterde ze.
Haar man nam haar in zijn armen en gaf haar eerst een simpele kus op haar blanke voorhoofd, om haar daarna vol op haar zachte lippen te kussen.

Lucius hield op toen hij zijn zoon zag met uitgestrekte armen. Zachtjes brabbelend dat hij bij zijn vader wou zijn.
Meteen hief Lucius zijn zoon op en hield hem dicht bij zich.
"Draco… mijn zoon, mijn vlees en bloed… erfgenaam van ons geslacht Malfidus. Trots vervult mij, als ik naar je kijk. Je zult later een machtige tovenaar zijn… dat weet ik. Jouw lot staat in de sterren geschreven. Kijk naar deze weiden, bossen, velden... dit alles; dit alles is van jouw. Jij, bent mijn zoon, en je verdient het beste."

Lucius stopte even toen hij voelde hoe Draco met zijn kleine handjes over het duistere teken op zijn arm streek. Bitterheid was af te lezen van Lucius' gezicht.
"Ja Draco… ook dat is voor jouw. Nu ben je nog te jong om het te begrijpen, en ik verzeker je dat je het ook nooit zult weten. Maar alles wat ik voor de Duistere Heer doe… doe ik voor jouw. Elke dag dood ik modderbloedjes en dreuzels… niet alleen omdat ik ze haat; maar ik doe het omdat ik van je hou mijn zoon… Ik hou van je".
Narcissa omhelsde haar man en kuste teder Draco's vingertjes. Lucius nam zijn toverstok en toverde een paarse vlinder tevoorschijn die op Draco's arm ging zitten… hij kirde van plezier."

------