Ik heb eigenlijk niets te zeggen. Behalve dan R/R

Ouders:

Huilend blijft Hermelien op het gras zitten. Haar gewaad wordt nat van de ochtenddauw en het is ontzettend koud, maar het maakt haar allemaal niets uit. Haar gedachten tollen door haar hoofd heen. 'Niet te geloven dat Malfidus gelijk had gehad. Niet te geloven dat ik de Wemels blijkbaar zoveel pijn heb gedaan, niet te geloven dat ik er met Malfidus vandoor ben gegaan. Waar heb ik mezelf zo verloren?' vraagt Hermelien zich snikkend af. Ze begrijpt er helemaal niets meer van en ze kan ook niemand verzinnen naar wie ze toe zou kunnen voor antwoorden. De Wemels duidelijk niet, Harry wil haar vast ook niet zien en Malfidus is echt geen optie.
Opeens wordt het helemaal duidelijk voor Hermelien: ze moet naar haar ouders toe gaan. Zij zullen vast wel antwoorden hebben. Met een opgeluchte glimlach verdwijnselt Hermelien weer, dit keer richting haar ouderlijk huis.
Op het moment dat Hermelien weer vaste grond voelde ruikt ze ook de typische geur van haar moeders gebakken eieren. Ik een razend tempo begint Hermelien in de richting van de geur te rennen. Al snel is ze aangekomen bij het huis wat ze zo goed kent; het huis waarin ze is opgegroeid. Ze belt aan en wacht. Hermelien hoort iemand bewegen op de plaats waarvan ze weet dat daar de keuken is. Ze ziet de omtrekken van haar moeder al door de ruit in de deur heen, lang voor de deur open gaat.
Als Hermeliens moeder open doet, kijkt ze met verbaasde, maar ook bange ogen naar haar dochter. Hermelien merkt dit niet op. Ze valt haar moeder huilend om de hals en probeert uit te leggen wat er allemaal gebeurt is, maar het lukt niet. Zachtjes maakt Hermeliens moeder zich los uit haar dochters omhelzing en ze loodst haar de woonkamer in. Daar laat Hermelien zich op de bank vallen en begint ze met haar handen voor haar gezich nog harder te huilen. Dan begint Hermeliens moeder met een trillende stem te praten:
"Hermelien, wat is er aan de hand? Waarom kom je opeens weer langs? Wat is er gebeurt?"
"Mama, ik weet het allemaal niet meer! Ik-"
"Heeft die Malfidus je soms iets aangedaan?" vraagt Hermeliens moeder, met een stem die bezorgt klinkt. Dan vervolgt ze met harde stem: "Is het je eindelijk duidelijk dat het geen goede beslissing was om-"
"Nee!" roept Hermelien wanhopig. "Je snapt het niet! Waarom gaat iedereen er toch van uit dat ik om vergiffenis kom vragen? Waarom denkt iedereen toch dat ik ze begrijp? Ik begrijp het namelijk niet! Ik weet het niet meer mam, ik weet het écht niet meer! Ik ben het vergeten! Ik heb informatie nodig! Geen beschuldigingen, ik heb zo ondertussen wel door dat ik vreselijke dingen heb gedaan, maar informatie!"
Hermeliens moeder kijkt haar dochter aan en zegt dan: "Hermelien, hoe kan ik je nou geloven? Je hebt iedereen zoveel pijn gedaan, Hermelien. Hoe weet ik of ik je weer kan vertrouwen? Ik wil het wel, echt, maar ik kan het niet. Niet na wat er met je vader is gebeurt. Het spijt me heel erg en onthoud alsjeblieft dat ik om je geef, maar je vertrouwen kan ik je niet meer. Je zal het aan je perfecte Malfidus moeten vragen, hij kan je meer dan genoeg antwoorden geven. Ga nu alsjeblieft, ik moet terug naar de keuken, mijn eieren branden aan." Zo laat ze Hermelien alleen en verwilderd op de bank. Allerlei gevoelens borrelen in Hermelien op: verdriet, onmacht, maar ook woede. Woede omdat niemand haar wil geloven, woede omdat de mensen om wie ze het meeste geeft blijkbaar meer waarde hechten aan haar oude daden dan aan de verwarde en verdrietige persoon die ze nu is. Met pijn in haar hart kijkt Hermelien nog één keer om zich heen en dan verdwijnt ze met een zachte plop. Terug naar de enige persoon die haar antwoorden schijnt willen te geven. Terug naar die ene persoon die er blijkbaar voor heeft gezorgd dat al haar geliefden haar haten.

Hermelien wil het eigenlijk niet toegeven, maar ze moet wel. Ze heeft Malfidus nodig voor antwoorden, ook al vindt ze het verschrikkelijk.