Hoofdstuk 7) Gerommel op het toilet.

Agent Thijs van Manenveld drumt met zijn vingers op het stuur. Het is rustig onder weg, maar deste drukker is het in zijn hoofd. Ergens tegen de Duitse grens aan is een antoniemtelefoontje gekomen van een mogelijke ontvoering of meisjes-rontseling. En natuurlijk moest hij en zijn collega Sam, die tegen de ruit aan ligt te slapen, erheen worden gestuurd. Waarom moesten hun twee altijd het vuile werk opknappen? Er waren genoeg agenten die de tijd hadden om even door half Nederland te crossen om een tip te onderzoeken. De helft van de tijd waren die tips toch vals of onbruikbaar.

"Nee, dat heb ik echt niet gedaan?" Verklaart zijn partner nog half in slaap. Agent Thijs zucht diep. 'Ook zou het fijn zijn als mijn partner het niet zo laat zou maken… ELKE avond!'

"SAM!" Brult hij hard door de auto en de jongere agent vliegt op.

"Wat!" zegt Sam knorrig en geschrokken.

"Je praat in je slaap jong!" Antwoord Thijs nors. "En blijf nou eens een keer wakker! Dat jij elke avond gaat feesten is jou zaak, maar laat mijn werk er toch niet onder lijden!" Druk begint Thijs in zichzelf te mompelen en rijd de tankplaats op.

Zodra het duidelijk is dat er een politiewagen aanwezig is komt er een hoge pief in pak naar buiten. Nog voor ze goed en wel zijn uitgestapt begint de man in pak driftig tegen hen te praten. Thijs begint meteen aantekening te maken. Zijn collega gaapt en kijkt de man overdonderd aan.

"Het is een schande agent!" Briest de man in pak. "Dat arme kind werd zo terug de auto in gesleurd! Zonder dat iemand er iets tegen deed!"

Thijs doet zijn mond open maar Sam is hem voor. "Waarom kon u er niets aan doen dan, zo te horen stond u recht voor die gozer." Thijs kan nog net op tijd zijn lachen in houden als hij het gezicht van de man ziet. Hoe stom zijn collega soms kan zijn, zodra hij wakker is staat hij meteen op scherp. Je zou het niet zeggen maar die jongen pikt meer feiten op dan tien agenten bij elkaar.

De man in pak is even stil en begint terug te krabbelen. "Kijk beste man, ik kan toch moeilijk zo'n crimineel aanvallen! U had zijn blik moeten zien, als ik ook maar iets meer had gedaan was hij me zeker aangevlogen!"

"Aha, aha." Thijs maakt een schijnbeweging met zijn pen. "En waar precies heeft u de verdachten in kwestie gezien en het meisje?"

De man in pak wijst direct naar de dames wc. "Daar stond de man een tijdje te wachten op het meisje. Uiteindelijk was zijn geduld op en is naar binnen gestormd en heeft het arme schaap naar buiten getrokken. Ik zag het gebeuren toen ik aan het tanken was."

Thijs knikt en richt zich op Sam. "Kijk jij eens of er nog aanwijzingen zijn in de toilet, ik maak wel verslag van de dader en het slachtoffer."

"Wat! Moet ík de meisjewc in?!" Roept Sam verbijsterd. "Waar zie je me voor aan!"

Thijs zucht. "Jij hebt toch altijd van die praatjes over de vrouwtjes, looppas jongen. Wie weet wat je er tegenkomt!"

Terwijl zijn collega lacht om zijn eigen grap stommelt Sam kwaad en beledigt naar de wc toe. 'Alsof je een heel spoor in de damestoilet zal vinden.' Hij opent de deur en knipt het licht aan. Een tl-buis knippert aan en blauwachtig licht verspreid zich door de ruimte. Hij loopt onderzoeken de ruimte door en blijft voor de spiegel staan. Met een zucht haalt hij zijn hand door zijn donkerbruine haar en strijkt over zijn blauwe pijnlijke oog dat hij aan de voetbal rel heeft overgehouden. 'Leuk die Ajax supporters…' Nogmaals haalt hij een hand door zijn haar en gaapt. Glazig kijken zijn grijze ogen in het rond. Er valt niets vreemds te zien.

'Nou als hier toch niets te vinden is kan ik net zo goed even van de wc gebruik maken.' Hij loopt het middelste hokje in en doet zijn ding.

Hij draait zich om, doet zijn rits dicht en haalt meteen zijn fototoestel uit zijn zak, bij het zien van de deur. Met rode lippenstift staat er een boodschap op de binnenkant van de deur geschreven:

Help,

AL-15-4,

Meteen neemt Sam de letters en cijfers over. Voorzichtig om de lippenstift niet aan te raken opent hij de deur en rent naar buiten. "Thijs, ik heb wat gevonden!"

.-.-.

Vandaag is de zevende dag dat ik ben ontvoerd. Schrijft Lotte op een klein bloknootje dat vergeten in haar tas heeft gelegen. Ze heeft besloten de dagen bij te houden voor het geval er iets met haar gebeurt. Zo is er nog altijd bewijs dat ze heeft bestaan en wat er is gebeurt.

'Ben ik eigenlijk wel echt ontvoerd?' Vraagt ze zichzelf dan af. 'Ik ben vrijwillig in de auto gestapt, natuurlijk wel voordat ik wist wie hij was maar toch… Niemand mist me, ik ben niet op het nieuws en er wordt geen geld gevraagd.' Door de gedachte stopt ze het bloknootje treurig in haar tas terug en ze springt van de badrand af.

Voor het eerst sinds zeven dagen heeft ze echt de kans zichzelf te wassen of naar de wc te gaan wanneer ze wil. Maikel is al een paar uur weg en heeft haar opgesloten in een hotelkamer. Ze vind het niet zo erg, ze heeft ruimte, het ziet er schoon uit en door het slot op de deur voelt ze zich veilig.

Ze trekt haar kleren uit en stapt voorzichtig onder de douche. Het gaat moeilijk, haar enkel doet nog erg veel pijn evenals haar hand. Snel draait ze de kraan open en geniet van het hete water dat op haar neervalt.

'Who, nooit geweten dat je zo blij met een douche kan zijn,' Glimlachend knijpt ze een klein flesje shampoo leeg dat je gratis bij de kamer krijgt. Het lijkt of al haar problemen even weg zijn en ze begint een liedje te neuriën.

Na een kwartier stapt ze uit de douche en slaat een handdoek om zich heen. Ze bekijkt zichzelf in de spiegel. Haar polsen zitten vol met krassen van de takken en haar mascara zit om haar ogen.

Snel veegt ze het met de rand van de handdoek weg en trekt een schoon paar kleren aan. Een topje en een kort spijkerrokje.

'En laat ik mijn jack niet vergeten.' Ze pakt haar jack op en trekt het aan. Er dwarrelt een licht gekreukeld foto-tje uit en snel raapt Lotte het op. 'Shit nu zit er een watervlek op!' Snel dept ze het af met haar handdoek en kijkt naar het foto-tje. Erop staat zijzelf, een stukje jonger en een stuk vrolijker. Om haar nek hangt Melissa met een brede glimlach. Lotte glimlacht vertederd. Op de foto was haar stiefzusje net aan het wisselen.

"Lotte!" de deur van de hotelkamer gaat open.

Meteen grist Lotte de foto in haar zak en trekt de deur van de badkamer open. Maikel is binnengelopen en ploft neer op het bed. Aarzelend loopt Lotte de hotelkamer in. Hij ziet er slecht uit, er zit een schram op zijn wang en zijn ogen staan duister. Lotte slik, als ze nu iets fout doet dan…

Schuw loopt ze naar de stoel en voelt dat zijn ogen haar scherp in de gaten houden. Elke beweging die ze maakt neemt hij op, er is iets aan de hand maar wat?

"Heb jij wat tegen die flikker gezegd, info gegeven hoe dan ook?!" Vraagt hij met een koelbloedige stem.

Ze voelt hoe haar keel dicht wordt gedrukt. De boodschap in de wc, ze moeten hem gevonden hebben.

"Lotte! Geef antwoord verdomme!" Met een ruk staat hij op en smijt het nachtkastje door de kamer. "Jij was het héh!" Snauwt hij. "Godverdomme Lotte!" Met kwade passen loopt hij op haar af. Lotte krimpt in een en knijpt haar ogen dicht.

"Ik heb niks gedaan! Ik heb niks gezegd! Hoe had ik dat moeten doen!" beschermend slaat ze haar handen voor haar gezicht en duikt in een. "Jij was toch de hele tijd bij me! Ik had niets kunnen doen, echt niet!"

Maikel stopt vlak voor haar. "Geef je tas." Lotte reageert niet. "Pak je tas verdomme!" Haastig staat ze op en haalt haar tasje uit de badkamer. Meteen rukt Maikel het uit haar handen.

"Hey! Dat is van mij!" Ze doet een duik naar het tasje. "Geef terug!" Maikel duwt haar naar achter en schud haar tas voor haar ogen leeg. Kleren, mascara, tampons, pennen, papieren en andere artikelen vallen op de grond. Maikel bukt zich en pakt een lippenstift.

"Komt dit je soms bekent voor?" Sist hij. Lotte durft niets te zeggen. "Nou! Ben je helemaal gek geworden!" Hij smijt de lippenstift door de kamer. "Stomme trut! Waarom geef je me niet gelijk aan! We staan godverdomme in de krant! Je hebt de helft van het kentekenbewijs doorgegeven en die flikker in pak heeft vast de politie gebeld!"

Woedend buigt hij zich over haar een en trekt haar aan haar pols omhoog. "Wat denk je in godsnaam dat je aan het doen bent!" Zijn gezicht is enkele centimeters van haar gezicht. "Denk eens na! Als ik erbij ben, ben jij er ook bij! Waar denk je dat ze je heen brengen als ik de bak in draai?!"

Maikel laat Lotte's pols los en ze valt op de grond tegen de muur. Tranen prikken in haar ogen maar ze dwingt zichzelf niet te huilen. Ze wil niet meer zo zwak en hulpeloos zijn.

"Nou? Wat denk je?" Zegt Maikel op een harde toon. "Jij wordt netjes thuis afgeleverd en dat is niet de plek waar je heen wilt is of wel, want waarom zou ander een meisje van veertien langs de kant van de weg gaan staan? Jij hebt ook iets op je geweten of niet?" Hij kijkt haar doordringend aan en snel kijkt ze weg, bang dat hij haar gedachten kan lezen. "Dus naar huis of niet?"

Een stille schreeuw verlaat haar lippen en met grote ogen gevuld van schok staart ze hem aan. 'Naar huis? Nee dat nooit meer!' "Ik wil niet naar huis." Fluistert ze.

"Dan moet je vanaf nu je bek houden en doen wat ík zeg!" Schreeuwt Maikel op harde toon. Lotte knikt en blijft naar de grond staren. De jongen begint zijn en haar spullen bij elkaar te rapen en propt ze in een grote weekend tas. Snel grist Lotte haar klein spulletjes bij elkaar en stopt ze in haar eigen tasje.

Als Maikel klaar is kijkt hij naar het meisje. "We gaan Lotte, Duitsland is nog maar zo'n vijftig kilometer.

.-.-.