Ziezo, opnieuw een hoofdstukje erbij; als een laat Nieuwjaarsgeschenk. Hopelijk vinden jullie het goed! Veel plezier!
"Welk verdriet? Oma kan toch niet zomaar gestorven zijn van verdriet?" Raven sloeg op Perkamentus' bureau.
Hij had haar opnieuw naar zijn kantoor begeleid nadat Madame Plijster hen vriendelijk had verzocht de ziekenzaal te verlaten, aangezien Raven teveel kabaal maakte; wat nefast was voor de andere zieken.
"Raven, kalmeer alsjeblieft.". Ze keek hem geschrokken aan, alsof ze nu pas besefte dat ze zijn kantoor aan het vernielen was.
"Het spijt me… ik lijk een beetje de controle over mezelf te hebben verloren."
"Ja, mijn kind, het is moeilijk voor ons beiden. Maar we mogen de controle over onszelf niet verliezen, dat maakt ons nog kwetsbaarder dan dat we al zijn.".
Ze keek hem nogmaals verontschuldigend aan van op haar stoel.
"Het verdriet… Ikzelf weet ook niet met welk verdriet ze worstelde. Ze heeft er mij niets over verteld. Ze heeft haar verdriet en de reden ertoe meegenomen in haar graf. Meer kan ik je niet vertellen.".
Raven balde haar vuisten. "Waarom was u daar Professor?" Vroeg ze wantrouwig.
"Ze had mij gevraagd om haar op de hoogte te houden van jouw doen en laten op deze school."
"Wat? Ze heeft u gevraagd om mij te controleren?!"
"Controleren heeft een veel te negatieve bijklank, ik zou het eerder beschrijven als haar vertellen dat je hier gelukkig bent en met wie." Ze bloosde even.
"Ze heeft mij… nooit teruggeschreven. Was ze boos omdat ik in Zwadderich zat?"
"Neen"… loog Perkamentus. Hij zag dat er zo een zware last van haar schouders viel. "Ik wil even naar Draco, excuseert u mij alstublieft.".
"Ga gerust; maar morgen zou ik je graag nogmaals willen spreken… het betreft de begrafenis.".
Raven knikte even en verliet toen zijn kantoor.
Toen ze de deur had dichtgedaan, stond Perkamentus op en ging richting Felix om hem te strelen. "Felix; Felix. Wat moet ik toch doen. Ik heb tegen haar gelogen. Haar grootmoeder vond het verschrikkelijk dat ze naar Zwadderich was gegaan, maar ik mócht het Raven niet vertellen. Ze heeft het mij doen zweren. Raven is zo'n prachtig kind, maar omgeven door het duister. Een duister verleden waar ze nog niets van af weet, duistere krachten, en ze lijkt goed op weg te zijn om vast te zitten in het web van Voldemort."
Felix kraste even. "Ja, gelukkig is het nog niet zo ver… maar ik zal haar moeten waarschuwen."
Ondertussen was Raven de leerlingenkamer van Zwadderich binnengestormd, waar ze meteen naar Draco zocht. "Zoek je hem?" vroeg Benno. Raven schrok; ze had hem niet zien zitten. "Ja."
"Hij is zijn plichten aan het vervullen."
De woede borrelde in haar op. "Nu toch niet?!"
Zonder te weten waarom schopte ze een voetenbankje recht tegen de muur. Eens het de muur raakte viel het uit elkaar en éen van de poten kaatste terug, recht tegen Raven's hoofd en viel daarna voor haar voeten op de grond.
Als een leeuwin die haar prooi vastgrijpt, bukte Raven zich vliegensvlug en deed haar elleboog naar achter; klaar om het stuk hout recht door de hele leerlingenkamer te gooien.
Net toen ze haar arm naar voor wou brengen, werd ze langs achter vastgegrepen. Een stevige hand had die van haar vast, en de andere hand had haar middel vast.
"Benno, laat me los!"
"Ik laat jou niet los vooraleer ik weet wat er met jou aan de hand is. Je komt hier de leerlingenkamer binnengestormd en enkele minuten later wil je hier alles vernielen."
"Wat gaat jou dat aan? Laat me gewoon los!"
Zijn greep versterkte toen Raven wild begon te schoppen. Ze bleef maar schoppen en draaien totdat ze hem plotseling hard tegen zijn scheenbeen had geschopt.
Benno riep het uit toen de pijn naar boven schoot en zijn hele been begon te trillen van de schok. Zonder erbij na te denken liet hij Raven bruut los waardoor ze hulpeloos op de grond viel.
Geschrokken keek hij hoe ze van op de grond haar hoofd naar hem richtte en dezelfde blik deelde. Een druppel bloed viel langs haar wang op de grond, kort gevolgd door nog éen, en nog éen…
"S-sorry Ra.." Maar hij was nog niet uitgesproken of ze was al weggevlucht.
Raven was bang. Bang, verdrietig en toch woedend tegelijkertijd. Verwilderd rende ze door de eenzame gangen, tot ze plotseling tegen iets aanbotste.
Geschrokken viel ze achteruit, maar raakte de grond net niet dankzij twee grote handen die haar vastnamen en terug recht zetten.
"Gaat het een beetje?"
Raven herkende de bezorgde stem. "Om eerlijk te zijn Harry… niet echt bepaald." Hij bekeek het opgedroogd bloed op haar gezicht. "Toch niet Malfidus zijn werk hoop ik?"
Vlug schudde ze haar hoofd. "Neen, hij zou mij nooit zoiets aandoen."
Harry snoof. "Écht… hij ziet me graag; dat weet ik zeker. Hij is heel anders dan dat jij denkt!" Hij moest zich inhouden om er niet verder op in te gaan.
"Het spijt me" zuchtte hij uiteindelijk.
Ze keek hem begrijpend aan. "Kunnen we ergens praten? Er is iets… verschrikkelijk gebeurd en ik… het moet echt wel van mijn hart."
Hij knikte. "Kom maar mee".
Harry leidde haar door een wirwar van gangen waar ze nog nooit had geweest tot ze voor een deur kwamen te staan. "Wat nu?" Vroeg ze niet begrijpend.
"Dit is de deur van de Kamer van Hoge Nood. Deze kamer verandert in wat je maar wil; een bepaalde plaats, een bed, een toilet. Al wat je hoeft te doen is driemaal langs deze deur te lopen; terwijl je heel sterk denkt aan hetgeen dat je nodig hebt."
Raven dacht na, en knikte.
"Klaar? Wel loop nu gewoon driemaal voorbij de deur".
Met gesloten ogen deed Raven wat er haar werd gezegd en opende ze toen ze de deur voor de derde maal had voorbijgelopen.
Harry glimlachte. "Wel; laten we dan maar naar binnen gaan."
Toen Harry de deur sloot, werd hij door verstomming geslagen. "Wat een prachtige plek!"
Ze bevonden zich op de top van de heuvel, dé heuvel waar Raven's ouders begraven lagen. Harry keek rond…. Rechts ging de zon onder, waardoor ze met haar warme gouden stralen de plek onder de brede treurwilg een onaardse toets gaf. Hij voelde zich er tot rust komen. "Dit Harry, is de begraafplaats van mijn ouders."
Nu pas besefte hij, waar zij hem had naartoe gebracht. Nu pas zag hij de reusachtige standbeelden die het gedenkteken waren van haar ouders.
Hij zag een man met zijn vrouw. Ze hadden elkaar vast in een liefdevolle omarming, de man zijn lippen rustten op het voorhoofd van zijn vrouw.
"Hoe heetten ze?" Vroeg Harry ietwat aarzelend.
"Stephane en Cassandra;…en die van jou?"
"Lily en James". Ze knikten beiden begrijpend naar elkaar.
"Maar zij zijn niet de reden waarom ik mij zo verdrietig voel."
Ze nam zijn hand en leidde hem naar een open plek op de top, waar ze samen zittend van de laatste zonnestralen konden genieten.
Een dikke traan rolde van haar wang. "Harry… mijn grootmoeder is vandaag gestorven."
Automatisch nam hij haar in zijn armen, zodat ze op zijn schouder kon uithuilen; haar adem schokte. Harry wist maar al te goed hoe ze zich voelde. Ook hij had zijn enig overblijvende familielid, zijn peetvader Sirius verloren.
Ze vertelde hem het hele verhaal, alles wat er gebeurd was nadat ze uit de les gehaald was. Wat er gebeurd was in Perkamentus' kantoor en in de ziekenvleugel. Alleen wat er zich had afgespeeld in de leerlingenkamer van Zwadderich had ze hem niet verteld. Ze wist dat hij anders haar vrienden zou veroordelen. Toen hij vroeg waar haar hoofdwonde dan vandaan kwam, verzon ze dat ze gevallen was toen ze door de gangen liep.
"Ik wist niet dat Perkamentus en je grootmoeder zo close waren?"
"Ja ze waren hele goede vrienden, Perkamentus kwam vaak op bezoek bij ons."
"…Daarom heeft hij mijn les om Voldemort te verslaan afgezegd." Mompelde Harry.
"Wat zei je?"
"Niets… ik uhm, was gewoon even aan het nadenken."
Gelukkig geloofde ze hem. Hoe goed hij ook bevriend was met haar, ze mocht niet weten over de lessen die Perkamentus hem gaf. Niet omdat hij haar niet vertrouwde, maar Perkamentus had uitdrukkelijk gezegd het aan niemand anders te vertellen.
"Harry; wat moet ik nu doen? Nu heb ik een huis; maar geen thuis meer. Nu sta ik hier alleen."
"Raven, je bent niet alleen. Je hebt zoveel vrienden om je heen. Ron, Hermelien en ik… de hele Wemel-familie en nog andere Griffoendors. Het is niet makkelijk voor mij om dit te zeggen, maar af te leiden van wat ik van jou hoor, heb je ook veel aan Draco, en je vrienden in Zwadderich. Ik bedoel je hebt zovele vrienden, en zoveel mensen die om je geven. Je bent niet alleen Raven."
Raven zuchtte; ze dacht opnieuw aan het geheim van haar ouders. Ze had niet meer genoeg kracht om erover te vertellen… om te vertellen dat Velea waarschijnlijk het geheim over de dood van haar ouders meegenomen had in het graf. Ze zou het vragen aan Perkamentus als de tijd rijp was… later… Nu had ze grotere zorgen aan het hoofd.
"Dankjewel Harry. Ik ben ècht blij dat ik je dit heb kunnen vertellen." Ze omhelsde hem nogmaals.
Hij glimlachte. "Kom laten we gaan, het is al laat en we moeten beiden nog ongemerkt naar onze leerlingenkamer gaan."
Raven draaide zich om… keek nog een laatste maal naar het gedenkteken van haar ouders en glipte toen door de deur die Harry voor haar openhield.
"Hier scheiden onze wegen Raven… Slaap zacht"
"Jij ook Harry"
