Hah, toch al een iets langer hoofdstuk. Op de een of andere manier vind ik het een moeilijk verhaal om te schrijven. Daarom nogmaals bedankt dat je het leest:D

Disclaim: Het karakter Maikel is niet van mij. Ik heb hem tijdelijk even gestolen uit zijn film. Van God Los, echt een van de betere Nederlandse films! Nog niet gezien, zeker een keer kijken. Alleen is het best een harde film, dus niet voor watjes!

Hoofdstuk 5) Smeris leed.

Agent Thijs van Manenveld gaapt en kijkt loom naar zijn collega die met de radio aan het spelen is. "Sam, kan je dat ding nou eens vijf seconden op dezelfde zender houden."

Zijn collega kijkt verstoord op en zet de radio nog snel op een andere zender. "Kan ik er wat aan doen, rond deze tijd is er gewoon geen goede muziek te vinden." Hij tikt de radio na een luide uithaal van een zware raspende stem uit. " Dat die jeugd dat zo leuk vind. Grunten heet dat toch?"

Thijs knikt somber. "Ja, klopt en ik ben het met je eens. Die jongen van mij is er ook helemaal gek van. Wat er nou leuk aan is snap ik niet, dat geblèr in microfoons. En al die zwarte wijde kleren die erbij horen." Hij zucht. "Waar is de tijd van Pink Floyed gebleven, kijk dat was nog eens wat…"

Sam knikt en gaapt. "Waarom zijn wij eigenlijk de pineut om zo vroeg al onderweg te moeten?" En hij kijkt naar zijn horloge. "Ik bedoel, het is half vijf dat gun je zelfs geen crimineel."

"Tja, vandaag voetbal heh. Dat wordt rellen tellen." Weer gaapt Thijs. "Hopelijk is dit keer de koffie wel gratis of ik begin persoonlijk een rel!"

"Een schande dat wij ordebewakers zo behandeld worden." Zegt Sam en rekt zich uit. Met de slaap nog in zijn ogen staart hij naar buiten het donker in. Veel valt er niet te zien, de weg lijkt wel eindeloos en is uitgestorven als je hun politiewagen niet meerekent. Bomen flitsen voorbij en voor de verandering begint het weer te miezeren. Hij buigt zich naar voren om een thermoskan koffie te pakken en fronst. Een tiental meters voor hun ziet hij een auto tussen de bomen staan met de lichte uit maar met duidelijk iemand erin.

"Thijs, sinds wanneer staan er afgelegen auto's in die gebied om half vijf s'morgens?"

Zijn collega heeft de auto ook opgemerkt en remt wat af. "Misschien een dronken bestuurder die in slaap is gevallen?"

"Kan zijn."

"Laten we het maar even gaan checken. Het is hier heel erg afgelegen, als er wat aan de hand is kan het wel een tijd duren voor er weer iemand langsrijd."

"Goed idee. Beter dan nog een uur onderweg te zijn terwijl jij alle koffie oplurkt." Thijs remt af en parkeert zijn auto voor de onbekende zwarte auto. Als eerste stapt Sam uit en fluit.

"Mooi dingetje, een echte oltimer. Mijn pa heeft nog eens zo'n kar opgeknapt, tis jammer dat je deze bijna nergens meer ziet." Spijtig tikt hij zijn pet recht om te voorkomen dat de regendruppels zijn nek in lopen. Hij buigt zich naar voren en tikt tegen de donkere ramen aan. Niets beweegt, ook niet als hij nog een keer klopt.

"Er zit niemand in." Roept Sam naar zijn collega. Pruilend stap hij weer naar de auto en opent de deur. "Jammer, ik had graag even een woord gewisseld met de bestuurder, wie weet had hij me wat goedkope adressen kunnen geven."

Thijs start de wagen weer. "En jij denkt dat je als agent goedkope adressen kunt krijgen, als je ergens goedkoop een auto kan kopen zit er altijd een luchtje aan."

Sam rolt met zijn ogen. In tegenstelling tot Thijs, die al jaren in het vak zit en groot is gebracht met de wet van goed en slecht is, is Sam een stuk milder. Het is niet zwart wit, maar grijs. Illegaal kan zo zijn voordelen hebben en als autofreak sinds zijn zesde maakt het hem niet zoveel uit waar de auto vandaan komt. Als hij maar hard gaat.

"Laten we maar gaan." Besluit hij en wil instappen. Dan klinkt er een hoog gilletje vanuit het bos. Hij en Thijs kijken elkaar tegelijkertijd aan.

"D'r uit jongen." Zegt Thijs snel en rukt zijn deur open. Sam had geen order nodig en rent al langs de zwarte Cadillac. Het is moeilijk te zien waar hij heen gaat, de bomen staan dicht op elkaar en het is nog mistig van de ochtendstond. Voor de zekerheid streelt hij over zijn pistool om zeker te zijn van zijn veiligheid. Nog iets waar hij en Thijs het niet over eens zijn, maar voor hem is het of schieten of beschoten worden.

"Wacht nou even!" Hoort hij zijn collega brullen ver achter hem. Hij grijnst, 'Bromsnor zou eigenlijk een beetje moeten afvallen. Zeker als hij zo'n jonge god als ik moet bijhouden.'

Plots staat hij stil, er klinkt gefluister en zacht en giftig gesis. Sam knijpt zijn ogen tot spleetjes en sluit naar voren. Hij voelt zijn hartslag versnellen en adem diep in en uit. Voor zich ziet hij een schim tegen een boom staan. Voor een laatste keer adem hij uit en zet zich schrap. Dan springt hij door een laag van takken heen.

"Halt of ik-" Sam fronst en kijkt met grote ogen naar de schim voor zich. Voor hem staat een jongen die zijn armen om de heupen van een meisje heeft geslagen. Haar topje ligt naast haar op de grond en met grote verbaasde ogen kijkt ze op. De jongen lijkt ook verbaast en hersteld zich vlug.

"Wat heeft dit godverdomme te betekenen? Is dit bos niet groot genoeg ofzo!" Boos balt hij zijn vuist en drukt het meisje dichter tegen zich aan. "Klootzak." Even schieten zijn ogen naar het meisje. "Sorry schatje, normaal komt hier nooit iemand." Het meisje knikt en laat haar handen onder zijn shirt glijden. Uitdagen kijkt ze naar Thijs en geeft hem een knipoog.

"Ja, blijf je hier de hele dag staan gluren, eikel?" De jongen kijkt hem vuil aan laat dreigen nog eens zijn vuist zijn.

Sam voelt zijn bloed naar zijn hoofd stijgen. "Ehhe, juist… dan ehe… ga ik maar… sorry dat ik jullie stoor tijdens-… dag!" Hoort hij zichzelf hakkelen en draait zich snel om.

Terwijl hij zichzelf vervloekt loopt hij richting de auto. Halverwege ziet hij Thijs hijgend tegen een boom staan. Vragend kijk zijn collega hem aan. Weer voelt Sam het bloed naar zijn hoofd stijgen.

"Ik zag niks." Zegt hij snel, zijn eergevoel dwingt hem niet te vertellen wat voor iets stoms hem net is overkomen.

Thijs fronst. "Niets? En die gil dan?"

Hij haalt zijn schouders op. "Zal wel een of ander dier zijn geweest." Aan de blik van Thijs ziet hij dat hij niet gelooft word. Boos loopt hij verder terug naar de politie auto. "Kom we gaan, ik ben echt toe aan een rel."

.-.-.

Snel duwt Lotte Maikel van zich af als ze de agent niet meer kan zien. Ze voelt zich vies nadat ze zo dicht op hem heeft gestaan, ook al was het alleen maar toneel. Zwijgend raapt ze haar topje op en trekt het over haar hoofd. Haar hart bonkt nog in haar keel en de gedachten aan het lijkt dat een paar meter achter hun had gelegen toen de agent voor hun stond doet haar maag keren. Wat had er kunnen gebeuren als die man vragen was gaan stellen? Ze had gevoelt toen Maikel haar tegen zich aantrok dat hij zijn pistool greep. Wie weet waar Maikel toe in staat is.

Een rilling gaat door haar lichaam en ze weet zeker dat het niet van de kou is. Onhandig loopt ze op haar pump naar de boom toe en kijkt om het randje. Maikel is bezig met graven. Met blote handen rukt hij bosjes,aarde en wortels weg. Als hij haar ziet stop hij.

"Steek je handen ook eens uit."

Ze schud haar hoofd en staart zwijgend voor zich uit.

"Kom op, daar was je net ook zo goed in." Zegt hij en grijnst.

Fel kijkt ze hem aan. "Krijg de klere."

"Schelden doet geen pijn. Schatje." Zegt hij en veegt zijn handen af aan zijn broek. "Help is een handje. Onze vriend hier moet dat gat in."

Bij de gedachten alleen al om die dode man aan te raken voelt ze zich misselijk worden. Verstijft blijft ze staan en schud haar hoofd. Maikel staat langzaam op en kijkt haar schuin aan.

"Luister meisie, ik heb dat lijkt al helemaal het bos in gesleept. Dus je kan op ze minst helpen met dat ene stukkie." Hij stapt naar haar toe en grijpt haar schouders. "Wees niet zo'n tutje en schiet op."

Lotte schrikt en slaat zijn hand weg. "Rot op!" Snel doet ze een pas naar achter. "Blijf met je poten van me af!"

Maikel's blik verduisterd en kwaad staat hij dichterbij. Lotte's ogen worden groot en snel draait ze zich om. Onhandig grist ze haar tasje van de grond en haar benen beginnen te rennen.

"Godverdomme, trut!" Hoort ze Maikel roepen en ze geeft in gil. Op dit moment bid ze dat de agent nog in de buurt is. Ze slaat bosjes aan de kant, voelt takken over haar gezicht zwiepen die krassen in haar wangen maken. Gelukkig is ze niet de enige die zoveel moeite heeft met lopen. Het vergaat Maikel ook met moeite aan zijn gescheld te horen. Als ze achterom kijkt ziet ze dat ze al een aardige voorspring heeft en slaakt een zucht van opluchting.

Opeens blijft ze met haar hak achter een boomwortel hangen en valt voorover, zo een heuvel af. Angstig probeert ze zich nog ergens aan vast te grijpen maar het is al te laat. Ze maakt een koprol, snijd haar hand aan een doorstruik en smakt op de grond.

"Auw." Verbeten doet ze haar ogen open en kijkt naar haar hand. Bloed begint langs haar polsen naar beneden te lopen en de snee brand. Alles doet haar pijn, haar gezicht zit vol krassen, haar enkel voelt ze kloppen en tranen lopen over haar wangen. Ze begint te snikken en wrijft over haar gewonde hand.

Twee leren laarzen stoppen voor haar neus. Langzaam kijkt ze omhoog, een broek, een leren jack en twee emotieloze ogen volgen. Ze bijt op haar lip.

"Doe dan." Het blijft stil. "Schiet dan." Er klinkt geen geklik van een pistool of schot. In plaats daarvan pakken twee handen haar vast en tillen haar overeind. Dat had ze niet verwacht en kwaad schiet haar vuist naar zijn gezicht. Meteen grijpt hij haar vuist en als ze het probeert met haar andere hand grijpt hij ook die vast. Kwaad geeft ze een gil en probeert haar handen terug te krijgen. 'Waarom laat hij me niet los!'

"Hou op." Zijn greep versterkt en hij schud haar door elkaar. "Lotte, kappen."

Bij het horen van haar naam stopt ze. Hij laat haar los en ze laat haar armen zakken. Even kijkt ze over haar schouder. Ze zit dicht bij een weg. 'Maar hoeveel zin heeft het, binnen een paar meter heeft hij me toch weer te pakken.'

"Kan je zelf lopen?" Vraag Maikel op een niet onvriendelijk manier. Lotte knikt, maar na een paar stappen sist ze van de pijn. Ze hoort Maikel zuchten. "Dat wordt niks. Welke idioot koopt dan ook van die hakken…"

Voor ze iets kan zeggen tilt hij haar terug op haar voeten en ondersteunt haar. "Lopen, kom op we moeten weer gaan."

.-.-.

Iets korter dan ik had gewild. Komt eigenlijk ook omdat ik nog niet precies weet wat ik van plan ben… denk dus niet dat ik zo'n briljant iemand ben en die alles als heeft uitgeplant. Nee, ik schrijf een zin op en kijk wel waar ik uitkom. Vreemd genoeg werkt dat vaak wel.

Review alsjeblieftQW en wil iemand me ook vertellen als de Rathing niet klopt… Of al het andere dat je wel/niet goed vind of goed/beter kan.

Kissy Sue-AnneSparrow